De waarheid: socialistisch weekblad

682 0
02 december 1917
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1917, 02 December. De waarheid: socialistisch weekblad. Geraadpleegd op 04 december 2022, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/599z030p58/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

10e Jaargang. Nr 48 Prljs : 10 Gentlemen. Zondag 2 December 19V7 DE WAARHEID Orgaan van ci :n " Vrijen Socialistenbond — - Ails briefwisseiingen te zi nden naar : POL DE WiTTE, Verspyenstraat, IO, Gent, verantwoordelijke uitgever. VREPE 0P AARPS aan dezen die van goeden wil zijn! Bintien een paar weken zullen uit aile kerktorens de zware ldokkerstemmen de menschen ter kerk noodigen om gezamenlijk het Kerstfeest te vieren voor Hem die alom : Vrede op Aarde h?eft verkondigd. Vrede op Aarde.'Ea op ditoogenblik staat gansch de wereld in vuur, door het gescbut der kanonnen en allerlei moordtuigen, overal dood en vernieling zaaiende. Millioenen en nog millioenen raannen staan tegenover elkatider aan de vuurmonden der kanonnen, die oritelbare jonge krachten den dood inzenden of voor het volgende vanhun leven diep ongelukkig maken. Moeders, vrouwen, kinderen, zitten te huis in bange verzuchtingcn te weenen, voor den geliefden zoon, den echtgenoot of vader, die reeds 3 1/2 jaren van huis is en waarze niet cens het minste nieuws over vernemen. Het lijden, het verdriet en de wanhoop wer-k«n verschrikkelijk, en nog komt er geen einde aan dat groote bloedbad. Integendeel, wordt er met nog meer krachtigé middelen te werk gegaan om de legers in mannenge-tal te verminderen en scherpen de ingénieurs zich den geest om de moordtuigen krachtda-diger in uitvoering te maken ; om de vernie-.ling op grootere schaal aan te richten. Vrede op Aarde! En nog nooit heeft er grootere krijg geweest dan deze. Oude en nieuwe wereld staan tegenover elkander, en men wedijvert om het leveren der meeste en beste moordluigen en vernielingsstoffen. De volkeren schijnen daarin te berusten, alsof dit ailes maar zôô behoorde te zijn. Dikwijls dncht ik bij mij zelve : Zal er dan toch geen mensch zijn die de stem zal ver-heffen om daartegen verzet aan te teekenen ? Hebben de menschen die buiten dien strijd staan dan niet3 meer te zeggen, en moeten zij zich maar dtemoedig bij zulk eene ramp neerleggen ? Als vrouw, meende ikdat wij van al zulke kwestiën niet veel verstand hadden, maar ons hart brak bij zooveel onheii en ellende. Ik bekeu het volmondig, dat ik niet wist hoe men daannede een aanvang moest nemen. Men sprak wel van een Stcckholmsche Confereniie voor dm Vrede, — maar die laat zich nog altijd wàchten. De Paus zond vredebiieven aan aile de Mogendheden, v/elke door de eene meternst werden opgenomen tcrwijl anderen ze spot-tend afwezen. Eti terwijlbulderde:. de kanonnen en allerlei vuurwapens maar door, e het kwam mij voor dat de groote mannen dezer Asrde er een ondcugend genot in vonden, de mannen van minderen rang en stand, maar te vernie-tigen.Maar toch klinkt het : Vrede op Aarde! Ikoverwoog lang en veel, toen bij mij het gedacht rijpte : Zouden er hier uit ors Vlaam-sche land geen stemmen opdagen om voor den Vrede te werken ? Zouden wij niet het onze kunnen bijdragen om over gansch de wereld in den kortst mogelijken tijd onzen wil te openbaren : dat aile volkeren den Vrede willeri ? Wie zal daaraan beginnen ? Op eens werd het mij klaar ; de Gentsche socialisten zullen de hsnd aan den ploeg slaan met Anseele vooraan. Hij die mij in 1886 door zijne redevoeringen en zijri schrij-ven in de socialistische gelederen bracht, zal cat doen. Laat mij hier kort mijne herinneringen neerschrijven. In 1886 was er in de verschillende kolen-bekken van het Waalsche land overal werk-staking uitgebroken. Het kwam tôt bloedige bolsing met degewapende macht en Anseele schreef een brief in Vooruit aan de Moeders, onder de hoolding : Bloed, bloed, hei wer-kersbloed heeft gestroomd ! Hij zette de moeders aan om aan hunne zonen in het leger te schrijven, te weigeren in hetvolk te schieten. Deze edelmoedige daad deed mij besluiten deel te nemen aan den strijd der socialisten. Hoe jong ik dan ook was, vond ik dat eene krachtdsdige sublieme daad, en ik vereerde er Anseele om. Zou hij ru niet optreden voor den Vrede, nu het bloed met teketi stroomt? Nu de bloem, de jeugd der mannen wordt vernie-tigd ? Mijn gedacht deelde ik mede aan strijdge-nooten en men zegde mij : hij zal zwijgen ! Zal hij zwijgen? tiep ik in verontwaardi-ging uit. Hij die ailes en allen hekelde, die elke gelegenheid te baat nam om iedereen te kritikeeren... Zou hij dan een huichelaar zijn? Hij zal zwijgen ! N&en, neen, dat kan erbij mij niet in, want ik wou dat hij spreken zou, edoch... hij zwijgt! * # * Hij zwijgt!... Ja, wat geeft het hem nog dat onze jongens in de loopgraven wegkwij-nen ? Dat ze aan de fronten gedood of ver-minkt worden ? Dat er duizenden geinterneerd of. krijgsgevangen zilten ? Och ja, wat geeft het hem ? Hij is zôô gesocialiseerd, dat hij van een arme kerel een rijke menheer is geworden. Hij leeft als een groote bourgeois en zijne kinderen staan niet aan het front of zitten niet in de loopgraven, maar blijven stil aan huis, mogen studeeren en leeren en er ont-breekt hun niets. Wat een tegensfelling met het leven van ons, arme duivels, die ailes ontberen, terwijl onze zonen hun leven moeten geven voor het lieve vaderland. Ik zou gaarne tôt de meeting komen van over 14 dagen maar ik meen over te veel plaals te beschikken. Dat voor een ander rnaal, want ik heb nog een en ander te zeggen en ik hoop dat uw gf ëerd blad toch wel een plaatsje zal verlee-nen om eene vrouw aan het woord te laten. Lucie De Backer. Il 1^*. ■— VAN ALLES WAT « MILLIQR » vervangt de beste koffie, onovertrefbaar door zijnen lekkeren smaak. Verbazendo menschengoalen. — Dat wij voor den oorlog nog een heelen boel naiever waren, dan wij dachten, bewijst ons het volgende nieuwsje dat wij in een finantieel dagblad lazen : Magasins du Printemps (te P'arifs). — Ten kapitale van 27 millioen frank, hebben de zuivere winsten voor het afgeloopen boekenjaar 1916-17 beloopen tôt de som van fr. 7,855,532 tegen fr. 6.838,302 verleden jaar. De winstuitdeeling of dividende werd vastgesteld op j 16,98 fr. aan de bevoorrechte en 21,45 fr. aan de ge-wone aandeelen tegen 14,03 en fr. 15,06 verleden jaar. Welhoe, Frankrijk is sedert meer dan drie jaarin een bloedigen volkerenkamp op leven en dood gewikkeld, | heele departementen zijn verwoest en ten gronde ge-richt, duizenden en duizenden mannen gedood of ver-ininkt, duizenden en nog duizenden vrouwen en kinderen tôt hulpelooze weduwen en weezen gemaakt en... de mode-magazijnen van Le Printemps maken meer winstgevende zaak dan boit. Waarlijk, wat beduidt dan al dat geschreeuw en ge-poch op menschelijke en nationale solidariteit ! Words, words! liet Shakespeare aan zijnen Hamlet zeggen. Een hcngerige buik heeft geen ooren. — Dit fransch spreekwoord kwam ons te binnen bij het lezen in de bladen der volgende regelen : « Voor de tabak-, zeep-, petrool en andere winkels stor.den lange rijen menschen, vooral vrouwen en kinderen rij te schuiven. Voor de bakkerijen stond er wei-nig volk, maar daarhoorde men niets anders dan : Als de maximalisten de macht in handen hebben zullen wij eens zien of zij in staat zullen zijn om ons meer brood te bezorgen... Kunnen zij ons meer brood bezorgen, danis het ons goed... Maar wat zullen wij aanvangen als zij dat ook niet kunnen? Het zijn deze opmerkingen vooral die den heer-schenden toestand afschilderen. Kunnen er voldoende hoeveelheden allerhande levensmiddelen naar Peters-burg gebracht worden, dan zal ailes er duidelijk kalm en rustig blijven. De zaakgelastigden verklaarden dat er op den oogenblik nog voor veertien dagen voorraad in de hoofdstad was.» Dus hangen de weidsche beginselen van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid, waarom toch eigenlijk lieel het Russisch boeitje aan 't omwentelen isgegaan, thans af van de vraag of de nieuwe redders — met of zonder hunne schuld — aan de Russische « gaaien » meer brood zulien kunnen"*bezorgen ! Een warboel. - Wat voor een verwarde boel het omwentelde Rusland thans geworden is, mag blijken uit de volgende regelen welke wij bewijzen uit Vooruit van 23 November 1.1 : « De onderhandelingen omtrent het aanstellen van eene nieuwe regeering worden langs aile kanten met ; spoed voortgezet. Kozakken onderhandelen met maximalisten. De nationaalsocialisten spreken met de révolutionnaire internationalisten. Hier en daar zijn het de gevolmachtigden van den grooten Spoorwegmannen-bond die als bemiddelaars aan het werk zijn. Wat de uitslag van deze onderhandelingen zal zijn, dat is nog niet te voorzeggen. De openbare detik-wijze, vooral in de buurlanden, dwaalt van den eenen kant naar den anderen kant. Wat na langdurige be-sprekingen opgebouwd wordt, wordt in een otnzien weer omver gewotpen• Het is de groote, domine massa die de overmacht in handen heeft. En als die domtne massa zich niet weldra laat leiden door degenen die orde en recht vertegenwoordigen, dan is het onvermijdelijk dat ailes uitloopt op eene onge-hoorde nationale ramp. > Vooruit beweert dat hierbovenstaande « eene samenhaugende beschrijving is der gebeurtenissen in Rusland. » Wij kunnen niet aannemen datons «Eedje» daarmede instemt. Immers spreken van «degroote domme massa, die de overmacht in handen heeft» moet in zijn oorenjdinken als eene gods- of liever eene volksiastering en een vloek. Eedje immers zeide aan zijne «gaaien» dat niemand of niets zoo klaar ziet als hetvolk. En het volk heeft hem immer geloofd op zijn woord. Nand, pas toch wat op uw tellen ! Gecombineerde Broodoven,tegelijkertijd fruit-drooger, huis Dutry-Colson, Veldstraat, 12. Het "ware,, sfandpunt XI Wat de nieuwerwetsche wefenschap vooral onderscheidt van de ouderwetsche, ligt voornamelijk in hare methode of leeringe om tôt vastgestelde besluiten te komen. De ouderwetsche trok vooral hare besluiten uit gees-telijke bespiegelingen en min of meer denk-beeldigen gedachtengang ; de riieuwerwet-sciie hechte er voornamelijk belang aan eerst en vooral de feiten op te nemen, gade te slaan, te rangschikken, te vergelijken om er, ten slotfe, de nauwkeurigste gevolgtrek-kirgen uit op te maken. Kortom, de ouderwetsche wetenschap is voornamelijk het « idealisme », ( ) de nieuwerwetsche bijzon-derlijk het « realisme » (*) toegedaan. Het verwondert ons dan ook eenigszins te zien dat Vooruit's F. H. in zijn artikel over Het wa/e standpunt zich bij voorkeur op het denkbeeldig, liever dan op het zakelijk gebied beweegt, want een socialist, die het vooral heeft gemunt op den zakelijken, staathuishoudkundigen toestand der arbei-dersstanden, waarin loon- en levensstan-daard de hoofdrolspelen, zôude ons dunkens het zakelijk of « realistisch » gebied moeten verkiezen. Dat F. H. zulks niet doet blijkt aanstonds bij eene eenigszins aandachtige lezing van zijn artikels. Hoe lichtzinnig duidt hij maar even de daadzaken aan en hoe luchtbartig huppelt hij erover: «de Werkliedenpartij heeft nooit gelooehend dat den Vlamingen onrecht werd aangcdaan ». De werklieden-partij locchende niet! Er zou maar dat aan ontbreken, ma»r het is niet voldoende onrecht (:ï) Idealisme. van het grieksche : eideia - (denk) beeld ; realisme, van het latijn : rss - zaak, ding. niet te looehenen, men moet, als men wil optreden, als demncraat en bestrijder dei verdrukkers, het onrecht weten aan te klagen en te bestrijden. El' waar en wanneer heefl Vooruit dat in zake der Vlamingen gedaan î Wij dagen hem uit zijne attikels daarover aan te duiden. Wat zouden de socialisten van de houding van hét dagblad Vooruit of der Gentsche Werkliedenpartij zeg gen,indien zij zich moes-ten bepalen bij « het niet looehenen van de grieven der werklieden » en aan de burger-partijen overigens v.ij spel lieten? Dat zi] zwijgen vaaar spreken plicht is, zooals Multaiuli he\ noemde. Dat F. H. het geb:od der zakd'ijltheid liefst vermiidt, springt ncl-maals in het oog waar hij schrijft dat «in degemeentelijkebureelen van 't Walenland alies Waalsch of Fransch is, lijdt gezn twjfel, het is overbekend. » En daarmede puncium, zou Eedje zeggen. 't Is overbekend ! Dus, laten wij er maar verdér over zwijgen1. Is het aldus dat Jules Guesde b. v. « eene uitdaging beantwoord » heeft, zoo als wij deier dagen konnen lezen in Vooruit? F. H. is dus geen vetenschappelijk schrij-ver in den nieuwei wetseben zin van het woord, maar hoo(.;stens eenen van den « ouden bak ». Wij zullen ons dati maar liever wenden tôt de Fransche schrijvcrs G. Le Bon en anderen, die, volgens onze hieening, wel nieuwer-wetsch zijn. Tusschen haakjas ^ezegd, hoe koddig, dat wij, die niet of weinig franscbgezind zijn, het vooral houden niet Fransche schrijvers en deckers, tegen F. H. die wel en misschien vurig verliefd is op de Fransche Marianne, al was het maar uit de overtuiging — ook al een ouderwetsche — dat de wieg -van de démocratie en het socialisme in Frankrijk stond. Wat zegt de Franche Dr G. Le Bon, over het ontstaan der rass'en en stammen en de betrekkingen waarii; elke enkeling staat tegenover zijn ras of s'am? «Indien men dfi i.:vloeden wilde samen-vatten waarvan de erjkeling verbonden is en die aan zijn gedrag richting geven, dan zoude men mogen zeggen dat zij driëerlei wezen. De eerste en voorzeker de yoornaamste is de invloed der voorouders; de tweede, de invloed der ouders zelve; de derde, aan den-welke men meestal het grootstc: gewicht hecht en die nogthons de zwalcste is, is de \verkiEg,,.vaiL hpt. wai'in men zjch beweejJÛ D ; zè, erbij begriipende de versefiillige natuurHi'je en zedelijke ir.vloeden, aan dewelke gedurende zijn ieven, de mensch onderhevig is, en ramelijk gedurende zijne opvoeding, brengen maar zwakke verar.de-ringen te v/eeg. Zij doen zich maar werkelijk gevoelen, nadat de erfelijkheid ze, in den-zeljden zin, gedurenden langen tijd heeft opeen gestapeld. Wat hij ook doe, d ■ mensch is dus eerst en vooral de vertegenwoordiger van zijn stam... Oneindig talrijker dan de levenden, zijn de afgestorvenen ook oneindig mac'ntiger dan de eeisten. » Om die gezegden eerst degelijk te begrij-pen môet men zich verdiepen in de onwrik-bare v/etten der erfelijkheid, zoo als de Engel-sche wetenschappelijke omwentelaar Ch. Darwin en zijne immer talrijke volgelingen^ die hebben daargestdd en ontwikteld. Als wij b. v. zien dat de huishond, wanneer hij zich neervleidt, eerst eens op zich zelve ronddrasit, als maakte hij zich eennest in 't hooge gras, dan heeft men aanstonds een beeld van de starre, langdurige erfelijkheid. Immers zoo deden de voorouders der huishonden duizenden jaren gekden, om zich te behoeden voor de stekels, van 't harde prairiegras. De huidige huishond dôet het hun nog steeds instink'matig na, alhoewél het voor hem geen doel meer heeft en dat, sedert duizenden jaren, want de huishonden leven reeds zoo lang, te rnidden der menschelijke beschaving, zooals de monu-mënten van het Onde Egypie en Babylonie Niniveh het bewijzen. Hebben Vlamingen en Walen ook zulke eigenaardige karaktertrekken en welke zijn er de oôrzaken en de gevolgen van? Dat zullen wij in een volgend ariikel onderzoeken. (Wordt vervolgd). Sphinx. IïIATRASSEH 1H KONIiSHAAR, Engelsclie beddens, G. J. Dumortier, Gebrs., Hundelgemschesteenwfg 289, | Ledeberg en Lange Munt, 16, Gent. Wetenschappeiijke Bijdragen DE LUCHT Toepassingen. — In vele toepassinger wendt men de lucht aan tôt eenen bepaalder uitslag. Als men met de b'aaspijp in het vuur blaas' om het aan te wakkeren, dan doet men dai omdat men zoo met de lucht eene grootere hoeveelheid zuurstof toevoert, die de brand-i stof is bij uitmuntendheid. De smid doet hetzelfde bij middel var zijnen blaasbalg. Het graan dat op de zolders uitgegoter wordt roert men van tijd tôt tijd om, ter einde de lucht die tusschen de korrels zit t' vernieuwen ente voorkomen dat het graai vermuft of verduft. Graan dat men lang wil bewaren laat mei in zijn kaf staan, omdat de lucht cr dan ge makkelijker tusschen kan spelen. In de graven beeten, rapen, aardappels laat men gewoonlijk openingen, welke mei afdekt met eene pan, om er gedurig versch lucht door te laten gaan. Als het vriest stopt men die gaten, om zt te openen zoo gauw de vorst voorbij is zoowel begrijpt men de noodzakelijkhëid der verluchting. Men snoeit de boomen om ze meer luchl te geven. Gras groeit gewoonlijk zeer gemakkelijk, maar hebt ge nog niet bemerkt dat gras dai in eenen kleinen hof staat omsloten mei muren bijna aile jaren moet herzaaid worden? Men denke slecbts"aan den wintertuin der Zuidstatie van Gènt. Aile jaren moet men daar de grasperken hernieuwen, hoewel het, zou men zeggen, daar luchiig genoeg is. | Welnu, neen, het gras en aile gewestelijke planter» behotven de volie opene -ucht; ^aar de wind lustig door kan spelen. Als de invloed der voile lucht zoo grool is voor onze planten, is hij voorzeker niet mih-der voor ons, menschen en voor onze huis-dieren.De pijp aansteken. — Als de rooker zijne ■pijp aansteekt houdt hij het brandend stekje v<5ôr den gevulden pijpekop en trekt met den mond aan den pijpsteel. Zoo zuigt hij de lucht uit de pijpsteel en pijpekop. De lucht, buiten de pijp, stroomt naar den pijpekop om de weggetrokkene lucht te ver-vangen ; zij duwt de vlatn naar den tabak en meteen wordt aan de vlatn eene grootere hoeveelheid brandstof, onder den vorm van zuurstof, verschaft. Bij elken trok van den rooker wordt hetzelfde verschijnsel verrfïeuwd. Zoo is het ook met het aansteken van eene sigaar of sigaret. Geldleeningen op eigendommen, verkoopingen, M. Minnaert, Begijnhoflaan, 21, Gent. DIT J ES EN DATJES Het is nu lang geleden, toen eerst de * velocipèden » opkwamen, stapte ik op zekeren dag af van den trein te D... en ging huiswaarts te voet. Gekomen aan het gehucht het < Zulleken », vond ik daar een jongetje staan aan het hekken van een hoeveken. Er kwam daar juist een « velocipidist » aangereden en het jongetje, die voor 't eerst van zijn leven zoo een inekaniek zag, liep geheel vetbouwereerd naar zijne rnoeder toe, roepende : " Moeder, moeder, kotn zien, daar es neschaarslijper die zot wordt, hij rijdt op zijti wiel! * Mijn onkel Fred (Alfred) was voorzitter der maa't-schappij « De Vogelpik ». Aile jaren, op zijnen iiaîim-* dag, werd er in den zetel der maatschappij een lekker avondmaal gegeven en telkens was het de een of anac re dieJyj r-rg^recht ôen kle'.nc « sprech » niaesL'iripy-4 Het was nu de beurt van M. Jan, de Secretaris, een eerste fijnaard, die goed weg kon met de woorden-speling. Hij stond recht, en wijzende op eene groote appeltaart, die men juist opdiende, zei hij geheel majes-tucus : " Vandaag is het Al.. frit (Alfred) en morgen is het Al... beir (Albert) „. Ik moest eene boodschap doen bij een heer die woonde in de Brabantstraat te Brussel. Daar gekomen belde ik 2 3 maal aan en men deed niet open. Een politieagent die daar juist voorbij kwam, deed mij opmerken dat M. X. verhuisd en thans gaan wonen was in de Vier VeronderstellirCgenstraat. Ik dacht eerst dat de agent met mij den gek wilde houden en ik bekeek hem fel, half ontevreden, waarop hij hernam : 't is wel zooals ik zeg, de Vier Veronder-stellingenstraat, in het nieuw kwartier, dicht bij de Rogierslaan. Ik deed hem dan opmerken dat ik maar niet kon verstaan hoe zoo eene groote verlichte stad gelijk Brus-sel, zoo eene onnoozele en moeilijk om uit te spreken benaming wilde geven aan eene straat. Mijn nntwoord was op geenen blauwen steen geval-len, en de agent die door mijne cenvoudige opmerkitig gekrenkt was in deliefde voor zijne stadhuisbazen, zei met eene half norsche stem : Ik hooraan uwen tongval dat gij van Gent zijt. Ehwel, laatst ging ik in uwe stad eene oude nicht bezoeken, die ik sedert lang niet meer gezien had. Ze was ook verhuisd. En weet ge waar ze nu was gaan wonen ? Niet ver van de Lieve, in het Verkensstraatje! En, op zijn Brussels, voegde hij er bij : « Dat es nettekes, ne woa? » 'k Groette den agent, 'k schoot er mij van onder en ging op* zoek naar de nieuwe woonst van M. X , gedurig mompelende : « Vier Veronderstelîingenstraat... Vier Veronderstelîingenstraat... » en dit uit vrees dat het gegeven adres mij zou ontsnappen. Ik vertelde laatst dit gebeurde aan een mijnervrien den, die het nog al grappig vond, en mij tevens deed kennen dat hij, weinigen tijd voor den liuidigen oorlog, in Denemarken was geweest en daar in eene stad iets eenig had vastgesteld, voor wat aangaat de benaming der straîen. De stad is verdeeld in een Oost, Zuid, West en Noordk.ant, we'kers wederzijdsche straten de namen dragen van steden of van landen die juist langs ieder dier kanten zijn gclcgen. Dit heeft een drievuldig voordeel. 1° ishet praktisch voordegenendie deaardrijkskunde bezitten. 2° is het leerzaam voor grooten als voor kleinen. 3° maken de steden zich niet belacbelijk met aan straten namen te geven, zooals « Vier Veronderstelîingenstraat » en « Verkensstraatje ». Erjzed. Vraagt overal « KOPRA », ]jci beste poetsmiddel voor aile metalen. BRIEF UA» TOÛHE GOEQGEBUER Gent, 27 November 1917, Waarde en zeer vereerde Heer Hoofdopstellei Het eerste woord dat ik op dit papier ncer-pen is een woord van veronffchuldi;:ing. 'k Weet wel dat het mijne schuld niet is als ik zoo lange weken verhinderd was met ds lezers van mijn geliefd blad De Waarheic wat te praten, hen van ailes op de hoogte ts i brengen wat ik als oude persrat in 't lever tegenkwam. i Evenals mijne oude beenen waren nu ool i mijne vingers stram geworden. Ik had die schoon in te wrijven met « Arthu t de jood », in te vetten met ne pezerik of e Haarlemsche olie aan te strijken, 't was aile i verloren moeite... zelfs mijne oude vrietn - Dokter Mossclman zei nie, toen ik hem eei paar weken geleden tegenkwam : « Toon , jongen, dat zal moeten slijten met den tijc i 't is den ouden dag ». î 'n Schoone troost voorwaar voor ieman die als ik nog zoo 'n korte tijd te leven heef : i Enfin 'k maakte van de nood een deugd, en met geduld wachtte ik de genezing af, die nu eindelijk schijnt gekomen, en mij thans toe-laat, ofschoon met moeite, weder de pen op te nemen, juist op 't oogenblik dat iedereen er naar smacht dat men de wapens neerlegge. Uit de brieven van Picavet hebt ge kunnen opmaken dat ik in de intervieuws van Richard en Helhond niet .aktief ben tusschen-gekomen ; dat kwam alleen daardoor dat ik waarlijk ontmoedigd was, omdat ik niet werk-dadig in de strijd kon komen, en mij moest bepalen het aan te zien wat anderen deden en konden. ! En dàj;.5iemde mij trcurig. Gansche dagen, uitt'sclié ."àchtên lag ik te praktiseeren wat ik wel aanvangen zou als m'n vingeren ver-kleumd bleven. 'k Hid lust noch naar eten, noch naar drin-1 ken, noch naar slapen, noch naar werken. 'k Werd zwartgailig en 'k had daareoboven de innige overtuiging dat het met Toone ' aldra zou gedaan zijn, a!s ik het genoegen had te gevoelen. dat m'n vingeren hunne vroegere ylugheid gingen terugkrijgen en dubbel geluk — 'n geluk komt trouwens, evenals 'n ongeluk, nooit alleen — verleden week ontving ik een schrijven van m'n hart-vriend gezel Eedje, waarin hij naar den staat mijner gezondheid ini.rmeerde en mij tevens .vaderlijk ■■ermaande, omdat ik zoolang • wachtte vaii hem 'n bezoek te brengen ; hij Jiet mij tevens weten dat hij al 'n heel eind ;opgeschoten was met zijn plan betrelfend: « De inrîchting der toekomstmaatschappij_-.Volgëns het kollektivistische concept der ï "socialisten van « Vooruit » en toegepastaan V het règiem der regiën van Gent. » Op Allerzielen, deeenigedag, benevensde Eer^e Mei, 'dat Eedje vrij is, ben ik hem op z'n Qentsch gezegd « eens gaan bespringen ». 'k Wil hier niet gewagen van het gulleont-ftaal dat ik bij den vrïend Edward heb geno-I ten, noch van de geurige koffie met melk, ncch van de lekkere broodjes met dito kaas en boter, noch van het warme vuurke dat in den haaid knetterde, noch van de zachte flu-weelen zetels waarin ik mijn oude ribbenkast met welbthagen kon in vleieri... Ik geef dan ook liever maar dadelijk verslag van het hoogst gewichtig gesprek dat ik met Eedse , voerde: ... En Edward blic-s de blauwe rookwolken . van zijn heerlijk riekende sigaar, mark « Le Pro'étaire », in de hoogtè en vroeg wijl hij zijn schalksche oogen half gésîptec ;veld : «a ! ST Zoodus, Toon<\ geïiji nog nfeî geheel errai raEk6Ôfa hoe 'd'ar wT/TIë weielu gàïn*"— 1 doen drasien achterden oorlog? — Ik heb daar lang, zeer lang over gedacht, gewikt, gewogen, herwogen en nog eens overtvogen, maar ik blijf van oordeei Eedje, dat dit ailes zoo maar niet van een leien dakje loopen zal. — Zoo datge peistmijnen kloeken Toone, dat er daar zôôveel werk zal aan te doen zijn? Ik meende pertant dat het 'n affairen van niets zou geweest hên. — Dat denkt gij wel, Eedje, maar ik die een oude kater ben weet het best hoe men I muizen vangen moet. — Dat verwondert mij, Toone, want Nand, * Millio, Tuur Verschraege en anderen hadden | mij vrrzekerd dat dat maar willen was voor mij. Nand onder andere zei nog over eenige dagen : « Edward, houdt kloeken moed en het-zal jij wel gaan, temeer dat het volk patience leeren krijgen heeft, dat het leeren gehoorza-men heeft en percies gelijk of dat geheele legers opmarcheeren op 'n teeken van hul-dere generaals, zoo zal ook het volk op 'n teeken van uw hand zijn heil zoeken onder de kollektieve vlag van de nieuwe Staat. » : — Als het maar waar is, Eedje; Nand heeft 't gemakkelijk klappen, er Millio en Tuur ook, zij die en attendant dat elk iets heeft zelve ailes al vasthêri, maariemand gelijk ik, Eedje, die niet en weet van wat hout pijlen maken, die zonder vuur of vonk zit, die ziet dat ailes anders is, voor hem valt het dubbel zwaar een plan te maken van een nieuwe sociale organisatie, te voorzeggen hoe dat ailes percies zal geregeld zijn in de toekomst, nnar die nu, in het tegenwoordige, met de vaak tusschen zijn tanden loopt. — Zijt ge zoo verre gezet, Toone, vroeg E tward verwonderd. Maar waarom mij dat niet vroeger eezegd? Ik zou toch altijd kunnen zi n hên of ik niets kon doen voor u... Né, clrinkt een cognacske, Tcone. — Maar Eedje, alleman en hangt niet graag aan de neus van iedereen dat hij in de « patat: n » zit. — Maar meê mij en moet ge tcch niet ge-geneerd zijn, Toone ; zeg mij ronduit wat dat ik voor u kan doen. — Ehwel Eedja, omdat ge mij dat zoo vrier d.lijk vraagt, zal ik u maar zonder omwegen zeggen waar dat hetpaard gebon-den iiaf. — Liât hooren, Toone, zei Edward, en | schonk zich nog een cognac mark « La puerre sociale », en deed .'n klontje broodsuiker in 1 z'a gl: s. 1 — 1 n De Waarheid schrijven is maar een armoedje, datbrengt weinig of niets op... en : ofschoon ik anders niet slechi ben in 't Maag-denstraa j?, zouik toch met pleziermijn liber-r teit we.der willen hebben en er daar uitmui-r zen, temeer dat ik met zuster Scholastica 'n ; beetj'? herrewerre g'had heb.. 'tIs mij daar i ] zoo beuverleedalskoudepap. D'abord eens i 1 dat ik daar weg ben zal ik meer op î j mijngemak zijn om aan ons, of beter uw , I plan, te arbeiden en te bestudeeren. Zie, als ge mij aan een postje kondet hel-i i pen dat goed betaald wordt en waar dat er t. | niet veel zou voor te werken zijn, dat zou

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De waarheid: socialistisch weekblad behorende tot de categorie Socialistische pers. Uitgegeven in Gent van 1906 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes