De waarheid: socialistisch weekblad

637 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1918, 03 Maart. De waarheid: socialistisch weekblad. Geraadpleegd op 02 oktober 2022, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/td9n29r086/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

11e Jaargang, Nr 9 Frîjs : 10 Gentlemen Zondag 3 Maart 1918 wnran;r-—"rrrri'—n—~r m~i7irr<\'r~rTi~rsri~'*"~1 TmwnirTriiMn'iTiMinrTii*—■ DE WAARHEID Orgaan van dan " Vrijen Socialistenbond —— Aile briefwisseSingen te zeiicieri naar : POL DE' WiTTE, Verspyenstraat, IO, Gent, verantwoordelijke uitgever. - Sevolfien van iiis Wij hebben het reeds nreermaals'gezegd langdurige oorlogen brengen niet alleen poli tieke, maar ook economieke veranderingei mede. 1:1 de oorlogen der rniddeneeuwen — vooral de burgeroorlogen — ontfutseldi Engelandaan Vlaanderen de lakennijverheid die van onze streek toen het rijkste gewes der wereld gemaakt had. Dat was een erge ramp voor onze voorza ten, die zij evenwel na een paar geslachten door hunne werkzaamheid en ondernemings geest gedeeltelijk te boven kwamen, door zich op andere takken van nijverheid en hande toete leggen. Rond het midden der XVIe eeuw was de welvaart weertot een hoog peii geklommen. maar toen kw2men helaas, de troebelen dei Hervormingen deoorlog met Spanje, waarbij Noord en Zuid Nederltnd vaneen gescheurd werden en allé nijverheid en handei in Vlaanderen te niet gingen. Wat al veranderingen wij nu te wachten zijn weten wij nog niet, maar dat er van nu af aan gewerkt wordt om ons weer wat van onzen handel en nijverheden naar elders te doen verhuizen is zeker. Zoo schrijft men aan het Vaderland van den Haag : « Het is nog altijd absoluut onmogelijk zich ook maar een eenigzins duidelijk beeld te vormen van de economische gevolgen, die de oorloij voor Beigie na zich slepen zal. Eenerzijds een steeds groeiende staatsschuld, uifpulting van allen voorraad van grondstof-fen, vernietiging oi opeisching van machtige kapitalen, anderzijds verlies van vrijwel het geheele voordeel der verworven positie van v)or den oo log op de buitenlandsche mark-ten — na vier of vijf jaren stilstand zal, niet-tegenstaande den goeden wil der regeering en den ijver en werklust van vele Belgische vluchtelingen uit handels en nijverheidswereld, zoo goed als ailes wel te herdoen en te herwinnen zijn — gevoegd bij een verinin-dering der geschoolde arbeidskrschten, dit ailes zai Belgie's heropbloei stellig niet ge-makkelijk maken. Het ergste daarbij is, dat men het kwaad langs beide kanten te duchten heeft ; in economische zaken iinmers is de politieke sympathie slechts zeer zelden van groote betee-kenis en het zal dan ook wel niemand yprwnpHp*-pn — >) •'ai jp'?pr—bot StSlliZ ter wille van de beproefde Belgische bevolking ten zeerste betreuren — dat, Engeland, ter wille v n een nog versterkte economische positie na den oorlog, zekere takken van Belgische industrie in hun gebeei ondermijnt. En wel juist die takken van industrie waar de Belgische werklieden de hoogste loonen in verdienden : de Waalsche glasblazerij en de Ar.twerpsche diamantnijverheid. Reeds in 1914, direkt na den slag bij Char-leroi, werden er van Engelsche zijde pogin-gen in 't werk gesteld om de gevluchte glasblazers uit de geteisterde streken van Henegouwen naar Engeland over te halen, om hen aldaar te gebruiken tôt de vestiging van de tôt dan toe in Engeland nog geheel vreemde glasindustrie. Engeland en zijn kolonien waren vroeger de belangrijkstegebruikers van die Belgische fabrikaten, — de waarde van den jaarlijkschen uitvoer naar Engeland was zoo wat 7 mil-joen fr. Erstonden dus daar groote belangen op het sp:l e î voor Beigie is het in zekeren zineen geluk, dat, ten gevoIg.î van denheer-schenden crisistoestand in Engeland de vestiging van nieUwe industrien aldaar tcch ook niet van een leien dakje loopt. Wat er van de ontworpen glasfabrieken terecht ge-komen is, weten wij niet; in afwachting is men nu echter op een ander domein den Belgischen arbeid gaan bedreigen, te gelijk met de Nederlandsche volksvlijt: men wil naast de Londensche markt van ruwen diamant ook het bedrijf van het diamantslijpen in het land vestigen. De lezers van dit blad zijn zeker wel vol-doende op de hoogte van die zaak,opdat wij hier de verklaring van Minister Barnes, enz, niet meer behoeven aan te halen ; men weet ook hoe de leider der Amsterdamsche dia-mantslijpers er op gewezen heeft, dat er in de diamantmijnen op Bornéo toch steeds een oorzaak van betrekkelijke veiligheid voor de Amsterdamsche nijverheid is. Detizelfden betrekkelijken waarborg kar Antwerpen vinden in de diamantmijnen dei Kassaï in Kongo. Is die waarborg echter we voldoende gevrijwaard? Er is inderdaad reder tôt ongerustheid op dit immers in de groots werkhuizen van den heer Oppenheimer, waa Engelsche diannntslijpers worden aange kweekt, is het juist diamant uit Kassaï di< verwerkt wordt. De heer Frans Van Cauwelaert richt in he laatstenummer van Vrij Beigie daaromtren dan ook een waarschuwend woord tôt di regeering : « Een bijzonder woord weze in verbani hiermede nog gewijd aan onze diamantmij nen in Congo. Zoo de heer Henri Polak he in zijn reeds vermelde artikelenreeks als eei element van vertrouwen voor de Nederland sche diamantnijverheid heeft kunnen beschou wen, dat een zekere hoeveelheid diamant i gevonden in den Nederlandschen Oost, dai hebben wij zelf voorzekereen ernstige nood hulp aan onzen Congoleeschen diamant. D voortbrensst, w Ikein het K sshï Jistrikt no| slechts 15,000 karaat groot was in 1913, isi: 1916 gestegen tôt 54,000 karaat en in 191 tôt 85,000 karaat ! Dat vertegenwoordig ) natuurlijk voor een markt aïs Antwerpen > slechts een zeer ondergescbikte hoeveelheid, maar de spoedige klimming der productieen : de bijna nog onontgonnen toestand van ons " Congcgebied laten ruime vooruitzichten toe. 1 Onze regeering mag het als eene eerezaak j beschouwén, dat de diamant van Congo nu " j alleen in Beigie worde geslepen, zoolsnghet ; niet zal bewezen zijn, dat alleen de Duitsche Imoedwil zulks onmogelijk maakt. Maar van meer gewicht nog voor de toe-komst is de vraag of onze minister van kolonien zich de noodige vrijheden heeft voorbe-houden, om desnoods tegenover de politiek van minister Barnes, aangaande de eenzijdige verwerking in Engeland van den diamant afkomstig uit het Britsche rijk, een evenwij-dige Belgische staathuishoudkunde te stellen. Wij zuilendezekwestie, waarvan het gewicht niet kan worden onderschat, ten gronde onderzoeken en onze lezers op de hoogte houden van onze bevindingen. Voor aanvul-lende mededeelingen omirent dediamantzaak houden wij ons intusschen zeer aanbevolen. » Mi Pensloenen en nog ml Twintig jaren geleden,— nahet uitbreken van den oorlog in Vooruit — kondigde men met veef bombast de stichting van een Pen-sioenfonds aan. De leden gingen na twintig jaar lidmaat-schap gratis een pensioen genieten. Volksoptochten werden ingericht en de twee portretten van gezellen Van Beveren en Anseele werden in den stoet gedragen, en de twee gezellen stapten in dien optocht achter hun portret om wel te laten zien dat deze zeer gelijkend waren. Menigmaal werden hunne gepensioeneerde oudjes gedwongen in de stoeten te gaan om propaganda voor hunne cooperatie en hun pensioenfonds te maken. Qeene gelegenheid lieten zij voorbijgaan om op hunne gewone kwakzalversmanier met deze stichting lawaai te maken en dat te doen doorgaan aïs een der sterkste en meest doeltreffende maatregelen in het belang der oude afgesloofde werkers genomen. De opschroeversmanie van die « brood-socialislen » was door de socialisten van jaren wel gekend en die wisten zeer goed dat dit enkel dienst moest doen om de grove mis-stappen en fouten welke zij tegen hunne eigene werklieden bedreven hadden, uit den weg te ruimen of het allerminst te doen ver-zachten.Dat is hun echter niet gelukt. Het pensioenfonds — dat menigmaal veranderingen heeft ondergaan — heeft zooveel ontevredenheid met zich gebracht, dat de klachten algemeen werden en dat het leden-tal niet vermeerderde, gelijk de inrichters het zich hadden voorgesteld. Gedurende de twintig jaren van zijn be-staan hoorde men niet dan allerhande klachten. Men was gedwongen het pensioen te verminderen. Allerhande koopwaren mochten niet meer mede teilen om tôt de som te komen die men jaarlijks moest aankoopen, kortom men maakte het den leden zoo lastig in de aankoopen om het getal leden dat recht op pensioen had te verminderen. Het was dus dikwijls in hunne algemeene vergadering een geharrewar, die menigmaal tôt ruzie oversloeg, en vele leden zich om dat pensioen niet meerbekommerden. 't Ontstaan van dezen vreeselijken oorlog is hun ter hulp gekomen om aan dat ailes een einde te brengen. Het pensioen werd veel verminderd, zoo-danig dat hetop « aalmoesgeverij » kwam te staan en de leden er den-brui aan gaven, want in eene vergadering riep eens een lid tôt het bestuur : « 't is hier gelijk in de Arme K'imer. » Wij hebben destijds gewaarschuwd tegen zulk pei sioenstelsel. Talrijk zijn de klachten en grieven door ors geopenbaard, en wij hebben altijd de werklieden in bescherming genomen die er door bedot waren. Onze waarschuwingen hebben er veel toe bijgedragen om de werklieden hun recht te doen verdedigen en hebben zij Anseele en consoorten in hunne kleine schoentjes ge-duwen.Gelijk wij hierboven zegden heeft de oorlog hun geholpen in deze kwestie en hebben zij nu er een andere omdraai aangegeven om uit hunne klodden te geraken. Zij hebben beslist het pensioenfonds te herzien, maar zonder de leden te raadplegen. Men zal dat zeker wel doen als geheel de kwestie « geschoteld en gelepeld » is. Wij gaan nu eens de « herzieners » van het ; règlement zelf aan 't woord laten om onze lezers te laten oordeelen, want er komen be-[ schuldigipgen in voor tegenover hunne leden ; en ook bekentenissen van onbekwaamheid. Om dat ailes te verbloemen of te niet te doen, spreken zij nu van het stichten van nog [ andere fondsen, zooals : Invaliedenfondsen : en levensverzekeritigen, doch omdat te stichten gaan zij groote veranderingen aan het ' pensioenfonds brengen en juist daarop roe-■ pcn wij de aandacht onzer lezers. t Hier nu de beweegredenen : < Vooruit's eerste Pensioen Règlement had enkeli gebreken en liet, hier en daar, onrechtvaardigheden toe De gebreken waren deze : dat brood en kolen nie, 5 medetelden voor hetpensinen ; dat de jongeleden vo^i ^ het pensioen hunner ouders kochten, daarna begonner te koopen voor het hunne en, als hun vader gepen sioeneerd werd, deze dan kocht voor het pensioen var l zijnen zoon, zoodanig dat de aankoopen van ééne fami r lie voor twee pensioenen dienden ; verder nog dat he ^ voldoende was één artikel • rege'malig te koopen on _ zijn vol pensioen te genieten. ' Dit was gewerktbuiten den geest van het Oud Réglé t ment en nadeelig voor dç Maatschappij. De onrechtvaardigheden van het oud pensioenstel-sel waren : dat het pensioen gelijk was voor aile aankoopen op welken ouderdom zij gedaan werden. Dit bestaat voorgeen enkel pensioenfonds. Wie stort voor zijn pensioen zal voor hetzelfde pensioen meer betalen om het te ontvangen op 55 dan op 60 of 65 jaar. Daâr.bij gezonde, kloeke leden hebben pensioen op 60 jaar als zij nog tameltik kunnen werken, en invalie-den leden, afg werkt en afgebeuld vôôr hun 60 jaar, kunnen geen o^ derstand genieten. Van deze laatste redeneering uitgaande werd de stichting van een Invaliedenfonds voor de Leden der Maatschappij als nocdzakelijk aanzien. V/ij zullen daar verder op terugkeeren, en nu het Nieuw-Pensioen Règlement uitleggen. Door zijn Nieuw Pensioen Règlement geeft Vooruit dus enkel pensioen cp 65 jaar, in plaats van op 60 jaar. Vooruit was overigens verplicht hél pensioen op 65 jaar te brengen. Ten eerste, door de groote kosten die het huidig pensioen op 60 jaar medebrengt en die het nieuw pensioen, zelfs op 65 jaar zal medebrengen. Ten tweede, om den Invalleden-Onderstand en de Levensverzekering te kunnen inrichten, die er brood-noodig zijn en omtrent opwegen tegen de besparin-gen, die Vooruit doet door de wijzigingen aan zijn Pensioenfonds. » Men ziet daaraan dat ailes wat ze met zoo veel bombast aangekondigd hadden er ver van af is voorbeeldig te zijn en hoe er de werklieden het ergst aan gefopt waren. (Wordt vervolgd). Publleke Fondsen, Aug. Var.den Bogaert, vris-selagent, Botermarkt, 10, Gent, open van 9-12 »n 2-6. VAN ALLES WAT —0— Onvoiledigheid. — De Henegouwsche briefwisselaar van Vooruit, met name « Karel » liet in zijnen brief van 29 Januari 1.1. het volgende dubbelzinnig berichtje verschijnen : « Een belangrljker werk is datgene waarover wij reeds spraken : het stichten eener uitgebreide coope-ratieve tôt het verschaîfen van voedingswaren aan de bevolking der geheele provincie. Die cooperatieve zou met een kapitaal werken van 5 millioen; de overal gestichte « Ligues de défense d'intérêts publics > zijn er de voornaamste aandeel-hebbers van. De cooperatieve zou aan de inwoners leveren ailes wat zij behoeven : koffij, suikerij, spek, smout, zeep, lekkerkoek, konfituur, borstels, bonneterie, schoenen, kleederen, enz. Ailes zouverkocht worden met 2 f/o winst, juist genoeg om de algemeene kosten (die tôt het kkinste minimum worden gebracht) te dekken. > Het ware nog veel belangrijker van te v/eten : lo. Wie precles die 5 millioen frank zullen storten, bijzonderen of provincie- en gemeentebesturen? 2°. Waar die samenwerkende vennootschap ailes wat de inwoners behoeven zal van daan halen? 3o. Wie die tooveraais zijn die dat meesterstuk zullen uitvoeren ? 4°..Of die * 2 o/0 winst > berekend zijn per jaar of per verkoop ? Deze laatste -vr^ag r?! heeft ha?r i^lar-g, d""kt ons. 5°. Wij zouden, ten slotte, volgaarne de namen mededeelen der < volksredders > die gemakkelijk hunne gelden zouden kunnen pîaatsen aan 3 °/o in b.v. stadslôtjes en daaibij nog de kans oploopen van een groote premie van 25,000, 50,000 of 100,000 frank enz. te trekken zonder iets anders te moeten verrichten als éénmaal 's jaars hunne koepontjes af te knippen, — en die nogthans verkiezen... uit loutere liefde... tôt hunne medeburgers al de beslommeringen en risicos van eene handelsonderneming met een kapitaal van 5 millioen aan 2 o/0 op hunne schouders te laden 1 ! 1 Zulke heldhaftige werkers dienen gekend, geprezen en tôt vooibeeld der jeugd gesteld te worden. Het woord is aan <Karel»! Het afschaffen der geheime diplomatie is een voor-naam punt van het programma van al degenen die streven naar het « tôt stand brengen en verwezenlijken van eenen duurzamen vrede». Hoe het met de verwezenlijking of zelfs maar de be-nadering van het ideaal dier brave lieden gesteld is, werd nog dezer dagen belicht door de twee volgende nieuwtjes welke wij in de bladen lazen : Eenerzijds, meldde de Nieuwe Gentsche Courant: Reuter meldt uit Londen.: De socialisten der Entente landen hebben den 21 Februari, hunne partij-conferentie geopend. De be-sprekingen zullen met gesloten deuren plaats hebben.» Anderzinds knippen wij uit het verslag over « De bespreking derTroonrede van koning Joiis van Engeland », den 16 Februari 1.1. in Vooruit verschenen, het volgende brokstuk van het antwoord van den huidigen eersten minister Lloyd George aan den vroegeren eersten minister Asquith, welke vroeg om den Engel-schen Kamerleden, eenige inlichtingen tegeven nopens wat er in de jongste onderhandelingen der Entente-verdedigers, in Versailles, besproken of besloten was: « Mijn vereerde vriend Asquith heeft mij eenige vragen omtrent de werkingen der Versailleesche con-ferencie van den algememen Krijgsraad voorgelegd en hij schijnt te gelooven dat het mogelijk is daarop een antwoord te geven zonder dat men de genomen besluiten en de verdere inzichten van dit leidend lichaatn onzer aanstaande oorlogsoperaries zou ver-klikken. Langs den anderen kant heeft het hoege-riaamd geen zin halve inlichtingen omtrent dat ailes te geven, zoodat ik wensch dat hij ook zal willen inzien dat het tôt de onmogelijkheden behoort voiledige inlichtingen te geven aan de leden van het Lagerhuis zonder dat deze ook aan de ooren van den algemee-nen vijand komen die aldus al onze plannen en maat-regels zou kennen en daar zijn voordeel mee zou doen. » Wat zullen de Hefhebbers van eeuwigdurenden vrede en afgeschafte geheimhouding der diplomatie antwoorden ? De tien zakjes kolen. — Op onze vraag voor wie de ! tien zakken kolen waren die wij op een wagen van het j Voedingskomiteit aan de Morgenbode gezien hebben, antwoord onze confrater : « Ons antwoord luidt duidelijk. Onze gebuur heeft deze kolen ontvangen. Met welk recht, weten wij niet ; of hij bevriend is met het Comiteit, heeft hij ons niet gezegd. Naar wij vernemen was het de knecht die bij den wagen stond. Een ding staat vast : met het Comiteit hebben WIJ niets te zien, buiten als het geldt de heilige belangen van de algemeenheid te verdedigen, ; en De Morgenbode is niet te koopen; hij staat op vaste voet<.n, en zelfs voor een gansche kolenmijn — l&at staan lien zakjes — zouden hij, noch zijne opstel-lers hun vrijheid willen verbeuren. Dit weet eveneens onze vrij socialistische confrater, waarvan wij vast stellen dat hij, door de welwillende opname van onze artikéîen over klachten en grieven en door de uitbreiding die hij er gewetensvol ineei dan eens aan geeft, in zake algemeene volksbelangen aan onze zijde staat, waarvoor wij hem dan ook bedan-ken. Wij bevelen ons verder in zijnt gunst aan. » Van die aanbeveii. g'gebruik makende zou het ons veel genoegen doen indien Morgenbode van dien gebuur kon te weten komen hoe men het moetaan boord leggen om eveneens met tien zak n kolen te kunner begunstigd worden. Wij denken er onze lezers een groot plezier mede te doen. Eene zware taak. — Wat het sluiten van een vredes verdrag, heden, voor de volkeren te beteekenen heeft ! en wat kalin overleg en koelbloedige overweging het • vergt, bewijzen de volgende woorden getrokken uit î de redevoering van graaf Gzern^n, den eersten minister van Oostenrijk : « Anders staat de zaak met Oekrenië, want Oekrenië heeft voorraden aan levensmiddels die zij zal exporteeren zoodra wij 't akkoord zijn. De voedingskwestie is heden een wereldgang, overal bij onze vijanden, maar ook in de Neutrale staten speelt zij de eerste roi. Ik wil de vredessluiting met j die Rnssische rijken onderteekenen welke eene export-hoeveelheid aan levensmiddelen bezitten, om onze bevolking te he'pen. Mijn plicht is ailes "te pogen, om de noodlijdende bevolking de ontberingen die zij dra-gen moeten te verlichten, en daarom zal ik niet uit eenige hysterische nerveusheid, om den vrede een paar dagen of een paar weken vroeger te brengen, aan dit voordeel voor onze bevolking verzaken. Zulke vrede hefft tijd noodig. In een nacht laat zich dat niet doen, want er moet • bij 't sluiten van een vrede vastgesteld worden, wat en hoe de Oekraansche buur leveren zal, daarom wijl Oekranie harerzijds niet na maar bij 't sluiten van den ! vrede de zaak wenscht te sluiten. Ik heb u reeds gezegd, dat de onopgehelderde ver-' houdingen in dit nieuw ontstane rijk eene groote moei-lijkheid en eene natuurlijke vertraging der onderhandelingen meebrengen. Zoo gif mij in den rug valt, als gij mij dwingt hais over kop te sluiten, zullen wij geen cconomlsch voordeel hebben, en dan moet ook onze bevolking aan het voordeel dat zij bij 't sluiten van den vrede kan hebben, verzaken. Als een dokter eene moeilijke operatie moet doen, en achter hem staan lieden met het uurwerk in de hand en dwingen hem de operatie in enkele minuten te doen, zal wel-licht de operatie met een tijdsrekord sluiten, maar de zieke zal nadien voor de wijze der uitvoering be-danhen. „ Dat kan ailes waar zijn voor Oostenrijksche en andere ministers, maar voor onze kleppers van «Vooruit» die in staat zijn «om de wereld te bestu-ren » ware dit maar een gapen en een gieten! Sigaren « Monarca », Ed. De Loore, Gent, Fuchsiastraat, 104, (Rijhovelaan). Brief van Pe Maerfelaere Heer Opsteller, 0! oorsprong der " Rootie Garde „ Men kan nu geen dagblad ter hand nemen of, het bijzonderste nieuws er in vermeld, betreft de Roode Garden. De nadenkende lezer vraagt zich af : wat zijn dat nu, soldaten, bandietenbenden, of wat î Iets schijnt voor de meesten vast te staan, namelijk dat dit korps — of korpsen — een geheel nieuwe Russische uitvinding.is. Daarin bedriegt men zich deerlijk; de Roode Garde is een speciaal Gentsche schep-piug. net als het WerkFoozenfdncts, de poii-tichonden, de verstopte riolen, enz. En ter wille de? waarheid en den roem oijzer stad, acht ik het mijn plicht hier te vertellen hoe de Russen aan hunne Roode Garde gekomen zijn. Het is zoo wat vijf, zes maanden geleden, dat een vreemdeling zich in Vooruit aanbod met het verzoek onzen Hetman te spreken, en meteengaf hij-zijn kaartje, waaropstond: Zwanoffolskeroffski Maximalist, Bolschewikist Het was dus een Rus, een Kozak, gezien hij van een Hetman sprak. Ik bracht de boodschap aan onzen Hetman over, die juist begonnen was aan het schil-len van een appel — zijn geliefkoosde vrucht, zooals men weet — en dus geen tijd had. « Sta gij hem maar te woord, Maeitelaere, zegde hij. » Na dat ik de Rus uitgelegd had dat hij van mij al kon te weten komen wat er bij ons te weten was, begon hij in dezer voege : — Wij hebben in Rusland een nieuwe regeering, de bourgeois zijn over boord ge-slagen en in hunne plaats zijn de maxima-listen, alias bolschewiki aan het hoofd. — Pardon, wat beduiden die namen? — Maximalisten, van maxim, het hoogste, beduidt dat v/ij het hoogst mogelijk geluk aan het volk zullen geven, en « bolschewiki » wil zooveel zeggen als: « Nieuw recept vocr de volksredding. » Ge zult nu misschien ook wel weten dat het volk geheel dikwijls niet gelukkig wil worden en er toe moet gedwongen worden. Daar zijn wij ook vast toebesloten. De regeering heeft mij daarom uitgezonden om de regeeringstoestanden elders te gaan bestu-deeren. Gaat, zegde men mij, vooral naar Vooruit te Gent, waar naar men zegt een stevige regeering moet bestaan, die door niets omver te werpen is. — Men heeft u de waarheid gezegd, mijn-heer, en het doet mij genoegen dat de faam, de roem onzer instelling reeds zoover ver-breid heeft. Geen vorst zit vaster op zijn troon dan onze Hetman, en nergens zijn de onderdanen geduldiger en gewilliger. Als ge uwe regeering op onzen leest wilt schoenen, ben ik bereid u aile noodige inlichtingen te geven. — Hartelijk dank, mijnheer. Gelief mij dan de volgende vragen te beantwoorden : 1* Uit hoeveel zielen bestaat uw Rijk ? — Vrouwen en kinderen medegerekend, uit ongeveer 30,000. — 2° Zijn alleri vrijwilligtoegetreden ? — Niet allen. Zooals ge gezegd hebt moet men soms het volk dwingen gelukkig te willen worden. — 3° Welke dwangmiddelen hebt u ge-bruikt?— Als dwang hadden we de werkstakin-gen, diè bij ons dienst deden aïs klnpjachten voor het wild. In tijd van werkstaking kon men door onze syndikaten onderstand ontvangen, en daar ae werklieden van om h'et even welk vak nooit geen week zeker waren dat de volgende week of maand geen bevel tôt werkstaken zou komen, moesten zij zich tegen een dergelijke ramp verzekeren door lid te worden van hun syndikaat. Eens daar-van lid, werden zij spoedig klant van onze bakkerij en meteen van al onze handelsartike-Ien, waaruith't budget gevormd wordt voor de regeering. Er zijn er ook die vrijwillig komen ; in 't begin hadden wij zelfs geen anderen, en die werden en worden nog uit-sluitend aangelokt door beloften op de toe-komst.Maar met beloften alleen hadden we nooit het groot en stevig Rijk kunnen stichten waarin wij nu heerschen. — Wat ge mij hier verhaalt is grootsch en wondervol. Maar zijn allen altijd bereid om op commando in werkstaking te gaan? — Zeer zeker, want anders worden zij uit-gescholden voor onderkruipers, loonbeder-vers en verraders... Zulke verwijten vreezen de eenvoudige zielen nog meer dan slagen. — Verbazend knapl 4° Hebben de onderdanen ook rechten? — Zeker : Betalen en zwijgen I —- 5° Zijn ze daarmede tevreden ? — Zij moeten wel. Overigens, met de onte-vredenen weten wij raad, daarvoor hebben wij de Roode Garde. — 6°Wat is dat? — Dat is ons Ieger ordehandhavers. Het is samengesteld uit onze werklieden en bedien-den, en uit degenen die belust zijn op een baantje. De hoogere bedienden, die een veel hoogersalaris trekken dan degrootsten hoop, zijn wat de officieren en onder-officieren in de ouderwetsche legers zijn. Zij voeren het commando en houden de ondergeschikten in toom. Op de algemeene vergaderingen die we nu en dan moeten houden, omdat wij een demokratischen staat zijn, zorgt onze Roode Garde voor het handhaven der orde; zij maakt kort spel met oproerlingen. — 7° Er zijn dan toch ook soms opstan-delingen ? — Nu Goddank, niet meer, maar vroeger waren er dikwijls veel. Met behulp der Roode Garde evenwel hebben wij aile révolutionnaire pogingen weten te smachten. — 8° Zijn die Roode Garden gewapend ? — Zij hebben het wapen dat hier noodig is, een goede keel, om te roepen : buiten! buiten I buiten I dat zij met zulk vervaarlijk gehuil uitbrullen dat de stoutsten gauw de moed in de schoenen zinkt. Zoo hebben wij ons rijk op vaste gronden weten te vestigen. — Verbazing en bewondering arupj, mij langs om meer aan. Het mij gîleë zoo vernuftig en praktisch':voor. . S 9° Maar hebt ge geen pirkmeht? "' — Neen, enkel ec^i ministerie, 'samengesteld uit zeven ministers... Vroeger hadden wij ook een soort parlement, bestaande uit de kaartjesdragers, die des Zondags de broodkaartjes voor de week aan de klanten gingen bestellen, en op wiens rug de mis-slagen geschoven werden, maar nu is dat niet meer noodig. Zij werden door het ministerie aangesteld. — 10° Wie stelt die ministers aan ? — Zij zelf. — 11° Dus geen algemeen stemrecht? — In naam wel, in feite eigenlijk niet. Elk jaar mogen zoogezegdde klanten één minister kiezen, maar de kiezing wordt zôô ge-schikt dat zij geen andere kunnen kiezen dan die het ministerie zelf wil. — 12° Het zelfde ministerie blijft dus altijd in funktie ? — Ja, alleen door afsterven van een lid komt er een plaats open. — 13° De regeering is dus oppermachtig en zit vast in het zadel ? — Geheel oppermachtig. Zij beschiktnaar welgevallen over al de inkomsten en uitgaven des rijks, en dank aan onze Roode Garden is eene verandering van stelsel bij ons onmogelijk.— Dank, mijnheer, duizendmaal dank voor uwe inlichtingen. Uw regeeringsstelsel is het beste wat ik tôt biertoe ontdekt heb. Ik ver-trek onverwijld weer naar Rusland om aan mijne vrienden verslag te doen over mijne zending. Ik twijfel geen oogenblik of onze wakkere voormannen Lenin en Trotski zullen uw,stelsel bij ons invoeren, vooral de inrichting van een Roode Garde schijnt mij onmisbaar voor een goed bestuur. Daarmede is de Rus vertrokken en heeft Vooruit weer eens te meer als model ge-diendaan de nieuwe wereldhervormers. Eere aan ons. E. DE MAERTELAERE. DITJES EN DATJES Boer Kobus kwam bij een oogendokter en vroeg om hem een bril te bezorgen. De dokter moest onderzoeken wat soort bril hij noodig had, daarom hield hij hem letters van verschillende grootte op bepaalden afstand voor de oogen ; doch niet te doen, Kobus kon ze niet lezen. Hij hield hem alsdan geheele groote letters voor, en toen de boer zegde ze niet te kunnen lezen riep deoogarts wanhopig: — Maar man, kuntgij dan wel lezen? — Neen, M. de dokter, zei de boer, want juist daarom wil ik een bril hebben 1 OverdsnkinQen. — Mijn vader staat niet toe dat ik 'n mcoi meisje zonder geld trouw. — Mijn schoonheidsgevoel staat mij niet toe een ieelijk meisje met geld tetrouwen. — Een mooi meisje met geld kan ik niet krijgen. — Een ieelijk meisje zonder geld wil ik niet. Maar voor den drommel — met wie ter wereld troet ik dan toch trouwen? Ondervirding houdt eene school waar de lessen schromelijk dutir kosten ; maar 't is de eenige school v/aar de dwazen zich kunnen onderwijzen, zei Pier Grijpaard. Çen kruidenier die gaarne met zijn fransch blufte,

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De waarheid: socialistisch weekblad behorende tot de categorie Socialistische pers. Uitgegeven in Gent van 1906 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes