Gazet van Brussel: nieuwsblad voor het Vlaamsche volk

280 0
08 januari 1915
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1915, 08 Januari. Gazet van Brussel: nieuwsblad voor het Vlaamsche volk. Geraadpleegd op 23 oktober 2019, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/4t6f18t51h/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

2e Jaargang — Nr 6. Prijs : & centiem voor heefhet land en IO eentiem voor het Buitenland Vriidag 8 Januari 1915 GAZET VAN BRUSSEL DAGBLAD VOOR HET VLAAMSCHE LAND Voor Volk, Ktarai eu Taul. Oindat Ik Vlamlog ben VAN Etci. Hwidschriften worden niet terug gesondtn BEHEER EN REDAKTIE : 12, Zwarte Lieve Vrouwstraat 12 AAJÏKONMGINGEN : PlaatessQVf agen : 5 oettiemei p«r h«lven recel ; Andere aankondicriacen : 10 centiemen : PubliateW: 30 centiemca. J4oe men Hldeps otfep den Tosstand denkt De openbare meening in Spanjo ci Andere landen, andere zeden », zegt een aloud spreekwoord. Men zou het voor de gelegenheid met reden kunnen omvormen bot : « andere landen, andere denkwijzen ». Inderdaad, geen twee volken over de gansche wereld zien den huidigen wereldbrand in hetzelfde licht. Hier is genegenheid voor een bepaalde groep der oorlog-voerenden en elders bestaat, zonder opvallende oor-zaak. tegenzin voor dezelfde groep. Niet overal echter is het volk eensgezind in zijn sympathieën. In de Veree-nigde Staten, hij voorb., zijn de gemoederen verdeéld. In Brazilië houdt de groote meerderheid het met de Franschen. Doch, in Chili, Ecuador, enz., wordt eene warme genegenheid voor Duitschiand en Oostenrijk on-omwonden uitgesproken. Een dergelijken toestand vindt men 00k in Europa, waar Portugal zich aan de zijde van Engeland schaart, ofschoon niet zonder talmen. De Skandinaafsche landen , (Zwe.len, Noorwegen.-en ftenemarken) hebben iiet inte-gendeel TOOr'hun O.grmaansohe broeders. Hier faatf zich de openbare meening gemakkelijk verklaren, want niet alleen wordt zij geleid door bloedverwantschap, maar 00k uit vrees voor den Russischen ijsbeer. Die volken weten immers maar al te goed dat de Rus steeds het onmogelijke zal doen om zeehavens te kunnen bemaoh-tigen, die in den winter niet toevriezen. De Czaren be-loeren daarom reeds meer dan honderd jaar Konstan-tiinopel, doch hier vonden zij steeds den weg afgesperd door Engeland. In de zeeën van het Verre Oosten werd de kans vôôr tien jaar ook eens beproefd tegen de Japanners, men weet met welk gevolg. Mochten de Rus-sen ditmaal overwinnen, dan was het lot der Skandinaafsche landen bezegeld, en die hoogbesohaafde volken, die stamverwanten der Vlamingen zijn, zou de Regeering van Sint-Petersburg met dezelfde hardhan-digheid behandelen, als ze doet met de Finnen. Om het overzicht te volledigen, geven wij hiierna de vertaling van een artikel, dat onlangs versohenen is in de Tribuna van Madrid, van de hand van den heer S. Canovas Cervantes, die de eigenaardigheid van de openbare meening> der Spanjaarden weerspiegelt : Bij de geestdriftige genegenheid, die een groot deel der Spaansohe openbare meening voor Duitschiand ge-voelt, is men tôt de verkeerde opvatting gekomen, alsof deze neiging voor Duitschiand eenen diepen haat tegen onze geburen, de Franschen, verbergt. Zoo is het niet : Spanje wijst eenstemmig ieder samenwerken met Frankrijk, dat met dezen oorlog in betrekking staat, terug, want, ons volk, dat steeds eene voorname gezind-heid en zelfverloochening heeft geoefend, heeft ook een fijnen neu-s voor het gevaar : het weet en gevoelt, dat wij niets te winnen hebben, e vénal s Frankrijk niets winnen zal in dezen bloedigen strijd, in denwelken het zijne toekomst en zijn eigen vrije besohikking op het spel zet. Het is mogelijk, dat men in geen land ter wereld buiten Spanje zoo hartstochtelijk dezen oorlog gadeslaat en doorgrondt, den oorlog die een schandvlek in de geschiedenis der volkeren uitmaakt, die de veroor-zakers van dit wereldonheil zijn. Lang geleden sprak een Engelscfi nieuwshlad van de vrije vorming van een Hoogste Gerechtshof der Bescha-ving, tôt hetwelk de onzijdige volkeren moesten te za-men komen, om uit te maken, aan wie de verantwoor-delijkheid voor dezen krijg moest ten laste gelegd worden. Het denkbeeld, dat bovenmate schoon is, zal, wij zijn er zeker van, in Engeland niet met warmte ont-haald worden, want Engeland zou zich daarmede zelf het wapen smeden, dat hem de diepste wonde zou slaan. De Spanjaarden hebben ditmaal gelukkig klaar gezien. Daarom heeft zich een groote meerderheid van hen beslist op de zijde van Duitschiand geplaatst; andere zijn overtuigde partijgangers van Frankrijk en zien met bitterheid, hoe door de onafwendbare macht der omstandigheden het arme Frankrijk verwoest en ver-nield wordt, hoe zijne steden te gronde worden gericht door de millioenen krijgslieden van aile rassen, die elkaar op Frankrijks bodem bekampen. Spanje is ver-deeld in Franschmans-vrienden en Duitschers-vrienden, maar niemand geeft zich uit als vriend der Britten. Dit is een feit, dat de opmerking waard is. Het ligt mis-ichien daaraan, dat de Spanjaarden zioh onwillek«nrig afwenden van de waarlijk schuldigen, en dat wij ons met onze sympathiën tôt de beide slachtoffers toekee-ren, want zij zijn het werkelijk beiden in hoogen graad, Duitschiand zoowel als Frankrijk. Derhalve hebben wij er in de Tribuna herhaaldelijk op gewezen, dat de verantwoordelijkheid der Fransche politiekers verbazend groot is, omdat zij het vuur der revanche-gedachten aangeblazen hebben, hetgeen aan een jagen naar populariteit is te wij ten. De politiekers der Republiek hebben de Republiek uitgebuit, en de uitbuiting van Frankrijk is de leiddraad hunner poli-tiek gedurende de laatste veertig jaren geweest. De uitbuiting van Frankrijk door zijne Staatsleiders heeft ten slotte ook het uitbreken van den tegenwoordige.n oorlog teweeggebracht. Duitschiand kan als akfcief voor den aangenomen Hoogsten Rechterstoel der Beschaving zijne volhardende bemoeiïngen om de vriendsohap der Franschen te bekomen, innoepen. Voor niemand is het een geheim, dat zelfs de keizer geneigd was, Parijs offi-cieel te bezoeken, om Frankrijk te kennen te geven, dat Duitschiand geenen haat tegen de Franschen had, dat het vee.leer wenschte, met zijnen ouden mededinger in vrede en vriendschap te leven. De groep Delcassé verzette zich hardnekkig tegen dit verzoeningsplan; zij eischte iets onmogelijks : de teruggave van Elzas en Lotharingen. Duitschiand kon dat. niet toestaan, daar de beide provinciën in vroegere tijden door Frankrijk aan Duitschiand ontrukt wara geworden <ljf laatste de inlijving ervan bij het Duitsche Rijk voor een plicht hield, dien het vervullen moest. Duitschiand wou vroeger niet en wil nog niet Elzas en Lotharingen aan Frankrijk teruggeven, het heeft echter evenweinig moei-lijkheden gemaakt, wanneer Frankrijk zioh in de ge-heele wereld uitbreidde, doordat het zijn koloniaal bezit aanmerkelijk uitzette en kortelings nog met Marokko aanvulde. Terwijl aile groote naties in de laatste jaren een aanzienlijk koloniaal bezit in aile werelddeelen ver-worven hebben, heeft Duitschiand overal zwarigheden ontmoet in zijn streven naar uitbreiding over zee. Het heeft, men moet het gerechtigheidshalve toegeven, niet-temin aan de andere naties geene moeilijkheden in den weg gelegd. Wanneer wij met ernstige verstandelijke redenen willen werken, dan heeft Duitschiand hetzelfde recht op Marokko als Frankrijk. Buiten Spanje zijn aile rechten der overige naties van ingebeelden aard, spitsvondige argumenten der diplomatie; niettegen-staande heeft Duitschiand in Marokko aan Frankrijk de hand vrij gelaten. Wanneer het eenige moeilijkheden heeft opgeworpen, dan is dat gebeurd in rechtmatige vei'dediging zijner belangen ,daar het sohikkingen trof, die waarborgen gaven, hetgeen in andere koloniale gebieden verwaarloosd was. Is het in ernst mogelijk Duitschiand aan te klagen als de oorzaak van dezen bloedigen krijg op de velden van Europa ? Neen. Het Duitsche Rijk heeft zich door den nijd van Engeland in zijn eigen grenzen ingeperst gezien, zonder de kràcht van zijn ras en de gewelddge rijkdommen zijner nijverheid te kunnen ontwikkelen. Duitschiand heeft bij het aanwerven van zijne kolondes niet de roof-manieren van andere naties gevolgd, om zich vreemde gebieden toe te eigenen. Ook België heeft in de koloniale geschiedenis der volkeren bloedige sporen door zijne gruwelen in den Kongostaat nagelaten (1). Enge.-land heeft aan Duitschiand overal zijn « neen » toege-slingerd en hem steeds moeilijkheden in zijne beschei-den koloniale geschiedenis in den weg gelegd. De poli-tiek van het Britsche Rijk heeft gedurende de laatste jaren geen andere taak gekend, dan zich halsstarig tëgen Duitschlands ontwikkeling te verzetten en het algeheel verval van het Duitsche volk voor te bereiden, als van den geduchtsten en gevaarlijksten vijand met denwelken Engeland in zijne lange geschiedenis te reke-nen had. De politiek van Eduard VII had geen ander einddoel. Deze verreziende en grondige kenner der Fransche volksziel, benutte dezer romantische neigingen en boeide het lot van Frankrijk aan de plannen van Engeland. Tôt dit doel behoefde het alleen de behen-dige prikkeling der hartstochten der Fransche politiekers en het « chauvinisme » van eene omkoopbare er lichtvaardige' drukpers, die zich van haren kant het idealisme van een volk ten nutte maakte, dat door eem onvruchtbare senttmentaliteit het ineenstoriten van Napoléon III zocht te verbergen. De Franschen hebben, jammer genoeg, de feiten ver-ward. Hun overspande vaderlandsliefde verleidde zf er toe, te miskennen, dat het bij de.nederlagen van hur (1) Men ziet dat de sporen van den Engelsohen veld tocht tegen ons bestuur in Kongo, in het buitenland no{ st«eds Uvendig zijn, (N, d. Red.) vaderland alleen kwestie was van het ineenstorten van een regime. In den oorlog van 1870 tegen Duitschiand werd niet Frankrijk gedeemoedigd, maar de monarchie van Napoléon 111, die aan hare onbekwaamhedd te gronde ging. Wanneer de politiekers en de pers van Frankrijk hierop den nadruk hadden gelegd, zou Engeland er niet in geslaagd zijn den eeuwenouden haat van Frankrijk tegen Engeland in genegenheid te veran-deren. En wij zouden thans de Republiek niet in gevaar zien op de slagvelden, waar een barbaarsche en weer-zinwekkende .strijd wordt gevoerd, een strijd, die de beschaving tôt oneer strekt en eene zware verantwoordelijkheid vôôr de Geschiedenis beteekent. Frankrijk is er gedurende lange jaren op bedacht geweest, Rus-land voor te bereiden,' opdat het op een zekeren dag Duitschiand zou kunnen dooddrukken. Engeland heeft zich beide Mogendheden dienstbaar gemaakt, om het Duitsche Rijk te vernietigen, en dit land moest zich tegen allen te weer stellen. Dit is de ware toedracht van den tegenwoordigen knijg. Derhalve voelen wij Spanjaarden geen haat tegen Frankrijk, maar wij zien met diepe smart, hoe de bloe-sem zijner jeugd wegsterft, door Engelands schuld, hoe zijne steden vernield worden in den strijd tegen Duitsch iand, dat van zijnen kant zijn eigen bestaan rerde-digt, en dat slechts een slachtoffer is van den nijd en de slinsksche streken van de Britsche Regeering, Engeland heeft zich gedurende de laatste jaren het hoogste doel gesteld, dat ooit een ras ergens gedroomd heeft. De strijd tusschen Rome en Karthago is een spel tegen dezen kamp, in denwelken Engeland met overleg getreden is. Daar het de uitbreiding van heit Teutoon-sche ras vreesde, heeft het beproefd, Duitschiand te omsluiten, doordat het zich van de hartstochten en den roemzucht van andere volken bediende, waarbij het Duitsche Rijk, voor immer verloren, tôt vallen zou komen. Ditmaal gelooven wij, dat Engelands plannen zul-len schipbreuk lijden, en wanneer de oorlog ten einde is, is het te hopen, dat Frankrijk een nauwgezet zelf-onderzoek zal beginnen en erkennen zal, dat zijn oude haat tegen Engeland volkomen gerechtvaardigid was. Daarentegen is als zeker aan te nemen, dat bij onze buurnatie voor thans en altijd de revanohe-droomen zullen uitgedroomd zijn, en wanneer eerlang Frankrijk en Duitschiand elkander de hand zullen reiken tôt ge-meenschappelijken afweer tegen Engeland, dan zal ook de oude haat opdrogen, die een gevaar uitmaakt voor de toekomst dezer beide groote volkeren. DE OORLOG AIBTELIJKE BERICHTEN Fransch : PARIJS, 5 Januari. (Reuter.) Arabteiijk bericht. Vanmiddag drie uur : Ondauks de siechte gesteldheid van het terrein maakt onze infanterie in de duinen tegenover Nieuwpoort vorderingen. In de streek van St-Joris is zij op sommige pun-ten 200, op andere 300 en 500 meters vooruitge-komen en heeft huizen en gedeelten van loopgraven bemachtigd. Dank zij onze artillerie en onzen aanleg van loopgraven is de vijand in de streek van Notre Dame de Lorette volkomen tôt staan gebracht. In de nabijheid van dén weg naar Rijssel hadden de Duitscliers een onzar loopgraven vermeeeterd, die wij onmiddellijk hebben heroverd. Wij hebben het gehucht Creux Arjent, 2 kil. van Orley, ten zuid-oosten van den pas Bonhomme bezet en er ons versterkt. Wij hebben het terrein, tusschen Thann en Cer-nay (Sennheim) door ons gewonnen, behouden. Russische : SINT-PETERSBURG, 6 Januari. (P. T. A.) Amb-telijk bericht ran den generalen etaf : Op den linkeroever van den Wcichsel zijn den 4en dezer de gevechten m«t geschut- en geweervour voortgezet. Bij en ten zuidên van Borzimow zijn plaatselijke gevechten geleverd. In Galicië is de toestand niet noemenswaard veranderd. Op den Uzsokpâs zijn de terugtrekkende Oosten-rijkers door onze ruiterij, die ondankg de sneeuw-jacht langs bijna onbegaanbare bergpassen geklom-men, hun in de flank en den rug riel, aangevallen. Bij dezen aan val hebben wij een tiental offieieren, en meer dan 450 soldaten gevangen genomen. SINT-PETERSBURG, 5 Jannari (P. T. A.) Be generale etaf van het leger in KaukasiÔ deelt het volgende mede : Gisteravond hebben onze troepen een volkomen overwinning behaald op de Tnrken. Wij hebben te Sarykamysj twee legerkorpsen verslagen, waar-van er een in zijngeheei is gevangen genomen. Duitsch : BERLIJN, 6 Januari. Ambtelijke inelding van heden middag : Westelijk oorlogstooneel. De Franschen gingen gister voort met de plaatsen achter ons front stelselmatig te beschieten. Of ze daar-door hun eigen landgenooten zonder dak zetten of doo-den, schijnt hen onverschillig te laten; ons doen ze weinig schade. Bij Souain en in 't Argonnerwoud ver-overden wij verscheidene loopgraven, sloegen verschei-dene vijandelijke aanvallen af en maakten twee Fransche offieieren naast meer dan 200 man tôt gevan-genen.Op de vurig betwiste hoogte ten Westen van Sennheim vatten de Franschen gister ochtend opnieuw voet, werden echter met flinken bajonetaanval naar beneden geworpen en beproefden geen nieuwen aanloop meer; 50 alpenjagers werden door ons gevangen genomen. Oostelijk oorlogstooneel. Aan de Oostelijke grens en in Noord-Polen nog steeds geen verandering. In Polen, ten Westen der Weichsel, drongen onze troepen na verovering van verscheidene vijandelijke steunpunten door tôt aan de Sucha-lijn, namen 1,400 gevangenen en 9 machiengeweren. Op den rechter Pilica-oever geen verandering. Oostenrijksch : WEENEN, 7 Jannari. (Ambtelijk bericht tu gisteren.) De gevechten die reedi sedert rerteheidene maandea in de woudatreken van het Karpathen-gebied met wisselend succe« geleverd worden, dnren voort. Het zijn ondernemingen ran onder-geschikt beiang, die dikwijls in ver afgelegen, een-zame dalen zich afspelen. In de laatste dagen poogde de vijand, door het aankomen van aanvul-lingsmanBchappen versterkt, hier en daar veld t« winnen. Ten Westen van den Uszoker pas en in Ostbeskiden heerschte kalmte. Op het front ten Noorden en ten Zuiden van de Weichsel had gisteren een artilleriegerecht plaats. Turksch : KONSTANTINOPEL, 7 Januari. (Mededeeiinf van den grooten generalen «taf.) Onze troepen, die ait de richting van Somai en Bajirgue vooruitrukten, houden Urmia, een belang-rijk steunpunt der Russen, bezet. Na een onbeslist zeegevecht, dat gisteren tnasehen de Russische vloot en Turksche kruisers plaats vond, boorde de Russische vloot een Italjaansch koopvardijschip in den grond, alhoewel het de Tlag heesch.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Gazet van Brussel: nieuwsblad voor het Vlaamsche volk behorende tot de categorie Gecensureerde pers. Uitgegeven in Brussel van 1914 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes