Gazette van Gent

1046 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 22 Juli. Gazette van Gent. Geraadpleegd op 08 april 2020, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/542j67d13f/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

! "^47^JAABo — Nr 168. — B. S OENTIEMEK WOENSDAG-, 22 JULI 1914 , GAZETTE VAN GENT IIÎÎSCHRIJTIJrGSPBIJS : VOOR GENT : VOOR GEHEEL BELGIE : ! Eei) jasr fr. tS-00 Ben jaar ..... fr. 15-00 I 6 mfiandsn » 6«5Û 6 maanden. .... » 7-75 I S niaanden » 3-SO 3 maanden..... » 4-00 Voor Rolland : 5 frank per 3 maanden. Voor de andere landen : fr. 7-50 per 3 maanden. NIEUWS-, HANDELS- EN ANNONCENBLAD Gesticht in 1667 (BEURZEN-COURANTi. BUSTUUB EK BEDACTIG VELDSTRAAT, 60, GENT De lurtelcn eyn open van 7 ure 's morgends tôt 6 ure '* avÔnSè, TELEFOON nr 710 De inschrijvers buiten de stad Gent moeten hun abonnement nemen ten Postkantoore hunner woonplaats» Het procès van levr. Gaillaux Het getulgenverhoor. — De ve^klaring van den heer Gaillaux Hevig tusschengeval. -- Betoogingen Na de ondervraging van mevr. Cail- hij het bureel bmnen en von cl den hier laux, ging de hee ' voorzitter over tôt Calmette stervend op den vloer mtge- liet strekt en mad. Caillaux stond een paar Getuigenverhoor. ;stappen ,rvan Ihet islachtoffer, hairen r&- De eersfce getuige was de heer Carpin, volyer nog op hem gericht. policiëcommissaris van het Faubourg De heer Nicet, bediende in den " Figa- i Montmartre, die de eerstè vaststellingen ro — Toen de revolverschoten knalden, | na de moord gedaan heeft. hop ik het bureel bmnen: "Vrees mets, Mr Chenu, advocaat der burgerlijke zegde mad. Caillaux mij, ik zal u geen fparfcij, vroeg aan den getuige: "Welke kwaad doen, ik ben mad. Caillaux, en ik was de houding van de betichte onmid- heb hier zelf gerechtigheid gepleegd." ■ delli.îk na de misdaad?" — "Zij was zeer De heer Paul Bourget bevond zich in S kalm en koelbloedig". Antwoordende op het bureel van den heer Calmette, toen l eene vraag van Mr Labori, zegde de ge- mad. Caillaux den omslag met haar vi- I tuige dat mad. Caillaux hem verklaarde : sietkaartje deed brengen. r "Ikhoop hem (de heer Calmette) niet Getuige bevestigt dat de heer Calmette ! gedood te hebben". nooit van zin geweest is intieme brieven Men hoorde vervolgens den agent Cad- af te kondigen en vast besloten was Cail- stein, die do moordenares aangehouden laux enkel op politiek terrein te bekam- heeft. Toen de agent mad. Caillaux pen, zooals het zijn recht en zijn plicht irilde aanhouden, riep deze : "Pas was. op, raak mij niet aan, want De heer Girodeau, dagbladschrijver, ik ben mad. Caillaux !" De agent deed bevond zich in de bureelen van den "Fi- echter zijn plicht en leidde de moorde- garo", toen de moord gepleegd werd. Hij nares naar het commissariaat. _ was, zegde hij, getroffen door de Mr Chenu. Welke was de houding kalmte en koelbloedigheid der moorde- der betichte? — Ai. Zeer kalm. nares. Mr Labori. Wat zegde mad. Cail- Mad. Caillaux verklaarde dat zij in den laux toen gij haar den revolver ont- wachtsalon van den "Figaro" over naamt — Pas op, want het wapen is Jlaar en haren man op minachtende wijze nog gelaclen. hoorde spreken tusschen den heer Voi- De derde g,etmge_ was de agent Fran- si pulbliciteitsagent van den "Figaro", çois. Deees verklaringen komen overeen en de heeren Masson en Honoré, teeke- met die van den vorigen getuige naars van hefc daf?blad. Men hoorde vervolgens de getmgems Deze drie etuf koraen verkiaren ^/en heer M°mer, voorzitter der recht dat de naam8 CaifIaux niet over hunne b^nk vSiii Jranis. i* -i • Mad Caillaux vroe<r mii verklairde 1]PPen gekomen IS. lUad. oaiilaux vroeg mij, verklaarde Mr Labori __ Mad Caillaux moet. het hij, of er geen middel was om de aanval- „psr)r„k norhtana „Phoord hebben want len van den "Figaro" langs rechterlijke P nociitans genoOrd Hebben, want ï i J , zij is reohtzinnig op dit punt, zooals op wegen te doen ophouden, waarop ik ont- ^ ^ plmten. kennend antwoordde. Dan vroeg zij mij, Mr Chénu.F__ Ik za3 over deze kwestÎ6 of z.j geen schadevergoedmg kon eischen. nu - . Yerder doch ta mijne Ik .owrtujgde haar dat er tegen pohteek* jyléiUooi zal ik bewijzen, dat mad. Cail- persamllen mets te doen was laux niet rechtzinnig is. f * n 'ffPTPo-d^dni- ^ 661 ma ^ : Enkele dagbladschrijvers bevestigen laux u gezegd, dat naar man van zin was _■ j„4. j u \ t. • i. den. heer Calmette te dooden? - A. Z1Jr, nt ^ be.te bron wisten Neen, dat kan ik stellig bevestigen. f geene intieme bne- Mr Chenu. - Mad. Caillaux beweert ^ a 1 f ?V l f ^ +beZlt dat gij het volgende gezegd hebt : "Ik ^nkel politieke documenten, onder i " • x i. u i / ^ andere het document Fahre over de kwes- begnjp met hoe men zulke menschen (de tie Rochette. Aan den heer LatearUg> heer Calmette bedoelende), met den hais opsteller van den « Figaro", had de omwrmgt! - A. Neen, dat heb ik nooit )heer CaImette verklaard, dat hij na den ««S?/ i? -i u a i, i. "Ton Jo" en het document Fabre, stoandê ' " ^0UcI ■'let niets meer bezat om af te kondigen tegen De advocaten, Mrs Labori en Chenu, ^ wijden vervolgens uit over de kwestie : , zitting werd om 2 ure 20 opge- of de' heer Monier ja of niet mad. Cail- SCl1?rS^tf1î om ^ernomen- laux onrechtstreeks aangeraden heeft Chenu gaf lezing van den bnef den heer Calmette om het leven te bren- Ton Jo en van het (iocument Fabre- g De heer Monier bevestigde dat hij nooit Ondervraging van den heer Caillaux. dergelijken raad heeft kunnen geven en Vervolgens werd de heer Caillaux on- dat liïj zelfs niet wist met welke irazichten dervraagd. Deze begint te vertellen hoe mad. Caillaux bezield was. hij kenms kreeg met _ Geneviève Rai- Daarop werd de zitting geheven, nouard, de betichte. Hij schréef haar ook . ri brieiven. Vreezende dat die brieven zou- Zittmg van dmsdag. den verloren .geraken, vroeg hij ze terug De zitting van dinsdag wordt om 12 u. om ze te verforanden. Alvorens dit te 15 m. geopend. doen, bewaarde hij ze nog een paar da- De voorzitter, de heer Albanel, zetS-s gen. Toen hij ze wilde terugnemen, waren het getuigenrverhoor voort. ze verdwenen. Hij verdacht zijne vrouw De heer Lirac, bediende in den " figa- ze weggenomen te hebben, en vroeg on- ro", .heeft mad. Gaillaux ontvangen ; l ij middellijk de echtscheiding. wist niet wie de bezoekster was. Toen hij Later kreeg hij de brieven van. zijne de revolverschoten hoorde knallen, liep eerste vrouw terug, die hem verzekerde er geene kopij van genomen te hebben. "Ik bekwam de echtscheiding, ging hij voort, en trouwde met Geneviève Rai-nouard. Ik werd dan minister in verschei-dene ministeries, die elkander opvolg-den, en toen begonnen de aanvallen van den "Figaro. In januari 1914 verwittigde de heer Barthou mij dat mad. Gueyd;,n hem op een avond, onder eene gaslah-taarn, verscheidene intieme brieven. g<>-toond had. Ik vertelde dit aan mijne vrouw. Den 16 maart verscheen de brief "Ton Jo". Men had mij verzekerd dat and'ere brieven gingen volgen. Mijne vrouw was er zeer door getroffen en verklaarde mij dat zij raad ging vragen aan den heer Monier. Dien morgend begaf ik mij naar den ministerraad. Na de zitting sprak ifc met den heer Poincaré over de aanvallen van den heer Calmette en zegde hem : "Indien Calmette voortgaat met mijne brieven af te kondigen, zal ik heni ver-moorden." De heer Poincaré raadde mij aan mijnen advocaat te raadplegen, wat ik dan ook deed, en deze, Mr Bernard, beloofde mij bij den heer Calmette aan te dringen om de aanvallen te doen ophouden."Na het onderhoud met den heer Poincaré, begaf Caillaux zich naar zijn mi-nisterie, waar zijne vrouw hem 's mid-dags kwam afhalen. Zij vertelde toen dat de heer Monier geen middel wist om de aanvallen van den heer Calmette te doen ophouden. En Caillaux, nog zeer verbol-gen, zegde: "Ik zal Calmette den kop verpletteren." " Mijne vrouw vroeg mij of mijn besluit vast stond en wanneer ik het ging ten uitvoer brengen, waarop ik antwoordde : "Dat zal op tijd en stond gebeuren." 's Namiddags vertrok ik naar den Senaat en daar vernam ik het ongeluk." Caillaux ging seffens naar het policie-bureel en vroeg zijne vrouw : " Maar wat hebt gij nu toch gedaan? Gij hebt hem toch niet gedood?" — "'Neen, antwoordde zij, hij zal slechts gekwetst zijn ; ik wist niet meer w^j/t» ik deed." Zich tôt de gezworen^n wendend, "er> '{; ydlgde Caillaux : " Ik had mijne vrouw moeten verbieden zich met deze zaak te bemoeien. Ik mocht ook in hare tegen-woordigheid de bedreiging jegens Calmette niet uitgesproken hebben, want dit heeft haar hoofd op hol gebracht. Ik heb er groot spijt over." Om 4 1/2 ure vroeg Caillaux om wat te mogen rusten. Tijdens de sehorsing nadert de heer Caillaux zijne vrouw, die hevig weent en kust haar de hand. Gewichtige verklaringen van Caillaux. De heer Caillaux vervolgde : Zoo men documenten heeft, dat men ze mij bren-ge. Ik zal bewijzen dat ik altoos in over-eenstemming handelde met onzen gezant te Berlijn. Yoor het oogenblik zal ik daarbij blijven, maar, zoo men mij aan-valt, zal ik mij verdedigen. Ik verwittig nochtans mijne tegenstrevers, dat zij hunne woorden dienen te meten, want ik zal mijne vrouw in hare eer niet laten krenken. Als mijn k&binetsoversfce, en daarna verscheidene vrienden ons verklaarden dat er in den "Figaro" verscheidene openbaarmakingen gingen geschieden, hadden wij de overtuiging dat er sprake was van de intieme brieven. Ik zal van den heer Calmette met allen eerbied spreken, niettegenstaande al het kwaad dat hij mij berokkend heeft. Kon ik hem het leven weergeven, dan zou ik ailes daarvoor doen. In 1911 vroeg de "Figaro" zelf eene Fransch-Duitsche toenadering en de aan-vaarding, ter Beurs van Parijs, van ze-kere Duitsche waarden. Op dit oogenlblik veroorzaakten deze artikelen heel wat ontroering in de politieke middens. De "Figaro" vroeg zelfs eene verwisseling van grondgefoied. Als de heer Calmette in 1909 het be-heer van den "Figaro" op zich nam, be-schikte hij niet over voldoende kapitalen. Hij zocht een groep, waaronder men tal-rijke Duitschers telt, dit is bewezen. En de heer Caillaux geeft lezing van een vonnis der derde burgerlijke kamer, in hetwelk er gezegd wordt dat Duitsche financiemannen de hand gelegd hebben op een groot ochtendblad. In den Duit-schen Rijksdag heeft de heer Liebknecht zelf, van de belangen van den "Figaro" gesproken. Enkele dagen geleden nog had er in de Hongaarsche Kamer eene ondervraging plaats, in zake den roi van den "Figaro", die eene toelage van der-tig duizend frank ontving, voor diensten aan de Hongaarsche regeering bewçzen. De heer Caillaux verzoekt den voorzitter de Hongaarsche volksvertegenwoor-digers, die op de hoogte dezer zaak zijn, als getuigen te hooren. De veldtocht van den "Figaro", zoo gaat de heer Caillaux voort, was uiterst pijnlijk voor mijne vrouw. Ik heb, heeren geEworenen, als man en als citoyen gesproken. (Gemompel in de zaal). De heer Caillaux keert zich om om te protesteeren. De eenen juichen toe, an-deren fluiten. Caillaux spreekt over zijn fortuin. De heer Caillaux verschaft daarna uit-leggingen over het ontstaan van zijn fortuin. Hij erkent deel gemaakt te hebben van verscheidene financieele maatschap-pijen en geld gewonnen te hebben. Ik geloof, zegt hij, dat er tusschen het man-daat van volk&vertegenwoordiger en het ambt van financier geene onvereenig-i baarheid. bestaat. Als minister zou ik nooit het ambt van voorzitter van een aeheeji-aad aaitgenomen hebben. l^en zegt dat ik rijk geworden ben door kwa-1 lijk ingerichte zaken. Ik aanvaard een onderzoek, zoo de heeren juryleden het willen toestaan. De heer Caillaux somt daarna het ontstaan en de ontwikkeling van zijn fortuin op. De heer Calmette, zegt hij, had redens genoeg om niemand aan te vallen. Aan-vaardde hij inderdaad zelf de gift niet van den heer Chauchard 1 Hii liet zich door politieken haat, door drift medeslepen, zoo zelfs dat hij niet meer overwoog. En zoo kwam hij er toe eene schjandelijke openbaarmaking te doen, eene vrouw zonder verdediging aanrandend. Deze vrouw heeft het on-vermijdelijk gevolg van dezen veldtocht gezien en... Heeren gezworenen, de strijd neemt, sedert eenigen tijd, eene moeilijke wen-ding, maar hij moet man tegen man ge-streden worden. Ik heb gezegd. Hevig tusschengeval. Mr Labori vraagt aan den heer Latza-rus over de bezwarende documenten te spreken. De heer Latzarus zegt dat de heer Caillaux hem in een moeilijken toestand plaa'tste door te verklaren dat men niets bezwarend zeggen moest, maar hij voegt er aan toe, dat hij het recht heeft zijn patroon, die hij gaarne zag, te verdedigen tegen dezen die hem deed vermoorden. De heer Caillaux roept dat hij de be-leediging zal wreken door zijne getuigen aan den heer_ Latzarus te zenden. Hij naderde hem en een oogenblik vreesde men dat hij hem ging vastgrijpen. Mr Chénu zegt dat, niettegenstaande de uitdaging van den heer Caillaux, de documenten van Agadir, aan den président der republiek overhandigd zijnd©, hij er geen voordeel zal uit trekken. (Bravo ! Bravo ! in de zaal). Mr Labori vraagt dat het Gouverne-iment eene verklaring doen zou om de verantwoordelijkheid van den heer Caillaux te ontheffen. De heer procureur-generaal. — Er is geen sprake van oorspronkelijke documenten, maar van kopijen. Om voldoe-ning te geven aan den heer Caillaux, dient er enkel de verklaring gelezen te worden, ter Kamer gedaan door den hee Poincaré, dan minister van openban werken, en die den gewezen kabineta voorzitter heel en al ontheft. — In deze voorwaarden zal ik niei pleiten, roept Mr Labori. Een oorverdoovend lawaai ontstaal hierop.Men juicht toe, fluit en schreeuwt Betoogingen. Bij het verlaten van het paleis dooi den heer Caillaux, deed er zich op d< place Dauphine eene betooging voor, es de policie was verplicht te chargeeren. Er werd geroepen : " Leve Caillaux !" en "Wegmet Caillaux! Moordenaar! Moor denaar !" De heer Caillaux geraakte nogal ras in een auto, en verdween. Ernstige tus sch en ge val len deden ei zich niet voor. BUITENLAND. NEDERLAND. Drie jongelingen verdronlcen. — Drie jongelingen uit Hellendoorn (Overijsel) wildeoi 's avonds in een veenkuil in het Notterveen een bad nemen. Zij verdwenen onmiddellijk in de diepte en werden eenige oogenblikken later levenloos op-gehaald.Een wielrijder zag nog een hand van een der knapen uit het water steken. zijn pogingen om het kind te redden, mochten echter niet baten. FRAS^KRIJK. Erge ontploffing. — Te Ambres, niet ver van Albi, was een landbouwer, zekere Henry Marty, geholpen door zijn zoon, foezig met het vervaardigen van een« springbus, die moest gebruikt worden op een plaatselijk feest, toen zij eensklaps ontplofte. De twee mannen werden erg gekwetst, evenals een 6jarig meisje, dat zich bij hen bevond. De gansche inboedel van de plaats werd verbrijzeld. De toestand van den heer Marty is nogal be-denkelijk.Werkstakende negers. — Zooals be-kend is, werken tegenwoordig duizenden Afrikaansche Kabylen in de nijverheids-inrichtingen in het moederland, en groot is het aantal van hen in Frankrijk, die deze strooming om Afrikaansche werk-krachten in te voeren ter geleidelijke ver-vanging van buitenlandsche werklieden, welgezind zijn en bevorderen. Hierbij legt ook de overweging gewicht in de schaal, dat de aanwezigheid in het moederland van vele Afrikaansche onderda-nen haar nut kan hebben bij gebeurlijke internationale verwikkelingen. Eenige honderden dier Arabieren nu, ! werkzaam in de mijnen van Courrières, hebben den arbeid neergelegd.Zij eischen (verhooging van hun dagloon met één frank. De blanke mijnwerkers hebben zich niet aangesloten bij de bewegïng. Bij de marine. — De Fran sch e marine heeft gebrek aan manschappen en moet leenen bij Oorlog. Van de lichting 1914 zullen nu ruim 5000 legerrecruten ingedeeld worden bij de zeemacht. ENGELAND De conferencie voor het " Home Rule'* Sir Bonar Law zegde dat hij aan de bevelen van den vorst zal geh lorzaraen. De heer Redmond, geestdriftig toege-juicht door de liberalen, verklaarde dat ■ ■ ■ i hij noch zijne collega's voor iets kun nen verantwoordelijk gesteld worden il het bijeenroepen der conferencie. In aile geval, de witnoodiging tôt d( conferencie had voor hem den vi/n vai een koninklijk bevel en hij oordeekis bel gepast eraan te gehoorzamen. De werkliedengroep van het Lagerhui' heeft eene dagorde geetemd cm te pro testeeren tegen het bijeenroepen doci den koning van die conferencie over hel Home Rule. Deze inmening der kroon ir het parlementarism is volgens i"=n eeï betreUrenswaardig voorgaande. Ç»n al schrift van deze dagordei werd asn der eersten minister gezonden met verzoek het den koning te overhandigen. Sir G. Lowther, voorzitter van het La gerhuis, die de conferencie moet voor-zifcten, kwam jgisteren morgend in het paleis van Buckingham aan. De heeren Asqnith en Lloyd Georgf kwamen de laatsten. De koning ontving zelf de afgevaardigden en na allen de hand gedrukt te hebben, opende hij de conferencie. Deze duurde tôt een uur na den middag. De beraadslaging werd ge heim gehouden. De koning heeft aan de personalifcei-ten, die aan de conferencie zullen deel-nemen, het doel dezer conferencie uitge-gelegd. Dé eerste zitting ïnoest hedeq woensdag morgend, om 11 ure 30, plaats hebben. De koning sprak als volgt : " Mijne tusschenkomst mag aanzien worden als eene nieuwp proceduur, maai de buitengewone omstandigheden ver-rechtivaardigen die daad. Sedert verscheidene maanden gaan de gebeurtenis-sen in Ierland onophoudelijk en onver mijdelijk naar een oproep tôt de macht. Thans is de kreet van burgeroorlog op aller lippen. "Het is onbegrijpelijk dat wij er niet kunnen in gelukken broedertwisten te vermijden, opzichtens vraagstukken die, volgens allen schijn, kunnen vereffend worden als men ze behandelt in een zin van breed opgevatte oVereenkomst. " Inderdaad, onze verantwoordelijkheid is groot.De tijd, die ons overbIijft,is kort. Gij zult hem derwijze gebfuiken, ik ben er van overtuigd, om 't grootste nut liât te putten en zult blijk geven van uw ge-duld en van eenen geest van verzoening, gezien het grootei gewicht van de belangen die op het spel staan. "Ik bid God dat hij uwe beraadslagin-gen derwijze besture, dat zij uitloopen op den vrede en eene eervolle oplossing." Het Home»Rule. — Minister Runciman heeft, te Batley, in Ulster sprekende, gezegd : Home Rule is nu een uitgemaak-te zaak. Geen regeering, conservatief of 6 Feuilleton der Gazette van Gent. Verzegelde Lippen Roman van R. ORTMAN. Een. booze blik uit Holnstein's oogen trof de bolle en grinnikkende tronie van den consul. <- Goed dan. Laten wij er niet meer over redeneeren, en bveng ,mij dan in s hemels naam van avond maar uwe mannetjes. Een schoone, windstille avond was op den buiïgen dag gevolgd, en tôt negen uur was het in de hoofdstraat, die naar den grooten strandtrap voert, vol geble-ven van wandelaars. Nu echter werd het stiller, en nog slechts enkele natuurdwe-die jvart het >dt!?and niet hadden kuïmen seheiden, of een naar eenzaam-heid zoekend paartje zag men nog op de been. Door het voôrtuintje van dei Villa Rothe gleed met vluggen tred eene slan-ke figuur. In den haastig over het witte Meed geworpen regenmantel gehuld, had p'}gmar het huis verlaten. ^en schuwen 'blik wierp zij nog naar de opene vensters dfir Jeerste /vlerdieiping, nit welke lichft scheen ; en toen. spoedde zij zich zoo snel alsof zij vreesde, dat men haar zou te-rugroepen, over de stille straat naar den strandtrap. Juist had zij de onderste trede bereikt, toen uit een strandstoelen, wier plompe sehaduwen zich spookachteud tegen he^ witte strand afteekende.n, een man op-rpps, dip haar langzaa.m tegemoet kwam. fJoéden avond, juffer Holnstein ! Dagmar bleef staan — Mijnheer Voll matr... gij ? Zij kon in. de eerste verrassing niet: meer uitbrengen. En ook daze /weinige woorden klonlcen hem zoo vreemd ; wam er was iets gebrokens in. als een moei zaam bedwongen snikken. Toen hij haaj nu naderde, zag hij aan hare wimper! ook de tranen, die zij niet tijdig genoef had kunnen afwisschen. Daar vergat hi al de terughouding, die hij tôt dusvej zich tegenover haar had opgelegd. — Juffer Dagmar — ge schreit? — On Godswil, wat is u overkomen? Zij had zich terzijde gewend met eene hoofdbeweging, alsof zij van plan, was zijnei deelneming norsch af te wijzen Maar nu moast hare stemming wel ver anderd zijn, want terwijl zij hem weei haar schoone, schier schrikwekkend blee ke gelaat toekeerde, zegde zij : — Wilt gij mij een vriendschapsdiensi bewijzen, mijnheer Vollmar? —• Ik hel anders niemand, wien ik er om verzoe ken mag. Uit elk harer woorden trilde de heffcig< ontroering, die haar in den laten avonc nog naar buiten gedreven had. — Be&chik over mij, juffer Dagmar antwoordde jhaastig de jonge advocaat, Er is niets, dat ik niet volgaarne voor i doen zou. — Ik kan dit bestaan niet langer ver dragen, en ik moet er een einde aan ma ken — hoe dan ook!... Gij woont t( Beiiijn, waar gij zeke.r tal van kennisseï hebt. Zoudt gùj mij behu-lpzaam willen zijn om^ de eene of andere betrekking o bezigheid te jinden 1 — Wat het ook zi, ..a^s î16'5 mij maar in staat stelt om ii mijn eigen onderhoud te voorzien, dar zoiii ik het met beide handen aangrijpen Fn ik zal mijn uiterste best doen, on uwe aanbeveling niet te sebande te tna-ken.i Op niets had Herbert minder bedacht kuripen zijn, da.n op een verzoek als dit. ; Hij kon zijne verrassing dan ook niet verbergen. — Eene betrekking —: gij, juffer Dag-î mar? — Maar uw vader — zou die dan : zijne toestemming daartoe geven 1 i — O, ik behoef zijne toestemming niet. Hij is namelijk niet mijn vader, maar was enkel de tweede man van mijne moeder. i Er is geen band des bloeds tusschen hem en mij. >— Mijnheer Holnstein is dus slechts u.w ; stiefvader 1 — Dat wist ik niet. En gij wilt dus van hem weg 1 ■— Ik heb geen anderen wensch. Maar gij moogt niet naar de reden vragen. En als gij bezwaar maakt om mij te hel-pen —• — — Hoe kunt gij dat denken 1 — Maar 't uw besluit is zoo verrassend, en —•—• — Ja, ja, ik begrijp uwe verbazing heel goed. Maar gij behoeft niet te vree-zen dat ik u tôt last worden wil. Ik ken ongelukkig niamand, die 'mij met raad kan dienen. Sinds jaren leiden wij een ( zwervend leven en hebben ons meer in het buitenland dan inj Duitschland op-gehouden. Met familieleden zijn wij nooit 1 in aanraking gdkomen. Hoe kan ik nu weten hoe men het moet aanleggen, om eene betrekking of een beroep te vinden, waarvan men leven kan? ' — Hebt gij wel bedacht wat gij begin-i nen wilt? — Uit een leven van zorgeloos genieten wilt gij den strijd des levens t die misschien voor niemand harder en i wreeder is, dan voor een jong meisjei? 1 — Hij zal voor mij niet harder en wreeder zijn, dan voor honderd duizenden vrouwen, die voor haar dageljjks i brood moeten werken. — Welke soort van werkzaamheid hebt gij op het oog ? — Dat weet ik niet. Ik heb er nog niet over nagedacht. Maar ik heb veel geleerd en spreak verscheidene talen.Dus feen ik imissichien als onderwijzeres of gouvernante te gebruikein. — Van zulke dames verlangt men di-plomas en getuigschriften, juffer Dagmar — en ik vermoed — Dat ik niets van dien aard kan ver-toonen? — Natunrlijk! Hoe zou ik daar-aan gekome.n zijn? —- Maar ik wil mij heel graag met een trapje lager tevreden stellen Wat andeiren op zich kunnen nemen, dat zal ook voor mij niet te zwaar zijn. Juffer van gezelschap of kamenier, of —. ach, wat dan ook ! Al wat ik ver-lang, is eerlijk werk en een plekje waar ik thuis ben — thuis ! Al was het ook het donkerste, armzaligste kamertje! Eene poos had zij getracht zich te be-heerschen : maar de wanhoop, die haar gemoad verscheurde, liet zich niet on-derdrukken. Plots wierp zij zich in een strand&toel, haar met den zakdoek be-dekte gelaat tegen het harde vlecht-werk drukkend. Herbert zag hare tranen niet en hoorde niet hoei zij weende ;maar hij bespeurde duidelijk hoe haar gansche lichaam werd geschokt, en zijn hart werd van medelijden zoo bewogen, dat hij zich niet langer kon inhouden. >— Schrei niet zoo, juffer Dagmar, smeekte hij. Ik kan het niet aanzien. Ik ben u zoo innig dankbaar, dat gij mij uw vertrouwen waardig hebt geacht. Als gij mij nu het recht wilt geven om u te hel-pen, dan hebt gij geen reden meer om aan uwe toekomst te wanhopen. Maar zijne vroieger geoperde bezwa-ren hadden haar blijkbaar ontmoedigd, want zonder hare houding te veranderen, schudde zij wanhopig haar hoofd. — - - j —Ik had n niet er mede Iastig moeten vallen. Ik zie het wel in — gij kunt mij toch niet helpen. -— O, zeker wel — ik kan het, en ik wil het! antwoordde Vollmar met over-stroomde warmte. Niet door u eene af-hankelijke positie te verschaffen, die u niet passen zou, maar door u eene toe-vlucht en een, thuis te bieden, die u niet meer behoeft ta verlaten... Dagmar, lief-ste Dagmar — mag ik voortaan uw leider an beschermer wezen voor het gansche leven? Zij liet hare handen op den schoot zinken, en ondanks het karige licht zag Herbert op haar gelaat een diepe treu-righeid.— Nu is ook dit dus voorbij ! antwoordde zij bijna toonloos. Maar het is mijn eigen schuld. Ik he!b mijn verdiende loon. — Wat is voorbij, Dagmar? drong hij aan. Wat is uw eigen schuld? — Heeft mijne vraag u beleedigd? — Hebt gij werkelijk in het geheiel niet vermoed wat ik voor u voel ? — Neen, mijnheer Vollmar! Neen, gij hebt mij niet beleedigd, en ik dank u har-telijk. Maar ik had het niet zoo ver moeten laten komen. Want dat ik u met neen antwoorden moet, dat zult gij mij wel nooit vergeven. Het gaf hem als een steefc in de borst. Met pijnlijk vertrokken lippen zag hij haar aan. — Eene afwijzing dus — zonder hoop ! — Spreekt er dan in het hart niets voor mij ? — Met mijn gevoel mag ik niet reke-nen, mijnheer Vollmar. Ook indien ik... Maar kwel mij nieti bid ik ! — Het kan en het mag niet. Daarmede heb ik ailes gezegd. Er was in den klank harer woorden iets, dat hem toch weer hoop gaf. — Waarom. wilt gij niet geheel oprecht met mij zijn? drong hij aan. Waarom mij niet ailes zeggen, wat u bezwaart en beangstigt? — Ik heb u zoo lief, zoo onuitsprekelijk lief ! — Mijn God — wat maakt gij het mij moeilijk!... Kunt gij u dan niet voorstel-len wat het een meisje kost, te moeten zeggen dat zij met een goed geweten hel aanzoek van een man als gij niet kan aan nemen ? — Wat bedoelt gij, Dagmar? Wat kuni ge bedoelen?... Ik geloof er niet aa.H, neen!... Gij kunt toch niets hebben gedaan, wat u) een man, al ware hij ook duizend maal beter dan ik, onwaardig zou maken ! •— Ik ? — neen. Maar er heerschen in onze samenleving wreede wetten, die de onschuldigen doen lijden voor de schuldi gen. — Het kan zijn, dat er voor den groo' ten hoop zulke wetten bestaan, — ma ni voor mij gelden zij niet... Heb vertrouwen in mij, Dagmar! Zeg mij wat het is. dat, naar gij meent, als beletsel tusschen ons zou staan. Aïs het niets anders is dan schuld van derden, dan zal 't waar-achtig voor mij geen hindernis zijn om gelukkig te worden. Zij schudde haar hoofd. — Neen, ik kan het ui niet zeggen — ten minste nu niet, heden niet. Het betreft namelijk niet mij alléén. — Op ééne enkele vraag kunt gij mij toch antwoorden... Is het hart nog vrij\ — Zijt gij door niets aan een anderen man gebonden? Heeft uw liefde nog aati geen anderen man toebehoord? (Wordt voorfcgezet.)

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes