Het Vlaamsche land: Vlaamsch orgaan voor België en Nederland

597794 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1915, 03 April. Het Vlaamsche land: Vlaamsch orgaan voor België en Nederland. Geraadpleegd op 01 februari 2023, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/q814m92r7m/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Nummer 6. KONING ALBERT-NUMMER. 1ste Jaargana. - 3 April 1915. fflHH Jjfjjg^ voorBelgié enNederlarvd!^^^ï!Sasss==sï^^^^^ VTeeltblad onder Hoofdredaotie van 1>jt. JOZBP CRETS. ST R Redactie en Administratie : ORANJESTRAAT 4—6, Rotterdam, ^ __ ___ ABONNEMENTSPRIJS : , -I - ADVERTENTŒN : __ __ , , , . Y VOOr Vlaanderen! Per 3 maanden, franco per post./0.75. Per regel 15 cent. VOÛT N C (1 6 I* 1 a 11 (1 ! Per jaar „ 3.—. & Enkele nummers 5 cents. =—== Voor meer dan 35 regels 20 •/. rabat. Leve de Koning! 40 jaren! Aile oprechte Belgen voelen hun hart van ontroering zwellen en hun oogen vochtig worden bij het aanbreken van 8 April! G-een Belg, die meer dan ooit voelt dat hij tôt het edele land behoort, het land der Klauwaarts en der Franchimonteezen, het land der Geuzen en der Brigands, het land der liefde en der vrijheid, het land van Eer en Plicht! En waar hij zich ook bevinde, op het slagveld strijdende als een leeuw, of in het bezette Yaderland, lijdende als martelaar onder het vreemde juk, overal zal het beminde beeld hem voor de oogen staan van den Vorst dien wij volgen willen in het leven, in den dood, en die wij bewonderen als de levende verpersoonlijking van het lieve Belgie! Koning Albert zal, bij dezen heuglijken verjaardag, herdacht worden in aile Belgische harten en, in den geest, zal hij aanwezig zijn bij den stervenden strijder die, ver van de geliefden, zijn laatsten adem uitblaast in een vergeten gracht of een verlaten veldtioek van den vadergrond! Hij zal aan de sponde zitten van den doodelijk gewonden soldaat in de hospitalen en ziekehuizen om hem, bij het heengaan, te troosten m zijn lijden, en den jongen held vaderlijk de oogen te sluiten! Hij zal de arme weduwen en weezen troosten die man of vader verloren op het eereveld, en zijn naam zal, op dezen plechtigen dag, de tranen der moeders drogen wier dierbare kinderen moedig vielen voor het vaderland! Het moge voor sommigen een raadsel wezen hoe, in deze eeuw van démocratie en zucht naar volksheerschappij, een Belg zoo zielsveel houden kan van een man die heerscher is omdat hij een kroon en een scepter draagfc, en Zijn Volk tôt den oorlog heeft gevoerd. Neen, hij niet, maar de strenge Plicht was het die Belgie het wapen in de hand gaf! Niet hij, maar de Wet der Eer deed onze jongens ailes verlaten, zonder spijt noch treurnis, maar met den glimlach op het gelaat en het lied van den Leeuw op de lippen! Niet een Koning volgden zij maar de Koning volgde de edele inspraa'c van Eer en Plicht en hij, als een ideaal van wat jong, belangloos, eerlijk is en groot, hij stapte vooraan in de gelederen, en ontstak door zijn heerlijk voorbeeld in de zielen zijner soldaten den onversaagden heldenmued der Vaderenl Hij hief in zijn krachtige vuist de vrije driekleur omhoog die het zinnebeeld is waarvoor Vlamen en Walen, in eenzelfde gevoel van belanglooze vaderlandsliefde, hun jeugdig bloed vergieten! Koning Albert leve lang nog voor zijn Volk! Koning Albert blijve bewaard voor de zachte liefde-Koningin Elisabeth zij ne edele gade en voor zijn gezegend kroost! Koning Albert leve, gesterkt door den troost van een gerust geweten, omringd door zijn trouwe soldaten die hem bewonderen, aanbeden door Zijn thans ljjdend Yolk, dat verduldig wacht naar den grooten dag der verlossing! Hij leve tôt heil van Zijn Yolk in het heden, en tôt fierheid van de zonen die groeien zullen uit het bloed der vaderen als uit kiemend zaad! TWEE MANNEN. il De eene was Koning Albert; De andere was Cardinaal Mercier. Deze zei tôt zijn Yolk: „De macht die ons land over-viel, en het tijdelijk grootendeels bezet, is geen wettig gezag: bijge-volg zijt gij haar in het innige van uw gemoed noch achting noch verkleefdheid noch gehourzaamheid verschuldigd. Het eenige wettige gezag in Belgie is dat, wat aan onzen koning, zijn regeering en de vertegenwoordigers der natie behoort!"En deze fiere taal klonk als een trorapet van Jéricho over het vernielde land in de ooren van het weenende en lijdende volk. En weer, door dat woord van waar-digheid en rechtvaardigheid gesterkt, hief de Belg het hoofd omhoog, en zijn oog schitterde weer van blijde hoop! Een prins der Kerk had gesproken. Dat was voor hem genoeg! Twintig jaren is het geleden, dat ik, ter universiteit van Leuven, het geluk had de lessen te volgen van den grooten wijsgeer die toen reeds de roem was der thomistische school waarvan hij het voorzitter-schap bekleedde. Ik zie hem nog staan in zijnen hoogleeraarsstoel, de geleerde priester, rijzig en mager, in het eenvoudig zwarte kleed; ik hoor nog zijn zachte overtuigende stem die hoewel klankloos, toch doordrong tôt in ons hart; ik zie nog zijn classiek gebaar, de hand met den wijsvinger cirkelvormig op den duim gedrukt, systematisch vooruitbrengen, terwijl zijn van verstand sprekend oog onder de zwarte wenkbrauwen glinsterde en zijn hoofd beteekenisvol wiegelde op zijn langen gespierden hais. 0, geen cursus werd met zoo-veel aandacht gevolgd dan den zijnen, geen wetenschap met zoo-veel vlijt ingestudeerd dan de Wijsbegeerte, geen professor zoo diep geëerd, zoo innig bemind dan hij ! Ailes in dien man was zachtheid, ailes in hem was liefde ; zijn gelaat met de innemende uitdrukking van vaderlijke goedheid, zijn eeuwige glimlach tôt denwelke zijn mond zich plooide, zijn streelend gebaar, zijn sprekende oogen, zijn lichte stappen, zijn stille stem! Geen wonder dan ook dat zijn studenten hem aanbaden. En welk een klaarheid in de argumentatie. Welk een baak van glanzend licht schoot niet uit zijn geest op zijn luisterende discipelen in voile bundels neer. Ja geen philosophisch axioma, geen thesis, hoe abstract ook, die niet geheel helder werd en verstaanbaar voor den oningewijde, nadat hij, met zijn gewone klaarheid en zijn won-derlijke geestesgaven haar had ont-leed en haar voor zijn leerlingen tôt haar eenvoudigste uitdrukking had teruggebracht ! Philosophie, vloeiend uit zijn geest, hoe stug en on verstaanbaar ook, werd klare en onomstootbare waarheid ! En als een mensch die de wijsheid en de begeerte naar wijsheid als de basis van zijn levensdaden en de grondsteen van zijn bestaan be-schouwt, die man was een ware wijsgeer, hoog boven zijn mede-menschen verheven door de quasi volmaaktheid van zijn levenswijze en zijn streven naar het zuiverste idealism. Uit dien man kon niets komen dan wat goed en edel was en wat hij deed was edel en goed. Voor zijn studenten was hij een vader een voorbeeld, voor zijn Collegas een spiegel, en voor de Wetenschap een licht! En toen hij door den wil des Pauzen, uit zijn kalm en verborgen leven, uit zijn instituut, uit zijn dierbaar Leuven werd geroepen om zijn leeraarsstoel voor een aarts-bisschoppelijken stoel te ruilen, toen gevoelde die nederige hoog-staande man in zijn ziel een diepe smart, doch de katholieke Kerk juichte ! Een man van zulke waarde, die een schitterend hoogleeraar was, zou even schitterend kerkvoogd wezen, en zijn treffende goedheid zou hij als een liefderijk herder aanwenden tôt het heil zijner kudde. En die zachte stem van den doceerenden wijsgeer zou voortaan klinken als de stem van den gees-telijken leider over het land waaraan zijn wetenschap zoovelegeleerdenhad geschonken en waar de liefde voor eer en geweten, voor vrijheid en recht als een vorstinne troonde. Die zachte stemme klonk, dan ook, vaderlijk en vermanend wanneer zijn kinderen in den roes van een gelukkigen vrede zich in den voorspoed hunner zaken en in de voldoening van den volbrachten plicht mochten verheugen ; die zachte stemme donderde over het land als een onwedeiroepelijk bevel wanneer zijn arme scharen in de somberste ver-twijfeling gedompeld, schreiden om het verlies van have en goed, snikten op de graven van snood vermoorde geliefden, riepen om de dierbaren die op de vlucht waren gedreven en nooit meer terug komen zouden ! Zij klonk als een troost, als een hartversterking, als een redding over Belgie Wanneer de overweldiger in het land was gekomen en dââr, onder den knel van zijn ijzeren vuist, de lijdende Belgen te pletten neep. Zij zou als een roepstem wezen van Recht en Waa,rheid, zalvend en sterkend een Volk dat neerlag onder de teistering aller mogelijk denkbare gruwelen, aan zichzelf overgelaten, zonder troost, zonder stoffelijken en zedelijken steun, zuchtend onder wanhoop en ellende, stervend op de puinhoopen zijner nog rookende woningen en op de lichamen der onschuldige slachtoffers van Cul-turminnende Barbaren. Zij klonk als een Wet in de ooren der Belgen, in de ooren aller Belgen, zoo geloo-vigen als ongeloovigen omdat, al moge zulks voor niet Belgen on-mogelijk schijnen, er thans voor ieder rechtgeaard vaderlander noch geloovigen noch vrijdenkers, noch Vlamingen noch Walen, noch katholieken noch liberalen noch sociaal democraten bestaan maar alléén Bêla en die, tôt den dood verkleefd aan ailes wat het arme strijdende vaderland kan vrij maken, zonder eene uitzondering luisteren naar de stem van een verheven geest, van een wijsgeer, van een herder, van een vader dââr waar hij spreekt over het Gezag dat zijn landgenooten alleen dienen te herkennen en waar hij hen tevens wijst op de gelateniieid onder dewelke allen den feitelijken toestand van onderhoorigheid loyaal moeten ondergaan. Heel Belgie luisterde met eerbied en blijdschap naar die stem en gedroeg er zich naar ! Doch de Duitschers, die van natuur erg gevoelig zijn en graag aile vaderlandslievende taal in de borst van iederen oprechten Belg zouden stikken en de Belgen berooven van den laatsten hunner gezagvoerders om, des te gemakke-lijker, der Belgen wederspannigheid te breken, vonden de taal van den Cardinaal al te oproerig, al te vrij, al te waar, en daarom gaf Mijnheer Von Bissing bevel tôt onmiddellijke inhechtenisneming van den kerkvoogd, en tôt inbeslagneming van al de exemplaren des bevel briefs, zoo in handen van den uitgever als in handen van de pastoors van het aartsbisdom Mechelen. En wat ook, nu het kalf ver-dronken is en zij zelf hebben inge-

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Het Vlaamsche land: Vlaamsch orgaan voor België en Nederland behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Rotterdam van 1915 tot 1917.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie