Het Vlaamsche nieuws

702 0
21 februari 1915
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1915, 21 Februari. Het Vlaamsche nieuws. Geraadpleegd op 18 september 2020, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/kk94748f3q/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

I Zondag 21 Februari 1945. iser&te jaar g Nr 39 Vlaamsche Nieuws Prijss : 5 Centiemen door g-eheeï Bel^ië Vlaamsche Nieuws H et best Ingelicht en meest verspreidl Nieuwsblad van Balgië. - V erschijnt 7 ma&J per week ABONNEMENTSPRJJZEN : vcr week ii.35 ' Fer 3 maandea . . *.00 i . . 1.50 i Par 6 maandeii . . . 7.W Per jtar 14.00 BESTUUR . BUREELEN: Hoofdopsteller: Allons BAEYENS «oodestraat, 44, ANTWERPEN Beheerder : Anl. VAN OPSTRAËT Telefoon 1990 «a—MM—i ni ■■ w——wwwgswwM———e—K—mwwiiHCTitai dgwBe^UMtee«iBWffiWM!gM—BiMMMMw —« m AANKONDiaiNQEN : ïweede blaàz,. per regel . i.50 J Vlerde bladï. per «gel 9 35 Perde id. id. . 1.00 j of Tolgens overeenkomsi. Doodsbericfet 6 00 fclll ll'l—Il WBfltM—MM—!■»—affl—jy?TITMM—m—BMI—i MUI ■■BMMMHBMMM—1 BRIEVEN VAN ZEBEDEUS | Je Pol, waar 'k me sedert jaar en dag ' ■ ifiat scheren en mijn haar knippen, is ' ■ ook al de pijp uit en 'k heb zes straten ' ■ ver moeten loopen om 'nen baardkrab- ( ■ her te vinden. l J3ij den eersten, dieu 'k zag, ben ik 1 ■uaar birinengeschoten. 't Was er « chik- ' ■ :;er» dan bij den Pol, met spiegels, mar-■raereii schabben en « lampetkommen », ■.-.operen ketels, flesschen en doozen 'lijk ■ ij 'nen « pâtissier » en van ailes. De ■ ht kon met 't sclieermes goed uit de ' ■voeten en met de scheer ook en hij had ' ■ vvel honderd k silvoepleekens » gereed 1 ■ au mijn koppeken links en rechts te ■ Jraaien, zoo voorzichtig alsof 't van 1 I massepijn » was. Maar, als hij mijn I haar wat had ingekort, dan goot hij 'n ' ■ ueel flesch « reuk » over mijn hoofd en ■ hij begon met 'nen doek over mijn her- ■ senpan te « reussen », zoo perdes of hij ; I :s wou induwen. Ik « riek » er nog naar, ■ gelijk een van de lichte soort ! Als ik I mijnen zondagschen hoed aîdoe, dan I t rieken » ze allebei, mijn hoed en mijn ■ kop, 'lijk 'nen « boekee » met rozen ! I k Wou dat mijn Fien-zaliger mij eens I kon « rieken » ! Maar, hij heeft me tocb : ■ niet meer « beet », die baardkrabber ! I Weet ge wat zooiets kost : scheren, ■ <nippen en 'n «reussing»? Nen frank I senheer, niet minder dan 'nen frank ! I s Laat het u met innige droefheid we- ■ ni!... Neen, zulle!... Langs 'nen anderen kant is 't mis-I -e-hien toch niet slecht, zoo dacht ik, I vaut als 'k in 't bestuur moet gaan zit-I en naast Menheer den advokaat Fri-I moelle, dan kan 't toch geen kwaad dat k deftig « riek», he? Ik had dan ook al niet veel spijt meer ■ . er mijnen frank, als 'k rond vier uren ■ )ver de Geineenteplaats « laveerde », op B seg naar den « Eden ». I Ik was Tist gaan roepen, maar die ■ :nti niet meêgaan. Hij moest op de «sta-I ;ninee » en 't jong van 't bombardement I etten, want Melanie had 'n « affaire » I uet haren huisbaas aan de- hand en ze I *as er naartoe « geteend ». Just op 't hoeksken, aan den ouwen I Schapenkop », botste ik op Klaas. Jef I lawijd en Mil Kwaps. — 't Is niet noodig dat ge verder I ioopt, zei Klaas, want de vergadering I lieeft geen plaats. — Hoe, geen plaats? Wel neen ! De politie staat aan de I poort van den « Eden » en er mag geen I mensch binnen. We hebben vergeten I toelating te vragen aan de « Komman-| dantur », aan de Duitsche overheid wil I dat zeggen, en nu heeft die de verga-I dering verboden. Menheer de advokaat I Frimoelle heeft op zijnen poot gespeeld I en van ailes gezegd, maar 't heeft alle-I uaal niet geholpen. Dan heeft hij ons I çevraagd bij hem thuis te komen, om I n voorbereidende vergadering te hou- ■ 4en en 't een en ander te bespreken, zoo t «der ons. Menheer Frimoelle is al naar I luis gereden, met nog twee ander hee-I rcn, en Menheer Millier komt er ook. — Kent gij Menheer Frimoelle? vroeg I k verwonderd. — Zejier, zei Klaas, zeker ken ik hem. '■ Is 'n a charmante » mensch. -• 'n Heele « charmante » mensch, zei I Vïil Kwaps. 'n « Charmante » japneus ! zei Jef I Uwijd. Zie, dat s nu om uit uw vel te ' -priugen 1 kreet Klaas. Ge kunt aan dien I Jef maar niet wijsmaken, dat er in de i aieuwe partij geen politiek te pas komt ! I kunt hem maar niet in zijnen kop krHgen, dat die heeren van 't stadhuis hij tikte eens aan zijnen hoed, want ; hij was in burgerskleeren — alleen niets kunnen doen, dat ge 't gœvernement I °ok noodig hebt om de belangen van de tielden te verdedigen... Dat moet van I hooger komen ! - Zeker, beaamde Mil Kwaps, zeker, I dat moet van hooger komen... Het goe-'■'ernement alleen kan aan de helden eer-'°lle onderscheidingen verleenen en ge ; moet veel geld hebben ook om... Hewel, viel Jef hem bitsig in de de, hij zal toch geen président wor-I den, daar zal ik 'n spelleken vooj spe- -- Ge .'.îjt 'n » steinezel n ! Jef Lawijd bleef staan en hij nam met :ijn groot oogen Mil Kwaps van den top tôt aan de voeten op. Ik dacht dat îij hem in zijnen nek ging « gribbelen », >m hem meê naar den « bureau » te ne-nen, want ge moogt toch geenen poli-ieman « affronteeren •>, he, al kent ge îem van dichtbij. — 't Is waar, zei Mil, ge zoudt gij nen mensch... Maar Jef liet hem niet uitspreken. - Veel « komplimenten » van mijn >aart aan uwen advokaat, zegde hij heel calm, want ik doe niet meê aan die jap-îeuzerij. Salut en de kost! Hij liet ons zijnen rug zien en trok ;r uit. — Ja maar, zoo niet ! riep Klaas en îij « spodereerde » achter Jef. Op 't hoeksken van de Teniersplaats lield hij hem staan en daar begonnen ze net veel « gesten » te « sjauwelen». Wat Klaas allemaal gezeid heeft weet ik niet, naar op 't laatste kreeg hij den « kolei-rigen » zot toch meê terug... We kochten voor zeven cents en half :ram, want aan 't Justitiepaleis moesten ;ve a changeeren », omdat Menheer Fri-noelle aan 't nieuw kwartier van 't Zuid .voont. Op den tram sprak niemand van ons je vier en 'n «bakkes»... Klaas wist den weg en bracht ons laar een heel groot huis, heelemaal in çvittën steen, met vensters 'lijk vitrie-tien, maar zonder deur. Er was 'n hcf-Iccn voor, met 'n ijzeren «grille», en de dew was opzij van het huis. De ad-rokaat woonde ook in 'n Trappeken-op, want er waren wel vijf trappen vôor die 3eur, die eigenlijk 'n poort was... Amaï mijn annen, als we in den « kol-lidor ». stonden, heelemaal in den witten 'ifarmer, ' met tapijteri waar dat ge in trapte 1:ot over uw voeten. 't Was de knecht, die bij me thuis de schœnen had gebracht, die was komen opendoen en onzen hoed afpakte, uit ons handen. Daarna deed hij 'n groote deur open en hij zei : — Caat maar binnen, heeren... Klaas stapte vooruit, want die is dat gewoon bij die heeren op 't stadhuis, en wij duwden malkanderen naar voren, tôt we allemaal binnen waren. Ik was de iaatste en ik wou de deur toetrekken achter mijn gat, maar de vriendelijke knecht was me vôor. Dat was daarbinnen 'n paleis ! We stonden in 'n zaal, waar mijn heel hui-zeken kon in dansen, en daarnevens was nog 'n zaal, en aan den anderen kant 'n glazen zaal vol boomen en planten, en dat stond vol tafels, en stoelen, en schil-derijen, en beelden, en van ailes, allemaal om ter schoonste, en ge moest op-passen, want de vloer was zoo «glatteg» dat ge bijna uitschooft eer ge op de ta-pijt stondt. Als 'k dat allemaal zag was ik heel blij dat 'k zoo goed « rook ». In 'nen grooten zetel — 'k geloof dat le 't 'n' « kannapee » heeten — zat Menheer de baron Frimoelle met Menheer Muller, en tegen de schouw stonden er twee heeren, en op de tafel stonden er yeel glazen en flesschen wijn en 'n hoop visten sigaren, allemaal open, zoo maar i^oor 't pakken. Menheer de baron Frimoelle sprong recht en kwam naar ons. — Ha, daar zijn de heeren... En de mend Zebedeus is er ook bij... Dat doet ne plezier... Ik stak mijn twee vingers al vooruit — als 'k eenen keer iets gezien heb, dan ken ik het — om ze tegen zijn twee vingers te wrijven. — Die heeren hebben daar straks reeds kennis gemaakt, niet waar?... Mag ik u Menheer Zebedeus, meester-schoen-maker, voorstellen... Medestichter der tiieuwe partij... De twee heeren van de schouw kwa-tnen wat dichterbij. Ik hield mijn twee yingers weer gereed, maar ze hielden mn handen thuis en maakten voor mij 'n buiging, zoo gelijk de nobel heeren in de komediestukken van den Kring. [k bleef niet ten achter en 'k « top te » twee keeren, gelijk 'n zwalper voor zijn lui vin. fk geloof dat die twee nobelen zeiden hoe ze heetten, terwijl ze bogen, maar 'k moet eerlijk zeggen dat 'k et geen woord van verstaan heb. — Gaat zitten, heeren, zei de baron... Gaat zitten... Hij wees de stoelen tegen de tafel aan en we gingen gevieren-zitten, op 'n rij... De ander schoven ook bij.. — Ik ben hier heelemaal alleen met John, zei de baron... Al de dienstboden zijn gaan loopen... Gelukkiglijk is mij-ne vrouw met de kinderen naar den Haag... Ik begreep niet goed waarom de baron dat zoo gelukkig vond, want die hadden wel 'n hand kunnen uitsteken in zoo 'n groot huis, he, als ze gebleven waren. — Daarom moet ik hier ailes zelf doen en moeten we ons maar zelf behelpen... Hij schonk voor ons in, wijn, en hij goot hem in bierglazen, zoo perdes of de wijn geen waarde had ! En hij zei dat we een sigaar moesten kiezen. Ik nam een heel dikke, die zoo zwart «zag» als «pek», omdat die kist het dichtst tegen me stond. 'k Had er liever 'n lichte gehad, maar 'k durfde niet op-staan om er een te pakken. Dezen keer had ik stekskens bij, 'n heel doosken, en 'k moest Jef ook vuur geven, want die zat daar « verbabbereerd » met zijnen stinkstok in zijn handen, gelijk ik bij Menheer pastoor. Als 't steksken uitge-blazen was, zette ik het doosken op de tafel en lei er 't « allumetje » op, want 't zouden nu toch geen manieren ge-weest zijn het op den grond te gooien... Ja, 'k weet hoe 'k me in gezelschap moet houden ! Ik dronk eens aan mijn glas. Het was 'lijk vuur dat 'k langs mijnen mond en mijn keel tôt in mijn maag voelde loopen, maar vuur met 'nen fijnen smaak 'iijk « jarbezen » en genever en er kwam 'n « reuk » in mijnen neus, die mij aan mijn koppeken deed denken. En ik smoorde... Ik voelde iets warrns aan mijn hart ; ik was zoo gelukkig, 'k zat daar zoo zalig, dat mijn gemoed vol schoot en 'k wel had kunnen grijzen... En weer was 'k kontent dat ze Ant-werpen gebombardeerd hadden, wani anders had 'k niet in dat paleis gezeten, bij den wijn en de sigaren van baron Frimoelle, ik, Zebedeus, de schoenlap-per uit 't Donkerstraatje... Zebedeus Stekelige blaadjes ii. Broeders I We moeten broeders zijn, allemaal broeders, en malkaar als broeders lief-hebben. Alzoo luidt het panool dat, vol-gens zekere heeren die in de bladen schrijven, stilzwijgend werd gegeven. Ik heb langen tijd in bewondering gestaan voor die frase, en getracht, doch te ver-geefs, me voor te stellen hoe ze 't hem lappen om wachtwoorden te geven zonder te spreken. Ik ben dan maar gaan denken dat men de taal der stom en doo-ven daarvoor heeft gebruikt... vooral der stommen. Misschien is het daaraan te wijten dat de broederschap niet heel solied is. Er wringt iets in de fraterniteit die ons werd opgelegd. Men ziet dat ; men hoort dat, en men voelt dat ; de brave men-achen die braaf in de bladen schrijven zeggen het onverholen : nu zwijgen we.. want we zijn broeders... maar wacht tôt de toestand weer normaal is... we zul-len u dan vinden... ge zult rekening geven, rekelsl... Omnia fi citerne Vindt men niet dat iets onzedelijks ligt in de schijnheilige broederliefde die we ten toon spreiden, en deden we niet beter malkaar te bejegenen zooals we al-tijd hebben gedaan? 't Idée van Barrés De dagen die we beleven zijn gunstig voor 't uitbroeien van allerlei gekke ge-dachten. De naderende lente brengt het hare daartoe bij : het botten van de boomen, zegt de wijsheid der volken, doet de zotten hun kureu krijgen. Nu is menheer Barrés, de Fransche schrijver, geen gek, verre van daar. Hij is een elegante, geestige, zeer oppervlak-kige Fransche schrijver, en die er nu vreeselijk patriotiek bij geworden is. De Fransche bladen, waaraan hij meewerkf, krijgen artikels in zeer mooie taal ge-steld en waarin de afschuwelijkste din-gen den vijanden worden aangewreven. Barrés weet echter raad op ailes ; een der gemeenheden door den vijand ge-pleegd is het ver krach ten van vrouwen, die nu, binnen korteren of langeren tijd, een klein Pruisken zullen bai en, of het moest een Beierken nf eer. Aebterpo:v- merken zijn. Vele dier vrouwen hebben aan Barrés laten weten, — hij zegt het ten minste, — dat zij dien ongewensch-ten indringer bij zijn geboorte zullen dooddoen. Daarin wil Barrés voorzien : de bevoiking van Frankrijk gaat zoo al genceg achteruit, dan dat men dulden zqu dat de vrucht eener franco-germaan-sche collaboratie, hoe ongewenscht ook geboren, zou worden vernield. En dooddoen is altijd zonde. Dus wil Barrés dat ten gepasten tijde de nieuwe wereldbur-gers zullen ontvangen worden en door de maires in de bevolkingsboeken geschre-ven, als geboren uit onbekenden vader en moeder. Verder zullen de kindertjes, de bastaarden des oorlogs, door de open-Dare liefdadigheid worden opgevoed. Me dunkt dat Barrés een der oudste clichés uit de litteratuur aller naties op den kop stelt : wat doet hij met het .noederlijk gevoel, dat altijd sterker is dan ailes? Van een anderen kant, is het niet gevaarlijk aan zekere temperamen-ten de verzekering te geven dat de ge-volgen van rnogelijke zwakheden zullen leven en verpleegd worden? Vreest hij niet dat de erfvijand op die manier ge-legenheid krijge om Frankrijk te bevol-ken met Germaansche elementen, die den duur ,gelijk hun vaders, met slag en itoot Gallië zullen over wel digen"J Vreest hij ook niet dat men zijn verzor-ging der moeders tegen wil en dank dan ook moet uitstrekken tôt de putatieve vaders? Want stellig zijn er getrouwde vrouwen, en vele, tusschcn deze welke den aanval van den vijand moesten ver-dragen. Hebben de mannen geen recht op vergoeding, die hoogst ongewenscht werden geeocufieerd ? Jubilatie In België jubileeren we gemakkelijk : echcparen die 25, ôo of BU jaar getrouwu zijn; staûnuisklerisen die een K.wart eeuvv en langer weerstonuen aan de vermoei-nissen van hun amDt ; voorzitters van sjosseteiten welke 1UU5 weken de zitting openden met de memorabele woorden : De zitting is gé-j-opend... en dan iU(J5 weken hunnen bek hielden,— al die goe-de u.enschen jubileeren, worden gevierti, tiuldevol toegesproken, — en ze krijgen geschenken, wat hun nog het liefst is van .^Hes. In Holland doet men dat ook, maar als wij ons weten in te toomen, en een jubilé steeds binnen bescheiden païen Dlijft, — uitgezonderd de zilveren huwe-lijksjubileums en de gouden, want het martelaarschap verdient altoos bijzonde-de vereering, — dan overdrijft men in Holland schromelijk. Zoo viert men nu Speenhoff, den ge-kenden liedjeszanger, die in zijn land een bleeke maneschijn doet lichten van een verren verren geestigen Franschen Chat Noir. Misschien wel omdat hij « lieusch ondeugend » zijn saai en voor-naam en deftig land en zij ne bewoners uitlachen dierf. Ik geloof niet dat men hem huldigt om de vele bittere waarhe-den die hij tusschen door heeft gezegd. De jubilatie is een groot succès ge-weest. Niets heeft er aan ontbroken.noch blœmen, noch geschenken, noch geestige, noch idiote aanspraken. Maar, nog eens, Speenhoff overdrijft : hij jubileert niet alleen te Rotterdam — 't is maar een koperen jubilé, van 12 1/2 jaar lied-jeszanger — doch nog in vijf of zes an-dere steden van Holland. Zoover hebben wij het in België nog niet gebracht... Ik meen dat we goed zullen doen het voor-beeld te volgen... Banginakers We hebben in België personen genoeg die er plezier in vinden allerlei dwaze geruchten te verspreiden. Nu eens is het een nieuw bombardement dat voor de deur staat ; dan is het weer de hongers-nood die dreigt ; dan zijn het zware boe-ten die ons zullen verpletteren... In Holland heeft men ook zulke nood-kraaiers. En die doen hun uiterste best om de vluchtelingen, welke willen terug-keeren, tegen te houden. Een mijner be-kenden, die voor zaken heen en weer naar Holland reist, ging bij een kapper binnen. Toen de Figaro hoorde dat zijn klant naar België terugging, werd hij waarachtig bleek en riep : « Mijnheer, laat ik je waarschuwen !... Je waagt er je leven an-... Ga niet naar Antwerpen : daar wordt je gewoon vermoord... Antwerpen, wat ik je zeg, is een moordhol. « Toen sneed hij zijn klant haast een oor af... D. K. De Pioupiou en de Keizer Uit Munchen : De infanterist Raoul Davidot, van Moulins, die in het kamp voor Fransche krijgsgevangenen te Ber-nau, aan het Chiemer-meer geïnterneerd was, had zich tôt Keizer Wilhelm II ge-richt met verzoek om toelating zijne ster-vende moeder te mogen bezoeken, die den vurigen wensch uitgedrukt had haren zoon eene laatste maal te mogen om-helzen. Hij had zijn woord gegeven v66r i Maart a. s. terug in het kamp te zijn. De Keizer heeft aan Davidot de ge-vraagde permissif* verleend en deze is reeds over Lindoe "aar zijn geboortelaid ifgereisd. DAGELIJKSCH NIEUWS «LA CROIX ROUGE» VAN DE MEiR. — Wij ontvangen het volgende schrijven dat wij volgaarne eene plaats verleenen : « Ik lees in uw geëerd blad de her-naalde klachten over de verregaande en moedwillige franschdolheid van het « Croix Rouge », dat op de Meir, maar geen Vlaamsch opschrift wil gebruiken. » Ge hebt gelijk, overschot van gelijk, op den bout te beuken tôt hij in den muur zit, en laat mij toe ook een klop er op te geven. » De heeren franskiljons op de Meir, wier pels in veiligheid is, schijnen te vergeten dat die hunner mannen, die thans aan front zijn en daar het echte Roode-Kruiswerk doen, in kommer, groote ontberingen en gevaar, allen, zonder uitzondering, gestampte flamin-ganten zijn of zonen van Vlaamschge-zinden. Die jongens doen daar hun zwaar en gevaarvol werk met de aller-grootste toewijding en nog onlangs la-zen we in een brief van een hunner, dat ze in een vrij half uurtje in stilte Vlaamsche liedjes neurrieden en zij vroegen ook toezending van onze liederboekjes ! » Zou « la Direction de la Croix-Rouge », die op de Meir paradeert en waar-van de leden na den oorlog om het prachtige werk zullen geridderd en ge-lauwerd worden, niet wat meer eerbied mogen hebben voor de echte Roode-Kruismannen die op het slagveld, onder der kogel- en granaatregen, hun mensch-lievend samaritanenwerk verrichten, en die bij hunne terugkomst hier, uitgeput, gebroken en ontzenuwd door het aan-zien van al die ellende, bleod en mise-rie... zullen vergeten worden. Dat is toch altijd het lot der Vlamingen, niet? » 'k Zal het onze Vlaamsche jongens daar ginds bij gelegenheid eens diets maken, hoe hier hun « Direction » om-springt met het recht der Vlamingen, ze zullen zeker nuchter opkijken. » Zeer hartelijk dank voor de opname, Heer Hoofdopsteller, en aanvaard mijne oprechte Vlaamsche groeten. Een Vlaamsch Vader van een dico Roode-Kruisman. » BEELDHOUWER NIJS. — Door de gekende beeldhouwer Nijs werden te New-York reeds twee borstbeelden in wit marmer voortgebracht. In de New-Yorksche bladen wordt met den grootsten lof over het kunst-werk van onzen landgenoot gesproken. DE OPHEFFING VAN DE BETA-LING DER VERVALLEN KOEPONS DER BELGISCHE RENTE IN FRANKRIJK. — Het bericht uit Parijs afkomstig, volgens hetwelk de koepons der Belgische Rente in de Parijsche ban-ken niet langer uitbetaald worden, zelis indien het bewezen is dat deze koepons voortkomen van rentetitels die zich in het bezit van Belgische onderdanen be-vinden, heeft eene groote beteekeni». Deze maatregel werd genomen onmid-dellijk na de konferentie der ministers van Finantien der Triple Entente mo-gendheden, bijeenkomst waaruit men de gevolgtrekking had meenen te mogen maken, dat beslist was geworden de sta-ten die met de Triple-Entente gemeene zaak maken of met dezer zienswijze ak-koord gaan, financieel bij te staan. Onder deze staten moet België in de eerste plaats genoemd worden. De pers heeft dan ook bekend gemaakt dat een nieuw krediet Van 250 milliœn frank door de Bank van Engeland aan de Belgische re-geuring werd geopend, waardoor, rekening houdende met de vroeger toegesta-ne leening, de Belgische schuld aan Engeland op dit oogerblik 600 milliœn frank zou bedragen. Men meldde om-streeks einde November uit Parijs, dat de bank Rothschild Gebroeders, te Pa-rrijs, zou voortgaan met de uitbetaling der koepons der Belgische Rente, waar-van de titels zich in Belgische handen bevinden. Dit nieuws werd vervolgens rond half December door den Belgischen minister van Finantiën, in den Haver, bevestigd ; deze voegde er zelfs aan toe, dat, ofschoon het Grootboek der Belgische St aatsschuld te Brussel gebleven was, ahvaar dus in princiep de interes-ten der Belgische inschrijvingen alleen kunnen geëischt worden, de koepons der ingeschreven Rentetitels echter in den Haver betaalbaar waren, tegen overleg-ging van het deposito-certifikaat en de legitimatie van den drager. Het bericht der niet-uitbetaling der vervallen koepons door de bank Rothschild Gebroeders heeft dus waarschijti-lijk slechts betrekking op de koepons der titels t.aan drager». Of de oorzaak hiervan is dat de fond-sen « ad hoc » bij deze bankiersfirma ge-deponeerd, uitgeput zijn, of dat er nog andere redenen bestaan, kan niet door oningewijden uitgemaakt worden • In ieder geval is het een gevoelige slag voor de dragers van Belgische rentetitels.Misschien wil men vermijden dat het geld voortkomende van de uitbetaling dezer koepons, in de handen van den vijand zouden tcrecht komen. Waarom zelfs de uitbetaling der koe^tems vaa titels die zich, zonder tegenspraak, in Belgische handen bevinden, geschorscht is, blijl't intusschen een moeilijk op te helderen punt. VOOR HET FRANSCHE LEGER. — Men meldt uit Den Haag, dat volgens private brieven, er tôt op einde Januari te Bordeaux, uit Amerika voor de» dienst van het Fransche leger aangeko-tnen zijn : 80 geblindeerde automobie-len, 20 miljoen kogels, 50.000 paar schoenen, 200.000 kilos pindraad en (i miljoen doozen ingelegd goed. VERLATEN KINDEREN. — Sedert het uitbreken van den oorlog zijn de zedelijk verlaten kinderen, de vondelin-gen of weezen, alsook die welke voor-Joopig door den rechter in hunne familie gelaten worden, uiterst verlaten gebleven. De bijzondere instellingen hebben de vergoedingen niet meer ontvangen waarop ze recht hadden om in het on-derhoud dezer kinderen te voorzien. De aandacht van het Nationaal Steuu en Voedingskomiteit werd op dien toestand getrokken en een organism is in vorming om de noodige maatregelen te treffen. UITBETALING VAN WERKLOO-NEN TE BORGERHOUT. — De ploegbazen welke nog in het bezit zijn van werklijsten van 4, 5, 6 en 7 Oktober en waarop zich nog inwoners bevinden der gemeente Borgerhout, worden drin-gend verzocht deze oogenblikkelijk te bezorgen op het gemeentehuis van Borgerhout, bureel van den Bouwmeester, ten einde zoo spoedig mogelijk te kunnen overgaan tôt het uitbetalen der werkloonen De datum der uitbetaling zal later bekend gemaakt worden. We bestatigen met genoegen dat de zaak dus op goeden weg is. 33 FRANK PER 14 DAGEN VOOR EEN GEZJN VAN 10 PERSONEN. — Wij hebben herhaaldelijk aangedrongen bij het Kollege van Burgemeester en Schepenen opdat het in de toepassing van de gestemde afhouding van het vier-de van de jaarwedde en loonen de nede-rigen onder de nederigen zoude hebben gespaard. Het heeft geen gehoor verleend aan onze verzoeken en zoo komt het dat er nu in menig huisgezin waar al geen weelde en overvloed was, het hoogst noodige zal gaan ontbreken en de menschen wezenlijk aan 't sukkelen zullen gaan. Wij kennen het geval van eenen kraanman die vroeger 55 frank trok per 14 dagen maar nu 33 frank en die acht kinderen heeft waarvan een, het oudste, 16 jàar oud, nog ziekelijk is en versterkt zou moeten worden. KONSUL-GENERAAL VAN BEL-GIE TE VLI5SINGEN. — Bij konink-lijk besluit van 16 Februari, is de heer F. Goffart, erkend en toegelaten als Konsul-generaal van België te Vlissin-gen, voor de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. GETEISTERDE DOKTERS EN APOTHEKERS. — Tusschen de slacht-offers van de onheilen, veroorzaakt door den oorlog, hebben de dokters en apo-thekers van zekere streken bij zonder te lijden gehad. Velen onder hen bevinden zich in eenen toestand die aan de ar-moede grenst ; anderen hebben ailes ver-loren wat ze bezaten ; anderen ook werden gedood, eene familie achterlatende zonder middelen van bestaan. Het is hoogst noodzakelijk deze menschen ter hulp te komen, daar hunne beroeps-plichten hen meer blootstelden dan anderen.Een organism dat zulks ten doele heeft werd gevormd. Het heeft als eerevoor-zitter M. Bruylants, professor te Leuven, en als voorzitter Dr. Dubois-Havenith, van Brussel. Dit lofwaardig initiatief verwierf de goedkeuring van het Nationaal Steuu-e« Voedingskomiteit hetwelk eene eerste tegemœtkoming van 10.000 franken schonk. EEN MENSCHLIEVEND WERK. — De arbeideis van de gasfabriek der Kronenburgstraat hebben het gelukkig gedacht gehad, elke week een uur van hun loon te storten om de in nood ver-keerende werkgezellen steun t« verleenen. — Tusschen patroons en arbeiders werd eene kommissie samengesteld en ieder-een heeft het recht een huisgezin tôt te verleenen steun voor te stellen. Door het komiteit zullen de huisgezinnen in kwestie bezocht worde i om te onderzoe-ken of ze onderstand verdienen. Door de werklieden werden 70 huisgezinnen voorgesteld en 30 reeds zullen van den onderstand genieten. Verleden Zaterdag had de le uitdee-ling plaats en er werden kolen en le-vensmiddelen in overvloed verstrekt. De vrouwen dezer menschlievende arbeiders zullen ook nog kousen en ondar-goed voor de behoeftigen maken. We brengen hulde aan de menschlievende gevoelens van de werklieden d«r gaafabriek (Kronenburgstraat).

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Het Vlaamsche nieuws behorende tot de categorie Gecensureerde pers. Uitgegeven in Antwerpen van 1915 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes