Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen

558 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 21 Maart. Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen. Geraadpleegd op 15 december 2019, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/bk16m34b0w/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

INSCH'RIJVINGSPRIJS België : 5 fr. 's jaars Nederland : 3 ^ulden Andere landen : 7 frank Men schrijft in bij het Beheer of op de postkantoren. Losse nummers 10 centiemen. AANKONDIGINGEN : o.25 fr. per drukregel Volledig tarief op aanvraag. HOOGERLEVEN Algemeen Weekblad voor Ontwikkelde Katholieke Vlamingen Briefwisselaars gelieven telkens hun volledig adres op te geven. Aile bijdragen, waarvan de inzender zich aan de Redactie niet volkomen bekend maakt, worden onverbiddelijk geweigerd. Beheer en Opstelraad : Minderbroederssiraat, 44, Leuven. Gedrukt in DE VLAAMSCHE DRUKKERIJ Bestuurder Hugo Bomans, Minderbroedersstraat, 44, Leuven. Een Bond van Katholieke, Vlaamsche I Gemeenteraadsleden. Van verschillende zijde werd onlangs de be hoefte gevoeld aan een groepeering van raads-leden van Katholieke, Vlaamsche gemeenten. Dat verlangen kwam o. m. tôt uiting in een artikel verFchenen in De(n) Gids op Sociaal gebied (Mei 1912), dat destijds 00k als circulaire werd rondgestuurd, en op het laatst gehouden Congres van het Davidsfonds te Antwerpen. Tôt nu toe echter is er 110g niet meer dan een begin geweest van uitwerking ; maar thans laat het zich aanzien dat we voôr einde 19x4 met een goed georgani-seerden Bond van Katholieke, Vlaamsche gemeenteraadsleden zullen zijn begiftigd. Onze Noordelijkeburen gingen onsook ten deze voor. Daar heeft elke politieke groep de gemeenteraadsleden harer richting sinds korter of langer tijd in een bond vereenigd : men heeft daar een bond van Anti-revolutionaire gemeenteraadsleden, een van Christelijk-historische, van Vrijzinnig-democratische, van Sociaal-democratische, en van Roomsch-Katholieke. Deze laatste die al twee jaar oud is, begon ecbter eerst in de laatste maanden leven te krijgen en van zich te doen hooren. Ook in het Rhijnland werd een zoodanige bond voor Katholieke raadsleden gesticht vooral met het 00g op het sociaal initiatief door gemeen-ten te nemen. Deze bond heeft zijn inlichtings-bureel en zijn eigen tijdschrift, tôt welke beide instellingen ook de Hollandsche Bond hoopt te komen. In ons land is vooral de provincie Henegouwen die hierin is voorgegaan. Daar heeft de Socialis-tische partij de gemeente en provincieraadsleden van hare kleur zoo sterk georganiseerd, dat deze door bedrijvigheid en initiatief op aUerlei gebied bijna een staat in een staat hebben tôt stand ge-bracht.Ook de liberale schepenen van onderwijs hou-den voeling met elkaar en houden geregeld bijeenkomsten ter bespreking van hun politiek. Het voorde( 1 van dergelijke onderlinge gedachtenr wisseling werd ook ingezien door de burgemeesters der Brusselsche omgeving die eveneens hun gemeentebelangen geregeld bepraten. Van katholieke zijde, werd bij ons weten alleen in den schoot der Konservatieve Vereeniging te Brussel een afdeeling gesticht voor katholieke raadsleden der omliggende gemeenten. En daarmede is meen ik al aangehaald wat ten onzent in die richting tôt stand kwam. * *■ * En al moge het nu ook een reuzenwerk zijn, toch meen ik dat het hoogst wenschelijk is onze Katholieke, Vlaamsche gemeenteraadsleden tôt het bewustzijn te brengen van de katholieke en vlaamsche beginselen die hun werking moeten leiden en opwekken. Onder onze katholieke gemeenteraadsleden zijn zeker een aantal eenvoudige menschen met de beste inzichten bezield, maar die van gemeente-politiek, maar weinig of geen begrip hebben. Zij hebben de noodige vorming niet en missen veelal ook de noodige voorlichting. Door hun ondoelmatige, onbeholpen of onvoor-zichtige handelwijze worden dikwijls goede her-vormingen eerder geschaad dan gebaat, sociaal-nuttige plannen verijdeld; goede vooruitstrevende en verheffende gemeentepolitiek tegengehouden of onmogelijk gemaakt. Al te dikwijls blijft eenvoudig het hek aan den ouden stijl. Het is dan ook van zeer groot belang de vele plattelands-raadsleden in de verschillende quaesties, waar-voor zij te staan komen, voor te lichten, en hen zooveel mogelijk te ontwikkelen en te vormen in de goede, sociale, katholieke, vlaamsche richting. Zij, die het beheer onzer gemeenten in handen hebben en als zoodanig ook de leiding van hun medeburgers, dienen in de eerste plaats een klaar begrip te hebben van hun gewichtige en omvang-rijke taak ; zij dienen een ruimen en verrezienden blik te hebben in de nooden van hun gemeente, van hun volk en van hun tijd, om bijtijds het initiatief te nemen van gezonde en vruchtbare hervormingen. Zij moeten zich dus in velerlei quaesties inwerken ; raad en voorlichting inwin-nen, en hun blik om zich heen durven slaan om zich van de bestaande leemten en mistoestanden te vergewissen en ze met overleg en doorzicht geker maar ook met naar betere-verhoudingen- strevenden geest te bestrijden, aan te vullen en te verbeteten. En wat een ruim gebied ligt voor de belang-stelling van de raadsleden open ! Op sociaal en zedelijk gebied : de openbare gezondheid, de woningskwestie, de strijd tegen drankzucht, openbare en private zedeloosheid, de herberg- en winkelsluiting, openbare vermakelijk-heden, e. a. ; op onderwijs en schoolgebied : de inrichting van den 411 graad, de avond- en zondag-scholen, de. zoo noodige vakscholen, de uitbrei-ding van het technisch- en beroepsonderwijs, waaraan in vlaamsch België zoo'n 'astbare behoefte bestaat, de openbare leeszalen en volks-bibliotheken. e a.; op gebied der gemeentediens-ten : verlichting, drinkw aterleiding. enz. Op gebied der Katholieke, Vlaamsche politiek : het deelnemen aan het publieke leven, het bevorderf-n van de kath'lieke en vlaamsche belangen in de gemeente, de ver\laamsching der gemeentediensten, en meer andere. Het werkterrein van een bond van VI. K. Raads^den is heusch niet gering en de voordeelen die hij heeft na te streven zijn gewichtig genoeg om zonder dralen de hand aan de ploeg te slaan. En wat een macht zou zoodanig een bond vormen als hij met eenheid en kracht optreden zou in een actueele kwestie van algemeen belang b. v. een nieuwe schoolwet, een Vlaamsche Uni-versiteit, om er een algemeene actie voor aan te vangen. Daarbij stel ik me ook voor dat er van zulken bond een weldadige invloed zou kunnen uitgaan og de plaatselijke politiek in de gemeenten, waar men maar al te dikwijls alleen 00g en oor heeft voor personenstrijd, familietwisten en herberg-politiek. Bij velen is daar de strijd voor beginselen nog een onbekende zaak. Het is hoogst wenschelijk dat in die toestanden een zuiveringsproces plaats grijpe evenzeer trouwens als in de conser-vatief-liberale gedachten van vele burgemeesters. Om die vele vruchten op te leveren zal natuur-lijk de bond moeten talrijk zijn, bedrijvig en werklustig. Daarom zal ook een orgaan noodig zijn dat aan de aangesloten leden zal worden gezonden en waarin de reeds genoemde vraag-stukken zullen worden behandeld en een vragen-bus ten gerieve der leden zal geopend. Bovendien zal een inlichtingsdienst moeten worden ingericht, een secretariaat, waaraan bekwame en vertrouwde personen verbonden zullen zijn om de leden door hun raad, voorlichting of initiatief van dienst te zijn. Ten slotte zal men ook geregeld moeten bijeenkomen : de leden zouden dit kunnen doen per kanton of arrondissement, bijwijlen per provincie en jaarlijks in een algemeene verga-dering.Laten wij intusschen de inrichters dezer nieuwe vereeniging geluk wenschen en steunen in hun ondernemende pogingen. A. Amers. ; "" Over onze huraaniora=programma's Van de hand van E. H. Dr De Smet is thans in brochure-vorm verschenen de bijdrage die in de December- en Januarinummers van La Vie diocésaine, Bulletin du diocèse de Malines, zeer werd opgemerkt : A propos de la Commission de Réforme. Quelques considérations sur les humanités classiques. Ik stel me voor hier in korte woorden den in-houd van die goed beredeneerde en prettig ge-schreven studie te doen kennen : ook uit Vlaamsch oogpunt zijn er zeer belangrijke punten in aan te stippen. Iedereen kent, denk ik, de « Commission instituée par arrêté royal du iç février içoô pour l'étude des améliorations qu'il conviendrait d'introduire dans l'organisation de l'enseignement moyen du degré supérieur. Die Commissie, bestaande uit 54 specia-listen, « savants juristes et économistes, naturalistes et commerçants, mathématiciens et philo: sophes, administrateurs et officiers » onderzoekt dus, sedert 8 jaar reeds, hoe het vraagstuk van het middelbaar onderwijs van den hoogeren graad best zou opgelost worden. Van aile zijden werd die Commissie aangeval-len, en niet zonder reden : Voortgekomen uit het beruchte Congrès mondial de M'ons, is ze in zeer bepaalde richting samengesteld ; ze beantwoordt niet meer aan de thans heerschende gedachten in zake verbetering van het middelbaar onderwijs ; haar programma is niet nauwkeurig omschreven; de professors van het middelbaar onderwijs — eerst en vooral toch op de hoogte dier zaken — zijn systematisch er uit gewe» rd : 4 athenaeum leeraars worden enkel tijdelijk toegdateri ; man nen als P. Veiest en Prof. Remy werden er bui-ten gesloten : redenen genoeg om de Commissie verdacht te maken in de oogen van velen, van de meesten. Dit belet voljtrekt niet dat degenen die er lid van zijn, over 't algemeen zeer hoogstaande namen in de onderwijswereld dragen, maar gezien langs den anderen kant de tendenz richting der gezegde Commissie, is het ook niet te ver-wnnderen dat het Grieksch groot ge\ aar loopt, in de st'^mming, afgescheept te worden als ver-plielitend vak der humaniora. Tôt daar het iste deel van Dr De Smet's zake-lijke s'udie. In het 2<>e deel veidedigt de schrijver in warme bewoordingen zijn eigen zienswijze : eerst en vooral moeten onze studenten weten waamm ze humaniora-studiën doen, ze moeten hunne studiën beminnen en er zich niet alleen met hun geest, maar ook met hun hart — Cœurs d'humanistes — op toeleggen, — de letterkundige vorming door de oude klassieken blijft de belangrijkste, boven de historische studie dier schrijvers die maar een natuurlijk gevolg, een vervollediging kan zijn van de eerste : het argument van de gymnastique intellectuelle blijft dan ook ten voor-deele der oude talen, zijn zeer groote, zijn door-slaande waarde behouden ; het festina lente insge-lijks is nog al tijd de beste methode, die in de laatste tijden door sommigen wel wat over het hoofd u,erd gezien ; wat het humaniora-certifi-caat aangaat op het einde der studiën, dit moet ernstig zijn en is het feitelijk, ten minste in som-mige gestichen. Al die punten worden klaar en duidelijk uitrengezet en bewezen ; zeer velen dan ook zullen, denken wij, het eens zijn met den ge-leerden professor. Maar waar zijn studie het meest tegenspraak zal uitlokken, is daar wel waarschijnlijk waar hij, in een 3de deel, de inrichting bepleit van een Hoogere Rhetorika. Verstaan wij elkander goed : E. H. De Smet is het, met de verdedigen van een Hoogere zevende Klas, eens dat onze studenten over 't algemeen niet genoegzaam voorbereid zijn als ze de zesde Latijnsche beginnen en hij vraagt dus ook hetere voorbereiding ; maar zelfs, in een normalen toestand van ons onderwijs, zou hij, als een kroonlijst aan een gebouw, aan het hoofd der humaniora de kroon willen zetten van een Hoogere Prima. Die klas zou nochtans vol: strekt de leerlingen nog niet specialiseeren; ze zou, zooals de andere humaniora-klassen, het karakter van algemeene vorming blijven behouden ; maar gezien onze leerlingen over 't algemeen na de tegenwoordige Rhetoiika nog zoo weinig rede-neeren kunnen, zou men in die hoogste klas voor-namelijk hun oordeel, hun redeneervermogen trachten te ontwikkelen, de groote denkers als Plato, Demosthenes, Tacitus, Tertullianus, S. Augustinus, Bossuet, Kard. Mercier, P. de Groot zouden dus door onze reeds grootendeels gevormde jongelingen op die klas bestudeerd worden. Zeer aantrekkelijk is die voorstelling voorzeker ; maar wij gelooven toch dat, gezien vooral onze huidige militaire inrichting en de algemeene wensch der ouders die hun zonen niet graag na de 18 jaar op het College nog laten, het wel «een vrome wensch » zal blijven. Onze overtuiging daarbij is — en wie zal daar niet mede instemmen? — dat men eerst en vooral moet beginnen met in het Vlaamsche land onze humaniora normaal in te richten, wat de basis zelf aangaat van aile onderwijs : moedertaal, voertaal van aile ernstig onderricht. E. H. De Smet is het daarbij wel eens met ons nopens dit punt. Zeer graag ook schrijven wij daarover vol-gende regels af uit zijn studie ; ze zijn van het hoogste belang, nu bijzonder dat men, zelfs voor de voertaal van het lager onderwijs, in onze Bel-gische kamer de woorden « het Vlaamsch in de Vlaamsche provinciën en het Fransch in Wallonie » niet heeft durven in de wet neerschrijven. Men zal nochtans zien dat, zelfs wat het middelbaar onderwijs aangaat, zoowel Waalsche als Vlaamsche opvoedkundigen het over dien wensch volstrekt eens zijn : « Une des rares thèses, — zoo spreekt E. H. De Smet — qui aient eu la bonne fortune d'être à l'abri de toute contradiction est celle qui propose de demander au gouvernement que la langue véhiculaire des humanités soit, en pays wallon, le français, et le néerlandais dans la partie flamande du pays (sauf â renforcer d'autre part l'étude de la seconde langue nationale). Défendue par le R. P. Ver-meersch, par M. de Ceuleneer, M. Duqué et dans un chaleureux plaidoyer de M. le chanoine Colinet (1), — j'en omets peut-être — cette thèse n'a, je crois, rencontré aucune opposition ». Dit is, wij herhalen het, van het hoogste belang. Moesten die gedachten practisch hun intrede doen in onze collèges, wat moeilijkheden zouden er al uit den weg zijn geruimd ! En dat daarmee een ernstige kennis van het Fransch kân en môet gepaard gaan, daar zijn wij van overtuigd : onze jongens zouden het Fransch niet' meer als eene vreemde indringster beschouwen, ze zouden meer dan ooit de groote noodzakelijkheid inzien van de kennis der Fransche taal die ze nu, ten onrechte genoegzaam meenen te kennen omdat zij ze overal hooren gebruiken; talrijker, theore-tische en practische lessen in onze tweede nationale taal, zouden met meer vlijt en toewijding gevolgd worden, en met meer stiptheid dan tôt nog toe zou het règlement der talen in speeltijd, wandeling, enz., worden onderhouden : wie zou zich i m mers durven blootstellen aan de ware minderwaardigheid waarin degene zou verkeeren die, na zijn middelbare studiën, niét behoorlijk Fransch zou kunnen schrijven en spreken ? Men zou kunnen opwerpen : maar in 't VValen-land wordt het onderwijs in de moedertaal gege-ven en toch rijzen er dezelfde klachten op. Dezelfde klachten, dit gelooven wij niet. Iedereen toch zal wel aannemen dat onze Vlaamsche studenten, een vreemde taal als voertaal moetende gebruiken, in veel minder gunstige omstandigheden verkeeren als hun Waalsche ge zellen ; voor hen zijn er dus ook meer dringende behoeften dan een Hoogere Rhetorika ; dit belet niet dat men, met E. H. De Smet, haar voordeelen kan bespreken en eens haar verwezenlij-king wenschen. Moest er dan ook eensdaags, als een kroon op een koningsstandbeeld, een Hoogere Prima onze vervlaamschte humaniora komen bekronen, dan zouden wij — en met die opmerking willen wij eindigen — wat het Nederlandsch aangaat, wel een programma willen voorstellen dat een weinig meer bepaald en volledig zij dan dit van Dr De Smet. Op de Tweede Klas zou men, zooals nu, Vondel zien als lier- en treurspeldichter ; Lucifer ailéén zou voor de Lager e Rhetorika blijven behouden ; op de Hoogere zou men Vondel's leer-dichten kunnen bestudeeren; P. de Groot zou insgelijks op deze laatste klas zeer goed op zijn plaats zijn ; een keus uit Kuyper, Aalberse, enz. ware voorzeker moeilijker. Ons laatste woord is nog eens een hartelijk proficiat aan E. H. De Smet voor zijn flinke studie 1 _ ■ :—T~ Âan de Leuvensche Hoogeschool. Violenta non durant. — Vrijdag, i3 Maart, was de hevigste dag der studentenwoelingen, maar men mag zeggen dat het ook de laatste was. De manifestatie in Mechelen was weinig deftig, en velen die er aan deel namen kwamen er van terug met walg in 't hart. Nu was de zaak overhandigd aan de hoogste Overheid die de studenten kunnen inroepen, 't had dus wel betaamd kalm en waardig de beslissing af te wachten. De opgehitste jeugd oordeelde er anders over : 's avonds weeral manifestatie, met groot lawaai 1 Sommigen vonden het plezierig een lijkwagen — met het kruis erop — in de manifestatie meê te trekken ; nauwelijks waren die heerschappen met hun wagen in de Statiestraat gekomen, of de politie deed ze terugrijden : 't mocht wel ! Vuile doodsbrieven, in echte bordeeltaal opge-steld (natuurlijk in 't fransch), werden rondge-strooid, om de dood van Mgr Van Cauwenbergh aan te kondigen, enz. Zaterdag avond was ailes rustig : vele studen» ten waren naar huis en die hier bleven begonnen ook na te denken over de schandige gebeurte* nissen der voorgaande dagen. Voor Zondag valt maar één feit te melden, maar 't is van belang, omdat het aan blinden zou doen zien wat de leiders der studentenwoeling beoogden. Een bladje : « La Ruade, organe officiel et manuel pratique des étudiants libéiés », zoo vuil dat (1) Zie Hooger Leven van Zaterdag 1 Januari. Sedert sprak wk de Heer C, Van Overbergh in depzelfdeji gin. Negende Jaargang. Zaterdag 21 Maart 1914. Nummer 12

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Leuven van 1906 tot 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes