Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen

263 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 16 Mei. Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen. Geraadpleegd op 07 april 2020, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/416sx6597r/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

INSCHRIJVINGSPRIJS België : 5 fr. 's jaars Nederland : 3 grulden Andere landen : 7 frank Men schrijft in bij het Behee of de postkantoren. Losse nummers 10 centiemen. AANKONDIGINGEN : 0.25 fr. per drukregel Volledig tarief op aanvraag. Algemeen Weekblad voor Ontwikkelde Katholieke Vlamingen Briefwisselaars gelieven telkens hun volledig adres op te geven. Aile bijdragen, waarvan de inzender zich aan de Redactie niet volkomen bekend maakt, worden onverbiddelijk geweigerd. Beheer en Opstelraad : Minderbroedersstraat, 44, Leuven. Gedrukt in DE VLAAMSCHE DRUKKERIJ Bestuurder Hugo Bomans, Minderbroedersstraat, 44, Leuven. Jan Frans Van de Velde Verleden Zondag vierde men te Beveren-Waas de onthulling van het standbeeld opgericht ter ( eere van Van de Velde en de honderdste verjaring van zijn terugkeeren uit de ballingschap. Het standbeeld, dat heel wel gelukt is, is het werk van meester De Beule uit Gent. Hier volgt de rede in naam van de Katholieke Hoogeschool uitgesproken door Hoogleeraar De Jongh : Onder de talrijke helden die, in de droeve dagen van het einde der xvme en 't begin der xixe eeuw, Kerk en Vaderland door hun roem-volle daden troost en steun en glorie verwierven, bekleedt Jan Frans Van de Velde eene eereplaats. Naast eenvoudige boerenzonen, die hun bloed vergoten voor God en Vaderland, naast onver-schrokken seminaristen, die zich naar de ballingschap, ja ter dood, lieten voeren uit eerbied voor de rechten der Kerk, naast zoovele priesters die onder de moordende zon van Guyana gingen sterven, liever dan hun geweten met een onge-oorloofden eed te bevlekken, staat de Eximius van Beveren kloek en pal te midden der vervol-gingen, allen leidende door zijn woord en stich-tende door zijn voorbeeld. Zulk man mocht niet worden vergeten ! Ook werd het edele plan van Zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid Monseigneur Stillemans, om het aandenken van Van de Velde door een prach-tig standbeeld te vereeuwigen niet alleen in 't land van Waes, niet alleen in het bisdom Gent, maar gansch België door, met geestdrift bejegend. De Katholieke Hoogeschool van Leuven neemt met vreugde en met fierheid, deel aan de feeste-lijkheden van dezen dag. Viert meri niet in Van de Velde een harer roemrijkste zonen, een harer moedigste verdedigers in de meest beroerde jaren van hare geschiedenis ? Liefde tôt de Kerk, liefde tôt de Hoogeschool, liefde tôt het Vaderland waren in 't hart van dezen koenen strijder als met elkander versmolten ; vrijheid voor de Kerk, vrijheid voor de Hoogeschool en voor het Vaderland, daar leed en daar streed hij voor. Van zijne jongelingsjaren af, schitterden in Van de Velde eene buitengewone schranderheid van geest, en een gansch bijzondere ijver voor de studie. Ter gelegenheid zijner eerste heilige Mis pasten vrienden in een lofdicht, op hem de woor-den van den Zaligmaker toe : « Men steekt geen licht aan om het onder de korenmaat te zetten, maar wel op eenen kandelaar». Een licht! ja, dat zal die nieuwe priester zijn, en in de netelige vraagstukken die weldra zullen worden opgesteld, komen niet enkel eenvoudige geloovigen, niet enkel zijne leerlingen en collegas, maar bisschop-pen en hooggeplaatste personen meermalen bij hem om raad. Niet alleen zal hij de tijdgenooten voorlichten door zijne leering, maar als een kloeke Macchabeër zal hij ze ook voorgaan en ze meê-trekken door zijne moedige daden. Schitterende studiën wezen Van de Velde heel natuurlijk eene plaats aan in de leerstoelen der Hoogeschool. Nog had hij den titel van licentiaat in de godgeleerdheid niet verworven toen hij reeds — onder moeielijke omstandigheden — met het bestuur der Bibliotheek werd gelast ; 't zelfde jaar — 1772 — begint hij te Leuven les te geven aan de leerlingen bestemd voor de Hollandsche Missie ; achtereenvolgens is hij bestuurder van verschillende Collèges der Aima Matef. Doctor in de godgeleerdheid sedert 1775, draagt hij reeds in 1778 voor zes maanden — volgens de gewoonte van den tijd den rectors mantel, en wordt hetzelfde jaar gewoon leeraar in de H. Schrift. Vijf jaar later werd hij door de Faculteit van godgeleerdheid tôt voorzitter ver-kozen van'tbelangrijkste derhoogeschoolcolleges, dat der theologanten of van den H. Geest. Die drie ambten, van leeraar in de H. Schrift, biblio-thecaris der Hoogeschool en voorzitter van het H. Geestcollege, bleef hij bekleeden ; hij vervulde ze nog bij de opschorsing der Universiteit. Ailes scheen den jeugdigen hoogleeraar toe te lachen, en helaas, zijn leven zou eene aaneen-schakeling zijn van strijd en vervolging ! Misleid door de raadgevingen van rationalis-tisch en gallicaansch gezinde ministers, had de vrome Maria Theresia reeds besluiten afgekon-digd strijdend met de rechten der Kerk, maar de toestand zou veel vejrergeren nadat, in 1780, Jozef II den troon beklommen had. De nieuwe Keizer wilde ailes vernieuwen, ailes veranderen, zonder rekening te houden noch met het gezag der Kerk, noch met onze voorvaderlijke vrijhe-den. Droeve dagen braken aan voor de Kerk, voor 't Vaderland en voor de Hoogeschool. Eerst door wettige middelen, welhaast door geweld, trachtte de vorst in 't professorskorps te Leuven mannen binnen te brengen die in zijne ge dachten deelden of ten minste hem zwijgend lieten begaan. Maar kloeke leeraars, die hun geweten steeds boven tijdelijke gunsten plaatsten, bestreden moedig de inbreuken van den prins : onder die moedigen stond Van de Velde steeds op de eerste plaats. Meer dan eens teekende de Hoogeschool krachtdadig verzet aan tegen maatregelen door den Keizer genomen : op geen enkel dier stuk-ken ontbreekt de naam van Van de Velde. Aangaande het huwelijk kondigde Jozef II bevelen af die de wetten der Kerk gansch mis-kenden ; bij de eerste gelegenheid deed onze Eximius door zijne leerlingen in 't openbaar stel-lingen verdedigen waarin de ware leer tôt haar voile recht kwam. Het landsbestuur, verbolgen over dit kranig optreden, onthief den leeraar van zijne lessen ; maar na weinige maanden mocht hij ze hervatten. Grootere moeilijkheden zouden volgen. Jozef II zou de Hoogeschool van onder tôt boven hervormen ; gedeeltelijk zelfs naar Brussel verplaatsen ; leeraars die niet gedwee bogen, zouden eenvoudig worden aan kant gezet. In de verslagen door 's Keizers raadslieden opgemaakt, staat Van de Velde steeds aangeteekend als een ultramontaan, een Roomschgezinde, ook lijdt zijn val geenen twijfel. In 1786, bij 't openen van het Algemeen Seminarie, werd hij uit zijn leerstoel uitgeslotcn en van aile ambten ontslsgen. Moedig beklag bij den Keizer en bij 't bestuur te Brussel, 't diende ailes tôt niet. Nieuwe inkortingen van de vrijheid der Hoogeschool volgden elkander op : samen met de groote meerderheid zijner collegas bleef Van de Velde protest aanteekenen. Het landsbestuur, bevreesd voor de algemeene misnoegdheid, trok de hatelijkste maatregelen in, en de voorzitter van 't Heilig-Geestcollegie werd in triomf weder ingeleid. Maar de Keizer bleef koppig ; en voor het geweld moesten ver-schillende leeraren uit Leuven vluchten. Kon Van de Velde in openbare lessen de waarheid en de vrijheid niet meer verdedigen, zijn pen lag niet stil, en keer op keer bewees hij in zijne schriften hoezeer de prins zijne rechten te buiten ging door Kerk, en Staten, en Hoogeschool te vervolgen. De moedige leeraar werd, als oproermaker, tôt tien jaar ballingschap veroordeeld ; maar na weinige maanden moesten de Oostenrijkers vluchten voor de Brabantsche Omwenteling en de banne-ling kon zijne ambten te Leuven weder bekleeden.Bezorgd voor de welvaart zijner geliefde Aima Mater, slaat Van de Velde aanstonds de hand aan 't werk om 't aangerichte kwaad zooveel mogelijk te herstellen. Als bibliothekaris had hij de koste-lijke verzameling boeken, aan zijne zorg toever-trouwd met 12,000 boekdeelen vermeerderd ; nu werkt hij krachtdadig om de folianten, door het landsbestuur naar Brussel gevoerd, te doen weer-keeren.Vol betrouwen in de toekomst, herbouwt hij in 1790 een groot deel van zijn college, en als wilde hij aan de wereld verkondigen dat hij nieuwe vervolgingen niet vreest, doet hij boven op het gesticht een koperen spitszuil plaatsen, waarin gebeiteld staat « dat hij onder Jozef II tôt twee-maal toe verjaagd werd, maar tôt tweemaal toe met Gods hulp wederkeerde ». De politieke gebeurtenissen volgen elkander spoedig op : de Oostenrijkers komen terug in 't land, worden door de Franschen verjaagd, keeren weer, vluchten opnieuw voor de Franschen. Ondertusschen moet de Hoogeschool wel zware oorlogschattingen betalen, doch hare vrijheid wordt geëerbiedigd. Bij den tweeden inval der Fransche legers kon men de grootste onheilen voorzien. Ook heeft de voorzitter van het Heilig-Geestcollege de kost-bare voorwerpen van zijn gesticht naar Holland, daarna naar Denemarken in veiligheid doen brengen ; heele koffers met archieven der Aima Mater werden eveneens naar 't Noorden overge-bracht en tôt in Denemarken voortgezonden. Met de volmacht hem door zijne collegas ver leend, zal Van de Velde over dien schat waken, en hij aarzelt niet in 1795 naar Altona te reizen om die panden te verzorgen. Het Fransche schrikbewind scheen eerst de Hoogeschool te willen sparen en liet de leergan-gen hervatten ; het plan der overheerschers bleek welhaast te zijn de Aima Maitr van ailes te beroo-ven en ze naar hunne gedachten te doen plooien. Op hunnen weg vonden de huichelaars mannen die niet plooien, Van de Velde aan het hoofd. Het verzoek aan de Universiteit gericht om bij het openen van den tempel der Rede te Leuven aanwezig te zijn, wordt met verontwaardiging af-gewezen. Volgt het gebod, in plaats van de Zon-dagen de republikeinsche feestdagen te vieren : de Hoogeschool weigert, en Van de Velde schrijft een moedig protest tegen dergelijke aanslagen. Hij toont aan dat toegeven eene lafheid zou zijn die de Hoogeschool niet kan redden, en een eerste stap op de baan der eerloosheid, terwijl standvastigheid, zelfs in deze droeve dagen, nooit nadeel bracht ; en hij eindigt met deze woorden die aan de heldhaftigheid der martelaren doen denken : « Moeten wij vergaan, het zij dan recht-staande ter verdediging van ons heilig geloof en van onze oude, eerlijke, kristene zeden ! Deze laatste glorietitel vvorde op het graf der Hoogeschool gebeiteld : dat zij niet door hare lafheid ten onder ging, maar onder de aanvallen harer vijanden en der vijanden van het geloof gebro-ken, maar ongebogen, neerstortte !» Het laatste uur der oude Hoogeschool was geslagen ! Den 25 October 1797 schafte op bevel van den Ministervan binnenlandsche zaken, het Middenbestuur van het Département der Dijleze eenvoudig af en sloeg al hare goederen aan. Ondertusschen eischte het schrikbewind van de pr esters den eed van haat tegen het Koningdom. V*o d? voirie Wpigerrie natuurlijk dien eed te zweren, daarom werd hij den 22 November 1797 als « vijand van 't Fransch bestuur » veroordeeld om vervoerd te worden. Gelukkiger dan de laatste Rector, die te Guyana zou gaan sterven, kon onze Eximius nog vluchten. Na een glorievolle loopbaan van bijna vier eeuwen, lag de Hoogeschool neêrgeveld door de macht der vijanden, maar dat ze weer zou op-staan en den strijd voor de waarheid voorzetten zou, daarvan was Van de Velde innig overtuigd. Voor de vervolging voortvluchtende, verblijft de hoogleeraar eenigen tijd in de Meierij van 's Hertogenbosch en richt er een Seminarie op, om het onderwijs der Godgeleerdheid, te Leuven onderbroken, voort te zetten. Welhaast moet hij over den Rhijn vluchten. Vijf jaren lang leeft hij in Duitschland, bezoekt bibliotheken, doorleest boeken en handschriften en bereidt geschiedkun-dige werken voor, die hij na het herstel van den vrede hoopt uit te geven. Ondertusschen is hij steeds bekommerd met de kleinooden en vooral met de Archieven der Hoogeschool, « zijne oude Moeder » zooals hij haar noemt ; voortdurend is hij in briefwisseling met de nog overblijvende professoren aangaande den kostbaren schat. Een leerstoel hem in Duitschland aangeboden, weigert hij ; hij hoopt te Leuven nog te onderwijzen ! Na het sluiten van het Concordaat mogen de priesters naar het vaderland weerkeeren. Van de Velde komt hier in zijn lief geboortedorp wonen, zijnen tijd verdeelende tusschen het gebed en de studie, de geestelijke overheid steeds met raad en daad ondersteunende. Maar het uur der rust was voor den koenen held niet geslagen : een vreeselijke strijd stond hem nog te wachten. Napoléon, door zijnen roem verblind, wilde ook de Kerk aan zijne macht on-derwerpen, en terwijl hij den Paus gevangen hield, vergaderde hij te Parijs — in 1811 — een zoogezegd Concilie van wie hij maatregelen, strij-dig met 's Pauzen gezag, wilde afpersen. De eerbiedwaardige Bisschop van Gent, Mgr de Broglie, nam Van de Velde als raadsman meê naar de Kerkvergadering, hier nogmaals zou hij schitteren als een licht in de duisternis, en door zijne krachtdadigheid de twijfelenden meêslepen. De keizer, verbolgen over den weerstand dien hij ontmoette, schorst de vergadering op en doet denzelfden dag drie der moedigste bisschoppen met hunne raadslieden gevangen nemen. Zes maanden lang bleef Van de Velde in het versterkt kasteel van Vincennes opgesloten en daarna werd hij naar Rethel vervoerd. Daar leefde hij nog in ballingschap bij den val van Napftleon, van daar : keerde hij — nu juist honderd jaren geleden — naar zijn geliefd Beveren terug om er in triomf ontvangen te worden. De machtige dwingeland lag neêrgeveld ! Van de Velde dacht dat het mogelijk zou zijn aanstonds de geliefde Hoogeschool te heropenen, ze heroprichten was niet noodig : gesticht door de Pauzen en de Hertogen van Brabant kon zij door de Fransche dwingelandij niet wettig worden afgeschaft. Zonder vertoeven trekt de moedige verdedeger zijner « Oude Moeder » naar Leuven, en vergadert de professoren van vôôr 1797 die nog overblijven. Zestien « leden der Hoogeschool van Leuven » komen te zamen en geven aan Van de Velde en aan Van Audenrode, professors in kerkelijk recht, volmacht om het noodige te doen opdat al de hinderpalen, die « het vrij uitoefenen van het onderwijs dezer Hoogeschool, van hare rechtsmacht, van hare tucht en hare bewaking » beletten, uit den weg geruimd worden. Van de Velde wendt overal voetstappen aan bij den Paus, bij den Keizer van Oostenrijk, op het Congres van Weenen, bij den Koning der Neder-landen. Hij weigert kanunnik te Gent te worden, omdat hij hoopt welhaast den leerstoel weder te beklimmen. Helaas, jaren zouden nog voorbij-gaan vooraleer de Universiteit hare lessen zou kunnen hernemen. Nog blijft Van de Velde bekommerd voor de archieven der oude Aima Mater en had hij den troost niet dien schat vôôr zijne dood aan de herstelde Hoogeschool te kunnen weergeven, aan hem is het toch te danken dat die kostbare panden niet verloren gingen. Gebogen onder den last der jaren, leefde de heldhaftige grijsaard in zijn lief geboortedorp ; voor zooveel zijne gebroken krachten hettoelieten, werkte hij nog aan de geschiedkundige uitgaven, reeds vroeger ondernomen. De godsvrucht, het lipoefenen der deugd en de innige n vertu iging zijnen plicht edelmoedig te hebben gekweten, waren hem een zoete troost. Kalm en £gelaten stierf de getrouwe dienaar des Heeren den 9 Januari 1823, in den gezegenden ouderdom van tachtig jaren. Op dien wijzen man past wel het woord van den Heiligen Geest : « na zijne dood spreekt hij nog». Het voetstuk waar zijn schoon beeld op prijkt is als een leerstoel van waar hij ons zijne lessen toestuurt ; op zijne edele gelaatstrekken schijnt nog die krachtdadige ziel te spelen, die niets vreesde wanneer de rechten der waarheid en der vrijheid op het spel stonden. Wilskracht, moed en betrouwen zijn wel de hoofdtrekken van Van de Velde's karakter, dat zijn wel de hoedanig-heden die hij ons bijzonder leert. De Heilige schrift verhaalt hoe een ouderling Mathathias, vader der Macchabeërs, bijna alleen, den strijd aandurfde tegen koning Antiochus, den verdrukker van het Joodsche volk. Mathathias zou den zege niet beleven, maar zijn krachtige weerstand bereidde hem voor. Als de stokoude grijsaard den dood voelde naderen vergaderde hij om zich zijne vijf zonen en zeide hun : « De overmoed der vijanden is ten toppunt gestegen, wij beleven eene tijd van verdelging en woedende gramschap. 't Is dus het oogenblik uwen ijver voor Gods wet te toonen, en uw leven ten offer te brengen voor 't verbond onzer vaderen... en weet het wel, die op God betrouwt wordt nooit overwonnen... Trekt tôt u al de getrouwe dienaren der wet, en wreekt ons geslacht ». — Zoo sprak de stervende grijsaard. Onder 't bevel van Judas Macchabeus begonnen die vijf zonen kloek-moedig eenen strijd die wanhopig scheen, en ziet, welhaast was de godsdienst hersteld, de tempel van Jerusalem heropend, het vaderland vrij. Is de grijze Mathathias geen sprekend beeld van Van de Velde ? En leert hij ons niet waar de groote zielen, die we bewonderen, hunne kracht putten? Is het niet in het geloof en het betrouwen? Van de Velde was ook een man van geloof en van betrouwen. Te midden der vervolgingen en omwentelingen verzorgde hij bibliotheek, archieven en gebouwen der Universiteit alsof de toekomst zeker was. En dit betrouwen verliet hem niet in de akeligste uren van het Fransche schrikbewind. In die beroerde dagen deed hij, volgens de gewoonte van den tijd, een zinnebeeldigen stempel uitsnijden die hij op zijne boeken prentte; dit boekenmerk drukt op eenvoudige maar tref-fende wijze zijne edele gevoelens uit. De zegel spreekt van de droeve tijden die men beleeft : een kruis ligt ten gronde, het herinnert aan de vervolging die de godsdienst ondergaat, een om-■ vergeworpen gebouw en verspreide boeken ver- Negende Jaargang. Zaterdag 16 Mei 1914. Nummer 20

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Leuven van 1906 tot 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes