Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen

326 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 18 April. Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen. Geraadpleegd op 21 oktober 2019, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/pg1hh6dg8w/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Negende Jaargang. Zatcrdag 18 April 1914. Nummer 16 (met bijvoegsel) INSCHRIJVINGSPRIJS België : 5 fr. 's jaar s Nederland : 3 grulden Andere landen : 7 frank Men schrijft in bij het Beheer of op de postkantoren Losse nummers 10 centiemen. i AANKONDIGINGEN : 0.25 fr. per drukregel Volledig tarief op aanvraag. HOOGER LEVEN Algemeen Weekblad voor Ontwîkkelde Kathoheke Vlamingen Briefwisselaars gelieven telkens hun volledig adres op te geven. Aile bijdragen, waarvan de inzender zich aan de Redactie niet volkomen bekend maakt, worden onverbiddelijk geweigerd. 1 Beheer en Opstelraad : Minderbroedersstraat, 44, Leuven. . • — i Gedrukt in DE VLAAMSCHE DRUKKERIJ Bestuurder Hugo Bomans, Minderbroedersstraat, 44, Leuven. I Vlaamsche katholiekeMeisjesgouwdag van ANTWERPEN. Wanneer ons Vlaamsche meisjes iets op touw zetten, dan doen ze 't goed : de Landdag van Oostacker had dit reeds aangetoond, de gouwdag van Antwerpen heeft het doorstaand bewezen. Van uit het zandigste hoekje van de Kempen waren ze opgekomen, het leeuwensfchildje op de borst, misschien wel wat benieuwd voor het pas aangevatte werk, maar met ernst in woord en gebaar, van de kortgerokte af tôt de meer statige juffers die reeds de twintig waren voorbijgezeild. Met honderden waren ze in de kerk van de E. E. P. P. Jezuieten, waar pater Janssens O.P. een bondige toespraak hield over levensernst en levensvreugd. 't Was een verrassing toen men gewaar werd op de morgenzitting, die onmiddellijk na de mis aanving., dat de St-Lutgardiszaal van de Sande-russtraat veel te klein was om al de meisjes te bevatten. Onder de aanwezigen waren te zien E. H. Bernaerts ; de man met het neigende, edele hoofd, Dr Laporta; pater Kennis, de krach-tige, nederige bewerker van zooveel goeds, en Mej. Belpaire, die zich zelf met fierheid de moe-der noemt van de ontluikende meisjesbeweging. Het heele programma van dezen landdag, en inzonderheid de verslagen die werden voorge-lezen, geven al spoedig de schakeeringen die voor onze meisjesbeweging kenschetsend zijn, en haar een eigen kleur geven naast de studenten-beweging.Natuurlijk is het niet te verwachten dat ze heelemaal in 't zelfde baantje loopen : jongens hebben een andere manier de zaken te verstaan en ze door te drijven; onze vlaamsche meisjes geven een kunstiger, fijner uitzicht aan hun ver-gaderingen en hun werking dan hun broeders die hun lied daverender doen klinken en liever de zweep doen klappen dan in sfille, bewonderende devotie de schoonheid van Vlaanderen te gaan koesteren met streelende handen. En zoo bloeien, geurend naast de mannelijk klinkende gilden van « Bergbeklimmers » « Jonge Rlauwaerts » « Jong maar Moedig » en « Breydels zonen »,dé « Bloei-ende Bloemen », de « Klimop », de « Heide-bloemen » en de « Zornebloemen » ; terwijl onze jongens kampen « Met Woord en Daad », ontlui-ken onze meisjes « Voor Eigen Schoon » ; de bloem, die den helm siert van den strijder, de kracht en de lieflijkheid, Vlaanderens algeheele schoonheid. De voorzitster, Mej. Brughmans, een knappe, met flink woord en flinke stem, verwelkomde, kort maar goed, de 800 meisjes en moest tôt groot en onbedwongen spijt van allen aankondi-gen dat pastor Verriest om reden van ziekelijkheid niet naar Antwerpen kon komen. Een prachtige vergadering, die morgenzitting : muziek en declamatie, (en geen prullen, hoor !) wisselden de lezing af van de verslagen der plaatselijke gilden. Merkwaardig en leerrijk was 't aanhooren van die verslagen : kunst en letterkunde schijnen 't leeuwenaandeel in de werking van onze meisjesbonden weg te dragen ; éen enkel verslag, dat van Bornhem, gewaagde van « fierheid » en « roemrijke vaderen » terwijl aile andere met eerbiedige bewondering de rijzende schoonheid begroeten van Vlaanderens kunst : dat Rodenbach en Guido Gezelle in al onze meisjesbonden de lievelingsauteurs zijn, geeft een goeden dunk en den besten waarborg van de richting die hun schoonheidszin inslaat. Telegrammen werden gestuurd : naar Mgr Mercier om den zegen te vragen over hun liefde-volle streven ; naar den schoonen zegger van Ingoyghem ; naar Ministers de Broqueville en Poullet om de vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool te vragen. (1) De Feestzitting die rond 3 uur plaats vond, gebeurde in de ruime zaal van het Vleminkxveld waar meer dan 1000 meisjes de bekroning van hun heerlijken landdag vierden. Een echte Fecstzitting was het : feest klonk uit de rede van Juf. Brughmans, een hymne aan onze taal en aan ons Vlaanderen, een blijde lied uit diepvoelend vrouwenhart voor de toekomst die de liefde van Vlaanderens vrouwen ons volk voorbereidt « Wij zijn de toekomst van de huis-gezinnen van Vlaanderen, reeds luidt de Paasch-klok van de opstanding van ons volk ». Onder de vele liederen die ter afwisseling gezongen werden stippen wij aan het heerlijke kinderliedje, dat Mej. Merckx zong ; knap was 00k de declamatie van Mej. Belpaire's mooie bladzijde « Een kunstjuweel » door de jonge juffer Brabants. De Rede van Mej. Van Caeneghem was de best doordachte uiteenzetting van die meisjesbeweging-die zij in het leven riep. Niemand onder haar gezellinnen weet beter dan zij het « waarom » en het « waarheen » van de Beweging. Zij heeft gevat dat de liefde van de Vlaamsche vrouwen niet alleen gaat naar Vlaamsche schoonheid, maar 00k, en wel vooral bij haar, naar V'iaamsch lijden. « Gode zij dank voor de roeping die Hij de Vlaamsche vrouw geschonken heeft. Het werk is reusachtig, maar vrouwekracht, door liefde gedreven, komt aile reuzenwerk te boven, — en die liefde brandt in ons hart omdat Vlaanderen lijdt. Door zelfvorming zullen wij het geven, niettegenstaande opvoeding en tijdgeest, sterke vrouwen, karakterschoone vrouwen en kristene vrouwen, opgeleid in een Beweging die Vlaanderen nader bij Kristus moet brengen ». Dr Naveau, die de gedachte had gekregen dichterlijk te zijn en een brok litteratuur voor te dragen, sprak over de droomgezichten die hem martelden als hij over Vlaanderens toekomst dacht. (1) Hier volgt de tekst van die telegrams : « iooo katho-lieke Vlaamsche jufvrouwen, te Antwerpen vergaderd, vragen dringend,dat Uwe Excellente zoo spoedig mogelijk de Fransche Gentsche Hoogeschool door een Vlaamsche vervange ». Mejuffer Belpaire, wier verschijning met einde-looze toejuichingen werd begroet, deed een moe-derlijken oproep ten voordeele van den vrouwen-bond, gesticht onder den naam van die groote vrouwenfiguur, hare Tante Constance Teichmann. Eindelijk kwam het woord aan Frans Van Cauwelaert. Er lag feest in den vollen klank van zijn stem, als hij, bij sober gebaar, zijn rede inzette. « Grooter vreugde voelde ik nooit op de heerlijkste triomfdagen die ik reeds beleefde. Dikwijls hebben wij met bitterheid aan U, vlaamsche vrouwen, gedacht, want veel hebben wij door U geleden : geleden door verleiding van onze schoonste krachten, geleden door uwen. spot, geleden in onze huisgezinnen. Gij hebt onze eenheid gebroken en ons volk verzwakt in zijn geloof. » u Maar nu hebt gij weer ailes goed gemaakt : niet langer zullen wij onze ridderlijkheid, onzen Vlaamschen mannenaard moeten afleggen om tôt U te naderen, om U te spreken, om U te groeten.» « Uwe taak is gewichtig : een taal, die door de vrouw niet gesproken wordt is arm en Onedel, zonder nuanceering, zonder beschaafdheid : uwe fijn-voelende vingeren zullen het effen doek van onze taal met kleurige bloemen bestikkeh. Gij zult veroveren uw eigen schoonheid, in kleeder-dracht en levenswijs, en dien schoonheidszin uit-zingen in uw taal. Gij zult uw waar digheid veroveren, door deel te nemen in den strijd voor gedachten en ideaal, waarvoor ge tôt hiertoe onbruikbaar waart ; Gij zult uwe moederlijkheid veroveren, door ons mannen te vormen die het toekomende Vlaanderen zullen op de handen dragen. » « Gij, de eersten in de meisjesbeweging, moet door zelfontwikkeling uw eerste plicht vervullen ; - < dan waartoe ge geroepen sijtj maar dat het zij voor Vlaanderen en voor Kristus ». Zôô eindigde, op waardige wijze, die gouwdag, zoo rijk aan beloften. Dat zij, die een beetje wantrouwig die nieuwigheid aanzagen, voortaan gerust zijn : daar is meer dan nieuwsgierigheid voor het pas ontstane. De Vlaamsche meisjes, nog niet heelemaal zeker van hun schreden, vinden dra den vasten weg ; daar is te veel over-vloed van edele krachten, van sterken wil, van belanglooze liefde bij die meisjes opdat hun beweging scheef zou loopen of op niets uitdraaien. Hetgeen zij gezworen hebben op dien zonnigen i5n April, zullen zij houden : hun medelijdende liefde voor Vlaanderens nood, hun verwonderde verrukking voor Vlaanderens schoonheid zal ons geven wat wij zoo lang wanhopig hebben ver-wacht : een eigen, schoon, Vlaamsch en Kristen volk. F. D. P. *'■ Ooede Vrijdag te Brussel in 1440, Nu dan, in 1440, zuchtte Brussel onder de afpersingen van zekere belasting inners, aange-steld door Mgr. den hertog van Burgondië, Phi lips den Goede ; het volk ging aan 't morren ; de muiterij stak eeist op in de lagere volksklassen, sloeg over tôt opstand, en vulde weldra de stra-ten met opgewonden ambachtslieden, die drei-gend de wapens zwaaiden. De brouwers der Hoogstraat sloegen samen met de kleermakers der Madeleinestraat. Tusschen deze laatsten bevond zich een leerjongen, Thomas Guis bij naam, met helle stem, opvliegenden aard, franken oogslag, en stevige vuist; een groote kroeglooper en trouwe klant der speelholen. In zijne lichtge-loovigheid was hij met St-Marcus' nacht gaan zitten slapen, van middernacht tôt één uur, in het portaal der Kapellekerk, om, volgens het bijgeloof, de schim te zien voorbijzweven van hen die dit jaar moesten sterven. En juist dacht hij de zielen te onderscheiden van de drie magi-straten, verdrukkers der stad. Ook vervulde de vreugd Thomas' ziel als de bel van den klepper-man één uur sloeg en hij wakker schoot. Van dan af deed hij mede aan aile onlusten, en stookte met zijn driftig woord de gemoederen aan tôt verzet. De opstand brak los ; en Thomas Guis werd een der onstuimigste leiders. Maar weldra werden de opstandelingen gevangen genomen, opgesloten en veroordeeld. De minst plichtigen werden ver-bannen ; de hoofden, ten getalle van vijf, ter dood veroordeeld. Tusschen hen was Th. Guis. Maar, de goede week begon, en hunne terecht- stelling werd tôt na de Paaschfeesten verdaagd. ■ ■ Het was toen de gewoonte in Vlaanderen, b.v. te Ieperen, te Kortrijk en te Brussel eenen man aan 't kruis te hechten, om op treffender wijze aan het bitter lijden van Onzen Zaligmaker te herinneren. Men koos daarvoor onder de ter dood veroordaelden dengene uit welke 't meeste berouw toonde, en kon hij de vermoeienis en de pijnen van de plechtigheid doorstaan, dan werd hem 't leven geschonken. Zulke vertooningen werden slechts in de i7de eeuw door Rome verboden ? De prior der Dominikanen, van ambtswege belast een gevangene te kiezen voor dien roi van het mysteriespel, liet zijn keus vallen op Thomas Guis wel een opruier, maar geen misda-diger ; en deze dankte om het gevaarvol aanbod als om eene gunst. Hij deed een inkeer tôt zich zelf, biechtte de fouten van 't gansche voorgaande leven, ontving de H. Communie want, moest hij bezwijken, hij wilde sterven als een goede kristen. Dus, op Goeden Vrijdag, werd hij blootsvoets, gestoken in een rood kleed, dat rond de lenden opgetrost, en een doornen kroon op het hoofd, opgeleid naar de Dominicanerkerk. Boetemon-niken gingen vooraf en achteraan, het gelaat bedekt met den puntigen hoogen steek, cagoule genaamd, waarin door twee openingen hunne oogen schitterglansden ; tôt grooter boetvaardig-heid sleepten ze kettingen aan de enkels. Ridders en edellieden, in zwart gekleed, droe-gen kruisen of koortsen; eenige beulen in joodsch Wat een Engelschman denkt over onzen Vlaamschen strijd. Niet van vandaag is het dat beide hoogerge-noetnde volkeren in oogenblikken van klaarziend-heid hun wederzijdsche hoedanigheden begroeten en zich, door de wetenschap van hun rasdeugden, nauwer verwant gevoelen. Het gelijktijdig ont-luiken van machtige gemeenten, met denzelfden sterk-uitgesproken vrijheidszin, de richting van Artevelde, de scherpzinnigste kijker uit zijn tijd, de wisselwerking van Engelsche en Vlaamsche ambachtslieden en de gulle welkom die de Vlaamsche stielmannen aan de overzijde der zee genoten, hoeft niet in den breede uiteengedaan. Hoezeer ook deze uitingen van vriendschappe-lijke neiging tôt mekaar spreken van den nuttig-heidszin en 't scherpe koopmansverstand van Nederlanders en Engelschen, toch blijft de sympathie niet achterwege wanneer er aanspraak gemaakt wordt op den diep gewortelden zin voor recht die raseigen goed ,is van beide. Veel grager geeft een Engelschman gelioor aan de weeklacht van Vlaanderen dan de Duitsche makelaar die het heel wat voornamer vindt hier in België zijn zaakjes goed te maken met een flinke dosis franskiljonisme. Hoe paradoxaal dit ook klinken moge, tegen de beweringen in van de half-inge- lichte Belgische pers en de meening van de beste Vlamingen, toch is het echt, en bewijsbaar door namen en feiten. Heel leerrijk is het voor ons eens na te gaan hoe een Engelschman op-zijn-best, ver buiten en boven allen invloed of belang, met gezag en ervaring over den taalstrijd in Vlaanderen oor-deel velt. Dr E. J. Dillon. D1' E. J. Dillon is de eerste journalist van : Engeland — en door 't feit zelf, van de wereld. Maken we ons voor een oogenblik los van al de 1 weinig-sympathieke voorstellingen die 't woord : hier in ons hand te voorschijn roept, dat hatelijke 1 portret van den broodschrijver die aan zooveel franken per artikel de buitenlandsche bladen 1 napraat, zijn tegenstrevers zwart maakt en 't knapst spreekt over de zaken die hij minst kent. < Dr Dillon begrijpt zijn taak op zijn schôonst : j 't apostolaat, de roeping ; en daarom alleen ware 1 hij een lang en mooi artikel waard. Hij leerde ; en kent meer talen dan wij er misschien weten op i te noemen ; bezocht het collège de France te < Parijs, studeerde aan de Universiteiten van 1 Innsbriick, Leipzig en Tubingen ; sleet eenige 1 welbesteçdde jaren te Kiew en te S1 Petersburg en ] kwam eindelijk naar Leuven waar De Harlez, ( de best-onderlegde kenner van de Oostersche philologie doceerde. Dr Dillon met Prof. Coli- ( net en Mgr Casartelli, bisschop van Salford waren de eenigen die te Leuven den titel verwierven van doctor in de Oostersche taal- en letterkunde. Dat ailes was heel zeker geen te versmaden wetenschappelijk bagage, — hij voegde er nog bij den titel van doctor in vergelijkende philologie en klassieke talen en werd hoogleeraar aan 3e universiteit van Karkhof. Maar Rusland was toch zoo weinig de vrijheid /an het woord gewoon en Dr Dillon had zoo-'n strijdlustig bloed overgeërfd van zijn voorouders ! Russische brochuren en boeken schrijven vol-ieed hem niet, — hij werkte mee aan aile tijd-;chriften die in Frankrijk, Engeland, Duitschland, Dostenrijk en België eenige wetenschappelijke ,vaarborgen gaven, en stichtte te Leuven het îooggeschatte « Museon ». Dat onbewogene, louter-wetenschappelijk leven ;n schrijven voldeed niet aan zijn opgejaagde îatuur. Hij werd voorgoed journalist, en bleef îet. Zijn wijdstrekkende kennis op aile gebied, :ijn vertrouwdheid met al wie in de politieke we-eld iets te zeggen had stelden hem beter dan wie )ok in staat de dracht van de gebeurtenissen te ratten en er persoonlijk aan meê te helpen. Al /vat in de laatste dertig jaar aan buitenlandsche jolitiek deed had met hem rekening te houden :n het is geen geheim dat in den warboel van den Balkan hij een heel toontje hooger mocht zingen lan negentig per cent van de ambassadeurs, en dat de « amitié anglo-russe » grootendeels op zijn rekening te schrijven valt. Dr Dillon en de Vlaamsche Beweging. In «The Contemporary Review» vanjuli 1911 had Dr Dillon het over de Vlaamsche Beweging. Dat het van hem kwam en verscheen in een .toonaangevend tijdschrift, was voldoende om de aandacht scherp op deze bondige, maar flinke oordeelvelling te vçstigen. Het artikel waarvan wij hier de vertaling geven heeft dan. ook, vooral in Fransche politieke kringen, heel wat opschud-ding verwekt : België. — Een nieuwe taalkwestie in Europa. Heel wat luider dan de bespreking over de schoolwet (1), die zooeven viel met het ministerie dat haar in 't licht riep, klinkt de zielskreet van een groot — een heel groot — gedeelte van de bevolking om een recht waarvan het sedert eeuwen verstoken bleef — dat van vrij zijn taal te mogen gebruiken. België is de politieke eenheid van twee volkeren van verschillend ras en taal (2). Voor den gewonen toerist die doorreist van Oostende naar Spa, van Brussel naar Ver-viers, is België een land waaivan de taal Fransch (1) dat is : de wet van het ministerie Schollaert. (2) Wat een mooi opstoppertje voor de « commis-voya geurs » in « âme belge ».

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Leuven van 1906 tot 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes