Ons land

384 0
02 februari 1918
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1918, 02 Februari. Ons land. Geraadpleegd op 24 januari 2020, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/8w3804zj8z/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Dêfde Jaargang, Nummer 39 rtUJb ; 3 CBNlitiMfcN 2 Febraari i&ï« ABON'NEMENTSPHî rg : Per jaar 3.— Voor G Hiaandea 1.76 3 msanden I — ONS LAND ".Il ■■'■ 11l "■■! ■ ■ Il I ■* iwmgmm. Me? s«î» rrj ft in tes bureele vsn het bis i Opsieîraaé a a Behcer : «•••ESÎHAAT, <4, ANTWERi'EN ■ ■mm wmmm WBsm *^w» ÀLûEMÈEN WEER1LÀB VOOR IIET YLAAMSCHE VOLK STAATKUNDE WETENSCHAP - KUNST - TOONEEL - LETTERKUNDE Non han Speranza di morte Bij het begini van den oorlog heeft me» verkondigd, dat de strijd ging tusschen de La.ijnscheen de Germaansclie wereld-bescliouwing, tusschen de Latijnsche en Germaaittsche bescliaving. Dat was ina-tuurl-jg nonsens. De Latijnen noemden de Germanen barbaren, zich de oude ge-schiedenis heriunermd en om een vernis]'e van flauw historisch romantisme te geveti aan hum eigen vergrijp tegen de luenschheid ; — h un geheim gekuip om niacht en ovèrheersching. Nu zullen ze vvel makkelijk te telle11 zijn, zij d'e de leugen van bij den aan-vang des oorlogs nog gtlooven en voort-vertellen. Voor ze allen die met open ooçen, hoorendeooren en denkende her-senen te midden van dezen tijd staan,, is het zeer klaar dat de strijd niet langer, gaat van beschaving tôt bescliaving, van wereldbeschouwen tegen wereldbeschou-wen, dat specifiek aan één groep eigen is. De strijd gaat tusschen het oude en het nieuwe, het gister en het morgen, tusschen de reaktionna-ire krachten en de nieuwe, jonge idee, ontloken in aile landen en Demokratie genoemd. Een wonderlijk verschijnsel mag het heeten, dat de vijanden die elkander bc-strijden, niet langer meer van elkander doo: vestingen en niemands-laudm zijn gescheiden ; dat er brcedcrscliap bestaat itusschen honderdduizenden e>n meer wel-licht, d'-e'thans nog oorlogsengienen op elkander richten en in een aaaste toekomst elkander zoenen zullen eq, geza-men.-ijk, met lachende-oogen en juichen-den mond, de komst der jonge Demokratie zullen begrœten. Ken wonderlijk verschijnsel !... 0! oui God voor zejoveel rechtvàardighcid aan ons geschonken over heel de weield te bedanken !... Neem de laatste redevœ. ringen van -de regeeringshoofden in han-den en lees : Lloyd George, Wilson, van Hertling, von Kûlhmann, Graaf Czernin, Trotzky... allen op mindere of meerdere mate verluiden de nieuwe demokratische gedachfe en zij worden door de denkende wereld maar beaamd voor' de hoeveel-heid der nieuwere gedachte, die in hun rede ligt. Lloyd George is nog gevangen in het Engelsch stetiel en hooghartig ideaal van wereldheerschappij ; Enge-land gaat niet t' akkoord met al wat Wilson verklaart over de n:euwe idee ; von Hertling en von Kiihlman bereiden zich gereed om op rechtzinnige demokratische vredesgronden, onderhandelingen te be-ginnen ; de rede van graaf Czernin is zoo demokratisch, dat de tegenpartij, ook; het reaktionarisme, weigert haar als mi-nisterieele verklaring aan te zien. en meent er slechts persoonlijke ideeën van den Oostenrijkschen minister in ite mô-gen zieh... De ideeën van Trotzky zijn de omver-■werping van al het bestaande, en meer dan Duitschland of Oostenrijk moeten Italîë en Franfcrijk ze vreezen en Enge-land, het kouservâtieve, weet u wel, — niet het andere ! — met het oog op zijn koloniën voeTt drang om ze te weren... Clémenceau en Sonnino durven niet te spreken. Z'-j zwijgen. Zij vervolgen de demokratische gedachte. Pe dwazen. Ka'n iemand het morgen vervolgen? Men ka® de komst van het licht niet beletten ; men kan zich en anderen alleen in don-kere kamers opsluiten. Dat stoort den glorierijken gang van het licht héelemaàl niet. Clémenceau en Sonnino zwijgen, omdat bij het spreken elk van hun woor-dep de belijdénis zijn zou van hun groote m'sdaad tegen de nieftwe Idee en tégen de Meiischlicid. Voor millioeneu menschen ligt in dat leit'hun veroordeeling. Heden is zij voor dezen al uitgesproken ; morgen zal dat voor heel de wereld een afgedaa» feit zijn. Ite groote strijd wordt niet allçc;i aan de fron'en gestreden. De grootste strijd wordt b'nnen ons-zelf uitgestreden. 't Is daafbinnen dat de nieuwe Tijd geboren wordt. 't Is daarbinnen dat we als onze çeestelijke brœder erkennen, hij, die om aan de wetten van zijn land te gr-hoorzamen, onzen broeder naar het vleesch heeft in eerlijken strijd gedood. Zoolang we dat niet kunnen, zijn we re-aktionnairen en onwaardig om de nieuwe Idee te belijden. Eens komt de dag dat de reuzen "in hun kleedercn van modder, slijk en bloed en met hun glorierijke wonden over de borstweringen der schansen zullen klauteren en naar elkander toeloopen met het woord « Broeders » op de Hppen -, — en als ze naar elkanders schoone menschelijke oogen zullen zien, tulle" z® v'erwonderd zijn hoe het moge-liît Mweaat is dat z® maandc® tnatn- den lang tegenover elkanden hebben ge-staan als vijanden... Hoe zal hun oordeel z1-jn over de Clé-menceau's en de Sonnino's? Het oordeel van ze, wier taak het wezèni zal te wéten dat zij met lijden en bloed den niotroen tijd gemaakt hebben, den nieuwen tijd wiens komst door de. Clémenceau's, de Sonnino's, de Broqueville's en aile andere dwingelandjes en volksbedriegers, volks- btlangverraders vertraagd werd? * * * Lapt het uw zorg zijn uw hart en uw ziel voQii te bereiden tegen den dag van den grooten zege! «■ * * Vlamingen, denkt er om, dat met de n euwe Idee Vlaanderen zegeviert ! . Nu nog spreekt men te veel van « hen-stel^van. Bclgië », .omdat er nog altijd een Belgische Regeering is, al is er dan ook gcén België meer, kent de wereld slechts België. De were]^ moet Vlaanderen kennen. Het is noodig dat Vlamingen in het buitenland verblijven, met ons in verbin-dinff staan en Vlaanderen aan de wereld kenbaar maken. Zwitserland, Nederland, Zvveden zijn de aangewezen landen. Deze zorg moet niet langer zorg blijven j zij moet zoo haast mogelijk afgedane zaak worden. Maimen zijn er voor te vinden. * * # Heel onze Vlaamsche strijd staat in het roemrijk teeken van de nieuwe Idee, van de Demokratie. De stichting van den Vlaamschen Staat is nu gcen doel meer, is s'echts een middel om van Vlaanderen weer te maken wat het in. den schoonsten tijd zijner geschiedenis altijd geweest is: het demokratische land waar onze vade-r?n vochten tegen hun wettige heoren als zij durfden het volksbelang aan êen vreemd belang te ofleren ; het zinnebeeld der vo1ksvri]'heid in heel Europa en in heel de weireld ; het land, waar de ge-meente tôt de koningen sprak als tôt hun gelijke. Het groot kwaad dat Mercier begaan heeft met tégen ons d£n strijd aan te gaan <roor België en tegen het Vlaamsche Recht is niet zoozeer dat hij de Roomsch-Katho'.ieke Kerk heeft dienstbaar gemaakt aan een zaak die voorhands vérlo-ren is, maar dat hij, door een berekende exploitatie van de liefde, de genegenheid of den schrik der menigte, den gang van de Demokratie belemmerd heeft, of ge-tracht te belemmeren. Hij is zich va<n zijn plicht niet ,bewust geweest en in den grootste van de tijden heeft hij zich klein getoond. De Kerk zal zich wel reinigen... Bij de plechtige erlcenning van den vrede zal de Roomsch-katholieke priester het « Te Dfium » zingen om God te bedan-"ken" voor Vlaanderen's vr'-jheid... Op Mercier drukt de schande slechte herder te zijn geweest en berekende^ uitbmter van het diepst-ingewortelde van aile ge-voelens.* ^ » Verkeerd is het, en strengelijk te ver-oordeelen dat, bij de samenstelling van besturende of wetgevende lichamen men rekening gaat houden of zou houden met de politieke opinie van zekere personen. In dezen ernstigen t'jd past het niet in vas'enavondkleeren rond te loopen en de bonté rokken der vroegere politieke par-'ijen zijn nu niet anders meer dan een armzalig karnavalplunje. Ik kan nier-mand beletten dat aan te trekken en het lief te hebben ; — maar het past niet meer zullce menschen te deputeeren. Die allée,n passen, die getuigenis gevîen te begrijpen dat de nieuwe Tijd komt met nieuwe probj^men «n dat Daden, nieuwe problemenwplossen>. Dit is een zeer," zeer emstige waar. schuwing. Z;j is daarom ernstig, wijl de toekomst van Vlaanderen van het gebeu-rende van dezen ernstigen tijd afhaugt. Iedereen moet thans zijn karnaval-plunje afleggen en: bij zijn geweteu ou-derzoeken of hij den tijd begrijpt en ge-teed is om met daden — ik zeg daden ! — de problemen van dezen tijd op te los-sen.-# * * En de publieke opinie?... 0! ik zie ze, de gele, roode, blauwe en groene schapcn... Ik z]e ze al zoo lang. Ik stel een feit vast. De Belgische regeeringen hebben een tragische fout begaan om ge-makkelijker te regeeren, om he.t bewind in handen te houden., om te gemakkelij-ker de Vlamingen be onderdrukken. Zij hebben kudden gevormd... Jcudden!,.. waar menschen te vorm«n waren. Ik Jfic blauwe, roode, jproen* kudd«»... - j En al die kudden b?aten !... Dat is het ! , eenige dat ze doen ! En ik zie hun her- [ ders... Mercier, de Broquevdle, Hey. mans, Vandcrvelde, de Castillon, die el-kaar de rechterhand geven, terw-jl de linker de waarde vaii den wol schat ! De publieke opinie... Vriend h-zer. De publieke opinie heeft nooit iets ui'tgevon den, nooit iets geschapen. Al haar ver-stand was n'ets bij dat van één geleerde, één dichter, één leider... Satan, is beter dan de Engelen-der-publieke opinie. Sa'an was iets... zij... kud-de... niets. Kuddent zijn niet trouw, of niet opstandig... z» zijn n'ets. Dante, zegt Thomas "Carlyle, veroordeelt lien — de kuddelui ! — tôt een ontzettende straf : zij hebben geen hoop meer op den dood (non han speranza di morte)... zij leven in een verstijfd dood-leven, a even ge-haat van God als van de menschen ». p Daarom laat ge heu waar ze zijn es* maakt voor hen het nieuwe huis, waarui ze zullen binnentreden na een opstandige daad : het verjagen van hun herders... Wij moeten van de kuddelui menschen maken ! D&arom hebben we in de cers+e plaats menschen noodig... gœn roode, blauwe, groene, gele hansworsten, geen knechtea» van s'echte het ders... mannen ! Vlamin-,gen, slechts dat ! Vlaanderen, kan niet gediend worden doori menschen in kar"avalp1unie ! Dit is een zeer emstige waarschuwing ! Vlaanderen moet gediend door mannen van de nieuwe Idee ! Want hœ wil de oude Idee de nieuwe voorbere'den ? George P. M. Roose. VLAANDEREN VRIJ! if (Van onzen korrespondent uit Holland on' vingen we den 25sten dezer dit prachtig, van geestdrift-triUend schrijven. — Red.) Mijn'voorspeîling is'vervuld. Gode zij lof ! ' « * # Een snelber.icht uit Brussel — van den Raad van Vlaanderen — met Vlaande rtn's... vrijverklaring ! De Heer der Hee-ren zij geloofel ! God de Vader, de Recht-vaardîge, heeft Vlaanderen dus niet ver-ge'X'n. Wat Havere ons onthield — dat sehenkt de Hemel ons. ■K- * * Broedei's — strijders met mij — hcbf ge ook.geweend van ontroering? Zijn we niet dubbel en dwars beloond voor ons werk ? U allen omhcls ik — in voile trouwhartighe'-d. Nu wordt ge groot : mijn Land ! Eu roemrijk — en onvïrgankel jk ! Nu juicht het breed en forsch in mij ! Nu doet Recht zijn overwinning gedijen. Wees sterk nu : we hebben ons Rtcht ; we moeten 't behouden ! Als een woedende orkaan steekt op, de wind van den Haverschen haat. Vlaanderen stelle zijn wachteis en geve bevel : Hoû stand ! Nû is de tijd om, met de taaiste onver-zettelijkhe'd, pal te staan op ons Recht. Nù is de tijd, om aile krachten in te span-nen tôt herir.riçhting van. den Staat Vlaander®n ! •Onzen Staat! Onzen eigenen, vrijen, Vlaamschen, Staat Vlaanderen ! Die nie-mand ons ontrukken zal ! Waarnaar nie-mand, ook maar één vmger, màg uitste-ken ; zàl uitsteken durvein — omdat men nu bang van ons is — gezien onze daad : de lang gepreêkte : Opstandige Daad ! Waaraan niet getornd màg worden, zàl worden, kàn worden. Ieder, die ons nù «og weerstreeft : de grens over ! Wallonie zij zijn woonst. Weg met àlle franskiljons ! Weg met àlle onwillige schoolmeesters ! Weg met àlle Fransch-gezinde burgemeesters, ambtenaren en aile auder vôôr-oorlogsch Belgisch ge-broed. Weg met allen die ons weer-s'aaii. Wij moeten meten met de kerstene Vlaamsche maat : « Die niet met ons is — is tègen ons ! » De Groote Zuiver'ngsdag breke aan, in al ziine wreede rechtvaardigheên ! * * * Ik ieg — tôt waardig slot — mijn eed van getrouwheid af, aan den Raad van Vlaanderen. Marcel, August, Fritz Van de Velde> Vlamiug uit Brugge, Louwmaand 1918. WIJ WILLEN VERAERDEN NOCH VERBASTEREN JfïflSf Van den Vondel c Samfton » Wcek aan week Dq Vlaamsche Staat. — De Vlaamsche Macht? De Vlaamsche Staat is geboren. Wat nu ook gebeuren moge, de uitroeping onzer Zelfataudigheid zal een daad zijn niet meer uit te wisschen met de gevolgen. Ben overwinnende Isntente, — vo.rloo-pig sohijnt men zien aan zoo iets niet erg te verwachten, — moge het pas-opgerichte ge-bpuw z Ifs allermenfechlievenùsi lan sfukkeo s'aan, Vlaanderen heeft lhans zijn" lavenswi1 op klare wijze doen kennen. En vroeg of laat biedt zich dan toch de ge egenheid het tôt de verwezenlijking van dat ideaal te brengen. Daarom is de daad van den Raad van Vlaanderen een groote daad, die een nieuw tijdperk van onze geschiedenis inluidt. Want niet oor-deeiend naar de onmiddellijke, praktiseh vat-bare resultaten mete men 't belang van eeu gebeurtenis. Dieper dan dat, gebeuren dingen wier invloed ook verder en krachtiger om zich heen grijpt. 't Is daarbij een daad die klaarte schept. Maanden reeds was in Vlaamsche middens het bewitstzijn doorgedrongen dat. het niet meer aan ging de Haversche regeering ook maar een schijn van recht nog langer over Vlaanderen te laten. Van aile zijd-n klonk lnide de eisch : Men verklare de Belgische regeering vervallen. lîn zoo gesrhi-dde 't reeds op de Heuglike vergadering die op 11 Novem-ber 1917 in den Alhambra-Schouwburg te Brussel plaats greep. Thans staat het er voor goed, bevestigd door de uitgesproken uils-■uiting van al wie Vlaming is : HA VERE'S R1JK IS UIT. Een weldoende klaarte! Want nu weten zij, nu weten wij ! Zij, dat ze geen voet op onzen bodein meer zullen zetten, zoo één Vlaming zich nog te weer kan stellen. Wij, dat we in die regeering, die zich'nog onze regeering noemt, den vijand hebben dien we uit aile krachten moeten bekampen. De Vlaamsche Staat is de negatie van de Havere-kliek! Dat îs zijn historische betee-kenis!Door die historische beteekenis wordt ook zijn essentieele bestaandsvoorwaarde aangege-ven. En die is : dat, binnen den kortst moge-lijken tijd al wat de Belgische regeering to* stand bracht en wat haar gezag bestendigt, rechtstreek» of onrechtstreeks, dat dat ailes verdwijne. Onze rechters vellen vonnissen die de revo-lutionaire Vlamingen, instede van de zich aan de openbare orde vergrijpenden, treffen. Onze provincie- en gerreentebe^turen zetten zich schrap tegen de Vlaamsche hervormin-geii.Onze schoolhoofden, — voor zoover 't nog dio van vroeger zijn, — maken propaganda voor de B?lgische ziel, voor de verb"Stering. . Dat is de macht van de ex-regeering. En daarteg^n moet onze macht worden gesteld! Onze macht ? Wat hebben we ? We hebben : duizenden aktivistische Vlaamsche krachten die thans d= beteekenis van wat gebeurt dienen te begrijpen,en zich den dienst van Moeder Vlaanderen wijden. Want vele leemten moeten worden aangevuld ! We hebben : de Vlaamschgezinde pa^sieven, zij die Vlaanderen lief hehben bo-Ten ailes, maar meenen dat het, praktiseh gesproken, nu de tijd niet is. Zij aarzelen de verantwoordelijkheid on zich te nemen van cen optreden waar van ze de mislukking voor mogelijk houden. Nu hebben de aktivisten een •tap gedaan waarop niet meer terug te komen \alt. Nn gaat het Vlaamsche ideaal met hen W onder, of met hen stijgt het ten troon. Allen die dus voor Vlaanderen voelen moeten me* de handen aan 't werk slaan. En wie van karakter niet sterk genoeg is om een verantwoordelijkheid te dragen, die werke a's eenvondig beambte mee aan den opbonw! We zullen hebben, zoodra we de niacht in handen nemen : duizenden en nog eens, en nog eens, en nog eens duizenden kleurloozen, die hun zeilen naar den wind zetten, die toewuiven wie aan 't roer staat die geen levende, schep-pende, maar een doode en soms doodende kracht uitmaken. De Vlaamsche Macht is een werkelijkheid-. We hebben, eindelijk, twintig-duizend Vlaamsche krijgsgevanger.en, die bereid zijn voor Vlaanderen te ve hten, te vechten! En •t geldt hier geen romantiek : die mannen weten wat het vuur if>. Ze hebben '( doorstaan! En 't gelden hier geen îooze beloften : we hel'ben namen; Vlaanderen ketij zijn leger! En ginds, aan den IJzer staan er duizenden weer, te wachten, te reikhalzen naar de Vrij-heidszon, die -rieh aankondigt. Men wete het goed : daar zal aan 't front een donderende geestdrift losbarsten; als de Vlaamsche Daad in voile glorie zich zal openbarenf Daarom: vooruit; vooruit, vooruit ! ! 1 Ei worde een begin gemaakt! Er worde een Vlaamsche weermacht gesticht! We moeten gereed zjjn op 't beslissend oogenblik! G?en weermacht die nog sti'ifden zal voor vreemde belangen, hoe die dan ook heeten mogen ; geen weermacht die men zal kunnen versjacheren, om een « rommel roem en goud!».Een V'aamsche weermacht,uit Vlaanderen geboren, in den tijd van Vlaanderen's dringendsten nood en hoogste, blijdste hoop, voor Vlaanderen's gouden toekomst! We zullen dan met vast, onwrikbaar betrou-wen de toekomst tegemoet zien : want aari 't hoofd van de schare die het vaderland ver-dedigen zal, staat de man, die zich het gewe-•ten van Vlaanderen beeft getoond, die, met luide stem storm heeft geluid in de ure des yevaars, Vlaanderen's Uouw s te, heldhaftigste zoon, Dr. Aug. Borms. lu zijn t;:aie, geestdriftige, doordrijvende werkzaamheid stellen we onze hoop, one ver-tronwen. Hij is de man van de Daad! Naast rie Vlaamsche Staat, groeie de Vlaamsche Macht; naast onze ambtenaren-, ons man-îienleger ; naast ons geloof, ons liefdewerk. Dan staat Vlaanderen voor immer pal, en wordt net weer eens de azuurblauwe barder der beschaving! Men scherpe de» Leenw de klauwen! ROLLO. DÎaafl4ercn's 2%lfsUndigh«id «n tuat â«orett voertspntit i. De dag van Zondag 20 Januari 1918 zal in de herinnering van ieder stambewust oprecht Vlaamsch gemoed, als een glorievolle dage-raad blijven schitteren. Vlaaudereii is weer zichzelf geworden. Het is opgestaan uit eea toestand van verdooving waarin het geraakt was door entoereikende bedeeling van ge-moeds- en geestesvoedsel, en misdadig toe-dienen van ontzenuwende vreemde giftvoch-ten. Het is tôt het voile bewustzijn zijner IqjacSjt- teruggekomen, en het heeft het besef geRregen van al wat het tôt zijn leefbaarheid, vooruitgang, welvaart en grootheid noodig heeft. De mannen van 1830 zagen niet in, dat Rogier, wat ook zijn inzichten mochten geweest zijn, door zijn vooringenomenheid in werkelijkheid niet anders kon zijn dan vijan-dig gestenid tegenover het Vlaamsche ras. Door die gemoedsstemming rœrt hij het werk-tui? der Fransche heerschzucht die van de een-en-tachtig jaar Belgische onafhankelijk-heid eene -lange knechtsehap voor het Vlaamsche volk gemaakt heeft. Ondanks de taal-wetten die de kennis der beide landstalen : Vlaamsch en Fran^ch, voor de staatsbeamb-ten verplichtend maken, vinden we in bestnur-lijke diensten, die nog moeten gesplitst worden, beambten die geen woord Vlaamsch kennen!/ Dat zijn de gev<ftgen van het orde-wpord door Rogier gegeven : a De Fransche taal weze de eenige bestuurstaal, de Vlamingen moe*-en van de openbare ambten tiitgeslo-ten blijven ; alzoo zullen xij verplicht zijn Fmus''Ii te leeren, en wij zullen het Ger-mian'sch elem'ht op die wijze te niet doen». Dat is eenvoudig h"t doodvonnis van het Vlnamsche volk uitspreken. En het Belgisch bestuur heeft 11ijd. aan RogierTs begin«el ge-tr'iuw, ons volk stiefmoederlijk, ja misdadig belimdeld. Want het is eene misdaad een volk te doodrn. En wie de tan] nitroeien wil, pleegt een moordaanslag tegen het volk ; want de taal is gansch het volk. De onveranderde houding van het Belgisch landbes'nur heeft den Vlamingen bewezen dat het on/in zou zijn nog verder op erkenning hnnner rechten te rekenen, omdat de eenige redding in de volkomen zelfstandigheid gele-gen is. De nood van het voîk is tôt het uiterste gekomen : cen-en-tachtig jaar stiefmoederlijke behandeling en vervreemding van aile nataur-lijke on'wikke'ingsmiddelen, hebben het ver-stand-lijk en zedelijk ontaard, lichamelijk verarmd. Het moet opgebenrd, verede'd, rrij gemankt worden. Al de stanibewus'e "\ilami*-gen hebben het begrepen, en het is in naaat van al onze bewnste keerlen, in naam van ge-beel het V'aamsche volk dat cntwaakt, dat Vl-innd''ren's zelfstandigîieid : Vlaanderen als zelfstandige Staat Zondag laatst uitg'eroepen werd. Het is- ons onverschillig hoe of wat ver» franschte Belgen en Entente-agçnten van dien besl-'esenden st-<n denken. Sa lus populi, jtt-prema lex esto : Het heil onzes volks is ons de lioogste wet. Ook is het onze !:>ed :e'ing niet opwerpingen te. voorkomen of te weerleggen. Onze bed-el'ng is alleen hier opvolgenlijk uîteen te zetten wat de verklaring ran Vlaan-deen'» Zelfstandigheid beteekent, wat de gevolgen van den nienwen toestand zijn en welke verplichtingen de nieuwe Staat heéït tegenover het eigen volk en tegenover het buitenland. Wij zullen dus in het volgend mimmer eenig=> toe'ichtingen verschaffen over hetgeen de Ui'roeping van den S'aat Vlaanderen voor gevolq; heeft. En wij hooen daardoor nuttig bij te dragen tôt het wekken van het plichtbesef in ieder Vlaamsch gemoed. * Dr. L. D. Holîandschc _ briefwisseHng A A NTEEKENINGEN NTCEUWS XJIT HOIvIvAND. — Mi] geworden inlichtmg"n over het o Belgisch Athe-neum» te Vlissingen (in Zeeland). Er sch'ijnt daar een gedenkboek te zijn nitgegeven, door het schoolbestiiur, waarin enkele bijzonderhe-den staan opgeteekend en derwijze vastgelegd, betreffende het oprichten der schole in 1915 — en ook verslagen bevattende, wat aangaat de reeds bereikte nitkomsten en vorderingen op onderwijsgebied. Het boek geeft twee schoon-uitgevoer'de lichtbeelddrukken te zien van de "■ J ong-Vlamingen, Groeninger-wachters, Vlaamsch-Verbonders, Vlamingen, Mannen en VrouWen, Vlamingen zonder onderscheid van den\uûijze, Weest ZONDAG 3 FEBRUARI 1918 TE 12 UUR, IN DE BEURS, TE ANTWERPEN om mede VLAANDEREN'S ZELFSTANDIGHEID uit te roepen ; om U k.ampioen te toonen van uw wczenlijk Vaderland ; om U \ind te toonen'van uw ware Moeder VLAANDEREN! N

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Ons land behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Antwerpen van 1915 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes