Ons land

470 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1916, 21 Mei. Ons land. Geraadpleegd op 26 februari 2020, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/jd4pk08335/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

>ide i » n rira n cr Miimmpr Q Priis : 5 Contiemen. 21 Mei igi6 ONS LAND A.BONNEMENTSPRIJS : Per jaar fr. 3 — Voor 6 maanden 1.75 Voor 3 maanden . « 1.— men schr1jft in ten bureel van het blad. Opstelraad en beheer : Markgravestraat, ii-i3, Antwerpen AANKONDIGINGEN NAAR OVEREENKOMST. Ongeteekende stukken worden niet opgenomen. Met het ontleedmes opnieuw in het Frank-Rekwest BJORNSON OVER DE VLAAMSCHE ACTIE PETER BENOIT en het VLAAMSCH BEGINSEL Den Meester Karel Candael uit ge-meende bewondering opgedragen. J. G. 't Wierd gezeid en men vindt er nog die t beweren, dat de groote Harpenaar wel -sen Vlaming was — de noodlottige be-stemming had het immers zôô gewild — die zijn aard en zijn taal liefhad, maar buiten dàt no»it den strijd zou goedge-keurd hebben, die thans en vôôr den oor-log door de flaminganten gevoerd werd. Kwam een plaatselijk blad, «■ L'Echo Commercial », ons nog eenige maanden Yôôr het uitbreken van den oorlog, ter gelegenheid van de Sporenfeesten, dat liedje niet yoorpijpen om den indruk een beetje te temperen die de uitvoering van de aangekondigde, zoo machtig als origi-neele « Rubenscantate » op zijn franskil-jongche lezers zou maken ? Schreef het toen niet heel ernstig : « Benoit était FJamand, il était fier de sa race. Mais il n'eût jamais, étant homme de science et d'art, toléré les exagérations qui se manifestent à l'heure que voici parmi les exaltés de la langue...» 't Iilonk wel zôô ernstig dat we een oogenblik haast zelf gingen twijfelen aan '» Meesters overtuiging, ware het niet dat ons bij toeval een nummer onder het 00g viel van » De Vlaamsche Kunstbode », waaraan de Meester rond de jaren '76 mêewerkte. 't Was rond dit tijdstip dat de gekende pennetwist was ontstaan tus-schen Benoit en M. Gevaert. In de «Moniteur Belge » van 3 Maart 1876 was van de hand van M. Gevaert nopens de Brus-selsche muziekschool een verslag versche-nen, waarvan de besluitselen reeds waren goedgekeurd geworden door den toenma-ligen Minister van Binnenlandsche Zaken, M. Delcour, en waarin M. Gevaert o.m. gezegd had : « et où la foule puisse s'élever peu » a peu à la compréhention de tous les » chefs d'oeuvre et réagir contre les dévia-» tions du goût et l'aberration des faux » systèmes. » De vrees van den kosmopoliet Gevaert voor een zoogenoemd - separatistenge-vaar », zooals de reine gedachte van twee aftonderlijke kunstuitingen in Belgiô dooi hem en zijn geloofcgenooten beschouwc werd, sprak duidelijk uit die woorden Heel het verslag trouwens moest det tijdgenooten 1 eeds eenigermate het bewiji geven van den geest van uitsluitendheic die den bestuurder Gevaert — dien mer aïs « Centralisateur » moest bekamper maar als talent vol schrijver van Vlaamsche gewrochten moet loven — van de Brusselsche Conservatoire de Musique bezielde, met het 00g op de Nationale richting in de Belgische Toonkunst. Vie! Concerten zouden er jaarlijks door he Brusselsch Conservatorium gegeven worden : Ie Een Italiaansch ; 2e Twee Duit sche ; 3e Een Fransch !... Van Vlaamscht of Nuderlandsche of Skandinaafsche, 0 welke andere school, was geeîi spraak Afgezien van het fait dat er in heel he bedoeld verslag geeu woordje gerept werc over de Vlaamsche kunststrekkingen ei onze moedertaal daarin met misprijzendi stilzwijgendheid behandeld werd, kon mei nog aanstippen dat zelfs ons nationaa verleden voor den heer Gevaert nie bestond. 't Was dus naar aanleiding van di verslag dat Peter Benoit op 15 Maar 1876 zijn artikel <* Het Droombeeld eene: Wereldkunst » in « De Vlaamsche Kunst bode » liet verschijnen. Haa«t heel he Vlaamsche standpuat legt de Meester erii bloot en zijn woord dat wij hierna herhalen zal ieder Vlaming slechts kunnen sterkei in zijn heilige Vlaamsche overtuiging terwijl 00k hooger aangehaald laster praatje erdoor uit ds wereld zal geholpei worden. « De politieke omstandigheden Tan 1831 — schrijft Peter Benoit — hebben ui twee verschillige stammen de Belgisuh. Nationaliteit gevormd. Voortaan zoudei èn Walen ôn Vlamingen onder éénei schepter en onder de bescherming der zelfde wetten leven en verbroederen. -En beiden hebben 00k sindsdien, al leden eener zelfde familie, hier in een dracht saàmgewoond, en bewijzen gegevei van eerbied voor hunnen Koning en lands vrije instellingen. Eén punt nogtans, een gewichtig punt de officiëele miskenning of althans ver-kaerde toepassing van 't artikel der Grondwet, dat de « gelijkheid » der beide landstalen in Belgiâ voorschrijft, heeft sedert 1830 zedelijke en vreedzame wor-stelingen doen onstaan. En d«ze zullen dàn eerst een einde nemen, wanneer aan onze Vlaamsche Moedertaal volkomen recht zai worden gedaan, wanneer alzoo aan beide stammen eene echt nationale opvoeding wordt verschaft, die beider geest in hunne natuurlijke ontwikkeling ondersteunt. Het samenleven Tan Walen en Vlamingen. onder éénen vorst, is dus eene louter politieke schikking geweest, en beide stammen hebben er zich aan onderworpen. Maar groot is het onderscheid tusschen eene gemaakte nationaliteit als de « Belgische », en een « stamnationaliteit, die uit natuuc zelve voortspruit en dus allen eerbied af iwingt. Om met elkander niet in strijd te zijn, heeft dan 00k de eerste een dubbel mecanismus noodig, eene dubbele ontwikkeling, eene dubbele opvoeding, en bijgevolg 00k een dubbel en gewaarborgd bestaan van eigen Taal en Kunst, Zulk» schenen de Staatsmannen van 1830 niet te verstaan, of althans niet te willen verstaan. Inderdaad, hebben zij het zich wel ten plicht gerekend onze Moedertaal dat voertuig der gedachten, die eenige bron van degelijke beschaving voor een volk — als dusdanig te doen dienen tôt eigenaardige ontwikkeling der Vlamingen ? In 't geheei niet ! Zij hielden van bovenvermeld dualism geene rekening en beelden zich in, dat het even zoo gemak-kelijk en zoo logisch was. die twee stammen tôt een politiek bestaan te vereenigen, eene taal uit te roeien, aan een gedeelte van ons land zij ne natuurlijke rechten te ontnemen. « Errare humanurn #st », zegt een latijusch spreekwoord. — Sedert 1830 hebben onze staatsiiaden veel ondervonden en veel geleerd. » Ook van het afichuwelijke en onna-tuurlijke eener z.g. « fusion » is hij duidelijk bewust : « Een princiep waartegen zich aile men-schelijke pogingen, die er mee in strijd zijn, komen verbrijzeUn, is het natuurlijke princiep. « Zoodat men Walen en Vlamingen wel heeft kunnen Belgiseeren, onder politiek oogpunt, en dat zonder het mi'nste gevaar van landscheuring, doch wat men niet kan, noch in de toekomst ooit kunnen zal, dat is de natuur en den geest dier twee verschillige stammen tôt één smelten, om door zoon wandrochtelijhe versmelting, (kursiveering van mlj, J. G.) een zooge-naamde " Belgische » kunst voort te brengen » Daarna spreekt Benoit over de « latini-satie » van het Noorden tôt in de XI0 eeuw en den zucht tôt zelfberrijding van de Germaansche rassen uit de « verslaven-de banden van een ontaardend latinism », van de overheersching, na het latijn, van het Italiaansch en later het Fransch, dat in het Noorden als cosmopoliteerend middel werd geworpen. Hij besiuit dit overzicht in dier voege : « Ja, de cosmopolitsche werking van voor eeuwen is nog gansch d«zelfde ge-blevtn ; — alleen wordt zij nu door be-middeling der Fransche taal in plaats van de Latijnsche taal voortgedreven ; maar zooals men ziet, 't is nog altoos het Latijnsche ras, dat de nationaliteit der volkeren wil krenken, onder voorwendsel van beschaving en vooruitgang !... Geluk- kiglijk zijn b.v, onze franco-Belgische cosmopolieten geene keizers, met zwaar-den ellenbogenlang en 'nen arm dik !... Maar, omdiet even, hun droombeeld, — hoe onbereikbaar ook — blijft nôg steeds : « ééne wereldtaal, ééne wereldkunst », — de fransche natuurlijk !... Zich verdiepend in hunne droomen aan dat herschenschim-mige verleden,willen re dat cosmopolitism, welk vroeger schipbreuk leed en immei lijden moet, nu op zijn fransch beproeven. Op hen kan men Lamartine's gezegde : « L'homme est un ange déchu qui se souvient des deux ! » met deze kleine verandering toepassen : « Le cosmopolite moderne est un rêveur qui se souvient du cosmopolitisnie du passé » Daarna over de toonkunde als verbrei-dingsmacht in onze Beweging : » Ontegenzeggelijk is de Toonkunde in de Vlaamsche Beweging een der mach-tigste wapenen tôt propaganda. Hetzij de muziek zich met de poëzie of met de dra-matische kunst verbindt, zôôveel is zsker dat zij van beiden het esthetisch en beschavend effekt verhoogt, en alzoo het volk liefde voor de Moedertaal inboezemt ; want, zpoals een dichter terecht aanmerkt- « Een vaderlandsche toon dringt best en diepst in 't harte. » E011 volk dat in zij ne eigene taal zingt is een gewonnen volk voor de nationaliteit. DaarenÇegen zal een volk dat in zijn lied zijne taal verloochent, nooit volledig nationaal wezen. — Gedurig door vreemde tonen, door uitheemsche liederen over-rompeld, zal het er allicht toekomen zijn eigene oorspronkelijkheid ten ofier te brengen. » Het artikel sluit met de volgende be-woordingen : « Wij, Vlamingen, zullen dien strijd alleen op eigen kracht te steunen hebben — Maar, als wij allen samen werken, en meester over onze muziekale beweging blijven willen, dàn zal het ook zôô zijn. Zijn wij integendeel onverschillig ofkarak-terzwak, ofwel (vooral in onze rechtvaar-dige eischen van eigen kunstbestaan) al te toegerend, dàn ja, dan is onze zaak ver-loren. — Maar neen ! geene flauwhartigen onder ons. Laten wij den vreemdeling toonen dat wij nog bloed in de aderen hebben. Immers, het geldt de eer, de toekomst onzer Vaderlandsche kunst ! Vlaamsche broeders ! de handen dus ineen geslagen : « Eendracht maakt macht ! » En dan, wanneer wij eenmaal ons nationaal kunstgebouw op vasten grond onwrikbaar hebben gevestigd, dan zullen we ook met rechtmatige fierheid, den dichter mogen nazeggen : - Zij wilden wat was recht en wonnen wat zij wilden ! - Zou het soms aan overdrijving grenzen, wanneer wij uit deze woorden de diepe flamingantische overtuiging zouden beslui-ten van den g^nialen Vlaamschen maestro? Maar de benijders zijner scheppir.gskracht schreven nochtans: «Benoit était Flamand, il était fier de sa race Mais il n'eût, jamais, étant homme de science et d'art, toléré les exagérations qui se manifestent à l'heure que voici parmi les exaltés de la langue...» Zulk licht moest opgaan in de Twintigste Eeuw. JULES GONDRY. VLAMINGEN ! Leest eu verspreidt :: : ONS LAND Te verkrijgen in aile dagbladwinkels en kiosken tegen den spotprijs van 5 centiemen per nummer. Met Ontleedmes opnieuw in het * Anto=stok » gezet. Dat met het doorvoeren door den bezetter van de Vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool, op geenerlei wijze wordt afbreuk gedaan aan de in het land geldende wetten, zal uit ons eerste nummer wel duidelijk geworden zijn. Toch is allicht niet ondienstig, onze bewijsvoering hier nogmaals bondig te formuleeren. Opdat een spijker houdo, moet men er immers meer dan «ens op slaan ? Onze stelling is : Evenmin als de verfransching der Hoogeschool tôt stand is gokomen door een wet, is een wet van noode om de Hoogeschool te vervlaamschen. Bij Koninklijk Besiuit werd overge-gegaan tôt de invoering aan de Hoogeschool van het Fransch. Een met het Koninklijk Besiuit in binnenlandsche aungelegenheden gelijkstaande bevoegd-heid valt in zaken rakende het bezette gebied den bezetter feitelijk ten deel. Nu kan een Koninklijk Besiuit, waar aanleiding hiertoe bestaat, worden vervangen door een ander. Zoodat, in geval van bezettingstoestand, ook een besiuit van de plaatsvervangende Regeering er in de plaats voor treden kan en wel, zoodra wijziging van het bestaande Koninklijk Besiuit zich opdringt in het belang der bevolking van het bezette gebied. Dat het belang der bevolking in het bezette Vlaanderen de vernederland-sching meebrengt — de gezondmaking ! — ook van het Hooger Onderwijs, hoeft geen betoog. De « openbare orde » zal in Vlaanderen in waarheid eerst dan geheel « her-steld en verzekerd » zijn — de bewoor-dingen uit artikel 43 der Haagsche Conventie wenden wij hier aan in diepen logischen emst — wanneer in Vlaanderen het openbaar leven in al zijn geledin-gen vervlaamscht zal wezen. Tôt deze algeheele vervlaamsching zal de vernederlandsching der Hoogeschool meer dan elke andere vervlaamsching bijdragen. Wij vermogen dan ook niet in te zien, wat van een redelijk standpunt uit, aan de hand van artikel 43 der Haagsche Conventie, is af te dingen op den door den Gouverneur-Generaal, in 's volks belang, opzichtens de Gentsche Hoogeschool genomen maatregel. * * * Wij gaan thans voort, in aansluiting aan ons artikel Auto-lijst-argument en op den keper beschouwd, het ontleedmes te zetten in het Rekwest van den heer Franck c. s. Het 00g luikend voor de Waalsch-Franskiljonsche oorlogsschriften (Maeterlinck, Harry, Verhaeren, Wilmotte, « Appel aux Wallons », enz.) waarin de Vlaamschgezindheid als tevoren verdacht wordt gemaakt en verkettc d ; over het hoofd ziende dat niemand, ook niet de Franskiljon, het verleden zoo maar aflegt als een versleten jas, maar ieder over 't algemeen blijft wat hij vooraf is gebleken; veeleer, onzes inziens, blijk gevend van politieke naïveteit, dan van staatkundige levenswijsheid — uit de steller van het Rekwest den volgenden vromen wensch : « Dat de gezamentlijkgeleden smarten » en manrhoedig onderstane rampen, en » de door onze soldaten van Vlaamschen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Ons land behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Antwerpen van 1915 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes