Ons Vlaanderen

1285 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1917, 01 April. Ons Vlaanderen. Geraadpleegd op 28 september 2021, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/tm71v5cv6p/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Derde Jaar. — Nr 6. Prijs : 10 Centiemen per Nuitimer. Zondag, 1" April 1917. ONS VLAANDEREN VERSCHIJNT ELKEN ZATERDAG VoorBelgiéenFrankrii^V^reen^. . ; • • *,4.25 Voor drij maand .... » 1.-25 Bulten Frankrijk : Voor een jaar 5 ^ DOOR EENDRACHT STERK BUREELEN : TE GENT 24, Wellinckstraat. TE PARUS 181, Rue de Charonne. De Goede Week Van deze week viert de Katholieke Kerk de herinnering aan het Bitter Lijden van onzen Zaligmaker. Dertig jaar had Jezus te Nazareth in stille eenzaamheid zijn leven doorgebracht, gelijk hct Evangelie zegt « door het volk aanzien als den zoon van Joseph»; daaina was Hij begonnen met zijne leering te ver-kondigen en bevestigde door zijne mirakelen de waarheid en de goddelijkheid zijner zen-ding. Hij koos onder zijne volgelingen tvvaalf mannen uit die gedurig met Hem bijven zouden en zijn zwervend leeraars-leven deelden. Na drij jaar was het oogenblik gekomen dat Hij de bloedige kroon op zijn werk ging stellen ; in Galilea, in Judea, in de bergen, aan het strand der zeeën, in steden en woestijnen, in de Synagogen, overâl, aan gansch het Joodsche voile, had Hij zijne leering verkondigd en tôt in het Sanhédrin, had Hij aanhangers gevonden. Zijn leeraarswerk was voltrokken. Nu wilde Hij uitboeten voor het gevallene menschdom, voor zijne aangenome broeders wier zoûden hij op zijne schouders had ge-nomen.t Wij gaan op naar Jerusalem — zegde hij aan zijne Apostelen — en de zoon des Menschen zal aan zijne vijanden overgeleverd en gekruisigd worden en, ten derden dage, zal Hij verrijzen ». En toch ging Hij op naar Jeruzalem alhoewel Hij wist al wat Hem daar te wachten stond : hoe Judas hem verraden ging; hoe zijne vijanden Hem voor den rechterstoel van Caïphas slepen zouden ; hoe Petrus Hem ging verlooehenen ; hoe Hij zou gegeeseld worden en met doornen gekroond ; door Pilatus veroordeeld om zijn eigen kruis te dragen ; hoe Hij eindelijk, op den top van den Calvarieberg, aan het schandige hout genageld, Goddelijk Zoen-offer, tusschem hemel en aarde opgeheven, de armen wijd uitgestreht om bij zijnen Vader vergiffenis en erbarming af te smeeken voor de arme verblinde menschheid zou sterven. Dit ailes wist Hij, wist Hij met volstrekte zekerheid ; wist Hij zoo zeker als of, het reeds in werkelijkheid gebeurd ware... En toch ging Hij op naar Jerusalem !... Zôô bemint een God de wereld... En, hoe beminnen wij dien God ? In den gelukkigen tijd, voor den oorlog, in België, in ons kàtholiek Vlaanderen bijzonderlijk, overal gedurende den vasten werden sermoenen gepredikt en overwe-gingen gehouden over het Bitter Lijden van Onzen Zaligmaker ; met iever en gods-/rucht werden deze oefeningen gevolgd ; de Jiensten der Goede Week werden ieverig >ijgewoond ; met Paschen hield iedereen er lan van het groot gebod der H. Kerk te rolbrengen : « En nutten omirent Paschen let Lichaam des Heer en. » Eilaas !... De oorlog heeft onze vlaamsche )evolkingen uiteengeslagen : de beste onzer ;onenstaan ginder aan den Yzer, de wacht ; )nze ouders, onze vrouwen, onze kinderen, )nze vrienden dwalen rond hier in Fran-srijk, in Engeland, in Holland, of God weet langs welke wegen ; en wie weet hoevelen er een vlaamsche priester vinden zullen om hunne paaschplicht te kunnen volbrengen. ®eze onder onze vlaamsche vrienden die de gelegenheid hebben, zullen zeker niet verwaarloozen dien grooten plicht te ver-vullen ; dat hebben wij van onze ouders geleerd : de Vlamingen zijn geen kwezelaars, maar ze weten ook dat hun leven hier op deze wereld niet eeuwig duren zal en dat ^ eene onsterfelijke ziel hebben. Anderen zullen misschien met ons spotten ; daar laat een Vlaming zich weinig aan gelegen : Vlamingen zijn keikoppen !... En, ook die spotters veranderen soms wel éens van gedacht : 'k heb in mijn leven reeds veel menschen zien sterven ; meer dan eenen heb ik op zijn sterfbed met tranen in de oogen hooren uitroepen : — « 't Spijt mij dat ik zoo slecht geleefd heb !.. Och ! Kon ik toch herbeginnen ! » — Maar, nog nooit of nooit heb îk een stervende hooren zeggen : — a 't Spijt mij dat ik Christelijk ge eefd hebbe I » Vlamingen, wezen wij hier wat wij tehuis waren : Katholieke Vlamingen ! Laat er ons eene eer in stellen, hier in ons ballingschap evenals vroeger in Vlaanderen, met den aanstaanden Paschen, onze christene plichten te volbrengen. Fr Seyssens ; pr. Goed Nieuws voor de Vluchtelingen De Fransche kamer heeft inhare zitting van 2j Maart besloten, dat de fransche allocaties aan de viuchtelingen ep 7/ centiem per kind (in plaats van jo centiem) zullen gebracht worden. Indien de Senaat die verrneerdering goedkeivrt zal de maat egel op i'n April in voege komen. Daarbij dieni gevoegd, dat de Belgische regeering eene reeks nieuwe maatregelen komt te treffen voor de belgische gezinnen der ge-mobiliseerden. M en vindt den tekst van de nieuwe sckikkingen op 3e blad, an der hoof-ding : Het Staatsblad. ARM VLAANDEREN. Arm Vlaanderen, Gij babt reeds veel geledan, Uw gastvrij oord was echter hooggeroemd, Uw vrtje grond, lot slachtbank steeds g«-[doeradWas de armeprooi der laagsle eerlooshedeû. Ik richt mij thans tôt u, mijn Vlaanderen, zooals een zoon zich tôt zijne moeder wendt, en ik vraag u in gemoede : Mijn Vlaanderw, Ho» lang nog zult gij blijy»n Het Europeegeii strafuitvoeringsplein, Wanneer zult gij e«ns #nkel Vlaanderen zijn Het land ran kunsl sa yreedzaam handsldrijren ? Ik had u lief, mijn Vlaanderen, reeds, toen ik nog een knaapje was. Ik speclde en jokte in lange breede lanen, uw Kempisch noorden zoowel als uwe vruchtbare landerijen, uwe breede stroomen zoowel als uwe zandige duinen naast het strand, waren mij onmisbaar omdat ik daar met voile longen die reine Vlaandersche luchten inademen kon . De nederige leemen hut zoowel als de rijke buitengoederen, de kleinste burgers-woning zoowel als het groot steedspaleis, dat ailes scheen mij een onafscheidbaar deel te zijn van dat ééne, mooie Vlaanderen ! Uwe prachtgebouwen ook waren de onze, verstaat u ? De « onze > dat beduidt dat zij de vrucht waren van der vaderen hoog-ste geestes en handenarbeid ! Uw volk en uwe taal waren mij ook zeer lief omdat ik mij één voelde met hen beide. Uwe taal vooral, scheen mij iets hemelsch-schoon, vooral omdat zij het eenige erfdeel was hetwelk mij ne goede moeder mij kon nalaten. Ik vond er in terug hare zoete vermaningen of liefkozingen, ik vond er in terug haar gebed of haar lied, en wat invloed de wereld ook op mijne volgende jaren gehad heeft, altoos en altijd bleef uwe taal, mijne taal ! * ♦ * En dan kwamen mijne eerste jongelings-jaren en met hen... het werkelijke ! Ik leerde toen onderscheid maken tus- schen echt en onecht, tusschen schoon en laag, tusschen ridderlijkheid en veinzerij ! En wat ik zoo zeer had licfgehad van kindsbeen af, zag ik toen dikwijls — eilaas veel te dikwijls, bijna gedurig, — door anderen met de voetf-n treden . Ik vatte, dat een volk en zijne taal alleen groot kon worden, wanneer zijne voorman-nen, de bevoordeeligden, de gekozenen van dat volk het omhcog brachten en leirden rein en edel zijn en handelen. Maar u Vlaanderen, zag ik verwaarloozen ! En de weinige uwer voormannen die durfden willen, bleven onmachtig en bijna geheel onvruchtbaar ! De sociale toestanden van uw volk, werden met de voeten getreden en daaiuit kwam de bijna proverbiale onwetendheid van uw volk ! De gewetensvraagstukken, dat zoo on-si'hendbaar eigen dom van den mensch, weidcn uw Volk ter verdeeling voorgewor-pen, net alsuf m en een honçl een been te knagen zoo voorwerpen en uit wat uw heiligste schoon moe t zijn, kntde men het laagste van al : zwakheid ter ooizake van broedeieuhaat ! Wel lieten zekere voorteekens een (heel traag) komende herwording voorzien, doch wij waren er op verre na r.og niet omdat de gekozenen uws volks hunnen heiligsten plicht vergaten ! * * • En met de jaren groeide ik op tôt man, en mijne \roegere voorliefde voor u, mijn Vlaanderen, werdt mij ten vaste levens-regel ! Toen kwam de oorlog. 0 ! niet door ons gewild maar ons opge-drongen, dat is door onze vijanden zelve bekend gewet-st ! En uw volk wexdt ' ermoord, uwe steden vernield en uwe dorpen verwoest. ! En al uw natuur of kunstschcon werd geofferd aan Thor, dea God va* den oorlog ! Ik zag u lijden, lief Vlaanderen, en ik leéd ook, om u en om al wat ons duurbaar was ! Maar in mijn lijden bleef ik fier, fier over u en uw volk, omdat het der vaderen was trouw gebleven ! Schandegoud, werdt door uwe zonen met verachting afgewezen en lijdend al wat een volk lijden kan, sneuvelden zij de wapens in de vuist geklemd en drenkend uw geliefden grond met nieuw heldenbloed ! Ik was fier uwzoon te zijn, lief,Vlaanderen! Doch uw volk had het toppunt van den Golgotha nog niet bereikt ! Er bleef nog één leed dat het niet verduurd had : het ziel-leleed ! Maar onze vijanden vonden dat wel en zij zaaiden tweedrachtonder hen, uwe zonen, die nochtans sterker danooit hadden moe ten vereenigd blijven ! Bleef het puik uwer mannen en het bijna geheele uwer jongelingschap, hunne plaats behouden in de voor het Recht strijdende rangen, anderen lieten zich misleiden en reikten zelfs de hand tôt diegenen die besmeurd met het onschuldig bloed onzer priesters, ouderlingen, vrouwen en kinderen, ons een walgelijk zoenoffer aan-boden ! Zijn het verdwaalden of zijn het schul-digen ? De tijd zal mij zulks duidelijk maken. Tôt de vroegere gekozenen des volks richt ik nochtans diewoorden : «Ziedaar uw werk! » Eilaas, lief duurbaar Vlaanderen, wat zeggen van hen, die zich onwaardig toonen van uw glansrijk en eervol verleden ? Zien zij niet in, al het schandige van hunne daad ? Als zij ginds verre, op de trede van des vijands troon, diens hulp en. bijstand af-smeeken, hooren zij dan niet de laatste gillen onzer « jongens » die liever sterven dan een ongekend onrecht te aanvaarden ? Hooren zij dan niet die beangstigde moeders die, alhoewel zelve hongerig, lijden om hun kroost ? Hoorden zij die wanhoops-kreten dan niet, die langs hunne baan opstegen uit die duizende en duizende ont-voerclen die, slaven gelijk, tôt arbeid voor den \ijand gedwongen worden ! ? Stegen dan uit de gevangenis^en en krijgsgevangen kampen geene vermaledijdingen op, toen de onwaardigen den knie bogen voor den over-weldiger ? « Wij vroegen recht » zullen zij zeggen. 0 ! hemel wat een hoon ! Heeft ooit een Vlaming recht gevraagd aan diegene die hem door onrecht overmeesterde? Neen ! duizendmaal neen ! Zij dwalen ! Zij dwalen ! Zij dwalen ! Den Vlaming eisckt, kortweg ! En zou hij niet meer eischen kan, dan is hij het slavenjuk v/aardig ! * * * En gij, lief Vlaanderen, laat uw volk de oogen openen ! Laat het zien dat het reeds zooveel geledenheeft om zijn heiligste goed: zijne taal en zijne vrije ontwikkeling ! Laat het nu trouw blijven aan zijnen Koring, die meer dan wie ook de recht-vaardi^heid verpersoonlijkt ! Laat het liefde gevoelen voor Diens edele Gade en Zijn zoo gemind Kroost ! Laat het trouw blijven aan den strijd voor Recht et onomkoopbaarheid, en leidt het naar den zege ! En wanneer weer die overmoedige in-dringer onze gouwen zal ontruimd hebben laat het dan, niet kruipend doch fier tôt den Koning gaan en zeggen : » Sire, wij hebben onzen plicht gedaan en getoond dat wij recht van onrecht weten te onder-scheiden, thans verwachten wij ook dat ons Recht geschiede ! » Dan, mijn Vlaanderen, zal een nieuwe zon van eeilijkheid voor u en uw volk en uwe taal opgaan, een zon die lang reeds uw volk verbeidt ! In afwachting van d!e glorievolle dag roep ik u, mijn Vlaanderen, toe : Lief Vlaanderen, Wie ook de zeg» haie, Ikheb u lief, mijn Vlaanderen boyenal, Ik heb u lief, en wat ook komen zal : Toch blijf ik Vlaamsch in doening «n in taie ! C. Hodister. Nota : Bovenstaande artikel, was geschre-ven wanneer ons volgend telegram toekwam : Amsterdam, 26 Maart. De duitsche dagbladen geven een telegram uit Brussel volgens hetwelk degoever-neur-genexaal in België aankondigde dat een dekreet van 24 Maart gedagteekend België in twee bestuurlijke distrikten scheidt. Het eerste omvat de provinciën Antwer-pen, Limburg, Oost- en West Vlaanderen, Brussel, Leuven en omstreken ; het tweede omvat Henegouwen, Luik, Belgisch Luxem-burg, Namen en de omstreken van Nijvel. De Bestuurlijke zetel van het eerste dis-trikt zal te Brussel zijn, de zetel van het tweede te Namen . Dat de duitschers besluiten wat ze willen, scheiden wat wij vereenigd wilien zien, wanneer de groote kuisch door ons soldaten gedaan wordt, zal hun werk als hun macht in gruis uiteenvliegen. Dringende Bede De Belgische vluchtelingen vragen eerbiedig doch dringend, aan den heer Minister van Oorlog, de kostelooze reis, aan hunne zonen soldaten die op verlof gaan, toe te staan. Uit ons Vaderland. oostende. Ramp. — Eenige visscherschui-ten, die op de sprotvangst tusschen Oostende en Blankenberghe uitgevaren waren, werden door stormweer verrast. Een sleep-boot kwam ter hu!p, doch het touw brak en enkele schuitjes werden stuk geslagen. Negen visschfrs kwamen oui het leven, namelijk : van boot 4 Louis David, gehuwd ; Desager, gehuwd, Keizerstraat 30 ; boot 23 Jozef Kroothoep, ongehuwd, Nieuwstraat 18 ; Jozef Kabo, ongehuwd, Schipperstraat 33 ; boot 44 Louis Van Wulpen, ongehuwd, Nieuwstraat 12 ; Frans Goetgebuer, ongehuwd, St. Franciscusstraat 37 ; boot 51 Frans Major, gehuwd, Ghristinastraat 76 ; Kamiel Everaert, ongehuwd, Pont Albert-straat 38 ; boot 53, Ernest Grunewaîd, ongehuwd, Schippersstraat 18 . brugce. — Sedert een maand is er in Brugge geen stukske vleesch meer te krij-gen. De nood is groot. De be.olking zit lee-lijk in den nood en ailes wat nog aan levens-middelen in stad overbleef is door de duitschers opgeëischt. De beweging van troepen is levendig in stad . Men verwacht een span-nende gebeurtenis in 't korte. Opmerkens-waardig is het hoe de hooge koppen er zenuwachtig uitzien in den laatsten tijd. Wanneer komt de verlossing ? werkdwang te brugge. — Evenmin te Brugge ziet men 't einde der deportaties. Weer zijn veel burgers weggevoerd, waaron-der vakmannen van de groote metaalfabriek « La Brugeoise», van de smelterij «Madeleine» en andere werkhuizen.De-ongelukkigen gaan naar de frontzone in Vlaanderen, en mogen dan 's Zondags naar huis komen, of vertrek-ken naar Duitschland . Brugge is zoo goed als zonder verlichting De burgerij krijgt geen gas meer, terwijl petroleum geheel ontbreekt. temsche. — De heer Theophiel Maes zou nog steeds opgesloten zitten in Duitschland omdat hij zijne landgenooten had geholpen. Louis De Keersmaeker der Wilfordbooten en Joske Van Hoorbeeck zitten in de gevange-nis te Antwerpen. — Men vertelt dat een zekeren Isidoor De Wilde, vischkoopman uit de Schoolstraat zich zou begeven hebben naar Antwerpen verkleed als Duitsch soldaat. Hij werd door de Moffen aangehouden en zou gefusilleerd zijn. OVERLIJDENS : Mej. Hélène Temmerman 21 jaar (borst-aandoening). — Mej. Jeanette Noens uit de Kouter, 19 jaar — Mr Albert Schuerman drukker — Mr François Van Raemdonck brouwer, Veldstraat — Mr Alex D'Hondt beenhouwer — Mr Frans Stockman kleerma-ker — Mr Frans Weyn velomaker-elektrieien — allen meer dan 50 jaar oud. de mannen geboren van 1877tot1884enin 1900.— Een advies gedagteekend van den 12e Maart 1917 geeft kennis dat al de mannen geboren in het tijdperk gaande van I877 tôt 1884 of tijdens het jaar 1900, zich moeten aanbieden. Diegenen die niet bijtijds werden aange-teekend worden natuurlijk met gevangenis of boet hedreigd. Natuurlijk. om vleesch te vinden. — De stad Brussel heeft de hand aan 't werk gelegd om eene groote zwijnenkweekerij in te richten, langs de Vaart. In 125 varkenshokken zal men 1000 lieve zwijntjes koesteren de eerste kostgangers werden reeds opgenomen en met groote zorg gekoesterd door een gansch bij zonder en wel bekwaam personneel. een heerschap die rusten moet. — Dichtbij de statie van Zoningen (Soignies) woont er, op een kasteel, a. u. b. een hooger officier van het Duitsch leger. Dagelijks kwamen er een massa menschen aan de statie wachten

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Ons Vlaanderen behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Parijs van 1915 tot 1919.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes