Polder en Kempen: wekelijksch nieuws- en aankondigingsblad

352 0
16 augustus 1914
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 16 Augustus. Polder en Kempen: wekelijksch nieuws- en aankondigingsblad. Geraadpleegd op 23 september 2019, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/125q815k02/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

I Zondag 16 Augustus 1914 Priis per nr 5 centiemen 10e Jaar, Nr 33 POLDER EN KEMPEN Wekelijksch Nieuws- en Aankondigingsblad IInsch.rijving'sprijs . 3,io fr. per jaar. Voor den vreemde de verzendingskosten erbij. Men schrijft in bij den uitgever, bij de briefdragers e op al de postkantoren. Drukker- Uitgever : A. DE BIEVRE BBASSOHAAT ■ni.ii-irni,,, I III,, n ■■■ i If un ■ i ■ + Aankondig^ingen s Vol gens tarief. Brieven, pakken, enz , franco toesturen. Het recht annoncen en artikels te weigeren îs voorbehouden I Dit nummpr hflvat slpphts Al hlnrl7iirlf*n NA DEN VELDSLAG De zon verdween in purpergloed... Op 't slagveld doomt 't vergoten bloed... Qelijk de lawien Van de rotsen holt, Met dood en vernieling De dalen volt, Zoo heeft daar gewoed De schrikkelijkste strijd, Vol helschen wellust, wijd en zijd Gedanst in het bloed... En thans, thans liggen ze allen daar, Half dood, gansch dood, verminkt, verscheurd, Wen hoog, als een lijklamp, somber en naar, De fletsche maan over 't slagveld treurt. En bij dat doodsch geglim der maan, Zoo gij wel toezaagt, zoudt gij licht Een arm zien smeekend opwaarts gaan, Terwijl een peerschblauw aangezicht Ten hemel staart, een bloedige mond Hol zucht... tôt loodzwaar, op den grond, Die arm Weer neerploft met een reutelend gekerm ! Ofwel, ginds aan de delling, waar Die kreten stijgen, zoudt ge een schaar Van raven, bloedige snavels open, Den klauw met helschen lust zien doopen In 't lillend ingewand der doôn... Wen, licht een wreed verminkte zoon, Gevallen naast zijn vaâr, den grijzen, Diens lijk met zijne borst bedekt, Hem, stervend zelf, tôt weer verstrekt... Een schouwtooneel, waar zelf s de stoutste zou bij ijzen. D AT r>c m r\-\i t* Welke gedragslijn za men in oorlogstijd he nultigst volgen Het Engelsch blad de « Times » be de volgende raadgevingen en wenken, thans nog meer in ons land dan in Ei land, kunnen van pas komen, en, noch zeer eenvoudig in hun eigen, zoo zij in ; genomen worden, veel kwaad en elle kunnen voorkomen of te keer gaan. Eerst en vooral : verlies nooit het hi Wees kalm. Begeef u rustig en eenvo ^ naar uwe dagelijksche bezigheid. La; niet vervoeren door onbedachte j hitsingen of betoogingen. Ten tweede : denk aan uwen na; meer dan gij gewoon zijt te doen. I aan uwe plichten jegens uwen nab Denk aan het algemeen welzijn. Tracht uw deel bij te dragen, ir plaats en in het midden waar gij u bev: uwen vollen plicht vervullende. Wees sober en uiterst spaarzaam. mijd aile verkwisting. Hoop de levensmiddelen niet op, zo gij eene zoogezegde schaarschte z veroorzaken, die iedereen zou sch; IBedenk dat voorzegde handelwijze daad zou daarstellen van laaghartig verachtelijke baatzuchtigheid. Zamel het goud en het zilver niet b: H Laat het gemunt geld in den handel. Tracht ailes gemakkelijker te m: in plaats van den toestand te vererg Denk aan dezen die meer te bek I zijn dan gij. Betaal stipt al wat gij s ■ dig zijt, en voornamelijk aan uwe ai schuldeischers. Hebt gij volk in uwen dienst, den] uwe werklieden. Geef hun werk en ■ ! zoolang zulks eenigzins in uwe mac en richt eerder de « short-time » in Zijt gij bediende of werkman, neem acht de moeilijkheden die uw meest l kan ontmoeten. In plaats van te jammer over uwe kleine ellenden, denk aan d oneindig meer beklaagbaren toestand v ,vat dezen die de streek bewonen waar c|je oorlog woedt, en die niet alleen werkelc ^e'_ zijn, maar daarenboven veelal nog vi ans liezen al wat zij bezitten. ^ Doe uw best, om uwe soldaten toe ,n(je juichen en aan te moedigen. Verleen u bereidwillige hulp en steun aan a )0j^ instellingen voor doel hebbende aan adig strijders gemak en welzijn te verschaffi lt u Leg uit en verklaar aan jongeren onwetenden wat de oorlog is, en in we' A ail" omstandigheden de strijd ons werd < iste, gedrongen. ùur. Àanhotiding van eenei L de sPioen ndt, verkleed in kindermei Te Etterbeek werd een Duitsche spi< ^er" aangehouden, verkleed in... kinderms Deze kerel, baardeloos, in kleedij 1 odat kindermeid, wandelde op de Jachtl; ouc^ en stak een kinderrijtuig voort, waarin iden. verkleede groote pop lag. een Een burgerwacht, die de doenw e en van de zonderlinge kindermeid re geruimen tijd had gadegeslagen, sprak jeen. mejd aan en vroeg haar het huis h< meesters aan te duiden. iken, Aan den tongval verraadde zij 1 eren. nationaliteit. De kindermeid werd r lagen de wacht geleid en verders met een r chul- taire auto werd het « kindermâdchen j -mste het rijtuig waarin de pop lag, naar kazerne gevoerd en daar voor den gene c aan der provincie gebracht, die hem afta loon en ook vaststelde dat de meid een Duit: ht is, spioen was, die reeds verscheidene we dan te Etterbeek verbleef, er ailes bespie en notas nam. Verklaring van een officier De roi onzer forten : Het doel bereikt.— Kunt gij het ons verklaren, generaal, hoe het komt dat de Duitsche troepen de stad Luik bezetten, terwijl de forten nog in ons bezit zijn ? Het publiek begrijpt dezen toestand niet, die hem tegenstrijdig toeschijnt. Het volk verlangt gerust gesteld te worden. — Het is zeer eenvoudig, luidt het antwoord. De vestingen die in eenen om-trek van 50 tôt 60 kilometers de stad Luik omringen, zijn enkel stuitforten. Deze forten hebben twee bijzondere hoedanigheden. Ten eerste zij zijn zeer kloek gebouwd en behendig ontworpen, alsook goed bewapend, zoodat zij onmo-gelijlc kunnen door de macht over-meesterd worden. Ten tweede zij bezitten sterk geschut. Doch zij hebben geen garnizoen en kunnen bijgevolg niet aanvallend optre-den. Men kan de forten niet innemen | en zij, kunnen anders niets dan schieten » Opdat de verdediging dezer forter volledig zij, worden troepen geplaats in de tusschenruimten. » Deze troepen helpen de forten ii het tegenhouden van den vijand. Wannee een of twee vestingen aangevallen wordei treden deze troepen vooruit, vallen dei vijand aan, en stuit>n zijnen marscb » Vier dagen lang heeft het mobiel garnizoen van Luik zulks volgehoude: met eene bewonderenswaardige dap perheid, heldhaftigheid en oorlogskur de. » In dezen strijd moest de legerafdec ling in kwestie zich verdedigen en 00 gestadig in beweging zijn. Vier dagen lan£ dag en nacht, duurde de strijd. Van da af, was de roi dier troepen en der forte ten einde. De vijand was tegengehoudei Men had hem groote verliezen berol kend. Dit laatste is evenwel van minde belang. Het voornaamste is dat onî stuitforten den vijand gestuit hebbei » Na vier dagen hardnekkig gevecl werden de mobiele troepen terugg trokken, en trokken zich terug over c Maas. Het doel was bereikt. » Welk is in die omstandigheden c toestand ? Indien de vijand met groo legermacht vooruitrukt, kunnen de fo ten weer op treden. Doch het is hun o: mogelijk eenen verspreiden vijand hinderen. d Ziedaar hoe de vijand er toe gekomi is Luik te bezetten, zonder de forten zijne macht te hebben, doch de vesti gen zouden telkenmale optreden dat vijand groote verplaatsingen zou w len doen. De Maas oversteken met eene groc legermacht, voertuigen, enz., ware vc den vijand zeer gevaarlijk, zooniet 0 mogelijk. Dus, indien de Duitschers de Ma oversteken, zal het zijn, ten Noorden beneden Luik, buiten het bereik der f< ten. Het publiek verkeerde in dwali nopens de roi der forten. Zij hadd geenszins voor zending de stad Li te beschutten maar enkel den overtoc 3 van de Maas te beletten in hunnen wei s kring. Zij hebben het gedaan. Zij hebt e den plotselingen inval der Duitsch r gestuit. Ik zou hetzelfde kunnen zeggen v< e de stad Namen. Namen beschermde < r tegen eenen plotselingen inval van w< i- Frankrijk, en Luik tegen Duitschland n België, zich onder krijgskundig o e punt niet kunnende inrichten, ten eii il den eersten overweldiger terug te à :e van, heeft beter gevonden stuitfor 1e te bouwen, ten einde gedurende eer n dagen den vijand tegen te kunnen h le den, en aldus aan een naburig 1 den tijd te geven ons ter hulp te kon ■ Beoordeeling der Belgen door de Duitschers Een Brusselsche gazetschrijver heeft I aan eenen Duitschen gevangen officier I gevraagd:Wat denkt ge van onze soldaten? I Het antwoord kwam dadelijk : Veel I goeds. Het zijn schutters van allereersten j rang en hun moed dwingt de bewondering I af zelfs van diegenen, die door de omstan-I digheden genoodzaakt worden hen te I bestrijden. Ze gaan ten strijde met eene buitenge-! wone furia, het zijn leeuwen ! J Die officier dacht naar het ons scheeu het volgende, wat hij niet wilde zeggen I 't Is klaar, wij hebben ons aan zulker j heldhaftigen tegenstand niet verwacht. Eere aan de Belgische Burgerwachten Na de hervorming van het Belgiscl j leger en de invoering van den algemeenei | dienstplicht, werd er veel geklapt en laa 1 ! ons zeggen onnoozel geklapt en geschrevei " ! over de burgerwacht. De burgerwacht, moest, tengevolge vai 1 J den algemeenen dienstplicht, verdwijne: 1 I of uitsterven, en dat was eene weldaac 1 ! want de burgerwacht, was toch maar ee: 1 j lolleke, eene verouderde instelling zonde j nut, welke juist nog in stand gehoude j werd om de ijdelheid van eenige persone 1 ! te voldoen die gaarne officier spelen e I verzot zijn op galons welke hun, na tie ! jaren dienst een burgerlijk kruis doen b< I komen. Zoo werd er gesproken en zoo ook wer ^ I er ongelukkig geschreven, zelfs doe I emstige bladen ! Tôt drie weken voor het uitbreken va n I den oorlog — die op dit oogenblik het ha: '' [ door vrees en smart toenijpt van al ~ I ware Belgen, — was er een groot Bru "r I selsch blad, dat, in een paar artikele: ,e I aaneirong op de afschaffing der burge 1- ! wacht, eene instelling welke de burge ^ 1 embcteerde en toch niets anders was de i eene belachelijk en nuttelooze parade V£ 'e I Zondagsoldaten ! ! I Het uitbreken van den oorlog, het bii I nenroepen van talriike klassen van mi. tc I cianen, die naar de grenzen werden g r~ I zonden, heeft al die praatjes over de bu v I gerwacht en al die ronkende dagbladar te I kels, geschreven om die burgerlijke i I stelling te kleineeren, den bodem i ;n I geslagen. m i Al de soldaten naar de bedreig n" I grenzen getrokken zijnde, bleef er gee I gewapende macht meer over om de sted I te bewaken ; om orde, veiligheid en ri ! te verzekeren en ook om te beletten d te I de duizenden spioenen, Duitschen wel or J in al de steden en ook in de gemeent n" I van het land, krioelen gelijk de pade J stoelen, naar hartelust zouden kunn as ! vernielen, wat de regeering en de openbe I besturen broodnoodig hebben, in ï )r~ I belang der verdediging van het land. V I bedoelen den ijzerenweg, de bruggen, nS I telegraaf en telephoonpalen en draden, en I openbare gebouwen, enz.. ûk I De werkdadige burgerwacht werd c ;ht 1 geroepen in de steden en de onwerkdacl "k~ ] op den buiten. en j Dus, terwijl het land bedreigd woi 3rs aan de grenzen, waar het leger wondei van dapperheid verricht, worden de stec )or en landelijke gemeenten bewaakt d< rns gewapende burgers. -ge Die burgerwachten bewijzen gro dienstei aan het land, want, staan zij r og- bloot aan het gevaar der vijandelijke ko£ ide zij beletten dat vreemdelingen soms rij- holpen door kerels die geene vaderlan ten liefde bezitten en bereid zijn tôt al lige ons land verwoesten en aile bestuur ou- mogelijk maken. ind Eere dus aan die moedige burgerw; len. ten die dagelijks naar de hun aangewe posten optrekken, die dagelijks vier en twintig uren dienst doen, die hunne zaken verlaten en die zonder tegenstribbelen of morren den ransel aangespen en het geweer schouderen in het belang van het algemeen welzijn. Daar aan ziet men, de omstandigheden bewijzen het overigens ten klaarste, dat de burgerwacht er in het belang van het land, noodig is, ja, zoo noodig als het leger, en daarom zal elkeen die een greintje gezond oordeel heeft, bekennen, dat de burgerwacht eene goede, echt vaderlan d-sche instelling is, welke moet behouden worden, gezien haar groot nut. 't Is te hopen, dat, voortaan, de bladen zullen ophouden met de burgerwacht, eene bij uitstek vaderlandsche instelling, • te begekken en te bespotten ! De burgerij maakt eenen eerbiedwaar-digen stand uit in de samenleving en het zou onrechtvaardig zijn nog langer eene instelling te kleineeren, welke, in de moeilijke omstandigheden welke wij be leven, zooveel diensten bewijst aan de Belgische natie. Daarom : Dank en erkentelijkheid aan de Burgerwacht ! Leve de Burgerwacht ' Verhaal van eene vluchtelinge uit Luik n Wij hebben eene Luiksche vrouw ont-:- moet die in een dorp van Vlaanderen eene schuilplaats heeft gezocht met haar d huisgezin en die ons hare indrukken heeft >r verhaald. 't Was Donderdag, zegde zij, men had n sedert Dinsdag gevochten. De Duitschers "t waren afgeslagen. le Het gerucht werd rond den middag 5- verspreid dat men weer zou vechten 1, met den avond en dat men de stad zou r- beschieten — dit laatste was niet waar, rs maar het werd toch geloofd en verspreidde .n eenen algemeenen schrik. .n Al wie maar eenigzins eenen vriend of kennis had buiten de stad, haastte zich om zich gereed te maken om Luik te ii- veilaten. Het hoofd van iedereen was op e- hol. r- Wat mij betreft, mijne kinderen waren i- reeds weg, bij mijne ouders in Vlaanderen. n- Er was gezegd dat een weinig na 7 ure n- 's avonds een trein naar Brussel zou ver trekken. le Tôt mijnen man zegde ik dat ik betere ie kleeren ging aantrekken, voor 't geval sn dat soms eene bom mij zou dooden, wilde ist ik « proper » aangedaan zijn. at Ik pakte al de eetwaren in welke in ke huis waren : eieren, brood, boter, koffie — en ge begrijpt dat wij in die dagen niet \eel le- omslag hebben gemaakt in de keuken. en Ook wilde ik een klein koffieservies re meenemen toen ik hier aangekomen ber >et heb ik bemerkt dat ik al de schaaltje; v'ij heb medegebracht en maar ééne enkele tas de Zoozeer is mijn hoofd op hol geweest — de ik wist niet wat ik deed. Ik en mijn man hebben geene anden >p- : kleederen mede dan die welke wij aai ge ' hadden, wij hadden nochtans wel den tije j een pak te maken, maar wij hebben ove 'dt en weer geloopen en niets verricht — nie en i wetende waar ons hoofd stond. len , Het was gezegd dat de strijd en de be )or schieting om 6 % ure 's avonds zoudei : beginnen. ote Het was pas 6 ure toen de kanonne: iiet begonnen te donderen. ;els Ge hadt dat moeten zien, Mijnheei ge- al de menschen de huizen uit ! — al wi ds- maar min of meer wist waar naartoe ! les, Er waren er op hun sletsen ; — er ware on- er zonder hoed of klak ; er waren er zel zonder frak, of jas of veston. ich- De eene met kinderen, de andere zonde ;zen | sommige hunne bejaarde ouders onde

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Polder en Kempen: wekelijksch nieuws- en aankondigingsblad behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Brasschaat van 1905 tot 1942.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes