Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen

279 0
28 augustus 1915
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1915, 28 Augustus. Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen. Geraadpleegd op 22 september 2019, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/1g0ht2gw61/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

SYNDIKAAL van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen De redaktie behoud. zich voor, ingezonden VERSCHIJNT BU GELEGENHEID Redak"e e" : stukken al of niet te plaatsen Plantijnlei West, 66, Antwerpen Werk en Loonen na den Oorlog Hieronder volgt een gedeelte van eene uitgebreide studie : « Vers l'expansion industrielle », door Victor Cambon, de bekende Fransche economist, waarin hij het heeft over den toestand der nijver-heid na den oorlog, met betrek op werk en loonen. Zoo zegt hij onder andere : « Na den vrede zal het gebrek aan handen en aan geld zich op eene gelijke even erge wijze doen gevoelen ; de wer- , kende klas zal men inderdaad vermin-derd hebben met een miljoen mannen, op het slagveld gedood, gestorven aan ziekten of ernstig verminkt, en dat miljoen mannen zal ontnomen wezen aan ; het krachtigste en actiefste gedeelte der ■ bevolking. Langs den anderen kant, hadden wij in Frankrijk, voor den oorlog bij hon- 1 derduizenden Belgische, Duitsche en Italiaansche werklieden.Wij zullen geene Belgen meer vinden; wij zullen natuur-lijk de Duitschers weren en voor wat de ltalianen betreft : de oorlog zal ze ook 1 gedund hebben. Maar, juist dan als we schier over geene manschappen meer beschikken, : zullen wij op groote schaal herstellings- , werken moeten uitvoeren, en met duizen- 1 den en duizenden gebouwen en fabrieken \ moeten heroprichten in dat gedeelte van s het land waar zij het talrijkst waren. En wie kan bepalen hoevele werken , van openbaar nut alsdan zullen vernie- 1 tigd zijn. ; Men blijft verstomd bij de uitgebreid- \ heid van de taak die aan België en 1 Noord-Frankrijk zal opgelegd zijn. ! En men lette er wel op dat bovendien 1 die taak geenszins werklieden zonder ' bepaalde kennissen vereischen zal, maar een leger van degelijke kundige arbei- 1 ders, waarvan men de schaarschheid J reeds in vredestijd betreurde. De salarissen zullen op vreeselijke manier stijgen, niet overeenkomstig de hoedanigheid maar naar aanleiding van de schaarschheid der werklieden. En op eenzelfde lijn met de moeilijk-heden zich werklieden aan te schaffen zal de geldkwestie ten berde komen. Het grootste aantal der nijverheidsvennoot- j schappen zal gedeeltelijk ten onder zijn, de eene door den stilstand der zaken, de ! andere door de vernieling van hun ma-teriaal.Maar de grootste niet te peilen afgrond zal diegene zijn welke de oorlog in de schatkist zal gemaakt hebben. De open- j bare schuld zal met 30,40 à 50 tniljarden i aangegroeid zijn. Het zullen 1 à 2 112 mil- i jarden zijn die men jaarlijks bij de be grooting zal te voegen hebben zonder c hoop ze ooit afbetaald te zien. En bij dat } cijfer dient nog ten minste een miljard £ gevoegd voor militaire pensioenen. Wij c spreken hier natuurlijk niet eens van de t mindere opbrengst der belastingen en de r herstellingen der schade door den oorlog ' veroorzaakt. Wij kunnen derhalve niet c j. 11 ontsnappen aan eene jaarlijksche begroo- z ting van 8 à 9 miljard. » g Dit gedeelte geldt in hoofdzaak Noord- Frankrijk, doch mag, volgens ons, ge-voeglijk op kleiner schaal voor België toegepast worden, althans voor wat de kwestie van werk en loonen aangaat. Veel is daarover nog te zeggen, wat we bij gelegenheid, wanneer in den po-litieken gezichteinder wat ruimte komt, ons voorbehouden te doen. Nog een goed Vaderlander Wij hebben weer een staaltje beet van een onzer goede vaderlanders, die daarbij nog een vroom katholiek is. Wij zullen, voor wij uitleggen hoe hij als Belg tegenover onge-lukkige Belgen en als goed christen, de plichten van vader-landtf- en naastenliefde uitoefent hem goed duidelijk noemen. Men kan toch nooit weten of ersoms na dezen ongelukkigen tijd geene spéciale medalies voor zulke spéciale lui zouden uitgegeven worden, en dan komt zekerdeze heer eene der.... zwaarste toe. De goede man in kwestie nu noemt zich VERVROEGEN, is fabrikant in oprollende beluikens en woont in de Van Mar-senillestraat, 23, te Berchem. En ziehier nu de feiten : In bovengenoemde straat bezit dezen van christelijke naastenliefde overvulde man ook het huis Nr 21. Dit huis is bewoond door twee gezinnen. Het eene telt buiten vader en moeder tien kinderen, waarvan een nu krijgsgevangen is. Er wordt niet gewerkt als door twee meisjes die onder hun beide éénfrank per dag verdienen. Daarvan, plus de steun, moet dit zoo groote huishouden bestaan. Den boven is bewoond door een koppel welke ook met VIJF kinderen gezegend zijn. Ook daar is zoo goed aïs geen inkomen. Het is eerstgenoemde, de benedenhuurder welke nu onder-vinden moet hoe bijzonder warm het hart van dien rijken huisbaas voor zijne ongelukkige landgenoten en medemen-schen klopt. Niettegenstaande de huishuur namelijk voor den oorlog immer correct betaald werd en hij zelfs in den allerslechtsten tijd nu nog steeds iedere maand eenige franks van zijn zoo karig inkomen voor den huisbaas wist af te zonderen, werd door laatstgenoemd heerschap op de ergerlijkste manier op-getreden.Bij het bombardement werd bijvoorbeeld het huis bescha-digd, er waren dertig ruiten gebroken. Maar de eigenaar welke de menschen aanhoudend kwam afjakkeren om aan centen te geraken, dacht er niet aan dit te laten maken. Integendeel liethij na nieuwjaar nog de waterleiding afslui-ten. Die menschen wonen daar dus met hunnen grooten hoop kinderen in een letteriijk onbewoonbaar huis. En toch is den heer Vervroegen nog niet tevreden met wat den huur-der hem nog maandelijks ten koste van nog wat grooter ellende afkorte. Hij vervolgde hem voor den Vrederechter en eischte niet alleen betaling der huishuur voor dat onbewoon-bare huis maar daarbij nog dat men hem op de straat zou zetten. Den heer Vrederechter heeft zich patuurlijk niet geleend tôt dat schandaal, en heeft den man naar den VERZOE-NINGSRAAD verwezen. En dat die heeren, als zij de juiste feiten kennen, dit toonbeeld van Belg en Christen eens naar verdienste zullen onder handen nemen hopen wij van harte. Het geval van dezen fabrikant in rolblafeturen, welke denkelijk wel zelf zoo'n blafetuur over zijn hart heeft gemaakt, staat niet alleen, honderden dergelijke feiten kunnen alzoo aangehaald worden, van menschen welke gehoor gaven aan den raad van rijke en christelijke lui, veel kinderen voortbrachten en hun leven lang wroeten en slaafden om ze op eene fatsoenlijke wijze groot te brengen. En nu, de eerste maal in hun leven dat zij, buiten hunne schuld, eens niet het noodige voor hun gezin zelve winnen kunnen, krijgen zij dat voor hun loon : eene meedoogenlooze uitbuiterij, eene behan-deling of zij hun leven lang mede Hoogstraten hadden bevolkt. L. V. B Waar moet dat heen ? De toestanden waarin sommige huisgezinnen veekeeren welke ik bezocht heb bij het ronddra-gen der bons voor de bedeeling van kleederen, geschonken door het Hulp-Comiteit aan de gezinnen geteisterd door den oorlog, zijn verschrik-kelijk.Wanneer men nagaat dat er gezinnen zijn die een onderkomen hebben op een zolder, waarop vertoefd een gezin, bestaande uit man, vrouw en kind, waar men slaapt, wascht en plast, waar de andere inwoners van ditzelfde huis er niets beter aan toe zijn, waar men bij het opstijgen van den trap goed moet uitzien om niet naar beneden te rollen, daar er op iedere verdieping minstens 2 tobben met waschgoed staan en de plaats voor deze niet te ruim is, dan voorzie ik dat het geheel niet te verwonderen is dat daar in die volkswijk ziekten zich voordoen die de allergevaarlijkste gevolgen kunnen na zich slepen. Op andere plaatsen waar men het vroeger rede- lijkhad, wil zeggen van de eene week in de andere leefde, waar nu den man, of de vrouw, of een der kinderen op het ziekbed gekluisterd ligt en het hoogst noodige ontbreekt, dan voel ik eene siddering door mij heen gaan en stel bij mij zelve de tfraag : « Waar moet dat heen ? » * * * De toestanden hierboven aangehaald, doen zich hier ter stede voor en niet hier alleen. In het vorige nummer van dit blad heeft L.V.B. nog aangehaald hetgene zich in de gemeente Schooten afspeelde, waar de heer pastoor de inwoners eens goed onder handen nam daar zij durfden op-komen voor vermeerdering van steun ; hetgeen niets meer dan een recht was, daar deze werklieden gebruik.t werden aan particulière werken en daarvoor den steun van het Nationale Comiteit genoten. * * * Dewijl deze toestanden zich voordoen in de stad en op den buiten, de werkeloosheid in aile vakken op het hevigst is; dewijl dààr waar nog een weinig wordt gewerkt, hongerloonen betaald worden, en de boeren en andere zich getroosten met de prijzen der eetwaren zoo hoog mogelijk op te jagen, daar sommige huisbazen hunne huur-ders afpersen ; een gedeelte van den steun dien zij van het Nat. Comiteit ontvangen in ruil van huur-geld en andere, of soms zonder het minste mede-lijden hunne huurders op straat zetten, dan zeg ik nogmaals: « Waar moet dat heen ? » en geef ter overweging aan de gemeente- en andere overhe-den, om maatregelen te treffen daar deze toestanden van dag tôt dag verergeren. En wat zal het nu met den komenden winter worden met die gezinnen welke nu al gedaan hebben wat ze kunnen, die gansch uitgeput zijn, die verstoken zijn van warme dekens en brandstoffen ? Ik zie in mijne verbeelding dit ailes en ben ontsteld wat van dit ailes zal overblijven na deze crisis wanneer er zal moeten gewerkt worden om ailes op te bouwen wat nu vervallen is. H. Van Doeselaer. Over het Doppen en wat dies meer De tijden zijn nog niet droevig genoeg dat er met 's werkers leed door sommige menschen — in hoeverre zij dien .naam verdienen, laat ik aan uw oordeel over — nog den draak gestoken wordt in revues, liedjes, enz. Wat er in ons vorig blaa desaangaande werd opgemerkt, vond ik dan ook niet meer dan goed ge-raakt, en het ware wenschelijk van hoo-gerhand tegen dergelijke dingen verbod te zien uitvaardigen. Doch bij die hekelarij of hoe men het heeten wil — bepaalt men zïch niet. Wat vroeger door een Antwerpsch occasie-dagblad op zoo gemeene wijze werd betoogd : het doppen zou moeten ge-schorst worden, wie zes moanden ledig loopt, is een luiaard, enz., wordt thans ook door sommige burgers bijgetreden, en die gaan er dan op los, op een manier die ten voile bewijs geeft van de menta-liteit dier luidjes. Voor werkersgezind hebben wij hen, die men « burgerij » heet, nooit fel aan-zien, doch, dat ze zoo weinig mensch-lievend gevoel hadden als thans wel blijkt, had ik althans nooit durven ver-onderstellen.Ik verklaar mij desaangaande : ZIJ, die burgers, zijn van oordeel, dat het doppen moet worden afgeschaft ; zij moeten dat al betalen en gaan ten onder De werklieden, daarentegen, verliezen niets en teeren op hunne kosten. Het doppen wordt misbruikt, enz. Ik wil met het laatste beginnen: Het doppen wordt misbruikt. Dit is het eenige waarmede ik het met hen kan eens zijn, betrekkelijk, wel te verstaan. Er zijn, inderdaad, misbruiken in het doppen, en met een beetje goeden wil of, beter gezegd, met een ernstig toezicht zou daaraan veel kunnen veranderd worden. Zoo komen er, onder andere, een massa doppen, die toegelaten worden om de een of andere reden, kwestie van vriendjes, enz., die het heelemaal niet noodig hebben. Een ander deel — vrou-wen — die in cafekens wonen, meiden, die het huis van hunne meesters bewa-ken, anderen, die nooit een beroep uit-oefenden en zonder doppen zouden voort kunnen, enz. Kortom, er zijn misbruiken, doch nooit werd er iets gedaan, hoe degelijk ook ingericht, of er waren misbruiken. Dat kan nu heelemaal niet anders. Enfin, omdat er misbruiken zijn, moet het doppen worden afgeschaft. De burgers — pardon, sommige burgers — zijn van die meening. Die luidjes wil ik hier een paar aan-merkingen ter overweging geven. Ik hoop dat zij deze regelen onder de oogen krijgen, het zou hen misschien wat van hunne blindheid genezen. Het is de schuld der werklieden niet dat de oorlog woedt ; die schuld valt hooger te zoeken. Het is hunne schuld niet dat zij werkeloos zijn. Zij moeten eten, LEVEN. Dat zij, vanaf de eerste dagen, ten laste der gemeenschap kwa-men, is ook hunne schuld niet ; loonen om wat terzij te leggen, TE SPAREN worden er in ons land niet te veel betaald. Dit is voor een deeltje aan de werklieden te wijten, aan de meesten althans ; zij meenen het niet noodig zich te organiseeren. Maar de burgers of neringdoenders, die als bovengemeld spreken, mogen niet vergeten dat in gewone tijden zij het meest van de werklieden leefden. Dat zij nu niet veel verdienen, och god, die de werklieden vercjienen heelemaal niets; nog droeviger dus. En wat denken die burgers, dat er ge-beuren zou, als de werklieden zoo maar aan hun lot werden overgelaten ? Wij willen daarop niet eens ingaan. Dus, ik besluit : de oorlog is geen winst voor niemand, althans niet voor gewone burgers, en die lijden er onder, verliezen misschien veel. Maar wat verliezen de werklieden niet. De burgers verliezen van wat zij over-hielden ; de werklieden verliezen al wat zij hadden : hun dagloon. Al wat zij hadden om hun gezin in 't leven te hou-den moeten zij reeds een jaar lang ont- beren. Wat zou nu het pijnlijkste zijn? * ♦ * Nog een argument dier burgers : er wordt te veel gegeven, en daarom gaan de werklieden liever doppen dan het een of ander aan te pakken. Idioten, heet ik degenen die aldus spreken. Er wordt te VEEL gegeven! Neen, er wordt TE WEINIG gegeven. Vôôr het bombardement trokken de werkloozen 80 centiemen per dag; in de komiteiten gaf men 2 franks voor de vrouw en 1 frank per kind. Wel, ik houd ZATERDAG 28 AUGUSTUS i9t5 1** JAARGANG nr 12 r

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Antwerpen van 1915 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes