De bakkerijschool: vakblad ten behoeve van de bakkerij en aanverwante nijverheden, tevens gewijd aan de bestrijding van de vervalschingen der levensmiddelen

1134 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1918, 13 Juillet. De bakkerijschool: vakblad ten behoeve van de bakkerij en aanverwante nijverheden, tevens gewijd aan de bestrijding van de vervalschingen der levensmiddelen. Accès à 23 juin 2024, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/7m03x84q18/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

I*'* JAARGANG - - N' 21. 0.10 FR. HET NUMMER. ZATERDAG, 13 JULI 1918. DE BAKKERIJSCHOOL BERICHT. — Gezien het bezwaar waar-mede het laten innen van den abonnements-prijs gepaard gaat, verzoekt het Beheer dringend de abonnenten, welke nog niet in het bezit zijn van hun kwijtschrift, den abonnementsprijs per postmandaat toe te zenden aan den Heer Fr. Wijnen, Lange Kievitstraat, 105 te Antwerpen. Een billijke Eisch. Onder den drang der omstandigheden is, in dezen laatsten tijd een beweging onder de bak-kersgasten ontstaan ter verkrijging van hooger loonen. Deze beweging steunt op degelijken grondslag ; zij verdient derhalve onze voile sympathie : niemand immers zal de rechtmatig-heid betwisten van eischen die hun ontstaan vinden in de buitensporige duurte der levens-middelen, welke een onrustbarend kenmerk geworden is dezer laatste tijden. Het komt ons echter voor dat de zaak al te eenzijdig wordt aangevat. Waar in de huidige omstandigheden aan de eischen der bakkersgasten tegemoet gekomen wordt, kan dit enkel geschieden ten nadeele van den bakkersbaas, wiens karig loon in ver-houding vermindert terwijl voor hem toch ook dezelfde redenen voor loonsverhooging kunnen aangevoerd worden, vermits hij evenmin als zijn gast van de duurte der tijden verschoond blijft. De verdienste van den bakker — want men vergete niet dat met het huidig stelsel de bakker slechts een bepaalde en vaste vergoeding voor zijn arbeid ontvangt, en hij zelf dus een gewoon loon-arbeider geworden is — zou derhalve verminderen naarmate het loon van den bakkersgast zou stijgen. Is dit redelijk ? Men begrijpe ons wel : de beweging onder de bakkersgasten achten wij gegrond. De omstandigheden brengen echter mede dat het lot van den bakkersbaas nauw aan dat van den bakkersgast verbonden is. Het bedrijf is niet vrij : het ligt aan banden. Kan in normale omstandigheden de bakker, tegenover iederen eisch van zijn gasten, zijn verhaal nemen op de klanten, dan is de mogelijkheid hiervan — vermits de concurrentie uitgeschakeld is — totaal uitgesloten. Iedere loonsverhooging voor de gasten wordt door den bakker uit eigen zak betaald en vermindert de vergoeding welke hij van het komiteit voor zijn arbeid ontvangt. 1s die vergoeding soms zôô belangrijk dat zij zonder bezwaar kan verminderd worden ? Ditwillenwe eens van dichterbij onderzoeken. De bakker ontvangt thans als vergoeding voor den door hem geleverden arbeid 10.76 fr. per 100 kgr. meel welke hij verwerkt, zijnde het verschil tusschen den prijs van de door het komiteit geleverde 100 kgr. meel en den door het komiteit vastgestelden verkoopprijs (0,64 fr. per brood) van 134 brooden. Daarvan dient men de uitgaven af te rekenen voor grondstoffen aïs gist, zout, verder de stook-kosten (hout of kolen^ en eindelijk de bedrijfs-kosten (gas of electriciteit) ingeval de bakker een mechanische inrichting bezit. Het zal niemand verwonderen te vernemen dat ook al deze uitgaven den invloed hebben ondergaan van de algemeene duurtestijging : men denke slechts aan de thans betaalde prij-zen voor de brandstoffen. Deze uitgaven bedragen dan ook minstens 5 à 6 fr. per dag, hetgeen den bakker per zak meel een verdienste overlaat van ongeveer 5 fr. Daar de bakker zijn zaak bezwaarlijk in een achterbuurtje of op een tweede verdiepje onder dak brengt is hij wel verplicht er een win- kelhuis op na te houden, waardoor hij genood-zaakt wordt een ruime huur te betalen en te-vens de staatskas in niet onbelangrijke mate te gaan spijzen. Sleet aan kar en onderhoud van hond zijn daarenboven uitgaven welke niet meer in centiemen maa^ in franken kunnen omgezet worden. En al deze onkosten dienen in de eerste plaats gedekt te worden door de 5 fr. welke de kleine bakker dagelijks voor zijn arbeid overhoudt. Van het overige kan hij dan gerust trachten te leven. Verwerkt hij dagelijks 200 kgr. meel dan zal zijn dagelijksche verdienste wel stijgen, maar dan komt het loon van den gast, dien hij verplicht is er op na te houden, de meerdere verdienste grootendeels opslorpen. Zou in gewone tijden dit karig loon reeds on-voldoende zijn om te leven, wat mag men dan van dit loon verwachten in tijden als deze waar-bij aile uitgaven ten minste vertiendubbeld zijn? Waar de bakkers dan ook aandringen op hoogere verdiensten kan men de rechtmatig-heid van hunne vraag geen oogenblik betwisten : men moet zich veeleer afvragen hoe men van hoogerhand zoo lang een toestand heeft kunnen in hôt leven houden die, bij een nader onderzoek, onuithoudbaar blijkt te zijn en die dan ook stelselmatig tôt aile soorten van mis-bruiken aanleiding geven moest. Men moet stekeblind zijn, om niet in te zien dat waar het voortbestaan en het blijven leven, in deze tijden, het eenig groote vraagstuk is dat al het overige beheerscht, men al te zeer geneigd is, bij een onbehoorlijk loon, tôt an-dere middelen af te dalen om dit eenige, ailes beheerschende doel te bereiken. Wie den ambachtsman een behoorlijk loon onthoudt die draagt zelf een deel der verantwoordelijkheid voor de afwijkingen, waarin men hem stort. Wij maken ons geen illusies en wij weten wel dat de kwestie der vergoedingsverhooging voor den bakker zoo maar niet met één pennentrek kan opgelost worden : te veel belangen dient men hierbij in het oog te houden. Waar een wil is, is echter een weg. Dat de goede wil er is betwijfelen wij geen oogenblik. Zooals wij hooger zegden geldt het hier niet zuiver een patroonskwestie : ook de belangen der gasten worden hierdoor gediend. De toe-standen brengen mede dat van een loonsverhooging van den bakkersgast geen sprake kan zijn, zoolang de vaste vergoeding welke de bakker, als baas, voor zijn arbeid ontvangt niet gelijkloopend verhoogd wordt. Waar echter tôt een verhooging van de vergoeding zou besloten worden — desnoods met een uitdrukkelijken eisch dat ook het loon van de gasten in verhouding verhoogd wordt — zou men terzelfdertijd de belangen van werkgever en werker behartigen, en tevens een einde stellen aan een toestand die dan toch hoe langer hoe meer onuithoudbaar blijkt te zijn. Aloïs Van Loy. Kwaadwilligheid EN Onkunde. De man van het Nieuwsblad van Antwerpen houdt er beslist aan ons allen twijfel te bene-men omtrent zijn bedoeling. Stonden wij vroe-ger nog eenigszins verblufd tegenover de drijf-veeren die hem bezielden en wisten we niet heel klaar wat we aan hem hadden, of een kwaadwilligaard of een onkundige, dan wil hij absoluut allen twijfel diesaangaande uit de we-reld helpen: hij wil ons diets maken dat het hem zoowel om kwaadwilligheid als om onkunde te doen is. Na een drietal weken ingetogen zwijgen, komt hij weer te voorschijn, echter niet in de werkplaats van de Bakkerijschool, waar wij hem te vergeefs aan zijn proefstuk wachte^i. Hij acht de kolommen van zijn blad een beter terrein en hij vindt vermoedelijk dat men aan woor-den meer heeft dan aan daden, een stand-punt dat zoowel zijn overtuiging als zijn onkunde aile eer aandoet, maar dat wij, zooals wij vroeger reeds aan zijn verstand trachtten te brengen, ongelukkiglijk niet kunnen deelen. Waar hij echter weinig aan standpunten blijkt vast te houden, willen wij den moed niet verliezen en hopen wij nog steeds dat wij hem van woorden tôt daden zullen overhalen. Het beruchte standpunt der wonderbare op-brengst van het meel (100 kgr. meel= 150 kgr. brood) heeft hij bepaald laten varen, echter niet zonder even een tipje van zijn geheim procédé op te lichten : om zooveel water bij het meel te mengen als men maar wil hoeft men enkel den oven wat heeter te stoken en dan het brood wat sneller af te koelen. Welke prachtige vooruitzichten liggen op dezen weg ! Wie zal beweren dat de hoogere uitgaven voor brandstof om den oven tôt 400° te verwarmen en de bijkomende uitgaven ter aanschaffing van een koelkast niet spoedig ingewonnen worden door de 100 kgr. water welke men zon-deï eenig bezwaar bij de 100 kgr. meel mengen kan ? Want wij vermoeden wel dat, waar de hoeveelheid water welke men bij het meel mengen kan enkel een kwestie van tempera-tuur bij het bakken en ook na het bakken is, men die hoeveelheid water volgens willekeur naar deze temperatuur regelen kan : een grens kan dus bezwaarlijk op dezen weg getrokken worden. Persoonlijk hoeven wij den man van het Nieuwsblad dankbaar te zijn om de onver-wachte wijze waarop hij de bewering komt staven, welke wij immer den leerlingen onzer vakschool en den lezers van ons vakblad voor-gehouden hebben, dat de warmteleer de basis dient uit te maken van het gansche bedrijf. . En is het dan niet jammer dat de man van het Nieuwsblad nu plotselings dit standpunt meent te moeten verlaten en thans een nieuw terrein wenscht te betreden waar wij weder verplicht zijn, hem te volgen ? De 145 brooden nu — want de man was vroeger mis, in plaats van 150 brooden wou hij enkel 145 brooden bedoelen — welke ieder bakker uit 100 kgr. meel halen kan, vinden hun verklaring in het onvoldoend gewicht dat de bakker aan de brooden geeft. De brooden — de man van het Nieuwsblad heeft proeven genomen op brooden van verschillende bakkers, hij houdt dus van proeven ! — wegen door-gaans niet meer dan 950 gram. Wij hebben steeds een betrekkelijk geloof gehad in de rechtvaardigheid, welke op dit ondermaansche tranendal heerscht : maar wat nu gezegd van die bakkers welke voor enkele maanden door het Komiteit met het sluiten hunner zaak be-straft werden, omdat er nevens de brooden, waarvan het gewicht de 1000 gram overtrof, ook een van 995 of 990 gram gevonden werd ? Hebben deze bakkers het recht niet op het onrechtvaardige van hun straf te wijzen, nu het blijkt dat de eerste de beste Nieuwsbladman zoo maar overal bakkers aantreft welke, onder den neus van de kontroleurs van het Komiteit, brooden leveren, die 50 gram te weinig, 't zij 5 % onder hun gewicht wegen ? Wat zal uit menige bakkersborst een zucht van verlichting opstijgen, nu vernomen wordt dat het steeds dreigend gevaar van sluiting der zaak om wille van een 5 ontbrekende grammen in het broodgewicht afgewend is ? Want de man der 150 brooden uit één zak weet vermoedelijk niet dat een strenge kontrool uitgeoefend wordt op het nazicht van het broodgewicht, en dat de bakkers, uit hoofde van de onzekerheid welke omtrent het gewichtsverlies gedurende het bakken bestaat, en uit vrees om toch onder het vastgesteld gewicht van 1000 grammen niet te gaan steeds brood leveren dat enkele grammen boven het kilo weegt : de officiëele uit-slagen van de onderzoekingen door het Komiteit uitgevoerd zijn heel leerzaam onder dat oogpunt, van welke uitslagen de man van het Nieuwsblad natuurlijk nooit kennis genomen heeft. Nu dat hoeft ook niet : zijn onkunde had er vermoedelijk onder te lijden gehad, en dat mag niet. Hadden wij in ons vorig artikel niet het recht te zeggen dat wij met dezen deskundi-ge in bakkerszaken volstrekt weigeren in re-detwisting omtrent deze zaken te treden! Op onze eerste uitdaging blijft hij nog steeds het antwoord schuldig. Konden wij vroeger rçog wel vermoeden dat de man aldus handelde omdat hij niet beter wist, thans levert hij ons het bewijs dat het hem zoowel om kwaadwilligheid als om onkunde te doen is. De klets-praat welke hij hier klakkeloos neerschrijft be-treffende het door hem vastgestelde onderge-wicht van 950 grammen, legt daar de beste getuigenis van af. Dat hij ons de bewijzen levere van zijn beweringen en ons de namen mededeele van de door hem beschuldigde bakkers. Bevinden wij zijn beweringen juist dan verbinden wij ons de namen dier bakkers in onze kolommen af te drukken. Wij houden van geen woorden, maar wel van daden. Zal de man van het Nieuwsblad dat ooit begrijpen ? Begrijpt hij dat niet dan laten wij hem bepaald los : Wat heeft men ook aan zulk een man, als men dien te pakken krijgt ? Aloïs Van Loy. Naschrift. — In hetzelfde Zondagnummer van het Nieuwsblad wordt geklaagd dat het meel, hetwelk in de Cité aan de zelfbakkers uitgedeeld wordt, niet meer van dezelfde samen-stelling is als vroeger. Vermoedelijk begint men heel curieuze ervaringen op te doen op gebiéd van de broodopbrengst van dit meel : langza-merhand gaat men beseffen dat die broodopbrengst toch ook wel eenigszins van de samen-stelling van het meel afhangt. De bewering diesaangaande waarop de bakkers zich steeds beroepen hebben, krijgt hier een onverwachte steun en wel van den man van het Nieuwsblad zelve ! Is het nu niet doodjammer te moeten vaststellen dat het woord van dien deskundige zoo weinig gewicht in de schaal kan leggen ? Het nemen van Stalen. Onder dezen titel hebben wij destijds in ons blad Nr 2 van 20 October 1917, aangegevén welke wettelijke bepalingen bij het onderzoek eener waar, aan het nemen der stalen verbonden zijn. Daar het tegenwoordig nogal eens voorkorrlt dat een bakker of een onzer lezers onze hulp inroept tôt het onderzoeken van meel of brood, moeten wij eens te meer de aandacht vestigeri op de geheel verkeerde wijze waarop sommigé personen de stalen verzorgen en ze ons doen toekomen. Meestendeels vergenoegen zij zich met een weinig meel, zonder de minste zorg, in een papieren zakje te doen en ons dit, na het soms langen tijd in den binnenzak gedragen te heb-

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes