De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

2034 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 25 Novembre. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Accès à 30 mai 2024, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/3n20c4tk5c/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Fersie jaargang nso. 243 oonaeraag, 2s movemoer 1910 f* «^«ersT-* DE VLAAMSCHE STEM Een volk zal niet vergaam ALGEBVIEEN BELGSSCH DAGBLAE Eendracnt maakt mac ht DIRECTIE EN REDACTIEi PALEISSTRAAT 31. bovenhuls, AMSTERDAM Telefoon No. 9922 Noord. Onder leiding van Dr. RENE DE CLERCQ en Dr. A. JACOB ABONNEMENÏSPHIJS (bij vooruitbetating): Voor Nederland per jaar gld. 6.50 — per kwartaal gld. 1.75 — per maand gld. 0.75. Voor BelgiS, Engeland, Frankrijk en andere landen dezelfde pryzen, met verhooging vau verzendiiigskosteu i.iy2 «eut. per mimmerj, A DVEïtTENTIES 20 Cent per regel. Hugo VerriesL 1840 — 25 November — 1915. Heden treedt Vlaanderen's geliofde Hoi Zljn zes-en-zevcr.tigsten Jaarkring in. Naar het nederige Ingooigem, waar nu en nacht de nabije kanonnen dommelen, £ ult Holland, mèt onzen hellwensch, ook o Vlaamsche gedachten, Vfèl trof de Oorlog Vlaanderland met m gen wreeden slag..., Doch troost bergt het weten, dat op de dag — hoe scherp en onvermijdbaar ook bl hôt konflikt de sdac'nten — de afwijkin samenvallen »r> sen zelfde vereering en zelfde dankbaarht d voor U, Verriest, ons a middenpunt en Viaanderen's Koeder. DE REDACTIE I bt passieve Axiome. Afgestooten door de krachtige Vlaams I gezinde «troomingen, raakt meer en m I het passieve hulkje in liet zog der Frans ■ gezindheid. Schril in tegenstelîing tôt liet geestd ■ tig ontliaal dat liet Passivisnie geniet in ■ Fransehgezinde pers, staat de scherpe 1 ■ tiek, staan de bittere verwijten in I yiaamschgezinde bladen. Het noodlot treft het Passivisme. V; ■ Waar komt liet, dat de Vlamingen zich I weiiden van mannen, die vroeger tocli m I dan eens aan liun zijde hebben gesta; I dat de Franschgezinden met gejuicli h I vroegere tegenstanders begroeten? I . Wat sedert den oorlog met de Vlaams< H jfeweging gescliied is, geeft liier antwoo: ■ , Van liet begin af van den Belgiscl I strijd was de liaat van de Franschgezii ■ heid tegen wat Germaansch is, niet tôt ci ■ puit-schen invaller beperkt : zij breidde h< I îiit, tegelijk de Vlaamsche wetten met v< I ten tredend, ook tôt den Vlaamschen lar H genoot. Toen echter de eerste kreten opg: H gen van l^et rechtmatigo Vlaamsch prote ■ ïief zij allerwegen een heïscli geschreei Haas, waarboven eenstemmig uitdagend c H klonk : „ Vlaanderen verraadt de Belgisc I Belgisclie zaak en Franskiljonisme te ■ bleben hetzelfde in de opvatting c H Franscbgezindlieid. Wie, vol geins haar, a H Het Franskiljonisme raakte, raakte me H «an de Belgische. Zaak. Aldus luidde lia H perfied axioma, en dit axioma slaagde H er in le Havre op te dringen aan de leidt I dtr Belgische Zaak! Met verbluffende < H wetenloosheid kon zij voortaan straffelot H onderduiûis de Vlaamschgezindlieid tege H werken en tegelijk openlijk naar de Vlami H 2en de groote woorden slingeren : 3,Goc H vrede-brekers", ,,Landverraders" enz. I In Vlaamsclie kringen kwam helaas o H gerioge minderheid, een kleine fractie zc H als met den dag steeds duidelijker blijl ■ Mervan onder den indruk. Verbijsterd ■ H verdoofd door het Franskiljonsch g H tfhreeuw, deed zij af stand van de gezom I ^'aamsche rede, aanvaardde als deugdeli H £rgument trouweloos getier en maakte t< ■ -i°tte, jammerlijke misstap !, het Fransk: I i01150^6 «n Regeeringsaxioma tôt het har< H aQti-franskiljonsche beweging werd do ■ haar stopgezet. I ^ Zoo vaart nu het hulkje der passie' H'ractie onder een vlag, waarin feitelijk ee ■ W ^°°r de Franschgezindheid opgedro: H6011 en ^°or haar willoos aanyaarde, onzali| Hleuze prijkt. I Haar nog blijven wij hopen, wij vaarde den Vlaamschen wal, dat de bedrieg IHjke vlag zal worden neergehaald, dat mf la3n den passieven kant weldra tôt zuiverd- H^cht mag komen. mj m ACTIVIST- InSeSSectualssms in dei ^aamschen Taalsfrîjd 1 Dikwij]s hebben we gehoord van verinte Migeering van den Vlaamschen t-aa J ) iota, waarover wij ons terecht moge • eugen, maar er zijn Flaminganten d LT1 Si< ® onderscheid te moeten nu Wi n lutellectuoele en niet in telle \es^il^<^eelen« Uat dit onderschei sWlln wy ^ ^ikwijls kunnen vas dat i en nu s^aan w^j voor hetzelfde fei traclif°en°Ver ail(^ere "itingen van ons b< ^ • Q: na?r ee° uationaal zelfbestaai e nvo!^Cn Zlc^ tfuûder geroerd. gcvoelei ^urliitH, ,onversc^illig toekijken en m ll°[ i + n wer^ anderen over latei ^ inteHectuee1 bestanddeel Bcliijnt hu fan l?„nWeZlg en voor strijd en propagand dit tv,^61"6 500T^ zijn ze niet te vinden. O] toeer i 6n^e^ voorbeeld toe te lichter Wecn',f^ een ■^^am^îlaant vond de jongsl te hjL ^ VOor meer Vlaamsch in het lege Su Koi ^ ^an oc>^: geen deel aai paalcie zich tôt enkel toekijken uit ci verte... en uit d« hoogte, maar vond hoogs' belangrijk den strijcl voor de vervlaam sching der Gentsche Hoogeschool. Waaron dit onderseheid ? Om dit vraagstuk in zijne geheele om vangrijkheid met zijn beteekenis en 6trek ■der king te onderzoeken, zou ons te ver leiden We denken echter met zekerheid te kunner dag omdat de ondervinding ons dit leert — dat het niet de werkzaamsten, d( aan stoutsten, de moedigsten, nooh de meesl nze intellectueelen zijn die aldus redeneeren er vearder hunne handelingen — of beter enj. hunne ,,werkloosheid" aan hunne redenee' ringen aanpas6en; wel integendeel. Het is bij den grand' zelve der zaak dal tzen we wenschten iets langer stil te houden er eek in 't kort de vraag te beantwoorden of ei gen bij onzen strijd steeds onderseheid' dient ge-een maakt te worden tusschen intellectueele oJ lier ^tell^ctueele bestanddeelen 1 Wij veronderstellen dat dit onderseheid eteunt op verkeerde voorstellingen, op ne-• men van schijn voor wezen: het is de mee-— ning van menschen, die drijven op uiter-lijkheden, het is een opinie van Snobs onzei beweging. Rond den strijd om de vervlaams»hing der Gentsche Hoogeschool vinden we eeii eh- massa intellectueelen die we gerust de dilet-eer tantën onzer beweging mogen betitelen. Het c]!- woord ,,Hocgesciiool" alleen was genoeg bm al hunne geestdrift en belangsteliing te wekken en hunne aanwezigheid in en rond ;if- den strijd lijkt eerder een paradeeren met hun brevet van ,,Universitaire". Hoogeschool ! 't is meer dan hoog, 't is het hoog-T1" ste. Wat al verstandelijks, schitterends en de ongenaakbaars (voor zdovelen) kan er niet bij gedacht worden. Sommige politiekers en ook Vlaamsche voormannen maalcten er lu" hun ,,schild" van en schering en inslag voor af- de meetings. 3er Dat was goed, maar beter kon het, omdat de opvatting te eenzijdig is. LU' Stellig dient men in de vervlaamsching un der Gentsche Hoogeschool den meest beslis-senden stap te zien, de diepste en zuiverste ^ bron onzer volksverrijzenis, de hel lichtende fakkel der toekomst over ons heden nog rd. donker Vlaanderen, maar in den strijd voor eu ons bestaan dient niet enkel het dus ge-^ noemde intellectueele element gewaaAleerd, gehuldigd en voortgeholpen, en waar het en geprezen wordt, mag het dan niet binnen îm te enge grenzen ingeeloten: het moet dan )e_ gewaardeèrd, overal waar het aanwezig is, zelfs wanneer het dieper onderaan ligt. d" Wat ! is, in een sociale beweging als de n* onze, de wetenschap op zich zelf ? Ze wordt 3t immers maar jriuttig. Zij komt voor de sa-3 menleving eefst tôt bestaan, wanneer ze lw veropenbaard wordt, publiek gemaakt, tôt -p- bruikbaarheid voortgeholpen. Van het na-^ tuurwetenschappelijk laboratorium moeten de geleerde bevindingen naar Het veld van den boer worden overgebracht: het is een ch ketting, ononderbroken en altijd van even er groot belang voor de maatsenappij. En tusschen den geleerde en den boer, staan nog een menigte factoren, zooals: vakonder-de wij s, praktische toepassingen, |>roefvelden, ar staatstoezicht enz. : het intellectueel element ZJy staat niet meer vooraan, wel flink organi-satievermogen en praktisch overleg, die rs_ veelal meer steunen op vruchtbare karakter-•e- deugden, dan op hoog verstandelijk inzicht. )S Zoo ook in onze beweging. Wij komen er ' tegen op, dat er een onderseheid worde u" gemaakt tusschen intellectueele en niet in-n- tellectueeJe bestanddeelen in onzen strijd; g_ dat er voortdurend een breede gracht wor-I de gegraven tusschen het hoogere en wal minder hoog kan geschat worden, alhoewel în 1 voor wie klaar doorziet, overal het verstan-0, dige mee6tal aan den bodem ligt, want wat k wij in de eerste plaats no^ missen is een 3 stevige, krachtige organisatie. în Dit blijkt nu duidelijk in het huidige e- hoogst kritische oogenblik van onzen strijd i om zolfbestaan ; nu er voor de toekomst zal • beslist worden over het al of niet zijn van jk ■ geliefd, diepbeproefd, arm Vlaanderen. ;n Aile krachten dienen aan^ewend, saamge-]. teld, georganiseerd. Sterke inrichtingen hebben we noodig gesteund en ware 1 : opofferingsgeest en waardeering voor de 3r geheele volkszaak. Geen snobisme dat meestal gepaard gaat met slordigheid, gemakzucht, luiheid etn karakterloosheid-ÏÇ> Op de intellectueel eu in enzen . socialen >n Vlaamschen taalstrijd berust eeai groote i_ plicht en verantwoordelijkheid, waaraan ! zij zich voorzeker niet kunnen onttrek-' ' ; ken. Daarom mag niet met mindere waar-j deering neergezien worden op hen die wel rs het vernuft en de kennis op gepaste tijden weten en zullen weten te liuldigen, maar die tevens aandring^n dat uit elken u Vlaamsch voelenden Vlaming een maximum îr van Vlaamsch initiatief en werkkracht ko-me. Al die krachten vereenigd, zullen het vertrouwen sterken, de Vlaamsche kracht __ uitmaken, kracht die immer is geweest en door aile bewapende'tijden zal blijven, het 1 Recht zéii. Vlaanderen heeft taaie werkers en stoute durvers noodig tegenover de goed |„ georganiseerde vijandelijke machten, die . ons verdringen, vertrappen en vernietigen willen, omdat wij slordig, gemakzuchtig, karakterloos zijn. Met vereenigde krachten, n een cxnderling sterk vertrouwen, eên stout 0 willen en durven zal Vlaanderen vrij zijn in [' een vrij België, spijts wat en wie ook. ^ KAREL PLATTEAU. t- i, Over vier jaren, toen de verôtrooyde - elementen van den Vlaemschen geest nage-l. zocht en vereenigd werden, wilde iemand n ons de onmogelijkheid aanwijzen van tôt een a wenschelyk einde te geraken. Het gesprek u had langs een water plaets: wij smeten een i: steentjen in de kom en wezen op den steeds e grooter wordenden cirkel. Omtrent dien-r ' zelfden 'tijd bevonden wij ons in gezelschap J mei een Waelschen persoon, die een niet e | onaenzienlyk ambt bekleedt in d© regter- . i lyke samenstelling. ,,Hetis tegen de Hollan ders niet alleen, zeide hy, dat wy, Walen i onze omwenteling gemaekt hebijen ; he Vlaemsch zoowel als het Hollandsch. stoin ons in den weg." Zoo sprak men in 1836 doch toen was Vlaenderen de levenloozo kei s te en, waerop het etael nog niet beproeft was. F. A. SNET/LAERT ' ■.m ■ m ■ ltA— Roskam. Ds Parallel met Zuid-Afrika. Herhaaldelijk reeds hadden wij gelegen heid te wijzen op de treffende parallel tus schen Vlaamsch en Zuidafrikaansch natio nalisme, zoo in zijn ontwikkeling. als in ziji entaarding. Aan de feitelijke afvalligheic van B en t h a, zoo schreven wij, beantwoord in Vlaanderen de dreigende vervreemdin; der passieve leiders. Thans dringt het merk waardige opstel van prof. Bodensteii in ,,Dietsche Stemmeii'', getiteld De ver wording vavi Gen&raal Botha*, opnieuw me' kracht de parallel naar voren. Prof. Bodenstein, den inhoud ontledenc van het loyauteitsbegrip bij Botha, schrijf o. m.: ,,Ter wille van zijn volk heeft Botha, il den aanvang van zijn politieke loopbaan hoog ojDgegeven van zijn loyauteit tegenovei het Britsche rijk. Loyauteit echter is in de ooren van een Engelschman een ander be grip, veel meer omvattend dan de eenvou-dige verklaring dat wij getrouw zullen zijr aan ons woord. Hij heeft de Engelsohen niel uit dieu ^vaan geibracht. Dit was de eerste stap op een zeer gevaarlijken weg, zooals wij heden tôt ona nadeel ondervinden. Toen wij in 1907, in vervulling van het tractaal van Vereeniging, onze eerste grondwet kre-gen, is Botha beginnen te praten over df edelmoedigheid van het Engelsche volk. heeft hij feitelijk de Engelscheoi net zoo wal-gelijk met de stroopkwast bewerkt, als de eerste de beste zichzelf bewierookende jingo. Dit was de tweede stap op den verkeerden weg, de tweede oneerlijkheid waaraan hij zich schuldig gemaakt heeft. ,,De Engelsclien in Europa hebben ge daan alsof zij hem geloofden, al hebben zij zeker in hun hart geen al te groote waarde gehecht aan zijn verzekering van loyauteit en vcorgewende hoogachting. In Zuid-Afrika zelf was de Brit minder terughoudend. Met Argus-oogen heeft hij Botha's daden gecontroleerd en elken keer, dat hij zijn be-voorrechte positie wou aantas-ten om de Hol-landsche bevolking inderdaad tegemoet te komen in haar grieven, "heeft hij een gewel-dige keel opgezet en Botha voor onoprechfc en deloyaal uitgekreten. Niemand vindt het pleizieng uitgemaakt te worden voor een leugenaar, oolç Botha niet. In plaats van tegenover de Britsohe opvatting zijn lezing van loyauteit te geven en duidelijk uiteen te zetten wat hij zelf onder loyauteit ver-stomd en wat verplichtingen hij rekende dat die voor hem meebracht-, sloeg Botha den verderfelijken weg in, zoo veel mogelijk toe te geven aan de Britsche pers en liet hij zich feitelijk door haar voorschrijven wat loyauteit met zich brengt. En nog gevaarlijker werd het pad der loyauteit, toen hij in 1907 ook begon te praten van de Britsche edel-moedigheid. Ieder begrijptj wat voor vat de Engelsche pers toen op hem kreeg, hoeveel grooter eischen zij niet kon stellen aan een man, die niet alleen had gezegd dat hij loyaal was, maar bovendien had erkend, dat het volk, waaraan hij loyauteit versohuldigd was, ook een edelmoedig volk was, dat de Boeren met weldaden had overladen. ,,Hoeveel waardigei1 en eerlijker zou Botha's houding geweest zijn, en hoeveel minder gevaarlijk, indien hij zich eenvoudig op het standpunt had gesteld, dat wat ons verleend werd niet anders was dan wat ons toekwam en dat wij nu ook van onzen kant woord zouden houden. Hoeveel meer vrij-heid zou hij niet hebben gehad, vrijhedd die hij thans heeft ingeboet door zijn loyauteits-! betuigingen en zijn opheimeling van de edel-moedigheid van het Britsche volk." Ook in België zetten de Franschgezinden een groote keel op. Ook aan Vlaamsche zijde treffen wij mannen aan, die zich door de Franschgezindheid den inhoud van hun loyauteitsbegrip laten voorschrijven, dezelf-den die thans betwisten dat het Vlaamsche volk verdrioîct wordt, dezelfden die het Franskiljonisme feitelijk op sleeptouw geno-men heeft. -g». p . &■ - Aan H y go Verriest» Gedicht ter gelegenheid der groot-sche betoogmg te Ingoyghevi, ter eere van Hugo Verriest, waar ,,het Vlamingen re-gbendeEen ziener die den nacht doorpeilen mociht, Waar beelden stralen uit liet schoon verleden ; Een zendeling die langs een harden tocht, Een nieuwe leer den vcxlke wist te leeren; Zoo zie ik U en hoor uw vragend woord : ,,Hoort gij de verre zee niet wederkeereoi?" Geen sohoonlieid meer! 't Verleden lag te diep Begi-aven met het woord van vrije Keerlen ; Toen klonk uw krachtig, praohtig woord en riep Weer Keerlen op die willen en zicli weren-En hoopvol werd de gtemming uwer vraag : j,Hoort gij de verre zee niet wederkeeren?" Ik stà in 't licht! Het liohtet overal I Zoo mocht gij dan en groed en bloei aansahouwen. Een zee rolde aan -met roerend juiohgesohal, Een dankend volk om zijnen dichter te eeren, Uit allen kant van 't blijde Vlaanderland. ,,Hoort gij de verre 72e met wederkeeren?" 5VILLEM GYSSELS, j Ingezonden Stukken. | Het geval de Clercq. Utrecht, lé Nov. 1915. Hooggeacihte Heer, 1 Namens het bestuur van het ,,Taaiinin nend Genootschap van Vlaamsche Studen ten in Noord-Holland", bieden wij U, bi ■ gelegenheid van uw verjaardag, onze eer biedige geluJkwensdhen aan. Tevens niaken wij vau de gelegenheid ge bruik om U onze bewondering uit te druk ken voor den eerlijikeai en moedigein strijd dieu gij voor de heilige rechten van on . arme, dulbbel -bedreigde Vlaamsche Voll . vœrt en U de verzekering te geven dat alli 1 bewuste Vlamingen in dezen' kamp aan uv l zijde staan. b De zoo onverdiende en om-echtvaardig< r straf, waardoor de Haversclie Rageerii^ • getraciht heeft in- uw persoon, de Vlaamsch^ l beweging te treffen, heeft bij aile Vlamin • î gen, niet alleen diepe verontwaardigin' i gewekt, maar ook bij velen die nog aarzel den het besef doen ontstaan van de drin t gende uoodzakelijkheid om Vlaanderen': 5 reohteoi luide te doen geiden, willen wi ons Volk nog redden van een zekere en vol-L ledige verfransching. U, Hooggeacthte Heer, zijn wij, Vlamingen, dankbaariheid versohuldigd voor der ' geest van zeMopoffering dieu gij in deze om-standigheden hebt laten blijken, en aller bewonderen wij den oniwankelbaren er fieren moed en het heerlijke talent, waar mede gij', en onze Taal en ons Volk verde-digt. Aanvaardt, Hooggeachte Heer, mei onze geluik'wensclien en dankbetuigingeE onze eerbiiedige Vlaamsclie Groeten. Namens het Bestuur van het 3 ,Taalmiiine<nd Genootschap y an Vl'aamscihe Studenten in Nooi*l-Nederland. ' ' De Sahrijver MAHŒL CUYPER.S. Het geval De Clercq-Jacob. Beslult A. N. V. Stud. Aid. Amsterdam. De Studenten-afdeelimg vau het ,,Algo-meen Nederlandsdh Verbond" te Amsterdam vergaderend op 22 November 1915. Met 'diep leedwezen en groote verontwaar-diging kennis genomen hebbende van het Koninklijk Besluit van 5 October 1915 van Z. M. den Koningin der Belgeoi te Le Havre,, waarbij de loopbaan als Staats-ambtenaar gesloten wordt voor de heeren B'fv R. de Clercq en Dr. A, J acob, tengevolge van hun bestuurschap van liet blacl : ,, De VI aamscihe ' Stem ' '. gezien de houding van D'r. R. de Clercq en Dr. A. Jacob steeds getuigenis aflegde van hun hechte aamliankedijiklieid en trouw aan het Koninkrijk België; gezien Dr. R. de Clercq en Dr. A. Jacob steeds bleven protesteeren tegen eene toe-naderiiig tôt den vijand van den staat België, in welks dienst zij zich bevonden ; gezien de anti-nationale — door de anti-Vlaamsche — houding der Koninklijke Belgische regeering ; gezien deze houding steeds sterker tôt uiting kwam in de maatregelen eni benoe-mingen dier regeering ; gezien Dt. R. de Clercq en Dr. A- Jacob hierin terecht meenden te mogen zien een voorspel vcor de ondergang van hun volk en daarom niet konden noch mochten na-lateaa te protesteeren ; gezien Dr. R. de Clercq en Dr. A. Jaco"b hieraan • ten offer vielen als strijders voor het ethisch bestaansrecht van hun volk en den Groot-Nederlandsohen Stam in België. Besluit : 1. Aan Z. M. den Koning der Bel-gen te Havre met verschuldigde eerbied plechtelijk te herinneren : a. aan het recht van bestaan, niet alleen van kleine staten of natiën, maar ook van kleine volkeren. b. aan het gelijke bestaansrecht van het; Vlaamsche volk naast het Waalsche volk als medevormend de hechte basis voor een nieuw te sticihten Belgisch Koningrijk. 2. Aan het Vlaamsche Volk pleclitiglijk te verzekeren dat de Groot- NederLandsohe Stam zdch in deze als één man soliaart, ach-ter de groote strijders — zK>oals niet alleen FourieenDe Wet, maar ook de Clercq en Jacob. 3. Aa.n het Nederlandsche Volk kond te doen van Ket genomen besluit der Ivonink-lijke Belgische Regeering die zich niet ont-ziet de grootste levensbelangen vau een ons zeer na verwaut volk te minachten. 4. Aan de heeren Dr. R. de Clercq en Dr. A. Jacob h are diep gevoelde hulde en sympathie te bewijzen. Namens de Ardeeling : D. M. Mauritz, Voorzitster. J. H. K r e m e r, Onder-Voorzitter. S. H. E. Do mêla Nieuwenhuis .N ij e g a a r d, Scihrijver. R. R e i t z, Penningmeester. P. S. P r e t o r i u s, 2e Schrijver, Het geval De Clercq-Jacob. B r u s s e 1, 13 November 1915. Aan de Heeren Dr. René de Clercq en Dr. A. Jacob, Opstellers van ,,De Vlaamsche Stem", 31 Paleis-straat, Amsterdam. Waarde Heeren, Met innige spijt- vernam het Bestuur van hetVerbond der Vlaamsche Maatschappijen van Brussel en Omtreh, dat gij, bij Koninklijk Besluit, wederzijds ontslagen werdt van uw ambt van professor aan het Koninklijk Atheneum van Gent, en geschrapt van de lijst der bij Staats Athenea benoembare dokters in wijsbegeerte en letteren. Het Vlaamsche volk voelde zich door den evengemelden maatregel des te pijnlijker getroffen daar de eenige reden welke er aanlgidins toe gai te yinden is in uwe 3vei- gering om af te treden als leiders van he kloek Belgisch- en Vlaam6chgezind blad D Vlaamsche Stem. Dat gij gestraft worcl omdat gij strijdt ter bekoming van eei ,,vrij Vlaanderen in het hersteld onaflian keUjk en onzijdig Belgïè,y} terwijl ander . staatsambtenaren, eveneens in het taalwor - stelperk, 6traffeloos hunne Vlaamsche land j genooten belasteren en de Vlaamsche bevol . king verontrusten en ontroeren door bedrei gingen met volkomene rechtsweigering il . de toekomst, dat bewijst dat de Vlamingei . nu even 6tiefmoederlijk als voor den oorlo« behandeld worden. ' De bewonderenswaardige toewijding vai . het Vlaamsche Volk aan het hardvochtig< ^ Belgische v<iderland ter verdediging vai J lietwelk het 80 ten honderd der thans onde: de nationale vlag kampende helden leverde was dus nog niet bij machte in de regee ringsk ringen rechtvaardigheid en gelijk heidszin in de harten te doen dringen. Da' te moeten vaststellen, bedroeft zeer all< nadenkende vaderlanders. Het bewijst echter ook de noodzakelijk heid van den strijd door UEd., Waard< Heeren, in De Vlaamsche Stem zoo dappe] en zoo knap gevoerd. Ook 6charen wij ons I met aile helderziende Vlamingen, aan uw< zijde ter verôvering der zelfstandigheid vai Vlaanderen door zelfbestuur in het herbo ren België. Wij koesteren de hoop dait het aangekon digd opstel „I1 avere tegen Vlaanderen} voor gevolg zal hebben den Vorst, daardooi beter, ja volkomen ingelicht, te doen terug-komen op het besproken besluit. Intusschen bieden wij UEd., Waarde , Heeren, de betuiging onzer hartelijkste ge-voelene.Namens het Bestuur van het Ver-bond der Vlaamsche Maatschap-pijen van Brussel en Omtrek: De Voorzitter, T. REINHARD, De Schrijver, D. MELLAERT. S ■ »■' Uit de Pers Grosp België van het A. N. V. In een ingezonden stuk aan ,,Het Vlaamsche Nieuws" komt de heer Frans van L a a r, Algemeen Secretaris-Penningmees-ter van den Antwerpschen Tak van het A. N. V. op tegen de bewering als zou in België het A. N. V. een tegemoetkomende vriendelijke houding aannemen tegenover de Duitsdhe bezetting. Men kan deze meening o.a. vinden in de brochure van H a n s Friedrich Blunck, Belgien und die Niederdeutsche Frage. ,5IIet A. N. V." verklaart de heer Van Laar, ,,had met -het Duitsche bestuur geen betrekkingen en heeft er ook tôt lied en geen gehaKÏ." Over het sturen aan den Gouverneur-Generaal, vrij-heer von Bissing, van een schrijven namens den Antwerpschen Tak over de toe-passing der taalwetten — ook andere Tak-ken zonden een dergelijk stuk naar Brussel — zegt de heer V. L.: Ops steunende op de Conventie van Den Haag zonden wij aan den Gouverneur Generaal Freiherr von Bissing een protestschrijven tegen overtredingen van de taalwet van 22 Mei 1878. Dit schrijven gaf aanleiding tôt allerlei praat-jes en berokkende zelfs onaangenaamheden van Franskiljonsche zijde aan een van onzo ge-achte voorzitters. Zijn verdedigers deden uitschijnen hoe juist, hoo vaderlandsch hij gehandeld had en hoe ongegrond de aantijgingen van bedoelde Frans-kiljonskliek waren. Is immers elke Vlaamsclie wet, geen Belgische wet en moeten die soms niet uitgevoerd worden ? O, wij weten het Vel, sommigen vragen niet beter, (ian aile taalwetten, nu vooral, te zien wegmoffelen, om de Vlamingen des te beter het weinige taalrecht dat ze tôt heden genoten te ontfutselen. Onnoodig hier te herinneren aan het drijven van mannen als Buisset en anderen, aan schot-, snot- en smaadsebriften als „Un parti national", „Appel aux Wallons" en het factum tegen de Heeren De Vos, Franck en Rijckmans. Wanneer eenmaal do gescliiedenis van deze tijden geschreven wordt, maar dan onpartijdig en onbevooroordeeld, zullen zij aan een schandpaal staan en niet do Vlamingen, die voor hun goed recht ijverden en niets, vol-strekt niets anders deden dan hun plicht als ware en trouwe vaderlanders. Het gaat tegemvoordig al gek in de wereld. Zoonaast een Vlaming het lioofd opheft en een woord laat hooren over eerbied voor eigen taal, eigen stam, eigen kultunr, wordt moord en brand geschreeuwd. Men sclieldt hem voor land-verrader, overlooper naar. den vijand en dies meer. Dan heeft hij niets anders gedaan dan eerbied te eischen voor 's lands wetten. Maar doen anderen het tegenovergestelde en ijveren zij bedektelijk in het land en daarbuiten in allerlei bladen voor aanhechting van België bij een andero natie, in dit geval Frankrijk, dan worden die ,,vrais Belges", Franskiljons, Wal-lonisanten of hoo mon ze ook moge heeten, met vrede gelaten. Ik noem «it echte landver-raders. Onze leus is een vrq Vlaanderen, dat wil zeggen: een Vlaanderen met eigen kultuur. met onderwijs van laag tôt hoog, bestuur, ge-recht, leger en openbaar leven in eigen taal en dat in een vrij land los van aile andere invloe-don. ,,Hct Vlaamsche Nieuws" heeft het reeds dikwijls geschreven: wij willen ons niet laten verfranschen en evenmin laten verduitschen : wij wenschen ons zelf te zijn. Tegenover ieder die het met do Vlamingen anders meent zal men ons in het strijdperk vinden, even vrijmoe-dig en met evenveel reclit en waardigheidsge-voel. Onze zaak is ons heilig en onze strijd is vaderlandslievend, nationaal. Immers het ge-luk, de welvaart, de grootheid, do roem van een deel van do natie, de Vlamingen in dit geval, komt ten goede aan het ganscho land : Belgié. Daarvoor to strijden is ons doel, van dien strijd houdt ons niets en niemand af. Ieder die het wel meent met eigen land en volk moet aan de zijde staan van degenen, die er voor strijden, van liet Algemeen Nederlandsch Vcrbond in do eersto plaats, dat, ik durf het gerust zeggen, op dat gebied reeds veel, zeer veel heeft tôt stand gebracht. Op den sinds jaren ingeslagen weg, wensclit het A. N. V. voort te ijveren. Wat sommige heethoofden daarover denken, kan ons koud laten. Ile zei het reeds hooger, vele menschen hebben door de tijdsomstandig-heden het koelo rcdençcrveimogen ygrloren en b komen wel weder tôt bezinning. s Over de actie van het A. N. V. in Vlaan-* t deren schrijft de heer Van Laar: 1 Het A. N. V. bleef niet werkeloos. Do nieeste takken zetten hun Vlaamsche werk-5 zaainheden als vodr den oorlog voort zonder hulp van wien het ook zij, steunend op eigen krachten en middelen. Wat den Antwerpschen Tak aangaat, hoef ik slechts te wijzen op het • bestrijden van de wantoestanden op' taalgebiod - in de Meisjesnormaalschool te Antworpen, in de - ' l kinema's en in de groote magazijnen hier ter l stede. r Het Bestuur stelde reeds zes kisten boeken beschikbaar voor de krijgsgevangenen in Duitschland en bestudeert een plan om aan onze gevangen soldaten ook andere hulp te zen-den. Tevens zonden wij liederboekjes en ge-drukte muziek naar Nederland en naar do Duitsche kampen. In de omgeving van onze stad, in het arrondissement, richtten wij boeke-rijen op, waar die nog niet bestonden. De stedo-lijke en private boekerijen ontvingen van ons boekengoschenken. Do afdeeling Hooger Onderwijs hervat met een prachtige reeks lessen weldra haar werkzaamheden. Verder wordt vermeld, dat in overleg met het Hoofdbestuur, het noodige werd gedaan om het domme gerucht te keer te gaan, clafc Nederland het Duische leger over zijn grond-geibied had laten trekken in de eerste dagen vau de maand Augustus". Ons Volk en zijn Letterkunde. Van onzen Leider, René de Clercq, behelst de Amsterdammer het volgend opstel, getiteld ,,Ons Voile en zijn Letter-. kunde": Een zegen blijkt en blijft het voor Vlaande-rens behoud en zijn duurzame lovenskracht, dat zijn letterkunde bij uitstek is geweçst dietscli, volksch.... ik bedoel vaderlandslievend en democratisch. Waar deze eigenscliappen ontbraken vervielen en kunst en taal en land. Maerlant, de vadèr der dieteche dichteren algader, was, zoowel in zijn didactisoh als in zijn lyrisch werk, een leeraar, een leider, een profeet voor zijn stam. Zijn krachtige 6tem klinkt ons toe als do krijgsbazuin voor den Sporenslag. De Reinaert, die 'glansparel in de grove middeleeuwsche dichtkunst, verheerlijkt niets anders dàn den strijd van kleinen tegen grooten en den triomf door den opkomendeu burgerman op den overmoedigen adel behaald. Ruusbroec, de schoonste prozaschrijver van dien tijd, vorliief de taal der natie, kathedra-lengrootsch, tôt de hoogto van haar godsdien-stige betrachtingen. En dieper, echter dicîiters dan do onbekende scheppers van ons oude volkslied kennen we niet. Zoozeer dus als het beroemdo 6childer\vterk van Miemlinck en de van Eycks, vertoont onze beste middeleeuwsche woordkunst een eigenaardig Vlaamsch. karakter. Kort na dit opwellen van bevruchtendo levensvloeden, zakfc de kracht der steden, naakt de jammerlijke sckeiding der Nederlan-den, komt de vreemde overheerscliing, en aile bronnen schijnen uitgedroogd. Het wordt een tijdperk van kleurlooze na-volging en vooze re-thoriek.Doch zie, nauwelijks is de eeuwenoude ver-dnikker uit het land, nauwelijks zijn we, al . was het maar korten duur, in aanvoeling ge-raakt met onze zelfstandig gebleven Noorder-' broeders, of het Vlaamsche volk schiet wakkeç en nieuwe kunst ontstaat. Onmiddellijk opeabaart zich die verrijzenis door een 6terk bewust streven naar eigen wegen en eigen taal. \ Noodwendig immers moest de letterkundige herleving, na het eeuwenlang in oubruik hg-gen van materiaal en werktuig, feitelijk ver-' ergerd nog door een moedwillig acliteruitstellen. van de moederspraak, voorafgegaan worden door èen hardnekkig doorgevoerden taalstrijd, strijd die zelfs na den wonderbaren bloei onzer huidige literatuur, nog bijlange niet uitge-vochten is. Mochten sommigen het minachtend vergeten, wij erkennen het dankbaar : zonder vlaamsclie geveging geen vlaamsche letterkunde! Al hebben de gescliriften van Jan Frans Willem^ <en zijne volgelingen onvermijdelijk een geringer waarde als kunstwerk, toch zijn die voorarbeiders breedverdienstelijk als bij-brengei-s der zware bouwstof, waaraan eea kcmend scheppend geslacht gestalte, stijL en standbaarheid zou geven. En dat zij den aard van hun volk kenden en zijn nooden begrepen, blijkt uit liun grooten eerbied voor de middeleeuwsche kunstgewrochten, die ze uit de ver-getelheid opgroeven, en in eer herstelden, zoo-dat het mogolijk werd er vastvoets op voort te stijgen ala op een onvergankelijke grondvest. Thans traden echte kunstenaars te voor en trokken, uit duurzamen steen, blijvend pracht-werk op. Aanvankelijk was de verskunst het talrijkst en f linkst vertegenwoordigd : De breedaangelegde, veelomvattende, van nature diepgaande, doch overvruchtbare Prudens van Duyso; De nâar welluidendheid strevende Ledeganck, teergevoelig doorgaans en droefgeestig, schep-per nochtans van de prachtige machtige ode: do drie Zustersteden, welke zijn naarn ver-eeuwigt ; Door Van Rijswijck dan, de leutigo arme lie-teman, horvinder van het volkslied en schrijver; van menig bijtend spotvers tegen taal- en volksverdrukking ; Dautzenberg en Van Droogenbroeck, vorm-mannen met ai*tistieke bedoelingen, bij pozen fijndichters, staande toch immer midden en voor hun volk ; Onze klare, lieve, lustige, weleens gloedvolle zangers De Cort en Antheunis, met Hiel naast hen, den wildbezielde ; Jan van Beers met zijn tintelemle ver-halen en grootscligestyleerde lierdichten ; Do verouderde, zware, Vondeliaansohe I/. De Koninck en diens geestverwant H. Qaeys; De drie Juliussen, voorvechters der vrijzin-nigo vaderlandscho gedachte, de 't zal wel-ganer Vuylsteke, de oposdiohters Do Geyter, en Brugges zajiger en redenAar Sabbe. Heel die glansrij van talentvolle kerels, welke van de nakomelingschap wel meer achting en \-ooral meer dank verdienen dan hun lieden ge wordt, heeft bôven allerlei middeîmatigs — wie lovert uitsluitelijk meestenverk ? — lieer-lijks genoegzaam voortgebraclit om te blijven leven in onze Vlaamsche dichtkunst, dan nog aLs ze haro hoogst e hoogte bereikt zal heblx>n. Naast hen rijst op, ferai eu fier, met den genialen Conscience A*ooraan, de lia as t even rijke reeJvs onzer prozaisten. En de besten onder hen, in hun sprekendste uiting, waren ze niet eveneens nationale, volksgezindo strijders? Willend, durvend en kunnend ? Do zachte, reine, nu mannalijk forsche, dan. vrouwelijls téedero^ zeker 3?at <al te optimisti-

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Amsterdam du 1900 au 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes