De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

1234 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 02 Fevrier. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Accès à 01 octobre 2020, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/xw47p8vr5v/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Eerste jaargang w. » umsaag 2 r eoruan ivia» 5 Cents DE VLAAMSCHE STEM ÂLGEMEEN BELGISCH OAGBLÂD Een volk zal niet vergaan! Eendracht maakt machîï REDACTIEBUREEL: PALEISSTRAAT 3), AMSTERDAM. — De Vlaamsche Stem verschijnt te Amsterdam elken dag des morgens op vier bladzijden. Abonriementsprys b\j vooruitbetaling: Voor Holland en België per jaar / 12.50 — per kwartaal / 3.50 — per maand / 1.25. Vocr Engeland en Frankrijk Frs. 27.50 per jaar — Frs. 7.50 per kwartaal — Frs. 2.75 per maand. Hoofdopstellen s Mr. ALBERIK DESWARTE. Opsteiraad : CYRIEL BUYSSE — RENÉ DE CLERCQ — Mr. LODEWIJK DOSFEL Mr. MN EGGEN. - ANDRÉ DE RIDDER Voor ABONNEMENTEN wende men zich tôt de Administratie van het blad: PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. Voor A A NKON DIGINGEN wende men zich tôt de Firnia J. H DE BUSSY, ROKIN 60, AMSTERDAM. A DVEETENTIES : 25 Cents per regel Korte Inhoud. le b 1 a d z ij d e: Burgemeester Mrx — Dr. Julius Iloste Jun. Kleine Kroniek. Een Lied van Trouw — René De Clercq. King Albert's Book — Gabriel Opdebeek. 0orlog6litteratuur. 2e b 1 a d z ij de: Uit het Vaderland. Voor de Uitgewekenen. Uit de Kampen, Plus que Parfait (2). — Cyriel Buysse. 3e b 1 a d z ij d e: De Europeesclie Oorlog (met kaart). Algemeen Overzicht. Brieven uit Parijs. — Wilma Knaap. Brieven uit Gent. — Edzard. Kunst. Laatste Berichten. Het Sclienden van de Belgische Neutra- liteit. — Mr. «7. van den Heuvel. Stadsnieuws. Een groot burger. Burgemeester Max. Daa-r ©rgena in Duitechland zou burgemeester Max nagenoeg als ©en gewon© mis-dadiger beliandcld wciden. Wij kunnen het haast niet gclooven, maar van Duitscbe zijde is de verwachte logonstraffing tôt nu too niet gekomen. Misschien zijn er ook irenpcliliefvende Duitschers, die deze bij-drage lezen; mogen zij dan in hun land de overtuiging opwekken, dat het voor Duitsch-land zelf een schande ware, ©en burger als Max met dieven en moordenaars geiijk t© etellem. Wie Brussel en de Brusselaars kent, we©t lio© ,,onz© Max" door de bevolking d©r • Belgische hoofdstad bemind werd en ver-©erd, want hoe ©envoudig en g©moedelijk ook hij met iedereen stoeds wist om te gaan, toch hadden allen voor hem den gepasten eerbied over. Wanneer Max ©rg©ns op ©en plechtigheid verscheen, dan kwam er over het wezen van aile Brusselaars als ©en sympatliiek gemo©-delijke glimlach; zij wisten dat d© burgemeester hun ©enige dier woorden zou zeg-gen, waarin d© Brusselaars steeds met zoo-veel vreugd© hun eigen zin voor het opge-xuimd© leven en de vriendelijk© soherts te-rugvinden. De Brusselaar is eerst ©n vooral ©en ,,goeie jongen", ©n hij blijft er bijzon-der op gesteld dat zijn hooggeplaatôte stad-genooten van dezelfde eenvoudig© levens-deugd g©tuigen, maar die gemoedelijklieid is bij burgemeester Max ge©n zwakheid. Zooals zijn betreurde voorganger Kar©l Buis, weet hij wat het woord plicht bete©-kent; steeds en overal dcet hij uitsluiteoid wat zijn g©wet©n hem voorsehrijft. 1s ©en daad eerlijk en goed, dan mag men op Max rekenen ; hem kan het weinig schelen wat anderen daarover denken. Elk jaar werd te Brussel door het ,,Mu-ziekfonds" een uitvoering bezorgd van wer-ken onzer Vlaamsche toondichters ; meestal werd een dier machtige muziekfresco's van Peter Benoit gekozen, waarin het Vlaamsche volk zijn innigcn drang naar klank en kleur hoort uitjubelen. Hoe jammer dat men er hier in Néderland nog niet toe gekomen is de frissche schoonheid der Vlaamsche oratorio's beter te voelen ! Bij den honderdsten verjaardag der ge-boort© van H. Conscience zou het jaarlijksch Vlaamsch muziekfeest op de Groot© Markt te Brussel plaats grijpen. Wanne©r wij ons de stemmen herinneren, die zongen aan den vœt van onzen lieerlijken stadliuistoren, dan komt het ons dabbel misdadig voor dat die Groote Markt door het oorlogsgeweld, door de verwoestingen van den. . ,,lustigcn, frohlichen krieg"( ! ?) (om een Duitsche uit-drukking te g©bruik©n) zou kunnen aange-tast word.©n. Wij hadden den Konir.-g uitgenoodigd het Vlaamsch muziekfeest' wel te willen bij-wonen. Met den vrijmoedigen ©envoud, die hem kenteekent, liet d© Koning ons ant-woorde/i dar. hij niet alleen zou komen, maar dat ook de Koningin, het Prinsesje en de Prinsen d© uitvoering van op het etadhuis zouden bij wonen. Burgemeester Max zegd© ons: ,,Het is de eerst© maal dat de Koning officieel op het stadhuis komt. Bij deze gelegenheid zal ik hem welkom heeten, en vermits het een Vlaamsch muziekfeest geldt, zal ik mijn toe-spraak in het Nederlandsch houden.'' Wie de scherpte van den taalstrijd in België kend©, — scherpte, welk© overigens Vlamingen ©n Walen niet verhinderde in hat uur des gevaar3 broederlijk vereenigd te Bij a —# di© kon dad©lijk in zien tôt welke bitsigj aanvallen de Nederlandsche toe-spraak van burgemeeSter Max zou kunnen aanleiding geven, maar hij beschouwd© het als zijn plicht zoo t© hand©l©n, ©n al het overig© w©rd bijzaal^. Van di© opvatting gaf d© burgemeester van Brussel ook blijk, toen de Duitschers zijn stad kwaraen bezetten. Toen wij gelezen hadden al wat over hem verteld werd, konden wij natuurlijk niet te weten komen oi: aile medgedeelde bijzonder-heden echt waren, maar wat wij wel kunnen verzekeren is, dat niets ons van zijnentweg© verwonderde, waar zijn woorden ©n dad©n blijkbaar overeenstemden met ©en verheven en edelmoedig© opvatting van zijn plicht als burg©me©ster der hoofdstad van België. Hoe fier waren de bewoordingen van de bekendmaking, waarin hij zijn stadg©nooten voorbereidde op de bezetting van Brussel door de Duitschers. ,,Leve het onafhanke-lijk B&lgië", zegde burgemeester Max in die proklamatie, welke de Duitschers zelf 's anderen daags op de muren der hoofdstad konden lezen. Toen burgemeester Max het Duitsche le-ger te gemoet ging, werd hij voor ©en Duitschen generaal gebracht, die hem de hand reikte. D© heer Max weigerde die hand te drukken. ,,Ik ben hier niet gekomen als vriend", zegde hij, ,,maar als bur-gem©3ster van Brusser'. De Duitsche bev©lh©bber van Luik had ia ©en proklamatie aan den heer Max d© beweringt toegeschreven, als zou de Belgische Regeering hem hebben laten weten dat het Fransche leger niet in staat was België ter hulp te komen Dat gerucht werd ook te Brussel ver-spredd. Onmidd©llijk liet burgemeester Max oen plakbrief drukken, waarop di© be\ve-ring werd aang^haald, met bijvoeging van de woorden: ,,Ik logens-traf di© bewermg ten stelligste." V©ldmaarschalk Von der Goltz had be-k©nd g©maakt, dat de Belgische driekleur te Brussel niet meer mocht wapperen ; burgemeester Max liet het volgende aanpiak-ken : ,,Eea proklamatie verbiedt dat d© Belgi-sch© vlag nog lang©r uit onze huizen wordt uitgestoken, daar dio als ©en uitdaging der Duitsche troepen wordt beschouwd. ,,Veldmaarschalk Von der Goltz zegde in ©en proklamatie van 2 September, dat hij niemand vroeg de vaderlandlievende govoe-lens t© v©rberg©n. Thans blijkt ©chter dat de uiting van die gevoelens wordt beschouwd als ©en beleediging voor de Duitschers. ,,Om nu de troepen, die de stad bezetten niet uit te tarten, -verzoek ik u de vlaggen in t© trekken, ten einde ail© moeilijkheden t© vermijden. ,,Wachten wij het uur der vergelding af." Men weet dat burgemeester Max aange-houdon werd, omdat hij zich had durven verzetten teg©n de wijze, waarop de Duitschers de' uitbetaling van de oorlogsschat-ting wilden doen geschieden, w©lk© zij aan Brussel hadden opgelegd. Het voorwendseî, dat tôt die aanhouding aanleiding gaf, zul-len wij hier niet ©ens bespreken. Wat wij wel willen doen, is er de aan-dacht op vestigen dat burgemeester Max zich tijdens de bezetting van Brussel slechts kan gedragen hebben zooals hij het doed in Vredestijd, trouw a-an ©er en plicht, zonder een enkel© bijb©doeling. Zoo het waar is, naar de bewering der Duitschers, dat ook bij hen die zelfde deug-den worden hooggeschat, waarom gunnen zij die dan niet aan een der beste burgers van ©en klein land, die slechts geluisterd hoeft naar de stem van zijn geweten? Zijn waardigheid van burgemeester wou de h. Max hooghouden, maar hij is al te eerlijk en al t© verstandig om benevens die waardigheid, in zijn gaboortestad icts an-ders betracht t© hebben dan de handhaving der rust tijdens deze moeilijk© dagen. Hij wordt gevang©n gehouden; wij, Bel-gen, teekenen daartegen verzet aan, maar zulîen er dan ook geen Duitschers zijn om met ons t© vragen dat hij in elk geval zou behandeld worden zooals het aan een waar-digen burger past, en niet als ©en misdadi-ger ? Dat is toch niet t© veel gevraagd. Dr. J. HOSTE Jr. I ■■■■ I IIIIJJL. ■■—«m— ■ HH1KUU. .1. Klelne Kroniek Nog requisities. Ho© de Duitschers systematisch en cynisoh voortgaan met oy te eischen al wat in ons arm land beschikbaar blijft, bewijze opuieuw onder-staand formulier — scbaamteloos onderteekeûd door de heeren die zich met de requisitie-taak gelasten. Antwerpen, 8 Januari 1915. Onterzeichnete sind vom Deutchen Gouvernement beauftragt die Bestànde van Rohtabak in Belgien festzustellen und ersuchen sie einlie-gendes Formular mit den gewûnsoliten An-gaben zuriioliliefern. Es liegt in Ilirem eigenen Interesse wenn sie uns die Angaben so schleunigst wie moglich machen wercïen. HEINR. UIENSCH. WILH. NOLLMANN. Hôtel Terminus (Zimmer 201). De Fransche vertaling volgt, maar een Nederlandsche tekst ontbreekt — belangrijk feit. Wij geven dus zelf de vertaling van het document : ,,Ondergeteekenden zijn door de Duitsche Regeering a an gesteld om den voorraad van ruwen tabak in België vast te stellen en verzoeken U bijliggend formulier met de noo-dige inlichtingen in te vullen. Het is uw eigen voordeel ons aeze opgave zoo spoedia mogelijk te doen geworden. Geteekend : Heinrich lliensch — Willem Nollman", De toestand in Dultschland. Dat, ondanks al de Germa-ansche beweerin-gen, de economische bevoorrading van Duitsch-land en Oostenrijk niet zoo aanzienlijk is als wordt bevestigd, getuigen feiten zooais de in beslagneming van de metalen in Duitschland ©n de nieuwe Oostenrijksche verordening op het brood. Het Duitsche ministerie van Oorlog heeft een besluit gepubliceerd, waarbij aile fabrikan-ten en handelaars in koper, nikkel, tin, aluminium en antimonium verplicht zijn op te geven, hoe groot hun metaal-voorraad is. Deze voorraden worden door het ministerie in beslag genomen, doch blijven in de opslagplaatscn, waar zij zich thans bevinden. Doel van dit besluit is, vast te stellen, hoe groot de aanwezige voorraden zijn en ze in de eerste plaats aan te wenden voor oorlogsdoeleinden. Wat Oostenrijk betreît, publiceert de ,,Wee-ner Zeitung" eene ministerieele verordening, volgens welke het voor het bakken van brood gebruikte meelmengsel, in het vervolg slechts voor vijftig procent uit tarwe- of roggemeel mag bestaan, terwijl de rest uit surrogaten van b.v. gerst, haver, rijst en aardappelen moet zijn samengesteld. Infanticide? Reeds in de tweede maand van dezen oorlog : wisten tallooze Belgen te vertellen, dat er in liet Duitsche leger ook ônvolwassenen waren. Velen leek die bewering zulk een enormiteit, zulk een vertreding vau aile gevoel van men-schelijkheid, dat zij er geen geloof aan konden slaan en de Belgen verdachten van een sterk verhitte verbeelding. Doch zie! in een advertentie m de ,,Kolnische Zeitung" lazen we: ,,Op 30 September stierf in Frankryk den lieldendood onze eenige, innig geliefde zoon, broeder, l>leinzoon en neef Hans Joachim von M., va-andrig en kapitein bij het infanterie-regiment der lijhvacht (lste proothertogelijk Hessisclie) no. 16, op den leeftijd van nog geen zeventien jaar". Heel diep werd er iets in ons gevoelsleven geschokt. Het was dus inderdaad waar, dat het Duitsche leger knapen onder zijn soldaten telde! Want die advertentie was niets minder dan een authentiek dokiipaent, een getuigenis dus, dat veel meer waarde had dan de diverse mondelinge mededeelingen. Hier viel dus niet meer te twijfelen. "Wij 7Aillen niet in nadere beschoinviugen treden over het ver-bazingwekkende feit, dat een jongen van 16, j_ar al kapitein vau een regiment kon zijn waaruit ontegeLzeggelijk blijkt, dat het kader in het Duitsche leger wel wat te wenschen laat, — wij wenschen vooral den nadruk te leggen op het sckokkende feit, dat de natie der onvo'l-prezen ,.^ultur" ook kinderen als kanonnen-vleesch exposeert. Latere berichten van verschillende zijden meldden, dat men ook jongens van. naar schat-ting, 14 à 15 jaar in het Germaansche leger had gezien. En bet sterkste feit is wel, dat een paar maanden geleden do Russen in Lowicz en Soliaczeff meer dan 30 Duitsche padvinders gevangèn nam, waaronder knapen van j 13 jaar! "Wij vragen ons met angst af, waar dat heen moet. Indien de Germaansche beschaving op ; dien weg doorgaat, zullen na eenige jaren ook ! zuigelingen het devies ,,Deutschland liber al- 1 les." bevechten met kanonnen, bajonetten, plundering en vernieling. Doch aile gekheid op een stok.ie : is er dan zelfs niet één Duitsche moeder, die zich verzet tegen de gruwelijko buitensporigheden van het Teutoonsche militarisme, niet. één, die haar reoht verdedigt om haar onvolwassen zo-nen zoo lang mogelijk te behouden ? ,,Quel bonheur olympien", zegt in zijn mooi boek ,,Parole9 devant la Vie" de talentvolle jonge schrijver Alexandre Mercereau. zich richtend tôt de moeders, ,.nous envahira le jour où nous mettrons notre ambition à nous surpasser les uns les autres en valeur morale, à vouloir vaincre notre prochain en noblesse , t et en bonté, où nous dirigerons notre esprit combatif contre ceux de nos sentiments qui peuvent blesser autrui dans sa fierté et ; on génie ; où nous ne voudrions être riches duo pour créer partout la vie, dominer que pour rendre libre". Zouden de Duitscho moeders' dio woorden niet begrijpen, en de martiale ellende voor hun zonen in de korte broek verkiezen boven het olympisch geluk? Dan eerst begrijpen we — want de roi der vrouw in de beschaving is van het grootste gewicht — ten voile de uiting van prophetischen Goethe, Duitschlands grootsten dichter: ,,De Pruis is werkelijk wreed, doch de beschaving zal hem woest maken". En waar het Pruisische militarisme zelfs de kinderen van eigen landgenooten opoffert aan zijn verove-ringszucht, wie verwondert er zich nog over, dat het evenmin de kinderen in de vijandelijlîo' Landen heeft gespaard.... ? Een lied van trouw, eerbiedig cpgedragen aan hunne Majesteiten Koning Albert en Konihnin Elisabeth van België. Mijn Vaderland, groot in rouw, Met uw open st©d©n en dorpen Verwoest, niet onderworpen, Aan u mijn trotsche trouw ! Vlaanderen, Wallonie, vrijst© grond beileden Des hemels breed gewelf, Bloeiwonder, zonnerijk des vreden, Door arbeid en kunst uzelf. Wat moest een onvolk bedreig©n Uw rustig schoon ? Scheen toch aan uw haard de vreemdeling (eigen, Elk Koning onder d© kroon ! Al te goed kondt g© niet haten. De schrikbare kwam. Niet straffeloos. In de keel van 't lam Heeft de wolf zijn scherpsteai tand gelaten. Ik zie kanonnen opgesteld Voor het dorp waar ik ben geboren, De hoeven rood om den toren, En den boer g©dood op zijn veld. Tôt kracht zal nimmer rijzen Wie zoo wreed den krijg begon. Gruw©lroem doet ijz©n; Slui©rs voor d© zon ! Doch hoor, het li©d der L©euw©n! Vorst AJ-bert stijgt t© paard. Dat wordt ©en kamp, ©en zege, in later (eeuwen Nog lang het herdenken waard. Eens vallen de roven van de wonde. Dan blijft de nood. Als de vlam uit ons hart in uw steden slaat, Denk om Leuven, Duitschland, en Dender- (monde ! RENÉ DE CLERCQ. Vit het kabinet van hunne Majesteiten ontving de dichter het volgend schrijven : De Koning en de Koningin hebben met aandoCning het dichtwerk gelezen dat gij aan Hume Majesteiten hebt opgedragen. Zij wenschen u geluk om de edele gevoelens die gij in die welgepaste verzen hebt uitgedrukt en danken u t©v©ns om uwe blij-ken van verkleefdheid. Kinp Albert's loi. Voor mij ligt het prachtig uitgegeven boek, dat de wereldhulde brenge^ komt aan onzen Vorst, wiens heldhaftig optreden de geheele wereld met bewondering en liefde heeft vervuld. Zij, die d© dragers zijn der evolutie; zij, die de glorie en de schoonheid in elk beschaafd land vertegenwoordigen, hebben er aan gehouden in dat boek van hulde hunne bijdragen te plaatsen; zij hebben het als eene eer aanzien ook hun woord van bewondering uit te spreken voor dien eenvoudigen bescheiden man, die door één j daad van opperste fierheid zichzelf tôt held i heeft gekroond en die zoovele maanden , reeds de doornkroon van smart© draagt zonder versagen, in 't machtige willen te win-nen den heldenkamp ten koste van eigen schoonste leven. , i Wij leven, herleven den ouden helden- -tijd. Ja, het is schoon; ja, het is grootsch een volk dat strijdt om vrijheid ; een volk dat zich niet l$iat trappen als lafhartigen, maar dat vecht tegen de leugen en de duis-ternis, om wille der lieilige ide© van vriizijn in den reinen openbloei van eigen kracliten en eigen schoonheid. Ons volk is reiïzen-groot in deze dagen van lijden en smart, grooter nog dan in zijn dagen van jubel en feest. omdat het we©t t© dragen de wrange pijn, omdat het staat in den dag, het hoofd omhoog, met fiere schoonheid van een wien ailes ontviel, behalve zijn eer van mensch-zijn, kind van het licht en der zonne. In Hem, in zij ne rijzige figuur van schuch-terheid is gansch die glorie, gansch dat man-haftig verweer verpersoonlijkt. In Hem, in zijn heldengestalte bloedt het hart, dat vertrapt werd tôt smartvolle wonde. In Hem is ons volk, het Vlaamsche en het Waalsohe volkj het Belgische volk vereenigd tôt één epos van lijden en wee. Hij is de tragische figuur van den waren koning, één met zijn volk, vergroeid met zijn volk, gegroeid uit zijn voïk. Hij heeft gestaan in de loopgra-ven, hij heeft gestreden aan de zijde van den armsten man, die toch ook zijn land lief heeft en het verdedigt met zijn uitge-putte krachten.... Er is niemand in ons land, geen enkel mensch, welke ook zij ne gezindheid zij, die niet aile persoonlijk© ideëen op zijde heeft gezet om Hem, hun Vorst t© hulciigen. Want in Hem vloeit aile lijden, vloeit aile liefde te samen, in Hem leeft het aloude land der Kerelen en der Franchimontezen. De wereld htsft hem gehuldigd ; de wereld heeft Hem geze&d zijne glorie en zijn on-sterfelijke schoonheid. Prinsen, Staatslie-den, Diplomaten, Gel^rden, Letterkundi-gen, Schilders, Muzikan^en, Geesteiijken ; aiien, allen hebben Hem hunne huldf gebracht; allen hebben Hem geëerd, omdat Hij is een man van smarte, gokruisigd op het hout van laffe woordbreuK en barbaar-sche gruweldaden King Aibert's Book is daarvan de getuigenis; King Albert's Book is de gave der menschheid, zooals zij heur schoonste uiting vindt in haar meest-begaafde kinderen. King Albert's Book is het geestdriftige lied van bewondering, dat overal opkiinkt, waar menschen wonen met warme harten en waarheidvoelende denkhersenen. Er is een onrecht geschied, er is ©en woord gebroken. Dat zal de wereld wreken ; daartegen zullen zij, in wier harten het licht der Waarheid is, verzet aanteekenen, ten koste van wat ook, ten koste van eigen leven. Het is schoon met de onschuidigen te zijn; het is ©en daad van moed -artij te kiezen voor d© vertrapten. Zij allen hebben het gedaan, die in King A.bert's Book onzen Koning en in onzen Koning, ons land, ons dapper volk, hunne hulde brachten. * * * Maar hoe schoon, hoe troostend en ster-kend ook dat boek zijn moge; toch is er voor ons, Vlamingen, een leegte in. Toch is er iets dat ons pijn doet, iets dat onze dank-baarheid komt verkillen. Aan dat boek hebben een drietal Belgen medegewerkt; ik vind er de namen in van Emile Cam-maerts, Maurice Maeterlinck en Emile Verhaeren (die in den bladwijzer : „Belgium's national poet" ge-noemd wordt). Maar nergens, hoe ik ook gezocht en gebladerd heb, nergens heb ik gevonden een woordeke in onze heerlijke taie, nergens een enkel vers in het rijke, oude Dietsch. Zelfs de bijdragen van Noord-Nederland zijn in... 'tEngelscli «-osteld ! En dat heeft mij pijn gedaan, dat heeft mijn hart van Vlaamsch kind, dat trotsch op zijn Vader is, met een stil verdriet ge-vuld. Waarom, o waarom, die miskenning, nu in deze ure, waarin wij staan voor den dood, in deze ure, waarin d© naam van Vlaanderen oplicht over de wereld, schoo-ner en heerlijker dan ooit in 't verleden. Nu Vlaanderen lijdt, nu Vlaanderen verwoest wordt!... Steen voor steen, huis voor huis wordt genomen en valt ten puin. W iar eens weerklonk het blije lied van aile torens, zwijgt nu de feestklok in treurige doodsch-heid van rouw ; en de trag© klanken der ' uren snikken droef over het nevelen-land, waar waart de peinzende Dood. Zal men onze Vlaamsche grooten dan ver-wijten hun gémis aan Liefde ; zal men hun vragen in de dagen der tœkomst : ..Waar is uwe hulde, waar is de klank uwer stem-me; waarom hebt gij gezwégen toen heel de wereld Hem hulde bracht en bewondering?" Zullen wij dan zwijgen en het hoofd bui-gen? Zulien wij dan laten praten de kwa-den en de boozen? Zullen wij dan niet zeg-gen, dat wij, Vlaamsche kinderen, niet gevraagd werden ? Wel heeft men onze Va-ders en onze kinderen gewild om te verde-digen dat kleine plekje gronds, maar geen mensch op heel de wijde wereld, die er aan gedacht heeft ook de bewonderende Liefde van onze Vlaamsche broeders op te nemen in het boek van Koning Albert. Maar de dooden, die rusten in Vlaan-derens goeden, trouwen grond; zij zullen voor ons spreken. Hun stille, izame gra-ven zullen zeggen het hoogste woord van ûiefde voor hun land, voor hun Koning. In hen, de dapperen, zullen wij, Vlamin-, gen. onze achteruitstelling gewroken zien ; in hen zal onze Liefde branden, eeuwig in 't ondoorgrondelijk misterie van den dood. Ja, wij Vlamingen, wij willen hulde bren-gen aan onzen Vorst; wij willen Hem zeggen zijn h©ldhaitig voorbeeld, zijn trouw, zijn ziel©-grootheid. En al zijn wij niet gevraagd geweest, om ook ons woord en onze handteekening in 's Konings boek te zetten ; Hij, d© still©, eenzam© man zal weten de hulde van het Vlaamsche volk, dat zoo arm aan geestelijke goederen, zco rijk aan alles-opofferende liefde is. Ik weet het wel dat het onzen Vorst pijn-lijk zal geweest zijn in zijn boek niet de namen van zijn Vlaamsche kinderen te vin-den, die hij zoo goed kent en die hij lief-heeft. Hij zal even, in een rustig oogenblik van overpeinzing, terugdenken aan die dagen van 't verleden, toen Verriest voor Hem stond en Hem sprak over Vlaanderens ,,skoonlieid" en over Vlaanderens dichters eu kunstenaars. Hij zal zich herinneren de prachtige Conscienœfeesten, toen zoovele Vlaamsche kunstenaars Hem werden voor-gesteld. Hij zal denken aan die uren, door-gebraoht in de lezing hunner machtige kunstwerken, en dan zal Hij nadenkeu, heel lang, en vragen: ,,Waarom hebben zij gezwegen, waarom hebben zij, in dit oogenblik van gevaar hun brandende liefde voor bun moedergrond niet doen oplichten in de rijkheid hunner taal ?" Ook Hem zal het pijnlijk zijn, ook Hij zal eerçt niet begrijpen. Maar dan zal Hij teruggaan naar zijn© troopen, en Hij zal hooren van de helden-aaden der Vlamingen; Hij zal zien liui. doodsverachting, hun blije sterven, hun moc-dig dragen der pijn. En dan,- ja dan zal Hij begrijpeoi dat de Vlamingen niet oivtrouv? zijn of onverschillig, maar Hij zal beseffen dat hun heldhaftig sterven meer is en veel-zeggencfei; dan aile handteekeningen en aile bijdragen m e«n kcstelijk uitgegeven boek. En misschien zaî\..bij dan ook beseffen de waarheid, dat onze* Vlaamsche voormannen niet gevraagd werdé^u, dat zelfs in dez© dagen van opperste smart" i)lin onrecht is geschied en dat men hen nie't^g^.kend heeft of niet waardig geacht ook hun bewoTdering, eok hunne liefde voor hun land, hun Vfà<wn-deren, hun België, hun Koning, in woorde* of lijnen of klanken te vertolken. En dat men ook in Engeland de Vlamir gen niet kent, wordt bawezen d-or ee, opstel uit King Albert's Book, waarin dooi E d m u n d Gosse hulde wordt gebracht aan de Belgische dichters en waarin geen © n k © 1 Vlaming, zelfs G © z © 11 e niet (die toch wat meer is dan André Fontainas of Albert Mookel), waardig wordt goaoht slechts enkel genoemd te worden. Wie V an d©W oestij ne's kronieken in de ,,Nieuwe Rotterdamsch© Courant", René de Clercq's laatst- gedicliten gelezen heeft, zal weten hoe d© Vlamingen over hun vorst d©nken en zal begrijpen dat gansch het Vlaamsche land brandt in de ééne, opperste liefde, die is voor eigen haard en taal en zeden ; voor eigen vrij b©-staan"; ja, die is voor ©igen land en Koning. GABRIëL OPDEBEEK, fin de volgende nummers zullen wij be-ginnen uittreksels van het King Albert's Book te publicceren. Red.) Oorlogsliteratuur. »\ Eenigen tijd voér het uitbreken van d;. Europeeschen oorlog zijn in Engeland t;a- . ■ boeken verschenen, welker schrijvers zich ûieî> de mo@3lijkheid van een groot conflict Ix-zig hielden en die een helder inzicht ^even Ln verschillende oorzaken van dezen 6trijd. Het cern ,,De oorlog van staal en goud" is van den schrijver H. N. Brailsford, in een Nederlandsche verklaring van dr. W. van Ravesteijn verschenen bij de firma W. J. Thieme te Zut-plren. Het andere ,,Germany and Englaud", van den Engeischen profossor Cramb, verscheen bij John Murray te Londen. Het boek van Brailsford houdt zich voorna-melijk bezig met de economisohe oorzaken van het conflict. De schrijver bespmekt uitvoerig de imperialistische tendenzen, de gevaren, dio voortvloeien-4iit-liet ontbro_b»'i -van een démocratise lie contrôle op de diplomatie, en uit do wijze waarop de gezantschappen der groote mogendheœn het financiëel© kapitaal behulp-zaarn plegen , te zijn bij het verkrijgen van concessies e.d. Hij stelt voorts de gevaren in het licht, welke d© steeds - toeneiiiende bewa-pening (,,De oorlog van staal en goud") v-oor Europa meebracht. Uiterst lezenswaard is. het-g»?en hij opmerkt omtrent de geschiedenia der Engelsohe bezetting van Egypte. Op het kritisoke gedeelte va/n het werk vo^gen voorstel-len, welke het -naar de meening van den schrijver mogelijk zouden makeiL, de diplomatie en het finaniceele kapitaal dusdanig te contro-leeren, dat de naar den oorlog drijvende ten-dencen zouden worden gebreideld. Van geheel anderen aard is het werk van prof. Oramb. Beweegt Brailsford zich voortdu-rend te midden der economische werkelijkhoid, professer Cramb daarentegen negeert vol komen aile economische en financière fat ica ren, di© tôt het toespitsen der verhoudin-gen tusachen verschilleiide Europeesche mo-gendheden hebben geleid. Bij hem is de geheele tnaterie vergeestelijkt en wordt aileen op de cer-instincten en op do geestelijke stoomingen gewezen. Hoewel Cramb in tegensrtelling met Brailsford den oorloor als onvermijdelijk beschouwd©, en in sooverr© dus juister lieeft gezien, 6taat zijn betoog om de genoemde reden verre bij dat van den schrijver van ,,D© oorlog van staal en goud'' ten achter. Niettemin is zijn boek je belangwekend, omdat het ui1> voerig de aandacht vestigt op figuren in Duitschland, voornamelijk Bernhardi en von Trcitsche, wier werken een gedeelte der ontwik-kelde kringen in het Duitsche rijk sterk hebben beïnvloed, en die ongetwijfeld de oorlogs-zuchtige tendenoen zeer hebben anngewakkerd. I)o groote be'ezenheid van Cramb stelt hen. die van zijn werk kennis nemen, in staat, zich ran deze stroomingen beter rekenschap t? geven. dan tôt nu te© wel bij velen het geval zal zijn geweest.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Amsterdam du 1900 au 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes