Het kanton Haacht onder de wapens: kosteloos frontblad voor de soldaten van het kanton Haacht

1300 0
01 juillet 1918
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1918, 01 Juillet. Het kanton Haacht onder de wapens: kosteloos frontblad voor de soldaten van het kanton Haacht. Accès à 02 decembre 2021, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/804xg9fr5f/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Nummer 7 Toegelaten rioor rie Censuur, Nr 959-1718 Juli 1918 HET KANTON HAAGHT onder de Wapens . Kosteloos naar onze soldaten van 't kanton Haaeht en omliggende toegezonden. OPSTELLER : Aaim. JOZ. CA.STEELS, Z SÇ).A.T.| ALVERINGHEM. — DRUKKERIJ r.| M. GHYSSAERT & H. SOENEN ST-A- VUIST 3EJIV VOBT DE VA.T«<a"E OMTREJN I1 ! VRIJ ZIJN Wellicht hebt ge binst uwe rust-dagen langsheen de kusten, de zee wel eens zien stormloopen. Machtig vertoon ! Heel die log-zware water-massa wordt aangegrepen door eene razende dolheid die haar schuimbek-kend opzweept om ze met een naar geraas laten neer te ploffen. Met een nieuwe zenuwtrek, die heel haar wezen doet huiveren, danst ze terug op om weer te vallen en zoo maar eindeloos haar hotsen- en klotsen-spel voort te zetten. Een machtige, ongetemde geest is over die onein-digheid neergekomen, heeft haar gansch doordrongen, heel haar wezen overmeesterd, haar een helsche drift ingejaagd. — Gisteren nog lag ze daar grillig te spelemeien en zich weelderig te koesteren in het schelle zomerlicht dat haar kwistig met gou-den golfschilfertjes bestrôoide.Thans is ze een tierend wangedrocht, ten vervaarlijk monster geworden, een beeld van onrust en geweld.Trouwe weerspiegeling dezer vier laatste oorlogsjaren. De stille, zalige vrede-dagen behooren thans ook tôt het verleden. Een razende dolheid heeft ook het onzinnig menschdom aangegrepen, en onwillekeurig doch on-weerstaanbaar wordt heel de wereld in den wielenden draaikolk medege-sleurd. En als het dan soms tôt een tijdelijK poozen komt,staan we daar als uit eenen droom ontwakend, elkander aan te staren, ons zelf af te vragen waar dat nu toch allemaal naar toe wil en of de menschen nu werkelijk zot geworden zijn on dat onnoemlijk iets, dat oorlog heet, niet enkel ontketend te hebben,maar de gansche wereld jaren lang aan zijne duivelschheid prijs te geven. En toch blijft het aanduren en nog is de dag niet nabij dat het arm gefol-terd menschdom zijne wonden mag gaan toeleggen. Toen de eeiste roes uit was, wistcn sommigen te vertel-len dat kapitalistenvraakzucht en diplomatenambitie dat schrikkelijk weeover de volkerengetrokken had-denennog steedsdeden aanhouden. Maar de diplomatenwereld is voor der volkeren vierschaar gedaagd geworden en heeft hare grootheids-plannen in den grond zien boren, Alleen de opgeblazen kliek der mof-fenjonkers houdt nog stand. Een woord, één enkel, is er te vin-den in aile talen dat die spanning kan gaande houden, en dat macht-woord is : Vrijheid ! Voor dat too-verwoord staat heel de menschheid in aanbiddirg om er zijn laatsten bloeddruppel voor ten offer te bren-gen.Wanneer we matmoede van het oneindig lang duren dezer gruwel-jaren de armen krachteloos aan 't lijf voelen hangen en het al naar den bliksem wenschen, wanneer de beste opbeuring onmachtig blijft om er de fut terug in te krijgen en we 't einde toch zoo snakkend - begeerig nabij wenschen, dan nog moeten we zeg-gen : 't en mag, 't en zal, want onze vrijheid prijsgeven, dat noôit ! Vrij zijn is 's menschen hoogste goed hier op aarde dus. Het leven verliest al zijn sap en zijn genot, wanneer die schat ons ontnomen wordt. De welgekende Engelsche illustra-tie « Punch » gaf een sprekende schets. Keizer Willem staat grim-mig grijnzend voor Koning Albrecht en snouwt hem spottend toe: «Nu zijt gij ailes kwijt ». En 't fiere ant-woord klonk uit den mond van de rijzige, palstaande koningsgestalte : « Niet mijn ziel » want die blijft vrij. —Dat was het antwoord in ons aller naam. •— En toch, ja toch loopen er zooveel met slovenbanden om lijf en ziel. Ik had onlangs de eer en het het groot genoegen aan te zitten met een onzer beroemde sommiteiten uit de hoogeschoolwereld, in 't leger in-gelijfd, en er best geplaatst om een breed en gestaafd oordeel over vele dingen te vellen. Men bracht het ge-sprek op den oorlog met zijne goede en slechte uiiingen en gevolgen. Ik zie nog altijd voor mij den veelwe-tenden man, met zijn rijpe ondervin-ding en bezonken oordeel na een wei-nig toegeluisterdte hebben de armen breed openslaan en hoor het hem nog met zijne scherp-vlijmende stem uitgalmen : « Ja, schoonen helder.-moed heeft hij ontegensprekelijk aan den dag gebracht en zulks is troost-end ....; maar daarnevens en daar-onder op zedelijk en hooger men-schelijk gebied welke laagheid, welk onrustwekkend verderf!..» Daarover hebben we nochtans niet uit te wij-den.Wehaddenhet over den grooten hefboom dezer beroerde tijden : de vrijheidsgeest.We zongen voorheen, en zouden 't nog moeten zingen, al is 't dat velen het eigen en fiere lied zoo ge.makkelijkopgevenvoorlieder-lijke flau'weteitenof schunnig gebral, we zongen zeg ik : «Is er er grooter volk, vrijeriser niet» — God geve 't! Doch ik weet en ik zie dat er sukke-laars zijn die om een monkel en een kwinkslag van eenen onbeduidenden rekel hunne overtuiging bedeesd en tersluiks wegmoffelen, en nochtans « Voor vrijheid ook ons laatste goed en bloed » niet waar? Knoopt dat nu eens samen ! Arme, arme jongens aan wie men zoo gaarne zijne onbe-grensde bewondering zou willen schenken en wien men slechts een medelijdend schouderophalen kan gunnen. Vrije mannen uit het weleer zoo vrije Haachtsche, draagt nooit dat domme juk, toont dat wij 't bij ons zoo niet gewoon waren ! J. C. OEOFlJEl-A-Tr'-A. uit ons laatste nummer. Eerstens, onze leuze was ver'geteil ; tweedens, onder de titel stond er voor ons adres : Z 30 T.A. ; 't moet zijn Z 30 A. T. Er ligt nogal een breed yesschit tusschen beiden ; derdens, in ons hoofdartikel moest er staan : .... christen moraal, afstraling van het eeuwig goddelijk Wezen.., verder ....kinderlijk-goede — en dies'meer. Onze lezers zullen ten andere zelf wel verbeterd hebben. RYMENAM Dezen keer komt ook Rymenam aan de beurt. Onzen goeden mede-werker Frans Augustijnen, besten dank ! * * * VOORWOORD : Eindelijk zijn we er toch toe geraakt, hier een breedvoerig verslag te voeren over Fyîneram, deels uit eigen ondervin-ding, deels door den mond van an-deren gehoord, deels uit brieven en kaarten, uitgepluisd, hopende dat het heel en al in den schik onzer Rymenamsche jongens vallen mag. Sinds bijna vier jaar, doorblaadden we, en zochten we met voile gretig-heid in dagbladen, tijdschriften, frontblaadjes, doch te vergeefs ; ner-gens vonden we een plekje voorbe-houdèn voor ons nederig dorpke. Heden scharen we ons te gâar onder de banier van 't « Kanton Haaeht » met de leuze « Sta vuist en voet, de vane omtrent.» * * * Den 18 Oogst <4, donderde 't ka-nongeweldig in de richting Aerschot-Diest. Alras verspreidde zich 't ge-rucht, dat de Duitschers langs De-mer en Dijie oprukten, dat dees of geen regiment heel en al verslagen was. Dit bracht op de Rymename-naars eene algemeene mismoediging teweeg, niemand die nog werkte,in dichte groepen stonden ze bij elkaar te praten over 't geen de laatste ga-zetten vertelden. De moeders, wier zonen rechtstreeks in den strijd ge-wikkeld waren, weenden erom en dachten ze nooit meer weer te zien. De vaders gewoonlijk harder van aard, staken fier 't hoofd in de lucht als wilden ze zeggen : « Mijn zoon strijd voor 's lands verdediging », Daarop volgde de groote, treurige aftocht op den fortengordel. Tusschen de. dichte voetvolkdrommen volgden langzaam en weemoedig vluchtelingen van Aerschot, Treme-loo, Schrieck, Rotselaer, en omlig-gende dorpen. Dit ziende waren onze dorpelingen alras met schrik bevangen, dit was de voorspelling van 't dreigende gevaar. Rap ailes bijeengepakt wat degrootste waarde had en met pak en zak naar de dichtst bijgelegen stad, dorp of bosschen. Zoo waren er velen die zich verborgen in de Huurbosschen, en de bosschen tusschen Rymenam en Keerbergen. . Daags daarna trachtte eene duit-sche verkenning, bestaande uit 11 uhlanen, 't dorp te bereiken en volgde den linkeroever der Dijle ; juist wilden ze de brug overtrekken, toen de génie, die de brug bewaakten, deze deed springen en de duitschers verschrikt op de vlucht gingen en den steenweg van Boortmeerbeek insloegen, zoovéel als hun paarden het maar geven konden. De ijzeren brug lag dwars de Dijle in, de stee-nen pijlers waren verdwenen. De omstaande woningen leden nogal veel schade, onder andere dat van Edward Vermeylen, Louis Hen-driekx (de Floere), Sus Geykens. De dorpelingen, ziende dat de moffen 't dorp met ruste lieten kwa-men stilaan uit hunne schuilplaats gekropen en keerden terug huis-waarts. Aanstonds werd den over-zetdienst op de rivier verzekerd; die over wilde, stapte 't bootje in, Ver-scheidene malen lcwamen Duitsche patroeltjes tôt aan de Dijle, doch waren verplicht daar «hait» te houden en gingen ze een teugske doen bij Edward Vermeylen of Louis Hendric.kx. — Op zekeren Zondag kwam er insgelijks eene Belgische verkenning en dan was het een ge-weergeknetter zonder ophouden. — Een der zoons der kinderen Vermeylen (Bettekes) werd door een vijan-delijke kogel getroffen, en stierf kort r.adien; daags daarna was het Maria Van Vlercken, die door ne kogel ge-dood werd, terwijl ze de vensterlui-ken sloot. Eenige familiën van over de brug werden medegenomen,doch keerden naderhand terug. Den 23 Septeuber kwamen de duitschers voor goed het dorp be-zetten (omtrent 40 man) en maakten hunne ^ooruitgeschoven posten : 1) aan Jan Buedts, steenweg Ryme-nam-Muyzen ; 2) aan Charles Philips, kruispunt,steeuweg, Rymenam-Peulis ; 3) aan 't zwart water. Aanstonds werden de bewoners ver-zocht het dorp te verlaten, waar-schijnlijk opdat de Moffen, vrijer en ongestoord hun roofzucht zouden kunnen lucht geven. De schuur der kinderen Bogaerts begon alras te smeulen en brandde ten gronde af ; d<î molen van Norbert Nys onder-ging 't zelfde lot ; de huizen aan den Watermolen, alsookdatvan Charles De Bie branden insgelijks ten gronde af. Fràns Engels (postbode) en vele anderen, werden meêgenomen en verplicht aan de verscheidene bruggen te helpen werken, welke de Duitschers op de Dijle optimmer-den, Jozef Verbinnen werd door een kogel gedood, in de weiden achter Dokus, terwijl hij aijn rundvee aan 'tverzorgen was. Jef van Horenbeek (Fokke uit 't Broek) werd insgelijks door een duitsche kogel getroffen en erg gewond. Zekeren namiddag bad er eene ernstige schermutseling plaats, welke 't dorp deed daveren. De kanonnenbeschoten de bruggen, welke de duitschers hadden opge-timmerd ; de toren werd alras tôt mikpunt genomen en de houwitsers maakten diepe bressen in den witten steen. — Met allerhaast hadden de duitschers pak en zak bijeengegrab-beld, en vluchtten door velden en ( weiden in de richting van Boortmeerbeek. Dit namen ik en mijn makker te baat, om het dorp binnen te slûipen en een kijkje te doen. Hoe akelig en doodsch zag er ons

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het kanton Haacht onder de wapens: kosteloos frontblad voor de soldaten van het kanton Haacht appartenant à la catégorie Frontbladen, parue à Le Havre du 1917 au 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes