Het tooneel

1185 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1916, 15 Janvrier. Het tooneel. Accès à 07 juillet 2020, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/nz80k27g09/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

5 Centiem per nummer van minstens zes bladzijdien HET TOONEEL lste Jaargang. Nr 9 Beheer en Redactie : Vleminckxstraat, 15, Antwerpen Annoncenbureel open aile werkdagen van 9 tôt 1 en van 3 tôt 5 uur (Torenuur) 15 Januari 1916 Koninklijke Nederlandsche Schouwburg De Meester der Smeltovens (Foto René Lonthie. Carnotstraat). Mevr. RUYSBROECK als "Moeder Renaude " in " Het Meisje van Arles" Veel nieuws is er over dit «beroemd drama in 5 bedrijven» door Georges Ohnet niet te vertellen. Een heele generatie bijna heeft sedert 1883 tranen met tuiten geschreid bij het aanschouwen der tallooze hartroerende tconeelen, waaraan het stuk zijn blijvenden bijval dankt. O die Meneer Ohnet wat een meester ! Ik zeg dat niet, omdat ik zijn zinledig stuk nu precies zoo mooi vind... Verre van daar. Ik verkies mijn eigen oordeel niet mede te deelen, ten einde het door mijn lezers ge smaakte genot niet door de bitterheid mijner onvriende-lijke opmerkingen te vergallen. Maar toch... toch die Meneer Ohnet is een meester. Hoe goed kent hij niet het groote monster publiek, dat in zijn verwachtingen niet wenscht te leur gesteld te worden, wanneer het betaald... Ohnet rekent op de dankbaarheid van de goedgestemde massa en hij weet hoe dit de eenige weg is. die leidt naar bijval, roem en- rijkdom. En daarom rijgt de schrijver een aantal pakkende momenten aaneen tôt een schokkend drama, waarvan het bevredigende slot den toeschouwer weer tôt rust brengt en noch zijn slaap noch zijn spijsvertering stoort. Een familiestuk is die «Meester der Smeltovens» nog op den koop toe... Zeker, er komt een tooneel in voor, dat een oogenblik de jeug-dige hartjes der jonge juffrouwen heftig klopperen doet... zoo heftig, dat de keurs méér dan gewoonlijk schijnt te prangen, om de sneller ademende borst... maar dat duurt niet lang, en dat zal menig blozend maagdeken ontstemd, doch vele voorzichtige mama's bevallen hebben... Immers waar anders twee jongge-huwden het «enfin seuls» op de lippen smachten in een zoen van begeerte, daar stoot de hooghartige Claire de Beaulieu haar man — den meester der smeltovens — van zich af... En die stoere kerel laat begaan... Hij is seffens tevreden. Ik vind dat heel, heel goed... Mijn oud hart zou tegen zulke emoties niet bestand zijn, indien ik het bijwonen moest, dat Philippe aandrong... Wat een kiesch man die Ohnet ! Ik kan het begrijpen dat de burger hem, den verheerlijker van elke burgerlijke deugd, hoogschat en vereert. Sarcey, de bekende Fransche criticus, roemde «De Meester der Smeltovens» omdat het stuk handig ineen gezet is en het gegeven steunt op gevoelens, welke ieder begrijpt wijl ze spruite» uit de menschelijke natuur. Francisque Sarcey was een heel brave burger, die menig belangwekkend artikel schreef doch Racine, Ibsen, Shakespeare, naar denzelfden maatstaf oordeelde als Scribe. Dennery en Sardou, die zijn lievelingen waren ! Jules Lemaître — een ander Fransch criticus — heeft Ohnet afgemaakt in een berucht artikel, wat niet belet, dat de massa zijn romans nog steeds verslindt. Willen we nu betoogen, dat onze artisten beter hadden çedaan v annee' ze dit stuk van het tooneel geweerd haodea. Wel neen. Op een reeks kunstvertooningen als die van het Meisje van Arles, rnag een werk volgen als De Meester der Smeltovens. Bovendien dit volksdrama, dat oneindig hooger staat dan hetgeen vroeger wel eens als populair werk werd op de planken gebracht, is door onze tooneelspelers op uitmuntende wijze gespeeld ge-worden. Na elk bedrijf werd drie, viermaal gehaald, ter-wijl de talrijke toeschouwers — de zaal was Zondag avond bo- vol — uitbundig juichten. L.n echt Zondag '-pektakel als in .1 .1 goeien, ouwen tijd 1 *** «De Meester der Smeltovens» werd Maandag en Don-derdag opgevoerd met stijgend succès. Trots het hon denweer van Donderdag was de zaal bomvol, geen plaatsje onbezet. Na elk bedrijf, werd er drie, viermaal gehaald. Die bijval was ten voile gewettigd. Mevr. Bertrijn, als Claire de Beaulieu, was overheerlijk. Ileer Cauwenberg, in de titelrol, eveneens. Na het vierde bedrijf viel hun een welverdiende ovatie ten deel. Mevr. Dilis-Beersmans was eene statige Markiezin de Beau-lieu. Heer Piet Janssens speelde heel natuurlijk de babbelzieke parvenu. Mejuffer Bertrijn en Heer Van de Putte vormden een zeer snoeperig jong koppel. Met voldoening hebben we opgemerkt dat Heer Van de Putte met meer losheid speelde dan gewoonte. Die jongen heeft ailes om, op het tooneel te gelukken, maar daarvoor zal «werken» noodzakelijk zijn. Mevr. Noterman, als Athenais, beviel heel goed. Wij moeten telkens Mevr. Van de Velde bewonderen om haar rolvastheid ; ditmaal, als Baronnes de Préfont, zou zij ons heelemaal voldaan hebben, zoo zij haar debiet een weinig meer nuanceerde. Heeren L. Bertrijn, G. Herrey-gers en B. Ruysbroeck volledigden dit voortreffelijk ensemble.T— W. — Op sommige oogenblikken werd de stem der artiesten door het eindeloos «gesnotter» in de zaal over-stelpt. Dit bewijst wel dat het spel der vertolkers door het publiek naar waarde wordt geschat, maar... aan-genaam is het niet. In, om en rond den Schouwburg SPOKEN. — Geruimen tijd reeds is het geleden dat het veelbesproken werk van H. Ibsen, «Spoken», nog werd gespeeld. Met des te meer voldoening zal het publiek vernemen dat dit stuk opnieuw op de planken komt, en wel Zater-dag 15, Zondag 16 (in dag- en avondvertooning) en Donderdag 20 Januari. De nieuwe verdeeling laat aile goeds verwachten. Mevr Dilis Beersmans speelt «Mevr. Alving» ; Mevr. H. Bertrijn is «Régine» ; heer L. Bertrijn is «Oswald» ; heer G. -Cauwenberg is «Manders» en heer P. Janssens is «Engstrand». Met zulke bezetting kan men zeker wezen dat «Spoken» op uitstekende manier zullen worden gespeeld ; van de instudeering wordt trouwens veel werk gemaakt. Men mag dus voorzien dat ailes wat te Antwerpen belang stelt in hoogere tooneelspeelkunst, de voorstellin gen zal bijwonen. De vertooning wordt telkens besloten met «Asschepoes» het lieve blijspel waarin Mej. M. Bertrijn de hoofdrol vervult. HET MEISJE VAN ARLES. — De menigvuldige aan-vragen hebben het Bestuur doen besluiten. het meester-werk van Bizet en Daudet, nogmaals tijdens dit speel-seizoen op te voeren. De datums zullen in tijds door ons worden aangekondigd De liefhebbers van zuivere kunst zullen zich in dit goede nieuws verheugen. Âan onze Lieve Lezeressen en Geachte Lezers In 't vervolg zal ons weekblad «HET TOONEEL» op minstens 8 bladzijden verschijnen. Die vergrooting zal ons toelaten nog meer uitbreiding en belangrijkheid te schenken aan onze verschillende rubrieken. Onze lezers zullen echter begrijpen dat, gezien de kolossale stijging in den prijs van het papier, die ver-meerdering van bladzijden ook met groote uitgaven ge= paard gaat en dat wij dus gedwongen zijn den prijs per nummer te stellen aan 10 eentiemen. En als het waar is dat het spreekwoord niet ten onrechte zegt dat eigen lof weinig geurig is, mogen wij toch verklaren dat het Antwerpsch kunstminnend publiek het streven van HET TOONEEL zeer op prijs gesteld heeft. Mannen van aanzien in de kunst- en letterwereld heb= ben ons de vleiendste bewijzen gegeven van hunne liooge waardeering. Wat meer is: Vôôr den oorlog verschenen de tooneel-bladen met hoogstens 6 bladzijden aan 10 eentiemen per nummer en wij zullen, niettegenstaande vele materieele moeilijklieden, minstens 8 bladzijden geven aan den zelfden prijs. En wat den inhoud en den vorm van HET TOONEEL betreffen, wij hoeven, zonder den minsten zweem van eigenwaan, niet bevreesd te zijn voor de vergelijking tusschen hetgeen er vroeger gepresteerd werd en met datgene wat wij onzen lezers aanbieden. Dat weten zij ook heel goed en den steun welken zij ons gegund hebben vanaf onze verschijning zal ook aan HET TOONEEL in de toekomst niet ontbreken. Wij betuigen voor die warme genegenheid onzen oprechten dank. BEHEER EN REDACTIE. Inleiding tôt "SPOKEN" van HENRIK IBSEN HENRIK IBSEN (Cliché welwillend afgestaan door de firma Oust Janssens) In 1881, twee jaar na «Nora», verscheen «Spoken». Zooals gewoonlijk bij Ibsen was dit werk gegroeid uit de vorige periode. Wat als 'bijzaak was aangeraakt, werd nu als hoofdzaak gesteld. Het vraagstuk der over-erving werd in «Spoken» behandeld Dokter Rank moet in «Nora» boeten voor het lustig leventje van zijn vader. Osvald Alving in «Spoken» is ook weer een wormstekig zoontje van een lustigen luitenant, die zijn moeder smeekt hem van het jammer-volle leven te bevrijden. Zijn noodlot is het onderwerp van dit meesterstuk van het hedendaagsche treurspel. Maar Osvald is niet zooals men gewoonlijk denkt, de tragische held. Van de vijf personen is hij de lijdzaamste. Wij kennen minder zijn persoonlijkheid dan zijn tegenspoed. Dat hij een begaafd schilder is moeten wij zonder meer aannemen. In het vage uitbeelden van zijn lijdensfiguur ligt geen zwakheid van den dichter, maar een weloverwogen kun-stenaars-inzicht : de held van het drama zal niet de zoon, maar de moeder zijn. Iloe zachter en ingetogener de roi van den zoon gespeeld wordt, des te meer treedt de moeder als heldin op het voorplan. Haar leeren wij in- en uitwendig kennen, niet door wat zij beleefd heeft, maar door het innigste van haar verleden. Dertig jaar vroeger groeide, onder de hoede der moeder en van twee ongehuwde tantes, het jonge meisje op. Helena was arm en schoon. Twee mannen dongen om haar hand, een vroom theoloog, en een lustig officier. Tôt den eersten ging haar stille nijging, maar door de moeder en tantes aangezet, zondigde zij tegen haar eigen hart en huwde den rijken luitenant Alving., Nog voor haar kind geboren wordt, weet zij dat hij slechter is dan zijn faam. Zijn nabijheid walgt de jonge vrouw, zij schuwt het gezelschap van den losbandige. Zekeren dag vlucht zij tôt pastoor Manders. Deze blijft zijn ambt en zijn zedelijkheidsbegrippen trouw. In plaats van de hulpbehoevende vrouw met zijn liefde bij te staan, voert hij haar terug tôt haar vrouwenplicht. Daarmede meent hij een goed, aan God en Menschen welgevallig werk te verrichten. Helena moet dragen wat zij aanvaard heeft voor het altaar. Wat wij van «Nora» niet weten, weten wii van Helena Alving. Zij overwint haar afschuw, keert tôt haar echtgenoot terug. Haar zoon wordt geboren. Alving komt niet tôt inkeer, zakt weg in liederlijkheid. Helena gaat eveneens haar weg in dienst van de plicht. Zij wil den opgroeienden knaap den eerbied voor zijn vader niet ontnemen. Als Nora spint zij een net van leugens om beterswil. Zij stapelt rijkdommen op waarvan hem de verdienste wordt toegeschreven. Om zijn levenswandel te verbergen poogt zij hem zooveel moge lijk aan huis te binden en deelt, als gezellin met inwen-dig gruwen, de woeste nachten. De knaap is ver van huis opgevoed om hem de waar heid niet te doen kennen. Jaren gaan voorbij. De luitenant is een kapitein en een kamerheer geworden. Maar deze waardigheden brach-ten hem geen menschelijke waardigheid. Zekeren dag betrapt zijn vrouw hem als verleider van haar eigen kamermeisje. Johanna wordt weggezonden en huwt een verloopen vent om haar misstap te verbergen. Na een ellendig leven sterft zij en Helena bezit zielengrootheid genoeg om het natuurlijk kind van haar man aan te trekken, in huis op te nemen en de kleine wildzang op te voeden, als haar eigen dochter. Plots, na twintig jaar huwelijk, sterft Alving en wordt als een man van eer betreurd. Haar vroom bedrog wordt nu bekroond door het bouwen van een gesticht met het geld dat eens de luitenant als vermogen bezat. Alleen wat de moeder wist te sparen zal de zoon erven. Wanneer het gesticht onder dak staat en de inhuldiging gevierd moet worden, komt Osvald uit Parijs terug. Ook Pastoor Manders die, na het oogenblik der verzoe-kirig, het huis van Alving vermeed, vestigde zich nu in het dorp om de nieuwe inrichting onder zijn geestelijke leiding te nemen. Regina is nog in het huis als dochter en als dienstbare tevens Spookachtige schaduwen uit het verleden waren rond. Van uit de kamer, waarin van den voormiddag tôt den volgenden morgen het drama gespeeld wordt, blikt men door een breed tuinraam op het hoog-gebergte der Noor-sche kust. Door de grauwe nevels klimt laat en traag de opgaande zon. Van den aanvang ligt over het gebeu-ren een dichten sluier. Verrassend en overweldigend is ailes voor den toeschouwer zoowel als voor de handelende personen. Pastoor Manders verneemt in den eersten akt dat hij Helena aan een onwaardige heeft overgeleverd. Helena ervaart in den tweeden akt dat zij haar zoon wel beschermen kon tegen de stoffelijke erfenis van den vader, maar het allertreurigste erfdeel dat hen in het bloed zit niet van hem kan afnemen. Regina beseft in den derden akt dat zij een natuurlijk kind is, de stiefzuster van Oswald, op wiens verliefdheid zij koel-bloedig en dwaas rekende. Eindelijk erkent vrouw Alving dat haar zoon een niet te redden slachtoffer is dei lichainelijke overerving. In bestendige stijging wordt dit einde voorbereid dooi menigvuldige motieven, o. m. door de syrnbolische woor-den van Osvald bij het afbranden van het vaderlijk asyl : «Ailes zal verbranden, Er zal niets overblijven dat aan vader herinnert, ik verbrand immers ook» ; dooi de bekentenis dat de geliefde zijn zuster is en de geliefde vader de oorzaak zijner ellende. Door ailes heen breekt plots de overgeerfde ziekte uit, en Osvald verlangt naar de zon als een kind naar zijn speelgoed. En wanneer eindelijk de zon, als zinnebeeld voor hoop en geloof, opgaat, straalt zij over een geesteloos, ver-stompt wezen. In het stuk voegt zich ondervinding bij ondervfn-ding, waaraan het stuk zijn dramatische span-ning te danken heeft, zooals de helden uit de oude tragedie te vergeefs tegen hun noodlot kampen, zoe kampt te vergeefs Vrouw Alving tegen de macht van het bloed en tegen sociale verhoudingen. Is de vrije wil beperkt, toch draagt ook de heldin schuld van haar lot door eens den rijken man te huwen, door later den wettelijken echt te eerbiedigen die te kort schoot aan liefde en wederzijdsche achting. Uit deze echt wordt geboren die dood is voor hij het leven bezat, en die zijn moeder verwijt hem ter wereld te hebben gebracht. Het stuk wordt om zijn donkere kleuren pessimistisch genoemd. Jammerlijk is stellig het einde waar de moeder op het punt staat haar kind te dooden om het van zijn verloren bestaan te verlossen. Zeker hangt dit men-schennoodlot innig samen met de algemeene wereldtoe-standen, die Ibsen niet langs de beste zijden toont. Maar voor ailes zijn het verhoudingen en toestanden zooals zij in het geboorteland mogelijk waren, waar de wereld kleiner en enger was. Het tragische ligt in het feit dat Helena Alving den samenhang van het leven inziet, wanneer het te laat is. Zij stijgt als een voorspellende gestalte boven de wereld van Manders en Engstrand (de vermeende vader van Regina), boven de wereld der naieven, der menschelijke huichelarij, der menschelijke zelfzucht, der menschelijke lafheid in het kleine en in het kleinste. Manders en Engstrand spelen met elkaar als de kat met de muis : de sluwe proletarier met den gestudeerden en sulligen ambtenaar, de brutale schijnheilige met den zachten vrome, die niet vermoed hoe laf zijn hart is en zich verbeeldt een goed mensch te zijn. Even volledig is Regina geschilderd, de schoone, ver-leidelijke Evasdochter die toch ook iets van het wilde erfdeel des vaders in het bloed heeft. Gaat de broeder geestelijk, de dochter gaat zedelijk ten gronde. Dank aan de zwakheid en kortzichtigheid van den goeden Pastoor Manders zal datzelfde geld van Alving dat de stichting moest dienen, gebruikt worden om een zeeliedenkroeg op te zetten waarvan Engstrand de waard en Regina de aantrekkingskracht zijn zal. Uit zonde geboren gaat zij in de zonde onder en het is een zielenverzorger die haar van het begin tôt het einde op dezen weg voert.Het is het hoongelach der hel die door deze tragedie klinkt en aile spoken in het land oproept. Geen wonder dus dat uit het lichtschuwe volk een kreet van woede opging tegen dit klassiek-zuivere en klas-siek-diepe werk en nog heviger tegen zijn dichter. Vooral en in de eerste plaats in Noorwegen zelf, waar men zich bijzonder gevoelig getroffen voelde. Ibsen moest zich verdedigen tegen de uitspraken zijner personen die hem aangerekend werden. In een brief verklaart hij : Mijn inzicht was bij den lezer den indruk te geven van een stuk uit het werkelijke leven. Maar niets kan dit inzicht sterker tegenwerken dan de toevoeging van eigen meeningen van den schrijver.» Nooit was Ibsen zoo gehaat bij zijn landgenooten dan na het verschijnen van «Spoken», waarop in 1882 «Een \ olksvijand volgde. Dit is eenigszins verkort wat Paul Schlenter, die met G. Brandes en T- Elias de Duitsche standaardeditie var Ibsens Werken bezorgde, als inleiding schreef toi «Spoken». De brief aan Brandes die wij hier afdrukken, is merk-waardig om den schrijver te begrijpen. Verder volgt een overzicht der opvoeringen. Rome, 3 Januari 1882. Waarde Brandes ! Gisteren had ik de groote vreugde door Hegel uwe schitterende, heldere en voor mij zoo eervolle bespre king van «Spoken» te ontvangen. Aanvaard mijn warm sten en hartelijksten dank voor de onschatbare vriend schapsdienst, dien U mij nu weer bewezen hebt ! Vol gens mij moet ieder, die uw artikel leest, de ooger opengaan over hetgeen ik met mijn boek gemeend heb als men wel te verstaar zien wil. Want ik geraak de gedachte niet kwijt, dat een buitengewoon groot dee: der valsche uitleggingen, die de dagbladen brachten tegen beter weten in gegeven werden. In Noorwegen wel is waar, geloof ik, is dat zinver draaiende gewauwel in de meeste gevallen onvrijwillig geweest, en dat is door voor de hand lîggende redener te verklaren. Daar wordt de kritiek gedeeltelijk dooi min of meer verkapte theologen uitgeoefend en dezt heeren zijn door den band in 't geheel niet in staat over dichtwerken verstandig te schrijven. De verzwakking van het beoordeelingsvermogen, dat, ten minste wat de doorsneenaturen betreft, het gevolg is van een voort durend bezig zijn met theologische studies, is voorai

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het tooneel appartenant à la catégorie Culturele bladen, parue à Antwerpen du 1915 au 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes