Het Vlaamsche nieuws

1735 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 29 Juillet. Het Vlaamsche nieuws. Accès à 23 juin 2024, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/pk06w9802k/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

r^fjonderdag 29 Juli 1915. Eerste Jaarg, fc-*' Priis : 5 Centiemen door geheel België Het Vlaamsche Nieuws Het best ingelicht en meest verspreid Nieuwsbiad van België. - Verschfjnt 7 maal per week _ _ ^ inii--j^-(jmt ùw.ii.L'-C nr ■-Tr***---*» -g-^-.rtr un rfi -rr rr r -- ■-~fy "aBONNEMKNTSPRIJZEN | " AFGEVAARDIGDEN VAN DEN OPSTELRAAD: ! AANKONDIfilKGEN gea wa«i i.3i i Per S maandea I _ . . „ A1),,c ^ ,7 . v ncw DDAlffnB f Tweede blada,, per regel *.6i i vienïe blauï., per regtî.. sjàt fter Ksa«d .............. lit [ Per £ amandes fit a AllC. BORMS — Albert VÂ^i DEN BRANDfc | Dcrde blad,, Id. !.-• j Doodaberickl ............. t.— p«^« T.... i4._ I BUREELEN : ROODESTRAAT, 44, ANTWERPEN. Tel. 1990 j Voor alic uuhhsccs, weade aien eich : K.OOOBSTRAAT, <4, _ 9 . _ ... Itn Vlaamsche Ku sslenaarj Léo Spanoghe ; Spanoghe behoort tôt de zoogenaamde lenderraondsche Schilderschool, waar-an Rosseels en Meyers de stichters zijn a waarvan Franz Courtens een der phitterendste vertegenwoordigers is. )eze laatste werd geboren te Dender-»nde en is niet de eenige groote man, fe het kleine stadje van 10.000 zielen iceft voortgebracht. Het schonk inder-Lj een lord-mayor aan Londen in den (tsooii van de Reyser ; daar werden ;eboren de dichters Prudens van Duyse a Emmanuel Hiel ; daar zag het dag-icht pater De Smedt, evenals de nu nog lomgevierde pater Rutten ; daar werden jog geboren Willem Gijssels, L. Dosfel, jerto van Kalderkerke en menig ander ainstenaar. De schilderkunst was er vroeger ver-Egenwoordigd door den bekenden Jan ferhas, en nu nog door H. Broeckaert, .Goris e. a. doc h vooral door Léo Spa-loghe.Spanoghe werd insgelijks te Dender-Donde geboren en is nu omstreeks 40 aar oud. Hoe weinig gekend is deze schilder tihoe groot toch is zijn kunst. Het ligt lisschien wel eenigzins aan hem zelven, lat hij zoo weinig vermaard is ; men indt hem noch in internationale, noch j driejaarlijksche, noch in andere ten-ponstellingen. Alleen nu en dan in eene e Dendennonde en ook eens te Gent. Ipanoghe, na achtereenvolgens geschil-jerd te hebben in Moerzeke-Castel, St-Imands, Vlassenbroeck, plekjes gelegen an de Schelde, leeft nu afgezonderd en til te Baesrode, schilderachtig streekje, isgelijks aan de Schelde gelegen. Daar leeft hij nu alleen met zijn nnst, miskend als hij is geworden door ijndgen stad. Gedurende menige jaren tas hij leerling op de stedelijke akade-lie, en het is aan hem te danken, dat e steeds haar naam van « koninklijke » eeft mogen behouden. Hij hoopte dan ok daar als leeraar eens aanvaard te torden. Eenige jaren nadien kwam een laats open on Spanoghe, die het niet reed liad, dacht die betrekking te be-omen, doch de stad benoemde... den intwerpenaar Gogo, natuurlijk om ze-ere politieke rt denen. M houdt Spanoghe zich nu nog zoo til, al leeft hij nog zoo eenzaam, zijn unst is er niet minder groot om. Ze i door en door Vlaamsch en droeg vroe-er wel eens sporen en invloed van 'ourtens. Dit bewijst het volgende : Op zeker buit< ngoed hangen twee childerijen, heel zeker van Spanoghe, och de handtet kening is vervangen oor die van Courtens. Wie dit verricht leeft, hoe en w anneer, is onbekend ; ilthans zeker is het dat ze van Spa-oghe's hand zijn en nu nog steeds loorgaan voor doeken van Courtens. Doch hij heeft zich ook een eigen unst weten te schepoen, kunst, nog leeds door en door Vlaamsch en een faar spiegelbeeld van zijn gemoed. Af-risselend droefgeestig, vroolijk, droo-^end is hij gestemd ; zoo ook zijn werk. 'ooral zijn eerste doeken geven getui-enis van zijn neerslachtigheid en drœf-eestigheid, toen de schilder, zooals ,aak zoovele jonge kunsteniiars, leed an een soort van Weltschmerz. Doch u is die neerslachtigheid voor een groot verdwenen en voelt hij in zich een wnieuwde kracht, die zijn kunst altijd leer en meer doet opbloeien. Ik herinner me van hem een « In 't •osch », een laan met prachtig-krachtige foene beuken in den avond ; een late m dringt nog eens tintelend door ' gebladerte en ailes is doordrongen van fomen vrede.Van Kalderkerke heeft die childerij met recht vergeleken bij een ^Pel, waarin de godslamp vertegen-Wordigd wordt door de purpere zon. Jk herinner me van hem een « Molen » "i fflaartsch, buiïg weer. De reusachtige "olen is langs achter gezien en werkt "drukwekkend op den toeschouwer. <0S?e wolken zwieren door de lucht en 'erwekken een schuivend licht op den °nzont. , Ik herinner me een « Novembermist » ^ngekocht door de stad n gelukkig u den brand van Dendermonde gered) ^ann zich vooral zijn droefgeestigheid ij^ ^nner me helderstralende zonne-., en> Wij-lachend als zijn gemoed op °°?enblik dat hij ze voortbracht ; K Scheldezichten met de heerlij-j^JjH&hotters van Baesrode, bij zon-L, 1J"> bij regen, bij storm, bij nacht ; Bk 5^rste'de boschgezichten met rtr ^ ?roen en sprieteletid zongetoo- Uit die enkele opsomming van zijn werk blijkt hoezeer Spanoghe de natuur liefheeft. Weinig kunstenaars bezitten zoo'n natuurliefde als hij ; ze is voor ailes, hij leeft er in en mede, ze is hem als een geliefde, als een godin, die hij als het ware aanbidt. Hij geeft ze dan ook weer in al haar eenvoud en pracht, in al haar nederigheid en grootschheid. Een eigenaardigheid, die de werken van Eco Spanoghe kenmerkt is dat ze uitmunten niet door kleuren, maar door tonr.n. Wanneer hij een schilderij heeft voortgebracht, dan zijn om zoo te zeg-gen aile sporen van verf verdwenen, die vergaan zijn in diepe, blijvende tonen ; vooral na eenige jaren is dit treffend. Dit is het wat K. Liebaart èens deed schrijven « met de werken van Spanoghe gaat het als met den wijn ; ze worden heerlijker en heerlijker met ieder jaar ».' Helaas ! een vijftigtal van die heer-lijke werken zijn te Dendennonde de prooi der vlammen geworden, o. a. een doek van 2 meter breedte, een hoekje van een beek waarin zich de hemel spie-gelt, niets dan dit, maar zoo diep, diep doorvoeld en zoo doordrongen van innig natuurschoon en weelde, dat het een waar meesterstuk mocht genoemd worden. Doch wie heeft er nu niet geîeden ?' Spanoghe laat zich niet ontmoedigen ; krachtiger dan ooit zal zijn kunst weer opbloeien. Want, indien het waar is dat kunst eeuwig en onvergaukelijk is, dan mag men zeggen, dat Spanogne als het-ware degoddelijkc gave heeft ontvangeu om innig natuurgevoel en natuurschoon-heid te belichamen in zuivere, harmo-nische en diepe tonen. Mogen deze enkele besphouwingen bijdragen om een groot en waar kunste-naar van beteekenis beter te ?eeren ken-nenG. M Sut LstlsrianSlp Prijskainp TONY BERGMANN 1835-1874 Tony Bergmann werd den 29 Juli 1835 te Eier geboren. In zijne vaderstad ont-ving hij het eerste onderwijs ter school van den heer Van Rompaey, daarna volgde hij de lagere Eafcijnsche klassen van het Eiersch College. - In Oktober 1849 nam hij plaats op de banken van het stedelijke Athenaeum te Gent, waar hij zich weldna onder zijn schoolmakkers door de vlugneid en fijnheid van zijnen geest onderscheidde. Bij de behandeling der onderwerpen, welke den leerlingen ter oefening in het Nederlandsch werden opgegeven, verraste de jonge Tony toen reeds zijnen leeraar, niet min door de eigenaardige opvatting dier onderwerpen dun door het schilderachtige van zijnen stijl. De liefde voor onze schoone moeder-taal zat hem, als het ware, in het bloed : immers ten huize van Tony's grootva-der, en met zijnen vader, ontving de be-roemde J. F. Willems de eerste oplei-ding in de Nederlandsche letterkunde. In 1858 vestigde hij zich als advokaat te Lier, en trad in het huwelijk met Me-juffrouw Eliza Van Acker. Een eenig kind, eene dochter, die den naam harer achtbare mœder draagt, is uit dien echt gesproten. Zijne twee Rijnlandsâhe Novellen, die tintelen van echten humor, en naar het gevoelen van Dr. J. van Vloten, welke in NoordrNederland er eene tweede uit-gave van verzorgde, uitmunten door los-sen en levendigen schrijftrant en gees-tige opmerkingsgave, kwamen in 1870 van de pers, en zijne Geschiedenis van Lier, een zeer ernstig gewrocht, dat hem jaren zwoegens heeft gekost, en als een model van eéne monographie eener kleine stad mag worden beschouwd, zag in 1878 het licht. Het was op het einde van 1873 en nog was zijn hoofdwerk Ernest Staas niet ge-heel afgedrukt, toen hij begon te kwij-nen. Eerst dacht iedereen dat hij leed aan eene lichte, voorbijgaande ongesteld-heid, en hij zelf verloor zijne goede luim niet ; doch zijn toestand wilde maar niet beteren, en eindelijk kreeg men de droe-vige zekerheid dat er geene redding mo-gelijk was. Ernest Staas was verschenèn en alom werd dit prachtig werk, dat steeds als een der scîioonste gedenktee-kenen onzer herbloeic-nde letterkunde zal worden aan gezien, met uitbundigen lof onthaald. Gaarne echter had Tony-ook het oor-deel over zijnen arbeid gekend van ee-nen man dien" hij meer dan iemand om zijnen kieschen smaak en zijne groote aesthetische gaven vereerclr, Dr Nico- laas Beets. Een brief van dezen kwam te Lier op het adres van Tony Bergmann aan ; doch het was te laat : reeds worstelde onze uitmuntende novellist met den dood. Wij laten hier den brief van Dr Nicolaas Beets volgen, ten be-wijze dat de vriendschap, die gedurende eene lange reeks van jaren tussehen den gevierden schrijver van Ernest Staas en den steller dezer regelen heeft bestaan, dezen niet doet overdrijven wanneer hij Tony Bergmann eenen der uitstekendste letterkundigen noemt, die Vlaam/ch-België, ja, geheel Nederland in de 19e eeuw heeft voortgebracht. « Utrecht, 19 Januaii 1874. » Hooggeachte Heer, » Ik behoef alleszins uwe vergiffenis daajfvoor, dat ik de ontvangst van uw treffelijk geschenk, mij reeds \66r meer dan ééne week geworden, tôt hiertoe nog niet dankbaar erkend heb. » Tôt verschooning heb ik het volgende aan te voeren. » Op het enlcel doorbladereu van uw boek, zag ik terstond dat dit een boek was, dat mij leek, waarvan de leziug mij een ongewoon genot beloofde. » Ware het tegendeel het geval ge-weest, ik had terstond naar de pen ge-grepen, en zouder verdere kennisueming mijn oprechten dank betuigd \oor de vriendelijke schenking, » Maar nu stelde ik uit, totdat ik ailes zou hebben gesmaakt. » Ongelukkig noodzaakten mij zeer drukke bezigheden, en onvoorziene ge-beurtenissen ook de lezing uit te stellen, en zoo ging het van den eenen dag op den anderen... Vergeef het mij I » Eindelijk kwam de gelukkige «gelegen tijd ». En zoo ik u thans hartelijk mijn dank betuig voor uwen Ernest Staas, het is niet maar voor de vriendelijke tœzending, niet slechts voor de; streelende bewoordingen, waarvan gij het geschenk, op het schutblad, hebt doen vergezeld gaan, maar bij en boven dit allés, voor het groot en rijk, veelvul-dig en rein genoegen, bij de lezing gesmaakt. In aile waarheid en oprechtheid kan ik u'betuigen, onder de boeken van dezen onzen tijd er in lang geen gele-zen te hebben, dat mij zoo smaakte, en ik geloof niet dat de Vlaamsche letterkunde iets heeft aan te wij zen, dat er boven gaat. » Indien Ernest Staas in België en Holland geen grooten opgang maakt, beklaag ik den sma'ak mijner tijdgenoo-ten.» Het is waarheid en leven, geest en gevoel, fijnheid van teekening met lo&-heid van trek. Juistheid van opvatting, en schilderachtigheid van uitdrukking. En in plan en aanleg zoowel als uitvoe-ring die matiging, die soberheid, die gelijk zij van het zelfbezit in den schrijver getuigt, ook de kracht van zijn werk is. Daarenboven, dit boek,kan niet dan goed doen. Het is door en door gezond ; het komt uit een rijp verstand en een liefderijk gemoed. Er is veel uit te lee-ren, omdat het veel geeft te zien. Ik wil bij geene bijzonderheden stilstaan, daar metterdaad ailes mij even goed gelukt schijnt : elk portret, elke scène, elk ge-sprek, maar bladzijden als b.v. blz. 28-29, worden niet lichtelijk overtroffen. Het « doch hij weet wel beter», bracht mij bij de voorlezing de tranen in de stem. Bij de voorlezing, want dit ailes is een boek, dat ik voorlees ; dat ik den mijnen niet onthouden mag. En gij moest het gezien hebben, hoe het door ouderen en jongeren in mijn huiselijken kring genoten, gesavoureerd werd. » Waarde Tony, dit ailes moest Hil-debrand u zeggen ! Hooggeachte Heer Bergmann, neem deze uitdrukking zij-ner innige deelneming in uw schoon werk, met de hartelijke betuigiug zij-ner ware erkentelijkheid, in welgevallen aan van » Uw oprecht toegenegen » Nicolaas Beets, » Deze zoo gunstige beoordeeling van Ernest Staas vond hare officiëele be-krachtiging in het koninklijk besluit van 17 Juni 1875 ,waarbij door het Belgische Staatsbestuur aan Tony Bergmann de vijfjaarlijksche prijs van Nederlandsche letterkunde vpor het tijdvak 1870-1874 werd toegewezen. Tony Bergmann overleed den 21 Ja-nuari 1874. Hij had den ouderdom van negen-en-dertig jaren niet mogen berei-ken. Op Zaterdag 24 Januari werden de stoffelijkc overblijfsels van dezen hoog-bt'gaafden schrijver, te midden een overgrooten toeloop van volk ter aarde besteld. I In de Vuurlinie I IVan het front schrijft men aan de •a Tàgliche Rundschau » : Als de vijandelijke artillerie zwijgt en de barometer al eenige dagen op droog staat, dan is het niet kwaad in de loop-graven. Men leunt met den rug tegen den voorwand, strekt de beenen voor zich uit, legt het hoofd tegen de borst-wering en koestert zich in de zon, of men neemt een boek ter hand. In een hoek maakt onze regiments-kommandant op het oogenblik zijn mor-gentoilet. Zijn waschbekken is een klein waterglas. Een bataljonskommandant verschijnt. Op weg hierheen moest hij om een « beroerde hoek », die juist onder artillerievuur was. Goeden morgen, majoor, hoe kunt ge zoo verkwistend zijn, een vol glas wa-ter ! Ik heb met twee puntjes van mijn zakdoek mijn oogen uitgeveegd, de twee andere punten komen morgen aan de beurt. En geslapen heb ik ! ons hol had een echt orkest van bassen. Miin adjudant zaagde het hardst. Ik kon en mocht hen volstrekt niet storen. Hij lag met zijn beenen dwars over mijn lichaam. De heeren lachen. Het waterglas gaat nu naar den adjudant, en veivolgens met denzelfden in-houd als waschbekken van de eene hand naar de andere tôt het bij den jongsten officier aanlandt. Wij voelen ons na dit bad in vijf en een half druppel water opnieuw gesterkt, zoodat wij met nieu-vve krachten op onzeft post gaan. De Franschen beginnen te schieten. Het vuur neemt van uur tôt uur toe en springt onafgebroken heen en weer tussehen de voorste en meer naar achter gelegen stellingen. Dat is ongetwijfeld een voorbereiding met artillerievuur voor een aanval. Onze infanterie wordt versterkt. De voorste loopgraven hebben onder hevige beschieting. door de mijn-werpers te lijden. Daar is dus de aanval te verwachten. Precies om vier uur 's middags opent de hel haar kaken over ons. Anderhalf uur lang. Dan komt eindelijk het be-richt van het eerste bataljon, de vijand valt aan. Nu worden bevelen gegeven. Machi-negeweren tikken en maaien. « De vijand versterkt zijn linie voor den linkervleugel ». « De voorste tirailleursposten trekken op de hoofdstelling terug ». Een bataljon rukt tôt versterking aan, Het artillerievuur op de achterste stel-liug wordt steeds wilder. Geen plekje blijl't gespaard, Er komt dan ook be-richt, dat het aanrukken van versterking op het oogenblik onmogelijk is. De stel-ling moet in ieder geval gehouden worden.Midden in het hevigste vuur zitten wij in onze « zomerhut ». Daar moeten wij blijven. 20 pas van ons af is een bomvrije schuilpaats. De adjudant zit aan de telefoon, ik noteer en wij wach-ten op het oogenblik, dat de draad af-geschoten wordt. Daar treft een granaat onze in den loop van den nacht gedekte schuilplaats. Onze hut wankelt en laat zand doorsij-pelen. Dat is ailes. De telefoon toetert onafgebroken en ordonnancer, komen en • gaan druipend van zweet door den regen van granaten. Van minuut tôt minuut wordt het vuur hevi'ger. Het is een zonderling gevoel in dezen granaatregen op een plek te zitten achter planken, die ieder oogenblik kunnen instorten. In de loop-graaf staat de regimentskommandant. Hij geeft zijn bevelen, kijkt of ailes in orde is, als deze plek aangevallen wordt, Hij jaagt de mannen in de loopgraaf. Dat is op het oogenblik de eenige dekking. Onbewegelijk blijven liggen. Icdere kuil gebruiken. In granaatgaten liggen drie, vier man op elkaar. De on-derste kan ternauwernood naar lucht happen maar is toch niet boos als er nog een vijfde bovenop komt. Des te veiliger ligt hij. Een scherpe kraitdamp ligt als een dichte zwarte nevel over het terrein, en trekt in dichte rookwolken door het bosch. Men kan geen honderd meter ver zien. In de voorste infanterielinie knettert en ratelt het. Onze mannen zijn op hun post. Boin. De tweede granaat in de nieuwe dekking naast ons. Steenen en splinters springen in onze schuilplaats. Wij worden met zand overstelpt. Zand in de oogen, zand in de neusgaten, in den mond. Maar er wordt verder geschreven en getelefoneerd, alsof er niets gebeurd is. « Majoor v. O. rapporteert, dat zijn bataljon den eersten vijandelijken aan- ■ val gemakkelijk heeft afgeslagen. 27 ge- ; vangenen gemaakt ». «Vijand laat ver-sterkingen aanrukken, nieuwe aanvalJen 5 7ijn te wachten ». Ailes dreunt en dondert. Men heeft tenslotte geen gevoel meer. Het is of iemand naast me staat en mij voortdu-rend met een houten hamer op het hoofd timmert. En onophoudelijk nieuwe slagen. Kalm blijven. Laat hij hameren zoo-iang hij kan en wil. Zoolang de schedel :iet uithoudt. Weer een gekraak, drie meter voor jns, dan vlak erop drie meter achter ans. Nu zal de volgende granaat wel op snze schuilplaats vallen. Inderdaad : plotseling is het als vatten mzichtbare ijzeren vuisten ons bij den sraag, ons met de hoofden tegen elkaar îlaan, en dan vliegen wij door elkander jesmeten plat tegen den grand en blij-i'en minuten lang liggen. Dan tracht ik ^oorzichtig het hoofd op te lichten, voel [angs het lichaam of aile beenderen nog heel zijn, beweeg het linkerbeen, trek het rechterbeen naar me toe en slaak een zucht van verlichting als ik gekon-stateerd heb, dat er niets is gebeurd. Alleen mijn jas is stuk. ^ De hut dreigt van stof, vuil en kruit-walm uit elkaar te barsten. De luitenant roept : «zijn allen ongedeerd? » Dat buitengewoon geluk hebben wij inderdaad. Een vierde granaat wachten wij niet af. De balken houden niet meer. Wij pakken ons boeltjë bij elkaar en ver-huizen.Langzaam aan luwt het overdoovend • geschut. De zwarte schaduwen van den nacht liggen reeds over het land, slechls van tijd tôt tijd hoort men nog het ge-huil van een granaat en weer is er een kort bericht, dat de vijandelijke aanval onder ons vuur is mislukt. SAGELIJKSCH NIEUWS IETS VOOR DE DIENSTPLICHTI-GbN. — De gemeenten zijn verplicht te waken over de personen gesteld ouder den kontrool van een (( Meldeamt », dat deze het distrikt dat ze moeten bewonen met verlaten overeenkomstig met de voorschriften van het bevoegde (( Meldeamt ». Indien personen onder kontrool hunne woonplaats overbrengen in een andere plaats zonder er toe veroorloofd te zijn, zal de gemeente eene boet oploopen. Indien, in het vervolg, zulke overtre-dingen nog" gebeuren, zal ik me verplicht zien volgende maatregelen toe te passen : 1° Onder kontrool stellen van al de inwoners der gemeente, die in staat zijn de wapens te dragen en tussehen de 17 en 50 jaar oud zijn en uitoefening van een meer streng toezicht ten hunnen op-zichte.2° Afschaffing voor aile inwoners van de vijheid hunner woonst naar eene andere plaats over te brengen. Daarenboven, herinner ik, dat volgens de verordening van 26 Januari 1915, de personen overtuigd van hunne woonplaats te hebben willen overbrengen naar eene andere plaats zonder er het recht toe te hebben, en zelfs de leden hunner familie, stellen zich bloot gestraft te worden. Brussel, 20 Juli 1915. get. Baron von Bissing, Kolonel-Generaal. IN ONZE HAVEN. — In onze ha-ven vaarden op 26 Juli binnen : 4 stoo-mers, 3 motorbooten en 25 binnensche-pen.Er vertrokken dien dag : 2 motorbooten en 14 binnenschepen. IN DE MONTIGNYSTRAAT. — We bestatigden gisteren met een zeker genoegen, dat men de kasseien van de voetpaden der Montignystraat (tussehen de Troonplaats en het stedelijk Zwem-dok) aan het vervangen is door nieuwe plaveien. Nog enkele dagen werk en eenieder zal met voldoening over de ge-lijke voetpaden, die ieder in zijne strant zeker zou wenschen, eene wandeling maken. Het gemeentebestuur verdient allen lof voor zijn edel pogen, dat is van zooveel werkkrachten mogelijk te benuttigen. Laat ons hopen dat weldra nog meer-dere straten zullen volgen, zulks tôt groote vreugde der huismoeders, die niet meer wenschen dan eenen schoonen ingang aan hunne woonstede te hebben. WEER EEN UITZETTING. — Zaterdag morgen had wederom een eigenaar eene huisuitzetting doen gebeuren. Ditmaal was het een arme vader en moeder met 4 kinderen, die wegens het niet voldoen der huishuur met hunne ailes behalve luxusvolle meu-belen op straat gezet werden. Het ge-beurde in de Lange Dijkstraat. De man, die reeds sedert September werkeloos was en sinds een 3-tal weken eene bezig-heid gevonden had, die hem 12 franken per week opbracht, dus te veel om te sterven en te weinig om le leven, moest het met zijne familie alzoo bezuren. Hartverscheurend was de droefheid om te aahschouwen, wanneer de man en de vrouw met hun kroost het huis moesten verlaten waar ze gedurende 7 jaren wel en wee samen gedeeld hadden. Noçmaals doen we een beroep op het goed hart der huiseigenaars om alleen in uiterste noodzakelijkheid tôt het uitzetten van arme stumperds over te gaan ! AAN DE LEDEN VAN DE KO-NÏNKTUKE MAATSCHAPPIJ VAN DIERKUNDE. — De leden, die er in toestemmen 15 frank te betalen om het gewoon bedrag hunner jaarlijksche bij-drage te volmaken, en aan wie de bijtre-dingslijst nog niet kon aangebeden wor den of welke steeds afwezig waren bij dezes aanbieding, worden drnigend ver-zocht de taak van het Komiteit te verge-makkelijken door hun naam en adres te zenden naar M. Mauritz Gevers, 22, Lange Nieuwstraat. ECHTE MENSCHLIEVENDHEID. — Menschlievendheid in den voilen zin ' des woords mag wel deze genoemd worden welke gepieegd wordt door het be-stuur van het Liberaal Jongensgenoot-schap der 8e wijk. De oproep door dit uitstekend kinderwerk gedaan tôt de leerlingen om ter kennis te brengen wat ze voor hun prijs verlangden werd alge-meen beantwoord. De meeste onder de jongens hebben in deze droevige omstandigheden naar den wensch hunner ouders geluisterd en eet-waar, kleergoed, huisgerief of andere nuttige voorwerpen gevraagd. Het zal er dan ook spannen in de He wijk op 8 Oogst en in menig huisgezin zal voor enkele stonden een blij en helder zonne-straaltje binnendringen. Steeds zullen de ouders aan die aangename stonden te-rugdenken en onvergankelijk zal de dankbaarheid en erkentelijkheid zijn welke ze voor hun edele weldoeners zullen gevoelen. AAN DE GRENS. — We vernemeu uit Koewacht : Wijl ondauks de strenge afsluiting van de grenzen, zelfs met elektrische dra-den, er toch nog personen waren, dit het waagden over de grenzen te gaan, is men thans bezig met het leggen van een meuwen electrischen draad, waardoor België volkomen van Nederland zal zijn digesloten. Ook wordt het den laatsten cijd zeer moeilijk. gemaakt om passen naar Holland te krijgen. De Belgen mogen zelfs niet tôt op 200 m. van de grens komen. Zij, die binnen de 200 m. vvoneu, mogen zich daarin vrij bevvegen, doch gaan ze buiten dien kring dan moe-ien zij een pas hebben. ER IS LOTI EN LOTI. — Een heer-schap dat zeer aan de eer van zijn naam gehecht schijnt, doet in een klein blaadje van het zuiden van Frankrijk het volgende bericht opnemen : « De heer Pierre Loti, uitvinder van de beroemde automa-tisehe muizenval, verzoekt ons onze le-zers te waarsehuwen voor elke vergis-sing van zijnen naam met dien van een persoon, die ook Pierre Loti heet, en vvaarover soms in de krant geschreven wordt ! » DE BUITENLANDSCHE PROFES-SORS AAN DE ZW1TSERSCHE UNIVERSITEITEN. — Volgens een statistiek door het département van het wpenoaar onderwijs uitgegeven is het • aantal professors van vreemde nationali-tejt, die doceeren aan de faculteiten van zeven universiteiten der Confederatie en op de polytechnische school van Zurich, iamelijk hoog. Er zijn 160 vreemdelin-gen toegelaten om onderwijs te geven. Van deze 160 zijn er 96 Duitschers en 23 Franschen ; de overblij vende 41 zijn van andere nationaliteiten. DE SPOORWEGDIENST IN HOLLAND. — De winterdienstregeling op de Nederlandsche spoorwegen zal van af 1 Oktober e. k. in werking treden. VOOR DE SEXUEELE WETEN» SCHAPPEN. — Door de Duitsche ge-neesheeren, in hoofdzaak onder de ze-nuwartsen en psychiaters, is het inia-tief genomen tôt de oprichting van een door heel Duitschland verspreide « bond voor de beoefening der sexueele weten-schappen ». Naast onderzoekingen om-trent de physiologie en de psychologie van 4 geslaehtslevens zal deze weten-schappelijke vereeniging zich ook bezig houden met de studie der sexueele ethiek. De zetel van den bond wordt te Leipzig gevestigd.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het Vlaamsche nieuws appartenant à la catégorie Gecensureerde pers, parue à Antwerpen du 1915 au 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes