Onze toekomst: christen-sociaal weekblad

1126 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1918, 07 Avril. Onze toekomst: christen-sociaal weekblad. Accès à 23 juin 2024, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/862b854s00/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

ONZE TOEKBMST DRIE WAANDEN Fr. 1.ISB5 CHRISTEN-SOCIAAL WEEKBLAD VERSCKUNT ELKEH ZOWDAG ~ ■- - wwsœmvirjtir- b—^ita—B————■— | PER NU M MER 1 IQ Ctm. 7 APR1L 1918 BUREELEN : 1, Avenue des UrsuJines - LE HAVRE 1e Jaargang - N° 5 Hoog de larten ! Ons aller oogen en harten zijn tkans gerickt op onze dappere soldaten die, door liunneii bewonderenwaardigen krijgsmoed, de wereld verstommen. Wanneer wij spreken van « onze soldaten », dan bedoelen wij de soldaten van AL de verbondene legers die, zijde aan zijde, strijden voor dezelfde keiîige zaak... Aan den IJzer staan nog altxjd onze dappere « jassen », die sedert 1914 de wacht optrekken op ket laatste vrijgeble-ven deeltje van ket vaderland. Vergeten wij nooit dat, zoo ket ons weldra zal gegeven zijn terug te keeren in een vrij vaderland, wij zulks aan onze kracktige jongens zullen te danken kebben. Nooit zal men genoeg eerbied gevoelen voor ben die met kun bloed den losprijs be-talen van onze vrijkeid. « Onze soldaten », dat zijn ook de dappere franscke « poilus », die de bewon-dering van de ganscke wereld gaande maken. Hebt gij ze nog aan ket werk gezien in deze laatste dagen? Hebt gij gezién koe zij moedig toegesprongen zijn in den geweldigen strijd welke tkans gevoerd wordt, ten einde bruine Engel-scke strijdmakkers te kelpen en te steu-nen?Hebt gij, zooals wij, u niet diep ont-roerd gevoeld bij .zooveel moedsbetoog, en hebt gij met ons niet uitgeroepen : « Wat pracktig Fransck leger! »? « Onze soldaten », dat zijn de man-moedige, kloeke Engelscke tommy's, die door kun onwankelbaar en pracktig op-treden de bewondering van de Duitscke gazetten kebben uitgelokt : « Onze man-nen spreken met den meesten lof over den vijand, sckrijft een Duitsck blad. De Engelsche soldaat is zeer moedig. » « Onze soldaten », dat zijn de pas aan-gekomen « sammies » uit Amerika, die, door den mond van generaal l'ersking zooveel bewijs van volkomen belangloos-keid kebben gegeven, dat ons nu ineer dan ooit klaar voor den geest komt te staan, ket ideale doel om ketwelke de groote Amerikaanscke republiek in den wereldstrijd kwam. Dit ailes zijn de soldaten van ket tkans één en nauwaaneengesloten verbonden leger... Wij voelen in deze beslissende dagen tôt in ket diepste onzer vezeladérs, waar-over ket gaat in dezen beslissenden kamp... Wij weten koe op dit slagvekl ket teste en zuiverste bloed van ons volk gulpt uit de duizenden wonden van ons keerlijk jongelingssckap en koe wij zelf waardig rnoeten trackten te zijn van zulk een vreeselijke opoffering... Hoog de karten dus in deze beslissende oogenblikken... Boven ailes dienen wij tkans te den-ken aan lien die ginder strijden en ster-ven voor ons. Traekten wij waardig te zijn van kun subliem leveh, en bidden wij God opdat Hij België in de verbondene landen ze-gene en redde! H. Y AN WAAS. Eene Verklaring Wij hebben in onze ckristene sociale beweging steeds gekouden aan klare be-ginselen en duidelijk optreden. Wij zijn overtuigd dat de redactie van Onze 'Toekomst en Notre Avenir ook die gedrags-lijn volgen zal. Daarom deze toelicktin : Elke beginselverklaring afgelegd door ket A. C. V. (1) wordt geteekend : Uit naam van het A. C. V., gevolgd door de kandteekens van de gevolmacktigden. Deze verklaringen ALLEEN zijn bin-dende programmapunten. Het A. C. V. en onze bladen zijn twee naast elkander werkende, maar nocktans onafkankelij ke instellingen. Onze bladen staan niet uitsluitend op syndicaal standpunt. Ook niet ons « algj-meen secretariaat ». Blijft ket onderkou-den en ket ontwikkelen van den syndika-len geest onze koofdbedoeling, tock tre-den onze bladen en ons secretariaat op, — aangepast als ze zijn op de oorlogs-noodwendigkeden — in aile sociale vraagstukken die onze soldaten, werklie-den en vlucliteling eii aanbelangen. De Vlaamseke kwestie in ket open-baar ieven en in ket leger is eene bij uitstek sociale kwestie. Onze bladen en ons Secretariaat deelen over dat Vlaàm-sche vraagstuk dus met voile réélit de meening mede van, onze opstellers en medewerkers, maar in artikels als « Ons Ylaamsck standpunt », versekenen in Onze Toekomst van 17 Maart, is ket geenszins de bedoeling der sckrijvers deze artikels als BINDEND voor ket A. C. Y. te willen doen doorgaan, al is de uitgesproken meening ook deze van de overgroote meerderkeid onzer lezers en leden. Twee groote gedackten bekeerseken onze werking en de redactie onzer bladen : liet grootste goed van ket vaderland en de recktzinnigé, breede, vrije wisse-ling van gedackten, eenig middel om moeilijkkeden op te klaren en uit den weg te ruimen ten bate van ket algemeen goed. Ziedaar ons standpunt. Voor het A. C. V. TLendrik HEYMAN. voorzitter. (1) Algemeen Ckristen Yakverbond. Brief aan een Vriend Waarde vriend, Gij vraagt mij welke de houding zal zijn van onze bladen: Onze Toekomst en .Notre Avenir, aangaande de vraagstukken die betrekking hebben op onze binnen-landsche politiek en die aanleiding geven tôt discussies. Zult gij, zoo vraagt gvj ons, deze vraagstukken laten bespreken ofwei zult gij te werk g aan als zooveel anderen welke onder den dekmantel van een « super-nationalisme, » aile bespreking verwijderen of in den doofpot stoppen. Gij vestigt .onze andacht, bij ivijze van voorbeeld, op de taalkwestie en de Vlaam-sche Beweging. W ij zijn U zeer dankbaar, waarde vriend,y ons deze vraag gesteld te hebben. Uw brief stelt ons in de gelegen-heid te zeggen, wat wij daarover denken. Ziehier : Wij gaan uit van het beginsel dat de oplossing van een moeilijkheid . of van een vraagstuk in de moeilijkheid en in het vraagstuk zelf ligt. Daaruit volgt, dat hoedieper men in een moeilijkheid en in een vraagstuk tracht te dringen, lioe meer kans men zal hebben eene oplossing te vinden. Het hart van den nacht is de bron van den dag ; het zwartste punt van een dikke wolk zal de deur zijn waardoor de weerlicht gaat. Zoo men een moeilijkheid wil ontvluchten, zal men nooit tôt de oplosisng komen. En daar we de taalkwestie evenmin als aile andere vraagstukken, waarvan de toekomst van ons land kan afhangen, on-opgelost willen laten, zoo zijn we ver-plicht al de moeilijkheden te doorgron-den, welke eraan verbonden zijn. Het komt ons voor dat wij er veel zullen bij winnen, zoo wij vrij en onomwonden gelegenheid geven tôt een gedachtenwis-seling en tôt het voorstellen van oplossing en. Om zulks ten uitvoer te brengen, ver-kiezen wij een beroep te doen op waarlijk bevoegde personen. Om, bij voorbeeld, dat g root maatschappelijk vraagstuk te bespreken, dat wij de « Vlaamsche Beweging » noemen, wenschen wij ons te rich-ten tôt vaderla7idslievende en imionisti-sche Vlamingen, opdat zij ons, in het op-perste belang van het Vaderland zeggen, wat zij verwachten van de Regeering en van iedereen om dit vraagstuk tôt een goed einde te brengen. Het is niet genoeg overal en tegen iedereen te roepen : « Zwijg! Raak die kwestie niet aan! » Zulks is heel gemak-kelijk, maar brengt ons niet nader tôt de oplossing. Welnu, ivij willen de zaak oplossen, wij willen een oplossing voor-bereiden voor ieder vraagstuk dat tijdens den oorlog en als een natuurlijk gevolg van den oorlog gesteld werd, zoo b. v. het alcoolisme, de econornische herop-welcking van het land, de bescherming der gevangerien, de taalkwestie, enz. Wij zeggen tôt al degenen — Walen en Vlamingen — welke ons daarover verlangen te schrijven : « Helpt ons en licht ons in door uwe ondervinding, door uwe^ studiën en door uwe vaderlandsliefde ». l'an allen ecliter eischen we dat ze steeds twee groote gedachten voor oogen houden : 1) het welzijn van het land, en 2) g een vreemde inmenging in onze binnenland-sche zaken. Wij zijn immers groot en verstandi.g genoeg om onze zaken onder elkaar te regelen en naar het oordeel der vreemdelingen bezitten we genoeg Jcoel-bloedigheid en gezond verstand om een beleefde en vaderlandsche discussie niet te vreezen. Eerst en vooral dus (jeen vreemde in- menging, zootnin in de taalkwestie als in gelijk welk ander vraagstuk. Duitschland blijft den vijand. Het draaqt de schuld van ons lijden en onze ellende. Wij, Vlamingen, wij zouden bespottelijke dom-ooren zijn, zoo we niet ivilden begrijpen dat deze even onverwacJite als cynische liefde tôt de Vlamingen, gewoonweg een trouweloosheid te meer is. Daarom ook zijn we, in beginsel, tegen het activisme; daarom ook veroordeelen wij het zonder eenig voorbehoud. Duitschland wil de Belgisçhe eenheid verscheuren. Daartegen verzetten wij ons uit al onze krachten en dat zullen we bevechten met hart en ziel. TFij willen echter logisch zijn. Onze bondgenooten zelf hebben te veel takt en doorzicht om de inmenging in onze b innenlandsche zaken te wenschen.Zoo gij het over deze beginselen met ons cens'zvjt — aldus schrijven wij aan onze correspondentên —• laat het ons dan weten. Schrijft ons op hoffelijke, krach-tige of zelfs bitsige ivijze; wij begrijpen heel goed dat aile temperamenten niet dezelfde zijn. Wij vragen echter vooral geen verdenking te koesteren jegens onze landgenooten telkens als zij eene meening uiten, welke niet met de uwe overeen-stemt. Wie zou er durven beweren het monopolie der vaderlandsliefde te bezitten? Wie zou er, zonder te blozen, 'n smet durven werpen op de vaderlandsche fier lie id van zijn evennaaste? Op dit hei-lig gevoel dat thans gansch onze ziel en al de stonden van ons leven in beslag neemtf Iedere Belg weet — en iedere Christen zou het moeten weten — dat zijn evennaaste te v.erdenken een mis-daad is, waarvan degenen, welke de over-tuiging van anderen meten naar hun eigen zienswijze, de gevolgen niet ver-moeden.Vertrouwen! Onderling vertrouwen tus-sclien de Belgen, tusschen al de klassen der maatschappij, tusschen onze Waal-sche en Vlaamsche bevolkinn! Vertrouwen door middel va?i het licht dat voortspruit uit gezonde, gematigde besprekingen en boven ailes: een vrij België, één en onverdeelbaar in de eer-biediging van ieders rechten en overtui-ging.H. H. Voor De Kleine Bedienden den Openbare Besturen Louis was goed bevriend met de fa-milie X en in die familie X was er eene dockter die zoo wat 22 zomers telde. Zekeren dag werd Louis uitgenoodigd door de familie X, met vriendelijk ver-zoek zijnen vriend Jules mede te bren-gen.Dit was eene beraamde zaak. Jules was een flink jongeling van 27 jar'en en in de oogen der familie X zou kij voorzeker een voorbeeldig verloofde zijn voor kl'u-ne dockter. Louis liad voor opdrackt ge-kregen aan Jules zijn verstand te brengen, dat de ouders van dickterbij zouden willen kennis maken. — Goed zoo. Ze waren dan allen goed gezeten aan tafel, toen opeens Louis begon : — Hoe oud zijt ge nu Jules? —• Zeven en twintig. — En nog imnier jongman? — Ja, wat wilt gij; er zijn zooveel zaken die soms ket kuwelijk beletten. — Vindt gij niet, Madame, dat vriend Jules een uitgelezen verloofde zou zijn voor juffrouw? Dit was in moeders kaart gesproken, dock alvorens bekennend te antwoorden was ket tock van belang te weten welk inkomen onze Jules zooalkad. En moeder ging voort : — Mijnkeer is postbediende, niet waar? — Ja, madame! — D ie bedieningen worden voorzeker goed betaald? — A'oorzeker, madame, ik verdien op ket oogenblik kond rd zeven en dertig frank te maande. De acktbarfe dame keek verbaasd op, glimlackte, dock ant> rdde met. Des anderendaags ve, ;lde ze aan Louis dat Mijnkeer Jules m,; r juist voldoende won om kare doekters toilet te betalen. En de liefde was uit. ★ ★ -k Dit lieeft mij stof gsgeven tôt. overwe-I ging en ik ben tôt ket besluit gekomen, dat iemand die werkt moet betaald worden volgens zijn werk en er voor de be-dienden nieuwe aanpassingen noodig zijn. Men is op dit oogenblik bezig aile soort van veranderingen te bestudeeren om deze onmiddellijk na den oorlog toe te passen. Houden wij een oogenblik stil bij onze kleine bedienden der openbare besturen en werpen wij eenen oogslag op kunnen toestand. Het grootste getal dezer bedienden spruiten voort uit den werkersstand en kebben dan ook voor inkomen siets ander s dan kun karig loon. Als aanvangs-wedde ontvangen ze gewoonlijk 1200 fr. en worden op oO-jarigen leeftijd betaald aan rond de 150 frank te maande. Ziet gij daar dien ongelukkigen toestand ? Hoe wilt gij met zulk loon voorzien in uw onderkoud, den rang volgen van def-tig bediende onzer openbare besturen en daarbij iets overkouden voor vader en moeder, wat steun te versckafîen. Hoe vindt gij tock dat later, een bediende die ket ernstig voor keeft, er aan denke een kuisgezin te stickten, vrouw en kinderen onderkoude en leve op chris-telijken voet zooals ket betaamt aan iemand die van zij ne ouders eene ckris-telijke opvoeding genoot, met iets meer dan 100 frank te maande? Daar zouden moeten veranderingen aan gebrackt worden en daar ook kan ket Algemeen Ckristen Yakverbond ons mis-sckien een kand toereiken. Een metaalbewerker, die op 30 jarigen leeftijd goed op de koogte is van zijnen stiei, zal een maximum loon ontvangen, zoo kij een degelijk werk aflevert. Zulks zouden wij voor de bedienden ook moeten bekomen; deze zouden op o5 ) 40-jarÂgen leeftijd de masimum-wedde moeten bereiken. 't Is niet op den ouderdom van 60 jaar, als men ket zooveel niet meer noodig keeft, dat men met de maximum-wedde moet gezegend worden ; neen, de aanvang^wedde zou greo-ter moeten zijn en vergelijkend opgaan, zoodanig dat men na 15 à 20 jaren dienst op de koogste sport der ladder zou staan voor wat aangaat de wedde. Dit zou onder sociaal oogpunt eene groote verandering teweeg brengen bij de kleine bedienden, meer welstand zou er zijn in kunne kuisgezinnen en ik ben er van overtuigd dat er ook, zooals ket nu ket geval ia, zooreel niet zoxiden gevon-den worden die scErik kebben een kuwelijk aan te gaan en verstokte jongmans blijven. Ik geef dit punt ter overweging nu op het oogenblik dat men zooveel sociale kervormingen onderzoekt ne ik ben er van overtuigd dat ket Algemeen Ckristen Yakverbond de noodige voetstappen zal doen bij de bevoegde overkeden en dat zij met goeden uitslag zullen beloond worden. 't Is voor bet algemeen welzijn onzer bedienden en der maatsckappfl • Een kleine postbediende. De Belgische Boerenbond Wanneer Eranscken, echte Franscken wel te verstaan, over Belgiscke toestan-den spreken of sckrijven, blijkt er uit kunne woorden iedermaal eene zoo kar-telijke waardearing, dat ket als een voorbeeld kan dienen voor vele Belgiscke schrijvelaars, die denken zick intéressant te maken met van eigea land en landgenooten zooveel mogelijk kwaad te spreken.We rnogen ons zeker niet blind staren op onze nationale koedanigkeden en deug-den, dat is nu ook weer niet goed ; maar zeer nadeelig is ket voor België's goeden maam uit kleinigkeden, uit persoon-lijkkeden, uit uitzonderlijke voorvalle-tjes, besluiten te trekken van algemeenen aard, die de Belgen vaak in een zeer ongunstig daglickt stellen. Ik dackt daaraa*, toen ik ket artikel van liené Bazin las in de Eclio de Paris, van 10 Maart j.L, over de keldkaftige kouding vaa onze Belgiscke reckters te-genover de Duitscke kuiperijen in België, en waar in deyze groote Franscke sokrijver over de Ylamingen en de Vlaamseke... beweging in zoo kartelijke termen sprak, dat wij gerust mogen zeg-Q'en dat w.ij tôt du s verre nooit in eene Belg'isck-Franscke kra.nt ee.n zoo reckt-vaardig en waardeerend oordeel mocliten lezen. Dezelfde bedenking sckiet mij in 't hoofd bij 't lezen vak een artikel in 't Franscke tijdsckrift La Réforme sociale; van de kand van den Franscken socio-

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Onze toekomst: christen-sociaal weekblad appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à Le Havre .

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes