Vooruit: socialistisch dagblad

624 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1916, 09 Avril. Vooruit: socialistisch dagblad. Accès à 05 fevrier 2023, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/k35m903v5h/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

ggg' laâi* N. 89 Priia iter nommer : voor Boigië î$ ceatiemea, voor den Vreemde S centiemon VeSeloo» t SSfi^sctia 247 - Ârîr^SsilsirafEe 2843 Zgmdap 8 AFSSIL 1316 Or«laiî«'*w'îfM,sîa* L-Msaîschappii HET LÎCffT bcstujrder t p DC VJSCH. Lcd«b«rg.aeirt .. redactic . . ADMINJSTRATÎE ^OOGPOORT. 29, CENT VOORUIT Orgaan dar Belgisohe Werk/i&denparti/. — Verschijnende a/h dagen. A BON N EM £ NTSPRJJâ BELQ1E Drle RaMdea. . » , , fr. 3.2) | 2.es maandea • » « « . fr. 6.301 Een jaa». .»•.». fr. 12-50 Mco stooMcrt ricâ op alîc pM&wecte» DEN VREEMDE ©rie maaadaa MUgci^ie» verzeRd«n>. « . » . . te M9, IStstii Rljkskamtier oirar ifsn sorlsi XiicgedseU op bevel der duitich* overhtid) \ J DUITSCHE RIJXSDAG Berlijn, 5 April. owrE VAN DEN RIJKSKANSELIER DR VGN BETHMANN-HOLLWEG : (Slot) yncer onze vijanden het bloed vergieten, h et l' c'i vermoorden, het verwotsten van Europ» w *i!iep voortzetten, dan laten wij hen de <M Wij »la*n onzen man «n onze arm zal zich ten j»wner barder slaan wcten te wapenen. machtke bijval met handgeklap in de tribunen.) t-i uittireken van den oorlog heb ik hst woord van |ti( herinnerd, dat wij andsrmaal in bloedigea raitrijd datgene tt verdedigen hebben wat w.] in j vtrovtrdcn. Voor de vordeiiging der eenheid en i^heid van Duitschland zijn wij, is de heelenatie L aan aaneen gesioten, len atrijtsî gstogen, terwijl . vijaiden er ôp uit zijn on dit ééise en vrije tichlaiid (Afg. dr. Liebknecht : Vrije?) te vernie- , à' Hdchitloo» moet voor heu Duitschland weder-zooais gedurendsverloopen eeuwen, blootgesteld i a s»n de heerschzucht zijaer vijandige naburen. i den met atokalagen in bedwang te houden kwâ- i im rau Duitschland, ook nog na den oorlog, voor ; 5 aan banden moeten gelegd worden, opdat het ilOJUiogelijUhcid geworpen zij om zijne huishoud- | fc gejchikiheden ten toon te spreiden en te ont- 1 leleii, Ja, dît ailes ventaan 0-r.ze vijanden onder : Itràetiging der pruisische krijgskundige macht. i b iij zullen zich den kop inloopen (Stormach- i Fbijvat.) Ln waê xril'en. toii daarentegtnl ' b tu het doei van elken oorlog ii voor ont : [7ûo vast gegrondvest en z<5o goed beschermd Bchiand, dat nooit nog ten vijand in ver/oeking ïomtn om ens te willen vernietigen, dat iederean li nijds wersld onze rechten op algemeene de«l-t ai onz» vreedzame krachten moet erkennen. (otebijval.) Zoo een Duitschland, geenzbit de ver-ijiny Dur. vreemdc natif s, is ailes wat wij berei-jwillen, eu ciat is terzelfderlijd de redding van het ijxiijrondviiten bedreigd europeesch vasteland. [radige toestemming.) " itlitn het ons vijandslijk tegetiOTer ataand bond-potschap Europa aanbieden? Rusland : Het nood-tea Polen en Finland! Frankrijk : Het straven iàehegemonie, naar de opperheerschappij die voor pi cllende beteekenti Erigeland : De vcrsplinte-; den tocstsnd van aanhouaende prikksibaarheid, un hst hem betreft den naam te geven van even-lop het europeesch vaateland, maar die de laatste linnijsta oorzaak ^eweest is van al het oneindig 1 ùitffietdczen oorl-og ovtr Europa en over de 6 wereld is uitgeïtort geworden! (Zetr jui«t!) 'annetr deze drie machten zich r.iet tegen ons ver-gd hadden, het niet beproefd hadden om h«t rad gsKiiiedîni» terug te draaien naar de toestanden lujvervlogen tijdea, dan ware het zeker gewaeat ie europeesche vreda zich door de krachten der elievende ontwikkeling oneindig zou gebeterd en kiigd hebben. Datte bereikenj dat loas het doel de duitschepolitiek vdor d".n oorlog. Ailes wat jrilden bskomen konden wij bekomen door vrede-aiden trbtid. Onze vijaaiden hebben dan oorlog ge-in. (Algevoardigd* dr. Liebknecht : Gij hebt hem ten ! — Ongehoorde ontroering. Stormachtig ge-i : Pfui ! Buiten met den snaak! Aanhoudend ru-r. De voorzitter roept Liebknecht tôt de orde.) En zal Europa uit dezèn vloed van bloed en tranon, l« jtjtçd van millioenen terug opataan? Tôt onze iediging zijn wij ten îtrijde getogen, maar veel van irai bestend bestaat met mttr. De geichiedenis ttijzerenlaarzen voorwaartagetrokken. Een terug- 1 lis niet meer denkbaar. Duitschland en Oostenrijk ' lœgeenzins het inzicht 1 POOLSCHE KWESTJE OP TE WERPEN. ( ij is opgeworpen door het noodlot der veldslagan. zij opgev/orpen is moet zij opgelost worden. tscniand en Oojtenrijk mosien «n ziditn ze oplos-(Stormachtigc bijval.) Na dtrgelijke gebeurtenit-ktnt de geichiedenia het siatusççuo-anic (den vroe-atoesland) uiet meer. (Zeer juist !) Het Polen van len oorlog zal een ander Polen zijn. Het Polen dat t den russischen Tschinownik gebrandschat en zijn içeld beroofd werd, dat door den rus-un Kozak brandetid en beroofd verlatsn werd, ut niet meir. Zcin led-.n van de russische Ooema «en opcuiijk bekend dat zij zich het terug-tn van den îussischen Tachinownik, in hst land f sedert een Duitscher, een Oostenrijker en een «tan het werk zijn geweest ten voordeele van dit ■ukli'g volk, niet eens meer voorateilen willen. (Af-urdtgde Liebknecht, spottend : Luiïtert, luistert!) neerAsquith spreekt in zijne vredevoorwaarden net begiBsel der nationaliieit. Wanneer hij dat I, en wannetr hij zich weet te verplaatsea in den wd van zijn niet overwonnen vijand, kan hij wel lemen dat Duitschland de door hem en zijne bond-wen vrijgevochten volken, die wonen tusechen de lscne Zee en de moerassen van Volhyniêf onmoge-"fag kan overleveren aan d« reactionnaire ruzsi-fegeenng, om het even of zij Polen, Lithauer», 01 of Letton ziju (Levsndige bijval). Neen, mijne {"i, Rusland mag niet tneer in siaat sijn om ' kserbenden eene iweede maal aftexenden ie onvtrdediffde grenztn van oostelijk en '"jk Pruùenl (Stormachtige, langdurige bijval, ogeroep en handgeklap in de Kamer en in de tri-®)' Ru6land mag niet meer in staat zijn om nog-' '"et fransch geld, langa het land der Weichael : '»egjn,~spoort aan te leggen iangt dewelke het het ïdedigd Duitschland kan aanvallen, Kan in zulke wdiflheden iemand aannemen dat wij de ook de 'N het WESTEN bezette landen, het bloed des volks vergotsn is, zonder volle-| fwrbqrgen voor onze veiligheid en onze toe-:s®, zu"£r. prijjgeven? Wij zullen zorgen voor \ve-'i" waarborgen er tegen, dat Beloië een engelsch-v osai en staat morde, dat het ingericht worde en krijgSi(un(jig en huishoudkundig bolwerk tegen «nland. (Levendige bijval.) Ook hier kan er J ' spr?ak zijn van een status quo-ante. Ook hier "j mtjchland er niet aan denktn den zoolang onder-t '•i viaam«chen volksstam weder over te ievereni ® veriranschirg. (Stormachtige bijval. Uitroepin-,ri I- ebknccht. Onrust.Gebei van den voorzitter). œctt»r. Belgiê cane gezonde. breede, met zijn "vereenstemmende ontwikkelirg verzekeren, rust op de grondslagen van zijàe nederlandtche t™ «gentardijheid. (Bijvri.) Si t?'JS Vlul 8eene nabure» weten die zich [L? °Pr'ieuw verbinden om ode te verwurgen. cn weten van naburen die met oci en met L' willen medehelpen aan ons alge- Idrr'k" (Stormachtige, aanhoudende bijval. L,T "«fht roept uit: Die gij danovervaltl fr»i. ir« 'en n"noer. Liebknecht roept opnieuw : p"" % erootw t«sx»r. Kx«m *m rtma- ] < rraardiging). Weet gij dan niet, mijne hoeren, hoe de locstand voor den oorlo'g is geweest? Toen heeft de vreedzame duitsche arbeid, do vreed-tame duitsche vlijt in Antwcrpen ondsr het oog van illen die zien wilden krachtig medegewerkt aan de welvaart dea lar.ds. Doen wij ook niet nu gedurende den oorlog, wat wij kunnen om het leven des lands op te wekkan, daar waar het mo'fjelijk i»? (Bijval.) De icrinnuring aan den oorlog zal in het zwsur beproefde :and nog lan<; leven, niaai" wi) kunnen het niet dulden, niet dulden in het wederzijdsch belang, dat daardoor aieuwe.cùriot;en veroorzeskt worden. (Bijval). Htt zij mi; tocgçlateh hierbij nog een aoder vrafg-stuk aan te rakei!.' De russi tche regeeritog is er van bij net uitbreken van d«n oorlog op uit geweest om de :ussische Duitschers en de in hat land ingeburgerde Duitscherste berooven en te verfagen. Het is dus ons redit en onzen plicht, van de russische regeering te ver-angen dat zij het tegen a'.le volkenrechten en menschen-rechten gepleegd onrecht weergoed make, dat zij voor i« gevangenen cn dî verjaagden de deur opene om ze te verloFsen uit hnre knechtschap. (Bijval.) H«t Europa, dat uit deze schrikkelijltste aller crisis-sen zal opstaan, zal onder veel andere opzichten niet ïieer geiijken -:an lict Europa van voorheen. Het ver-;oten bloed keert niet meer terug en de verwoeste rijk-iommen kunnen alechts langzaam herstcld worden. Viaar hoe ailes ook zijn moge, voor de toekomst moet ;r voor aile volke® een Europa van den vreedzamen irbeid opgericht worden. De vrede, die aan dezen >orlog een einde zal stellen, moet cen duuname vrede :ijn. In de vredevoorwaarden mag niet weer de kiem ran nieuwe oorlogea Relegd worden, maar er moet ;ezorgd worden voor eece aldoende, vreedzame rege-mg der europeesche toastanden. (Afg. dr. Liebknecht : Schenkt eerst de vri jheid aan het duitsch volk ! Groote, Ugemeene onrust en levendige uitroepingem) Wij zijn n langduiig# oorlogsgemeenschap m?t onze iondqe-tooltn imiaer sterker geworden. (Bijval) Op die rouwe oorlogskameraadschap moet en zal eene àrbeids-jemeenschàp des vredes volgen, die zal in dienst staan fan de huishoudkundige en beschavingslievende wei-raartjicr immer vast aan elkander verbonden landen. Levendige bip-al.) Wij gaan ook op dit gebied een enderen w«g dan >nze vijanden. Ik riakte deze kwestie reeds vroeger an. Engeland wilook na het sluiten van den vrede ;een einde aan den oorlog, daar het dan den handels->orleg op de «cherpste manier wil aanvangen. Ecrit noetsn wij op krijgskundig gebied en dan op hui3-loudkimdig, op handelsgebicd veniietigd worasn. Op :1k gebied ontmoeten wij dus eene brutale vernieîings-in verpletteringswoede, met den vermeten wil een ■■olk van zevviiig millioenen menschen kreupel te tlaan... Ook deze bedreiging zal men wel afleeren, naar de staatsmannen, die zulke woorden uitspreksn, nogen er aan denken : hoe hettiger hunne Vtoord.en tlinken, des te stn her zullen onze slagen vallen. Levendige bîjvsl ) En wanneer wij over"de europee-cne grcî^ei ronazitn : Vmï elke gerneenschap met het 'sderisnd afgesloten, hebben on;-e verdedigingstroepen :n onze laedgenooten onze koloniën met taaien moed (erdedigd, zooals zij nog op den huidigen oogenblik, n Oost-Afrika, hskihaftig elken voet grond tegen den iterken vijand verdedigen. (Bijval.) Maar het eigenlijk ot der koloniën wordt niet ginder. maar zooals Bis-narck zegde, hier op het vasicland bcslist, zoodat >nze zegepraal «lhitr ons cen koloniaal gebied zal vaarborgen, waardoor aan den onvermoeibaren duit-,chen ondernemingsgeest gelegenheid zal gegeven zijn >m zich vrij te ontwikkelen. (Levendige bijval.) Zoo pan wij vrij en openlijk, maar met stijgende zeker-îeid, de toekomst te gemoet. Niet in overhaasting of n zelfsbegoccheling, maar in voile dankbaarheid jegens mze krijgslieden zoowel als in het heiiig geloot aan ms eigenzelven en ni onze toekomst gaan wij onzen «a»g. Hoog en breed ala bergen ligg<JH bij onze vijan-ien zelfsbejoochelir.g, grimmige haat en volksbedrog >p de geesteu te werken. De vijandelijke staatsmannen langeii aan elkander en vinden steeds nieuwe formulen roor het oude opdat hunne waan niet zou moeten ver-oren gaan. Wij hebben geen iijd voor reéenaarskunsten. Levendige bijval.) Sterkerzijn de feiten die wij voor Dns latea apreken. (Stormachtige bijval.) Van aile lorlogvoerende machten is Duitschland de eenigste die loor hare vijanden,uitden mond hunner ataatsmannèn, jedreigd i« rcet vernieling, met verbrokkeling, met 'erplctterinj van zfjno krljgsktindige en huishoudkun-lige macht. De drijvende krachten, di« voor den oorlog het ver->ond tegen ons tôt stand gebracht hebben, de verove-ingszucht, de wroaklust, de ijverzucht tegen den kon-urrent op de worsldmarkt, zijn ook gedurende den >orlog, ondanka degrootste nederlagen, mochtig aan let werk gablevan. Voor wat deze oorlogsdoelsinden iangaat zijn Lonien, Parij» en Petersburg goed eena-;ezind gebleven, Maar tegenover dezedaadzaak stellen vij de andere daadzaak dat als de ramp over Europa osbrak, wij — andera dan in 1870, toen ons rijksland m ons keizerrijk voor elken duitschen strijder als over-vinningsprijs op het spel atond — voor eenigste doel ladden ons te verdedigen, te trachten den vijand af te landen van onzen grond en hem zoo snel mogelijk te taan verjagen daar waar hij op eene zoo ongshoords vijze zijps verr.ielingswoede uitgewerkt had. Wij hebben den oorlog niet gewild. legen onzen cil zijn wij er in çesleept. Wij zijn het niet geweest lie andere naties bedreigd hebben mot vernieling van laar bestaan en haar n&tionaal wezen. En van waar ha-en wij de kracht om, in eigen iand, de door het verbre-;en onzer gemeenschap veroorzaakte moeilijkheden te iverwinnen, om het in het buitenland tegen onze veel alrijker zijnde vijanden zoo lang vol te houden, ze hier n daar te slaan en ze eindelijk te overwinnen? Is er cmand die wilgelooven dat wij eene dergelijke krachtj, >utten uit eenige veroveringszuchl ? (Atg. dr. Liob-ij :necht : Jawel ! — Stormachtige kreten van veront-j 7aardiging.— Kerscliensieiner roept : Werpt er hem' och eens onder ! — Gelaeh overal.) Onze soldaten heb-len overal groote heldendaden volbracht. Ons volk loeft der wereld zooveel geestelijk goed geschonken. Sedurende vier-en-veertig jaren waren wij de vrede-ioverîdste van aile naties en wij zijn toch zoo niet ineens ■eranderd in barbaren of Hunnen. (Levendige bijval.) )at ailes zijn echter uitcindsels van het slechigewe-en dergenen die de schuld van den oorlog dragen. Stormachtige bijtreding.) De laatste aanspanning van onze vijanden bestaat in le bewering dat wij ons op het amerikaansch vasteland willen werpen. (Gelaeh.) Dat is eene zoo bespottelijke antazii «la de bewering dat wij braziliaansch of ander uidemcrikaansch grondgebied beloeren. Koelbloedig E^gen wij deze dwaze, kwaadwillige beachuldigingen >1) de rest, (Bijtreding.) Om one bestaan, om onze toe-:omst ga«t het in dezen oorlog. En omdat iedereen vaaj ins dat weet, daarom zijn onze harten en onze zenuwenî 00 sterk. Voor Duitachland, niet voor een vreemd stukjf and bloeden en sterven onze duitsche zonen. (Afg. dr J liebknecht : Dat ia niet waar ! Onrust. Gebel des vocr-j ittera. Terugroepicg tôt de orde.) Het zij mij toegela-* en te aluiten met eene persoonlijke herinnering: Als ik le laatste maal in het lioofdkwartier verwijlde stond ik net de^ keizer op zckere piaats, waarheen ik hem reeds •oor aen jaar vergezeld had. De keizer herinnerde zich KmM#. <% over de groote verander ingen die wij in den loop van dit jaar bewerkt hebben. Destijds atonden de Russen tôt voor den kam der Kwpathen. De doorbraak bij GorKce en de greote offenï:ve van Hindenberg waren nog niet eens aan den gang. Hcden staan wij diep in Rusland. Destijds bereden de Engelachen en de Franschen Gailipoli om den Balkcn t<*en ons in brand te blazen. Heden staat Bulgarie vast en trouw aan onze zijde. (Bijval.j'Destijds slocger. ifij den zwaren afweerkamp in Champagne. Heden klûirk tuaschen de woorden van deu keizer het kanonged,onder over Verdun. Diepe dankbaarheia god, jegens leger en volk vervulde het hart van den keizer. En ik mag wel zeggtn dat op dezen atond het ov., cboord zwnre, dat in den loop van dit jaar door vloct on leger geoffcrd ia, krach-tiger en aanmoedigender aan onze ziel gekomen ia dan ooit. Op dezen ernatigen st'md, mijne lieeren, ia uwe en onze gemeenzame opdracht dubbel verantwoorde-lijkheidavol.G een «eder jedacht kan 011a bezlelen dan de vraag : hoe helptn, hoe ondersteuren wij het best onze strij-ders, die ginder ver in de (popgraven, voor ons aller vaderland, hun leven ten pssfcde stellen ? Een geest, een wil drijft ons, dat deze on» allen drijvende geest ona ook leide. Deze geest ia het die over den strijd der vaderen heen onze kinders cn kleinkinders naar eene aterke en vrne toekomst leiden zal! (Levendige toijui-chingen, aannoudende bijva; en handgeklap.) BE&Emm&mmEn VEEORîïEMNG De rechstreekscbe en onrechtstreekscho bo-lastingen, in koofdsona en opoentieœcn toa vcordeole van den Staat, bcûtaaiide op 81 December 1915, zullen gedurende ket jaar 1918 geïnd worden volgens de wetten en ta-rieven welke den omslag en de heffing er-van regelen. Doze verordening heôit teiug-werkende kracht van af 1 Januari 1913. A. H. Q., den 1 April 1919. Dsr Oberbefehlshaber, Hsrzog Âlbrecht van WUrt tanker g. VEROEDEIïrNG BETREFFEND KENTEEKENS VOOR SCHIPPERS 1.) Aile peraonen toebehoo rend© son do b&-manning van schopen, rrouwen en kin-deren inbegrepen, mo;ten gedurende hun verblijf in het gebie.l der Etappsn-In-ppekrion dsr 4. A.rp>"~\ eene dchtbare on aan de iinker bovencitraw vasteenaaid kenteeken in vorm van eenen amiter dragen, onverschillig of zij aan boord of aan land zijn. 2.) De kenteakens worden door iedere Ha-vcnkominandantuur on ieder Havenambt in het Etappengebied kosteloos en in het vereischte getal verstrekt. 8.) Als laatste termijn voor het aandoen der kenteekens wordt de 15e April vast-gesteld.4.) Lieden van de seheepvaarfc, welke na af-loop vaji dezen tijd zonder het voorge-schreven kenteeken worden aangetroffen, zullen met eene geldboete tôt 4000 Mark, of met gevangenis tôt 1 jaar of met hech-tenis worden gestraft. Daarneven» kan het schip en de goederen verbeurd ver-klaard worden, de borgstelling ingehou-den en de vergunning tôt varen en het schipperspatent afgenomen worden. E. H. O., den 26 Maart 1010. Der Etappeninspekteur, von Unger, General der Kav&llerie. TEMTOONSTELUI^a m rilJVERHEIQ EN KONST isi "S 910 in de feenorian- «n bovenzalen van H«t FEESTLOKAÂL «VOORUIT » 8t-Piet»r<eni«uwsti*fiatl Qsnt De afdeeling der vsrschiilende Kunsten, welke hare tableaux, beelden, bouwkundige plans en werken van graveer-, lithografie-, teeken- en versieringskunst zal nitstallen in de twee aan elkander palende prachtige en ruime zal en : de voordrachtzaal en het restaurant, komt aan al de beœfeoaars der Kunst het reeds in het blad c Vooruit » verschenen proBpektus te sturen, benevens het règlement in eenige ai'tikelen de schik-king der Kunattentoonstelling behelzende, dat wij hier laten volgen : SCfflEKïîîGEN jVOOR DE KUNSTTENTOOÎÎSTELLING ! 1. De Kunsttentoonstelling zal omvatten : A. Schilderkunst. B. Beeldhouwkunst. 0. Bouwkunst. D. Sierkunat. E. Graveer-, lithographie en teekein-kunst.2. De tentoonstelling zal geopend worden den 9 Juni, ten 10 uur 's morgens, en sluiten den 17 Juli, te 6 uur 's avonds. Zij zal open zijn allé dagen, van J1 tôt 7 uur. 3. De werken der bovengenoemde groepen moeten ten laatste den 26 Mei 1916 in-gezonden worden. 4. De ingezonden werken moeten door eene Aanvaardingsjury en een lid van het Hoofdkomiteit aangenomen worden. 6. De jury zal gekozem worden door de kunstenaars zelf, op eene nog lator te bepalen algemeene vergadering. 6. Voor iedere afdeeling zal eene jur^ gekozea yord«o, beetaauck uit dm werkende leden en twee suppleanten. De jury heeft » het recht ingezonden werken te weigeren. 7. Zijn uitgesloten : De werken door per-sonen ingezonden welke er den maker niet van zijn, zonder verlof van laatst-gemelden of dier rechthebbenden, als-00k aile oopij. 8. Geen werk mag v66r het Bluiten der tentoonstelling afgehaald worden, (is niet toepasselijk voor de ge-weigerde werken). 9. Het getal te plaateem werken zal worden bepaald en beperkt door de plaats-ruirnts en door het aanta,l deelnemers. 10. De maatschappij < Tentoonstelling van Nijverheid en Kunsten » neemt geene verantwoo r delij kheid op zich betref-fend« het beschadi^en der ingezonden werken. 11. De tentoonstellers moeten zelf op eigen kosten hunne werken verzekeren tegen brandgevaar. 12. De werken moeten op eigan koeten ingezonden en teruggehaald worden. 13. Geen enkel werk uit de tentoonstelling mag worden gecopiëerd of afgebeeld, onder gelijk welken vorm, zonder spéciale maohtiging van den mzender. 14. Er zal van de verkochto wsrbon 10 % afgestaan moeten worden voor het d&kken d&r onkosten. 15. Zij die wencchen deel te nemen aan de Kunsttentoonstelling, moeten het in het Sekretariaat te verkrljgen toetredings-bulletijn invnllen, er op vermelden of het schilder-, beeldhouw-, bouw-, sier-, of teek&nkunst is, en het v<5<5r den 15 April 1916 terug senden naar het Feesst-lokaal « Vooruit », St-Pietersmeirw-straat, Gent, onder omslag, met mel- ding : « Kunsttentoonstelling ». Tôt de kwastiel,fEîS!) Foblio,, Le Bien PvbUc antwoordt op onze artikels over het stelsel der région. Zijn schrijven is tamelijk lang en wij zien dat hij voor veel dingen handelt, jnist behalve over... de re-giën.'t Is â» aaàxx"n dis Le Bien PvbKc rteo-dig vindt te verdedigen. Dat ia voor den oogenblik de zaak niet, kameraad. Iedereen kent de opinie der katholieken en dus ook van Le Bien Public betreffende de aalmoesgeverij. Gij mo&t antwoorden en klaren uitleg geven over uw gezegde, dat gij de darsemannen lîever twaalf franken per week zoudt geven zonder werken, dan al ar-beidende.Houdt gij dat staan d»1 Zult gij logide uw voorstel nitbreiden ook tôt de kandidaten-darsenwerkers en tôt de werkeloozen in 't algemeen 1 Gaan nwe gemeenteraadsloden dat voorstel doen en wie gaat het verdedigen? Houdt gij vol dat de regiën over 't alge-meen achadelijk zijn? Ziedaar waarop gij moet antwoorden, Bien Public? Wij dagen w U toe nit! » » » Het klerikaal orgaan draagt ons waarlijk in zijn hart en hij treedt op als onzen onder-wijzer, wanneer hij schrijft: Vooruit heaft geen het minste begrip van wat liefdadigheid is. Hij vat niet dat men liefdadig kan zijn, op eene andere wijze, dan door een halve kluit toe te werpen aan de ongelukkigen en zulks door hen veeleer op te heffen uit hunne verlaging, in piaats van hen te laten voort wroeten in hunne ellende. Vooruit denkt niet, dat men liefdadigheid kan plegen tegenover de werk-lieden, tegenover de boeren, tegenover de rijken zelven ai dat men ze aan allen verschuldigd is. Inrichtingen scheppen en betalen die de werklieden helpen, om zelven in hunne behoeften te voorzien, zonder de hand tôt iemand te moeten uitsteken, dat is liefdadig zijn; weet dat Vooruit! De werklieden versterken door de hoop in eene betere toekomst, het vak-onderwijs onder hen verspreiden, de een- h dracht onder hen her stellen,^uit hunne ziel en uit hun hart de vooroordeelen, de dwade driften, de haat rukken, luister Vooruit, dat is liefdadighid. Hunne oogen openen voor het licht, dat klaarte werpt op hunne levensbe-stemming, dat is do grootate ljefdadig-heid die men kan plegen en in dien zin, begrijpt men dat de rijken zelven de be-hoefte hebben dat men tegenover hen liefdadig weze. * * * Wel bedankt voor die les, maar wij moeten U doen opmerken, Bien Public, aat gij geenen tœpet mist. Gij treedt hierop om ong lessen te geven, als een socialen schoolmeester. Welnu, gij blijft weinig geschikt voor die anders zoo eervolle roeping. Gelief nu op nwe beurt, ook de moeite te doen om naar ons te luisteren. De eerste en de grootste verdienste van een onderwijzer — en vooral in sociale vraagstukken — is van zijne daden zooveel mogelijk ter overeenstemming te brengen met zijne theoretische leerstelsels. Welnu wij vragen ons af, of Le Bien Public zulks doet en de katholieke partij met hem? Wij meenen het verkeerde. Dat men an- l der» Uef.da^ijyt^jsigJap ,4m SB«JWtwJ kluit m de handen te stoppen van een be-delaar, dat is maar al te waar.. Dat die dutsen opheffen uit hunnen staat van ver» laging een veel hoogeren «1 beterea vorm h van liefdadigheid, dat ia nog veel waar-der.Maar helaas, 't is juist dat hetgeen do katholieken niet doen. Wij hebben jaren en veel jaren, in passant, dezelfde bedelaara aangetroffen aan de kerkportaalen. Wie had ze opgeheven uit hunnen staat van verlaging en ellende? N iemand I De priesters en de beaoeker* hebben ze bedelaara gelaten. En als zulks aan de kerken niet gebeurt, dan zal het nog minder in andere katholieke middens gebeuren. Overigens, ge moet eene sterif» dosis Dre-, tentie bezitten, om — zooala Le Bien Publie het durft, — de katholieke partij aan te stellen als zijnde deze van het Iieht, die de werklieden de hoop inpompt in eene betere toekomst, als de partij die de eendracht oa-der do werklieden wil hersbellen, die haat en de vooroordeelen uit hun ha*fc wil rukken. Juist het verkeerde is waar. 't Zijn 'dai sociaiisten die het «Werklieden aller lao-, den, Vereenigt Û !» in de wereld hebben geslingerd en aan de loonelavesi gêaegd heb-oen, mits ÎJ te vereenigen, te strijden en broederlijk en solidair te zijn, behoort U de toekomst, van meestersehap over trwo voortbrengst, van veraekerden weletaod voor uw werk, vam eerbied voor dea arbeid, yan rechten en medebesturen in uw land en in ailes wat U aanbeiangt. Hebt gij, Bien Publie, ooit eene dergein-ke hoop, een eoo verhevon ido&al root 0$ oogen der arme moedelooze werken» durven tooverenî Wij antwoorden zeive: neen, nooit I En heden nog durft gij onze verklaring niet ondarsehrijven, daar zijn wij seker van. gij durft en gij moet het niet doen, fiiaaf als gij zijt van het kapitaîlsme. En staakt als 't u blieft nwe schijnheilig-heid, als zoudt gij in uw liefdadig hart en in uwe rerliehte heraena de eendrachi der werklieden betrachten. Gij hebt ailes gedaan om ze te vordeekm. De stichting van het verdeeîend en het' haatzaaiend rvntj-toci'alisme is het werk nv/er partij, on gij hefet het grafoœftd en toe-gejuicht.In de werkstakingen hebt gij altijd de' ruziemakers, de onderkruipers aangemoe-digd en verdedigd en de katholieke partij! aarzelde niet de werkstakers in 't gevang te stoppen en zelfs niet ie te vermoorden. Ziedaar het werk waaraan gij geholpen' hebt, Bien Public, en gij haalt er weinig: ee-re van, geloof ons vrij. (Wordt voortge*at). F, H. Ss RsgMfiigsrutiaru! m Hoiland De («N. R. Crt.u schrijftj Na de dagact van onzekerheid en op-en-af, af-en-op gaaiH de zenuwachtigheid heeft de Regeenngsver-klaring van gisteren eene getemperae ge-ruststelling, of kalme ongerustheid 1— al naar men hœt nemen wil — gebracht. Het; is wellicht juist hetgeen de Regeering ver-ïangde, en dan heeft zij den goeden toeffli getroffen. De stemming hier te lande wis-eelde af met de grilligheid van het voor-jaar. Den eenen dag zag men. aan den polit ieken hemel sleohts lachenden aonneschjjn ailes seheen rnstig en vredig; daags daar-op verbeeldde men îâc/h dat de stormen z66 over het land zouden losbarsten. De Regeering heeft nu den barometer voor iedereen verstaanbaar af geleaen : bestendig, doch met neiging tôt dalen. D® Regeering besehikt over «gegevens» — dit is dus een meer zekere grondslaç, dan j geruchten, kansberekeningen, politieke be-rekeningen, militaire aanwijzingen, of ver-wachtingen oplevereo —, die «toeneming der geva,ren, waaraan ons land bloot staat, doen duohten. » Men lette ook hier weer op den ernst van het gekozen woord. Op grond1 van de der Regeering ten dienste staande gegevens, wordt toeneming van gevaar ge-vreesd.Van welken aard dit gevaar is, leert ona; het eerste gedeelt© der verklaring. De mili-j taire maatregelen van voorzorg «in verband met het onwrikbaar besluit om onze neutra-liteit strikt të handhaven». Politieke verwikkelingen, die er toe aan-leiding moesten geven, bestaan op het oogenblik niet. Het gevaar, waarop de Regeering doelt, is dus naar aile waarschijn-lijkheid hierin te zoeken, dat eene of meer der oorlogsvoerende partijen er in de naaste1 toekomst toe konden worden gebracht, de neutraliteit van ons gebied niet langer aoo : nauwgezet, als tôt nu toe het gavai was, te! ontzien. Wanneer de Regeeringsverklaring dan l ook spreekt van het «onwrikbaar besluit) om onze neutraliteit strikt te handhaven », j richt zij zich daarmee meer tôt de oorlog-! voerenden dan tôt ons. Dit is eene waar- i schuwing naar beide zijden der oorlogvoe-j renden. Van welken kant, door wiens handeling; toeneming van gevaar voor ons land opda- i gen zou, daaromtrent geeft de regeeringsverklaring geen opheldering hœgenaamd het kan ook in het midden blij-vcn. j Wat uit de verMaring duidelijk is, ie dit » ^dat arnB bmdeiïm oî. klaarîiîiikaliïk

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Vooruit: socialistisch dagblad appartenant à la catégorie Socialistische pers, parue à Gent du 1884 au 1978.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes