Vooruit: socialistisch dagblad

1831 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1917, 01 Avril. Vooruit: socialistisch dagblad. Accès à 12 juillet 2024, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/348gf0nw04/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Droînter-U itgeefste» & Maaîschappij H ET LICHT bcstunrder» P. De VISCJ1. Ledcberg-Oent . REDACTIC . . ADMINISTRAT^ «OOGPOORT, 29, GENT VOORUIT Orgam der Belgisehe WerkUedenpartiJ — Verschjjnende a/le dagen. ABCNNEMENTSPR^J/ BELGÎE Drie maanden. . . , . fr. 3.29 Zes maanden . . . . . Ir. 6 50 Een jaar ....... fr. libO Men *booneert ddi op al!? fK>»ttmneeJ#> OEN VREEMOC Ont maanden HUgciijk» verionùen». 19 r> daçgen lier molding ' voor de ^eerplichtige Belgische onderdanen der jaren 1872-1900 inbegrepèn voor de maand April 1917 2 April L. 3 s A en B, N* 1-700. 4 s M. ; g » B, Nr 701-3000. 7 > N, 0, P. 10 ' V. ' V ^ > Q en R. 12 D, Nr 1-1000. 34 S. 10 » D, Nr 1001-2000. i7 » T en U. M s », Nr 2001-3000. >9 V, Nr 1-1000. îi: > D, Nr 3001-4000. 23 V, Nr 1001-2000. £1 D, N* 4001-9000. .2.3 V. Nr 2001-3000. 26 < E, F, G. Y, Nr 3005-4000. ;s H, I. J. K. 30 V, Nr 4001-9000 en W, X, Y, Z. De Meldingsnren zijn: ;s Voormiddags, van 8 tôt 12 uren; 's Namiddags, van 2 tôt 6 uren. Oent, den 31 Maart 1917. De Etappen-Kommandant, von WICK. DeAcitoripArbeidsilag VergelSIkenile studio over toepasshig dezei1 groot® ^©rvor'siiipgg VI M. A. E. Seaton, de bestuurder van de Hull Shipbuildig and Engineering Cio gai ■ dé vierde reden, zijner vijandschap aan hefc achturenwerk op als volgt : « Ik denk dat M. Alla®,' niets an dors be-Wûzen heeft, dan dat de vakvereeniging der verbonden mekaniekmakers en anderen, toef: wie hij te doen had, in acht uren zoo-I vèpl. konden doen. als dat. wat zij vrœger ■ W negen uren deden. » Ik had hem zulks kunnen leeron voor-ï '»ieer hij zijne proefneming begon, omdat ; ik door mijne boeke® weet, dat het aidas .> Hetgeen hij bewezen heeft, is, dat door I aan zijne werklieden een kortér arbeidsdag Il toe te staan en door hen op versehillende I wijzeo aan te moedigen, hij ze er toe ge-J bracht heeft meer te doen voor hem, dan I ze voor mij doen. i> (1) Maar als M. Allan dat bewezen heeft," dan bewees hij ailes wat moesfc bewezen I worden. Men mag zieh met verwondering Iafvragen, indien M. Allan zijne werklieden ibeter doen arbeiden heeft, door hen de®, achturigen werkdag toe te staan en door ze ap verschillende wijzen a<wi te moedigen, waarom "hetzelfde niet zou gebeurd zijn ander het bestuur van M. Seaton? Ten vijfde, M. Allan zou gelukt zijn, omdat zijne werkhuize® van weinig belang 'zijn. , Dat was on juist, want M. Alla» bezigde iu zijne ateliers drie honderd tôt vier hon-,derd werklieden, een aantal dat ruim vol-doende is, voor eene dergeîijke proefne-1 ming. Ten zesde meende M. Seato® dat M. Allan over eene geheele bijzondere soort van mensehen beschikte. Ik weet- het niet, zeg-de hij, maar ik veronderstel het. Wat ellendig ar-ument ! Vooreerst had M. Seaton beter gedaan van er zich van te overtnigen dat de werklieden van M. Allan speciaaî voor hem ge-bakken waren. Maar dan nog veranderde zulks niets aan de zaak, of het nitgelezen mannen waren of niet. Hetgeen van gewicht en als beslissend gelden mag, is dat met dezelfde werklieden, met dezelfde machienen en me* dezelfde grondstoffen, de voortbrengst grooter was met den achturigen werkdag. Inderdaad, de werkman der acht uren. is eeu geheel bijzonder soort mensch vergeîe-fcen bij den werkman der negen uren. De zevende reden luidde: « Het is na-tunrlijk dat, gezien de machienen twaaîf en half ten honderd meer afleggen in negen uren dan in acht, het verlies van elf per honderd moet zijn, als men den werkdag Tan negen uren op acht uren vermindert. « Niets zal mij overtnigen dat een mole® in acht uren, zooveel doet als hij kan doen in negen uren, aïs er in beide gevallen ge-*erkt wordt gelijk het zijn moet. » Ehwel 't is daarom dat ik niet t'ak-soord kan zijn met M. Allan. » Die laatsfce reden kwam de getuige zeker als de gewichtigste voor, daarom had hij ze voor het slot bespaard. Helaas, 't is maar eene oude valsehe ken-nis.. Het is natuurlijk lclaar, dat eene machien m acht uren zooveel niet zal voortbrengen Iab in negen uren, vvanneer men ze in de beide gevallen op gelijke wijze beha.ndeld. I Zooieta behoeft geen betoog zelfs. I Maar hetgeen door de ondervinding van ^ Allan — en van geheel veel anderen — fcwezen werd, is dat de werkman, die zijn (1) Labour Coinauwsfon A. Cta- aesee best doet, on der het regiem der korte werkdagen geheel dikwijls zooveel en meer zal voortbrengen, aiich bedienende van dezelfde machien, daoï wat hij voortbracht in al dezelfde voorwa&rden behalve met lan-gere werkdagen. Hetgeen M. Seatim hier zoo ongeloofbaar vind, dat was jnist het feit, dat door den beheerder van M. Allan volledig vastgesteld was, namelijk dezelfde menschén, met dezelfde machienen, «lie zooveel en meer maakten in a*cht ureo ais vroeger in negen uren. ^ En wij vragen het oiia af : is het niet treu-rig en wreed zelfs te zien, dat duizende werklieden zich een bohoorlijke, redeHjke rust zien weigeren, oui dat een handsvol pa-troons, weigeren van ite gelooven aan een feit, dat aile dagen voïwezenlijkt woratT M. Allan schijnt we? volkomen gelijk te hebben — en het gebeurde sedert dien toont dat hij gelijk gehad hiaeft — wanneer hij vorklaarde dat de patrôons, nooit het ,acht-urenwerk zouden aangei^omen~hebbon, zoo-lang zij er niet zouden toe gedwongen worden door de wet. En dat is, de waarheiH. Da4 de we-rkHe-den het nooit vergeten. t * * Voor eenmaal toonde d-â Engelsche regee-ring op het einde der Btegentiende eeuw meer initiatief, dan de bijzonderen, het deden namelijk de proef van het achturen-werk in de kardoezenfabrifek van het Arse-naal van Woolwich. De werklieden brachten Kooveel en meer voort sedert da vermindering der werkuren. In elk geval gelukte de pteoefneming zoo uitstekend en volledig, dat de minister Campbell Bannerman, die àe deed, in het EaJ^elsch parlement verklaarde dat het mi-nijterie van oorlog van zin M'as, het acht-urenwerk algemeen in te voeran in de werk-huizen der artillerie, die reads ond«r het beheer van den Staat waren. « De uitglagen van mijn onderzoek, zeg-de hij, antwoordende aan John Buros, hebben mij en mijne oollegas overfcVugd, dot de inwendige inrichting dezer fabrieken en den aard van het werk, toelaten van de weke-lijksche werkuren op acht ea veertig t© brengen, 't zij acht uren per dag, zulks zoowel ten voordeele van den Staat, als ten voordeele der werklieden en ik zal die verandering doen, van zoogauw «le noodige sdhikkingên ktinnon genomen worden. » Deze hervorming îd de werkhuizen der kanonnengieterij belangd 18 duizeind werklieden aan, een getal dat M. Campbell Ban-nerman niet noodig da-cht t® moeten ver-meerderen, tenzij in gansdi uitzonderlijke gevallen. Men was tôt da overttriging en het be-sluit gekomen, dat indien er eene verhoo-ging der loonen plaats gTeep, deze xou ver-goed worden door eene besparfeig van brandstof en ook door de meerdere voort-brengstkracht der werklieden en eindelijk door de afschaffing van den rnsfttijd, be-steed aan het eerste ontbijt, door d$n tijd gewonnen, die tôt dan toe verloren giing. Het nieuw regiem trad eene m stand j>a «8e verklaringen in voege. M. Woodarll, lid van het Engelsch j>arie-ment, secretaris der financien bij het rainis-terie van oorlog, gaf zijn eerewoord aïs za-kenman, dat die hervornangen niet alleen nuttig waren voor de werklieden, maar spaarzaam voor de geheele na<tie. En hij voesrde erbij : dat hij aile schiLdkin-gen kwam te nemen om den Achturigen werkdag spoedig.in te voeren in de faburie-ken van militaire kleeding. Wat nu gedaan is ! (W. v.) F. Hu In du Msriien Riiksâag Eene Rede van den RijkskansellH .Rijkskanselier dr. von Bethmann-Holl weg sprak in den Duitsohen Rijksdag vol gende- rede udt : Ik zal uit de groote reek der onderwerpen, die door de heeren vo rige sprekers behandeld werden, sleehft een enkel bespreken. Vooreerst is het mi; daaraan gelegen om in den naam der ver bonden regeeringen den Reichstag te be-danken voor de spoedige en afdoende op-lossing die gegeven is aan de kwestie dei belastingen. Dank aan de heden genomei besluiten hea't de Reichstag zich ander maal verdienstelijk gemaakt voor het va-derland. Hij heeft ons daardoor een we zenlijk oorlogswapen geschapen dat ons verder met hoop en vertrouwen vervult. Mijne hoeren, de wereld^eschiedkundige gebeurtenisseM in Rusland staan aan het hoofd der uitslagen. Voor zoover wij van hier kunnen oordeelen, ia keizer Nikplaas slachtoffer van zijne eigen schuld geworden. Sedert zeer lange ti.jden waren Pruisen en Rue 1 and door eene traditionneel geworden vriendschap verbonden. Maar uit het russisehe heerschers-huis was de laatste drager der s^oude goede betrekkingen eigenlijk met Alexan-der II ten grave gedragen. Zonder eenige inaclitneming der banden, die de aan el-kander greozende landen in den loop eener eeuw met elkander verbonden hadden, lût het oog verliezend dat er geene bestaans-voorwaarden voorhanden waren om de beide landen van elkander te scheiden, geraakte de laatste czar meer en meer in . haà «aarwaà&T dm wtUta&a 'Qa «ukkelds hii ten laatste in eene zoo sterke afhankelijk-heid der in het autocratisch stelsel mee-iter spelende oorlogspartij, dat hij in den loop der noodlottige Julidagen van het jaar 1914 den oproep zijner majesteit onzes keizers, die wees op de langdurige vriendschap tusschen de twee landen, onverhoord liet. Het is eene door onze vijanden met voorliefde verspreidde legende, dat het de duitsehe regeering geweest is die het reac-tionair, autocratisch stelsel in Rusland tegen aile vrijheidslievende beweging be-scuermd en ondersteund heeft. Reeds voor een jaar beb ik hier in den Reichstag open-lijk verklaard dat zulks eene hewering is die rechtstreeks in strijd is met de wezen-lijke feiten. Als Rusland in bet jaar 1906 door den japaneeschen oorlog en de er op volgende revolutie in ernstigen nood ge-raakt was, was het zijne majesteit onze keizer de czar Nikolaas, op grond zijner persoonlijke vriendschap, dringend aange-raden heeft zich niet langer te verzetten tegen de gewettigde hervormingswenschen van zijn volk. Dat was dus juist het tegen-deel van dat wat nu wederom beweerd wordt met een gemakkelijk te raden doel. Czar Nikolaas is andere wegen opgegaan, wegen langs dewelke noch zijne persoonlijke belangen noch de belangen van zijn volk konden voldaan worden. In een Rusland dat zich ijverig bezig hield met zijne eigen ontwikkeling ware ©r geene ruimte ereweesfc voor onrustwekkenle utthreidingsplannea dio ons ten langea laatsfce naar den hui-digen oorlog gevoerd en het verouderd regiem langs aile kanten z6<S met &chulden beladen heisben dat het on» zeer zwaar valt het natuurlijk menschelijk medegevoel met het om verge worpen heerschershuis t« laten gpreken. Hoe de dingen zich nu in Rusland verder zullen ontwikkelen, kan niemand voorzian of voorzeggen. Voor mis is de houding tegenover de russisehe ge-beurteniesen zeer klaar afgeteekend. Wij znllen verder de grondsfcelling volgen dat wij ons niet in te laten hebben met de bin-nenlandsche toestanden, die in rreemde landen heerschen. (Bijval.) Van moedwilii-gen kant worden op don huidigen d«g, met aile denkbare middels, herichten over de wereld verspreid, die bcweren dat Duitsch-land er op uit is om d". pas veroverde vri^-heid van het russisch vo!k weer te vernie-tigen, dat zijne majestfeit onze keiz®jr er op uit is om de heerschappij van deo czar over zijne onderworpen onderdanen weer te herstellen. Hoe het russisehe rolk zijn huis inricht, is uitsluitelijk zijne eigene aangelegenheid, waar wij niet indringen. (Bijval.) Het eenige wat wij wenechen is, dat zieh in Rusland toestanden ontwikkelen die het tôt een vast en verzekerd bolwerk van deo vrede maken. (Levendige bijval.) Draagt de nieuwe regeling van zaken ertoe bij, tle nieuwe toenadering <ier beide op goede buurschap aangewezen volken te verlichten, dan begrosten wij het met vreugde. (Bijval.) ; Wij hebben door de zonden \&a Rusland, dat den servischen moordaanslag tegen Oostenrijk dekte, dat reeds in Juli 1914 tegen ons mobiliseerde, dat in December 1916 het eerst van allen ons vredesaanbod ho-nend van de hand wees, zelf genoèg ge-leden. Het russisehe volk heeft dezen oorlog gewis niet gewild. Het kan gerust zijn omtrent welkdanig© tusschenkomst van onzentwege. Wij verlangen niets anders dan zoo spoedig mogelijk weer in vrede met hem te*leven (tijval), in een vrede die gesteund i6 op een grondslag, die voor de beide partijen eervol kan genoemd worden ! Mijne heeren, binnen eenige dagen zullen de vertegenwoordigers van het amerikaan-sche volk bij elkander komen, die door président Wilson uitgenoodigd zijn op eene buitengewone vergadering van 't Congres, om te beslissen over het vraagstuk van oorlog of vrede tusschen het amerikaansch en het Duitscl volk. Duitschland heeft nooit het minste inzicht gehad om Amerika aan te vallen en zoo een inzicht heeft het heden nog hoe-genaamd niet. Het heeft nooit een oorlog met Amerika gewenscht en nog heden ivenecht het hem niet hoegeiiaamd. Hoe zijn do zaken echter verloopen 1 Wij hebben aan de regeering van Amerika meer dan eeus gezegd dat wij van den verscherpten oorlog met onze duikbooten zouden afge-Klen hebben in de verwachting dat Enge-li't.nd daartoe zou gebracht worden dat het hrj zijne afsluitingspolitiek de wetten der menschelijkheid en de internationale over-eenkomsten zou in acht nemen. Deae afsluitingspolitiek, dat moet ik op dezen oqgenblik uitdrukkelijk in herinnering brangen, is door président Wilson zoowel ala door staatssecretaris Lansing als eene on>vettelijke, als eene onmogelijk te ver-dedJgen (zeer juist!), als eene illégal e, in-defensive politiek vèroordeeld geweest. (Luiîtert !) Onze verwachtingen, in dewelke wij acht maanden lang volhardden, kvvamcn teo voile bedrogen uit. Engeland heeft zijne onwettelijke, onverdedîgbare afsluitingspolitiek niet opgegeven niet alleoa, maar .het heeft ze nog onophoude-lijk verscherpt. Het heeft in overeenstem-ming met zijne bondgenooten ons vredesaanbod hoogmoedig van de hand gewezen en oorlogsdoeleinden verkondigd die uit-liepen op de verplettering van ons land en dit ouzer bondgenooten. Daarop eerst hebben wij onzen toevluoht génome» tôt de» onbeperkten oorlog met de onderzeeërs, wijl wij er onze uyjvlucht moebien we nemen. Met amerikaansch volk ziet daarxn eene reden om het duitsch volk, met het-welk het meer dan honderd jaren iang in vrede geleefd heeft, çien oorlog le verKla ren. Wil het daardoor het bloedvergieien nog doen toenemen I Wij zyn het niet die daarover de verantwoordeiijkheid zullen dragen ! Jiet duit.,cu volk, dat tegen Ame-! rika noch vijandscnap noch haat gevoelt, zal ook in dit gevai weten wat er van de zaak is en zich naar de omstandigheden weten te gedragen. (Bravo.) Mijne heeren, de chineesche regeering heeft hare betrekkingen met ons afgebro-ken. De chineesche afgezant heeft zijne passen verlangd. Onze betrekkingen met China zijn steeds van den vriendeiijksten aard geweest en indien er nu een einde aan gesteld is, hoef ik u niet te zeggen dat er geene spraak kan zijn van een vrijwiliig besiuit dat zo'i genomen zijn door de chineesche regeering, maar wel van een besiuit dat genomen is onder den drang onzer vereenigde vijanden. Het is waar dat finan-cieele moeilijKbeden daarbij eene roi kunnen gespeeld hebben, moeilijkheden die China gedurende den oorlog niet is kunnen te boven komen. Voor onze vijanden han-delt het "'zich een voudig daarom, onzen handel ook in China te vernietigen, om zicii zonder veel moeite te kunnen meester maken van ailes wat duitsehe kracht en duitsehe vlijt daar in den loop van eenige tientallen van jaren heeft geschapen. Maar de uitslag van den oorlog, zoo-als ik vast hoop, zal ons wel de mogehjk-heid aanbieden om al het vernietigde, zelfs op de kosten onzer vijanden, weer goed te herstellen en op te bouwen. (Bravo.) En dan rullen onze vriendschappelijke betrekkingen met China weer aangeknoopt worden en zoo durf ik de hoop uitdrukken dat het land weerstandskracht genoeg blijve behouden om met goed gevol<r het hoofd te kunnen bieden aan de hebzucht en den eigenbaat zijner tegenwoordige beecher-mers. (Bravo 1) Mijne heeren, onze legerberichten over den , Kpjjgsknndigeu toeetand aan de fronten heb ik weinig of niet aan te yullen. Langs .ons ooetelijk front is er geen spraak van groote oporatiea, Het jaarge-tijde en de todemloozewegen zijn daar om eene groote offensive te verbieden. Langs het westelijk front verloopen de terugtrek-kende bewegingen planmatig en leiden ons tôt eene dagelijk» nog toenemende vrijheid in het handelen. Het heele volk zal hierbij zijn dank uitspreken voor de koene troepen en voor de geniale leiding die in handçn is van generaai veldmaarschalk Hindenburg en generaai Ludendorff. (Levendige toe-juichingen.) Aile andere fronten worden met onverminderde taaiheid in handen ge-houden door onze moedige troepen. Een bewijs daarvoor levert ons het macedonisch front, waar duitsehe en bulgaarsche troe-pon zich bij het afweren van op groote schaal aeungezette fransche aanvallen in hunne glanzende gedaan ten getoond hebben.Over den oorlog met de duikbooten heeft de heer &taatsseoretarie, voor zoover ik onderricht ben, dezen morgend in de hoofdcommissie uitgebreide inlichtingen gegeven. Van mg'nen kant wil ik er nog bijvoegen dàt de duikbootenoorlog zich in de maand Maart zoo gunstig ontwikkeld heeft als in de maand Februari. (Bijval.) Ai de heeren die vàôr mij gesproken hebben, hebben het bijzonderste deel hunner rede gewijd aan kwesties der binnenlandsche politiek. Ik zal niet hetzelfde doen. Ik heb de redevoeringen over de binnenlandsche politiek met voile opmerkzaamheid ge-volgd, aangezien zij belangrijke beweeg-redenen en ernstige gedachten weergaven. Maar toch, mijne heeren, terwijl ik aan-dachtig naar u zat te luisteren, is in mij toch immer en weder het gedacht opgeko-men, dat onze krijgers ginder buiten in de loopgraven ijggen, dat onze duikbooten dagelijks bij de grootate gevaren over de zeeën trekken, dat onze bevolking ten lande menige ontbering, veel nood en lij-den te trotseeren heeft, terwijl onze vijanden ons van aile kanten bestormen — en daarbij is mij steeds de vraag voor den geest gekomen : Waarvoor zal ik werken ? Ik zal er voor werken dat de oorlog zoo gelukkig mogelijk voor ons ten einde loopt I (Bravo !) Mijne heeren, ik heb mij over de vraagstukken der binnenlandsche politiek, over den geest waarin ik deze vraagstukken van den dag en der toekomst wil op-lossen, dikwijls en klaar uitgesproken, zoo-dat ik thans niet meer wil herhalen wat ik vroeger gezegd heb, noch andere woorden wil gebruiken om hetzelfde te zeggen.Mijne heeren, bij het uitbreken vàn den oorlog zijn wij, zoo geloof ik toch, zonder uitzon-deringen van gedacht geweest dat die kwe-ties van binnenlandsche politiek, die een gevolg van den oorlogstoestand waren, moesten op zijde geeteld worden tôt in vredestijd. Wij waren allen vàn gedacht dat de oorlog niet zoolang door de volkeren kon gedragen worden. Maar daar is hij op de lange baan geachoven en daardoor hebben zich bij de afzonderlijke partijen de sehouwingen over het vraagstuk der bin-nonlandsche politiek hier en daar aanzien-Ink jsewjjzigd. De heeren hebben het vaak op den voorgrond gebracht dat wij in do kwestie der polenpolitiek, volgen» eenaf mededeeling die gister door de pruisisch* regeering in net pruisisch Heerenhuis ge» daan werd, niet langer meer kunnen ,vast-houden aan den grondregel. volgens den. welke ailes moet uitgestéld worden tôt is vredetijd. en zoo zou het wel mogelijk kunnen zijn dat vraagstukken, die tôt de be-voegcfheid van den Reichstag behooren, vroeger zouden opgelost worden dan wjj ons eerst voorgesteld hadden. Mijne heeren rier linkerzijde, wat n hefc nauwst aan het tiart ligt, waar om voor si ailes draait, dat de hervorming ran hefc pruisisch stemrccht en gij verlangt dat ik deze hervorming «fa-delijk zal aanvaften. Mijne heeren, ik hete in den pruisischen Landdag, in denwelke dit vraagstuk op het tapijt zal te brengen zijn, nog onlangs de overtuiging uitgespro-, ken dat de binnenlandsche strijdigheden, die aan de hervorming van het stemrecht zullen verbonden zijn, den nood van deni oogenblik niet wegnemen, in denwelke wij' al onze krachten moeten verzamelen om ons te werçn tegen den vijand. De heeren sociaaldemokraten zijn daar-omtrent vaii een ander gedacht en wij heb-; ben heden gehoord (Geroep links) — ik bid u mij toch uitspreken te laten !... Want ik wil vooral spreken tôt de afgevaardigden die zich bij de heeren sociaaldemokraten aansluiten — wij hebben heden ait de reder voeringen der vooruitstrevende volkspartij, en de nationaalliberale partij gehoord, dat zij ook meer en meer tôt iulke gedachteœ overhellen. Eerst voor korten tijd heb ik in( het' pruisisch Afgevaardigdenhuis van vesr-tegemvoordigers dezer laatste partijen beé tegenovergéstelde daarvan gehoord (Bijtr®. ding), zoodat ik meen dat de gedachtea over dit vraagstuk zoowat uiteengaan. Er" bestaat daar een communis opinio. Mq komt het voor dat bij het heele vraagsftnk het gedacht niet mag vergetei worden dat' het eene eigen zaak is, eene grondvesting van den Staat, zooals het stemrecht, te ver-anderen op den oogenblik dat millioerien mannen, wiens stemrecht zou moeten ver-anderd worden, in de loopgraven liggen. (Geroep links, Bijtreding rechts). Als ik dat eens praktisch uitdrukken wil, moet ik zeggen dat ik een verkiezingsstrijd zou ait-, lokken op den oogenblik dat een groot getal der kiezers daar buiten in het veld staan. De afgevaardigde Noke scheen daarom-trent oen zeer cenvoudig recept uitgevon-den te hebben. Als ik hem goed verstaa» heb meende hij dat, als de Regeering en de prisische Landdag het niet eens kondea worden over de hervorming van het kiea-recht, de eerste het maar doorvoeren of op-leggen. Mij schijnt dat geen raad te zij a (Geroep links). Het is waar, mijne heeren,-, dat er ten allen tijde dergeîijke en andere' maatregels genomen werden (Geroep links),' ook in Pruisen. Maar gewis, mijne heeren, op een oogenblik, waarop een volk om zijn bestaan kampt, het geschikt oogenblik is, om ^en dergelijken maatregel te nemen, dat v aag ik te betwijfelen ^Bijtreding rechts.) a . ceëf u dat gewis to* en ik heb dit gedacht ook duidelijk uitgesproken in het P-uisisch Afgevaardigdenhuis. Ik heb daar gezegd dat ik niets liever zou doen dan deza h i vorming morgen te kunnen doorvoeren. Het verstaat zicjf van zelf dat er iets zeer verleidelijks aan verbonden is, eene groote politieke daad te laten dragen door d«' trilling van de hoogte politieke spanning (Bijval links). Dat zou mij den arbeid gewis aanzienlijk vergemakkelijken. (Toestemming links). Maar ik hoop toeti, mijne heeren, dat gij mij daarin gelijk zult geven, dat ik op dezen oogenblik, op den oogenblik dat de oorlog zijn hoogtepunt bereikt heeft, op den oogenblik dat het te doen is onze laatste krachten te verzamelen, ailes zeer nuchter overwegen moet, onderzoeke#i moet of d« voordeelen van een zulke voorhandneming, van eene zulke daad, grooter zijn dan de natleelen die er ongetwijfeld aan verbonden zijn. Ik moet tôt die overwegir, overgaan, alhoswel ik een zeer hoog gedacht heb over de vraagstukken die in verband staan met de politieke voortontwikkeling van on» volk. Dikwijls genoeg,en naar jk geloof vol-gens mijne innigste overtuiging, heb ik mij over dat ailes uitgelaten, en als ik thans' gedwongen ben tôt deze nuchtere overwe-gingen over te gaan — de inzet van den te-' genwoordigen oorlog is veel te belangrijk om zich door woorden te laten meeslepen —I als ik denkon moet zooals ik nu denk, dan is het onrechtvaardig en)onjuist mij voor de voeten te werpen dat ik eene politiek ran stilstand voer. Ik moet het doel, den oorlog' tôt een goed einde te brengen, doen afhan-gen zoowel van mijn handelen als van mijs niet handelen. (Geroep zeer iuist, rechts). Dat is gœne politiek van stilstand. Er zijn knappe «eldheeren genoeg die van eene, offensieve afzien, omdat zij sehadelijk kan zijn voor de leiding van den strijd, en daarom, mijne heeren, heb ik mij tôt op den huidigen oogenblik niet laten ovorttngen, door dat wat tôt heden gezegd is geworden (Luistert, links). Gij roept: Luistert! Luis-' tert I Ik geloof dat ik volgens mijne overtuiging gesproken heb, en de redenen, die ik voor mijne overtuiging opgaf, zonder eenige vôoringenomenheid, klaar uiteengezet te hebben. Indien ik mij niet heb kunnen-laten overtuigen — en tôt op den oogenblik kan ik het no? niet — dat het de lb«- 23' jaaP -• N. 90 .Jnis m anmmei .- tooi Belgie 3 oenuemen. rooi den <re&mde 5 eentiemeD leleroon : Kedactte 247 - /tdministratie 2845 Zondag 1 April 191 /

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Vooruit: socialistisch dagblad appartenant à la catégorie Socialistische pers, parue à Gent du 1884 au 1978.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes