De Gentenaar. De landwacht. De kleine patriot

1323 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1917, 26 April. De Gentenaar. De landwacht. De kleine patriot. Konsultiert 28 Februar 2024, https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/de/pid/2j6833pf7m/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

DE GENTENAAR DE LANDWACHT £$< jaar. BtiSSi» §3 G.De Graeve» Ketelvest» ï§ DE KLEÎNE PATRIUT Daïsaepjaa »© *anl 13&ï< PffJJS S C3ntl8ÎTî3î!l EMILIUS JOANNES Seghers, is3î' m bnrïïihapiiglisld 5a3s en U pssÉ >m sien H. QpostoilsoiiBn Sfosl benoemde Bissshop van Geat. A.an de Geestelijkheid en de Geloovigen van Ons Bisdom, zaligheid en zogen ia Onzea Heer Jssus-Christus. Zeer Beminde Bioeders, Zijne Heiligheid de Paus, BeneJiclus XV, ieéft a an het Kapittel der Hoofdkerk van Sint-Safs, aan de geestelijkheid en de geloovigen vaa het bisdom van Gent den volgenden brief ge-sondea : « Beoedictus Bisschop, dienaar der dienaren Gods, aan onze beminda zonen, het Kapittel der Hoofdkerk, de geestelijkheid en het volk der itaden van het bisdom van Gent, zaligheid en ipostelijken zegen. Vandaag hebben Wij onzea àseminden zoon Emilius SEGHERS, priester •van het bisdom raa Gent, eere-kanuanik der Hoofdkerk, pastoor der parochie ran St-Jan-«aptistj deksn der zelîde stad extra muros, en ILiceniiaat in de H. Godgeleerdheid, ca hit fedacht gehcord te hebben Onzer Eerbiedwaar-ige Brotders de Kardinalen der H. Roomsche jKerk, krachtens onze apostelijlco macht, voor iwe Hoofdkerk van Gent, die beroofd was van Sarcn Herder, gekozen en hebben hem over haar al s Bisschop en Herder aangesteld, Dusvolgeas iermanen wij u allen en verplichten u, gezegdea Emilius, gekozen Bisschop, als Vader ea Herder twer zielen bereidwillig te ontvangen, hem den erschuldigden eerbied te bewijzen, en aan éjjne heilzame schikkingen en bevelen de be-aoorlijks gehoorzaamheid te betoonen, opdat hij fich verheugen moge in u verkleefde zonen en srij u verheugen moget in hem eenea goeden y ader gevonden te hebben. » Reeds hebben Wij, "yolgens' do kerkolijka ■Vgorschriften, de brieven van den H. Stoel, Ons tôt de bisschoppelijke waardigheid verheSende, 4aa het eerbiedwaardig Kapittel Onzer Hoofd-fcerk vGorgelegd en beïit genomen van het bestuur des bisdoms. Dea 1 Mei aanstaande zullen V/ij, als het God belieft, de bisschoppelijke salving ontvangen. Diep overtuigd van Onze onwaardigheid om soo hoog verheyen te worden, maar innig dank-fcaar jegens den Heer voor de uitgelezena âratiëa waarmede Hij Ons overlaadt, (want Hij doet voor Ons grooie dingen, Hij die machtig îs, en zijnen Naam moeten wij er voor zegenen) ■voelen Wij in onze ziei bij dit aanvangen vaa het bisschoppelijk bestuur een dubbel gevoel I vanvreesen betrouwea. Ja, Wij zijn bevreesd bij het aanschouwen der Verhevenheid van den bisschoppalijken s'aat,bij het aanzien der verantwoordelijkheid welke die fctaat bijbrengt. Onder zekere opzichten, is het bisschopschap het verhevenste oader de go Ida-ïijke zaken. De minste lcristece mensch, het ^clein kind over wiens hoofd het water van het jtl. Doopsel gevloeid heeft, is reeds groot ia de poçen van God. Zijne ziel heeft een merkteeken tmtvangen dat nooit zal uitgewischt worden. Die Snensch is 't aangenomen kind van God, b-oeder van Jezus-Kristus, lid van de H. Kerk die hem £pijât door de HH. Sakramenten.erfgeaaam van tie hemelsche glorie. Later wordt die waardig-held van den kristeii mensch vermeerderd wan-hoer een Kerkvoogd hem het II. Vormsel toege-fi'end hef ft ; een nieuwe staat begint voor de ziel : dat kind van de H. Kerk wordt soldaat vaa Jezus-Kïistus. Een nisuw merkteeken is in de siel gepr«at, en het oog van God ea zijaer uitverlsoraaea onderscheidt dien gevormde gelijk ons cog da gestalto van den volwassen mensch onderscheidt ran de gestalte vaa het pasgeboren kiad. Er is nog eea darde staat van verhevenheid voor de ziel die eigen is aan zoksre uitverkorenen, aan degenea die den goddelijkea roep er toe ontvangen hebben : 't is het priesterschap. Wis zal de waardigheid vaa den priester kuanan begrij-pen ! Niet alleen is hij kind van God, soldaat van Jesus-Christus, maar hij d.eelt ihede aan de macht van den God-mensch zeîven. Door zijn woord verandert hij het brood en dsn wij a in het lichaam en het bloed van Christus. Hij offert aaa God het Sacrificie der Mis dat de onbloediga vernieuwing is van het sacrificie op eaiie bloedige wijze op' dea Calvarieber,:? opge-dragen. In den naam der H. Drievuldigheid vergeeft hij de zondea, de beleedigingea aan de goddelijke Majesteit aangedaan, sluit de hel ea opent dea hsmel voor den zondaar die met eea rouwvol hart zijne zondea aaa zijno voeten komt belijden. Maar de vo'ledige priestar is de Bisschop. Hij is de opvolger der Apostelen. Hij alleen heeft om zoo ta zeggen de volledige macht Tan Christus in de geestelijke zaken ontvangen. Hij alleen kan het priesterschap voortzetten en nieuwo dienaars van de H. Kerk maken met aan andere uitverkorenen de priesterlijke macht mede te deelen. Welke is dan de waardigheid niet Taa den biaschoppelijkea staat ! Onder opzicht der macht van de Orde is er niets ver'r.evsnsr alhoewel de Bisschop, voor hetgene da juri-dictie.de rechtsmiciit en het bestuur aangaat, in ailes afhaagt vaa den B sschop der Bisschop-pen, den Paus van Rome. Wij staan altijd onder het bestuur van dengeae dien Christna als opperbestuurder van da H. Ke.k aangesteld heeft. Wij moeten ea Wij willen hem altijd onderdanig zijn, hem gehoorzamen en in ailes zijne leiding volgen. Vermits God Ons tôt zuîk eene waardigheid geroepen heeft, zal H:j ook veel van ons vereischen : Omni cui multum daturn est, multum quaeretur ab eo : van dertçene aan wien oeal sfeiçeoen is, zal osel asreischt worden. (Luc. XII 48). Wij hebben ailes van God ont-vaagen, Wij zijn tôt ailes verplichù Als da Bisschop de volmaaktste deugden zal geosfend hebben, zal hij zich nog onder de heiligheid bevinden die aan zijnen staat pist. En welke verantwoordeliji<heid is aan dien staat veibonden ! De enkele geloovige heeft maat te verantwoorden voor zijne ziel ea voor die van eeaige aaderen, van zijue kinderen, vaa zijne on ierdanea. De priester is verantwoorde-lijk voor eea zeker getal zielea, voor eene parochie, voor eene gemîen'e. Maar den Bisschop is eene provincie, een bisdom toe/ertrouwd ; 't is du3 voor eene provincie, voor eîn geheel bisdom dat hij de verant^oordelijUheid te dra-gen heeft. En 't is gewoonlijk ia de moeilijksto zaken, in zaken van het grootste belang, vaa welke het mee-st afhan^t, dat de beslissmg vaa. dea Bisschop vereischt wordt. Die vree3 bij het aanvangen van Oas bisschoppelijk ambt is zooveei te grooter dat Wij opvol-gen aan zulke uitstekende voorzaten. De bis-schoppe'ijko zetel van Gent is immers bezat geweesï door de merktwaardigste prelaten, en om alleen van de drie laatsts kerkvoogden. te sprekea, welke groote bi3schoppea zijn zij niet geweest ! Monse gneur BRACQ vaa wien Wij de priesterlijke wijding onivan^ea hebben, was een heiiige die waarlijk in den rtaamdes Heeren zijn bisdom bastuurd hsaft en door zijn voor-bceld zoowel als door zijne leeringen en inrich-tingen de -godsvrucht onder het christene volk overal uitgebreid heeft. Monseigneur LAM-BRECHT is, mag mea zeg?en, eea slàchtoffer geweest van zijneaapostelijkea iever.Zich nooit eenige rust verleeaende, was hij altijd aan het wsrk om de verdwaalden terug ta brengen en Je goeden ia den godsdienst te versterken. Ook hoewel hij maar een jaar op dea biaschoppe-lijken stoel van Gent gezetea heeft, zal zijne gedachtenis levsnd blij vaa en de dankbaarheid van het volk heeft hem een prachtig gedonk-teeken doea oprichten in de Hoofdiierk van St-Baafs. Eindelijk, voor hetgene Ziine Hoogwaardig* heid Monseigneur STILLEMANS aangaat, zijne gedachtsnis is nog te versch in 't geheugen opdai het noodig zij vèel te steunea op hetgene hij gedaan heeft. Ontelbaar zijn de werkea welke hij op aile gebied ingericht, ondersteund of ont-wikkeld heeft voor het geestelijk en tijdelijk welzijn zijner diocesaaen : godsdienstige wer-ken om da godsvrucht onder de priesters ea onder het volk te vermeerderen ; werken tôt uit-breiding van het onderwijs, te beginaea vaa de lagere volksschool tôt de glorierijke Hooge-school vaa Leuven ; werken tôt verbîteriag van dea toestand der volksmeaigte, niet alleen tôt haar geestèlijk maar ook tôt haar tijdelijk an stoffe'ijk welzijn ; beroeps- en huishoudkundiga schoîen tôt belang ran de werkîieden ea ook vaa de kleine burgenj ; werkea tôt bescherming der uitwijkeliagen en tôt uitbreiding van het geloof in dea vreemde en bijzonder ia dea Belgischea Kongo. Hoa omglanzen al die werken da gedachtenis vaa onzea Doorluchtigen Voorzaat ! Het is dan niet te verwonderen dat bij het g-îdâcht van de groote Bisschoppen die de Geat-sc'ae Kerk verheerlijkt hebbsn, Wij bevreesd zijn Ons otiwaardig te toonen van zulke opvol-ging. Vosgt daar'nij de moeilijkhsden van eenea tijd in denwelken door de oorlogsomstandig-heden het normaal leven in ailes onderbroken is, de zielen oarustig zijn, de toekomst onzeker, de betrekkingen met de versc'nil'ige plaatsea der provincie, noodzakeiijk voor het goed bestuur van het bisdom, zoo moeilijk of onmogelijk, en gij zult nog msar oïsrtuigd zijn dat Wij mstangst het bisschoppelijk bestuur in handen nomea." XT * ^ * t Wochtans mst die rrees en angstis ookb^troa-wen gepaard, Ons bstrouwen is gesteund op da hulp die Wij mogen verw^ch'èa van talrijko medewerkers in de taak die Ons toavertrouwd is: eerst en vooral van o.ize ieverachtige priesters : imm 'rs aan het hoofd vaa het kristen Volk staat eene geestelijkheid verkieefd aan hare plichten, die door hare deugden den eerbied der g-loorigen verworven heeft, en die de komst van h^ren bisschop verwachtte om zich rondom he-a ta scharen en hem eeasgezind te zeggen, gelijk de eerste kristetien aan den H.Petrus:Wij zijn hier allen met u vereenigd.bereid om te luisteran naar al hetseae de Heer u zal bevelen oa3 vo3r te sohrij vin : Nunc erço omnas nos in conspectu tuo adsumus, audira omnin quœcumque tibi prœscripta sunt. a. Domino. (Act. X. 33). B.i de wereldlijke geestelijkheid vos.;en zich de kloosterlingen met aîlerlei iarichtingen zoo-wel geschikt voor de aoodweadigheden van onzea tijd, waarvan de eenen zich rschtstreeks tosle ;gea op den zielenarbeid door de predikatie en do bediening van de HH. Sakrarn ncen; aaderon, toegewijd aan de boetvaardi^haid.door nun leven van varsterving een krachtig voor-beeld van onthouding geven aaa do wareld, die, bijzonderlijk vôôr den oorlog, maar al te vesl het genot en de wellustsn najoeg ; an'le ran zich slachtofferen aan alia werken vaa liefde in da iiospitaîen, in de gestichten van ouderlingea ea van kraakzinnigen, in de weezenhuizon ôai dea kranken, den verlaten, dea noodlijdenden evea-mensch te helpen en te verzorgea ; aaderen zich ten beste geven voor de kr!stelijbe opvoeding vaa de jeugd om haar met de ont sikkcling v i«» den geest ook de vorming van het h irt tôt deugd.tot een waar kristen leven te verseh&ffen. En dan zijn er ooktalrijke leeke medewerkerâ die door hun voorbeeld en door hunne deelae-ming aaa allerlei godsdienstige, liefdadiga of maatschappelljke inrichtingen de priestess ter ;'ijde staan en zoo krachtij bijdragen tôt dea blosidsr werkea welke de Bisschop aaumoe-digr. Daarenboyen, het volk van ons bisdom i* grooteadeels getrouw gebleven aaa het geiooS zijner yaderen ; en zijne verkleefdheid aan dea godsdienst, de christene geest waarmede het ba-zield is en zijne bereidwilligheid om naar d# stem vaa de geestelijke oversten te luisteren, geven ook den Bisschop greot betrouwen dat het Zijne leiding altijd zal volgen en door oprechta godsdienstigheid hem veel ver roos-tlagenzal bijbrençen. Bstrouwen hebben Wij dan met reden op dea goeden uitsl^g onzer bisschoppelijke zending, en, z-in Wij bedroefd door het onge uk d&e fcjjdeo, Wij zijn ook aangemocdigd door de leui die Wij ia ons schild geplaalst hebben : là Cruce saius, in het Kruis is er zaligheid. Z-v* is het geweest voor den Zaligmaker : humiiinvit senieiipsum, facius obediens us que ad mort:^ mortam autem crucis ; propter qv.od et D 'il* exultavit illum (ad Phil. II, 8, 9) : hij heeft z :-\fs oernedard,ffehoorsaiam geworden tôt den'dooâ en tôt de dood osn het kruis ; daarom heeft Ood hem oerhensn. Zijn kruis heeft hem ee^a kro-m van heeriijisheid ophet hootd doen zetten, Dat kruis van Christus heeft ook de zaligheid aaa het rnenschdom gebracht en zal eene kr oon verwerven aaa al degenen die aan de gratis door hem vardiend beantwoordeade, tôt het eeuwlj geluk willen komen. En gelijk het kruis vaa Christus eeae bron van zaligheid geweest is es nu nog is, zoo is ook bet kruis, in navolgicg van den Meester verduMig gedrageo, eene br:-» van verdiensten die de krooa van heerlijkheid, in den hemel te verwachten, zullen vers:créa en opluisteren. Moed dan in da beproevingen, moed daa is hat lijden ! Ah ! Wij weten wal dat er nu vesî geleden wordt. Pastoor van St-Jan-Baptis': hebben Wij van nabij ge/ien hoeveelarmemensei;i-% ledea bij gebrek aaa allerlei îevensmiddelen. WIJ weten h icveel mea lijdt in de huisgezinsen dooi do afwszigheid vaa eenen echtgenoot, eenea vadeÀ eenen zooa; eenen broeder ; Wij w îea hoeveel familiëa ia den rouw eedonspeld ?ija door het afsterven vaa het een of het ander \ aa haro leden. Wees kloekmoedig nochtans in af die beproevingen : ia het Kruis is er Zaligheid. Oas betrouwen stellen Wij dan nog wel op orwegi goddelijkea Zaligmaker. O ja, als wij zijn Ki ui* aanschouwen, voelen Wij ons aangemoeii.ri ; da liefde van zijn goddelijk hart is immers ; i :» v^rminderd : vsrmits hij voor het mer.se1. !o:a, zijfî b'oed op het Kruis vergoten heeft, zal P het meoschdom nooit verlaten. Ea Wij oo'c.Wt^ komsn tôt u door de verdiensten vaa het K: uiî. Dat Kruis zullea Wij altijd op onze borst d ag -ai' en het z.il Ons tôt zelfopoffering aa z tt- a, Waarom zijn Wij immers Bisschop? Niet voos O is, maar voor u; daarom moeten Wij aa i£ zijn en gansch aan u ; en dat willen Wij ook vr«£ Gods gratie ; Wij willan dit laa'sta tijdstip ^ a! Ons levea gansch toewijden aaa het geluk v.?.al al oesa di^cesaneiî. Berainds werkîieden en nederigen dezer af.r loJ weet dat uw Bisschop altijd voor u bijzon.jeâ geaegen geweest is. Eéne bediening ia zijn Is -'eife heeft h:j betracht: hat pastoorschap van S'.-Ja-c Baptist te Gent, eene parochie bijna uitsluiteUjlP uit werkliedea bestaande. Daar heeft hij ae'.U-1 en-twintig iaren, het schoonste vaa zijn lev ov ergebracht, daar zou hij gelukkig gewea# zijn tôt deh dood toe te mogen ' ; .,-î heeft *>r an Je''» over hischC; - m- t - h • -î, ca

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel De Gentenaar. De landwacht. De kleine patriot gehört zu der Kategorie Katholieke pers, veröffentlicht in Gent von 1914 bis 1919.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume