De waarheid: socialistisch weekblad

1908 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1918, 04 August. De waarheid: socialistisch weekblad. Konsultiert 25 Februar 2024, https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/de/pid/z60bv7cr91/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

11° Jaargang. Nr 31 Pr$s : 10 Gentlemen Zondag 4 Âugusti 1918 DE WAARHEID Orgaan van dan " Vrijon socialistenbond — Aile iariefwisselingen ni : . i riQ : PDL L. ; WI V s t. Ver:,}tyn»tr;r*<, IO, veia,itwo»r«i«lijlt» uit(*v«r. DE nufiDSPAyEii PASTEUR EN DE HONDSDOLHEID We zijn nu in de hondsdagen, het tijdstip waaiin volgens het oud volksgeloof de hon-den meest gevaar liep;n razend te worden. De arme viervoeters werden dan ook jcherp gadegeslagen en bij het minste ver-dacht teeken a!s dol aanzien. De hondsdolheid boezemde ten aile lijden grooten schrik in, en het was alora een ware verlichting toen de wereld door bekend werd gemaakt dat de fransche geleerde Pasteur de microbe van de razernij ontdekt, en de methode gevonden had om de door razend honden gebeten lieden te genezen. Pa*teur werd weldra gcrangschikt onder de grootste weldoeners der menschheid. Helaas, na een kwaart eeuw p'raktijk heeft de Pasteuriaansche geneeswijze der hondsdolheid bankroet gemaakt, zooals aange-toond wordt door de Parijsche Doktor Xavier RaspaiL in de Manuel annuaire de la Santé van 1914. (!) Ziehier wat wij daarin lezen : « Het gesticht Pasteur komt het jubilé te vieren zijner stichting, in tegenwoordigheid van M. de Président van de Republiek, de ministers, de hoogwaardigheidsbekleeders en stoet met al de wetenschappelijke groot-heden van het huidig uur. M. Poincaré heeft daar met zijne gewone vruchtbare welspre-kendheid, de gedachtenis opgehemeld van dé siichter van deze inrichting, die het uit-gangspunt werd van de algemeene versprei-diug der Pasteuriaansche leering, een nood-lottig werk dat gestadig meer en meer het bloed vergiftigd van den mensch, met de poespas uit de laboratoriums, van verrotte en bèdorven bestandeeien, voorafgaandelijk ingcënt aan de dieren. Hij heeft gesproken zonder veel te drukken op de belangloosheid van dit «groote werk», bestemd om de menschheid van een harer meest gevreesde geesels te verlossen; een dergelijke bevesliging ware een beetje ge-waagd geweest tegenover hen die weten hoe het geld van de eerste uur is komen toege-stroomd, dank aan een luidruchtige reklaam, behendig geleid. Ook maakte hij geen enkele zinspeling op het koket bezet van 25 millioen aan het gesticht Pasteur nagelaten door M. Osiris. Doch, dringe» wij niet aan.' Maar in deze omstandigheid wiilen wij eens herinneren wat Pasteur zoo algemeen popuiair gemaakt heeft, waarvoor men hem aie de- -ttfiit ûcr gtootc mannen van de negentiende eeuw uitgeroepen heeft — zelfs boven Victor Hugo — het is wel zijn middel tegen de razernij. Hewel, dit middel heeft van bij den aan-vang, faiiliet gemaakt. Wanneer den 25 Februari 1886 Pasteur in de Akademie der Wetenschappen, verklaarde, dat zijn stelsel tegen de razernij na den « beet » doeltreffend was, werd hij letterlijk dronken door den wierrook die het journalisme ter zijner eer brandde ; hij geloofdezich cnfeilbaar, engaf dit verwaandantwoordaan doktor Navarre : « Vooitaan neem ik niet meer aan dat men mijne theoriën en methoden discuteert, ikzal niet dulden dat men mijne proefnemingen kontroleert. » Hij had nochtans zijn vermetele verzeke-ring moeten verliezen; afdoende mislukkin-gen bewezen dat zijne methode tegen de razernij ondoelmatig was. Hij kondigde dan aan dat hij zijnen toeviucht ging nemen tôt een krachtiger behandeling, het is te zeggen door een volledige behandeling van opvol-gende inentingen met de hevige virus, en hij hem zonder aarzelen op de mensch ging toe-passen.Da noodlottige uitslagen lieten niet lang op zich wachten. De ingeënten stierven niet van de razernij opgedaan in de straat, maar van de razernij van het konijn, van de kunst-matige razernij, rechtstreeks bij de mensch verwekt door de Pasteuriaansche inenting. De profetische woorden van professor Peter, in de geneeskundige Akademie geuit in 1886, werden bewaarheid door de feiten : «M. Pasteur geneest niet de razernij, hij deelt ze mede! » Aldus stierven Réveillac, Létang, Née, Soudini, Goriot, Gérard, enz. Wij waren ge-tuige van de dood van dezen laatste te Boran (Oise); deze ongelukkige, gebeten door een hond die niet razend was, zooals gebleken is, wasniettemia, uit voorzorg, onmiddellijknaar het gesticht Pasteur gezonden, waarvan hij terug kvvam genezen, volgens het onveran-derlijk voorschrift, maar bezweken aan de geraakte razernij van het konijn die hem. ingeënt was. Pasteur haastte zich dan zijne krachtige maar doodelijke behandeling te laten varen, die hij zoo vermetel op de mensch had toe-gepast, en keerde terug tôt den zachteren virus van het begin zijner methode. Wij houden er aan hier de besluitselen onzer studie te herhalen over : de methode Pasteur tegen de razernij, beoordeeld volgens de uitslagen gegeven gedurtnde het eerste jaar harer toepassing, door ons open-baar gemaakt in 1888: « De methode Pasteur héeftzij de ingeënten beschermd tegen de raiernij ? — Neen. Heeft zij rechtsJreeks de razernij veroorzaakt ? (1) Dit artikei verscheen reeds in ons blad van 2 Augustus 1914, en daar het toen ophieid te verschij-nen konden wij het vervolg"niet geven. Sedert zijn wij van verschillendc djden — ook van geneesheeren — om dat vervolg verzoeht. En daar wij thans vele nieuwe lezers tellen, drukken wij het begin nog eens pver. — up onze ziei en geweien, wij aarzeien met te antwoorden : ja ! Indien de inenting enkel voorbehoedend of bewarend géwerkt had, de sterfgevallen waren verminderd, maar zij zijnvermeerderd. De inentingsmethode tegen de razernij na den «beet», heeft dus maar voor iets ge-diend, namelijk om eenige slachtoffers meer te tnaken. » Welnu, ons oordeel, uitgebracht in 1888, is na 25 jaren ten voile bevestigd. Reeds in Juli 1906 verklaarde Dr Tison, in zitting van de maatschappij der geneeskundige praktizijns : « Het is zeker dat .er heden meer sterfgevallen zijn door de razernij, dan vôôr de ontdekking van Pasteur. Onder de talrijke geneesheeren op deze zitting tegenwoordig, was er niemand die de stem verhief om te protesteeren tegen deze duidelijke bewering; Izij waren dus wel allen yan hetzelfde advies.» * * 4 In het vervolg, dat de naaste week ver-schijnt, levert Dr Raspail met statistieken en bewijzen de proef op de som zijner bewe-ringen.Wij raden onze lezers aan dit aandachtig te lezen, het is zeer belangrijk. UIT HEFZÛTHUIS « D'onnoozelen zullen God zicrl >. Dat is : zij zullen zaligheid genieten. Van aile wtjsgeerige diepzinnige spreuken is deze een der meest waarachtige. En toch is het juist deze wijze uitdiukking die het meest de lachlust van aile waanwijze « gaaien » opwekt. Maar... « aan het lachen kent men de zotten ». Wat is er zaliger dan te zien dat ailes gaat zooals men het wenscht en wil? Met de onnoozelen is zulks het geval ; aile gebeurtenissen, aile verschijnselen zien zij door den bril van hun benijdenswatrdig optimisme. En komt het een of ander feit hun-n:n wil dwarsboomen, hunne hoop als her-s:nschimmig voorhouden, dan zijn zij wel terneer geslagen, doch slechts voor lutteltijd, hunne onnoozelheid neemt dra weer de bovenhand, en in hunne oogen is de toekomst weer rozekleurig en vol zonneschijn. Hebt ge wel eens een vriend gekend die een erfenis verwachtte? Ik meer dan een, en voor een dezer laat-sten was die verwachting een ware schat, van grooter wa«rde dan het geld en goed zou geweest zijn dat hij van een tante moest erven. Nooit ging een mensch opgeruimder en blijmoediger door het leven. Over aile tegenspoeden — groote of kleine — schoof hij lachend heen, met de opmerking: « Als tante sterft zal het wel beteren, dan komt ailes terecht ». En dat tante spoedig zou sterven was boven allen twijfel verheven; hij zag haar onophoudend verkwijnend of stervend. Zag ze bijvoorbeeld wat bleek— van eenige dagen achtereen binnen te blij ven — dan stond het bij hem vast dat ze de tering had. Zag ze integendeel wat rood, dan stônd haar een ge-raaktheid te wachten. Intusschen heeft de man reeds geruimen tijd het tijdelijke met het eeuwige verwisseld en tante leeft nog. Maar het moet gezegd worden, tôt op den iaatsten stond zijns levens, piaakte de hoop op de erfenis hem gelukkig. Zijn laatste woorden waren : « Nu zal het met tante niet lang meer aanloopen ». Zij, die spekuleeren op de stadspremiën genieten bijna evenveel zaligheid; al den tijd tusschen twee trekkingen zijn zij vol blijde hoop, ja, schier zeker er dezen keer bij te zijn. Valt het tegen, dan duurt de teleurstelling kort, de hoop voor de volgende maal her-neemt spoedig hare rechten. In de politiek gaat het even zoo. Elken waren politikus ziet zijne eigene partij gestadig groeien en versterken, terwijl de tegen-,■ partij wis en zeker naar den dieperik gaat/ Eene nederlaag in de kiezing kan hem moe-deloos, of woedend maken, maar ook slechts voor korten tijd ; de overwinning van de vijanden schrijft hij welhaast toe aan omkoo-perij, verraad en laster, aan een slecht kies-stelse1, enz., maar die lage middelen moeten bij een verstandig kiezerskorps van zelf lei-den tôt den ondergang vas den verachtelij-ken tegenstander, — zoo troost hij zich zelf. Aldus hebben de meesten onzer eené poli-tieke, maatschappelijke of financieele veran-dering op het oog, waarvan wij recht- of onrechtstreeks voor ons zelven veel heil ver-wachten, eu die ons troost en steunt in het leven. Van daar dat wij trachten die begooeheling door anderen te doen deelen ; in onze onnoozelheid denken wij het verlangde spoediger deelachtig te worden als wij met veleH zijn die het wenschen. Dat we in dien geestestoestand de dinger/ zich zien ontwikkelen zooal» wij wenschen, heb ik reeds gezegd ; tôt meerder verduide-lijking echter wil ik er hier nog een voor-beeld van aanhalen : Daar htbt ge onzen vriend F. H. van Vooruit. Dien brave jongen heeft zijn hart gezet op het kollektivisme, een maatschap-pelijk stelsel in bijna aile eeuwen onder ver-schillende namen gepredikt, maar waarvan niemand kan zeggen wat het eigenlijk is, dat gestadig veranderd, en niemand weet hoe/ men het zou invoeren, omdat maatschappe-' lifc stelsels niet ingevoerd worden, maar uît zich zelve groeien en ontwikkelen, en altijd op een wijze die niemand kan voor-zien, in ai wat er up maaiscnappeujK geuieu zegd of gedaan wordt, ziet de man een flinli stap voorwaarts op wïg naar zijnideaal, da ware het ooit voor verwezenlijking vatbaa niet anders ware dan de béstendiging va het dwangkamizool waarin we allen nu zo deerlijk gekneld zitten. Zelfs in degenen die van nu af middele verzinnen om die knsllende banden na de oorlog spoedig door te knippen, als de bu: gers die een voedingssyndikaat gevorm hebben, ziet F. H. cnbewuste he'pers voc het kollektivisme, terwijl hunne werking b goed slagen, er juist moet toe leiden d onafhankelijkheid voor een groot gedeelt middenstanders te heroveren of te verzekerei Maar dit laatste kan ,'emand die het teger deel wil, niet begrijp«n, en dat is in ailes zoe Zoo kunnen wij pcen uiteinde van de: oorlog aannemen die niet met onzen w overeenstemt. Elk gdooft en voorspelt ee einde zooals hij dat wil, en de uitslagen de gevechten — die noo'it anders uitvallen da ten gunste zijner wenschen — versterke hem in die meening. Ook in de redevoeringe der Staatsmannen — om het even wat z vertellen — vindt hij steeds een bevestigini van zijn geloof. Van het krantennieuws gelooft hij wat hen bevalt, dat is wederom : wat hij wenscht, -het omgekeerde is leugen en onzin. Zoo zijn wij allen, en het ware kinderach tig hierover te wiilen. twisten e« te durvei beweren ! « ik maak *en uitzondering ». Neen, neen, we zijn allen even onnoozel En gelukkig dat we zbo zijn, want voor wii wijs ware zou het leven — vooral in dezei tijd — niet zijn uit te touden. Door steeds te hop '-n dat in het einde aile; goed zal terecht koffién, en dat ailes zal ver gaan zooals wij 't verî.angen, blijven wij vo moed en soms nog cpgeruimd. Droevig, kwaadof nijdig worden wij alleei als we er een ontmoe ;n die het tegenover gestelde wil van ons, uit die oorzaak de din gen geheel anders ziet dan wij, en ons zon der verschooriing zijn zienswijze wil opdrin gen. In onze oogen is dat een domkop of eei slechterik, voor wie het tuchthuis nog ti goed is. Zulks is het geval métal onze meeningen hetzij die van godsdienstigen, wijsgeerigen politieken of maatschcupelijken aard-zijn. En hoe onnoozeler wij zijn, hoe stevige wij aan onze meeningen vasthouden, en hoi meer wij ons verhejagen in haar aansiaandi liiamf, die aiiijd op w"îjj is en op weg biijii De Foe. BORSTPILLEK VOOR VERKOUDHEID, hoest, luchtpljp ontsteking, vallingen, enz. Apotheek O. Van Wynen daele, St.-Michielstraat, 17, Gent. - ——— VAN ALLES WAT Stikpaardjes. — Een der stokpaardjes van Vooruit' opstellers en vaksecretarissen is : dat de vakvereeni gingeri in politiek moeten doen. Wij zouden er niets tegen hebben indien men daa onder verstond « werkerspolitiek >, het is te zeggen z zulke vraigitukken, eischen en verbeteringen die vooi deel voor de werkers op het oog hebben, maar dat i niet zoo. Onder politiek verstaan de politiekers < parti politiek », die eigen of kliekpolitiek is, en de werkers eischen dienen bij allen slechts als vogellijm om d werklieden aan hunne stokken te doen kleve'n. Over die partijpoîitiek zijn de menschen verdeeld i libero clerico-socio's, en daaimede heeft men ze te allen tijde tegen elkander opgehitst. Ieder van de dri beweren nu dat ze hunne politiek moeten aanklever wiilen ze hun lot zien verbeteren of geheel en ganse gered worden, en ajle drie vinden geheele kudden di aan die beloften geloof schenken ; de eene hier, d andere ginds, in grooter of kleiner aantal. Hoe nu kunnen liberale en katholieke werkliede deel maken van een socialistische politieke vakveree niging? Of omgekeerd, socialistische werklieden va een katholieke of liberale vereeniging? Ligt het niet voor de hand dat het eenige plan or al de werklieden van één vak bijeen te brengen bestaé in de partijpoîitiek uit te sluiten, en waar het pas gee ziph alleen te bemoeien met werkerspolitiek? / Wat schuilt daar achter? — Men meldt uit Londen « Het wordt aangenomen in Engeland dat Robert e een of twee andere ministers uit de Arbeiderspartij h< voorbeeld zullen volgen van Hodge, die zijn uittrede uit de partij aankondigde. Hodge poogt het syniika< der ijzergieters over te halen tôt het zich losrukke van de partij. Men denkt niet dat het lukken zal. » Zooals dit hier staat, weet men met zulk bericht ni< veel, maar de zaak is zôô : De engelsche arbeiders zij met de gang der gebeurtenissen en de houdiug hunrn vertegenwoordigers in het ministerie niet tevredei Hun groote hoofdman, Henderson, hebben zij reec zijn ontslag doen geven, en dat zouden zij Rober Hodge en nog twee anderen ook wiilen dwingen 1 doen, maar deze verdommen het en gaan liever uit d partij als uit het ministerie. Onze vrienden Van der Velde en Destree zijn er i dit opzicht beter aan tee; die hebben geen hartevn ters noch dwarsdrijvers achter zich staan die al hunt: daden gadeslaan Welke politieke, financieele en kapitalistische ka persprongen zij ook maken, voor hunne partijgeiioote is het ailes wel. Dat de engelsche arbeiders aan zooveel braâfhei een voorbeeld nemen. Van Dejtre® o®sproken. — De man is nu commi voyageur geworden in vechtlust. Laatst was hij Tokio, in Japan, waar hij de Japanners moest bepratc naar Rusland te trekken om de Russen te dwing< voort inee te doen in den oorlog, alsof ze nog niet gi noeg hadden met den oorlog onder elkander. Zonderlinge socialisten, die heeren leiders der Be gische werkliedenpartij : Als het vrede is houden ; donderende redevocringen tegen den oorlog, maar het oorlog, dan donderen ze even geweldig tegen d< vrede! Wat aardige pailjassen zijn me dat 1 / Geiukklgo ailanders. -r- De lotgevallen van een vo vOiangen ineestal af van zijn aardrijkSkundige liggin Zoo bijvoorbeeld is Engeland het eenigste iand Europe, dat gedurende duizend jaren geen vijandelijl inval heeft gehad. Dat is niet het eenige voordeel dat het geniet do niet anders genaakbaar ie zijn als te water : Die afg zonderde ligging bood een veilige schuilpla3ts a< voor velen die in hun land om politieke redenen moe ten uitwijken. ;• v tic _» idiv. u vt c vcio u aiuua ujutuo g de gemeenteonlusten het kanaal over en leerden daar . hun ambacht — het lakenweven, waarvan de Vlamin-gen toen het monopool hadden — de Engelschen aan, r, c-n deden aldus hunne gewezen landgenooten een doo-n dende inededinging aan. 0 N« eenigen tijd, toen er genoeg Engelsche wevers waren, werd de uitvoer van wol uit Engeland verboden, en dan was die nijverheid, die voor Vlaanderen een tl ware ^oudmijn was, in eens dood, want do, wol der n engelsche schapen is de fijnste van de wereld en kan door geen andere vervangen worden. Sedertdien staat , Engeland aan het hoofd der lakennijverheid en heeft er a onnoemelijke schatten m*e gewonnen. -r Dit dankt het aan onze burgeroorlogen uit de veer-[j tiende en vijftiende eeuw. e De huidige oorlog zal voor de Engelschen al vast en zeker een gelijkaardig voordeeltje opleveren, die zij e ook 2ullen te danken hebben aan hunne ligging in het water, wf.ardoor het land een veilig schuiloord aanbood aan al wie zich wilde en kon uit de voeten maken. Eenige, bij het begin van den oorlog uit Antwerpen gevluchte diamantslijpers, zijn daar spoedig door ver-standige Engelschen in staat gesteld hun ambacht voort te zetten, en werden even spoedig verplicht leer-lingen aan te nemen. Volgens De Belgische Socialist, het blad van volks-vertegenwoordiger Kamiel Huysmans. is men thans zoover dat er te Brighton (Engeland) een diamant'slij-perij gebouwd wordt, minstens tweemaal zoo groot als de « groote fabiiek > te Antwerpen. a En daar de Er gelschen meestes zijn van de diamant-mijtien van Transvaal, dringt na den oorlog zich een 1 zelfde maatregel op in zake ruwe diamant, als die over vier eeuwen in zake ruwe wol, namelijk een uitvoer- 1 verbod naar andere plaatsen dan die der eigenaars be-lieft.Dat is de onvermijdelijke dood der eers zoo bloei-ende en weelderige Ant.werpsche diamanfnijverheid. Gelukklge eilanders ! BROODOVEN « LE MERVEILLEUX „. Bakt brood, braadt vleesch, bakt koek. Droogt vruchten, groenten en fruit, op gas- en kolenvuur. - Huis Dutry-Colson, Veldstraat, 12, Cent. 1 « «»•*<»»■.. > STADSMitGELEGENHEDEN 1 TEGEN DEN WOEKER Si cette histoire vous amuse, Nous allons la re-re-commencer. 't Is het gepast oogenblik of nooit om bij deze gelegenheid te herhalen dat er niets nieuws is onder de zon. Als reeds in het Evangelie de woekeraarâ verweten werd: waar uw schat is, daar is uw hart, zijn die 1 woorden ons uit het hart genomen, 't welk ; sedert onze kerkvaders niet van plaats veranderd schijnt. Wij zouden thans, duizende i jaren nadien, geen geschikter, geen schilder- > achtiger uitdrukking vinden om den huidigen toest2nd te kensebetsen. A'.leen zouden wij r een tijdgenoot als Christus kunnen aanradMi, : de kleine koorden waaruit zijne zweep ge-: vlochten was ■ om de schacheraars uit den • tempel te jagen, doorstrengen fe vervangen. Later, in oorlogstijd, heette h -t « dat dage-. lijks de schreeuwendste misbruiken worden - vastgésteld. De handelaars leveren zich aan dfn schandaligsten woeker over. Zij verdub-belen, verdr edubbelen, vertier.dubbeien den prijs hunner waren, hier van een pot smeer-sel, daar van een pond rijst; vandaag van de kolen, morgen van de aardappelen. En dan ' schelden zij u op den koop toe nog uit als gij udaarover beklaagt.'» r Hoe zullen çmze kleinkinderen deze periode 1 in de geschiedenis beoordeelen, waarin de j woeker zulke fantasiieke vlucht neemt dat . 't hoofd van iedereen op de schouders begint - te draaien en niematid nog recht voor zich uit E kan zien ? Geheel erg hoeven wij eigenlijk 1 hunne schatting niet te vinden, want steeds i zal zij... onder de lijn blijven. De wederwaar-e digheden van- een . zeep- of anderen baron zullen hun steeds als een fabel in het oor I klinken. De groote fortuinen, in enkele jaren e bijeeugeschrapt, zullen als bluf worden aanzien. Zij zullen niet gelooven dat er geluk-™ kige menschen waren die, de « overvoeding» genietende, hun cacao aan 65 fr. den kilo, anderen hunnen koflie en hun pakje cacao n aan 4,50 fr. het vierendeel verkochtfn. En tegen de bewering dat dit zooiije zoo harte- I loos optreedt tegen onze jongens aan het front als tegen degenen die ongeduldig op : hunnen terugkeer wachten, zullen onze nako-« melingen verzet aanteekenen uit eerbied :t voor hunne grootouders. 't Is nochtans de "t eenvoudige waarheid. n Dit blijkt namelijk uit de bittere klachten, door de soldaten gedaan over de woeker-;t prijzen welke hun voor aile benoodigheden nr werden afgeperst, waarover door de bevoegde ,. overheid een onderzoek was ingesteld ten-s gevolge waarvan een krachtdadig besluit ge- \ nomen werd om het kwaad met den wortel ® uit te roeien. De handelaars worden bedrëigd met de n verbeurdverklaring hunner waren, die onder de soldaten zullen verdeeld worden, bij de e eerste protesten die nog in het Ieger tegen r. de woekerprijzen opgaan. Verder mag niets n meer uitgestald worden zonder dat de prijs van iederen aitikel geheel klaaris aangeduid. d Wanneer wij daarvan kennis namen hebben wij er een oogenblik aan gedacht die s. laatste maatregel hier te verdedigen ; oftge-e lukkiglijk hebben de feiten ons doen inzien II dat zoo iets ontoereikend is om den woeker " te keer te gaan. De pekelharing piijkt hier bij aile hande-1- laars met een l}aar;je in den rug, waarop de :e prijzen 1,75 fr., 2,00 fr. en 2,25 fr. u uitda-gend in de oogen zien. De sigaren kosten 1 1 frank het stuk; de rookers beklagen zich dat zij er maar een of hoogstens twee in eens kunnen bekomen. De koffie zoowat 80 fr. de k kilogram. Een gekend kruidenier middeu in de stad verkoopt er van zooveel hij kan. In c Brussel, op de Anspachlaan, wordt een maga-zijn geopend waar (goede) zcep aan 70 fr. )r voor 12 stukken wordt te koop gesteld. Aan de deur werd « queue » gemaakt, zoodat.in s„ enkele dagen de voorraad uitgeput was. Wat dan? i»iisai_uicu ib er tutu wei iets je uoen langs dezen weg. Die prijsaanduiding kan den eersten stap zijn op den weg die ons naar de verlossing leidt van woeker en andere plagen. Men kan nooit weten tôt hoever een dubbeltje rollen zal. Wij geven dit ter overweging aan het Sfads-en andere besturen. Rik. SPAART uwe SCH0ENEN met het SCH0ENBESLAB " DUC „ voor Heeren-, Dames en Kinderschcenen. Licht, sierk, praktisch, sierlijk. HUIS DUTRY-COLSON, Veldstraat, 12, GENT. Vrouwenbeureàlng —o— Sphini bekent in zijn artikel van 28 Juli : < Al die beschouwingen hebben ons bclet zakelijk te zijn ». Inderdaad, Sphinx antwoordt weinig op hetgeen wij schreven; het ernige wat er rechtstreeks mede in ver-band staat is zijne bewering. dat wij < den tekst der wet met geen genoegzaam gespannen aandacht schij-nen gelezen te hebben. * Wij vermeenen den tekst heel goed te begrijpen. Of de moeder « ja » zegt of < neen > het komt er niet op aan, de toestemming des vaders is voldoende. Wij zouden de wet zoo formuleeren : < Om een huwelijk aan te gaan heeft men, tôt een vastgestelden ouderdom, de toestemming der ouders nfîodig. » • Zoo stellen wij vader en moeder nevens elkaar. Vin~dt Sphinx dat nu vrouwenheerschappij ? Of wij ons afgevraagd hebben waarom groote ont-dekkingen en uitvindingen door mannen gedaan werden? Wel, vrouwen konden die niet doen. Zijn zij machinisten, werktuigmakers, ontvangen zij technisch onderwijs? Sedert hoe lang hebben zij goed ingerichte middelbare scholen en is de toegang tôt de Hooge-school haar toegelaten ? Heeft Sphinx zich al afgevraagd waarom er geen be-roemde vrouwelijke advokaten zijn? Voorzeker niet, want hij weet dat de vrouw, in Bel-gi«, wel in de Rechten studeeren mag, maar het haar niet toegelaten is te pleiten. De vrouw begint nog maar te ontwaken, laat haar vrij hare krachten ontwikkelen, gebruiken en ont-ploolen en ziedan waartoe zij in staat is. Sphinx heeft ongelijk man en vrouw altijd tegenover elkaar te plaatsen. Men vergelijkt geen stoel met eene tafel, maar een stoel met een stoel. Als stoel en tafel •goed gemaakt zijn, bewijzen beiden veel dienst als huismeubels ; beidenzijn onontbeerlijk. Hij vooral zou dit moeten inzien, hij, die altijd zoo 'n scherpe lijn wil trekken tusschen man en viouw. Wij plaatsen man en vrouw nevens elkaar en beweren dat de afstand tusschen eene alzijdig ontwikkelde vrouw en een alzijdig ontwikkeld man veel geringer is dan die, welke bestaat tusschen twee mannen, waarvan de een beschaafd en de andere ruw en onwetend is. Wat de historié betreft van den getabberden heer en zijn slandje, wij begrijpen Sphinx liet, die ailes op den kerfstok zet der dame, die, zegt hij, feministe is met der daad. Wij zien niet in, wat de hnndeling dier dame gemeens heeft met de gedachten, die wij verdedigen. Wat wij wel inzien is dat die getabberde heer, een... ja, anders kunnen wij 't niet zeggen, een « mossel _» is, die zich door zijn vrouw karakterïooze AD0LF VAN DEN BREEN, papierhandelaar, Slacht-huiilaan 17 en 18, Gent, verkoopt aan voordeelige prijzen ercballetrpapier, witte cassée, slachterspapier, perkament végétal voor melkerijen, parafine papier, brouwerspapier, zijcfepapier, glacépapier in aile kleu-ren, caisietten en ronden voor pasteibakkers, enz. Papieren zakken v»or koffie, thé, malt, suikerij, be-schuiten, patatenbloem, soda, klakken, hoeden, rnodis-ten en aile andere bedrijven. Huis bestaande sedert 30 jaren. Brief van pe Maerfelàtere Heer Opsteller, In antwoord op uw geëerde missieve van 24 Juni moet ik u zeggen dat uwe verwon-dering over mijn lange stilzwijgendheid mij verwonderd. Ge zult u toch wel herinneren, hoop ik, dat ik mijne reeks brieven begonnen ben om in uw blad Eedje te verdedigen tegen de aanvallen waaraan hij toen van aile kanten bloot stond. Zulks is nu niet meer noodig, geen mensch spreekt nog over den eens zoo beroemden man ; het is als waren al zijne vijanden uit-gestorven, ten ware hij in hunne opvatting zoo onschadelijk geworden was, dat hij hun het noemen niet meer waard is. Waar geen aanval is moet er geen verde-diging zijn, niet waar? Toch, gezien ge mij schrijft dat zoo vele lezers naar wat kopij van mijne hand vragen, zendt ik u hier wat anders. * * * Onze Engelsche en Fransche partijgenoo-tenstonden onlangs voor eenmoeilijk vraag-stuk, jif, misschien is het nog niet opgelost. Ziehier de zaak : De beruchte advokaat soçiaal-demokraat Kerenski, die geduiende eenige maanden de russische Tsar rpgevolgd was, en dan plot-seiing verdwenen was zonder dat iemand wist waar hij gestoven of gevlogen was, dook in eens op bij onze partijgenooten in Londen, om hun te beduiden hoe isoodzakelijk het was dat Rusland weder deel nam aan den oorlog, en ook dat Japan zoo niet langer de luierik uithing. Onze Engelsche gezeilen die, even als het meestendeel onzer vrienden zeer vrede's-ge-zind zijn zoolang er geen oorlog is, juichtten hem toe, vooral omdat hij sprak in naam van het russische volk, dat— naar zijn zeggen — hem opzettelijk gezonden had om dat te vertellen.In Engeland was er geen mensch die Kerenski ooit gezien had, en, ofschoon nie-mnnd wist hoe, of op welke wijze hij uit i Rusland gekomen was, twijfelde geen mensch of men had de echte goede gezel Kerenski bij de beenen. Van daar trok onze man naar Parijs en speelde daar bij onze ira' sche vrienden de zelfde roi. Maar daar waren twee gezeilen die in Rusland geweest ware en de echte Kerenski kenden. Daar was vooreerst gezel Moutet, die er maar geen kop kon aan krij- *

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel De waarheid: socialistisch weekblad gehört zu der Kategorie Socialistische pers, veröffentlicht in Gent von 1906 bis 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume