Gazette van Gent

1489 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1914, 11 Oktober. Gazette van Gent. Konsultiert 28 Januar 2023, https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/de/pid/2r3nv9dc9d/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

247* JAAR. — N* 247, — B. 5 CENTIEMEN ZONDAG, 11 OCTOBER 1914 GAZETTE VAN GENT IÎÎSCHKIJVIJÎGSPRIJS S VOOE GENT : VOOR GEHEEL BELGIE : Een jaar ...... fr. 12-00 Een jaar ...... fr. '5-0® 6 maanden » 6-50 6 maanden > «-7® 3 maanden , • • • . » 3-50 3 maanden • • • • # > 4-UII Voor Holïand : 5 franl: per maanden. Voor de andere landen : fr. 7-50 per 3 maanden^ NIEUWS-, HANDELS- EN ANNONCENBLAD Gesticht in 1667 ; ' BX3STI71TR 15 X BEDÂCTIE VELDSTRAAT, 60, GENT TELEFOQN Nr 710 De bureelen zyn open van 7 ure 's morgends tôt 5 ure 's avonds• De inschrijvers buiten de stad Gent moeten hun abonnement nemen ten postkantoore hunner woonplaats. DE EUROPEESCHE OORLOG 33© groote Slag DE BESCHIETING VAN ANTWERPEN DE BEEEGEUING VAN LESE EENE HERINNERING NOG DE GEVECHTEN ROND QUATRECHT In Belgie Nog steeds kregen wij geene oîficieele medie-deeling.(OFFICIÉELE MEDEDEELINGEN). In Frankrijk De Groote Slag Het front van heî leger dea* bondgenooten strekt zîch uïi tôt aan de Noordzee>De Duïflt-schers trekken aohteruiS naar het Noorden van fli*ras. De bondgenooten rukken vooruit tusschen de Sosmnje en Oise. Al de aanvaïlen van den vijand raislnskken. Parijs, 9 october, 3 ure namiddag. Op onzen linkervleugel heeft de vijand geen slap gewonnen ; op verschillende plaatsen, namelijk in het Noorden van Arras, alwaar een gevecht plaats had, dat geheel ten gunste af= liep onzer troepen, moest het Duitsche leger wijken. Ten gevolge van het krachtig optreden onzer ruiterij, breidt ons front zich thans uit tôt aan de Noordzee. Tusschen de Somme en de Oise behoudt de vijand zijn standpunt ; wij zijn er evenwel in gélukt een deel zijner oude stellingen te ver» overen. Ten Noorden der Aisne schijnt het getal Dnitsche troepen verminderd te zijn. De vijand heeft zich op de heuvelen der Haas, tusschen Verdun en St=Mihiel, terugge» trokken tôt aan Hapfonchattel. Hij bevindt zich nog altijd te St Mihiel en behoudt zijne stellingen ten Noorden dier plaats, op den rechteroever der Maas. In de Woevrestreek heeft de vijand hardnek= kige en geweldige aanvallen gedaan ten Westen van Apremont, maar allen mislukten en hij werd met groote verliezen achteruitgeslagen. Parijs, 9 october, om 11 ure 's avonds: In het algemeen blijft de toestand onveran= derd. De ingenomen stellingen blijven behouden, in weerwil van geweldige en wanhopige ge= vechten, welke geleverd werden in de omstre* ken van Roye. De Duitschers vallen voortdurend aan, maar worden onophoudend afgeslagen. Parijs, 10 october, om 11 ure 's avonds. De algemeene toestand op het front is niet veranderd. Aan den rechtervleugel duren de ruiterijge vechten voort, tôt het Noorderdepartement, te Rijsel en te La Bassée. Het gevecht duurt voort op heel de lijn van Lens, Arras, Bray s/Somme, Chaulnes, Roye en Lassigny. Op den rechtervleugel ; in de Woevrestreek, heeft op heel het front een artilleriegevecht plaats. In de Vogeezen en in den Elzas is de toestand onveranderd. Een veldslag te Roye 1200 Ouitschers krijgsgevangen genomsn Een levendig gevecht wordt geleverd in de streek der Roye, waar de Verbondenen in twee dagen 1200 gevangenen maakten. DE BESGRIETIHSIU MM De grootste belangstelling der krijgsverrich-tinigen in Belgie is voor lliet oogenblik ge-vestigd op Antwerpen, waar de vestingen en de stad door de Duitschers beschoten worden. Ongelukkiglijk hebben wij daarover geene rechtstreeksche berichten en moeten wij ons houden aan de mededeelingen, ons gedaan door vluchtelingen, die natuurlijk ond-er ©en gewet-tigden indruk van angst verkeeren ; daar-dcor de zaken mièestal veel erger zien dan zij werkelijk zijn en dan ook in hunne beschrij-vingen veel overdrijven. Zoo werd, kort nadat de besebdeting begon-nen was, gezegd, dat Antwerpen reeds geJheel in brand ,stond ! Wat ervan zij, het schijnt dat sadert donder-dag, te middernacht, de beschieting nogal groote schade in de stad heeft aangericht. De Zuidstatie en het Justiciepaleis werden in brand geschoten ; de toren der hoofdkerk weird licht baschadigd. Bonumen vielen odk in de Sohelde, maar de vele graanschtepen, die er op anker lagen, waren gelukkiglijk reeds weg-gebracht.Op verscheidene andere plaatsen werd natuurlijk ook schade aangericht. Er werd nog gezegd dat, aangezien de loka-len van den Dierentuin ook reeds getroffen waren, het bestnur besloten had al de wilde dieren te doem doodschieten. Wat van den anderen kant zonderling is en vertrouwen zou moeten doen stellen in de En~ gelschen, die thans in de forten gelegerd zijn, is, dat de Duitschers zich, vorplicht gezien hebben nog 2000 man troepen uit Luik naar Antwerpen te roepen. Er wordt ook gemeld dat de Duitschers, met hunne kanonnen Antwerpen niet kunnende be-schieten, zes Zeppelins boven de stad hebben gezonden die verscheidene bommen geworpen hebben. / De tegenwoordige toestand Sedert een drietal dagen is er in «ma land iets gebeuird, dat niet aile en de iaw.oaers moet geroiststellen, TQa<ir hun tevens met veel hoop de toekomst van ons duurbaar land moet doen te gemaet zien. Engeland en Frank rijk, hun verpajide woord igetrouw, hebtoen versterkingen. naar Belgde gezonden.Onze bondgenooten, de Franschen en de Engelschen, die hun woord gogeven hadden, ons te zullen helpen en bijstaan, in vergelding voor hetgeen wij voor hen deden, in het begin van den oorlog, hebben gezworen de stad Antwerpen met hare maolitige- versterkingen niet te laten innemen door de Duitsche overweldi-gers.Zij hebben humne versterkingstroepen gezonden en er koraen er nog dagelijks bij. In hunne getajsibeirksfce en ,:n hun zwaar ge schut, mogen de Belgen voile vertrouwen hebben. Sedert enikele dagen is de vetrdedïging van ons land z&er veel toegenomen en zulk s in de beste voorwaarden. Frankrijik beloofde zijnen steun en de steun i". er. Engeland beloofde groote troepenikracht, zij kwamen, zij zijn er en gioeien voortdurend aan van dag tôt dag, van uur tôt uur. Eene herinnering Den 29 october 1910 was de tkeizer van Duitschland de gast van koning Albert en ko-ndngin Elisabeth, in het Paleis van Bruseel, en bij de ga,lamaaltijd bracht Wilhelm II den vol-genden heildronik uit, aan de Vor&ten en de toelkomst van Belgie : "Mochten de vele betrekkingen van vertrouwen en gOiede nabuurschap tusschen Belgie en Duitschland nog dichter toehalen. Mocht de regeering van Uwe Majesteit het gelu)k en den voorspoed verspreiden in het koninklijk huis en onder zijn volk. Het is de innigste wensen uit den grand mijns harten : Leve Belgie ! Leve de feoninMijkie familie !" Den 18 october ging eene Belgiselie missie den fceizer te Afcen groeten. Wilhelm II sprak als volgt toit den heer Delvaux, gouverneur der provincie Luik : " Gij zijt gouverneur eener provincie, waar-mede wij altijd in goede nabuurschap hebben geleefd. Gij hebt, dehk ik, in de liaatste dagen (het was tijdens de zaak Agadir) in uw land nogal wat angst uitgestaan ; geloof mij, besloot de keizer, deize angst was nutteloos." Na aflioop van het ontbijt in het Rathhaus, ] zogde de keizer tôt den Belgischen generaal : Heirniburg-er : " Belgie heeft zich in den laatsten : tijd steirk gewapend !" — Ja, Sire, antwoordde de generaal, maar wij hebhen nochtans vertrouwen. Dadelijk hernam de keizer: "Gij doet wel, ; van vertrouwen in ons te hebben." Wellioht dacht hij dan reeds, dat dit vertrouwen van Belgie hem zekeren dag de taak gemabkelijker zou maken. : De belegering van Luik DAGBOEK VAN EEN BELGISCHEN SOLDAAT. Heldenmoed van een gekwetsten officier. Ziehier uittreksels uit het dagboek van een iBelgischen mécanicien, die gehecht was aan het fort van Boncelles, te Luik. De schrijver van het dagboek werd door de Duitschers krijgsgevangen genomen, doch ge-lukte erin te ontvluchten en kwam, eenigie dagen geleden, in Engeland aan. 3 augusti. — De Duitschers doen een inval in Belgie ; generaal Léman beveelt de vernie-ling van het dorp Boncelles, op een afstand van 600 meters van het fort gelegen, en bijge-volg binnen de vuuirlijn. De bewoners hadden 15 miinuten om te vluch-ten.4 augnsti. (4- ure 's morgends). — De mécanicien van het fort en vijf vrijwilligers krijgen foevel de iniuren der woningen van het dorp, die nog recht staan, neer te halen. 5 augusti. — Het dynamiteeren der huizen wordt voortgezet. Men hoort in het bosch van Beaureigard geweervuur, en den galop van paarden. Wij ver nemen dat de ruiters Belgen zijn, van het 4e lansiers, overblijfsel van eene kleine af-deeling van 50 mannen, die tegen de Duitschers gevochten hebben. 10 ure 's morgends. — Wij oratvangen het ndeuws, dat er uhlanen te Esneux zijn. Eeniige schotein van ons fort veroorzaken ®chrik esi wanorde in hxawte raiigen, zij v/reken zich op de buirgerlijto bevolkinig (waarschdjnlijk de eerste wireedllaôden. door de Duitscliers in Belgie gepleegd). Drie observatiepoisten loopen gefaar omisin-geld te worden ; zij krijgen bevel zich t-erug te trekiken. Op dit oogenblik geven beveThe-bber Lefer en zijne drie luitenanten order te schieten, met kanonnen en geweren te gelijk. Het kanonvuur heudt aan ganisch den nacht. Daar het pikdon-k&r is, kan men zich van den uitslag geen re-kenschap geven. 16,000 dooden. 6 augusti. — Met het knieken van den dag, rond 4 ure 's morgends, bemerken wij den vijand die zich met mitrailleuzen verschan&t op 400 mete.rs afstand van het fort. Vijf minuten nadion bleef er van de vijand en geen enkele iman over. Om 5 1/2 ure 's morgends, bemerfcten wij de witte vlag op het slagveld. Aanstonds klimmen bevelhebber Lefer en luitenant van Loo op het hoogste van het fort en geven bevel het vuur te staiken. De bevelhebber had tenauiwernood uitga-®pro(ken, of hij istortte neer, aan de twee bee-nen door de Dnitsche mitrailleuzen getroffen. "Een weinig later gaven 80 Duitschers van het 74' iregiment vaai Hamover, zich krijgsgevangen en werden naar Seraing gestuurd. Het vuur had thans van wieerskaniten opge-houden. In het fort waren 9 dooden en 40 gekwetsten.Bevel werd gegeven mannen aan te werven uit naburige dotrpen, om de dooden te begra-ven. Het was een vreeslijk schouwspel. Overal loopen met lij'ken. In het geheel werden 16,000 lerkenningsteekena afgenomen van Duitsche jesneuvelden. Men vond 1400 gesneuvelde Belgen, die de tusschenruimten verdedigd hadden, Dijna allen van het Ie jagers en het 9° linie-regiment.9 augusti. — Men zegt on® dat ons fort aan-jevallen wordit door 40,000 Duitschers, gefco-iien van Francorchamps, enz. Onze bevelheb-3er Lefer, niettegenstaande zijne kw et sur en, blijft in het fort. Hij bleef er nog 8 dagen, zoo-ils gewoonitei eijnie bevelen gevende, totdat hij îeker oogenblik bewusteloos viel. Hij werd dan aaar Luik overgebracht. Van den 6 tôt den 13 augusti. — Men poogde op de bergvlakte van Cointe loopgrachten te sraven, op een afstand van 7 kilometers ran ona fort. Een klein getal kanonschoten was voldoendei om onmiddellijk het tçrrein te zui-veren.De aankomst der belegeringskanonnen. 13 augusti. — Aankomst van de zware Duitsche artillerie. Zij werd geplaatst op zulke wij-Zie, dat het voor de Belgen onmogelijk was ze te zien of er op te .schieten. 14 augusti, 6 ure 's avonds. — Twee shrap-nells ontploften op ons fort, dat tôt 8 ure do» avonds werd beschoten. Daar onze telefonische verbindingen vernie-tigd waren eni daar al de Belgische troepen, die de tusschenruimten der forten verdedigden bevel hadden gekregen zich terug te trekken, konden wij ons niet meer verdedigen. Bevel wej'd gegeven de koepels te sluiten en de gebeurtenissen af te wachten. 8 ure 's avonds. — Twee Duitsche officieren eischten onze overgave. 'Zij drukte.n zich in de Fra.rische taal uit en zegden het voligende : " Gij hebt genioegzaam ovar de groote krachfc onzer kanonnen knnnen oordeelen ; gij zijt door 278 houwitsers getroffen en wij hebben nog Igrootere kanonnen om u desnoods te beschie-ten en dan is oogenblikkelijk geheel het fort vernield. Geeft u over." Het antwoord onzer officier en was : " Onze eer veribiedt ons ons over te geven ; wij zullen tôt het uiter&te Wîeerstaan." Al de soldaten juichten dit antwoord toe. Een lïalf uur later werd de beschieting ?atï het fort hernomen, ditmaal uit twee verscliil-lende richtingen. De/ schouiw onzer machienfcamer viel lang» binnen het fort ; onze stoker weird verbrand. Het vuur moest uitgedoofd worden. Onze electrische verlichting weirktei niet meer ; verstikkende irooklkolomim'en vervulden weldra de verschillige gaanderijen. 15 augusti. — Omi 6 ure 's'morgends atortten de zalen in, waar onze kanonnen zich bevon-d(em. [Verscheidene koepels draaiden niet meer. Langer weerstaan- was nutteloos, te roeer daar onze gekwetsten ten spoedigste mogelijic moesten verzorgd worden. De intocht der Duitschers. Er werd bijgevolg besloten, ons over te geven. Drie witte vlaggen werden op het for# geheschen en tezelfdertijd werden de poer-magazijnen onder water gezet en de kanonnen en geweren vernietigd, vôôr dat de Duitschers aankwamen. Dit ailes geschiedde in enkele minuten en terwijl de Duitschers het fort binnenkwamen. Men beval ons op zeer strenge wijze binnen te blijven in drie kam&rs van het fort en onmiddellijk namen meer dan 100 Duitschers be-zi.t van de glacis. In min dan 20 minute» waren ongeveer 30,000 Diutschers vôôr en rond het fort, met hunner officietren, hun keukenmat&rieel en am-bulaniciën.Wanineer wij buiten het fort werd&n ge-bracht, stelden wij vast dat het fort nog slechts een puinhoop was. Wij hadden elf dagen weer-stan.d geboden. 16 Feuilleton der GAZETTE VAN GENT. DE LICHTEHDE STAD ROMAN UIT DE KAAP. Zij draaide het om haar pois, totdat de ro-bijnoogen in de schemering met een bovenna-tuurlijken glans schitterden en ik de hand uit-stak om het te bedekken. —O, wat een heerlijke avond is het! riep ik, van onderwerp veranderend, zie die door-sohijnende rose wolkjes eens ! Zij zijn even schoon als onze dwaze ver-wachtingen, antwoordde zij fluisterend. IX. * Den volgenden morgend was het weder geheel veranderd. De lucht was somber en druk-kend, en vraemde witte wolkeni Siingen aan den horizont en schoven langs een grijzen, ne-vehgen achtergrond. In het Oosten zag het bijzonder dreigend uit. Toen ik in den moi-gendstond er op uitging om na een slapeloo-zen nacht de Vee Kraal op te zoeken, heersch-te daar overal onrust, en de dieren snoven de lueht op, alsof zij wisten, dat er een storm na-derde.Toen ik langs de hut van Klaas kwam, riep hij toe : — Baas, vandaag komt onweder — Doch er kwam geen onweder, alleen joegen nu en dan windvlagen over het veld, en de wolken pakten zich samen. Vroeg in den namiddag keerde ik terug, wndat ik Marion beloofd had, een rit met naar te doen. Ik vond haar reeds gereed. Het was een dag van zalige droomen voor mij geweest. Soms verloor ik aile berekening van tijd en plaats. Het gebeurde van gisteren was ook zoo wonderheerlijk. Wanneer de ruk vlagen met geweld op mij aanvielen, juichte ik van blijdschap ! Dan had ik een gevoel, alsof ik worstelde met al de moeilijkheden van dit nieuwe pad, en volkomen zeker was van de overwinning. Ik geloof dat Marion al even opgewonden was. Zij stroomde over van leven. Reeds op groeten afstand hoorde men haar welluiden-den lach, wanneer zij Charlie plaagde, die ons wilde vergezellen, of Patrick in het stof deed rollen. Toen ik terugkwam, stond Castello op de stoep. Hij wierp mij een kwaadaardigen blik toe, en begaf zioh naar zijn kamer. Abdulla volgde hem weldra met een fleseh brandewijn en een glas. — Zoo zegde ik bij mij zelf, waait de wind uit dien hoek? Dat vermoedde ik al. Doch Marion scheen zich om niets te be-kommaren. Zij was wild, en grillig en vol prêt. Haar vroegere kalme statigheid had zij weggeworpen als'een kleed, en in plaats daar-van hadden wij een luchthartig meisje tôt ge-zellin.Haar lievolixjgspaar/d stond gejjeied, en Klaas hielp haar in den zadel. Sanna, haar trouwe kamenier, hield in verrukking de zweep vast, en bracht nu en dan de hand aan den mond om een gil te weerhouden, wanneer het paard te dicht bij haar kwam. Char-lie zat ook reeds te paard. — Hebt gij vandaag ook weer aan het war-ter gewerkt, mijnheer Iletief 1 vroeg Marion onschuldig, met een lachenden blik, terwijl zij de teugels in de eene hand bij elkaar nam. — Neen, antwoordde ik, vandaag was het Iniet noodig. Het werk van gisteren avond was voldoende. — Oom Paul ! riep Charlie, zullen wij de be- bouwde velden gaan 1 Dat is zoo een prachtige weg om te draven. — Waarheen gij maar wilt, antwoordde ik. — Goed ! Dan vooruit maar ! En als struisvogels renden wij weg, met den wind achter ons. Bij de bebouwde velden, maakten wij hait, om de paarden te laten adem scheppen. Vreemde vogels, op witte ooievaars gelijkend, stonden in den voren met den kop in den wind. Nu en dan vlogen witte ganzen schreeu-wend over ons heen. — Dat is raar, zegde Charlie ; zulke vogels heb ik hier nooit gezien. Had ik mijn geweer maar medegebracht ! En kijk daar eens. Een vluoht zeemeeuwen, door den wind voortgejaagd en blijkfbaar doodop, streek op het land neder. — Wat beteekent dat, oom Paul? — Dat beteekent, dat wij stormachtïg weder te wachten hebben, zegde ik. Kijk maar naar de wolken, en daar ginds dien zwarten nevel. Vanavond krijgen wij waarschijnlijk zwaren re-gen.— 0, droevige profeet ik geloof er geen woord van !Dat zijn de eerste voorteekens van de lente, en ailes zal prachtig worden. — In ieder geval, zegde Charlie, moeten wij onzen rit ten einde brengen. Kom dan,, één twee drie ! En weg renden onze wilde paarden mot hun nog wilder ruiters over het open veld den langen weg op naar huis. De zon was bijna onder toen wij de farm bereikten. Wij waren opgehouden aan de hut van een herder, wiens kind ziek was, en op den terugweg hadden wij den wind tegen. Doch de opwinding van den rit had ons allen aan-gegrepen, en Marion was niet te houden. De teugels aan Klaas toewerpend, liet zij zich van het paard glijden en verdween in huis. îsa eenige oogenblikken kwam zij terug in haar gewonen kleeding, met een doek over het hoofd. — Als het gaat regeuen, zegde zij, moet ik wat bloemen plukken. Toen keek zij op naar de op elkaar ge&ta-pelde wolken, en de roode lucht, waar de zon wegzonk, en dit bracht haar in een andere stemming. Hoe grootsch ! Hoe ontzagwekkend ! riep zij. Gij zoudt u kunnen verbeelden, dat de natuur een groote ramp voorbereidde. Zoo moet het eruit gezien hebben, toen de ark werd gereedgemaakt.Paul, ging zij beschoomd voort, zachtjes, alsof zij den naam niet recht durfde gebruiken, zou het een geducht onweer worden 1 Ik was bezig met de riemen van mijn zadel, en keek op om te antwoorden, doch zij was ïeeds weer op een ander onderwerp overge-sprongen.— Charlie! Charlie! riep zij, krijg mij als gij kunt! En met den knaap achter haar en Patrick blaffend voortuit springend, was zij als een schim verdwenen in de toenemende schemering, om bloemen te gaan plukken in den tuin. Het was voor het laatst dat wij hun zagen : — Vaarwel ! riep zij mij nog toe, wuivend met de hand, waaraan ik mij verbeelde, de glinsterende slang te zien — en weg was zij. Terwijl wij naar de brug stonden te kijken, kwam oude StofM laiigzaara aaiïistappen. Sanna, zijn dochter, die naast mij had ge-staan in voile vereering voor haar meesteres en nu en dan krampachtig in lachen uitbar-stend, liep hem te gemoet. Hij nam snel in beterschap toe. Die dagelijksche zorgen van Marion en zijn eigen krachtig gestel hadden wonderen gedaan. — Baas, ik kan alleen loopen ! riep hij ver-heugd.Ik voor mij was overtuigd, dat het bestte geneesmiddel voor den ouden man de vervul- [ing van Marion haar belofte was geweest. IE was er niet bij tegenwoordig, maar Klaas had het mij verteld. Hij had aile bedienden bij elkaar doen komen, en vertelde hun, Castello zijn wreedheid zooveel mogelijk bemanteld, door van een ongelukkige vergissing te spre-ken, dat zij zelf Stoffel den tabak had gegeven, en dat geen enkele vlek op zijn karak-fcer rlustte. ' Ik zou morgen naar hem gaan luisteren, als hij wel genoeg was om te preeken, voegde zij erbij, en ik zou ailes gelooven wat hij zegde. Stoffel is een goede man. Nui kwam Stoffel naar mij toe om mij te ver-tellen dat de herder drie van de schoon-ste geiten had laten wegloopen. Hij had de kuddc thuis gebracht, maar wist niet, .waar het drietal gebleven was. Wat er nu gedaan moest worden? Inkosi, zegde hij angstig, als de roode katten of de jakhalzen hen met rust laten, dan worden zij toch door het onweer overvallen. — He'o is goed, Stoffel, zegde ik, ik zal het paard nemen, en ze gaan opzoc£en. De avond daalde snel, toen ik over het veld terugdraafde. De zware wolken maakten het nog donkerder en de afstand bleek grooter dan wij meenden. Maar ik vond de dieren. Zi) stonden op elkander gedrongen in een holle plek onder de doornstruiken aan den oever, en Klaas, die met mij mede was gegaan, kon ze bijna niet bewegen, om die schuilplaats te verlaten. Eindelijk gelukte het hem, en onze paarden aan den teugel nemend, kregen wij ze na,ar huis. Op zulk een tijd zijn geiten do domste dieren van de wereld. Alleen schapen zijn nnsschien nog erger, en met struisvogels kunt gij m den donker niets beginnen ■ zii gaan gewoon op den grond zitten, waar de duisternis hen overvalt, Maar dat zijn dan ook maar vogels ! (Wordt raojtgeze*.)

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume