Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad

973 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1917, 18 August. Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad. Konsultiert 09 August 2022, https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/de/pid/ft8df6m513/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

18 Augusti Î917 Nr 33 40e Jaargang HET VLAAMSCH HEELAL Vrij en Onafhankelijk Katholiek volksgezind weekblad voor Vlaamsche en Algemeene Belangen I\SCIiniJVI\GSI»HlJ8 Voor een jaar. .... fr. 5.— Veor 6 maanden » 2.75 Voor 3 maanden » 1.50 Voor Nederland » 5.50 Voor 't Groot Hertogdom Luxemburg. . » 5.50 Voor andero landen » 7.00 Dit blad verschijnt den Zaturdag morgend.— Men teekent in bij ien Uitgever en in aile postbureelen, alsook bij de briefdragers. Hoofdopsteller : JOHAN LEEMANS Deo Jurante Vincam ! Aile artikelen en mededeelingen moeten vôdr Donderdag avond ten bureele besteld zijn, alsook de aankondigingen. Afzonderlijke nummers van dit blad zijn te bekomen ten onzen bureele, Carnotplaats 65. — 1 O centiemen het nummer. AANKONDIGINGEN * Den regel fr. 0.20 Eleine aankondiging » 0.50 Begrafenisbericht » 5.00 Groote aankondigingen bij overeenkomst. Voor aankondigingen buiten de provincie, vende men zich tôt de Agencie HAVA8, Martelarenplaats 8, Brussel, en Beurs-plaats 8, te Parijs. Voor aile andere aankondigingen ten. bureele Carnotplaats (Laar) 6SS, Borgerhout-Antwerpeu Pen en Sehup i Er is thans meer te verdienen met ] de schup dan met de pen. Velen die ! vroeger de schup hebben weggeworpen j om de pen te hanteeren, zullen dit in j dezen oogenblik bitter betreuren. Vele ^ klerken immers, uit den boeren- of werkmansstand herkomstig, zijn thans zonder broodwinning of verdienen niet genoeg om in hunne dringendste behoeften te voorzien, terwijl de land-bouwers in de weelde zwemmen, zelfs zij die zich niet plichtig maken aan woeker en hunnen handel eerlijk uit-oefenen.* * * De zucht naar het penleven bracht ook de zucht naar het stadsleven mede. l)e buiten wierd meer en meer ontvolkt ten bate der stad, en vele landbouwers-zonen die een fortuin in de hand hadden door het handbaven van een voor-ouderlijk bedrijf, kwamen lie ver naar de stad, niet om zich zelven maar om anderen rijk te maken. Zij waren tevreden met een karig loon, als zij taaar « mijnheer « konden zijn en niet meer moesten denken aan de schup, aan den handarbeid. * * * Die voldoening is slechts tijdelijk geweest. Ailes is thans dooreen gewor-pen en wat vroeger misprez'en en veracht wierd, namelijk de landbouw en zijne aanverwante vakken, staat thans op de hoogste ladder. Hoevelen zouden thans hunne verslipte pen willen verruilen voor de oudvaderlijke schup, die den hoorn van welstand deed vullen, te zamen met vriiheid en onafhankelijk-heid ? * * * Er is vroeger langs aile zijden en in aile landen krachtig ingegaan tegen de zucht naar het stadsleven, die in tegen-strijd was met hetgene wij in ons vorig hoofdartikel bedoelden, namelijk dat ieder in zijnen stand moet blijven. Dààr is men thuis, dààr heeft men ook de grootste macht, dààr kan men al zijne ingeboren en natuurlijke gaven ontwikkelen, dààr is vrede, welstand en fortuin te vinden. * * * Naar dien goeden raad wierd zelden geluisterd. De hoovaardij kwam er tusschen, want vele ambachten en neringen dragen in de oogen van velen eenen stempel van gemeenheid, van minder aanzien, gelijk er zijn die allen handarbeid minachten en als iets onedels beschouwen, alhoewel aile arbeid eenige bedrevenheid, eenige kanst in zich bevat, die het gezegde Arbeid adelt bevestigt en bewaarheidt. * * * Dieverkeerde opvatting is een gebrek der jonkheid. In latere jaren, — wan-neer het meermaals te laat is, — gaat dit inzichtover. Men wordt dan-gewaar dat het nuttige en noodzakelijke v66r het aangename en ijdele gaat, dat fortuin, welstand en vrede in de minst gewaardeerde beroepen te vinden zijn en dat eenvoudige lieden, zonder opvoe-ding en geleerdheid, soms meer winnen dan geslepen advokaten en meer andere lieden die hoogere studiën deden. Die hoogere studiën drukten velen naar omlaag in plaats van hen te verheffen, bijzonder bij hen die vergaten : dat ieder in zijnen stand moet blijven, en fortuin en welgelukken slechts voor enkelen zijn weggelegd. * * * De minachting voor zekere ambach-ten en bedrijven drukt ook loodzwaar < op den boerenstand, alhoewel de landbouw een der edelste en onmisbaarste werkzaamheden is. Een landbouwer is niet uitsluitelijk een boer, hij is ook nijveraar, koopman en zakendoender van eerste klas. Dit ondervindt een-ieder thans het best, 't zij door de daad-zaak zelve, of door het voor- of nadeel in den geldbeugel. * * * De schup zegepraalt thans op heel de lijn, de pen moet het onderspit delven. De schup vertegenwoordigt arbeid en zweet, maar ook fortuin en welstand. De pen is een armzalig wapen daar-tegen. Slechts enkelen weten daardoor eene goede plaats te verwerven ; het grootste deei blijft er mede in een bekrompen toestand, die hen wel tôt bezinning moet brengen en tôt de over-tuiging : dat een ambacht of een bedrijf meermaals beter en voordeeliger is dan een ellendig « mijnheer » zijn. * * * Die moeielijke toestanden en dure tijden die thans op geheel de wereld drukken, zullen dienaangaande gezon-dere begrippen doen ontstaan. De keuze tusschen pen en schup, tusschen stad en buiten, zal er duidelijker door worden. De strijd om het leven, om een menschwaardig bestaan kan er slechts bij winnen, alsmede de eeuwen-oude waarheden : dat ieder in zijnen stand moet blijven en dat arbeid adelt, 't is eender in welken stand, in welk beroep of bedrijf. J. L. DE TOESTAND HIER EN ELDERS NEDERLAND. — Het gazverbruik is, bij gebrek aan steenkolen, ook in Nederland aan strenge maatregelen onderworpen. In sommige steden is de inkriinping zoo onverwacht opgelegd, dat vele nijverheden er eensklaps door belemmerd wierden, bijzonder in zake van drijfkracht. De inkrimping bestaat hierin, dat tusschen 4 en 8 are namiddag er geene gaz wordt ter beschikking gesteld. De toevoer en drukking zijn dan geheel afgesneden. Eenige dagbladen moeten nu eerder verschijnen, met miuder « laatste nieuws » dan vroeger. De doelmatigheid van dezen maatregel wordt natuurlijk betwist door belanghebbenden, want om niemand te krenken en om aan iedereen te behagen, is het heilmiddel nog niet gevonden. X Het getal vreemdelingen die een rustig verblijf in Nederland trachten te vinden, groeit dagelijks aan. Die rust is slechts betrekkelijk, want Nederland lijdt veel door den oorlog. Buiten de handeldrijvers in levensmiddelen, is er ailes evenveel gestremd en duur als elders. Alleen de vrees voor bommen en andere geweldige oorlogsdaden is uitgesloten. Ook worden in Nederland 16,000 Engelsche en Duitsche krijgsgevangenen verwacht, waar-tusschen 7,500 gebrekkelijken, 6,500 offlcieren en onderofficieren, en 2,000 burgerlijke gevan-genen, namelijk 1,600 Duitschers en 400 Engel-schen. Zij worden, bij gemeen overleg tusschen Duitschland en Engeland, in Nederland tijdelijk geherbergd, gelijk er reeds duizenden zijn in Zwitseriand. X Amerika is nog immer de voorraadschuur van Europa. De onzijdige landen zullen uit Amerika de noodige levensmiddelen voor eigen j gebruik ontvangen, maar indien zij aan oorlog-voerende landen uitleveren, zal dit deel van het toegestane afgetrokken worden. De oogst schijnt in Amerika buiten mate goed gelukt te zijn. OOSTENRIJK. — Het nieuw Ministerie kan moeielijk uit partijleiders samengesteld worden, om de eenvoudige reden dat er wel vijf-en-dertig partijen of partijschakeeringen bestaan, die elkander mistrouwen. Minister Seidler, aangesteld om een nieuw Ministerie te vormen, zal denkelijk zijne keuze moeten bepalen bij hooge staatsambtenaars. Het zal dus geen Ministerie zijn spruitende uit de volksvertegen-woordiging, maar enkel een ambtenaars ministerie. Dit Ministerie zal het hard te verant-woorden hebben en wellicht niet leefbaar zijn. De beste inzichten van den nieuwen jongen Keizer worden aldus te leur gesteld. -o- ENGELAND. — De verscbillende arbeiders- ; partijen hebben eene algemeene vergadering gehouden om te beslissen, of zij al dan niet afgevaardigden naar de vredesconferentie van Stockholm zouden zenden. De Socialist-Minister Henderson heeft doen uitschijnen, dat dit congres geene bevelen zou te geven hebben maar alleen een advies of oordeel zou uit-brengen. Op die voorwaarde is het voorstel tôt deelname aan het congres met groote meerder-lieid aangenomen, maar men vreest dat de zee-lieden daar niet zullen mede instemmen en er eene scheuring in de arbeiderspartij zou kunnen uit voortkomen. Henderson moet buiten wete van de andere Ministers gehandeld hebben en heeft nu zijn ontslag als Minister gegeven. Ook tegenover de arbeiderspartijen schijnt zijne houding dubbelzinnig te zijn geweest. In geen enkel land hebben de zoogezegde nationale gemengde Ministeries aarde aan den dijk gebracht. Er zjjn nu hier en daar personen als Ministers aangesteld, die voor dit hooge ambt geene de minste voorbereiding hadden, noch de geschikte hoedanigheden en gaven bezaten. De gewone club- of kleine-kapelpolitiek was er de oorzaak van. —o— SPANJE. — Het zit nog niet goed in Spanje. De oproerige geest wint er veld en het Ministerie is niet zeker meer van de leiding der zaken. Spanje is immer een wespennest geweest en 'i is zelfs verwonderljjk, dat het deze laatste jaren zoo rustig is kunnen blijven. De persoonlijkbeid van den Koning heeft daar-aan veel gegeven, want op aile gebied heeft hij zich weten te onderscheiden als een beslagen Staatsman en als een goed Koning. Ook buiten de grenzen van zijn eigen land staat hij hoog in aanzien, bijzonder door zijn lieldadig en menschlievend optreden in menige droevige omstandigheden. —o— ROME. — Z. H. de Paus Benedictus XV heeft een encykliek of wereldbrief aan de priesters gericht, waarin hij betoogt dat de geloofsprediking goed moet verzorgd worden en steunen moet op eene vaste en goed gevormde overtuiging, vatbaar voor het gezond verstand en de eenvoudigheid der menschen. Op dit gebied zou er hier te lande veel kunnen verbeterd worden door een degelijk Vlaamsch middelbaar en hooger onderwijs, dat de priesters beter zou voorbereiden en vormen als predikers en geloofsverkondigers. De enkelen die op dit gebied gelukken, hebben dit slechts aan eigen vorming te danken. Hun getal zou veel grooter zijn, indien zij van jongs af niet belemmerd wierden in hunne natuurlijke gaven door het aanwenden eener vreemde taal, die zij zelden in hun priesterambt noodig hebben. Pxx UIT DE GAZETTENWERELD In de eerste tijden van den oorlog is er bestatigd, dat sommige Fransche dagbladen, alhier zoogezegd binnengesmokkeld, slechts vervalschte nummers waren. Te dien tijde immers waren er verdwaalde menschen die wel vijf frank voor een buitenlandsch dagblad gaven. Het namaken en vervalschen moet dus winstgevend geweest zijn. Die vervalsching wordt nog gepleegd, maar blijkbaar met andere doeleinden. In Zwitseriand is aldus een valsch nummer van een Duitscb blad uitge-geven, met artikels die bezwarend kunnen zijn voor de een of andere oorlogvoerende partjj. Om de daders dier vervalsching te ontdekken, is een streng onderzoek geopend. Hildebrand Yoor Denkende Menschen (Vervolg van de bydrage in 't nummer van 14 April 1917.) II. School en Huisgezin Er heerscht, vooral in België, een zeer ver-keerde opvatting van de betrekkingen tusschen de school en den huiskring, een opvatting, die zeer schadelijk inwerkt op het streven der beide opvoedingsmiddens. Belgen kunnen moeiljjk in het gareel loopen, en die uitbundige mjheidsgeest is hun aange-boren. Dat bemerkt men maar al te wel bij de kinderen, die de ouders moeielijk aan den leiband houden , ook bij de ouders zelf, die slechts met moeite hun kleinen in toom kunnen houden, ten ware met een erg willekeurig optreden. Zeker is het, dat de opvoeding der ouders zeer veel te wenschen overlaat — en niet alleen ten onzent, — doch op dit onderwerp zal ik thans niet ingaan Maar dat de sterke en machtige vrijheidszucht van ons ras ook een I voorname roi speelt in het onderhouden der 1 verkeerde opvatting van de betrekkingen tusschen school en huisgezin, lijdt geen den minsten twijfel. Over het algemeen slaken de ouders een zucht van verlichting, wanneer het tijdperk aanbreekt, waarop zij hun kleinen ter school zullen kunnen sturen. Reeds geruimen tijd te voren wordt de school als « boeman » gebezigd, om toch een beetje tucht in de jonge gemoederen te zaaien. « Wacht maar tôt ge naar school gaat, daar zal men u wel anders leeren !» of : « De meester zal u wel klein krijgen, jongen ! » of : « In de school zult gij wel braver moeten zijn! » zijn van die duizend-maal herhaalde bedreigingen, die de onmacht der ouders verraden tegenover de tuchteloos-heid der kinderen. Het doel, dat de ouders zich voorstellen te bereiken door dergelijke machtspreuken, kan ecbter nooit op zulke wijze benaderd worden. Integen>ieel, hoe talrijker en boe vinniger de bedreigingen, hoe meer men er zich van ver-wijdert. De jonge kinderen bezitten een onteil-baar instinct — dat de opvoeding ons doet verliezen om wat anders (ik weet juist niet of het wel " wat beters « is) in de plaats te brengen — dat den niet ontwaakten logischen redeneergeest vervangt, en dat hen de macbte-loosheid hunner ouders te hunnen opzichte doet voelen. Natuurlijk maken zij er dan ook ruim-schoots gebruik van, tezelfdertijd als in hun hart weerbarstige gevoeiens ontstaan tegen dat spookbeeld : de school. De huiselijke opvoeding heeft er dus geen baat bij, en de schoolopvoeding lijdt er ten zeerste onder. Maar die twee punten — het laatste vooral — behooren tôt de minste bekommernissen der ouders. Voor ben begint de opvoeding der kinderen slechts bij het intreden in de school, — en o( de onderwijzer het daar nu wat meer of min lastig heeft, doet immers niets ter zake. Het is zijn plient de kinderen op ta voeden, hen aan orde en tucht te geweunen, hen tôt menschen te vormen, en « hij wordt er voor betaald ! » Dit laatste sluit aile redeneering af. Dit ailes bewijst ten overvloede, dat de ouders de verplicbtingen der school wat àl te zeer uitbreiden, tezelfdertijd als zij hun eigene, dringende plichten, wat àl te zeer inkorten en wat àl te lichtveerdig hun verantwoordelijk-heid op eens anders schouders laden. Want de natuurlijke opvoeders der kinderen zijn de ouders ; het natuurlijk midden der kinderen is het huisgezin ; de onderwijzer is slechts de plaatsvervanger der ouders, en de school een kunstmatig midden, dat nooit het gezin kan vervangen. Dus, verre van hoofdzaak te zijn in de opvoeding der kinderen, is de school slechts bijzaak. Opdat het kind een zoo volledig mogelijke menschwaardigheid moge bereiken, moeten school en huis in een onderling verband samen-werken, en mogen ze nooit elkaar tegenwer-ken. Het gebeele opvoedingswerk aan de school overlaten, zonder deze te steunen, haar streven menigmaal verjjdelend, dat heet ik de plichten van den ouderljjken stand verzuimen. En dat is nogtans zoowat een gewoonte gewor*-den ten onzent... Nu is het juist de uitgebreide vrijheidsgeest van ons ras in het bijzonder, dat de ouders noopt aile verantwoordelijkheid ten opzichte van hun kinderen op de schouders van den onderwijzer te laden. Want, wie een kind tôt het leven wekt, is verantwoordehjk voor dat leven ; verantwoordelijkheid veronderstelt plichten, en plichten zijn zoovele beperkingen der vrjjbeid. Kinderen zijn dus zoovele beperkingen onzer persoonlijke vrijheid. Om der kinderen wil moeten we dit doen, dàt laten. Maar dat strookt niet met onzen tuchteloozen aard, en daaraan is het vooroordeel te wijten, de verkeerde opvatting, dat de school met de opvoeding der kinderen belast is, en dat de ouders... enkel toe te zien hebben of de onderwijzer wel genoeg zorg besteedt aan ons eigen Fransje, of hij niet te streng optreedt tegenover ons eigen Gustje... Want voor de massa der ouders heeft de onderwijzer onnoemelijk veel plichten, maar bitter weinig rechten ! * * * Ik krijg het in het hoofd landbouwer te worden... 'k Heb, weliswaar, nooit den landbouw bestudeerd, nooit aandachtig op een hofstede het aanhoudend en zorgzaam zwoegen van den landbouwer opgevolgd, maar dat doet er niet aan. Ik vind het aangenaam landbouwer te worden, en ik weet niet, wie mij zou kunnen beletten mijn voornemen uit te voeren. Daar zit ik op mijn hofstede, met een aantal dienstboden om mijne bevelen uit te voeren Zij worden betaald om hun werk te verriebten, dus kijk ik er niet al te veel naar, tenzij om hen te toonen dat ik « de meester » ben. 'k Heb me een veestapel aangeschaft, hoewel ik er

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad gehört zu der Kategorie Katholieke pers, veröffentlicht in Borgerhout von 1878 bis 1930.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume