Onze toekomst: christen-sociaal weekblad

1049 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1918, 31 März. Onze toekomst: christen-sociaal weekblad. Konsultiert 23 Juni 2024, https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/de/pid/ww76t0jf70/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

ONZE TOEKOMST DHIE MAANDE Fr. 1.2i CHRISTEN-SOCIAAL WEEKBLAI | PER NUMMER J lO Ctm. YERSCMUKT ELKEN ZQNPAO 31 MAART 1918 BUREELEN : 1, Avenue des Ursulines - LE HAVRE 1e Jaarqani - N° 4 PASCHEN Alléluia! Alléluia! Cliristus, de zoon Gods is levend uit het graf opgestaan. Onze Toekomst, beste lezer, wensclit U dus a lien een zaligen feestdag. Geen klokken meer, zooals voorheen melden ons, Belgen, de verrijzenis van den Zaligmaker. In onze s'tukgeschoten kerktorens zwijgt die roerende stemme, die ons vroeger het einde der stille week aankondigde. Te vergeefs wachten onze kleinen naar de klokken die van Rome terugkomen. Zwijgen doen ze die roerende stemmen ' van Vlaanderen. Teleurgesteld zoeken onze kleutels, in hof of kant, acliter de Paascheieren, die van dezen kant van den IJzer komen moesten en die hen van vader spreken zouden, sinds zoolang al lieen. Weenend, keert het kleine Liesje tôt bij inoeke weer en vraagt haar, wijl moeder met het punt van den voorschoot haar traantjes wegvaagt: « Zeg, moeke, waar-om komen die schoone paascheieren nu met meer? » Jvroppend prent ze een zoen-tje op 't kleintjes hooi'd. Oh! kindjestranen, oh! moedersmart! Alléluia! Alléluia! Ohristus is verrezen. JhLoop, 'i'roost. Op uwe traantjes, op uwe smarten op het bloed onzer jongens, die dagelijks vailen aan den IJzer, zal een nieuvv Beigië verrijzen. Een België groot en schoon geworden in zijn lijden. Duit-Bchers steelt ons onze laatste klokken, verwisselt den laatsten zang van België's en Vlaanderens grootheid. Weldra toch aullen ze luiden. Luiden in onze harten, uit vreugde; luiden in uwe harten als wroeging voor al uwe snoodheid. Belgen! koppen recht, het uur der verrijzenis nadert! ★ ★ * Christene sociale werkers, ook voor U moet het een dubbel Alléluia! zijn. Gij, die allen zoo moedig werktet vôôr den oorlog, gij, die zoo diep de liefde voor ons V.olk gevoeldet en nog gevoeld, sta op ! 't is Paschen. Alléluia!Alléluia! klin-ke het. Een nieuw leven wacht onze sociale actie. Onder cîe eerste oorlogsdrukte scheen ze dood. Set donderen der ka-nonnen behaalde een tijd de bovenhand. Maar ze verrees. Heerlijker dan vroeger moet en zal ze uit dezen schijndood op-staan. Ilanden in elkaar! Helpen moet voor het oogenblik uw wachtwoord wezen. Vergeet niet dat uwe stem de onze moet versterken, opdat ze zouden luiden ter grootmaking van ons Volk. Onze Toekomst, die dus ook de uwe is, moet luiden. Zij moet ook naast zoo-vele andere uwe stem doen hooren. Zij is geboren uit onze Actie en voor onze Actie. Hoe het ook moehte stormen; hoe het ook waaien zal, Onze Toekomst zal kleppen, luiden, omdat ze waakt op de belangen van haar Volk. De stille vasten is voorbij. Het Paasch-feest vervult ons met den vreugdekreet: Alléluia! Alléluia! Wij juichen en voe-len ons doorstroomen van nieuwe kracht. Nieuwe kracht, die zal aangewend worden voor onze christen# social# actie, tôt meer-dere eer en glorie van den Zaligmaker. JACK. A HET GEWICHTIG UUR Met angst en toch met volle^vertrou-wen volgen wij allen den verschrikkelij-ken veldslag, welke thans geleverd wordt tusschen St-Quentin en Péronne. Van dezen veldslag, en van deze die ex op volgen zullen, hangt de geschiedenis af van de Europeesche toekomst... Wij, Belgen, beleven thans een dei gewichtigste uren van onze nationale geschiedenis... Wij weten en wij voelen dat ons eigen toekomst, de toekomst van het beminde vaderland, de toekomst onzer kinderen, de toekomst van al dà kleine en groote landen, welke met ons gestreden en gelden hebben, afhangt van den uit-slag van deze verschrikkelijke botsing... De zegepraal van Duitscliland wart op dit oogenblik zij ne alleenheerschappij gevestigd over gansch België... 't Ware een vreeselijke achteruitgang van alh vrijheidsgedachte in de wereld... hel ware de zegepraal van de verdrukking ei van het zwaard op het recht... Wij weten ook dat deze aanval eei wanhoopspoging is voor Duitschland er een beslissende slag... In dit gewichtîg uur stijge thans oj onze lippen het gebed dat ruischt op d. onze nationale feesten door onze kerken God omsluite in zijn zegen der Belger Vorst en land! H. VAN WAAS. Losse Gedachten Zonder den oorlog ware de werklieden-beweging reeds een tijdperk van vollen bloei ingetreden. Ilet bewijs daarvan ligt voor de hand, in al hetgeen binst den oorlog op maatschappelijk gebîed ver-richt werd. De oorlog heeft veel vernield: iedere stand lijdt er onder en zal er na den oorlog nog door lijden: de rljken konden îets verliezen, maar bëzitten overigens nog staanden en blijvenden rijkdom; de werklieden zullen het wel moeilijker hebben dan vroeger, doch laat ons hopen dat bevriende volkeren en komiteiten seffens na het teekenen van den vrede, huizen en kleederen en geld zullen overzenden, en Staat en gemeente pensioen en werk zullen verscnalten. Ook de kleine burgers zullen veel ge-leden hebben. In schijn behoeven zij mets en wat zij verloren hebben, werd met vergoed door het « appeltje voor den Uorst ». in 't land is er werk, doch staat het loon m reclitstreeksche verhoùding tôt de îaimlienoodu endigliedenr1 De vluciiteiingen uit Jloliand en Enge-land en i'ranknjii zullen met drie ver-sciiillende en verschiilige gedachtemnee-nmgen terugkeeren, weiKe met heelemaul zullen overeenstemmen met de meening der burgers in 't land gebleven. De iielgen in Duitsckland denken an-ders dan die in iioiland; de soldaten van 't iront en de militairen van achteruit komen overeen lijk zuster en broer. iiij 't naar iiuis toe gaan zal er vreugde zijn, doch ons land is te klein en de belangen zijn te verschillend dat die mee-nmgen steeds in 't duikertje zouden blij-ven.Wat er ook over gedacht worde, deze oorlog is de trionif der volksklassen, en zij die sinds 1914 met jas en piot leven weten het maar al te wel. Doch 't volk moet geleid worden: lius-land's voorbeeld staaft dit gxizegde on-gelukkiglijk maar al te wel. Een leider, een hooid moet een algemeenen kijk be-zitten, en staan boven netgene dat geleid wordt. Alhoewel na den oorlog overvraag naar werk wezen zal en scliaarschheid aan werklieden, toch is er méér dan werkluig noodig, opdat werker en werk volmaakt zouden wezen. Gelukkig zij die lezen en studeeren binst den oorlog, zij die hun tijd verbeu-zelen met pintelieren en spel zullen later aardig opkijken en zij zullen het zich be-klagen.Hoog werden we opgehemeld, omdat we vrees nadden voor woord-verbreken en eer-verkrachten, omdat we zedelijkheid kennen. Onze werklie moeten ook zede-lijk-groot zijn en blijven, nu en later ■meus sana: een gezond hoofd, een gezonde ziel, een gezond lichaam, en dan kan en zal gezond werk geleverd worden. J. VAN DEE JLIEYDEN. EEN VERJAARDAG Het is vandaag, 31 Maart, twintig ja-ren geleden dat het Wetsvoorstel op de beroepsv ereenigin g en (.wet van 31 Maart 1898) in de Ivamer van Volksvertegeu-woordigers gestemd werd. Het was M. Prins, welke de eei'ste de kwestie opwierp om de burgerlijke rechts-persoonlijkheid aan de beroepsvereeuigin-gen toe t ekennen. Hij legde met dit doel in 1886 een wetsvoorstel neer, in de Gom-missie van Nijverheid en Arbeid. Op 7 Oogst 1889 nam Mmister Lejzvae het imtiatief van een wetsvoorstel tôt wettige e.kenning van de beroepsvereem-ging.i\a de ontbinding der Kamers, m- 1894, legde M. begerem, alsdan minist^r van Rechtswezén, een nieuw wetsv >or;<tel neer, en ket is dit wetsvoorstel dat, nn<s cenige wijzigingen, op 31 Maart L898 door de ivamers werd gestemd. Het is dus twintig jaren geleden, dat de beroepsvereenigingen wettelijk bestaan kregen in ons land. Wet welke de beroepsvereenigingen en de Federaties van er-kende syndikaten toeliet als wettig er-kende persoon te handelen en zelfs in die hoedanigheid voor 't gerecht op te tre-; den. De beroepsvereenigingen, om van deze wet te genieten, mochten zich enkel met de bescherming en verdediging der be-i roepsbelangen onledig houden. Verzeke-ringskassen tegen ouderdom, ziekte of i ongevallen mochten niet met de syndicale kassen versmolten worden, maar : moesten afzonderlijk worden ingericht. i De Vereenigingen mochten enkel eigen-domxnen bezitten volstrekt noodig om de doeleinden van het syndikaat te bereiken. De raad der ni iinen was met de wettige erkenning der beroepsvereenigingen ge-last en jaarlijks moesten deze laatsten een verslag van inkomsten en uitgaven inzenden. Op gelijk welk oogenblik mocht ieder gesyndikeerde werkman zijn ontslag ge-ven en enkel vervallen en loopende bij-dragen te betalen hebben. Deze wet was voor ons, christene werklieden, geen ideaal, maar toch een ver-heugende vooruitgang. Krosijk voor StaÉkisiioa es Werklisiea De omzendbrieven, die de uitoetaling der nieuwe a V erblijlkosten » regelen, zijn uitgekomen en door îedereen gekend. In 't algemeen is îedereen gelukkig om de nieuwe loonstandaard en de lotsver-betermg die zij teweeg brengt. Hulde en dank aan onzen aciitbaren en îjverigen heer Mimster van lJzerenwegen, Zee-wezen, i^osterijen en lelegralen. liet weze ons toegelaten, zekere wen-sclien kenbaar te maken, die geuit wier-den door de agenten ter dezer gelegen-heid. De heer Almister zal liet met ten kwacle duiden, daarover îngeliclit te worden.Ten eerste, de werklieden jonkmannen vrag-en gelijkgesteld te worden met liun-ne gekuwde kollegas voor de betaling van de eigenlijke vergoeding. inderdaad, de kosten zijn voor beide kategoriën de-zelide en indien het waar is dat de ge-trouwden ook te zorgen hebben voor net onderkomen hunner echtgenoote, de jonkmannen, van hunnen kant, hebben last van lamilie door ouders of zusters oi jongere broeders die buiten het vaderland verblijven en ginder gebleven zijn. Voor de getrouwden daarbij, is er ten ande-ren, eene boven-vergoeding voorzien van 50 centiemen per dag en per kind bene-den de 16 jaren. Ten tweede, de werklieden vragen eer-biedig aan den heer Minister de vergoe-dingstarief nog^eens te willen nazien en de mogelijkheid te willen doeii onder-zoeken de ondersteuning te brengen op 6 fr. daags. Ten derde, gezien ons geacht departe-mentshoofd de tarief van Antwerpen toe-past, is het niet mogelijk dit uit te betalen zooals in de andere departementen, d. w. z. op voorhand gelijk het gesteld is met de trektiein Y Allen zouden gelukkig zijn en aan den heer Minister zeer dankbaar, wilde Hij met zij ne gekende welwillendheid deze wenschen onderzoeken en behertigen. ★ ★ ★ Een woordje aan « Een ordeklerk ». Uw artikel over den toestand der orde-klerken is zeer, belangwekkend en heeft voorzeker de aandacht gaande gemaakt bij hoogerhand. Inderdaad, de loonstandaard van deze kollegas mocht herzien worden en voorzeker verhoogd. Indien, ik mij niet ver-gis, ging dit eerlangs, voor den oorlog, veranderen. Intusschen was de zaak der examens, zooals gij zegt, aan het orde van den dag; doch de verschillende beroepsvereenigingen waren het zelf nog niet eens geworden een gelijkig voorstel bij hoogerhand in te dienen. Na den oorlog zullen menige klerken zoowel als ordeklerken verdwenen zijn en de kader der eersten zal moeten vervuld worden. Ten ware men de ordeklerken, die binnenkwamen met een ingangs-exaam, onmiddellijk, volgens de dienst-jaren, storte in de kader der klerken, zal er een wedstrijd moeten geschieden. Wij vinden voorzeker vele, heel vele ordeklerken, die voor niets moesten ach-teruitgaan in den dienst, bij hunne kollegas de klerken en daarom zotl het eerste gedacht, zonder veel moeite, kun-nen toegepast worden. Gaat het niet, dan komt het tweede voorstel op den rang. Het is hoogst ge-raadzaam dat deze kategorie van bedien-den malkander nog eerst raadsplege! Vele ordeklerken zijn buiten het bezette ge-deelte des Vaderlands, zoowel op de vuur-lijn als in andere diensten en mondeling of per geschift komt men gemakkelijk tôt toenadering en zoo komt een voorstel aan het licht, goed onderzoclit en met beweegredenen gestaafd, dat gemakkelijk de toetreding van hoogerhand zal niee-dragen. Zooals gij zegt, het grootste ge-tal ordeklerken hebben reeds tien, vijf-tien en nog meer jaren de school verlaten en zeer moeilijk ware het een programma op te maken voor klassieke punten ; edoch, er zou bijzonder moeten gesteund worden, buiten de dienstvoorschriften en onderrichtingen, op een opstel of verslag in de beide landstalen. Het orgaan stelt zich ten dienste voor aile gedachtenwisseling dienaangaande en de heer Minister Ital het voorzeker niet ten euvel duiden dat daaraan gedacht en gearbeid wordt. Uw dienaar staat u ter zijde in dit werk der vroegere be "oepsvereenigingen. H. en T. Eene hla&gnjke sociale bstsriag De sociale en economische ontwikkelin-gen, welke zich in het verloopen jaaï voorgedaan hebben, zijn het gevolg ge-weest van het besluit door liet volk geno-men van mets ongedaan te laten om den oorlog zegerijk te eindigen. Zij zijn geroepen om ulijvende en heel-.zanie uitsiagen op te leveren in liet leven van de gemeenscnap. i\ îet enkel hebben in de laatste tijden een overgroot getal mannen en vrouwen gemobiliseerd geweest voor militaire en zeeaoelemden, maar de gxoote meerder-neicl van 't volk is nu recntstreeks ol on-rechtstreeks weriizaam aan openbare diensten.V oor den eersten keer is in den oetrek-JielijKen vvereldniaiiii het aaniluiden Van prijz,en voor voedsei, îjzer en ueigelijke m de praktijk van binnenlandscne poii-tiek geiiomen. ue oorlog, en dit in bijzonder in het jaar 191 i, neelt eene wijziging gebracht in den socialen en besturenden Vorm van den btaat. De meeste regelingen zijn zells gebonden bestendig te blijven. Um de bespoedigmg der zaken, is er een ongedwongen uitbreiding gekomen in de lunkties van het (Jentraai (iouverne-ment.Maar veel werk is neergekomen op de iokale besiuren en meuwere lichamen, gelijk de Voedingscommissie (.Eood Ooiu-mittee) zijn er aan toegevoegd. liet jaar in zijn geheel genomen, is de adniinistratie in een veel dichtere aan-ïaking gekomen met elke zichtzijden van 't leven van 't volk. Londen en de pro-vincies zijn dichter bij elkander aange-sloten geworden en het ^ansche gemeen-schap is opgevoed geweest in de vraag-stukken van werkelijke démocratie. Be-trekldngen tusschen arbeid en kapitaal zijn ten uiterst gewijzigd, door de gekon-troieerde prijzen, regelmg der profijten, voorkoming van overtollige profijten maken, het opschorsen van de Trade-Union-regelingen, samensmelting van onge-sclioolde tôt geschoolde werklieden (delu-tion), vrouwenarbeid (beide zaken vôôr den oorlog door Trade-union met veroor-loofd), nieuwe methoden en nieuwe ar-beidsbesparing, machienen. Het getal en vakbekwaamheid der werkers is groote-lijks gestegen. De natie is heden veel be-ter georg-aniseerd en de voortbrengings-kracht veel ve'rmeerderd. Overgroot zal daarvan 't gevolg zijn na den oorlog. Maar enkel als de betrekkingen tusschen werkgever en werknemer rap zullen ver-beteren, anders zal bijna aile vooruitgang gansch onmogelijk zijn. Met het oprichten van het Ministerie van Arbeid en het aanvaarden van de blijvende Nijverheidsraden, " voorgesteld door de Whitley Gommissie, daar is nu, niettegenstaande een onlangs vermeerde-ren van nijverheidsonrust, waarschijnlijk meer dan ooit een beter verstandhouding te verwachten en de oplossing der weder-zijdsche vraagstukken voor kamtaal en arbeid. Na lange jaren verwaarloozen van den landbouw, is hij tôt zijne eigentlijke na-tuurlijke positie hersteld geworden. Het is meer en meer gebleken dat de heropbouw van 't land niet zooveel eene vraag is van 't heropbouwen der maat-schappij als het was voor den oorlog, maar van een beter wereld te scheppen van de sociale en economische aangele-genheden welke gedurende 3en oorlog ont-staan zijn. EEN WENK Degenen die het vraagstuk bestudee-ren: « België na den oorlog », zouden niet mogen nalaten de voordracht van E. P. Rutten, gegeven te Londen in 1916, over « Le problème social en Belgique après la guerre » goed te lezen. Die voordracht is_ te verkrijgen ten bureele Belgian social and Charitable Institution, 21, Russell Square, London W. C. I., aan den prijs van 3 d. voor Engeland en 0 fr. 30 voor Erankrijk en België. JULES.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel Onze toekomst: christen-sociaal weekblad gehört zu der Kategorie Katholieke pers, veröffentlicht in Le Havre von 1918 bis unbestimmt.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume