De legerbode

593321 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1916, 03 Août. De legerbode. Accès à 09 decembre 2022, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/9p2w37md31/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

den Dinsdag, Donderdag en Zaterdag verschijnende Dit blad is VOOR DE BELGISCHE SOLDATEN bestemd ; iedere compagnie, escadron of batterij ontvangt tien of vijftien FranscLie en Mederlandsclie exemplaren. OORLOGSTIJD Schetsen en Indruken van het Front XVII t Twee geslagen uren ijverde de Drupneus aan *t opstel van zijn brief. 't Zweet glom op zijn Voorhoofd van geestelijke inspanning. Terwijl hij sierlijke letters teekende, puntte zijn lange tong tôt bijna aan 't sopke van zijn neus. Maar t ging niet naar zijn goesting. Mismoedig ver-scheurde hij 't volgekribbeld papier. — 'k Los liever een wagon kolen, dan 'nen brief te schrijven, zuchtte hij. En nogthans, hij voelde dat hij ze thuis zoo veel te vertellen had. 't Stond duidelijk uitgekapt in zijn geest, een muséum vol schoone herinne-ïûngen en sprekende beelden, die te leven be-gonnen, naarmate hij zijn verbeelding sterker prikkelde. Eerst zijn oude moeder, vroegtijdig grijs van wake en weedom, krom gewerkt ir, 't drukke huishouden, in den dag de zware visch-korven zeulend en uitventend, en 's avonds dan heur eigen woning beridderend en,, tusschen 't bereiden der spijzen do or, de jongens was-schcnd en verzorgend. Van de drie kinderen welke ze opgekweekt had, was alleen haar Sjarel in 't leven gebleven ; de twee andere waren beurtelings op twaalf- en veertienjarigen ouder-dom van de pokken gestorven. En toen ze vijf jaar getrouwd was, verloor ze haar echtgenoot, matroos van beroep, die in de zeerainp van den « Watergeus » omkwam... Toen de Drupneus vijftien jaar oud was, en aan wal reeds twaalf stielen en dertien ongeluk-ken gekend had, stak hij ook, trots het moeder-Jijlc verzet, zee in als kajuitjonuren op een Engel-Bche zeilboot. Twee jaar bieel' hij weg. En op een schoonen dag verscheen hij terug in 't Schipperskwartier, de zilveren schellingen als beiaardklokjes rinkelend in zijn broekzak. Moeder Guldentops herkende haar Sjarel bijna niet Weer. Hij had een splinternieuw blauwlaken kostuimpje aan, een zijden das rond zijn breeden bals, en een parelgrijs, vilten hoedje op. Hij was vervet, breeder van schouders gewor-den en, onder zijn neus, krulden de eerste liaar-pijlkens van zijn rosse snor. Hij stopte moeder de pondekens in de hand, tempelierde aeht dagen in àl de kroegjes der havenwijken, en ging op-Hieuvv onder zeil. De reizen van lange omvaart moe, liet hij zieh aanmonsteren op de Congobooten als matroos. Gedurende de dagen die hij aan wal vei'toefde leerde hij Zwarte Fien kennen. Zwarte Fien woonde in zijn geburen en leurde piet fruit. Thuis hielden ze een snoepwinkeltje. 't Was een pronte, struische deerne, zwart van haar en matbruin van vel, met twee verleidelijke glinsteroogen waar de Drupneus op verliefd Werd, tôt over zijn ooren, en een koppel handen aan haar lijf, die niet te lui waren om te werken. Ze gingen samen dansen in <t De Zwarte Ivat » en « De Roode Molen », bleven 's avonds, in t donkere van 't straatpoortje waar de Drupneus woonde, trekkebekken en fikfakken. Ze ïnaakten soms wel eens ruzie, scholden mekaar uit en als de Drupneus dan thuis kwam met zijn gezicht vol schrammen van kammen of haar-spelden, sakkerdehij dat het liedeken van de min amen en uit was, bouwde opnieuw zee, maar droomde al weer van trouwplannen, bij 't een-tonigzwalpen op de eindeloos-klotsende golven... En drie uur vôôr zijn thuiskomst stond Zwarte Fien al op uitkijk of de Leopoldville nog niet binnenliep. Ze omhelsden mekaar en herbegon-îien telkens de wittebroodsweken van hun wis-pelturig bruidsgetij... Toen de oorlog uitbrak was 't juist weer seheef huwelijk bij Sjarel Guldentops en Zwarte Fien. De Regeering had de stadsmuren vol plakkaten gehangen, waarin ze een oproep deed aan àl de jongelingen, het vaderland te helpen verdedigen. t Was een eehte bestorming op de trappen en de pui van het stadhuis, die eerste woelige oorlogs-dagen. Uit aile wijken kwamen de vrijwilligers toegestroomd. Zingend en brallend, tràlalierden ze door de stad, met vlaggetjes in de hand en bloemen op hun jas. De Drupneus was één der eersten van't Schipperskwartier die zieh liet inlij-ven bij 't leger. Met het laatste vijffrankstulj, dat zijn moeder bezat toog hij heen, roelcelooze avon-tureil te gemoet. H|eel zijn odyssee lag daar nu in zijn geheugen, blak en bloot, en een stil, onzeg-gelijk heimwee naar 't Schipperskwartier, en zijn moeder en Zwarte Fien, borrelde van uit de ongekende diepten zijner straatjongensziel naar boven. 't Was de eerste maal gedurende zijn ruw soldatenleven, dat er iets van 't innerlijk verdriet door den ruigen bast van zijn jongens-lust prieinde... Maar hij bedroog zieh alrap. Hij was te fier, zijn mannentrots was te edel, oui in weeke jere-miaden los te breken... Met een wip stond hij réélit, ging dan Wannes, de korporaal, opzoelten en vroeg op innemenden toon : — Wannes, zoudt ge me eens 'n plezierken willen doen ? — Zeker, Drupke ! — 't Is voor een schoon briefke te schrijven naar huis. Hij toonde den brief. welken hij ontvangen had uit Antwerpen, gaf toen nog eenige bijzon-dere toelichtingen en vei'dween, bedankend met een : — Merci, korporaal. 's Avonds bracht Wannes hem zijn meester-stuk. De brief was zoo schoon opgesteld, dat hij zieh niet kon weerhouden den Rik, de S.pioen en de Voddetromp te roepen en hem hardop voor te lezen... <l Lii'l'ste Moeder,» zoo begon hij. « We zitlen nog altijd laugs den Yser. Daar geraakt het Mofke nooit over ! Moest hij 't ooit wagen, hij zou er 'n blauwtje kunnen oploopen, waarvan hij zieh zou beloven ! « 't Leven is liard. Vooral r>u in 't putteken van den Winter. De nachtwacht is het barste kar-weilje. Maar we verduren deze geweldige tijden met prijsbaar geduld, omdat we weten dat we voor de goede zaak vechten. « Is het waar, moeder, dat de zwarte vlag op den toren der Ons-Lieve-Vrouwe wappert ? Ze vertellen dat er hongersnood is onder de arme bevolking... De kapitein beweert echter dat het allemaal klap voor de vaak is, en de Molkens die valsehe geruchten in omloop brengen om ons te beïnvloeden. Doch ze zullen er een sirop aan lialen ! We vechten tôt het uiterste. We zitten er voor en we moeten er door. Al de jongens, en bijzonder de Sinjoren, branden van ongeduld om terug in hun moederstad te zijn. Ook de schamelste boerenjongen verlangt naar zijn kerktoren, het iandschap vbl vee en vogélen waar hij de velden beploegd heeft en 't graan hielp dorschen... « De groote koppen zeggen dat we tegen Sep-tember, van 't toekomend jaar, Ihuis zullen zijn. Wij hebben er goei hoop op. « Ik ben hier met den Rik, de Voddetromp en den Bloedpens. De Tap-van-'t Rietje, die op 't Schelleke woonde, is hier ook. Wij stellen het allemaal uitmuntend. Van de kogels zijn we niet meer bang. De obussen alleen doen soms ons hert nog eens popelen. De gewoonte doet er natuurlijk veel aan ; daarenboven de vijandelijke kanonnierkens schieten bij lange zoo juist niet als de onze. De 75crs troeven er bijwijlen nog al onder, hoor. Altijd prijs ! Altijd roos ! Als wa maar zooveel zakskens niet moesten vullen... <r Moeder, zegt aan Sooi van Tillo dat hij zijn grootste pinten maar gereed zet, tegen dat we komen, want :t is lang geleden dat ik nog eens een deugdelijken pot gersten door mijn keel-riooltje gegoten heb ! «' Schep maar kloekenmoed.Engezultziendat ailes nog goed afloopen zal ! » Hier zweeg de Drupneus. Van de « compli-menten aan Zwarte Fien » repte hij geen sijs ! De jongens vonden den brief prachtig. — Aï-mij, Drupneus, babbelde de Rik. Uw moeder zal denken dat ge schoolmeester gewor-den zijt ! (Wordt voorlgezet.) Fritz Francken. Voor her Werk der oorlogsverminkten — Ontvangen 64 fr. 10 van den h. onderluitenant Falic : Opbrengst van een oinhaling gedaan op een feest ingericht door 4/n van B. 115. — Ontvangen 34 fr. van den h. kap.-comm. Tabu-riaux : Omhaling gedaan na het feest ingericht bij de gelegenheid vaa 21 Juli, by S. D, A- vau B. 124. , Da Inrichting van het Onderwijs « » in het Beigisch Tehuïs voor Oorlogsinvalieden Het zoo bij uitstek menschievende werk voor Oorlogsinvalieden, in de maand April 1915 te Havre op het edelmoedig initiatief van den heer staatsminister Schollaert gesticht, begint heden al zijne vruchten af te werpen. De leergangen van de beroepssehool voor invalieden, in den beginne slechts uiterst primitief, hebhen hunne inrichting voltooid en zijn hedea volkoiueû ia orde. Deze sehool bevat : A. — De lagere sehool ; B. — De eigenlijke beroepssehool. De lagere sehool heeft voor doel de ongelettep. den te leeren lezen en schrijven en lien, die en zeker lager onderricht bezitten. de in hun jeugd aangeworven maar lialf v.ergeten kennis nog-maals in het geheugen te brengen. Men onderwijst er de spelkunst, de spraak-kunst, de eerste stijlbeginselen, rekenkunde, geschiedenis, aardrijkskunde, teekenen en ds tvveede nationale taal. Er is eene Fransche en eene Vlaamsche'sectie, die ieder vier afdeelingen bevatten : De lagere aideding voor de ongeletterden de mid-delbare afdeeling, de lioogere afdeeling en de vierde. afdeeling voor hen die reeds een zekeren graad van onderwijs bezitten. In deze leergangen richt men vooral het oog op den praktischën, nuttigen kant, op dat wat reclitstreeks in het vakonderwijs kan toegepast Word en. De uitslagen in de afdeeling voor ongeletterden zijn vooral schitterend. Het is merkwaar-dig op te merken dat zij, wier rechterarm werd afgezet, zeer spoedig leeren schrijven en teekenen met de linkerhand ; na eene maand kunnen zij, bij het dikteeren, reeds even vlug als de auderen schrijven. Tôt nu toe hebben 916 leerlingen deze leergangen gevolgd ; zij worden als volgt verdeeld : l'Graad 2' Graad S1Graad !• Srail Vlaamsche Afdeeling... 116 178 180 103 Fransche At'deeling .... 41 83 93 120 Deze leergangen vormen slechts eene voorbe» reiding tôt de eigenlijke beroepssehool, waar tnea de leerlingen in hun stiel volmaakt, tenzij men er hun een nieuwe aanleert, die beter met hun, verminderde lichamelijkebekwaamheid overeen* komt. Als de leerling eenvoldoende algemeen onderricht verkregen heeft, gaat hij voor goed over naar de beroepssehool, die in zes afdeelingeu verdeeld is : 1° Voor metaalbewerking ; 2» voor houtbewer-king ; 3* electriciteit ; 4° landbouw ; 5° handel ; 6° handels-Engelsch. Het Tehuis bezit model-werkhuizen met de beste gereedschappen voorzien waar, onder de leiding van bekwame leeraars en toezichters, de leerlingen de theoretische en praktische kennis kunnen verkrijgen, die er noodig is om een werk-man van eersten rang te vormen. Het beroepsonderwijs bestaat uit een theore-tischen en een praktischën leergang. De theoretische leergangen hebben voor doel den toekomstigen werkman de onontbeerlijka technische kennis voor wat de grondstof, liet gereedschap en de machienen betreft, te ver-schaffen ; de leerling leert er bovendien prak-tisch rekenen en boekhoudeu. De praktische leergangen worden in de werk-huizèn gegeven. Leergangen van handels-Engelsch werden ingericht voor de invalieden die onbekwaana voor eenig handwerk zijn, en later handelsbe* dienden wenschen te worden. De statistieken, opgemaakt door de sehool, bewijzen duidelijk dat de beroepsafdeelingen met veel vlijt gevolgd worden. Het getal leerlingen, dat in November 1915,107 was, was in Meî 1916 reeds 247. De sehool bezit eene bibliotheek die 1,500 boe-lten bevat, Fransche en Vlaamsche, en eene lees-zaal waar men onlangs begonnen is met eene reeks vaderlandslievende, wetenschappeiijke ea zedelijke voot'di'achteu. te gcve% 17 AugTLstus 1910 Nlitri-mer 305

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De legerbode appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Antwerpen du 1914 au 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Sujets

Périodes