De legerbode

1737 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1916, 01 Août. De legerbode. Accès à 03 fevrier 2023, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/k649p2wx7d/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

den Dinsdag, Donderdag en Zaterdag verschijnende Dit blad is VOOR DE BELGISCHE SOLDATEN bestemd ; ieclere compagnie, escadron of batterij ontvang-t Lien of vijflien Fransche en Nederlandsche exemplaren. ______ 1 • mBiïfîttmrPmjWnm-Tirrr,■»ar;r-,. -T ., . r--. ^ — ...... . . - OORLOGSTIJD Schatsss an indr^kkaii van het Front XV *— Spioen, zei de Voddelromp, 'k vind dat ttwen îiond zoo vot wordt. — 'k Gcloof het wel, hij zit met een kersten-kindie in zijn balg ! Inderdaad, Lowiske zou eerlangs jongeren... 'i Beestje sleepte zijn gezwollen buik tôt laag tégen dengrondeu pikkelde slechts kramakkelijk achteraan, gedurende de lange marscben, van bet kontonnement naar 't front en vice-versa. Met éen vaderlijke teederheid verzorgde de Spioen zijnlijdend hondje. 't Was zijn slaapkameraad gewôrden. Hij sprak er mee lijk met een klein lund, vond verlrootelend meewarige woorden en spaarde,op zijn dagelijksch rantsoen, de beste hapjes. Als cr iemand Lowiske plaagde of haar dreigde te sehoppen, vloog hij woedend op, stoud seffens vechtensgereed oni zijn beeslje te be-schermen.— Met een teefje hebt ge altijd last, beweerde 't Stropke, die,den Spioen benijdde... — Hond is bond, pleidooide de Spioen, be-ïustend.Ze zaten nu reeds twee maanden op hun nieùwen sektor. Ze hadden nog maar enkele dooden gebad en een twiutig gekwetsten, de meesten dan nog licht. Van de ploeg echter, Waren àl de leden nog ongedeerd. — Onkruïd vcrgaat niet, lacliten ze... En noebtans, ze badden reeds geweldige bom-bardementen moeten doorworstelen. Boinmen, obussen, shrapnells, sommige dagen waren ze op bun loopgraven gebanjerd als een verplettering van staal en ijzer, haddon ze de balken der schuilhokjes boven hun hoofd, aan splinters ge-klovenen weggebleid, de wallen, waaracbtèr ze plat ter aarde lagen, ondermijnd en doen instor-ten en er grijnzende bressen in geboord... 't Water van den Yser kwam dan in woeling, deed golven opklotsen die ben als een zee van pekel over de gebogen ruggen watervalden... Angstige oogenblikken, welke bun bart bon-zen deden en 't bloed klokken in bun toege-sckroefde keel. Maar toeb was er onder de bende één spitsvondige schelm, die door een geestige mop bet haclielijke vdn den toestand wist te verbloemen. 't Eenig spijt dat ben doorpriemde draaide telkens bier op uit : — 'Ne mensch wordt lcapot gescboten zonder zich te kunnen verdedigen. Eu in machteloozen toorn wrongen ze de ge-Weren in de krampacbtige vuisten. — Ze moesten die obussen afschafï'en, zeiden ze. — En man tegen man vechten, met een mes of een bijl ! En zie, de laatste obus was nog niet gevallen, of ze gingen er al op uit, met een schopje gewa- Send, oin de koppen der projektielen uit te elven. Bij Straatje vooral was die liefhebberij een ecbte passie geworden. Die dierf er gemak-kelijk naar toe vliegen in 't voile geweld der beschieting. Langzamerband was er in vele dier kerels een "waar misprijzen, een roekelooze verachting voor den dood ontloken. Die begonnen den oorlog als iets doods-gewoons te beschouwen, een dage-lijksche bezigheid vol verscheidenbeid en ver-fassende avonturen-. Eensuit de loopgraven, in rust, dacbten ze er zelfs niet meer aan. Acbter 't front geleek bet wel een foor, vol barakken en kermistenten. De Regeering begif-tigde de kantonnementplaatsen met kineraa's, boekerijen, drankloodsen, speelzalen waar ieder ' zijn gading vinden kon. Overal bijna, trof men tentjes aan, waar bavelooze burgers, wier wo-fiing vernield of afgebrand was, suikergoed en lekkernijen verkochten, wafelen bakten en pan-nekoeken ! Een geur van smout en kiskassend gebraad dwelmde daar in de open luchten, dien „ de jongens gulzig opsnoven en aan den joel der dorpskermissen en jaarmarkten droomen deed.., Kroegjes werden in danslokalen berscbapen, "Waar een gedienstige makker op een harrnonika orgelde en de jongens sprongen en draaiden in benauwde vlucht van tabaksrook en verschalend bier, tôt het zweet uit al de poriën van hua vel %• zijpelde, en bun lippen aan malkaar kleefden van stof en dorst. En de dagen vervloden en 't oorlogsleven der jongens scbeen een bergstroom, onstuimig soins van de toppen der rotsen storteud en voort-stuwend in wilden vloed, om plots aeliter een opbultend sckiereiland van graniet weg te schie-ten, naar de vallei lieen, waar hij rustig lusscben de smaragdgroene oevers verder iiep, over de geslepen kiezelsteentjcs, met doorschijnende ^atervakken en parelklave spiegeling, het onbe-kende te gemoet... Weer ontsebeepten er schachlen. Ze wisten met al die brojislige jougelingen in de Nornian-discbe instrucliekampeu geen biijf meer, zoo talrijk lieten ze zich in 't ie.ger inlijven, en zoo ongeduidig verlaugden ze om hun oudere mak-kers te velde te vervoegen... Dertig werden er iu de kompagnie gestoken. Ze moesten door de spitskar der ouderea gaan, die hen met barlelijk geroep verweil-omden. — Kijk eens, Zwierken, zei de Rik, wat een vieze kadee er dat uit ziet... Hij wees op een sçhachtje, nauwelijks vier voet hoog. Op zijn smal, vierkant Ijjf stond een kop als een ballon, zoo rond. Hij bad oolijke oogjes, een mond die scheef stond en overwelfd was met een gespleten hazenlip, en ooren die van onder zijn klak bengelden, lijk gereelde zeilljes. Zijn magcre spillebeentjes onder den te kleinen romp, deden hem van verre gelijken aan een stellpootigen reiger. Oin zijn overgroote ooren en pijpesteelvormige beenen, hadden de jongens hem dan ook al rap met een typieken bijnaain gedoopt... — He ! Stokken-en-Zeilen, lioe is 't er mee? 't Schaehtje ladite fijntjes. Cartouche, 't Zwierken, Sooi Ajuin, de Rik, de Voddetromp, Wan-nes, de Spioen, heel de ploeg kwam hem bewon-deren... Maar liij deed of hij er geen zier van bemei'kte, speelde zijn ransel en wapenrusting af, en nam toen uit zijn knapzak een roggebrood, waaraan hij smakelijk begon te knabbelen... De jongens blevcn hem nog een poosje beschimpen, zonder kwade bedoeling echter... — Van waar komt gij,maatje? vroeg 't Zwierken.— Van bacbten de kupe, antwoordde 'tseliacht-je, knagend aan een boterham. Zijn hoekige kaaksbeenderen sloegen op en neer en deden zijn oorlappen wiegelen ! — Ha ! ha ! schoklachte de Rik. Ziet die ooren eens dansen ! — Da's net lijk bij de ezels, gibberde de Drup-neus.Voortaan werd dees schaehtje altijd Slokken-en-Zeilen genaamd. Hij veropenbaarde zich een der komiekste eu lusdgste rakkers der kompagnie... Hij kon den kreet van al de dieren bijna naâpen, begon 's avonds, wanneer de jongens op hun sti'oo lagen te revelen, plots te balken lijk een ezel, té blaffen lijk een waakhond naar de maan, te blaten lijk een sehaap, te koekeloeren lijk een haan die den dageraad open kraait, te hinniken lijk een hengst, te miauwen lijk een verliefde kater op een dak-goot, in Maart ! In de loopgraven ook was hij er de man niet naar om te piereverdrieten. Zijn laehje klonk als 't lied van een stijgenden leeuwerk. Hij werd de onafscheidbare maat van 't Stropke en den Hon-dendief en deze guitige trio zou in de toekomst nog menig vroolijk uurtje aan de makkers der kompagnie verschalfen. (Wordt voortgezet.) Fritz Francken. ©p heî Selgîsch Front (Wekelijkschlegerbericht van 22-2gJuli 19x6) In den loop der verloopen week bad er nage-noeg geen felle artilleriestrijd op het front van bet Belgisch leger plaats. De vijand heeft onze vooruitgeschoven posten alsmede de puinen van Ramscappelle en Noordschoote tamelijk zwak gebombardeerd. Onze batterijen hebben doel-zaam de Duitsche batterijen bevochten en roffel-vuur op zekere hunner gericht. Het vuur waa merkelijk feller in den sector Steenstraete-Boe-singhe, waar on?e zWare batterijen en ons loop-graafgeschut op 's vijands verdedigingswerken een roffelvuur met degelijke uitwerking hebben gericht. I- > I Vosr de Belgisclss GeinlsmesrÉ!) I3ST ZWITSEELAND Wij hebben vroeger gewezen op hetgeen, bij bemiddeling van den Belgischen militairen attaché te Berne, reeds werd in 't werk gesteld. ten. einde aan de in Zwitserland opgebrachte Bel-gisclie geïnterneerden, werk te bezorgen bij da bijzonderen of in bijzondere werkhuizen, en tevens leergangen, voordrachten, feesten, uit-stapjes in te rickten waarbij zij bun onderricht zouden kunnen Aoltooien en meteen degelijke verstrooiing vindeu enz. De reeds verkregeno uitslagen zijn voortreffelijk en zullen nog merkelijk toenemen, wanneer het « Bureel voor arbeidszaken », onder de leiding van den heer Oclaai'Maus, volkomen ingericht zal wezeu, * * Maar er diende tevens iets te worden gedaan voor eene bijzondere catégorie van geïnterneerden, namelijk voor de intellectueelen. De talrijka geïnterneerde Bclgische studenten, die ten ge-volge der mobilisatie hunne hoogere of tech-nische studiën haddeji moeten staken, zouden, nu zij de Zwitsersclie gastvrijheid genieten, hunne onderbroken studiën moeten kunnen hervatten. In geineen o\erleg met den heer Octaaf Maus, richtte de militaire attaché zich ten dien einda tôt het Bestuur van den Dienst van de geïnterneerden, en dit Bestuur heeft met Avelwillende en gepaste belangstelliug, dezes verzoek ont-baaîd.En men kwam tôt volgende oplossing : Daar het académisch jaar al te ver gevorderd is, kunnen de studenten thans onmogelijk de hoogere bijzondere of technische scholen der Zwitsersclie universiteiten bijwonen. Maar, onmiddellijk bij het nieuwe studiejaar in October aanstaande, zullen de jongelingea gemachtigd worden om de leergangen van de verschillende faculteiten, in de sa bij de grenzen niet gelegen universiteiten, namelijk in die van Lausanne, Berne, Zurich, Neuchatel en Freiburg te volgen. ' Het Zwitserseh bestuur van de interneering, zal onmiddellijk naar de verschillende internee-ringcentrums de noodige bericliten sturen. Da studenten zullen mededeeling geven van het on-derwi'js dat z?ij verlangen te volgen, en van den academischen of anderen graad welken zij in België reeds hadden verworven. Door het toedoen van het Œuvre universitaire suisse des étudiants prisonniers de guerre, waarvan het hoofdkomiteit door den heer Maillard, van Lausanne, is voorgezeten.werder voor-loopig een uitmuntenden maatregel getroffen, namelijk het inriehten van vakantieleergangen, welke einde Juli zullen aanvangen, met het 00g op de voorbereiding tôt de studiën, waarvoor de studenten zich hebben laten inschrijven. Deze vakantieleergangen zullen kosteloos zijn, zooals wellicht die der universiteiten ; geen schoolgeld zal worden gevergd. Professoren uit de verschillende lioogescholen, hebben, bij een lieerlijken blijk van internationale, wetenscbappelijke solidariteit, reeds zich kosteloos als leeraars voor de vakantieleergangen laten inschrijven, welke waarschijnlijk te Bulle (La Gruyère) zullen ingericht worden. De geïnterneerde studenten zullen in Juli in de kampen van Bulle en omstreken en later in de hoogeschoolsteden onder dak gebracht worden, waar zij de leergangen in October 1946 zullen mogen volgen. Dank zij de milddadigheid, anderzijds, van edelmoedige Belgisehe notabelen, zullen er met het 00g op de-verdere organisatie van het hand-werk en de studie fondsen worden vergaard, en namelijk voor het aankoopen van werken, welke aan de studenten noodig zijn, om met vrucht hunne studiën voort te zetten. In zijne reehtmatige verzorgdheid voor dit hoogst verdienstelijk werk. heeft baron de Bro-queville dan ook onmiddellijk zijne liooge goed« keuring aan deze zoo fliuk aangevatte onder-,. neining vevlecnd. ien Aug-ustus 1916 INTummer 298

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De legerbode appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Antwerpen du 1914 au 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Sujets

Périodes