De legerbode

442555 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1916, 30 Septembre. De legerbode. Accès à 20 septembre 2020, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/m32n58d87f/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

DE LEGERBODE den Binsdag, Donderdag en Zaterdag verschijnende Dit blad is VOOR DE BELGISGHE SOLiDATEN bestemd ; iedere compagnie, escadron of batterij ontvang-t tien of vijftien Franscïie en Nederlandsclie exemplaren. De Officiersscholen voor het Belgisch Leger De bevoegde diensten van het Belgisch ministerie van oorlog hebben zoo juist eene belangwekkende studie g-epubliceerd over de Belgische scholen voor officieren die in Frankrijk werden opgericht. Wij laten er hieronder de belangrijkste deelen uit volgen : I, — Noodzakelijkheid van de Officiers-scholen ; hun oprlchting in Frankrijk. Vanaf het begin van den oorlog stelde zich voor het Belgisch leger reeds het vraagstulc over de rekruteenng van de oiïieieren. Het gemobili-seerde leger moest inderdaad in het geheel 4,500 officieren bevatten ; en in het begin van 4914, vermeldde de toestand der effektieven er slechts 3,201, waarvan men nog 101 officieren moest at'trekken die bij de Kolonie waren gede-tacheerd, 130 bij de verschiliige staven en een dertigtal bij den vliegdienst. De leerlingen bij de militaire scholen en de onderofficiers kandidaten-onderluitenants, lever-den wel onmiddellijk eene zekere aanwinst van ongeveer 300 officieren, maar het tekort bedroeg nog 1,320 officieren, voor het grootste gedeeltein den dienst der infanterie. Men zag zich toen verplicht de kaders van de "vestingtroepen tpt op het strikt minimum -te be-perken, om dervvijze die van de veldeenheden te stoffeeren ; en om de 20,000 vrijwilligers die bij het begin van de vijandelijkheden dienst namen af te richten, moest men zijn toevlucht nemen tôt gepensionneerde officieren die weer in dienst waren getreden en vooral tôt oud-officieren en onderofficieren die vrij wax'en vau aile verplichting. Vanaf de eerste dagen van den veldtocht wag het een van de bekommeringen van den minister van oorlog om vôôr ailes eene reserve peloton-aanvoerders van de infanterie te verkrijgen. Hij dacht eerst aan de oud-gegradeerden van het leger die in den dienst der gendarmerie waren overgegaan en die men nog eene aanvullende ïnstructie meende te geven, doch men moest ze onmiddellijk bij het leger inlijven daar de maanden October en September ons reeds 852 officieren gekost hadden. De school die men ten hunner inzicht meende te stichten kreeg dus als leerlingen 150 onder-officieren die men aan het vestingleger onttrokken had. Dat was de oorsprong van de G.I.S.L.A. (centre d'instruction pour sous-lieutenants auxiliaires) of instructiecentrum voor hulponder-. luitenants. De school was in October 1914 te Antwerpen in voile bedrijvigheid, toen er besloten werd de dépôts en regimenten rekruten naar het Westen te transporteeren. Het was echter slechts na den slag aan den Yser, toen de inrichting in Frankrijk eenige vastheid kreeg dat men voor goed, te Gaillon, op 15 Januari 1915 eene school oprichtte. De kandidaten, ten getalle van 280, werden gekozen bij de jonge lieden die een volledig middelbaar of hooger onderwijs genoten hadden. Gezien de dringende noodwendigheid duurde de eerste leergang slechts vier weken ; het programma begreep hoofdzakelijk praktische lessen over den veld- en den vestingdienst. Deze proef-neming gai aile voldoening en de inrichting werd verder aan al de andere wapens nitgebreid. II. — Het C. I. S. L. A. Het instructiecentrum voor hulpofficieren van de infanterie (centre d'instruction des officiers auxiliaires d'infanterie) is gevestigd in een oud kasteel van de kardinalen van Amboise. De inrichting, die in den beginne slechts uiterst primitief was, werd al heel spoedig verbeterd. Het onderricht is er vooral praktisch ; een uitgestrekt onbebouwd terrein, dat gratis door den eigenaar werd afgestaan en in de nabijheid van de school ligt, dient tôt oefenplein. Sedert 1 Mei 1916 zijn er 50 man uit de ins-tructiekampen, in een peloton gevormd, te Gaillon gedetacheerd en dienen daar om de toe-komstige officieren tôt den roi van instructeurs af te richten en ze hun verschillende plichten ten velde te onderwijzen. De duur van den leertijd werd er geleidelijk verlengd ; hedea be-draagt hij vier maanden. Op het einde van den leertijd volgen de leerlingen voor een tijd lang de lessen in het ins-tructiekamp voor mitrailleurs, alsook in de school voor grenadiers. Het getal leerlingen die te Gaillon zijn geweest bedroeg op datum van 1 Juli 1916, 1,507 waarvan 1,362 het bekwaam-heidsdiploma ontvangen hadden. III. —Het C. I.S. L. A. A. "Weldra deed zich ook bij de artillerie de noodwendigheid gevoelen, niet slechts om in de be-stendige aanvulling van de bestaande kaders te voorzien, maar ook om in het personeel te voorzien voor de nieuwe stukken die de loopgraven-oorlog vereischte. Een instructie-centrum voor hulponderluite-nants van de artillerie (G.I.S.L.A.A. : centre d'instruction pour sous-lieutenants auxiliaires de l'artillerie) werd op 14 April 1915 geopend te Andreselles. Voor het rekruteeren van kandidaten deed men beroep op de vrijwilligers die een diploma van ingenieur of kandidaat ingenieur bezaten, van dokter of kandidaat in natuur- en wiskunde, alsook op de artilleristen die eene voldoende kultuur of een algemeen onderwijs bezaten die hen in staat stelden vlug op de hoogte voor het ambt van artillerie-officier te zijn. Vijf en veertig kandidaten per leertijd ontvangen het onderricht in deze school, waarbij eene instructiebatterij gevoegd is, vooral praktische lessen die zoowel het onderricht van den ruiter als van den artillerisfc omvatten. In de Lente 1916 werd de school overgebracht naar Ornival, waar de nabijheid van een poly-goon voor de artillerie toeliet praktische oefe-ningen met het geschut te doen. Tôt op 1 Augustus 1916, hebben van de 199 kandidaten, die de leergangen van het G.I. S.L.A.A. gevolgd hadden, 175 hun bekwaam-heidsdiploma bekomen. IV. — Het C. I. S. L. A. C. Op 23 April 1915 opgericht, had dit instructiecentrum voor doel vastberaden en stoutmoedige kandidaten voor de cavalerie te vormen. De school is gevestigd in een landbouweigen-dom dat toelaat aan een honderdtal mannen en even zooveel paarden verblijf te verschaffen. Een plein van 7 hectaren werd gehuurd om tôt oefen- ûnfUîinpî uan den niBuwen Oeiglsclien Gezant door den SoarziîtEi' de? Fransche Hepublink l/e heer Poincaré heeft verleden Woensdag baron de Gaiffier d'Hestroy, den nieuwen Belgi-schen gezant ontvangen. Bij het overhandigen zijner geloofsbrieven, heeft deze opnieuw gespro-lten over het vertrouwen dat de Belgen koesteren in de beloften van de bondgenooten, nopens de herstelling van de onafhankelijkheid van hun land, en billijke vergoedingen. De heer Poincaré heeft in zijn antwoord herinnerd aan het manhaftig gedrag van baron de Gaiffier d'Hestroy die, als algemeene bestuur-der van de politiek in het ministerie van bui-tenlandsche zaken, in den tragischen nacht van 2-3 Augustus 1914, noch ontstellenis noch aarze-ling kende bij het opmaken van de nota, welke in hare hoofdtrekken, de vaderlandsche beslis-sing van de Belgische regeering in antwoord op het hatelijk Duitsch ultimatum samenvatte. De traditioneele vriendschap van België nam dien nacht een geheiligd karakter aan. De ver-trouwelijke omgang tusschen de beide natiën nam nog in innigheid toe bij hetgemeenschappe-lijk verduurd lijden en het broederschap der wapenen. Den dag van den vrede zal Frankrijk aan zijne beloften getrouw blijven. De heer Poincaré, bij deze vernieuwde ver-zekering aan de Belgische vorsten, heeft enkel het eensgezind en vast besluit van Frankrijk en dezes dappere bondgenooten vertolkt. Zoo België zijne voile onafhankelijkheid niet terugkreeg, zoo het geen billij k her stel vond, zou er een onuitwisch-bare schande de annalen van Europa bevlekken; maar het geschonden recht zal gewroken worden. Elken dag, brengen de gezamentlijke inspannin-gen der bondgenooten ons dichter bij dea zege en bij de overwianing. terrein te dienen. Het is met allerlei hinderpalett bezaaid. De dienst wordt er vooral buitenshuis verricht en de kandidaten brengen 6 tôt 8 uur per dag te paard door ; men maakt van aile gelegenheden gebruik om zich flink te oefenen in het paarden rijden. Dit regiem heeft zeer bevredigende uit-slagen opgeleverd voor wat betrof het rijden op ongelijk terrein. k Op het einde van den leertijd voert eetfrit vau 150 kilometer, in drie etappen afgelegd, de leerlingen naar het centrum voor mitrailleurs en •grenadiers, waar hun onderwijsaangevuldwordt. Sedert het begin van de leergangen tôt op 15 Juli 1916, hebben er 123 leerlingen de lessen aan het C. I. S. L. A. C. bezocht. V. — Het C. I. S. L. A. G. Dit eentrum werd den 24e® April 1915 opgericht. De eerste leerlingen werden gerekruteerd bij de onderofficieren en bij sommige adjuncten der genie, alsook bij de ingénieurs die den veldtocht in de rangen hadden medegemaakt. Later deed men beroep op de mijningenieurs, op die van burgerbouwkunde, die in de andere wapens dienden en ten slotte wendde men zich tôt de soldaten die twee jaar aan eene hoogeschool hadden gestudeerd. Het onderwijs heeft voor doel aan de kandi* daten een theoretisch en praktisch onderricht te geven dat hen in staat stelt met kennis van zaken de technische reglementen toe te passen. Eene afdeeling van de school vormt kandidaten onderofficieren, het onderricht is er zooals altijd vooral praktisch en geschiedt in denpolygoon; het is gegrondvest op het handboekje van den onderofficier der genie te velde. Op datum van 1 Augustus 1915 hadden 67 leer» lingen het bekwaamheidsdiploma verkregen voor de afdeeling1 der officieren en 139 in die der onderofficieren. VI. — HetC. I. S. L. A. I. Ten slotte bleef er nog het vraagstuk op te Ios» sen over het vormen der kaders van instructeurs. Eene bijzondere school werd te dien einde opgericht te Bayeux, korten tijd na de vorming van het centrum te Gaillon. Aanvankelijlc moest Bayeux slechts instrue-teurs vormen en de uitslagen die men er ver-kreeg waren merkwaardig, maar daar er daar* door op verre na nog niet voorzien werd in de behoeuen van het front, werd er besloten dat de leerlingen van Bayeux als sergeant-instructenr in het leger zouden kunnen treden en bij de bevordering mededingen naar den graad vau officier, na hunne bewijzen in het vuur te hebben geleverd. Na de leergangen van intensieve africh-ting te hebben gevolgd in een speciaal peloton van een instructiecentrum voor den troep, rnoet de jongeling.wiens algemeene kultuur voldoende wordt geacht, in de school van Bayeux treden ' om daar bijzonder voor zijn ambt van instructeur te worden afgericht. Na een tijd stage wordt hij- tôt den graad van adjudant-instructeur be» vorderd en gaat dan naar het instructie-centrum voor oud-militairen en komt er in aanraking met mannen die reeds op het front geweest zijn. Dan, na een tijdperk in de school voor mitrailleurs en een ander in die voor grenadiers, vervoegt hij een regiment volgens zijn keuze, met den graad van sergeant-kandidaat-officier. Het G. I. S. L. A. van Bayeux heeft zoo uit-stekende elementen voor ons leger geleverd, op de hoogte van hun stiel, vol strijdlust en die spoedig door hun gedrag in het vuur uitblonken. Heden heeft men besloten het af te schaffen daa* het veldleger over een voldoende getal kandidaten onderluitenants beschikt. BESLUIT. Dank aan hun verlangen om wel te doen en aan den vaderlandslievfittden ijver van al de leerlingen, heeft de voorberéiding in de verschillende G. I. S. L. A., die in vredestiid onvol» doende zou geoordeeld worden, toegelaten aan het leger jonge officieren te leveren die hun ou-deren waardig zijn, zooals zij dat bewijzen. On-danks de moeilijkheden die het moest te boven komen, heeft het Belgisch leger dus toch nie* moeten zien dat de zware beproevingen die het te doorworstelen had, de waarde zijner kaders en dezes bekwaamheid verminderdea. L. B« 30 September 1916 Nnmraer 324

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De legerbode appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Antwerpen du 1914 au 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Sujets

Périodes