De stem uit België

1202 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1917, 14 Septembre. De stem uit België. Accès à 16 avril 2021, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/mw28912n8p/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Rureel : 21, RUSSELL SQUARE, LONDON, W.C. Téléphoné: Muséum 267. De Stem uit Belgie. Abonnement : 2sh. voor 3 maanden. Subscription : 2sh. for 3 months. Voor de VereenSgde Staten : 50 cts. Voor Holland : 1 fl. Voor Frankrijk : 2.50 fr. Voor de soldaten : lsh. of 1.50 fr. 3de Jaargang, Nr. 52. (Blz. 1619-1626.) Oplage: u.200. VRIJDAG, SEPTEMBER 14, 1917. Registered at G.P.O. as a Newspaper. 8 blz. i%à. De Pers en de Paus. Vriendcn, weest op uwe hoede, wanneer gij dagbladen leest. De gesproken taal is minder gevaarlijk, want licfot verraadt het van kleur verschietend aangezicht de huichelende tong ; maar het papier kan niet blozen onder de leugentaal : "epistola non erubiscit," zei de Romeinsche redenaar. En er is niets wat op den simpelen lezer een meer verleidenden in-vloed uitoefent als het gschrevene en het ge-drukte : dat is voor velen het zegel der waar-heid. Reeds Demosthenes had dit mensche-lijk zwak ingezien. Wanneer hij de fijne Atlheners wilde bedotten, legde hij den wijs-vinger op het onafwijsbare perkament : "Ge-grammena Keitai," riept hij uit : Het staat gedrukt !—Verdekke ! dan moet het wel waar-heid zijn, oordeelden. zijne beetgenomen hoor-ders. Wat de redenaar door zijn met keitjes in den mond geoefende welsprekendheid niet vermocht, bereikte hij door het getuigenis van stomrne letiters : nu zweeg de mond, nu kniilcte het hoofd en 't gemoed stemde in ; de muis was in de val ! De boeren van Oolen, die nu Fransch en Engelsch lezen, hebben het nog niet verder gebracht dan de lichtgeloovige "mannen van Athene." Gelijk dezen zwoeren bij hun boek-rollen, zoo zweren dezen bij hun nieuwis-bladen.En er is gpen omstandig'heid, waarin het papier zoo verduldig is, als wanneer het op-stel tôt onderwerp heeft : de Paus van Rome en zijne handelingen. Dan kunnen de schrij-vers en de nieuwsagentschappen vertellen, oordeelen, "Eieweren, verzetkeren naar harte-lust ; zij weten vooruit dat het zal geslikt wor-den als Delphi's orakeltaal. Wat heeft men zoo het lezend publiek veel op de mouw ge-speld ! De Pauselijke vredesncta, zeggen de eenen, is eene ware teleurstelling voor de 'katholieke harten. Ach, voegt een ander blad erbij, waarom zooveel gewicht hechten aan die vredesbemiddeling ; zij toont immers dat het Vatikaansche denken verre verwijderd is (aloof) van de practische wereldpolitiefc. En hoe blijft de Paus ook hangen in het onbestemde, het nevelachtige ; 't is louter gevoelerigheid van een meewarigen grijzaard Zijn no'tia zal het dan ook tôt niets brengen : " l'incident est clos." Niet echter voor Italië ; daar worden de beschimpingen wederom op-gewarmd naar aanleiding van Wilson's ant-woord. "Wat een tegenstelling—zegt een artikel van de "Stampa," overgeseind naar de "Times"—tusschen 's Pausen Nota en Wilson's antwoord ; wat een verschil op zedslijk gebied. De protestantsche Wilson heeft een zedelijke veroordeeling geslingerd op het Duitsche program, terwijl de Katholieke H. Stoei geveinsd heeft en gezwegem—geveinsd ten aanzien van de toekomst, terwijl hij al de oorlogvoerenden op denzelfden voet van vrede plaatst; en gezwegen ten aanzien van 't ver-leden..." Maar zelf verzwijgt de "Stampa," dat Wiilson, toen hij voor anderhalf jaar, ook als vredestiohter optrad, juist hetzelfde deed : hij schoor al de oorlogvoerenden over denzelfden kam en gewaagde niet van Duitsch-land's gruwelstukken ,terwijl de Paus aile euveldaden heeft gedoemd. En meen niet, Oolenaars, dat de "Stampa" uit eigen naam spree'kt ; zij gunt u vers-tand genoeg om te oordeelen, dat ge bij haar woord niet zweren zoudt ; daarom spreekt zij in den naam van de " Italiaansche Ka.tholieken " ; en zij ver-meldt de zienswijze van een "prelaat," geen de eerste de beste, zulle, maar een van " hoog aanzien": "a leading prelate " ! -Als ge nu nog niet in doekskes gedaan zijt, dan is de " Stampa " haar latijn kwij.t. Er is echter niets, waarop men meer aan-stuurt, dan iop het vernietigen van het ver-trouwen, dat de katho'lieken behooren te stel-len in den H. Vader. Benedictus XV moge met aile oprechtheid in zijne Nota verklaard heb'ben : " Wij geven geen gehoor aan de wen-schen of belangen van wie ook der oorlogvoerenden." Aan dat getuigenis hecht men niet meer waarde dan aan het woord van Pruisen. Rast op, zegt men, de Paus bedriegt u; hij staat heimelijk in betrekking met de Oostenrijksche en de Duitsche kanselarijen, en hij handelt volgens hunne irspraken. Herinnert u Gerlach, Gerlach—roept de "Times," en zij onthult een musschenschrik : den generaal der Jezuieten !... (Dat ernstig blad is nog niet bekeerd door Goldsmith's oomediespel, dat zoo fijntjes spot met Jezuie-tenvrees.) En simpele menschen volgen dan den raad van den kernduitsichen Luther, die, zooals pas de "Wartburg" herinnerde, aan onderhandelaars de vermaning meegaf : "God vervulle u met een. sterk wantrouwen tegen den Pauis." Zoo worden sommigen, zonder het te vermoeden, gevangen in de netten der Duitsche Kultur, die in Luther haren aan-legiger erkent. Zou Benedictus XV onigevoelig bhjven voor de achterdoohtige stemming van eenige zijner kinderen te zijnen opzichte? Luide laat hij zijn klachten niet hooren, de goede Vader; maar soms, wanneer hij zich omringd weet van trouwe, liefdevolle en eerbiedige geloo-vigen, laat hij wel eens blijken hoezeer het harte lijdt. Voor eenige dagen werd hem door den Overste der s<shoo!broeders, omringd vian 600 personen, een adres van hulde voor-gelezen, waarin gezinspeeld werd op de Pauselijke Nota; en de H. Vader antwoordde daarop : "Den Eerwiaarden Overste komt de lof toe, de gevoelens van onze ziel begrepen te hebben. Niet altijd gebeurt het, dat onze bedoelingen goed begrepen worden ; integen-deel, menigmaal schijnt een door ons afgege-ven openlijke verklaring nog niet duidelijk genoeg te zijn. Over het gémis aan ach.ting tegen ons, beklagen wij ons niet, daar wij ons aan Hem overgeven, van Wien men met voile waarheid kan zeggen, dat Hij in de har-ten leest. Hoe minder geloof aan onze woor-den gehech.t wo-rdit, hoe meer wij ons echter verheugen, als een zoo'n zijn stem verheft bij de beoordeeling van onze daden het gevoel van gerechtigheid laat wedervaren, dat ons tôt het stelilen dier daden bewogen heeft." II. Vader, wij katholieke Belgen, wensc'hen ook gerekend te worden onder het getal der trouwe zonen, die niet den minsten twijfel hebben aan de oprechtheid uwer woorden, aan de edele bedoelingen uwer daden, en die u da-nkbaar toejuichen om al uwe bemoeiin-gen om een rechtvaardigen en duurzamen vrede tôt stand te brengen. En wij zijn gelukkig te kunnen opmerken, dat zelfs velen, die niet behooren tôt den waren schaapstal van Christus, niettemin, tôt matieke daad, welke een merkteeken zal laten in de geschiedenis der moderne tijden. Hij treedt op voorzeker ten gunste van den vrede, overeenkomstig de plichten van zijn gods-dienstig en geestelij'k ambt, overeenkomstig de eeuwenoude overleveringen der geschiedenis van het Pausdom, maar daarenboven— en dit vooral moet men in acht nemen— overeenkomstig het -recht, dat de internationale verdragen toekennen aan eene Souve-reine Macht. De "Conventie voor de vreed-zame regeling der internationale geschillen," gehouden te Deu Haag op ig October 1907, heeft namelijk in hare artikelen 3, 4, 5 en 6 bepaald, dat vreemde mogendheden het recht hebben om tijdens den oorlog hunne bemidde-ling aan te bieden ten einde de strijdende partijen "met elkaar te verzoenen en den wederzijdschen wrok te suss^en " ; en dat "de uitoefening van zulk een recht nooit mag beschouwd wordsn door een of andere der twistende partijen als een onvriendelijke daad." Zij oordeelde het zelfs "nuttig en wenschelijk " dat van zulik een recht gebruik Vlaamsch-Beîgische School te Oloron (Basses-Pyrénées), ter gelegenheid van de Plechtige Communie der oudste Ieerlingen, op 15 Oogst. Links de aalmoezenier, rechts de onderwijzeres-regentes. beschavmg van enkele kathoheken, humie voile goedkeuring schenlcen aan 's Pausen ge-dragingen gedurende dezen oorlog, en in be-wondering staan voor zijne vredesbemidde-ling. Ik beroep me hier en^kel op twee getui-genissen. Een Anglikaansche leek heeft pas een boekje uitgegeven, "No small Stir," waarin hij al de lasterpraatjes, de verdenkin-gen en opwerpingen tegen 's Pausen arbeid ingebracht, te gruizel slaat. En wat nog meer zegt, een niet-katholiek diplomaat, wiens woorden wij voor een paar weken aanhaal-den, heeft weer zijn oordeel uitgesproken over 's Pausen vredesnota. En ziet met welik een achting hij ervan spreekt : "De Pauselijke diplomatie staat zoo hoog boven de Amerikaansche, de positie van den Paus is ook een zoo geheel andere dan die van den Président der Vereenigde Staten dat, naar mijn meening, de Paus zonder eenigen twijfel dezen stiap niet heeft gedaan, zonder zich zekerheid te hebben verschaft, dat hij niet op een botte weigering zou stuiten... Ik ben zeer geneigd, in het voorstel des Pausen iets beters te zien, dan in eenig voorstel tôt nu toe gedaan... het is in zijn uitwerking een diplomatiek meesterstuik. Enkele hebben het hier en daar wat vaag genoemd, bijv. ten aanzien van Polen, van Elzas-Lotharingen en vooral v.an den Balkan. Ik heb zelden opper-vlakkiger kritiek gehoord. Is er een diplomaat, die ten aanzien der vaag gelaten qua-es-tie, met een voorstel, hoe bescheiden ook, zou durven komen, zonder noodwendig een der oorlogvoerende partijen geheel af te stooten? Het merkwaardige in het voorstel van den Paus is m.i. juist, dat hij al het bezonljene en hetgeen tôt nu toe over de vredesvoorwaar-den is geschreven, heeft opgevischt en dat ailes als gegraveerd goud naar voren brengt..." De beteekenis van 's Pausen daad. Het is niet uitsluitend om den inhoud van 's Pausen vredesvoorstellen, dat een deel der Pers deze met weinig tegemoetkoming heeft bejegend. Er bestaat een andere reden daar-voor, die men liever eenigszins bedekt houdt. Bij zijn optreden als vredesbemiddelaar oefent de H. Stoel een recht uit, en dit recht steunt op een ander hetwelk bij somimige lie-den niet zeer welkom is. Het zal nuttig zijn dit wat op te helderen. De handelwijze van den H. Vader is niet bloot de uitdrukking van medelijden en menschlievend'heid ; het is niet een gewone smeekbede voor vredesgezindheid, tôt de strij-dende Mogendheden gericht. Dit werd reeds vroeger beproefd, doch te vergeefs. Het is ook niet het initiatief van particulieren, zooals de actie der socialisten te Stockholm, die over 'het hoofd hunner gouvernementen zich het recht toeëigenen om als gevolmachtigden over de vredesvoorwaarden te onde rh an de! en. Neen, de H. Vader stelt hier eene w«ire diplo- gemaaKl wera. vveinu, nex js aiy zoouaingtî middelaar dat de Paus optreedt; hij handelt volgens de Haagsche Conventie en stelt de daad eener Souvereine Macht, als zoodanig diplomatisch erkend door het Internationale recht. Dit valt inisschien niet in den smaak van sommige anti-clerikalen ; maar tegen een gevestigd recht is de critiek ontwapend. En in de zonderlinge wijze, waarop het Pauselijk vredesvoorstel "moest" medegedeeld worden aan sommige Mogendheden, ligt onvermijde-lijk een verwijt ten aanzien van den abnof-malen toestand, waarin deze zich geplaatst hebben tegenover den H. Stoel. Aangezien er geene diplomatische betrekkingen bestaan tusschen het Vaticaan eenerzijds en Italië en Frankrijk anderzijds, zoo moest het stuk hun aangeboden worden door de tusschenkomst van een protestantschen Vorst, den Koning van Engeland !. . Veel van hetgeen tegen de Pauselijke vredesvoorstellen werd ingebracht kan op rekening gesteld worden van de be-dekte onwelwillend'heid jegens eene Macht, die ondanks de breuk met de anti-clerikale regeëringen van Italië en de Fransche Repu-bliek, hare hooge internationale beteekenis blijft behouden. Intusschen zijn wij nog niet aan den voor-avond van den vrede. Het is zelfs niet wenschelijk, dat de druk der wapenen nu ver-slappe of d.at de oorlogstoebereidselen van Ameri'ka verminderen. Want de vredesvoorwaarden zulien onvermijdelijk ook afhangen van den toestand op de slagvelden, en er zijn nog weinig teekenen dat Duitschland bereid is zelfs de grondgedachten van 's Pausen vredesvoorstel zoo seffens aan te nemen : ook daar moeten de ideeën nog bezinken. Maar de Paus geeft de eerste duw, die den bal aan het rollen brengt. Hebben wij geduld en stelien wij in Hem ons vertrouwen. O Jongens, laat uw Ideaal niet los. Harten van jonge mannen lijden fel aan sprekensnood. Van zwijgen breken zij, worden zij korzelig, en dor van gémis aan luiste-rende genegenheid en medegevoel worden zij opstandig en barsch. Het stormt in jonge harten, fijlc in zeediepten. Zij-haten nacht en duisternis. Zij hunkeren naar licht in hetwelk zij kunnen zichzelf zien, zichzelf ken-nen ,zichzelf richten, want enkel zichzelf te voelen, zonder zelfkennis, leidlt tôt een onge-breiderde uitstrooming van zichzelf in het niet. Zoo gaat het met elken jongeling, die nog wat zielejeugd heeft bewaard. Helaas, er zijn jonge mannen die, door erfenis, zelf schuld of opvoeding, nooit jong geweest zijn, en een oude ziel dragen in een jong lichaam, lijk een dood lijk in een eikenhouten kist. In oorlogstijd heeft het jonge hart meer dan ooit fellen sprekensniood. Het voelde, het hoorde, het ziag, het beleefde zooveel op de kruisstraat van dezen oorlog, waar gedachten, gevoelens, meeningen, overleveringen, gebeur. tenissen onafgebroken wervelden en schom-melden. Midden de groote oorlogsstoornis is er een veel grootere, een meer belangrijke de stoornis der zielen. Een ziel is 't grootste en 't schoonate in de wereld. Een ziel kan ook 't laagste en. *t leelijlkiste worden. Dé wereld is een uitwandeling, een processie van zielen. Als ik mensohenmassas zie bewegen in 't wereldrumoer dan vraag ik mij af "wat 'n drama, of wat een blijispel, of wat een men-gelspel speelt er in el'ks persoonlijke ziel. De wereld denklt in masisa, werkt in massa, maar de wereld voelt niet in massa. Elke ziel voelt voor haar zelf persoonlijk, en speelt verstop-pertje tegenover de massa. Neemt de zielen van elk onzer jonge mannen op het front. Hun ziel propt van gevoel en zoo zij zwijgen moet, of spreken moet tôt wie niet verstaan kan of wil, of tôt wie o,nverschillig is, die ziel ver-dort, verliest haai jeugdkracht, of zoo zij sterk is, zij wiacht in verbittering, tôt de dag van spreken komt. Arm schaap, hoe mioet het lijden, Door en door zijn herte bijten, Daar het bleef dn barensnood. En van de bittere viruchlt beroofd. (Gezelle.) Aan wie zouden zij wel hun hart uitspre-ken?Aan hun moeder? Ach! waar is hun moe-der? Gescheiden zijn van haar in oorlogstijd is voor onze huizelij-ke, kinderlijke jongens wel de grootste fodtering. Het is alsof de heiligen uit den hemel het gezelschap misten van onze Lieve Vrouw. De kracht, de bewe-ging, de toekomst van ons volk liggen in onze moeders, want zij zijn moeders, en 't is daar-mede al gezeid. Dat is zul-k een Vlaamsche grondwaarheid dat gansch de meisjesopvoe-ding zou moeten. gericht worden naar de edele taak van het moederschap. Onze groote jongens spreken hun hart uit'aan moeder, niet in vele, niet in heftige woorden, maar in daden. De Vlaming is geen gevoelsuitbun-dige, al is hij een diepgevoelige. Hij is be-schaamd voor zijn gevoeliglieid, lijk hij beschaamd is voor ailes wat grootst en schoonst is in hem. En de moeders ook zeggen niet veel aan hun groote jongens, maar zij raden vooruit, zij zien vooruit, zij stellen daden en- scheppen een huisgezinsatmosfeer welke die groote jongens inademen en in-drinken, en als zij op zichzelf zich wageg in het leven, onbewust leggen zij als grondslag van hun eigen leven datgene wat zij moeder hebben zien doen te huis. Aan wie zouden zij wel hun hart uitspre-ken?Om het even aan wie, j,ls zij het maar uitspreken kunnen. Vandaar die keus van oorlogsmeters. Het is niet zoozeer om wat drinkgeld, of om een verlofsbrief, of om 't ontvangen van een gesuikerd pakje, maar wel om hunne alleenigheid op te beuren, om 't genot hun hart uit te spreken, in wat gekrab-sel op een vuil stukje papier, bevlekt en bemodderd. Helaas, het meterschap is niet altijd een louter vervangen van het moederschap, en 't jonge hart is niet altijd eerbiedig voor de meiter, lij'k voor de moeder. En was de eerbied voor de vrouw, de kieschheid tegenover de vrouwelijke kunne een Vlaamsche eigenschap of beter een opvoedingsdoeleinde? Maar wee aan wie den liefdenood, en de zwak-heid onzer jongens uitbaat voor zijn eigen zelfzucht en door ontijdige verliefdheid, of liefded'rift, het jonge hart van liefdereinheid ontledigt, en 't werk van moeder—de opvoeding der jeugdzuiverheid—çstiefmoederlijk verkracht ! Gelukkigen echter, die jongens, die het oorlogsmeterschap, feitelijk zoo hebben eerbiedigd dat zij de vrouwelijke edel-moedigheid en al de vrouwelijke gaven hooger zijn gaan waardeeren, met dankbare beleefd-heid, zonder in iets te verminderen hun trouw voor hun geliefde, die wacht op hen in 't be-zette land, of zonder iets te hebben bedreven, waarvoor zij, als schijmheiligen, zouden moeten bloozen den dag dat zij hun liefde aan eene vrouw zulien verklaren. Aan wie zouden zij hun hart uitspreken? Och, niet aan de soldatenioassa waartus-schen zij leven. De massa is stom, doof en blind. De massa spot, uit kuddegeest, met ailes wa^ uit de zielegronden opborrelt, want de massa leeft, fanatisch, van oppervlakkig-heid, van gelijkvormigheid. De legermassa meest, want gevoel voor de massa is ridder-lijk en zieleleven dat is een persoonlijke zaak. De massa heeft geen liefde, ofschoon zij ge-weldig kan haten wie haar liefheeft. De massa is hebzuchtig, en onder 't uitsteekberd van gemeenschappelijkheid en gelijkheid tapt elk ui.t de massa zijn eigen glas vol. De massa beoefent de plantrekkerij achter den scherm der vaderlandsliefde. Jongens, spreekt uw hart niet uit aan de massa. Werpt geen parels op den mesthoop voor de zwij-nen. Ik weet dat al de legers in een homeri-schen lach zulien uitproesten, als ik zeg dat de jongens zouden moeten hun hart kunnen openen aan hun officieren. Men schatere om mijn utopisme, zoo men wil. Omdat iets niet gedaan wordt, volgt niet, dat het niet zou moeten gedaan worden. Een officier mag zijn jongens niet wegen of ancien als een koop-waar, als "fighting material " alleen, -dat is kannibalisch. Hij staat aan 't hoofd van

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De stem uit België appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Londen du 1914 au 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Sujets

Périodes