De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

841 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 24 Fevrier. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Accès à 22 octobre 2020, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/fj29883r5c/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

jserste Jaar^ang N°. 24-• Woénsââg 24 Feoruarï 1915 S Cents DE VLAAMSCHE STEM ALGEMEBN BELGISCH DAGBLAD Een volk zal niet vergaan! Eendracht maakt machtl REDACTIEBUREEL: PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. - TELEFOON Ho. 3922 Noori. De Vlaamsche Stem verschljnt ta Amsterdam elken dag des morgens op vier bladzijden. Abonnementsprjjs bij vooruitbetaling : Yoor Hollaud eu BelgiS per jaar / 12.50 — per kwartaal / 3.50 — per nmaad / 1.25. Vocr Engeland en Frankrijk Frs. 27.50 per jaar —. Frs. 7.50 per kwartaal — Frs. 2.75 per maand. Hoofdopsteller : Mr. ALBERIK DESWARTE Opstelraad : CYRiEL BUYSSE - RENE DE CLERCQ - Mr. LODEWIJK DOSFEL Mr. JAN EGGEN. - ANDRE DE RIDDER Yoor ABONNEMENTEN wende men zich tôt de Administratie van het blad-PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. Voor AANKONDIGINGEN vend® men «ici toi de Firma J. H DE BUSSY ROKIN 60, AMSTERDAM. A DVEBTENTIES : 25 Cents per regel Korte Inhoud. 1« Bladzijde. Hun Standpunt. — Dr. P. de Eeysen pleine Kroniek. Onder Ons. (III). — #. Pceters. Open Brief aan Piérard. — Dr. .4. Jacob, ; De Vlaamsche Stem. — Henri Vcuskens. [ 2e Bladzijde. Uit het Vaderland. Een reis door België. Aan de lichting 1914. Brieren uit Brussel. — K. H. Het verkeer Bolgië—Nederland. Jantje Verdure (2). — Stijn Strcuvel. 3e Bl?- Kijde. De Earopeesclie Oorlog. Teiegramraen en Berichten. t)o onderseëers. it Bladzijde. Uit de Kampen. Financiën. Voor de Uitgewekenen. Kunst. — Perito d'Arte. Orerzicht Tan tijdschrifteji. Hun Standpunt. Het behoort ontegenzeggelijk tôt de on-vooringenomenheid en de eerlijkbeid van een onzijdig blad dat' in een débat aan beide of meerdere tègenover elkaar staande par-tijen de gelegenheid worden geschonken hun wederzijdsch standpunt te doen kennen en te verdedigeu, België is niet langer ,,onzijdig!' meer in het internationaal Reclitsnihi-l li-rae sinds de schending van haar klein neutraal grondgebied door den Duitschen Reûs, maar een ,,Belgisch" dagblad drijft nog wel de onvooringenomenheid en de eer-lijkheid zoo ver in zijn kolommen de argumentent van den vijand een plaats in te ruimen. Waar de Duitschers in on macht van be- ! wijzen de dagbladen der bondgenooten I voortdurend voor .;,leugenpers" schelden, is het wel eigenaardig dat diezelfdo ,3leu-genpers" steeds, bereid wordt gevonden aile geschriften, betrekking hebbende op het standpunt dat Duitschland ter verschooning en verdediging van den door haar ontketen-den Reuzenoorlog denkt te moeten innemen, gretig publiceert. Desnoods zonder onwelwillend kommen-taar, om de eenvoudige reden datv,,hun fitandpunt" zoo klaarblijkelijk val'sch is, daarbij steeds ,,après coup'' )>edacht en vooral doortrokken van liun allesbeheer-schenden, kolossalen grootlieidswaanzin, dat verweer of- kritiek van de tegenpartij teotaal onnoodig blijkt. Eens te meer wordt dit bewezen door het in den laatsten tijd verschenen brocbuurtje: „Ware oorzaken van den Oorlog" van den Duitschen luitenant ELuhn, leeraar van geschiedenis aan de technisch-militaire Académie te Charlottenburg. Volgens hem, was de oorlog noodzakelijk voor Duitschland, omdat dit land dreigde te verzinken in een grof matérialisme. Alleen door den Oorlog kon het oude krijgshaftig idealisme van het Germaansche Ras weder oplaaien. Ja, het matérialisme had zich overal in Europa vastgekankerd, maar inzonderheid in Duitschland. Het internationaal kapita-lisme was daar oorzaak van. Het was aan het kapitalisme te wijten dat Duitschland in het ingewikkeld raderwerk van het industrialisme werd gevat en dat de Duitschers van vrije menschen tôt fabrieksarbei-ders en klerken waren afgedaald. De mo-reele afval is groot geweest. Men pleegt niet straffeloos een aanslag op de mensche-lijke vrijheid.... Neen! duizendmaal neen ! Het is niet onjuist dat men aan ons volk j injgshaftigheid toeschrijft. Wij vinden pleizier in den oorlog, wij verlangen er naar. Ons overwinbaar volk heeft de aloude Germaansche moed bewaard. Het is onge-'ooflijk dat er hooggeplaatste geestelijken Ojn geweest, die aan de geloovigen hebben versondigd dat de oorlog een kwaal is, eu de mandemeuten daarop betrekking liel> fende door de pers werden opgenomen. Het is niet waar dat de oorlog een kwaal ta Dat men deze beschouwingen aan de ouders van de gedooden laat!... De oorlog fis een ongeîuk beschouwen voor den Staat, 18 de geschiedkundige waarheid looehen-Btraffen.... Om ons Volk met Idealisme te fezielen, moesten wij aan ons Volk een groote wereldhistorische plicht te vervullen geven, een plicht, waardoor ons gansche Volk, zonder onderscheid van stand, heîft-taftig zou te handelen hebben. In zulke omstandigheden wordt de Oorlog een edel en heilig ding: een a/ziwals- of een verdedi-fingsoorlog, het komt er minder op aan ! Aldus moet deze oorlog tôt de verzede-Hjking van Duitschland dienen. Insgelijks tôt de verzedelijking van de veroverde lan-den. De Duitsche Staat is de sterkste, omdat hij het beste ingericht is: hij heeft voor plicht te handelen, en te handelen met kracht. De geschiedenis van aile tijden leert ons dat het overeenkomstig is met den aard van den Staat, die wel ingericht is, zijne be-Bchaving aan het grootst mogelijk aantal pj> pQ dr]ngçui}^ pe naties aan het hoofd van de beschaving ge-plaatst doen veroveringen met het doel van opvoeding, om hun ne cultuur aan anderen mede te deelen. Moet de beschaving zijne tempels opricliten op bergen van lijken, op zeeën van tranen, op doodsgej animer ? Ja! Zij moet het.... Indien een Volk recht heeft op overheersching, zoo is zijn macht van verovering de hoogste zedelijke Wet waar-voor den overwonnene den nek moet buigen. Vae victis ! In den huidigen oorlog, zal Duitschland dus beschavënde veroveringen maken rechts en links: op Rusland en op Frankrijk. Maar de condities zijn niet dezelfde. Frankrijk is eerfcijds beschaafd geweest, wanneer Gerrna-nen aan haar hoofd stonden. ,,Maar sinds dat in de oorlogen van Napoléon I den Ger-maanschen Adel van Frankrijk op het veld van eer is gevallen, is Frankrijk zonder lei-ding gebleven en wankelt." Zij zal slechts het evenwicht terugvinden wanneer zij weer onder leiding van Germanen komen zal. Het Fransche Volk heeft van de glorie dat het in do wereldgeschiedenis onder Germaansche leiding heeft gewonnen, en dat het zonder deze denkt te herwinnen. Zie-daar wat aan de hedendaagsche geschiedenis van Frankrijk zijn zoo tragisch karakter geeft, en ziedaar waarom de uitslag niet te betwijfelen valt in den aanval, die Frankrijk tegen Duitschland waagt. Frankrijk zal geslagen worden!... Niemand is gemakke-lijker te leiden dan de ware Franschman, wanneer men hem aan te vatten weet. Het is voldoende hem bij zijne nationale in-stincten te nemen ; met zijne medewerking mag men ailes wagen. De toekomst zal hem langs onze zijde scharen. Wij zullen hem redden van zijne dwalingen, wij zullen hem ~ broederlijk ondénverpen, en, met hem zullen wij liet lot van de wereld in handen houden. Ik stel mij den oorlog met Frankrijk als het tweegevecht van twee loyale tegenstandera voor, waar de overwinnaar niets beter vraagt dan den overwonnene op het hart te druld^en. De Rus is integendeel een barbaar, die in de onmogelijkheid verkeert door zichzelf vooruit te komen. In naam van de Kultuur, roepen wij: ,,Weg met de barbaren!" Maar de Rus is een slaviër, hij behoort tôt het Indo-Germaansche ras, dus is hij vatbaar voor beschaving. De Duitscher heeft voor roeping hem 'te beschaven. Indien hij van het gele ras was, gelijk de Japanner bijv., zou hij niet beschaafbàar zijn, de Duitscher zou er zich niet mede bezig houden. Maar de beschaving is slechts vatbaar voor volke-ren van dezelfde ethnische afkomst. In 1812 heeft Napoléon gepoogd de beschaving van Westelijk Europa in Rusland te brengen. Het mocht niet slagen. Heden heeft de geschiedenis van ons Duitschers de testamentuitvoerders van Napoléon ge-maakt.... Voor Frankrijk is Napoléon de grootmeester geweest, de politieke en kul-tuurdragende profeet. Het is geenszins een zonde tegen den heiligen Duitschen geest zijne groote persoonlijkheid recht te laten wedervaren. Mogen wij met zulk een Titan begiftigd worden, opdat de wereld op zijn Duitsch worde herboren ! De kultuurdragende missie van een Volk is afgeloopen, wanneer er geene volkeren van hetzelfde ras of verwante rassen meer bestaan die zijn beschavenden invloed kun-nen ondergaan. En de Duitsche kultuur heeft ilog eeuwen voor zich vooraleer zij uitgeput zal raken, want de duur staat in betrekking tôt de dichthçid van bevolking en de uitgestrektheid van het grondgebied. Onze kultuurdragende boodschap gaat over honderd- millioen Slaviërs en strekt zich tôt den Oeral uit. Wat Engeland betreft, zijn geval is ver-schillend. Er is geen kwestie van haar te beschaven; men moet haar uitroeien. Angel-Saksisch, dus Germaansch, heeft Engeland het Germanendom afbreuk gedaan. Zij is het die dezen Oorlog heeft verzonnen, die tegen het onschuldige Duitschland ,,den naar gevechten dorsstenden gai en den bloedgierigen Slaaf" heeft opgehitst. En waarom? Uit zelfzucht omdat hare zaken slecht gingen. Zij is, gedurende haar gan- ! sche geschiedenis, de macht der onzedelijk-heid geweest in de wereldgeschiedenis. Engeland vecht alleen om geldelijke belangen, en van aile oorlogredenen, zijn deze de ellendigste. Zij is de patrones van het Matérialisme, de vijandin van het idealis-tische Germanendom. Dus, Germanen, Volkeren der wereld, doodt haar! Daar hebfc ge nu, geachte lezer, In be- < knopten vorm, het standpunt in het heden- j daagsche „pleit van Dwang en Vrijheid", 3 ingenomen door luitenant Kuhn, leeraar £ van Duitsche geschiedenis, dat de ,,patriot- 1 tische" Duitschers hardnekkig tôt ,,hun <. standpunt" willen maken. Het aantal exemplaren van de ,,Ware e oorzaken van den Oorlog" in Duitschland verkocht kwam reeds enkele dagen lia de verschijning de 25,000 nabij. e Zoo wordt in de twintigste Eeuw een i ,,Kultuur "volk door een Pruisischen c Schoolmeester les in geschiedenis gegeven. C Dat zij die het lesje maar niet slikken of c ,,verdauven" kunnen maar acht geven, hen \ wacht vast do militaire ,,Schlage!" I?,2J5, je Kleine Kroniek. Kiekeboe-kiekjes, Wil Duitschland den oorlog met Amerîka T 7 om bepaalde redenen? — — ln de laatste aflevering van ,,Het Leven" In de ,jDaily Chroniclo" doet de lieer Sydney werden wij met verrassing een photo ge- Low de mogolijkheid uitkomen, dat Duitsch- waar, verduideliikt door het wat al te iand het voornemon koestert, de Vereenigde breedsprakige onaensehrift: ,,Een foto van Staten van Amerika tôt de oorlogsrerklariiig Duitsche soldaten in hun lco'pgraven, geno- nopon. Een uitspatting van vermetelheid men van uit esn Fransche loipgraaf op een ,d!îs: een van buitensporige geestesver- afstand van vijftien meter vai de Duiteche ,'ft?rmg?t Welneen.....l Een handigheidje. gelegen". Vijftien meter! Wij loorden ^1- ^ DuitseMand gedane pogingen om eens van een afstand van 40 of 50 meter ^ch de vriendschap van Amerika te varze- tusschen vijandelijke loopgraven, en geloof- keren zijn mislukt, doch de Amerikaansctie den dan nog min of meer aan een soort van vijandschap kan Duitschland misschien van optisch bedrog. Doch er is meer. Er is nog dionst zijn. Onderstel, dat de regeering van eon langer, veel langer on der -on de rsch r i f t Washington er toe gedreven werd om Duitsch- luidende; ,,Deze merkwaardige foto werd ^and den oorlog te Aerklaren. De krijgstoe- met goedvinden der Duitschers eemaakt. stau^ \® ^anc^ en te watér van de laatste mo- De Franschen riepen hun toe of zij geiiekt f ""'I* œerKdo°r verergerd wor- Mrîlz-lûrt i «<.«•'' <■ -jj ^cn» want de Amerikaansche dreadnoughts zou- ^f,Ut^°°ràlu^ a™ niet, dan overbodige toevoegsels® van de e . ' p - iicbtte de Fransche Engelsclio en de Fransche vloot zijn, en het fotograai zicli m de loopgraaf op en îiam Amerikaansche leger, gesteld dat het in Eu- de kiek. De Duitschers — links ziet men een ropa kwam, is to klein om mee te tellen. officier — zijn vermoedelijk Saksers." ,,Doch de Duitsche regeering zou zich ten Miraculeus ! Sinds wanneer laat de Fran- overstaan van haar volk in een voordeeliger sche generale staf in de loopgraven lieden bevinden. Zij zou den schijn der dingen toe, die niets met den oorlog te maken funnfn ™dden on de onvermijdelijke neder- hebben, vooral nieuwsgierige oorlogscorree- ^l:^fn„Gry°nncn zo°der/en burgeroorlog &tefVtndkifje6maieh ^ van net feit, dat, op een hoogst enkele uit- en de afschmvelijke Engelschen onbetwistbaar zonde ring na_ misschien, die heeren voor de overwinning zou hebben behaald, en dafc zij hun beroep liefst geen levensgevaar over zich slechts gewonnen heeft gegeven op liet hebben en overigens fantasie on ,,toupet'" cogenblik, dat ,,de groote Amerikaansche repu- genoeg bezitten om het, voor de argelooze J)lle^ ^iefc onfczaggelîjke gewicht van haar kracîit lezers, zonder ervaringen in levenden liive de weerschaal heeft geworpen, aan den kant en de visu te kunnen stellen. En soldaten, an^ST ^Senstanders." die, behalve hun ransel, hun patroonta^ch, da^e7e0„ ^dnn^ hlJ !aet .rôchto r,,,,, i • i i. i. i i clan zou men 111 Duitschland dea burceroorîon , =ewe.el enz- nog.€eu kiektoestel met v,.eezen O, Germania, wat heipen u dac aanhangsels overal meesjouwen wij zul- uw „kultuur" en uw legioenen0 ' len daarover eens inlichtingen bij generaal Mogen wij intusschen Duitschland in aile ne- Joffre inwinnen... Overigens beweren som- dciiglieid wijzen op de volgende uiting va a migen, dat, sind6 den storm van eenige we-* Georges^Clâmenceau in zijn orgaan „L'Homme ken geleden, sommige parken in Nederland, cnchainc" : de Haarlemmerhout bijvoorbeeld, zich uit- »,De Duitsche keizer heeft te kiezen tus- stekend leenen als terrein voor ,,schitteren- en1,erî en conflict. Men zegfc do oorlogsopnamen". Vindingrijkheid is Zïtel ■ ook een gave, die men met moet onder- ,jitlaat. Dat is onvermijdelijk scoatteil. .. n«er men njemand nnders dan zichzelf ver- Overigens is die kiekjesmjverheid wel be- wijten kan doen. Do gebeurtenissen zullen langwekkeud, gelijk ons onder meer blijkt spreken." uit het volgende berichtje uit „La Bel- 9e'1' '^dien het Duitsche volk zich tôt zijn gique" van .17 dezer: Kaiser richtte en sprak : „De aftochfc, Sire, de ,,De personen, die uit Duitschland terug- ! Wij verkiezen den aftocht. Wij zien nu komen, -wijzen op merkwaardige verval- ?n7o "Ivu!tur" een_volledig fiasco heeft schingen in de Duitsche tijdschnfA, die S! ei'onsT-SÔÔd doef on^lévoXi Xt er oorlogsphotos publiceeren. Deze zijn zoo- „ok grenzen zijn aan vaderlandsliefde En wel uit een oopiunt van handel als van Montaigne had geen ongelijk, toen hij sch^eef: ]x>litiek aan kritiek onderhevig. „De Duitscher eet niet, hij slokt op" (,,L'Alle- ,,Een goedkoop en zelfs kosteloos in m and no mange pas, il avalô,,)< Duitschland verspreid geïllustreerd tijd- sclirift, met name ,;Der Illustrierte Kriegs- — kurier", reproduceert in zijn 8ete nummer een photo met het onderechrift: „Engelsche Ee voorzieninE? manne-infanterie gedurende de gevechten aan het Yser-kanaal. Engelschen trachten j„ jan Veth's ..Portretstudies en Silhouet- zicli op een boot te redden . Welnu, die ten" lezen wij onder het opschrifb „Een indruk photo was reeds, in 1907. in no. 27 van van Bebel", het volgende over den Duitschen ,,Die Woche" verschenen. Ze "was vervaar- keizer: digd geworden door Stephen Kribb en illu- ^jDe keizer — eenmaal heb ik hem vai; tame- streerde een artikel van den scheepskapitein nabij kunnen opnemen. Het was op eon Von Pusstau over de manoeuvres der Engel- Subscriptions-bal in het stampvolle Ooorn-^pn.a sche marine. De titel luidde: ,,Terugkeer ^aar mijn gezelschap in het toeval van het ge- op de inschepingsplaats na een aanval". ^ *? ?*! hofloçe kwam to staan, i ui- i ta■ -n,, , in welke de hoofdpersoon zich op den achter- ! • C-€r1° ,?Dle EIe^an1tS ërond hield. Was het kindèrachtigheid dat de Welt van Berlijn m haar nummer van 13 figuur van don monarch daar in de schaduw, September een teekenmg, die, volgens het mij uitermate boeide, en ik geruimen tijd n^its onderschrift, ,,een inzameling van gelden anders zag dan dat bekendc gezicht, dat mij in een groot restaurant van New-York ten nu toch zoo anders Ieek dan men hem op parade- bate van het Duitsche Roode Kruis" voor- oogenbUkken of fotografieën pleegt te zien, zoo stelde. Die illustratie is ontleend aan het anders dan do glaciale Duitsche officierskop ? Fransche tijdschrift ,,Femina" van 15 Juni ^ . za£ nu rusteloos mari, met die vale 1913. Ze had betrekking op een geldinza- g<^?tskleur der slapeloozen, die nog wel veel ineling door een Fransche. Ueeëpeelstar ^ TiijTo'eg '- !n e®nr Pfnjsch restaurant, ten bate van ]ijk icmand dic op do grens & waam.inn;K te m Marokko gewonde Fransche soldaten. worden van de koorte der eerzucht, en hij docht Eet Duitsche tijdschrift heeft de ondertee- mij op dat oogenblik vreeselijk en bijna gewet- kening van Léon Fauret, den Franschen dig, maar bovenal toch beklagenswaard. Terwijl ieekenaar, weggelaten." dé keizer deed, als onderhieîd hij zich luchtig Het is als een wraakneming van het ge- 7'ij.n gèvolg, maar hij inderdaad behaag- sond verstand, dat de verbreiders van de ± grijnsdo, stond hij daar met woeste geagi- .Kultur" zooveel van den schijn houden. ndc. Pu1nte?t van. k'ievelopte [>111 i ri l i draaien, en net kostto nui moeite kahn te bhi- Bhjkbaar mm de Germanen toch nog maar Tcn gta'an kjjken na„ d£ Vermoeiende oogen, ïen jong volk, dat onhandig m de windse- die nergens op rustten, niet op de mooie pop- en der beschaving ploetert en glad onbe- Pen waar hij mee sprak, niet op do lichmassa cend is met het 6preekwoord: der menschen in de zaal, maar die door en Al is de leugen nog zoo snel, over ailes heen, angstig sclienen té staVen naar De waarheid achterhaalt ze welî eeD. verren horizon, alsof daar een spooksel dreigdo dat hij naderen zag en niet ontwijken ■ kon." Dit werd geschreven in 1896 en Jan Veth Etwas kolossalesï bedoeldo met het niet te ontwijken spooksel Bebel. Uit Bern deelt men mede, dat de ftveede Allicht ziot de keizer thans meer niet to ont- >penbare zitting van den Landtag van w,J'ieI1 spooksels. Pruisen, die den loden dezer zou plaats îebben, is uitgesteld tôt den 22sten d.a.v., langezien de commissie van het budget taar werkzaamheden nog niet had geëin- De oorsprong van Aarsohot naar de ïegende. ligd. Uit de aan de Landtag-commissie ver- Toen Julius Caesar, de vermaarde Ro- trekte inlichtingen blijkt, dat de Oorlogs- meinsche veldheor, aan het hoofd van zijn ereeniging voor Graangewassen drie of léger ter plaatso kwam waar thans Aar- ier millioen ton graan zal koopen, hetgeen schot ligt, verscheen er een arend hoog in en uitgave vertegenwoordigt van 700 à 800 de lucht. Dadelijk spande de jonge Octavia- aillioen Mark. Zij zal hebben te onderhan- nus, die Caesar vergezelde, den boog en elen met. vijf millioen landbouwers. Zij zal tiof den 3tatigen voged die voor'de voeten 000 commissionnaires in JieUst nemen en van liet legerhoofd aood neerviel. Ter her- o keizerlijke leenkassen, die de operatie innering aan dit meesterschot liet Caesar olgen, hebben hun personeel vermeerderd. een trotache burcht bouwen, die hij Arend Het gaat er grootscheeps, in de benauw- sohot noemde en waar crmheen langzainer- e veste) Seid mnschlungen^ Milliooen ! han^ de sta<i Aarsçjjot ontatond^ Onder Ons. • Ut Verbeeldt u een man door de wolven achter-volgd. Eindelijk is hij er in gelukt e'ene hoogte te bereiken waar geen gevaar hem nog dreigt. Maar wanneer hij zijn weg voortzetten wil, vindt hij dat een stoile rots de baan afsluit. Vooruit kan hij niet; achteruit mag hij niet op levensgevaar. Wat blijft dien man te doen? De toostand dien ik u hier afschilder, doet zich niet zelden voor in het leven van ieder van ons, hoewel natuurlijk niet letterlijk zoo-als ik hem hier wedergeef. Dikwijls staan we voor onverwachte moeilijkheden, voor toestan-den, die niet immer gerechtvaardigd noch ge-wettigd zijn, maar waartegen op het oogenblik onze beste krachten niets vermogen. Indien de man, dien ik in bovenstaande zin-nebeeld ten tooneele voer, zijn hoofd te pletter loopt tegen den onwrikbaren rotswand, wie zal hem beklagenP Zou hij niet beter gedaan hebben zich te schikken in het onvermijdelijke, niet lijdzaam, maar werkzaam; d.i. na do onmogelijkheid vast gesteld te hebben, zich zoo goed als het zijn kan bij den toestand aa.n to passen, zijn verblijf bij den 6teilen rotswand trachten dragelijk to maken, en met geduld liet oogenblik at: te wachten waarop hij opnieuw zijne baan zal kunnen opgaan? Want de wolven zullen niet eeuwig op hunnq prooi blijven wachten, en van het oogenblik dat hij eene opening in de rots vindt om in te schuilén, eenige stukken hout om zich te ver-warmen, wilde vruchten om zijn honger !"n. stil-len, kan liij niet beters doen dan zich in lot te schikken. En vindt hij niet aanstonds die opening, dat hout, die vruchtcn, dan, in plaats van zich het hoofd aan stukken te loopen tegen de hardo versperring, is het voor hem nog verkieslijker te trachten erin op eene an-dere wijze te voorzien, en desnoods dit ailes zoo lang als het mogelijk en noodig is te ont-beren ! Maar, zich schikken in het onvermijdelijke is nu# eenmaal eene hardo, noot om te kraken voor iedor die er zich niet van jongsaf op toe-gelegd heeft. En zoo ziet men dikv. ijls iiï het gewone leven mensèhen het hoofd te pletter loopen — in oveidrachtelijken zin — tegen fei-telijk bestaando wantoestanden, die, lioezeer zij ook dienen bestreden te worden, toch niet onmiddellijk uit den weg kunnen geruimd worden, en waar van men dus onvermijdelijk reke-ning moet houden. In deze akelige tijden is het vooral een las-tig werk voor ontelbare ballingsgenooten zich in het onvermijdelijke to schikken, een zoo lastige, zoo moeilijke taak dat ze niot eens aan-gedurfd wordt. En in, stedo van al zijn krachten te besteden om zich tijdelijk, voor zoolang het duren zàl, aan te passen aan de feitelijk bestaando toestanden waartegen wij allen niets vermogen, die als een staalvaste rotsmuur onzen weg versperren, geeft men zich liever over aan een eindeloos — en vruchteloos •— be-jammeren dier wantoestanden,1 aan een klagen en steunen dat hoegenaamd geen hulp noch troost biedt, en dat ontzenuwend werkt op ieder die er getuige van is. Het is gemakkelijk, hoogst gemakkelijk, zijne gemoedsrust te behouden, tevreden te zijn met zijn lot, wanneer ailes zaclitjes op wieltjes rolt, wanneer geen steentjo ons den voet verwondt, wanneer we ongestoord onze gewone bezighedon kunnen verrichten. Maar, welke verdiensten zijn er daarin te vinden ? Hoegenaamd geene : de meest karakterlooze mensch is in zulke normale toestanden even krachtig, even weer-standsvol als wie ook. Het is slechts wanneer de ,,zwarte sneeuw" nedervalp, wanneer men zich in hopelooze en vertwijfelcndq toestanden bevindt, dat het karakter tôt zijn voile recht komen kan. En wio in zulke buitengewone gevallen den moed verliest, en, in plaats van zich in het onvermijdelijke te schikken en er zich zoo goed mogelijk aan too to passen, gedurig in luide jammerkreten losbarst, onophoudelijk ach ! en Svee ! roept over het ongeluk dat nu eens over zijn hoofd nedcrgedaald is — en dat in do meeste gevallen grooter s c h ij n t dan net werkelijk i s —, zio, diô kan ik niet anders dan met den naam van 1 a f b e k bestempe-len.Zulk eene onwaardige, onverstandige houding is hoogst lakenswaardig, daar zij niet alleen het eigen leven verbittert, maar ook steeds de omstaanders en gedwongen toehoorders herin-nert aan do wantoestanden waaronder feitelijk ieder lijdt, doch die men best tracht uit het geheugen te wisschen terzelfdertijd als de ge-lukkige toestanden waar van wo roorheen ge-noten, doch dio thans, voor het oogenblik, niet in ons bezit zijn. Hoe noodzakelijk het ook zij in het leven van iedereen, toch zijn er weinigen die de groote kunst bezitten y an zich to schikken in het onvermijdelijke. En het zijn zij alleen, die van de wantoestanden waaronder ieder onzer lijdt toch nog vruchten kunnen plukkon, die in do jam-morlijkste omstandigheden het hoofd niet ver-liezen, maar steeds weten waarlieen hunne blilc-ken te richten. Geene moedeloosheid overvalt hen — ten ware zij voor een oogenblik onder-drukt worden door het klagen en het zuchten der omstaanders —, omdat zij voile vertrouwen hebben in de hooge moraal van Uilenspiegel, dien vruchtbaren en nooit ontmoedigdon geest van Vlaanderen. Na regen komt zonneschijn. Retranchement (Z.) EDWARD PEETERS. Zie onze telegrammen en laatsfeleggerherichten op de derde bladzijde. Open Brief aan de Heer LOUIS PiÉRARD naar aanleîding van zijn opste! in de Internationale tribune van „Do Amsterdammer". Den H à a g 22 Fehr. 1915. WrXe.dtlc. UeeTi Mag ik soo vrij zijn naar aanleîding van Uw opstel in het jongste nummer van de Amsterda,miner een opmerking te maken? Met belangstelling las ik wat U daaiin zegb over de verhouding van Walen en Via-mingen, ook in een hersteld België. Het komt mij voor dat hier terlocps een kwestie wordt aangeraakt waarvan wij allen, Wa-len en Vlamingen, levendig het hoge belan» heseffen. Het lieeft mij eohter getroffen — ik mag opeahiartig spreken, niet, waar* — in hoe vage bewoorddngeu U over het streven dei Vlaimingen scihrijft. .AVat XT bedoelt met „certaines exagérations ridiculement gallo-plhobes", zekere belachelike overdrijvinge<n van de ï,rans(en)haters, waarbij de Walen zich nooit zullen neerleggen, is naar het mij' voorkomt niet xecht duidelijk. Helder blijkt daaruit m.i. niet, lioe U, tegenover de Vlaamse Beweging staat. Met de meeste belangstelling zou ik eohter, en zouden ougetwijfeld vele Vlaamse vrienden met mij, vernemen, wat TJ in ver-band met de B«lgiese kwestie over d» Vlaamse Beweging en de Vlaamse eisen denkt. Misschien is u niet ongeneigd — wat ik zeer hoop — daarover nader, in aan. sluiting op Uw artiekel, Uw denkbeelden uiteen te zetten. Hoogachtend heb ik intussen de eer te zijn Uw dw. Dr. A. JACOBS. De ,,Vlaamsche Stem" steli gaarne hars kolommen open voor het antwoord van onzen geachten landgenoot. Red. De Vlaantsche Stem. Op 't slagveld, waar kanonnen brullen, Verminkte lijken d' akkers vullen, De dood bedreigend ommewaart, Daar klinkt, nog schallend onvervaard, De fiere Vlaamsche stem* Veel dapperen zijn reeds gevallen, Getroffen achter loopgraafwallen, Maar in het wild geweergeknetter Lacht nog, in spottend hoongeschetter, De luide Vlaamsche stem. De Vlaamsche stem klonk eeuwen lang, In 't schoone woord en zoeten zang. Maar nù in wreeden wereldstrijd Schalt als voorheen weer luid en wijd Do kîoeke Vlaamsche stem. De vijand viel in 't vredig Iand, Onstak den wreeden oorlogsbrand. En roepend klonk van stee tôt steel ?JVliegt de blauwvoet storm op zee!" De oude Vlaamsche stem. De Vlaamsche stem zal nooit verstommen, Ik hoor ze in het dreigend grommen Van kanonnen, in het klett'rend slaan Van waap'nen. Nimmer zal vergaan: De oude Vlaamsche stem. En als de vijand is verdreven, De Koning op zijn troon verheven, Do Belgen beeren naar hun land, Dan jubelt juichend t' allen kanf; Pe vrije Vlaamsche stem! . HENR;Ï yETJSKENS,

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Amsterdam du 1900 au 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes