De waarheid: socialistisch weekblad

37298 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1918, 19 Mai. De waarheid: socialistisch weekblad. Accès à 23 septembre 2019, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/4m91835m7s/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il faareanff. S* 20 Prfls : 10 Gentlemen Zondag 19 Mci 1918 DE WAARHEID Orgaan van den " Vrijen téocialistenbond ... Aile briefwisselirigen te z<nd'> naar : POL D £. WiTTt, Vor»py«n»tr»at, IO, G*nt, verantwoordolljko uitgavar, Ile! inzlcht In de toekomst Wij vermoeden dat het voor onze lezers niet zonder belang zal wezen ook de meening te kennenvan eenen zeer geleerden Fransch-man met betrek op de wetenschap of toch minstens op de gissing van wat de toekomst aan de mensctaheid brengen zal. Na degedachten van Maurice Maeterlinck, den secretaris van den Gentschen Kjeerma-kersbond, Machiavelii, G. Lebon en Sphinx, zal ook de zienswijze van Félix Le Dantec, den befaamdenschrijver van «Lesinfluences ancestrales » (Oe voorvaderlijke invloeden) dienen vermeld te worden. Het vraagstuk van « de worsteling der menschen om het bezit der ruwe stoffen » behandelende, schrijft de (ransche denker: Het zou vreemd schijnen indien in een boek getiteld « De.algemeene worsteling(i) » er geen sprake ware van dat waaraan men eersten vooral denkt als men het woord worsteling gebruikt : de worsteling der menschen onderling. En nogthans'is dit de minst wijs-geerige zijde van het vraagstuk. . De'ecbte worsteling, de rechtstreeksche, is deze van den mensch .tegen zijne omgeving : deze worsteling is het leven zelve; immers het leven eindigt met eene uiterste worsteling welke men noemt den doodstrijd. Alleen in het grai vindt de mensch de volkomen rust. Deze worsteling is dezelfde voor de aard-wormen, de visschen en de planten. Io tweeden aanleg, ten gevolge van de be-perkte hoeveelheid der levensmiddelen, ont-brandt een strijd om het voedsel tusschen de levende wezens die dezelfde behoeften hebben. 't Is de strijd om de levensmiddelen, welken Darwin heelt aangewezen als den strijd om het bestaan. In een ander werk (Les influences ancestrales) heb ik reeds uitgelegd, hoe de zelfzucht — wet van het leven — hare rekening had kunnen vinden met het bondgenootschap van soortgelijke wezen*. De menschen met zich onderling te verbinden tegen de omgeving en tegen de andere levende soorten, hebben zich langzamerhand opgewerkt tôt beheerscheis der aarde. JWaar heden ten dage, heeft de meisch, koning des aardrijks, zijne soort zoodanig vermenigvuldigd dat de strijd om het bestaan, natuurlijker wijze, de menschen zelve isgaan verdeelen. De eigenaars van den aardbodem hebben onderling hun Rijk verdeeld, maar dit Rijk wordt stil aan te eng om ze allen te laten leven. _F ne -■çkprp Jtopyeelheid werk is onont- beerlijk tôt het toebereiden der levensmiddelen' die allen noodig hebben ; in theorie, heeft niensfnd recht op leven in de maat-schappij als nadat hij zijn aandeel aan dit werk géleverd heeft : men heeft er toen aan gedactit de taak van eenieder voor te stellen bij middel van vaste lichamen (goud, zilver, papier) duurzamer dan zijn eigen lichaam; en toen die overeenkomstige waarde der munten door allen erkend was, is de inner-lijke worsteling der menschelijke samen-leving het kaiakter gaan aannemen van strijd om het bezit van het geld. Het denkbeeld dergelijkheid dat onze tijd-genoten meestal zoo vurig voorstaan, is het gevolg van de gedachte van gerechtigheid welke in den grijzen voortijd,ten gevolge van sommige levensomstandigheden in het brein der menschen ontstond. Ik houd mij niet bezig echter met het oplossen der maatschappelijke kwestie : de levensleer verkondigt ons de noodlottigheid van den strijd en het edele droombeeld der rechtvaardigûeid, alhoewel vastgeankerd in het gemoed der menschen, heeft geen weten-schappelijken grondslag. Om dit niet te moeten bekennen, hebben de profeten van aile godsdiensten, aan de menschen verkondigd dat zij onsterfelijk zijn en dat, na den dood hunner lichamen, hunne naar gerechtigheid smachtende ziel voldoening zal bekomen. Behalve de onderlinge worsteling der menschen om het geld, zijn er ook strijden tusschen groepen van menschen vereenigd wegens gemeenschappelijke belangen of ge-voelens.De gevoelens hebben vroeger eene voor-name roi gespeeld in het ontstaan der oor-logen ; in onzen tijd, schijnen vooral de staat-huisKoudkundige beweegredenen op den voargrond te dringen. Maar de hulpmiddelen waarmede de huidige oorlogen gevoerd worden, zijn zoodanig wetenschappelijk dat de waarde van den enkeling daarbij in 't niet verdwijnt. Offl. dus daaruit de laatste logische gevolg-trekkingen te maken zou men moeten beslui-ten dat meer dan ooit voor den eenvoudigen mensch ailes maar ijdelheid is. Maar de natuur zal aan de menschheid niet toelaten lang bij die gedachte te vertoeven. Het noodlot van zijn eigen wezenen karakter drijft hem voort. Laat ons dus vaststellen, alleenlijk, dat de worsteling de universeele wet is, de bestaans-voorwaarde van aile leven. Maar vergeten wij ook niet dat de mensch mensch is en dat hij, nevens zijne zelfzuch-tige strekkingen, edelaardige, grootmoedige gevoelens koestert : die gevoelens komen voort van voorvaderlijke vergissingen... voor-zeker ; maar zij maken nu eenmaal deel uit van zijn wezen en wij kunnen er niet buiten van er rekening van te houden. Deze gevoelens zullen ons nog menige kwade parten spelen, maar van tijd tôt tijd bezorgen zij ons (1) « La latte universelle.», par Félix Le Dantec, paris, Ernest Flatnarion, éditeur, 26 rue Racine, 1908. , ook heerlijke, bedwelmende begoochelitigen misschien wel de beste van ons leven. De laatste strijd, waarover men zich zoi dienen te bezinnen is de worsteling van he verstand tegen het gevoel. 't Is meestal dez< van de ouderen van dagen tegen de begees terden der jeugd. » «I» < — Stedel. Werkloozenfonds uun Geni (7* vervolg) Voor de zitting van Dinsdag 7 Mei stonder aan de dagorde twee punten op verzoek var « De Voorzorg » : 1° Om de leden van « De Voorzorg » toc te laten den kontroolstempel te ontvangen in de wijklokalen van het Nat. Com., steunende op art. 82 van het règlement van inwendige orde, dat toelaat aan de vereenigingen de stempelcontrool te laten geschieden buiten het lokaal der vereeniging. 2» Om de werklooze vrouwen ontslagen van de stempelcontrool, door het Nat. Com., omdatzij aangewezen zijn voor de huishou-delijke boodschappen te doen, ééne per huis-gezin, deze ook te willen ontslaan van de stempelcontrool van het Sted. Werkloozen-fonds, omdat anders de toegevendheid van het Nat. Com. ondoeltreffend en zonder belang is. De heeren Bestuurders van het Sted. Werk-loozenfonds hebben de vragen opgevat als volgt : 1" Dat het art. 82 spreekt van de controol ter Werkbeurs ; 2° Dat huishoudsters geenen steun kunnen genieten van het Sted. Werkloozenfonds. Aldus werden de twee verzoeken verwor-pei.Ten einde de kwade wil van het Bestuur van het Sted. Werkloozenfonds te doen uit-scbijnen, acht ik het noodig hier het ver-zoekschrift mede te deelen waarbij er kwestie is van art. 82 van het regelment van inwendige orde en dat onze vraag niet strekt tôt stempelen ter Werkbeurs maar wel in een lokaal buiten de vereeniging, met een reeds toegestaan verzoek, in de wijkbureelen van' het Nat. Comiteit. Tôt overtuiging hebben wij vijf verschillige gediende stempelkaarten bij het verzoek ge-voegd.1° Aan de ondercommissie in zitting 4 Feb.; 2° Aan het Besturend bureel voor de daarop volgende zitting. Ik roep den lezer zijne bijzondere aandacht op het volgende verzoek : Gent, den 20 Februari 1918 Aan het Besturend Bureel van het Werkloozenfonds, Gent Waarde Heeren, Onze vraag, namens « De Voorzorg », om de stempelcontrool in de lokalen van het Nat. Comiteit, voor aile aangeslotene werk-loozen in loepassing te brengen is verwor-"pen, enkel onder voorwendsti dat zekere syndikaten bestendig willen in voeling blij-ven met hunne leden. Wij richten ons opnieuw tôt Ued., verzoekende om voor onze leden te mogen gebruik maken van art. 82 van het règlement uwer inwendige orde. Ontegensprekelijk hebben wij, in eene zitting uwer Onder-Commissie, bewezen dat daartoe de lokalen van het Nat. Comiteit de meeste waarborg van controol geven boven deze der vereeniging zelf. Tôt overtuiging geven wij hierbij, zooals aan de Onder Commissie, vijf verschillige controolkaarten van leden, die geenen steun genieten van het Nat. Comiteit, voor verschillige redenen, en daardoor gebruik maken van eene bijzondere kaart. N° 1. — Deze kaart geeft aile bewijs van sliptheid. Deze werklooze kan niet met een kind op den arm, van de Onderwijsstraat achter het Kerkhof der Heuvelpoort, dagelijks naar de Waaistraat komen voor de stempelcontrool. Moet nu haar kind uitbesteden om de stempels der voordrachten te bekomen waar zij, met haar kind, geene toelating heeft. Reeés hebben wij klachten ontvangen van leden, dat zij verplicht zijn te luisteren naar voordrachten in strijd met hunne denkwijze. Aisook dat hunne adressen worden opgeno-men en zij tehuis worden lastig gevallen door de partij der voordrachtlokalen. N° 2. — Lourdestraat, geeft ook de zekerste controol tifdens den duur in het stempello-kaal van het Nationaal Comiteit. N° 3.— Die kan wel in eens voor eene week of nog meer de stempels bekomen. N" 4. — Heeft door de ziekte van haar kind eene voordracht gemist en verliest drie dagen steun. Het stempelbureel van het Nat. Comiteit is dichtbij hare woning. N° 5. — Deze volgt de voordrachten, die haar zooveel vrijen tijd overlaten dat zij her-haaldelijk veroordeelingen heeft opgeloopen om naar den buiten te gaan. Uit dit ailes blijkt, Mijne Heeren, dat de dagelijksche controol in de bureelen van het Nat. Comiteit de meeste zekerheid geeft. Nog menigvuldig zijn de redenen van ons verzoek. Toegevingen doen, bij uitzondering van slecht weder, zal eene bestendige betwisting bijbrengen bij de betaling van den ouderstand en zeer dikwijls, ten onrechte, tôt toegeving verplichten. In hoever mag men de verplichting der controol schorsen ? Het kan te Ledeberg regenen en te Gent schoon weer zijn. Ailes wel ingezien, Mijne Heeren, hopen wij dat Ued. aan ons verzoek, in voile over- , tuiging, een toestemi«nd antwoord zult geven. Aanvaardt intusschei, Mijne Heeren, de verzekering onzer bijzondere achting. Namen « De Voorzorg » SpectinW, P. Baudewyn. Ik denk hier allecomnj ntaar overbodig en verwijj de lezers naar on. verzoek reeds ge-, daan van 23 November 1 17, eni* DeWaar-heid verschenen, waarofj die heeren als een verpletterend (?) argument heden zeggen : « Er valt nu toch geeneAsneeuw meer! » Neen, Mijnheeren, heU wuwt heden niet ' meer, maar een ander gù-vVr dreigt de werk-loozen, dat is : de stikkei le hitte in de lokalen der^voordiachten, z^als de heer Spel-tinckx terecht deed opmt ken, alwaar slecht gevoedde lieden twee urM lang moeten op elkander geperst staan, s« ns met natte ver-dampende kleeren, zeer aanstekelijk voor ziekten, en dat de massa pog drukkender zal worden bij het sluiten deischolen. En daarop antwoordde m'en : maatregelen te zullen nemen wanneer '[ gevaar zich voor-doet ! Dus, zooals het oud .'(preekwoord zegt : wanneer het kalf verdronkjn is ! (yordt voortgezet) | P. Baudewyn. VAN ALCES WAT Nat. Com. voir Hulp en V«eding. — Giftvan Mijnheer Ernest Solvay. — Het blid Vocruit deelt het onder-staande verheugende bericht mede : Mijnheer Ernest Solvay, voorzitter van het Nationaal Comiteit, heeft ter gelegenheid van zijn 80e verj^ardag een gift van 11.600 kilos beschuiten en 5.80Q'kilos chocolade ge-daan aan de kinderen die het schooleetmaal nemen in het gebied van het Prov. Comiteit van Oost-Vlaande-ren. Deze leyensmiddelen zullen kosteloos aan de kinderen moeten uitgedeeld worden, tegen een beschuit van 50 gr. en eene lat chocolaad Van 25 gr. leder ge-west zal een verdeelingsblad ontvangen, de hoeveelheid dier voedingsstoffen opgevende aan ieder plaatse-lijk comiteit der schooleetmalen. af te geven. Wij verzoeken de gewestelijke Comiteiten op de goede uitdeeling der waren te waken. > Er gebeuren toch zoriderlinge dingen in den tegen-woordigen tijd. Zoo vraagt men zich af van waar die massa beschuit en chocolade gekomen is, en of Mijnheer Solvay die niet van over lang opgekocht heeft ? Hoe het zij, hetblijft een schoone gift, en de liïniîe-ren kunnen het maar hebben. Het ware zelfs te wen-schen dat er zoo wat meer van achter de boterkuip kwam, ook voor de groote kinderen. " Vooruit „ bekeerd? — Nog merkwaardiger dan dien vond van 5.800 kilos chocolade ln dezen tijd zijn de bemerkinfen die Vooruit op het bericht laat volgen Men oordeele : € Bij de uitdeeling dier snoeperijen zal eraande kinderen herinnerd worden dat het daïk is aan zijn werk, zijn voorhaq^nemiirg en -zfov-par dat mijnheer Solvay zich den stand geschapen heeft, welke hij nu bekleedt als nijveraar en men'schenvriend. Dat het voorbeeld van den edelmoedigen gever het nieuwe geslacht tôt de studie mochte opwekken. » Merken wij vooreerst op dat beschuit en chocolade geen snoeperijen zijn, maar lekker voedsel. Doch van meer beteekenis is dat Vooruit hier zegt dat < het dank is aan zijn werk, zijn voorhandneming en zijn persoonlijke wilskracht dat Mijnheer Solvay zich den stand geschapen heeft, welke hij nu bekleedt als nijveraar en menschenvriend. > Wie zich herinnert dat Vooruit vroegfr leeraarde dat niemand door eigen arbeid kon rijk worden, en dat al die het werd dit te danken hadt «an den onbetaalden arbeid der werklieden en dus een uitbuiter was, moet tôt het besluit komen dat Vooruit bezig is kizak te keeren en aan het socialism verzaakt. In zijne werken was dit sedert lang op te merken, maar in zijne <woorden> werd dit altijd geloochend, en gebaarde hij zich voortdurend nog altijd socialist. Konden de « gaaien » dit nu maar snappen ! Ongelukkige landfenaotan. — De Belgische Socialist, het blad van volksvertegenwoordiger Kamiel Huys-mans, bevat volgend bericht : «Eenige Engelsche werkliedensyndikaten teNewcastle protesteeren tegen het plan der regeering nog meer lieden onder de wapens te roepen en vallen terzelfder-tijd de Belgen aan. Een Engelsch syndikaat besluit zelfs : dat geen enkel lid van de syndikaten zal mir-cheeren, vooraleer aile Belgen de Engelsche fabrieken verlaten hebben. » De Belgische Socialist zegt daarover : « Moesten deze Engelschen als soldaten zoo slecht gevoed worden als de onzen, en de soldij ontvangen die de Belgische soldaten ontvangen, en moest men de Engelsche vrouwen met de paar centiemen steun laten zitten, zooals onze soldatenvrouwen, dan zouden zij op een bescheidener toon over ons spreken. Arm Belgie!» Arme landgenooten zeggen wij. Waar is de tijd dat ge door de Engelsche bondgenooten met open armen ontvangen werd, eu men u aanspoorde om uwe familie-leden aan te raden over te komen ? Ja, wanneer men zelfs het plan opperde geheel de Belgische bevolking naar Engeland te doen overkomen? En wat is er geworden van de internationale solida-riteit der aLbeiders? Arme ballingen, wat wil men nog meer van y? De jonge mannen onder u zijn immers allen ingelijfd. Is dat niet genoeg, en zijn de ouden en ongeschlk-ten voor de slachtbank nu te grooten last vooT uwe gastheeren ? De graanlnvoer naar Nedarland. — Alg. Hldsbl. meldt uit Rotterdam : «De stoomer «Zijldijk » der Holland-Amerika lijn is voorzien van proviand en zal kolen innemtn om dan onmiddelijk naar Amerika te vertrekken. Het is een der drie ruilschepen die naar Amerika moeten vertrekken. De twee andere schepen «Delfland» en « Hector » worden eveneens voor het vertrek klaar ge-maakt. De drie schepen zullen in konvooi varen. Daaruit mag men dus beslulten dat zoowel met Duitschland als met de Verbondenen eene regeling getroffen is en dat de graaninvoer naar Nederland nu beginnen kan.» Zou men er nu ook niet kunnen aan denken de graaninvoer naar Belgie wat te verbeteren ? Wel lezen wij nu en dan dat er zooveel en zooveel schepen met tarwe zijn afgezonden, maar aan ons dagelijks brood worden we daar niets van gewaar. Het is nog alleen «amengesteld uit rogge, maïs en gruls. Wat is er van de plechtige schoone beloften die men ons in 't begin gedaan heeft terecht gekomen ? De stomme van Portici. — Wij lazen met nieuwsgie-righeid het verslag van Vooruit over «den lcMei-dag te Gent». Htt vangt zeer hartroerend aan met de volgende ontboezeming : «Terwijl aan de front en-menschen, broeders, elkaar bevechten en verdelgen, terwijl het oorlogsmonster volop met al zijne ijselijke gevolgen heerscht en regeert, is de Arbeid — hij die alleen het recht heeft over de wereld te heerschen en te regeeren — te Gent Idoor de Socialistische Arbeiders waardig en plechtig gehuldigd geworden. » Nu zou men zich kunnen g«an inbeelden dat ' « Eedje », de roode profeetvan het socialistisch Mekka, een speech zou afgestoken hebben over de broeder-lijkheid die tusschen aile volkeren heerschen moet en het thema besproken of die broederlijkheid niet beter te bereiken ware door overeenkomst en verzoening tusschen de volkeren te bewerken veeleer dan door het verpletteren of uithongeren van den eenen staat of het eene vasteland door den anderen. Eadje die over de minst beduidende dingen zijn zigxeg heeft, speelde thans de « Stomme van Portici » en liet de j zorg om de«gaaiën» wat te onderhouden over aan gezel Van Kenhove : «Het tweede deel van den avondstond, zegt het | verslag, bestond uit eene voordracht-causerie door den heer R. Van Kenhove, leeraar aan de Hoogeschool van den Arbeid, gehouden. Als onderwerp had hij : « Meiliederen en Meizangen door de Eeuwen heen » verkozen, en liet dit aanschouwelijk voorstellen. Zijn onderwerp begon hij vanaf de Druïden, om dan de ! Franken, deRomeinen,deMidden-eeuwen te nemen,om tôt het moderne-tijdvak, tôt op onze dagen, te komen. De uiteenzettingen van M. Van Kenhove waren zeer intéressant en de verschillige dansen en zangen.zeden, gewoonten en bijgeloovige voorstellingen, dit alies door het symphonisch orkest, onder leiding van Meester Jef Van der Meulen, opgeluisterd, werden door de stampvolle zaal toeschouwers ten zeerste gesmaakt. » Dus eene vermakelijk praatje en dit is ailes wat op den «plechtige leMei-dag», wanneer gebeurtenissen welke heel de wereld beroeren geschieden, wat de « gaaien » te hooren krijgen. Multatuli sprak ergens van volksleideis «die zwijgen als spreken plicht is.» Gezellen VanderVelde, Destrée, Terwagne eu anderen zijn minder bescheiden. Si^aren « Monarca », Ed. De Loore, Gant, Fuchsiastraat, 104, (Rijhovelaan). — o » DITJES EN DATJES Dat was te erg. — Heer. — Hé, garçon, er drijft een sUk hout in de soep. Garçon. — O, mijnheer, ik ben zeker dat... Heer.— 't Kan me niet schelen een hond te eten, maar ik bedank er voor een stuk van zijn kot er bij in te slikken. Onder zakkenrollers. — A. — Hoe komt ge aan dat schoon aurwerk ? B. — Dat heb ik vandaag mijn advokaat ontstolen, toen ik hem bedankte omdat hij mij gisterzoo prachtig verdedigd heeft. Misverstand. — Jonge verloofde. — Ge veet toch nog hoe ik onlang» met Eduard voor de vitriea van een . juweelier atond en hoe ik hem vee'zeggend op mijn hais en mijn haaden wees? Vriendin. — Ja, en... Verloofde. — Gisteren avond heeft hij mij een doos toiletzeep gestuurd. Onbewuste zeljkritiek. — Dame. — En hoe komt gij aan die onnoozele praaljes, mijnheer? Heer. — Ôch, uit zoo een ellendig centenblad, dat geen fatsoenlijk mensch leest, Verklaring — Waard. — Ge kunt niet gelcoven hoeveel rreemdelingen hier des zo*era een glas bier komen drinken. Beroeker. — Ja, dat geloof ik wel; menschen die hier vreemd zijn vliegen er licht in, maar.. De gevolgen.— Dokter. — U moet voorzichtig zijn, meneer, Influenza is op zlchzelf niet zoo erg, maar de gevolgen kunnen 't zijn. Patient. — Dat heb ik gemerkt, toen ik gisteren uwe rekening thuis kreeg. Anders niet. — Waar zit Frans tegenwoordig ? — Hij reist met een menagerie mee. — Daar zal zeker nog al wat te doen zijn. — Hij heeft hetgemakkelijk. Twee maal per dagmoet hij zijnhoofd in de muil van den leeuw stoppen, anders niet. Gamean. — Vrouw (die voor de vierde maal op het Stadhuis komt om in het huwelijk te treden). — Wat een onbeschaamdekerel, dien ambtenaar van den Bur-gerlijken Stand. Wat denkt ge wel dat hij zei, toen we afscheid van hem namen? « Tôt ziens! » Piezierig slapan. — Goeden morgen, oom. Hebt u goed geslapen ? Ik ben bang, dat ons bed niet zoo zacht en gemakkelijk is geweest als u gewoon zijt. — O, dat gaat wel. Ik ben nu en dan maar eens opgestaan om wat uit te rusten. AD0LF VAN DEN BREEN, papierhandelaar, Slacht-huislaan 17 en 18, Gent, verkoopt aan voordeelige prijzen emballeerpapier, witte cassée, slachterspapier, perkament végétal voor melkerijen, parafine papier, brouwerspapier, zijdepapier, glacépâpier in aile kleu-ren, caissetten en ronden voor pasteibakkers, enz. Papieren zakken voor koffie, thé, malt, suikerij, beschuiten, patatenbloem, soda, klakken, hoeden, modis-•ten en aile andere bedrijven. Huis bestaande sedert 30 jaren. Volksopbeuring. — Kostelooze raadplegingen voorbe-hoeftigen. — Geneeskundige raadgleging aile Woens-dagen van 4 tôt 5 uur namiddag teD huize van Dokter Doussy, Oude Hoitlei, 34 (voor minder begoeden en bijzonderlijk voor kleine burgerij en bedienden). Rechtskundige raadpleging aile Donderdagen van 3 tôt 5 uur in 't bureel van « Volksopbeuring », Peper-straat, 29. Bestuurlijke raadpleging voor menschen welke in-lichtlngen verlangen nopens openbare besturen, over openbare bedieningen, ambtelijke instellingen, examens, studiën, enz., aile Woensdagen van 4 tôt 5 u. in het bureel van « Volksopbeuring >, Peperstraat, 29. —O— Varbond dar Maatschappljen vaa Ondarlingen BIJstand vaa het arrondissement Gent. — Maandag 21 dezer, 2e Sinxentlag, om5 uurstipt 's namiddags, in hetStads-lokaal « Werkbeurs », Hoogpoort, 51, Vergadering voor al de"afgevaardigden der aangeslotene maatschappljen met hunne dames, dochters en vrouwelijke fami-lieleden.Dagorde : Uitleg^ing der wet op de sociale verzekering. — Stichtlng eener vrouwenmutualiteit. Allen op post 1 Een Leider I PIETER JELLE TROEL8TRA Wij schrijven deze titel met een Woorden-boek' vôor ons, omdat wij op 't laatste oogen-blik aan het twijfelen gegaan zijn over de spelling van het woord. Maar er is geen verwarring mogelijk : 't is wel van een « leider » dat er spraak is, die vooraan gaat, de massa den weg toont, van P. J. Troelsfra namelijk, den leider der Nederlandsche soc.-demokraten, wiens naam wereldkundig is ge- . worden met de ontworpen vredeskonferentie van Stockholm. In 1890 schreef hij van uit Leeuwarden aan F. Domela-Nieuwenhuis volgenden brief : Geachte Heer, De aangename indruk, die mij van oaze kennisMaking is bijgebleven, geeft mij vrij-moedigheid, ten slotte de aarzelingen te overwinnen, die me sedert maanden hebben weerhouden, om me eens tôt u te wenden. Ik ben geen Nicodemus en ben toch gedwon-gen hier die roi te spelen. Wil ik eerlijk zijn tegenover raij zelve, dan moet ik breken met deonmogelijke positie, waarin ikverkeer. Ik kan, als socialist, den Mammon niet dienen — en dat moet ik van dag tôt dag, daar ik geen geld heb en toch voor vrojrw en kind het brood moet. verdienen. Het zou mij niets koaten, met ailes te breken, de verachting mijner familie te dragen, aan aile voorrechten van onzen stand afstand te doen — als ik maar leven kan en mijne niet sterke vrouw, die mijne idealen deelt, zich niet behoeft te overspannen. Gaarne treed ik dan op voor geheel de wereld als vurige beleider van het nieuwe evangelie, dat mij, na jaren van rus-tige, natuurlijke ontwikkeling, die hierop moest uitloopen, mijn ideaal heeft terug ge-geven.Daarop wend ik mij tôt U met de vra»f, of U mij kunt helpen — bijv. door eene b*-trekking bij Recht voor Allen — om mij geheel te stellen in dienst van het socialisme. Ik kan als socialistisch advokaat misschien op den duur genoeg verdienen om van te leven, maar aïs ik van hier ga — wat ik even gaarne wil *ls mijne vrouw — moet ik de zekerheid hebben reeds dadelijk te kunnen bestaan en, boven de hoogst noodzakelijke uitgaven jaarlijks nog 1000 guides kunnen besteden aan rente, aflossing en levensver-zekeringspremie* * * In 't Meiblad 1918 van Vooruit zingt dezelfde Jelle : « Gegroet, gij. soldaten in mouwvest en kiel, Die 't heilige werk wilt beginnen, Uw strijdkreetder vrijheid doordringt onz' ziel De geestdrift verheft onze zinnen. Wij sluiten ons aan bij uw wassenden stoet En volgen de wapp'rende vaan op den voet En zullen met a overwinnea 1 » Hoeveel hebben opze Hollandsche strijd-makkefs jaarlijks aarf>Tieter-Jelle-Nicodemus Troelstra moeten waarborgen vooraleer hij er in toegestemd heeft zich bii onzen d.... ; Brlef van Pe Malrfëtaere Heer Opsteller, Elk waadijk groot man laat als spoor of aandenken hier op aarde een of meer spreu-ken of kranige gezegden na, waaruit zijn hoogstaanden geest, krachtig of goed karakter blijkt. Zoo zou Atilla gezegd hebben : « Ik ben de geesel Gods; waar mijn paard door is gegaan grocit geen gras meer ». Van Lodewijk XIV : « De Staat ben ik I > Van den grooten Napoléon zijn er te veel om hier aan te halen, en van Eedje zijn ze nog niet allen geringschikt. Toch ziji er reeds een paar van algemeene bekendheid, als het: « buiten ! buiten 1 » dat school gematkt heeft, en het : « Wie Vooruit kan besturen kan de geheele wereld besturen ». Zijn benijders aanzien dit aïs grootspraak, en toch is het de zuivere waarheid, zooals ik dikwijls door voorbeelden heb kunnen bewij-zen.Nu weer wil ik het bewijs leveren met wat behendigheid en fijne knepen Vooruit gere-geerd wordt. Men weet hoe wij in een moeilijk oogen-blik, toen ons bazarke scheen te willen wag-gelen, er als stut het pensioen op 60 jarigen ouderdom onder schoven. Wie 20 jaren lid was en gedurende al dien tijd jaarli;ks voor 150 fr. in onze winkels gekocht had, had recht op een pensioen van 10 fr. per maand. — Brood en kolen telde niet mede voor de aankoopenvan 150 fr. Dien wijzen maatregel droeg goede vruch-ten ; hij werkte als de lijmreepen voor de I vliegen. Wie eenmaal binnen kwam gevlogen bleef er aankleven, wat er ook mocht gebeuren. Op de tucht had het ook een weldadigen invloed; niemand dierf nog kikken noch mikken, uit vrees buitengewalst te worde» en aldus het pensioen te verliezen. Maar de médaillé had ook een keerzijde, namelijk de groote kosten, die, in den aan-vang gering, van jaar tôt jaar verhoogden, • ofschoon we niet in geld maar in winkel-kaartjes betaalden, waarop wij dus dubbel winst maaktefi, eens bij het uitbetalen, en eens bij het weder ontvangen van de inkoopen! De kosten moesten dus verminderd worden, maar hoe? Men begon met 10, 15, tôt 30 per honderd van 't pensioen af te trekken. Doch dat verwekte veel misnoegen, en dat was gevaarlijk, want dan dreigde de lijmpot zijne kracht te verliezen. Na lang en rijp beraad werd dan het pensioen op geheel nieuwe grondslagen geves-tigd, en ze zijn waard gekend te worden, omdat erzoo duidelijk het talent onzer groote koppen uit blijkt. 1° Men moet nu in plaats van 60, minstens 65 jaar oud zijn. 2° Vijftien achtereenvolgende jaren deel maken der maatsebappij « Vooruit », den d'g dat zij hunne aanvraag doen om in pensioen | te gaan, en tijdens al de jaren dat zij lid

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De waarheid: socialistisch weekblad appartenant à la catégorie Socialistische pers, parue à Gent du 1906 au 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes