Ons Vlaanderen

866 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1918, 24 Novembre. Ons Vlaanderen. Accès à 10 decembre 2019, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/q23qv3dd34/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Vi.rde Jaar. — N* 216. Prija : 10 Centiera p»r JNummei Zondag 24 November 1918> ABOKNEMENTSPRIJS VOOR BEI.OIE en Franitrijk : Van un toi 31 Dçg. iqiS... 2 00fr. 31 M art 191Q. 5.00 » Jun 11919 ... 7 50 » /i\ ONS VLAANDEREN | ABONNEMENTSPBIJS VOOR DEN VREEMDB Van nu tôt 31 Dec. 1918, 4.00 fr. 3iMaartl9i9 10.00 i /w TE GENT : 24, WelUnckstraat. 65, Holstraat. VER SCHIJNT DEN WQFNSDAG EN DEN ZATERDAG TELEFOON : ROQUETTE 56.41 — POSTREKENING : PARIS n- 1159 TE PARUS : 22, Avenue de la République (XIe) TE LE HAVRE : 1. Avenue des Ursulines. O R G A A N t Der Belgische Vluchtelingen in Frankrijk DOOR EENDRACHT STERK M ■ i— ii i m * liiiV ■Tii m m miiiiii in—lîiiîÎHM ORGAAN Der Belgische Christene Sociale Werken ...EN ONZEN ELZAS! De basis waarop président Wilson zijne veertien punten gebouwd heeft is de : Nationaliseering der Folkeren. Aile volkeren moeten voortaan vrij zijn van over hun eigen lot te be-schikken en hunnen volksaard te ont-wikkelen en te volmaken volgens de overlevering hunner voorvaderen tût princiep voor hetwelk veel is gestreden geworden voor den oorlog in Vlaanderen, Ierland, Sleeswijck-Hnlstei", Polen Transylvanie, Bohemen en Finland (om maar de voornaamste te noemen) heeft zijne plechtige inwijding ge-kregen in dezen oorlog en zal de basis zijn voor de nieuwe indeeling van de Europeesche volkeren. Onze schitte ende zegepraal is in feite de overwinning der démocratie over het imperialism of in andere woorden van den volkr-wil over den wil der volksleiders. Elzas-Lotharingen zal dus lerug-keeren in den schoot der fransche natie, Italia irredenta zal terug onder italiaansch bestuur mogen leven, Transylvanie zal het roemeensche Va-derland vergrooten, dewijl Polen, Finland, Fehemen en de Zuid-Slaven over hun eigen lot zullen mogen be-slissen. 't Is dus hoogtij voor de ver-drukte volkeren in Europa ; 't is de verwezenlijking van den voiksdroom van al de armen veistooten dompe-laars die zich moesten schoeien op vreemden leest en geen lucht muchten geven aan hunnen natuurdracg voor eigen leven. Te midden van deze algemeene vreugde zien wij nochtans een bedrukt gelaat, een verlaten weesje dat verge-ten is geworden en n'et aan de fees+-tafel is oritbod'n geweest. Luxemburg ! onzen Elzas die ons onrecltvaardig werd ontomen in 1839. Zal men aan Belgie, na zooveel opof feringen, na zooveel lijden zijnen Elzas weigeren ? Zal men het onrecht van I839, laten voortbestaan en aan de 4oo 000 Bel^en van het Groot Hertog-dom Luxemburg verbieden van met hunne broeders samen^te leven na 78 jaar scheiding, Ziehier wat de Luxemburgsche volksvertegenwoordigers kort voor de scheiding te Brussel verklaarden in 1838 : a Indien Europa zou willen misbruik maken van hara mucht om vade'lands-lievende burgers hun vaderland te on-trooven dat zij niet willen vetliezen, dan zullen wij voor geen enkele opofjering achteruitwijken om ons land tegen dit onrecht te verdedigen. » En verder « onze zaak is de zaak van geheel het belgisch volk. Indien de Luxemburgers onrecht werd aangedaan zou het aile Belgen grieven• » Men ziet dus dat de ziel van Luxemburg de belgische ziel is en dat het lot van die 4oo.ooo burgeis nauw verbonden is aan het lot van Beigie. Daarom vragen wij plechtig onzen Elzas terug, en de verwezenlijking van den volkswil en het innig verlangen van aile Luxemburgers die zich, ondanks zooveel jaren scheiding, steeds verbonden voelen aan de belgische natie. Altijd het zelfde Liedje... in t Sukkelstraatje Een uit Honderd Wat is het 's avonds nu een woelinj in de censuur De angstige blijde stemminj van deze beslissende oorlogs uren staa op ieders aangezicht te lezen. 't I: dari 00k een ware.stormloop wannee: de gazetverkooper, 't krijt in de hanc zich gereed maakt om de ambtelijk* krijgsmededeelingen op 't grooti zwarte bord te kalken, 'dat neven zijn barakje praalt. Immers iedei oogenblik kan 't geboortedorp, d< woonplaats vrij wezen van den ge haten pruisendwang en wie snakt ei niet zijne geliefden uit monsterwreed< klauwen bevrijd te weten. Luppe en Koske, twee sterke boe renzonen uit de omstreken van Au denaarde, trokken er zooals gewoonlijl weder naartoe. De vreemde legerbe richten, ja, die lagen hun zoo nauw aan 't harte niet, immers elk denkî eerst aan zijne streek, zijn dorp Eirr delijk, dàar stond 00k 't belgischf legerbericht en angstig spelden hunne oogen van verre wat hoop of vrees voor hen bevatten moest. « 'k Versta er geen letter van » mom-pelde Koske wrevelig « 't is weer in 't fransch alleen juist alsof we allemaal onze broeken versleten hadden op de schoolbanken en hooge geleerde wa-ren ! » IC Daar staat toeb iets in van Aude-naerde » troostte hem Luppe « dat is van onze streek jongen, wie weet is ons huis alreeds niet bevrijd. » « Bevrijd, ik geloof er niets van >; wedervoer Koke « daa zou het i nmers wfcl in 't vlaamscb opstsan dat we het lezen konden. Denkt gij dat de dikke koppen niet weten dat Audenaarde een vlaamsche stad is ; ge badt ?e maar eens moeten houren' spreken op de meetingen, allemaal Vlaamsch, niets anders ! Ze zijn het ten andere erg genegen want honderdmaal heb ik het hun hooren zeggen en moest Audenaarde vrij zijn, geloof me voor ééne n^aal zou men op 't bord wel het legerbericht in 't vlaamsch schrijven » ï Bezigheden riepen me elders en be-. letten me die samenspraak verder na j ; te hooren ; 't was ten andere niet ! I noodig ; 'k gevoelde maar al te wel dat ; in hun eenvoudig redetwisten, die sim-: pele Jongens onbewust de bloedige t wonde r?akten van ons Vlaanderen, PlETER JANSSEN. 3 ' » Naar Beigië Teruq ! Daar « Ons Vlaanderen » na den oorlog in Beigië voort verschijnen zal, worden onze abonnenten vrien-delijk verzocht, als ze naar Beigië ■ mogen terug keeren, ons hun adres aldaar te laten geworden ; « Ons Vlaanderen » zal hun aldaar besteld . worden, zonder eenige prijsverhoo-ging.(Aan ONS VLAANDEREN eerbiedig en achtingsvol opgedragen.) Ze swijgen thans de monden van vuur En rustig droomt de gansche natuur Ik hoor gèen schot meer knallén... E11 ginder, naast een heuveltop, Steekt Gent zijn grijze torens op, Zijn gevels en zijn wallen. De zonne rijst ii; guldene jjracht, Na 't drukken van den angstigen nacht, Weer helder aan den hemel : Ze verft in 't goud de grootsche steê, Verrezen uit haar graf van weê, In vreugd en feeatgewemel. En eensklaps hoor ik over het veld Dat in den dauw nog aluimert, geweld Van klokkoklanken klinken Ik zie verrukt mijn Vlaaijderen vrij Wijl t' allen kante, frisch en blij De zegebloemen blinken... J.-M. EngkblS. ..., 12 November 1918. BHZE TIEIUSI Hooger Onderwijs Met het « Hooger Onderwijs» is h« al niet beter gelegen dan met de ai dere vakken. Te lang volgden wij de gewonen slenter. Daar het hoog* noodig was diep in te grijpen om te eene meer moderne inrichting t komen, en wij over 't algemeen va geen nieuwigheden houden, zoo bleve wij immer stilstaan, stake sti]f, b eenea toestand die met de hedendaag sche eischen niet meer overeenkwair De oorlog zal ons eene beste gele genheid geven om ailes op nieuwe voet herin te richten, daar ailes toc plat ligt en opnieuw dient op te ri] zen. Yerschillige vragen stellen zich waa] van de eerste is : Moeten onze Uni versiteiten aan professionneel onder richt doen ofwel eenstreng wetenschap peiijk midden blij ven ? Dient ervoorî in 't 00g gehouden te worden he vormen van vakmannen ofwel kom het erop aan de studenten op te leide; tôt wetenschappelijke doctoors ? Aan hankelijk met deze vraag komt ee: andere: de herziening van de volgord in de vakken, het afschaffen, vervan gen en bijwerken der kursussen, he inrichten van een zevende humaniora jaar als eene degelijke vourbereidin tôt hooger studie ? Voor vandaag wil ik enkel een pun bespreken, naar mijn oordeel vau he grootste belaug en waar we eenig nuttige wenken kunnen in vinden voc de reorganisatie der Leuvënsche hoog school, ni. : het al of niet katholiek zijn onzer katholieke hoogescholen i 't algemeen. Een woord vooraf voor den lezè om geen misverstand te doen oui staan : Eerst en vooral al wat ik hier r.eei schrijf is niet van toepassing op d theologigche en filosofische facultei ten. Sommigen dier onder meer dez van Leuven zijn wereldberoemd e: vormen een waar wetenschappelij center voor ons katholiek geloof. I moet hun liefd brengen en bewon deren. Verder, uit het feit dat ik he niet voldoende katholiek-zijn van som mige universiteiten aanklaag, dient e niet besloten te worden dat- het bete is voor kristene ouders, hun zone naar neutrale onderwijsgestichten t sturen Dit is niet mijne meenin^ Niet voldoende katholiek zijn beslui in zich reeds dat ze toch katholiek ziji en in elk geval dat het onderricht nie tegen den godsdienst is; en dit is eei punt van groot belang. Dan nog blij ik bij de gedachte dat het eene greot domheid is bij ons niet openlijk t durven neerschrijven wat men inwen dig denkt uit vrees voor opspraak Aldus komt er nooit verbetering ej bliiven we op 't slecLte pad tôt he oogenblik dat de bom springt. Di waarheid kwetst altijd maar de waar heid dient soms gezegd te worden on tôt verbetering te kunnen overgaan. Na die opheldering, kom ik ter zake Aan de vruchten kent men dei boom. Het is een feit dat vele oud studenten die hun studiën voltrokkei hebben aan eene katholieke univer siteit, in 't werkelijk leven weinig o niet als katholiek voorkomen. Eei groot gedeelte bepalen zich bij faca de katholiciteit ; anderen stellen ziel openlijk aan als atheisten ; de bestei bepalen zich bij een eng naleven vai hun noodzakelijkste plichten, en heb ben een hekel aan wat ze hoemei « godsdienstige nieuwigheden ». Di voor het privaat leven. Wat aangaa hun publiek optreden, daar is het noi erger. Over politieke katholiciteit spre ken we niet, enkel over godsdienstigi opvattingen. Nu hoeveel doctoors, ad vokaten enz. zijn er bewust van hui plichten van staat.? In de toepassing van hun vak blij ven ze vrijzinnig uit reden dat he ondrrricht dat ?.e genoten hebben e; de methode, door hen binst hunn NAAR 'T SELOOFDE LAND (Van onzen bij zonder en bnejwisselaar) Wij zitten sinds Duinkerke in een compartiment van eerste klas zonder ■t licht en zonder ruits ; Belgische sol-h daten die op den maanhelderen hemel n spoken, vertellen hun heldhaftige part troeljen met groot gebaar en 'k hoor dat ,t zij zich afvragen wat die burger daar e komt doen, die in zijn hoekje door n 't open venster schijnt te staren, maar a oplettend hun eigen vertellingen af-[j luistert. * * * l. Te Adinkerke wacht een nieuwe >. trein die van deze gemeente ons Q rechtstreeks naar Brugge zal voeren. h 't Is een Belgische trein, weer zonder . licht en alhoewel 15 November, zonder vuur Ik wil mijn reispak'in het net ._ leggen, en met groot lawaai stort het _ neder ; het net is weg en de ijzeren staven blijven alleen over 1 Van V urne ontwaar ik weinig ; I Avecapelle en Caeskeike rijdén wij t voorbij en meteen zien wij links en j. rechts vernielde hoeven die den weg in 3 't helder maanâcht afbakenen. Aan ieder statie klimmen soldaten a op, want ai de diensten werden naar e Brugge en verder op verplaatst. De trein' vertraagt en draait lang-t zaam ; een zilveren strook blinkt in _ den blauwen maneschijn ; de majoor rj nevens mij zegt : De Yzer. Ik ontbloot me ; mijn gemoed komt vol, en tranen perelen mij uit het 00g. O nietig, klein stroomtje, het kleinste van ons ]and, op uw boorden werd het ^ bload van ons jongens zoo vergoten dat zekere dagen uwe wateren er rood van zagen ; in uw barmen werden de beeldschoone lichamen van zoovele be- II minde en beminlijke mannen begraven: uw stille water zag den heldenstrijd [ van een volk dat niet wilde sterven. In ons kompartiment heerscht stil-zwijgenheid aîs begreep iedereen de ; " grootsche beteekenis van al dit wee e gedurende vier jaar met zooveel opof-^ fering opgedragen. a Een Hellevisioen £ Muren zonder daken ; afgeknotte ^ boomen ; schimmen die spookachtig in 't blauwe licht vooroij vliegen ; drij t vensterluiken die belachlijk bangen in een muur die uitgepeuzeld is ; 't is r wat vroeger was : Dixmuide ; in gansch r de stad bleef niet één huis, niet ééne n kamer ongeschonden. e Bachten de stad strekt zich de wijde , vlakte uit die vroeger overstroomd was Het water is terug getrokken en eindeloos deint als ware het met sneeuw bedekte plein, waar gras en riet, ontbonden in de modder, deze vale j kleur aan het landschap geven. Zwarte 3 vlekken, langs aile kanten obusputten g bewijzen de hevigheid van den stiijd. " Aan elke statie stopt de trein, en telkenmsle zien wij hoe de dorpen hier 1 geleden hebben. Handzaeme, Corte-t marck werden erg toegetakkeld; mijn i gebuur die in de slag was daar, bij ^ 't laatste offensief, zegt me dat ailes 1 verwoest werd in October laatstleden Welke arbeid zal niet noodig zijn om dit al te herstellen. Men schijnt het goed op te hebben ; reeds is de lijn 1 van Dixmuide op Thourout, die voor - den oorlog op enkel spoor was, ver 1 dubbeld. De duitsche krijgsgevangen - verrichten dit werk ; onder het geleide f van de sectie de ijzerwegen van 't le-1 ger, gaat de arbeid snel vooruit. (Wordt Vetvolgd) E. R. 1 —— 1 studiën opgedaan, van dergelijke prin " ciepen uitgaat. 1 Drie feiten zijn zeker : t 1. De katholieke intellectueelen e kennen hun godsdienst niet en daar-? om durven zij hem niet verdedigen, en daarom nog leven ze niet streng ; katholiek. 2. Ze kennen de zedelijke plichten J van hun staat niet en daarom passen zij ze niet toe 3 Ze hebben een buitengodsdien-t stig speciaal onderricht ontvangen en ) daarom blijven ze vrijzinnig in hun i specialiteit. (De Belg. Standaard.J ln de stad van Artevede Wij ontvingen zooeven de volgende regelen, welke getuigen van het feeste-lijk ontbaal dat onze troepen genoten in de stad van Jakob van Artevelde. Sinds verscheidene dagen reeds was het lot van Gent beslist. Onze troepen hadden de stad letterlijk omsingeld. De Duitschers begrepen maar al te wel dat ze aldra de baan zouden moeten ruimen hebben. Zij waren ontmoedigd en verklaarden boud-weg dat ze er genoeg van hadden. De tucht verslapte en op de Nijverheidslei smeten ze den scbietvoorraad bij karrevrachten in 't kanaal. Daar de magazijnen van het Ravitaljementskomiteit door de soldaten geplunderd waren geworden en de Voorzitter, de Kommandatuur be-dreigde, zich te beklagen bij de konsuls der neutrale landen, moest de Duitsche overheid wel maatregelen treffen om de koopwaar der andere magazijnen in verzekerde bewaring te brengen. Enkele prtvate woningen werden totaal leergestolen. De mannen van I7 tôt 45 jaar waren uitgenoodigdzich aan te bieden; slechts een-20 tal beantwoordden dezen oproep en' zij werden dan nog teruggezonden. Verleden Vrijdag blies de vijand de bruggen van den ijzeren-weg op als-mede de spoorhallen. Te dien einde gebruikte hij een hpeveelheid dyna-niiet, derwijzedat er ontzaglijke schade werd toegebracht aan de naburige •huizen. Deschepen Coppieters zegt dat de schade twintig millioen frank be-draagt.Al deze daden bewezen aan de Gentenaars dat de verlossing nakend was. Gisteren verklaarden de officieren dat men zich op hun vertrek verwach-ten kon. Kort daarop werd het Ge-meentebestuur- van hoogerhand ver-wittigd. Dit berichtte de burgers dat het vertrek van den vijand bij klok-geluid zou rond gedaan worden. Eet gros der troepen verliet de stad Zon-dag, om 11 u 's avonds. Om 2 uur 's nachts begonnen de burgers de gevels hunner huizen te bevlaggen, en zij die geen vlag bezaten beschilderden lakens en dekens met de nationale kleuren. De vaderlandsliefde der Gentenaars uitte zich op menigvuldige wijze. Ondertusschen grepen de scher-mutselingen plaats tusschen de vijan-delijke achterhoeden en onze voor-wachten. Een burger werd gedood door een vijandelijken koge| aan de St-Lievenspoort. Doch de weerstand werd verbroken en om 6 u 's morgens rukten de eerste Belgische soldaten de stad binnen, toegejuicht door een geest-driftige menigte welke vaantjes zwaaide en de lachende overwinnaars met bloemen bedekte. Overal prijkten drie-kleurige plakkaten op de muren waar in groote letters op te lezen stond : Levé de Koning ! Leve de Bondge-nooten / Aangrij pende tooneelen vielen voor. Soldaten herkenden ouders en bloed-verwanten en met een gil van vreugde vielen ze in elkanders armeo. Stoeten doorkruisten de. stad al juichend. De hemel zinderde van het geschal der vaderlandsche liederen. Vrouwenstaken hun kinderen in de boogte en ze mur-melden met van ontroering bevende stem en oogen vol dankbaarheid, tôt de soldaten : « Gij hebt ze gered / » Onvergetelijke oogenblikken van blijd-schap en ontroering en 00k wel diepe bewondering voor dat juichende volk dat zich tijdens de vreemde bezetting zoo kranig gedragen heeft. De meeste menschen wisten nog niet dat er een wapenstilstand gesloten en de Keizer op de vlucht was. Voor een vitrien,- op de Wapenplaats toonde men een borstbeeld van den Koning, door officieren geschonden eenige stonden voor hun afreis. De iaatste proklamatie der Duitschers raaddede burgers aan zich in de kelders schuil te houden om het bombardement der Bondgenooten te ontwijken* Een 0 duitsche shrapnell doodde in de nabij-heid van St-Bieters bij Gent 16 personen en kwetste er een dertigtal. Gent had veel te lijden van de afpersingen des vijands. Een statistiek stelt vast dat er meer weezen zijn van burgers gestorven in Duitschland dan van soldaten gesneuveld op 't front. Vrijdag, 8 November, berichtte de Duitsche burgerlijke beheerder Kunger, dat hij de stad verliet met burgemeester Westermann en de activistische hans-worsten, die het ambt van schepen uitvoerden. Hij gaf de administratie over aan raadsleden Coppieters, Siffer en Ver-coulie. Deze riepen het Gemeente-bestuur bijeen, Zaterdag, om 2 uur. Hulde werd gebracht aan burgmeester Braun en schepenen De Bruyne en De Weert, naar Duitschland gedeporteerd, met den uitdrukkelijken wensch ze spoedig te zien weerkeeren. Vandestegen, Frayes en Carpentier werden aangesteld om het College van burgemeester en Schepenen te volle-digen. Anseele, d.d. burgemeester, deed vandaag een bericht aanplakkenwaarin hij op gloedvoile wijze het leger der Bondgenooten eh den Koning huldigde, en eindigde met een opwekkend : « Leve het vrije en onafhankelijke Belgie ! Leven de Koning en de Vorstelijke familie ! 1 I het tievrilde Vaderland Van een onzer vrienden van Zedelgem ontvangen wij eenen brief waarin, be-nevens veel persoonlijk nieuws dat we weglaten 00k veel bijzonderheden voorkomen welke onze lezers zeker zal aanbelangen, en welke wij daarom hierond&r mededeelen. Zedelghem, 7 November 1918. Beste Vrienden, Mij zult ge wat verouderd vinden, zonder er over verwonderd te wezen. Veel heb ik immers binst de vier jaren slavernij onder aile opzichten geleden, en geleden zelfs dat het mijn hert doorsneed, van kanten vanwaar ik het geenzins verwachten moet ; diep r immers gaat het mes in als het niet door buitenlandschen vijand wordt gebezigd Toch heb ik het hoofd bo-ven ailes gesteld ! De duitsch is weg ! Ods slavenke- tens zijn gebroken, die binst den oorlog valsche politiek speelden, zu'len evenzoo met aller haat op den rug verdwijnen. Welk leven binst vier jaren ! Over vijf weken wierd ik nog gevangen ge-nomen, als bandiet door de gendarmen afgehaald, en ah gijzelaar te wege op-gesloten omdat... van de 991 mannen en jongheden die op de kontrol verschijnen moesten om verder het land -ingejaagd te worden, geen éen, maar geen één verscheen ! 't Was prachtig. De kommandant gaf ik zijn welver-diende les in zoo krachtige bewoor-ding dat hij mij beteuterd liet gaan en me vroeg een wijle t'huis te blijven Hooveerdigaards zijn lafaards. Dit is altijd waar. Maar vertellen ? Waarom ? Te veel zou ik te zeggen weten. Ten anderen ge £ult lezen wat wij leden, daar ik van den eersten dag des oorlogs boek heb gehouden, — hoeveel ik er om mijn leven riskeerden en — en mijn werk uitgeven zal In uw blad — dat zeer goeden wij zen toon heeft — las ik dat het

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Ons Vlaanderen appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à Parijs du 1915 au 1919.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes