Vrij België

485808 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1917, 28 Decembre. Vrij België. Accès à 06 août 2020, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/d21rf5m59g/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

VRIJ BELGIË ONDER LEIDING VAN FRANS VAN CAUWELAERT EN JULIUS HOSTE JR. PRIJS PER NUMMER: NEDERLAND 12i cent. ENGELAND 3 pence. t FRANKRÎJK en BELGIË 0.30 fr. 2 VERSCHIJNT ELKEN VRIJDAG. ABONNEMENTSPRIJS PER KWARTAAL: NEDERLAND / 1.50 ENGELAND 2 sh. 9 d. FRANKRIJK en BELGIË 3 75 fr. ALLE; STUKKEN BETREFFENDE REDACTIE EN ADMINISTRATIE TE ZENDEN: 81, GEVERS DEYNOOTWEG, SCHEVENINGEN. '*y~' 1 X H O U p : En het Woord is Vleesch ge-woriœu; Fr. van Cauwelaert. — Duitschland's koloniale aanspraken en Belgi'c: Fr. v. Cauwelaert. — De Nieuwe Bloedschuld ; J. Hoste Jr. — Het nieuwe Jaar; G. Opdebeek. — Gestoeld op eigen Volkskracht; Fr. van Cauwelaert. — De Econo-misehe Kutfestie; Jos. — Wederopbouw van ver-woest België: Leuven III; H. Hoste. — De Vol kerenkrijg. — Belgi'c in den Wer'èldkrijg : C. Ons Léger au.i de Geete; E. K. B. — Stedenbouw en Gemeeusehapswezen. — Zeeuwsche Brieven ; J. De Maegt. — Kantteekeningen. — Internat ionaal Ovcrsicht. — Nieuws van het Front. — Mijn Frontbrieven ; J. de Maeçt. — De Dood is aan 't maaien, (gedicht); E. van Praet. — Nieuzvs uit het land. — Nieuws uit het buitenland. — Boek-bespreking. — Advertentiën. En het Woord is Vleesch geworden. De vierde oorlogskerstdag. Laten wij maar fiever aàn Kerstmis als vredesfeest niet denken. Bloednevelen blij-ven ons omringen naar aile zijdeni, en> nie-mand weet of de vale sohemeringen, -die uit het. Oosten komen, boden zijn van dageraad of nog geweldiger wereldbrand. Het is sab-bath der booze geesten. Wij> kunnen geen Kerstmiis vieren bij een bloed'festijn. . . . Maar in de stille kluis van het eigen hart, ver van het wereldrumoer, behoudt het Kerst-feest zijn voile bekoring en blijft het. hart-verkwikkend als steeds, na te zinnen over de ondoorgrondelijke waarheid, dat het Woord is vleesch geworden en dat het heeft onder ons gewoond.... Het hgt met op onzen weg om hier iee-kenbeschouwingen te geven over de verhe-vene gevoelens, welke de overweging van dit mysterie kan opwekken in godsdienstige zielen. Maar tôt op het gebied1 van de menschelijke idealen, op welke wij ons met ,,Vriji België" plaatsen, werpt de Kerstmis-gedachte haren zacht.-hëlderen glans. En het Woord is Vleesch geworden! Is deze raad'selachtige belichaming van Gods kracht niet als de mystieke verklaring van elke menschelijke wedergeboorte door de kracht des geestes, is het niet als de ontzag-lijke voorstelling, op den eindeloozen grond des hemels, van de geheimzinnige verwerke-lijking van elk zedelijk ideaal onder de lijfe-lijke menschheîd? Niet de zuivere rede over-tuigt de menschen, niet het woord, in zijn abstracte gestalte, heerscht over de gemoede-ren. De zintuigelijke mensch vereischt een zintuigelijke bewerking en alleen het woord dat in de daad als met tastbare vormen wordt bekleed, alleen het ideaal dat in men-schengedaante zijn sclioonheid en zijn kracht weet te vertoonen, alleen het vleeschgewor- den woord kan vruchtDaar werken onaer ae menschenikinderen. . . . Dat moet. ieder bedenken die arbeidt aan maatschappelijke hervormingen. Dat mogen ook wij die arbeidten aan de zedelijke ver-nieuwing van ons volksleven, nooit uit het oog verliezen. Het was immers weinige jaren geleden nog de zwakheid van onze Vlaamsche Bewe-ging, dat de aantrekkelijkheid en gezondheid van hare grondgedachten zoo weinig zicht-baar werden bij hare voorstanders, want deze waren doorgaans Vlaamschgezinden, maar nog geen Vlamingen. Het. was daartegenover de verlossende roeping van dte Studentenbe-weging, dat zij> de wedergeboorte van ons ViaaijibCl'^ volk vooraf deed gaan door de belijviging van ons geestelijk ideaal in een jong geslacht van Vlaamschgezinde Vlamingen, dat zij steeds talrijker in het leven riep met onuitputtelijke scheppingskracht. Het zal de zege en de zegen zijn van morgen, zoo ieder onzer, die zich Vlaming noemt, naar 't voorbeeld van ons jong studentenivolk, zich niet langer vergenoegt een louter woord, en vast geen louter gelegenheidswoord te spre-ken,maar zijn Vlaamsche overtuiging vleesch doet worden in zijn eigen menschelijkheid en zijn eigen leven, te midden van ons volk, opricht als een boom van levende daden. Wanneer zulks het geval mocht worden bij al-Ien die oprechte Vlaamschgezinden zijn, dan zou ook spoedig voor Vlaanderen de dag aanbreken van de wedergeboorte, die de oude tijden scheidt van de nieuwe, de Kerstdag van onze volksziel. Laten zij, die bidden kunnen, heden bid-den,opdat deze dag spoedig aanbreke en wel-gevallig zij aan 't Woord dat,door zijn komst, den vrede aan d'e menschen wilde schenken. FRANS VAN CAUWELAERT. Duitschland's Koloniale aanspraken en België. De gebeurten'issen in Rusland en de over-\\ inining aan de Isonzo hebben in Duitsch-land de imperialistische ambities opnieuw versterkt. Volledig afgezworen werden zij nooit, zelfs niet bij' de meerderheids-sociaal-democraten, die bij meer dan eene gelegen-heid van hun belust.heid op machtsvergroo-ting van het rijk ten koste van andermans-recht hebben laten blijken. Maar als trouwe aanhangers van het beginsel, dat het recht om te eischen evenredig is met de macht om zijn eisch door t.e zetten, laten de Dui'tschers hunne oorlogisdoeleindem op en neer gaan met de wapenkansen. In den beginne van dezen zomer waren de verwachtingen voor hen weinig bemoedigend en d'e vredelïevendheid werd geschoeid op democratische beginselen; maar pas hebben de vooruitzichten op een mogelij'keni afzonderlijken vrede of op de blijrvende militaire onmacht van Rusland vastere vormen aangenomen, of de verlan-gen's naar wereldmacht hebben hand aan hand toegenomen. De gebeurtenissen van dezen zomer heb- bén echter in zooverre een beshssenden m-vloed gehad op het Duitsch impérialisme, dat zij de voorstanders van de continentale dwangheerschappij, — zooals deze gedroomd werd door de Tirpitz-groep, — hebben op den achtergrond gedreven en het heft in han-den gespeeld van de meer burgerlijke impe-rialisten, die dte grootheid van Duitschland vooral zien in het teeken der economische verhoudingen. Als de staat.kundige voorman van deze laatsten mag op dit oogenblik wel wordeni genoemd von Kùhlmann. De verte-genwoordigers van deze strooming zoeken de uitbreiding van de Duitsch-Europeesche macht in het Oosten. Zij staan niet op de brutale onderwerping van België, want. zij droomen vani een mOgelijik vergelijk met En-geland. Onze economische ondergang is hun voorloopig voldoende, en daarom werkten zij met een onteettende voortvarendheid aan de aftakeling van geheel onze economische be-^ werktuiging. Zij> vervangen echter den hate-lijken landhonger der primaire Duitsche an-nexionisten door koloniale aanspraken, en ook ditmaal wordt België als het eerste en voornaamste slachtoffer opgezocht. Met een duidelijkheid, die weinig te wen-schen overlaat, heeft Dr. Soif, dte Duitsche minister van koloniën, deze inzichten wereld-kundig gemaakt in de zeer belangrij'ke rede, welke hij op 21 December te Berlijra heeft gehouden over de koloniale toekorwst van Duitschland. Deze rede moet worden be-schouwd als een belangrijke aanvul'ling op aile voorgaande verklaringen over Duitschland's oorlogsdoeleinden. Wannieer men de stellingen van Dr. Soif ontdbet van aile theoretisch versiersel, dan komen zij op het volgende neer: ,,Wij willen ,,op koloniaal gebied niet tôt de verhoudingen „van vôôr den oorlog terugkeeren.Duitschland ,,is bij de verdeeling der koloniale streken te Jaat gekomen. Wiji moeten nu onze schade ,,inhalen en ons het bezit van een koloniaal ,,gebied verzekeren, dat in verhouding is met ,,het. kolonisatorisch vermogen en met de ,,kracht-evenredigheid' van onze mogendheid. ,,Dat gebied moeten wij ons vooral verschaf-,,fen in Centraal Afrika ten koste van België, ,,Frankrijk, Portugal, die bedeeld zijn boven „hun macht aan menschen en middelen". Wanneer men nu het aandeel wil berekenen, dat elk van de drie voornoemde landen zou moeten leveren voor de verzadiging van deze koloniale hebzucht, dan kan men ze nemen in de orde hunner opsomming: België komt vooraan met Congo. Frankrijk in de t.weede plaats. Wanneer Dr. Soif zegt, dat „het uitgeput Europa geeuwhonger zal hebben naar de produkten van de tropen-', denkt hij immers aan Duitschland en deze behoefte zal des te scherper gevoeld worden dat Engeland, Frankrijk en Amerika zich voorbereiden om, na den oorlog, de controol ouer de wereld-productie van de koloniale voortbrengselen en van enkele omnisbare ertsen te behou-den. Duitschland tracht daarom .in equa-toriaal Afrika een reusachtige kolonie te schep]3en, welke als een breede gordel langs de evenaarslijn, dten Atlantischen met den Indischen Oceaan zou verbinden, en daar zouden wij hoofdzakelijk de stof moeten voor leveren. Dit ontwerp trouwens is geen zuiver oor-logsprodukt.Wanneer Duitschland een tegen-baat wilde voor de machtsuitbreiding van Frankrijk in Marocco, vroeg het een stuk grands uit Fransch Congo, dat als met de punten van een geopenden snavel de grens van Belgisch Congo kwam raken. De betee-kenis van dezen zonderlingen eisch was dui-delij'k. Duitschland streefde doelbewust naar de vereeniging van zijn westelijke Afrikaan-sche bezittingen, speciaal van Kameroen met zijn Oost-Afrikaansche kolonie en de weg daarbeen liep dwars over Belgisch Congo. Het is dan ook aan de aandacht der Belgen niet ontgaan dat onmiddellijk voôr den oorlog tusschen sommige Engelschen en Duit-schers over dit plan besprekingen werden gevoerd, waarbij het mijnrijkste gedeelte van ons Katanga-gebied bij Rhodesia zou wor-dten gevoegd en geheel de Morel-campagne krijgt, in het licht der Duitsche intriges, een geheel bij'zonder uifzicht. Wij kunnen ons geen oogenblik voorstel-len, dat men bij onze bondgenooten de mo-gelij'kheid in overweging zou willen nemen om het koloniale vraagstuk, zooals d'eze oorlog het gesteld heeft, te willen oplossen ten koste van België. Wat ons land, in de vijf jaar van rechtstreeksch beheer, welke aan den oorlog zijn voorafgegaan, in Congo heeft. tôt stand gebraoht, bewijst dat het ons noch aan toeleg noch aan middelen ontbrak om Centraal Afrika spoedig tôt een grootsche ontwikkeling t.e brengen. De inboorlingen waren bovendien met onze leiding zeer inge-nomen en hebben hunne aanhankelijkheid aan België tijdens den oorlog op onbetwist-bare wijze getoond. De geallieerde mogènd-heden hebben overigens aan België de plech-tige verzekering gegeven, dat ook zij» koloniaal bezit ongeschonden zal blijven. Maar de mogelijkheid blijft bestaan, dat de Duit-schers zouden speculeeren op het feit., dat Congo voor vele Belgen nog niet was geworden tôt een volkszaak en dat het buitenland zich met de koloniale berooving van België, om den lieven vrede, gemakkelijk zou ver-zoenen, dan met onze volledige ondterwer-ping.Om het denkbeeld nog aantrekkelijker te maken wordt op vertrouwelijke wijze wel eens bijgevoegd, dat Duitschland niet onge-negen zou zijn om, tegen afstand van Congo, aan België zekere schadeloosstelling te verschaffen. Duitschland heeft evenmin recht op Belgisch Congo als op België zelf. Zijn oorlog tegen ons is eenvoudig een mis-daad en de vruchten van deze misdaad kunnen niet rechtmatig noch als pand, noch als ruilmiddel worden Ipeschouwd. Wat ook tusschen de oorlogvoerende partijen, voor het overige, moge worden overeengekomen, Duitschland moet België onvoorwaardelijk vrijgeven en schadevergoeding bieden voor het kwaad ons aangedaan. Dat vergt het ge-weten der menschheid en dat. vergt de toe-komstige rust van Europa. En vrijwillig zuilen wij ons Congo-gebied1 niet aan Duitschland afdragen. Congo is geworden een stuk van onze nationale eer, zocwel door de offers welke onze landgenooten hebben gebracht om het donkere hart van1 Afrika te openen voor de Europeesche beschaving en welvaart, als door de omstandigheden, waarin wij in den volkerenstrijd zijn betrokken. Maar Congo is door dezen oorlog tevens tôt een belangrijk hulpmiddel voor onze economische toekomst en onze daarmee samenhangende staatkun-dige zelfstandigheid. Wij kunnen Congo niet missen noch als afzetgebied, noch als voortbrenger van grondstoffen. De inededingende volkeren hebben gewis van ons, kleinen staat, niet te vreezen dat wij tegenover hen het fair-play der vrije concurrentie in Congo niet zouden onderhoudten, maar wij moeten ook zelf, in een wereld, die voorloopig in groote economische afzonderingszonen dreigt te worden ingedeekl, eene streek bezitten waar onze rechten op vrije bedrijvigheid niet worden betwist noch beperkt. Hoe zouden wij immers onze staatkundige onafhankelijkheid volled'ig moeten han'dhaven, wanneer wij van ons eng, zwaar bevolkt en, eilaas, volled'ig uitgeroofd nationaal gebied, geen ander ver-keer naar buiten kunnen vinden, dan hetgeen de genade der ons omringende maar naijive-rige mogendheden ons wil toestaan? Het Nederlandsche volk, wiens toestand1 in zoo-vele opzichten met den onzen verwant is, zal, naar ik hoop, onze'zorg begrijpen. FRANS VAN CAUWELAERT. No. 123. VRIJDAG 28 DECEMBER 1917. DERDE JAARGANG.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Vrij België appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Scheveningen du 1915 au 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection