Het Vlaamsche nieuws

659 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1915, 17 Februar. Het Vlaamsche nieuws. Konsultiert 07 Juli 2020, https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/de/pid/gt5fb4z60d/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

ILensdag 17 Februari 1915. Eftrste Jaarg. flr 35 Prijs s 5 Centiemeu door geheel België vlaamsche Nieuws H et béât uigelicht rnêasi vterspreid Nïeuwsblad van Beigië. Verschijnt 7 maal per week ABpNNBMBNTSPRUZEBi ; , -Ktti . 8.85 Par 3 ots&den i.GO n TtiSiw . 1.60 . Fer 6 t&Çgepdcn . 7 i'er jaar 14,09 BESTUUR Hoofdopsîeller : Aifons BAEYENS Beheerder : Ant. VAN OPSTRAF/f BUREELEN: Roedestraat, 44, ANTWERPEN Telefoon 1990 AANKONDliiiNQEN : Twetde biadt. par regel . 8.6C j Vterdo b'^â-, ptr regel . 0.85 Derde îd. id. - 1,00 \ of ?o':gens overecakoinst. Docdsbericht ... . 5 00 irm—"ttïit "t'tiritii'îrrrir'if trih ig i mu ■t<«qiae5aa«eabv "tww i Vôor en na de Beschletiog h. L herinnering aan den nachi van cnsdag 7 op Donderdag 8 Oktober [ zal wel nooit meer uit mijn geheu-jgaan. H et was verschrikkelijk. Ik gebleven omdat ik moedig wilde I en aan god-en-alleman had gtzegd beloofd dat ik blijven zon. En mede feu ik dat ik een goeden, gewelfden L- heb eu dat feit kwam ook in re-L, Daarbij was ik het eens met L geburen : zij bleven ook en wij Ben het noodige allaam : hamers, fcoeten, breekijzers, enz., saamge-[lit om, wanneer het nood rnoest h, van het eene huis in het andere [luchten. Dan, — dat moet ik ook [en, — ik wist van een hooggeplaatst [tenaar, die den vooravond van het jbardement nog in telefonische aan-ling met den burgemeester was gèle;, dat, naar he.t uit bekomen iniich-en bleek, de beschieting door middel schrapnells geschieden zou (Ce sera bombardement à shrappnels) en dat i daarvoor niet erg bevreesd moest en. Ook schenen de overheden voor-jens in onderhandelingen te treden den bevelvoerder van het belege-jskorps, zoodra de beschieting een [al uren zou geduurd hebben. Dat s stelde mij min of meer gerust. De «g van het «Journal de Concourt «, b-1871, betreffende het !>eleg van Pa-verhoogde nog mijne geruststeliing, beed inimers zoo erg niet, een bombement ? je werkelijkheid was heel ander» ! te zeven uur 's avonds had ik nog [vriend op het stadhuis gesproken, par juist met den kommissaris van pyck gefélèfoneerd had. Hij gaf me przekering dat de obusseû, tôt dan het dorp niet bereikten. | We mogen dus '/an nacht nog op twee ooren slapen. Het zal voor van-inog niet zijn ! p fie meening keerde ik huiswaarts. ieelde aan de mijnen dat betrekke-[joede nieuws mede en te elf uren Een we slapen naar boven, als naar boute. In den kelder echter was ailes ïereedheid gebracht. Iedereen be-wde nu op mijn woord. Het aan-pend gebulder van het groote kanon pal wij nog immer een long-tom kten — en dat uit de richting van tel kwam, gaf ons nog een laatste P. De beschieting zou voorloopig nog aangevangen worden. Wellicht dat ians nog keeren kon l De ontnuchte-! van ons allen was dan ook groot i, korts daarop, de eerste boni met zwaren knal en een verveerlijk gesis ' de stad vloog. Vooraleer we bene-waren snorde er een tweede schrap-tu die kwam te recht in onze on-fellijke buurt, hoek Leopoldslei en restraat. Dit is stellig zôo. Beneden i ik nog eens even op de straat kij-ra ik zag, ginder ver, een stofwolk olken en enkele menschen kwamen "ffld en huilend op straat gevlucht. derde bom — en ook het geroep Mijne familieleden — deed mij bin-'luchten,fzaten we gezamenlijk in den kel-Onophoudend vlogen de bommen. 1 ®ag rekenen dat er gemiddeld eene Per rainuut vloog ; soms wel twee "i, maar dan waren er ook tusschen-lten van meer dan twee minuten. In r ?eval, men mag aannemen dat er, :ns de beschieting, van Woensdag "i tôt Vrijdag morgen, ongeveer vier M bommen op de stad Antwerpen ïeêrgekomen. Duidelijk kon men 'e,! aan het gesis en 't gesnor door de lfi en vooral aan de ontploffing die 'M, welke richting zij genomen had-1 Opmerkelijk was het insgelijks dat 'tan vaststellen,alleen aan het eigen-8 gefluit, telkens er eene bom bo-p straat vloog. En dat was een gevoel. Wij spitsten ons ooren gebulder en 't was een verlich-1 wanneer 't gevaar weeral voorbij ^en zenuwachtige benauwdheid be-®0Ii5 allen, alleen de kinderen, onbe-Van het dreigend gevaard, zaten te flil ïen hoek eu zij lachten en had-^ tR*t het gebcio. Zij hftdd^o er reeds en vingerspel van gemaakt. Bom... Siss... Rak... deden zij en met hiui vin-gerkens maakten zij een halven cirkel en beduiden daarmede het suisen van het projektie! door de lucht. « 't Is 'ne schrapnell », zegden zij. Dit moet ik hier nog aan tœvoegen : op de tien schrapnells outploften er slechts twee à drie, we kondeu zulks goed waarnemen. Ook gingen er van tijd tôt tijd nog menschen over straat ; zij trokken op hun duizend gemakken in de richting van Berchem ! Tegen den morgen, toen het licht weBd,.ging ik eens naar boven. Ik ging kijken langs voor en langs achter. Er was nergens iets te zien. Ik waagde mij cp straat en, een honderd meter verder, lag een huis ingestort. Hier en daar ston-den menschen aan de deur, menschen die ik niet kende, waarmede ik nooit gesproken had, en zij kwamen naar me toe. Allen vertelden me dat ze niet meer blijven dorsten, dat het te verschrikkelijk was. Mijne twee geburen kwamen me ook vinden. Zij ook bleven niet langer. Zij wilden weg. Aan 't verbrande papier dat met heelder vlokken door de lucht vloog en op straat kwam neerge-dwarreld kon ik opmaken dat er brand in de buurt ontstaan was, waar wist ik niet ; later heb ik hooren zeggen dat het in de Jordaensstraat was geweest. Per-soonlijk heb ik het niet kunnen vaststel-len.Te mijnent was er geen doen meer aan. Men wilde weg, men moest weg ; waarheen wist men niet. Het Noorden ait ! Pak en zak werd gemaakt en iedereen stond aldra gelaarsd en gespoord om er ijlings van door te trekken. Ik ging mij metterhaast nog eens boven schee-ren en, toen ik juist begonnen was,vloog mijn raamwaaier in stukken met het ge-volg dat ik mij een diepe vil in de kin gaf. Enkele dagen later vond ik in mijn kamer, te midden van de glasscherven, een ijzeren teerlingje, een stuk schrap-nellj. Waar dat vandaan gekomen is heb ik nooit kunnen vaststellen. 't Was amen en uit met het scheeren. Snel trok ik mijn winterjas aan — men kon nooit weten wat gebeuren zou — en ik volgde mijne familie. In de Haringrodc-straat nam ik van allen afscheid. Zij zouden langs Jordaensstraat en statie verder op-loopen, de Kempen in of naar Holland. Ik zelf — waarom en weet ik nog niet — trok langs de St-Thomasstraat naar den Mechelschensteenweg, waar de laatste trein van ons veldgeschut stond. Ik 5 liep, zonder het te weten, in de boni- : bardementslijn. De kanonniers zegden het mij : — 't Deugt hier niet. Het is op ons dat men mikt. Ik haastte nie voort, langs de boo-menrijen af. 't Leek me of die olmen-stainmen me beschutten zouden. De bommen floten gestadig. Langs de Her-toginstraat snelde ik de Lange Leem-straat in : Hier was het gothieke huis, rechts als men de stad inkomt, door een bom getroffen en de glasscherven lagen wel een honderd meter in 't rond ge-strooid. Geen menschen waren te zien. Geen levend wezen moest er in heel de straat gebleven zijn. Overal lag er een zakje zand op het keldergat. Aan de Bank komt het volk in dichte drommen, beladen met pakken en va-liezen, als haveloos vee door den schrik voortgestuwd, van het Zuid geloopen. Allen gaan in dezelfde richting, naar het Noord, getrouw aan het bevel van den bevelhebber De Guise. Men zegt dat het deerlijk gesteld is in den om-trek van het Paleis van Justitie. Heelder huizen zijn ingestort in de Paleisstraat ; elders staat een heele buurt in laaie vlam. Iedereen verhaast zich naar het Noord. — En dan? — We weten 't niet... We zullen wel zien... Op Gods genade maar voort ! Tôt dan toe dacht ik dat het midden der stad, stadhuis en toren, het mikpunt der Duitschers was. 't Scheen van niet ; toch wilde ik zelf gaan zien. Voorzich-tigheidshalve maakte ik een grooten ran-weg langs de leien en de Meirplaats. De vluchtelingen liepen voort langs de Han-delslei. Ik trok linka af, de Leysstraat in De Meiî is vçrlatçu Aan de Jezus- straat komt mij een man te gemoet geloopen ; hij houdt me staan en grijpt me bij den kraag : — Loop niet langs hier ! Daar een wei-nigj verder werden twee soldaten dood-geslagen door stukken schrapnells. Men heeft ze in het Joaunes-Berchmansge-sticht binnengedragen. — Hebt gij het zelf gezien? — Neen, maar men heeft het me ver-teld, menschen die het gezien hebben. 't Moet verschrikkelijk zijn geweest. Ik ga door een bemerk niets. Niemand op de Meir. Ik sla de Eiermarkt op en altijd niemand. Ik kom op de Kaasrui en op de Groote Markt, Twee, drie menschen, meer niet. Om kwaart vôor negen uur ben ik op het stadhuis. Ik vind er mijn vriend die als vrijwilliger dienst doet op het mili-tiebureel. 't Is er ook een die blijft. Hij is aan 't werk, of liever hij werkt niet en loopt rond in zenuwachtige haast, als zocht hij een bezigheid. In hetzelfde lo-kaal doet men de laatste uitbetalingen aan de mannen die aan de forten hebben gewerkt. Soldaten komen nog voor re-kwisitiebrieven : een vlieger om een paar handschoenen, twee Engelsche soldaten eischen kalm en bedaard tabak en ciga-retten. Op hun duizend gemakken ver-trekken ze terug naar het Kiel, Ik stelde vast dat hier bijna iedereen op.post was, dien Donderdag morgen — dus tijdens het bombardement, 't Is een vaststelling voor later. Geen Belgisch soldaat of hij vond hier, tôt het laatste oogenblik toe, met wien te spreken en wat hij noodig had werd hem meteen meêgegeven. Toch werd er gemopperd en gemord in hoeken en kanten. « Wij werken nu twee voile maanden, dag eu nacht, en wij hebben geen cent gezien voor het overwerk. En zij die van giste» ren vertrokken zijn hebben hunne wed-de voor de maand Oktober ontvangen ! Wij niets ! ! » Men gaat met een lijst rond om de afwezigen aan te teekenen. Ontbreken alleen : twee onderoversten, de oudste en de jongste en enkele jongere bedienden. En nu — ik ben hier ten stadhuize gebleven — van wat verder gebeurde, schrijf ik, in een volgend artikel — tuijn indrukken neêr, uur pet uur. J. y. M. Vîamingeu, waakt! Voor het heil van ons volk hebben wij het als een duren plicht aanzien ;e wij zen op de snoode plannen door de Vlaainschhaters, zelfs nu tijdens den oorlog, tegen onzen Vlaamschen stam gesmeed. Dezelfde plicht gebiedt ons, ook te waarschuwen tegen het gevaar dat dreigt van de andere zijde. Hoe j>a-radoxaal het ook klinke, het schijnt dat door de bezetting van ons grondgebied niets aan den toestand, die vôor den oorlog bestond, veranderd. Of kregen de staatsambtenaren over-laatst geen Duitsch-Fransche formuhc-ren te onderteekenen, wairop het Vlaamsch gebannen was? Gelukkig waren er hier in onze stad nog Vlamingen die stambewustzijn genoeg bezaten om deze stukken niet te willen onderteekenen, dan nadat ook de rechten van hun moedertaal waren erkend. Een andere miskenning, die de Vlamingen moet krenken, kan men thans openbaar lezen op een aanpLakbiljet tegenover het pro-vinciaal paleis, in den vorm van een be-richt, dat het postverkeer met Duitsch-land en Luxemburg regelt. De briefwis-seling, zoo luidt het daar, « moet in het Duitsch of in het Fransch geschieden » ! Onze taal, die eens door Grimm en Hoff-man von Fallersleben zoo hoog gepre-zen werd, de taal van 4 1/2 iniljoen Vlamingen, wordt dus weêr uitgesloten en als asschepoester behandeld. Dit zal de franskiljons niet beletten in hunnc iwade trouw, met woord en schrift ons te blijven lasteren en overal te verkon-;len dat wij met de Duitschers heuleu ! Een blad uit Berlijn, — « Deutscher Ku-rier » — weet het beter en schrijft in zijn nummer van Dinsdag, 2 Februari 1.1. : « De betrekkingen tusschen Via-ningen en Duitschers, zelfs te Antwer-ieu, waar eene talrijke en rijke Duit-■iche kolonie bestond, waren niet enkel nul, maar zelfs stonden zij bijna vijandig tegenover elkaar. De rijke Duitsche kooplieden verkeerden in hun gezelligen omgang slechts met de franschgezinde hoogere burgerij, die de Vlaamsche taal enkel goed achtte voor hunne koetsiers en audsr« diçnstbgden, voor grosnsçiiçvs eu dokwerkers. Zelfs ontzagen sommi-;^en het zich niet een Fransch theater, dat gesticht werd om in Antwerpen den Fransch en invloed te bevorderen en den Duitschen invloed te bestrijdeu, met aanzienlijke sommen geld te ondersteu-nen. De bloeiende Duitsche school in Antweri^en, die van het Ministerie van Buitenlandsche Zaken afhangt, besteed-ie in de vijfde klas hoop en al twee iren in de week aan de Nederlandsche taal en letterkunde ! » En het artikel eindigt met de hoop ait te drukken dat dit ailes nu zal uit zijn en men zal rekening houden met het ontwaken van het Vlaamsche volk, .-n om te beginnen al de taalwetten, die de Vlamingen veroverd hebben voor 't ?erecht, in de school, in 't bestuur, enz., itreng na te leven. Bovenstaande feiten doen ons veeleer het tegenovergestelde vreezen, zoodat ten slotte de Vlaamsche Beweging vooral mag rekenen op de Vlamingen zelf, zoo-Us v66r eeuwen onze voorouders dit reeds inzageu : Help u zelf ! Gelukkig '.ijn de Vlamingen meer dan ooit be-ilist, als zelfstandig volk, d. i. met eitren .aal en eigen bescliaving te blijven le-/en, zoodat het nu noch riimmer iemanrl ïclukken zal het lcloeke ras waaruit Ru-bèus en Van Dyck en zooveel andere Trooten gesproten zijn, te vernietigen. < Een volk nooit vergaan. » Dr A. Borms. Een bèenSiGuwersreke&ias In een groote stad is een groote ad-ministratie, en die zorgt voor de arme menschkens welke in nood verkeeren Tegenwoordig zijn er die veel. De arme menschkens worden bedeeld met allerlei waren, om te eten, om te drinken, om zich te venvarmen. Tusschen de eetwaren bevinden zich ook ossen en varkens ; de beestjes zijn dood, maar wat heeft een arm mensch aan een dood varken of een overleden koeiken, als 't niet in stukken is gesne-lî'cîi ? De gioote administratie in de groote stad sneedt de doode beestjes in stuks-kens voor de arme menschkens, — in stukskens van eenen halven kilo. Zoo ging het verdeelen gemakkelijk. Het snijden werd gedaan door een vakman, die het heel goed deed en kos-tejoos.Tôt op een goeden dag de sleger zei, dat hij toch niet voor niemendal kon blijven snijden, eene opmerking welke zeer billijk en rechtvaardig werd bevon-den.En men verzocht den sleger te zeggen wat hij wou fyetaald worden. De man zei ; Vijf centiemeu per kilo. De groote administratie vond dat een goedkcop prijsken. Zij informeerde ua-tuurlijk niet, wat een beenhouwer ge-woonlijk per dag verdient, -- en vroeg eeuvoudig de rekening. En daar de sleger, op tijd van twee maanden, diep in de zestig duizend kilos vleesch versneden had, bood hij eene rekening aau van meer dan drie duizend franks, voor 't versnijden van vleesch voor de arme menschkens. Waaruit men leeren kan dat het vol-strekt noodig was de loonen der bedienden te verminderen, en dat er in de groote stad en de groote administratie, op merkwaardige wijze wordt gespaard. Nu moet men niet denken dat wij grappen vertellen • desnoods noemen we man en paard, X. 't**»»»*'************'*' Bij onze Gekwebîe soldaten Zondag j.l, wilden we ook eens de gevolgen van de ootlogsgruwelen van nabij zien, we begaven ons dus naar het Krijgsliospitaal op de Marialei. Een echte begankenis van volk was aldaar waar te nemen, vrouwen uit de volksklas, met netzakken vol eetwaren geladen, dames uit den middenstand met pakken en manden gevuld met le-vensmiddelen, fruit, sigareu, sigaretten, lekkernijen, enz. Dank aan de milddadige gevoelens van de releveurs der gasmaatschappij, die ons eene schoone gift deden en er wat bijgevoegd hebbende namens het Bestuur van ons blad, konden we ook het onze bijdragen om aan onze arme soldaten eenige genoeglijke stonden te verschaffen door hen versterkend voed-sel te verstrekken. Onze medewerker deed de ronde van de verschillende ziekenzalen. Of de dikke boterhammen met rost-beaf, met hesp en gerookt vleesch — want we hadden twee voile manden bij — goed onthaald werden, zulks hoe-ven we met te zeggen. De arme kran-ken hebben vooral behoefte aan versterkend voedsel en lieten zich dan ook het hen aangebodene wel smaken. Hoe hcrtreer»nd was hst, op die van pijn DAGELIJKSCH NIEUWS WEERAL 'T VERBANDHUIS ZUID. — Hoe hoogst noodig zich hier de heropening van opdringt, blijkt een1: te meer uit wat verleden Zaterdag vcor-vi-el schuins over deze zoo nuttige instel-ling en juist nog al daar waar, pas drit dagen geleden, een meisje verdronk. Tij-zijne werkzaamheden werd de 29 jarigv Proost jan, wonende te Berchem, Drie-Koningenstraat in het water medege-sleurd door een voertuig met een paaro bespannen. Bij middel van een haak werd de drenkeling gelukkig vastgehou-den toen hij, na eenige minuten aan d^ oppervlakte verscheen, doch de redding van het paard was onmogelijk. Voorloopig werd de zorgwekkende man in... eenen kelder verzorgd en nadien mei eene wieg der pompiers weggevoerd. OVERLIJDEN. — Te Brussel is overleden de Generaal-luitenant Vrijhee." von Schûtz zu Holzhausen, kommandant van de aôste Landweerbrigade. EEN MERKWAARDIG WOORD. — Jozef Madarsz, een Hongaarscïi volksvertegenwoordiger, die sinds 184y dezelfde omschrijving vertegenwoordig-de, stierf voor eenige dagen in den ouderdom van 101 jaren. Wanneer hij den geest gaf loste hij een merkwaardig woord : « Ik heb mijn leven gemist ! De aller-hoogste had me toch nog eenige maanden kunnen toestaan. Zooveel dingen gezien hebben en het einde van dit draina met kunnen bijvvonen 1 Het is de eerste maal dat ik een verwijt tôt het iot richt ! » HET VERMINDEREN DER GE-BOORTEN iN FRAMKRIJK. — De vVetenschappelijke Akademie te Parijs heeft zich in hare jongste zitting bezig gehouden met de vermmdering van de geboortecijfers in Frankrijk. Eenige leden hebben erkend, niet zonder achterdocht, dat de toestand van Frankrijk groote ongerustheid moet in-boezemen. De lijsten der verliezen in den oorlog nog niet bekend gemaakt zijnde, zullen er nochtans verschillende geslachten noodig zijn om de verliezen in te halen. Het systema van het getal kinderen tôt twee te beperken laat in het geheel niet toe aan het getal geboorten, dit der overlijdens te overtreffen. De wet, denken ze, zou zwaar de jongmans dienen te treffen en men zou ernstig de talrijke families moeten be-voordeeligen. De Staatsraad Colzau drukt den wensch uit de haat der vreem-delingen niet te zien ophitsen, daar Frankrijk zekerlijk op hunne medewer king zal moeten rekenen om zijn rang in de wereld te houden. BURGERLIJKE GEVANGENEN. — Vrijdag j.l. zijn wederom een groot aantal burgerlijke gevangenen uit Duitschland weergekeerd. Te Heyst-op-den-Berg kwamen er een 50 tal aan. VOOR DE LUXEMBURGERS. -Verschillende Brusselaars, die eigen-dommen in Luxemburg bezitten, hebben treurig nieuws medegebracht over den toestand der bevolking van deze provincie. Zij hebben een komiteit tôt stand ge bracht om steun bijeen te brengen en aan de inwoners der verwoeste dorpen een voorloopige woonstede en werkge-reedschap te kunnen bezorgen. ■ ■ ■' ' ri ■BTICTP'iT^lVglgT''^3 HET SLUITINGSUUR DER KOF-FlfcnUIZhN. — Onze konfrater «Het nandelsblad » meldt heel naïel dat het rijk der plakkers van korten duur geweest is. Hij voegt er ook nog bij dat er koffiehuishouders zijn, die biij waren dat de verkregene toeiating werd inge-trokken.Daar komen geen menschen meer bui-ten, zeggen ze, en met 'nen enkelen plakker... daar kunnen we de kosten van ons licht nog niet mee betalen. Voorwaar ware het beter dat eeiiieder op gelijken voet behandeld werd en dat het sluitingsuur algemeen verlengd werd, doch diegenen, die eene vergun-ning kregen zullen er wel gebruik van gemaakt Uebben, en daarbij niemand is verpliclit later open te houden dan hij wil, naar goeddunken kan men immers zij ne zaak een halve of een gansche dag ot" zelfs voor altijd sluiten. Wat er ook van zij, de verschillende v'ergaderingeu, die reeds gehouden werden door den thans machtigen Bond der Antwerpsclie Nerihgdoenërs, en welke bijgewoond werden door buiten-gewoon veel belanghebbendeu, bewijzen volkomen dat niet enkele « plakkers » de verlengenis van het sluitingsuur vra-gen, maar wel duizenden herbeigiers, nandelaars, groote magazijnen, enz. BIJ ONZE GEINTERNEERDEN. — Na gedurende eenige maanden een groot aantal dagbladen, illustraties, enkele boeken en verschillende gezel-schapsspelen aan de Belgische geïnter-neerden te hebben gezonden, heeft het Belgisch Komiteit in Den Haag uit zijn midden een kommissie gevormd, met het doel, aan Belgische geïnterneerden studiemiddelen te verschaffen. De Belgische mimster van Kunsteu en Wetenschappen, heer Poulet, heeft zijn steun beloofd. BIJ ONZE VLUCHTELINGEN IN HOLLAND. — Te Utrecht vertoeven thans nog ongeveer 1100 Belgische vluchtelingen. DE MEEST BEVOLKTE STRA. TEN ONZER STAD. — In onze stad zijn er 8 straten, die meer dan 2000 inwoners tellen.De meest-bevolkte straat is de Kloosterstraat, zij telt 3045 inwoners. Van de 152 gemeenten onzer provincie zijn er een honderdtal die dit getal inwoners niet bereiken. Die ééue straat alleen telt zooveel inwoners als de zes volgende dorpen tezamen : We-chelderzande, Hevndonck, Massenhove, Viersel, Vlimmeren en Gestel. Dan voigen : de Dambruggeatraat met 2639 inwoners; de Nationalestraat met 2455; de Lange Beeldekensstraat met 2411 ; de Lange Leemstraat met 2332; de Sciioliersstraat met 2189; de Looibroeckstraat met 2144 en de Pro-vinciestraat met 2083. Deze laatste straat is 110g meer be-volkt dan 71 dorpen der provincie Antwerpen.BIJ DE BURGERPOLITIE. — We ontmoetteu eenige burgerpolitie-agenten met hunne nieuwe klak op. Het hoofddeksel heeft, van verre gezien, veel gelijkenis op dit van de boden van het gemeentebestuur. BRIEFWISSELING MET DE GEINTERNEERDEN. — We vernemen dat de briefwisseling met de geïnter-neerde soldaten welke in Holland ver-blijven, vrij van aile port kan gebeuren. 1 hartroerend was het, op die afgeteerde aangezichten plots een glans van vol-doening en innige dankbaarheid te zien verschijnen. Op onzen tocht kwamen we kinder-tjes tegen, vergezeld van hunne moeder, die aan aile soldaten een pak tabak en een gteenen pijp uitreikten. De eene groep had zijne uitreiking nog niet ge-staakt of een andere verscheen wederom, en zoo ging het onophoudelijk voort zoodat ten slotte het schab achter het bed, het nachttafeltje, den stoel nevens het ziekbed totaal overladen waren nie! boterhammen en pistolets met hesp, kaas, gerookt vleesch, enz. ; appelcie-nen, appeleu, sigaren, sigaretten, enz. In een bijzonder kamertje bezochten we de soldaat Dufour, een wegkwij-nend jongmenscli, welke een kogel in de ruggraat kreeg en hierdoor al zijn ruggemerg verliest. Ontroerend was het, die jongeling die, volgens ons gezegd werd, veroor-deeld is, aan te zien, en om hem een ■veinig op te beuren schonken we hem eene goede flesch champagnewijn. Wat verder kregen we een S5 jarige man te zien, die totaal verblind werd door het ontploffen van een shrapnell, aan zijn ziekbed bevond zich zijne wee-nende vrouw en haar broeder, een Duitsch soldaat, want de vrouw was eene Duitsche ! En zoo stuit men van de eene miserie op de andere. Hier ligt een soldaat zonder beenen, daar een met slechts een arm, wat verder een paar met het aan-gezicht op de afschuwrfijkst» wijze ver- brand en zoo meer, steeds erger en erger. Ken bijzondere melding verdiencn ze« ker wel de volksvrouwtjes uit de Ro-chusstraat, die het gespaarde geld voor (t Carnaval » (zonderlinge tegenstelling) besteed hadden aan aaulokkeudc wor-stenbrooden.Een feit dat we bestatigden eu waar we aau houden het te verklareu, is dat de groote meerderlieid der gekwetsteu deel uitmaken van onze dappere, niets-ontziende karabiniersregimenteri en dat de meesten in de beenen geraakt werden. In het hospitaal bevinden zich nog 3 gekwetste Engelsche niariue-soldaten, die het opperbest stellen. Een soldaat zegde 0113 dat er verleden Vrijdag middag nog 21 zijner ge-nezen makkers als krijgsgevangen naar Duitschland overgebracht werden. Tevreden, doch innig aangedaan, waren we over ons bezoek. We hadden de oorlog in al zijn wreedheid kunnen aan-schouwen. We sturen onzen bijzonde-ren dank toe aan allen diegenen, die in de mate van hun vermogen aan onze gewonde landverdedigers terugdenken en drukken den innigen wensch uit dat van Zondag tôt Zoudag, meer en meer volk, er zal aan houden iet3 aan onze soldaten aan te bieden. Nogmaals gaan onze welgemeendo dankbetuiging aan de Releveurs der Gasmaatschappij, voor hun edelmoedtg streven.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel Het Vlaamsche nieuws gehört zu der Kategorie Gecensureerde pers, veröffentlicht in Antwerpen von 1915 bis 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume