De klok uit België = La cloche de Belgique

1044 0
close

Why do you want to report this item?

Remarks

Send
s.n. 1917, 15 April. De klok uit België = La cloche de Belgique. Seen on 15 May 2021, on https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/en/pid/ft8df6m52d/
Show text

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

De Klok uit België Redactie Kapoenstraat 14 Administratie Kapoenstraat 16 l MAASTRICHT — Teleph. 614. MIJN NAAM IS ROELAND ALS IK KLEP, IS T STORM ALS IK LUID, IS T ZEGE PRIJS PER NUffiMER: 5 Cent. ABONNEMENT : Voor Holland . . . . Fl. 1.00 per Kwartaal Voor Buitenland . . . Fl. 1.25 „ „ j Een Weldaad / en een Zegening. „Zij (de ontvoeringen) zijn een weldaad voor de werklieden en een zegening voor het land." Freiherr von Bissing (Norddeutsche Allgem. Zeitung, 14 Nov. 1916.) We zullen den vrijheer even over onze tafel laten verschijnen. Zoovele brave menschen zijn, met den dood in 't hart, voor hem of zijn kHechten komen staan om een wederrechtelijk vonnis te hooren uitspreken. Want van rechterlijke uitspraak werd zelfs de schijn niet in acht genomen. Er was een beschuldiging, een verden-king alleen misschien. De veroordee-ling volgde. Wij willen billijk zijn. Wij willen den verdachte aile gelegenheid geven om zijn verdediging uit te brengen. D'r wordt aan mijn deur gebeld. „Toe, Jan, laat hem gauw binnen. Haast u, luie knecht! Vandaag geven we den vrijheer zijn bekomste. Que la justice passe!" Ik hoor sporen rinkelen op den trap. Een vaste, zware tred een gelaarsden Ikrijger. Een klare klop op mijn deur. „Kom binnen generaal, kom binnen! En wees kalm!" „Ja, generaal, ailes verandert in de wereld. Er was een tijd toen gij in uw diepste hart zegdet: ik zwaai mijn schepter over zeven millioen men schen. Millioenen harten beven, alleen bij de gedachte aan mijn naam. — Hoe anders is nu ailes geworden. Gij staat in mijn schamele vluchtelingen-kamer als een beschuldigde. Gij zijt verdacht van allerlei misdaden. En in deze zitting zullen we één bepaalde misdaad verhandelen: de ontvoering van duizenden Belgen." De vrijheer kijkt me minachtend aan. Een grijns om zijn lippen. De hand aan 't gevest van zijn sabel. „Jan, ontlast den verdachte van zijn sabel!" — „Ge moet weten generaal, de tijden van geweld en bloed zijn voorbij. Het uur der rekenschap is gekomen. Welaan wat hebt gij in te brengen tegen de beschuldiging die tegen u is aangevoerd? Het is immers in heel de wereld bekend dat gij tal-looze Belgen, zonder de minste reden, hebt gestraît met de op één na aller-zwaartste straf: de deportatie; dat gij de hoofdman zijt van een slaven-handelaarsbende. — Spreek. Het ge-recht luistert." De vrijheer is op 't eind van zijn toestand bewust geworden. Hij ziet de Haagsche reglementen op mijn les-senaar, den strop die van het gewelf aeerbengelt boven zijn kop. En, nederig geworden, bepleit hij zijn zaak — in 't Duitsch. Niemand mag verhoord worden of gevonnist in een hem onbekende taal. En de generaal kent geen Vlaamsch. Hij oreert: (trouwe vertaling) Hooggeachte Vergadering, „De Engelsche blokkade had België economisch gewurgd en een half millioen Belgen veroordeeld om van de openbare weldadigheid te leven. Aile v middelen werden beproefd om de \ aangroeiende werkeloosheid te beper-ken, maar 't was ailes zonder vrucht V KM wegens het gebrek aan grondstoffen. Ik had de openbare werken moeten stilleggen omdat zij de begrooting der • gemeenten bezwaarden met impro-duktieve uitgaven. De ontvoering van J- de Belgische werklieden naar Duitsch-land, waar overvloedig en wel-be-e loond werk was, en betere voedings-j gelegenheid dan in België, was on-vermijdelijk geworden. Het was geen r wreedheid, noch voor het land, noch e voor het volk. Het was in den grond d een weldaad voor de werklieden en n een zegening voor het land. Op het k Duitsch bestuur woog de dringende it verplichting de luiheid tegen te gaan s der Belgische werkloozen die bedor-r ven waren door het kortzichtig - systeem der rechtstreeksche onder- - steuning: de werkeloosheid is immers een sociale kanker. Overigens, de de- ti portatie naar Duitschland geschiedt n op de menschelijkste wijze. De ont-voerde werklieden zijn gewillig ver-1. trokken, 'verheugd omdat zij hun ar-i. beidskrachten die aan 't roesten n waren, weerom in beweging konden e brengen. Eenige waren reeds vrijwil-lig komen werken naar Duitschland. ). Maar de propaganda van onze vijan-n den, gesteund op valsche vaderlands-lievende bedenkingen, had de uitwij-! king stop gezet. Wij waren verplicht hen die aarzelden, voor hun eigen 3 geluk te dwingen." (x) / De generaal veegt zweetdroppelen î uit de rimpels van zijn voorhoofd. Ziet me aan met een air van : daar î staat ge nu, hé! Maar er komt toch - een schaduw strijken voor zijn oogen. j Moeder Justitia blijft altijd een im- - poneerende gestalte t „Zet u, generaal, zet u. Op dat î bankske daar. We zullen uw papieren ï onderzoeken." Ik schuif mijn mutsken ; wat achteruit op mijn schedel, laat mijn rug aaanleunen op de opperste 1 richel van mijn zetel, haal mijn bril-; glazen uit hun zwart doosje te voor-schijn, bevinger groote portfolio's. î Een huivering vaart door al mijn , leden. Recht spreken is een gewichtig i iets. ; „Generaal, één gulden woord hebt : gi] gesproken. Dat de werkloosheid ; een sociale kanker is zal geen Plato ; u verbeteren. Maar de Belgen waren immer een arbeidzaam en nijverig , volk. Hadden uw legers hen niet onder den voet geloopen in 1914, hun machines zouden nog snorren en ronken. hun schouwen zouden nog rooken en voor ieder paar handen zou er menschwaardige arbeid zijn." De generaal onderbreekt: „Wir wollten nur durchmarschieren." „Uw land had plechtig beloofd daar : nooit durchmarschieren. Maar kom, ik wil u dat ailes toegeven : „En, door-bladerend de Neue Wiener Zeitung (artikel van Dr. A. Krasny, 2 Febr. 1916) en de boeken van de Kriegs-rohstoffabteilung in Kriegsministe-rium, en het Gesetz- und Verord-nungsblatt van Brussel: „Welhoe, generaal, gij hebt uit België ailes weg-geroofd: ijzer, koper, staal, leder, wol, linnen, katoen, jute, rubber, vel-len — ja tôt kattenvellen toe, — lint, 0) Antwoord van Freih. van Bissing aan den B'erlijnschen correspondent van de Neiv York Times, overgenomen in de Norddeutsche Allgemeirie Zeitung, 14 Nov. 1916. kant, smout, petroleum, benzine, paarden, auto's, ailes, ailes en gij durft spreken van werkloosheid ! Kun-nen de wevers weven met haren van hun snor, de glasblazers glas maken van hun teennagels? De generaal: „Maar de Engelsche blokkade.... „Zeg dat tegen de Engelschen! Waarom hebt gij dit arme land leeg-geplunderd, afgeknaagd zooals apn hond het been afvreet? Waarom allés naar Duitschland voeren? Het was 't uwe niet. Wat van u is inoogt ge vrij rond de wereld voeren. Maar ge moet de handen afhouden van ander-mans goed." Ik citeer de Haagsche conferentie. „En wat te zeggen generaal, over die gij, naar gij beweert, hebt moeten stilleggen omdat zij de begrooting van de Gemeenten bezwaarden met im-produktieve lasten. De bevolking leef-de ervan. Die lasten waren improduk-tief voor Duitschland, zij waren pro-duktief voor de schapraai van den uerkman. Ik zal u eens wat zeggen. Als gij zoo bezorgd waart voor de financiën van de gemeenten en van het land, waarom hebt gij boeten op-gelegd die voor de gemeenten ver boven de 100 millioen frank, en voor de provinciën eerst 40 millioen in de maand (sedert Decembçr 1914), en later 50 miilioen in de maand (sedert november 1916) bedroegen? Waarom hebt gij al de waarden van de Nationale Bank en van de Société Générale — allebei private vennoot-schappen — naar Berlijn laten over-. voeren? Ei, generaal, de woorden in uw mond waren zoet, maar de daden waren bitter. ,„Zeg me ook niet dat de werklieden gewillig vertrokken zijn. Her-lees het manifest van de Belgische werklieden. „Geweld", zeggen zij „kan onze lijven knechten, maar onze zielen buigen, nooit!" „Ten slotte, generaal, het gezag dat gij vertegenwoordigt had zijn woord van eer gegeven en verzekerd dat de Belgen niet zouden gedeporteerd worden." Ik haal uit mijn papieren de ver-klaringen van Von Huehne en van Maarschalk von der Goltz. „Lees even generaal." Maar de vrijheer wist van buiten wat daarin stond. Hij bukte deemoedig zijn kop en klopte op zijn borst. Vol majesteit tonen door mijn ka~ mer de plechtige woorden: „Uw schuld, vrijheer, is zwaar. Maar de Vlamingen zijn brave menschen. Ik spreek daarom onder voorbehoud van hetgeen mijn Waalsche collega zal beslissen. ik vertrouw echter dat ik hem zal overhalen tôt barmhartigheid. We zullen dus genadig zijn. Voor u geen guillotine, geen galg, geen deportatie. Maar we eischen dat gij ailes wat restitueerbaar is teruggeeft. Ge zult dan in een groote mand ailes bijeengaren wat gij uit België hebt laten wegvoeren: staal, koper, leder, ijzer, wol, enz. enz. en aan de recht-matige eigenaars terugbezorgen. Het gerecht vordert dat gij de mand op uw kop draagt en de reis van Duitschland naar België en terug — zelfs al moest gij die reis billioenen malen doen — steeds te voet aflegt. In onze :, hooge goedgustigheid staan we u zelfs ij één per mille van die schatten af. - Voor uw moeite. Gij kunt gaan." n — „Jan, haal onze groote mand i voor dezen man!" — Jan bracht de mand aan, plaatste s die op den pinhelm. De vrijheer maakte zich uit de voeten. ! En als ik den generaal zag gaan, - potsierlijk genoeg, — met zôô'n mand î op den kop! — langs den weg naar s Vugt, had ik bijna spijt en 'k zuchte: s Toch een Danaïdenstraf Maar 'k 3 dacht erbij : Krieg ist krieg, en Recht 3 is Recht. Al. JANSSENS. Ook eene gedachte aver België , na den ooriog. i Zal België weer worden wat het 1 vroeger was ? Die vraag welt dikwijls in ons op, - ligt op aller lippen, en wacht dan ook dikwijls op een antwoord dat niet komt. En dan gaan wij aan 't prakke-zeeren, en wij halen ons ailes in 't hoofd, om ons zelven wijs te maken dat 't niet meer zoo goed zal gaan als vroeger, dat handel en nijverheid zullen kwijnen, dat de iandbouw zal vervallen en dat er als gevolg daar-van geen werk zal zijn voor de bevolking van ons vroeger zoo bloeiend en thans zoo diep geteisterd land ! Het is nu. eenmaal zoo met het menschenhart gesteld ; het is bijna als vond het een genot in vooruitzien van komend leed, als was er meer moed noodig om een blijde en gelukkige toekomst te gemoet te zien, en zoo komen wij er toe, de armen moede en hopeloos langs ons lichaam te laten hangen. Sursum corda ! Harten opgeheven ! laat ons ailes niet zoo zwart inzien, 't zal ailes wel veel beter gaan dan we denken ! Kom, willen we 't samen eens wat nader bes'chouwen ? Gaan we eerst het verleden eens na. België, een land waar neerstige en verstandige stammen woonden, lag van in de eerste tijden van onze jaartelling op de wegen die de groote legers volgden ; langs België gingen de Romeinen, de Germanen en de Bataven overmeesteren, en van bij ons ook gingen ze uit om Bri-tannie te veroveren. Later kwamen de Vandalen, de Fran-ken, de Hunnen door onze streken om stuk voor stuk den Belgischen en ook den Franschen bodem aan de Romeinsche overheersching te ont-wringen. Natuurlijk ging dat telkens gepaard met eene verwoesting die aile voorgaanden overtrof en die op hare beurtzou moeten onderdoen voor de ellende van een volgende inval, Met de overweldiging der Noorman-nen die de stilaan weer opbloeiende belgische streken tôt in den grond vernielden, rees de verschrikking van België in de geschiedenis ten top. Wanneer wij de middeleeuwsche geschiedschrijvers lezen, moeten we op voorhand goed het deel der over-drijving afnemen ; doch er blijf er nog genoeg over, om ons te doen inzien dat de verwoesting, door hunne woeste bende aangericht, niet voor die, door onze huidige vijanden aan-gelegd, moet onderdoen. ! ' WEEKBLAD VAN „LE COURRIER DE LA MEUSE" ' Zondag, 15 April 1917. 2e BLAD. lste Jaargang No. 3

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
This item is a publication of the title De klok uit België = La cloche de Belgique belonging to the category Katholieke pers, published in Maastricht from 1917 to 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Add to collection

Location

Periods