De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

1501 0
close

Why do you want to report this item?

Remarks

Send
s.n. 1915, 22 April. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Seen on 08 December 2019, on https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/en/pid/1j9765bd42/
Show text

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Fers te Jaargang w°. s Donaerdag 253 April 1915 5 Cents DE VLMMSCHE STEM iVLGEJVIBEN BELGISCH DAGBLÂD [en volk zal niet vergaan! Eendracht maakt macht l REDACTIEBUREEL s PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. - TELEFOON Ho. 9922 Noord. Os viaamsche Stem verschijnt ie Amsterdam elken dag des morgens (ier bladzijden. AbonriPmentsprys by vooruitbetaling : _ Voor Holland en België p?r jaar / 12.50 — per kwartaal / 3.50 — per maand / 1.25, Vocr Kngeland en Frankrû'k Frs. 27.50 per jaar — Frs. 7,50 per kwartaal — Frs. 2.75 per maand. Hootdopstellen : Mr. ALBERIK DESWARTE Opstelraatl : GYRIEL BUYSSE — RENE DE CLERCQ — ANDRE DE RSDDER Voor ABONNEMENTÈN wende men zich tôt de Administratie van het blad : PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. Voor AANKONDIGINGEN wende men zich tôt de Admïnistratia van de VLAAMSCHE STEM, Paleisstraat 31, Amsterdam. A DVEETENTIES i 20 Cents per regel. KORTE INHOUD. leB1 ad zij de: Van één Stani. — Cor Kaslander% k'nte. — Tony de Biclder, pleine Kroniek. Van Hier en Daar. — Manja. Xeekening : De Vluclit, door Alfred Ost.: 2e B1 a d z ij d e : Brieven van liet front. Brieven uit Antwerpen. — A. van ffaefc. PeOnbezonnen Rechter. (Slot.) — L. Baekel-,nonî.3e Bladzijde: Dè Europeesche Oorlog. Uit de Kampen. Voor de nitgewekenen. 4e B1 a d z ij d e: De Dood van Yperen II. Oorlogsbibliograpliie. — Mr. Frans Witte-mus. Van eén Staml Yooral in den laatsten tijd5 tra-d in Europa het streven naar voren, de volken van éénen stam onder één gemeenschappe-lijke regeering te brengen. Dit streven tracht men te verwezenlijken door 't op-richten van vereenigingen etc. Uit den aard der zaak vloeit voort, dat die vereenigingen grooten invloed op politiek gebied traçhten te verkrijgen. Men ondersoheidt in Europa 4 groote groepen, die men gewoonlijk aanduidt on-der de namen : Panslavisme, Pangermanisme,' Panliellenisme en Pan-Islamitisme. I. Beschouwen we eerst het Panslavisme. De oorsprong van het Panslavisme, dat aile Slavische stammen (Ruesen, Polen, Boliemers, Moraviërs, Kroaten, Slavoniërs, Serviërs, Bosniërs, Dalmatiërs, Montene-grijnen, Bulgaren, de Wenden, Sorben en XascHubeii in noordelijk en weètelijk Duitschland en de Slowaken in Hongarije) wil vereenigen tôt één geheel, is te vinden in de staatkundige en godsdienstige ver-deeldheid der stammen en niet in het fflinst door onderdrukking. Daardoor ontwaakte het met kraoht. Esn der grcotste voorstanders was de Slowak Johann Kolla. Hij werkte vooral onder de Czechèn in Oostenrijk en hier vond het grooten bijval. Het leidde tôt een enorme manifestatie op het Slaven-congres te Praag in 1848. Daarna werden vooral de panslavistische denkbeelden in Oostenrijk aangekweekt. Ook heden (voor Augustns 1914) was de strooming groot en steeds uit-gebreider werd de kring der Czechen, die zich van het Duitsche element in Oostenrijk afscheidde. Zslfs in Weenen was de panslavistische beweging vrij invloedrijk. In Rusland werkte Akrakow. Rusland *as toenmaals de eenige zuivere Slaven-ftaat, die zelfstandig was. 't Behoeft zeker *emig betoog, dat vooral hier het Pansla-ri5me opgang maakte. Rusland werd de wschermôr der SI aven en als zoodanig hul-d^den de Slavische stammen het bij de «thnografische tentoonstelling ; in 1867 te Moscou. Alleen de Polen hiélden zioh af-zijdig.^oortdurend trad nu in Rusland het panslavisme meer na r voren. Toen in 1867 Slaven in Oostenrijk-Hongarije staat-kundig op den achtergrond werden gescho-'en,MchUn de Oostenrijksche Slaven, in-ïonderheid de Czechen, gedurig meer steun *ij Rusland. Dit openbaarde zich ook in de Oostersche westie. Rusland trad toen niet alleen op Js beschermer der Ohristenen, maar als oofd der Slaven tevens. Nog duidelijker sprak het geval in 1908. * et moeite is toen om Bosnie den oorlog Oostenrijk voorkomen. Maar nog meer -'j'it de macht van het Panslavisme, na-l P°st-eiirijk zijn ultimatum aan Servie gszonden heeft. Servië vroeg den ,;Keizer ^ Rusland, Keizer aller Slaven", steun ^ea ^°stenrijks onrechtmatige eischen en usland zou zich geen tweede vemedering Lin laten welgevallen. et mobiliseerde nadat Oostenrijk ge-jj-, lllS€erd was, uitsluitend tegen Oosten-',',en ^ het volste recht. D'uitschland * " l'Q zich toen bedreigd en verklaarde R,^nd den oorlog. heeft groote beteekenis. lcoD;a"*asc^. ^eoem°nie in Europa is voor-«In^t te vreezen. Daarenboven nistK ^os^ersche volken zich on- een -Sûe^ en w^e wee^ of er nie^ 66118 oir raC l? Slavisch rijk noodig zal zijn ÎJoL eVenf Byzantijnsche Rijk de * hammedanen stuitte, als buffer te die- g6n PPdxingende Oosterlingen. ^n-Islamitisme. en v.6rsc^^ niet het panslavisme «sme vormt het Pan-Islami- nnP^en difc in ^ algemeen kun-MobaTnm 1° streven van de orthodox-In anen staatkundige eenheid. «3 mefc P-». en p.g. ligt aan het israe ©en® godsdienstige gedach- te ten grondslag. Daardoor , ondersoheidt het zich aanmerkelijk van bovengenoemde, want de grondslag van deze berust op ethnografie. D© Pan-Islamitische beweging wil aile Muz>elmannen, onverschillig van welke landaard zij zijn of welke taal zij ook spre-Ken, vereenigd zien tôt één staat onder één vorst, met groote macht, ,,imam" genaamd. III. Panhellenisme. Ook de Grieken willen zich versenigen tôt één grooten staat. De beweging heeft voor Griekenland zelve groote beteekenis, want de politiek van Griekenland is op deze gedachten gebouwd. (Kreta ! en het streven van Griekenland cm de eilanden in de Aegeische Zee !). Daar Griekenland op 't Europeesche staatstooneel eohter weinig invloed heeft is clsze bewegihg voor ons van ondergesohikt belang. IV. Pangermanisme. Dit is van Duitschen oorsprong en.om-vat de gemeenschappelijke belangen van aile Germaansche landen. Het is de tegen-hang^r van het panslavisme. Yooral in D'uitschland vindt deze beweging veel aan-hangers, eigenlijk gezeg, alléén maar in Duitschland, dat gaarne dan de leiding cp zich zou willen nemen. "VVij Nederlanders, hoewel ook Germanen. wijzen het pangennanisme af. Welk prac-tiscli nut, welke beteekenis hsbben de po-gingen om aile Germaansche volken aaneen te sluiten? Yoor de Slaven kan het belangrijk zijn zich te vereenigen, best mogelijk, maar voor ons niet. Wij zoeken éénheid in ons z?lven. ,,Germaan" is een \voord van eeuwén gele-den, maar sedert eeuwen is Nederland van Duitschland gescheiden. Sedert eeuwen be-staat er een zelfstandig Nederland met geheel andere belangen dan Duitschland, met een eigen nationaliteit6gevoel. Een Nederland, wiens zonen Germanen zijn, doch een geïsoleerde stam vormen ! Dus geen pangermanisme.Als Vlaanderen stijdt voor zijn Vlaamsch is dat geen pangermanisme. Vlaamsch is een tak van het Nederlandscli, maar het Nederlandsch is g e e n tak van het Duitsch. Aldus besohcuwen we onze taal absoluut niet en dus is het strijden voor de Vlaam-scihe taal geen pangermanisme. Do con-clusie is zuiver ! De Duitsche taal spreekt men in Duitschland en in d9 Duitsch sprekende gedeelten van Zwitserland en Oostem'ijk. Wij geven aan het woord ,,Duitsch" beslist geen ruimere beteekenis. De verwantschap tus-schen het Nederlandsch en het Duitsch wordt voldoende nitgedrukt door den naam Germaansch. De splitsing van Duitsch en Nederlandsch berust op een eeuwenlange politieke scheiding. Iii Duitschland betoogde een invloedrijk lid van het ,,Alldeutscher Yerbaad", dat geheel het pangermanisme belicliaamd, dat zelfs Scandinavisch en Engelsch, Duitsche talen zijn ! Prosit ! Wij verschillen van meening! Als eenheid voor deze talen geven we alleen 't wcord ,,Germaansch'' recht van bestaan. Duidelijk is, meenen wij, aangetoond, dat wegens de practisch geringe beteekenis van de pogingen om aile Germaansche volken aaneen te sluiten, de uitdrukking pangermanisme dus zuiver Duitsch is, maar ook alleen beperkt wordt tôt de Duitschers zelve n. COR KASLANDER. Lente. Lied van Herrljzenis. à la Lumière qui s'éveille...» Emile P o 1 a k. Lente gaat stilaan bloeien Ook in het Viaamsche land.... De bloemen.... aarzlend.... groeien Gaan, in 't droevo Doodenland. Weiflend.... de. vogels.... zingen Van 't stille Sma-rtenland, Waar kinderkens eens gingen Blij door het "VTije land. Heil zal uit lijden groeien Voor 't moe-gemarteld land.... Nu Lente weer gaat bloeien Ook in schoon Vlaandrenland. Van twee zaaiers. Ik zag in d'avond een zaaier gaan Over de akkers, — af on aan. Met gulle handen 6trooiend het zaad, Dat eens zal bloeien tôt bloemedaad. 'k Heb over de Landen, — af en aan Den Grooten, Stillen Zaaier zien gaan...., Zaaiend met moe gebaar het Zaad, Dat eens zal rijpen tôt holdendaad. In vroom verwacliten nù stil bewaard Tôt later herbloeien, in Viaamsche aard'. "Want éénmaal zal zwellen tôt schoone bloem Het Zaad der Dooden — Vlaandren's roem. Oofterbeal*« TONY DE RIDDER, Kleine Kroniek. Altijd Duitsche waarheid. Onze lozers weten dat een reeks Belgiselie pastoors door de Duitschers beticht waren van allerhande gewelddaden, rechtstrecks of on-rechtstreeks, tegen liet Duitsche leger ge-p'oegd. De 'weerlegging van omtrent aile fei-ten hebben wij reeds gegeven. Bleef alleen nog eene aantijging tegen den Pastor van Hol-lange, in dezen zin : ,,Dcn 15 oogsb 1914", ,jzegt de memorie van het duitsch oorlogsmi-,,nisterie, heeft de pastor van Hollange zijn ,,beklag gïîdaan bij generaal-majoor Kuhne ,,dat tôt zijn spijt het hem niet mogelijk "was ,,vele slechte elemonten van zijne gemeente ,,ervan af te liouden van uit de boomen op do ,,Duitechers te schieten." Hier volgt tde loochenstraffing door het bis-dom van Namen officieel verkondigd : ,,Om hunne bevestingen te staven, beroepen de Duitschers zich op het vo'lgende feit : de pastoor van Hollange zou, op 15 Augustus 1914, aan generaal-majoor Kuhne zich be-klaagd hebben dat hij er niet in geslaagd was te beletten dat sommige zijner parochianen boven uit de boomen op de Duitschers schoten. ,,Dat echter ger.eraal Kuhne zich zelf eens ondervrage on dan zal hij moeten loekennen dat hij op 15 Augustus 1914, niet te Hollange verbleef. Dien dag was er geen enkel Duitsch soldaat te Hollange. ,,Later is generaal Kuhne te Hollange ge-weest; toen b?eft hij een kort gesprek gehad met den pastoor doch van bovenvermeid bo-klag is met geen woord gesproken. Op de •meest firmeele wijze heeft de pastoor hoogver-melde beschuldiging geloger.straft. De pastoor heeft ook den wensch uitgedrukt met generaal Kuhno geconfronteerd te worden. ,.Do waarheid is dat de Duitsche troepen te Hollange zeer goed werden ontvangen ; de be-volking bleef rustig en niet het minste onge-val heeft zich voorgedaan. ,,Geen enkel wapen overigens was nog bij de burgers aanwezig. Allen waren op het ge-meentehuis ingeleverd, overeenkomstig de voor-schriften van het Belgiscli Gouvernement. ,,Een auder bewijs dat te Hollange niets is voorgevallen : dit dorp is een der weinige plaatsen dier streek waar geen enkel huis ver-brand, en waar geen enkele burger gefusil-leerd werd. ..Het feit van Hollange is dus valsch, in zijn geheel en in zijne bijzonderheden. Zoodat men kan oordeelen over de waarheid der daar-uit afgeleide gevolgtr^kl<ingen." En ook die Dnitseuo wa3vheid wordt dus weer niet geheel waar beyonden. Wat een Italiaansch kunstenaar over do Duitschers dacht. Over de Duitschers en den toenmaals regee-renden koning van Pruisen schreef in 1870 de Italiaansche componist Joseph Verdi het volgende : ,,De Duitschers zijn misschien mannen van den geest, doch zij zijn zonder liart. 't Is een sterk ras, doch zonder beschaving. Wat denkt ge van dien koning, die gedu-rig van Gocl spreekt en met de hulp der Voorzienigheid het beste gedeelte van Europa wenscht te vernietigen? Ook aoht hij zich ge-roepen om de ondeugd uit te roeien en de zeden van onzen tijd te verbeteren. Zonderlinge zendeling, voorwaar. Een andere zendeling_ der zelfde^ soort, Attila, eer-biedigde ten minste de majesteit van de voort-brengselen der oudheid. Deze. integendeel, drukto reeds den wensch uit Parijs te bom-bardeerea,'4 îrSJjtti - Kinderdichten. Achterstaande versjes teekende een onzer lezers op uit den mond van een 9-jarig vluchte-lingetje uit Lier, onlangs naar Holland over-gebracht door de ijverige commissie te Leiden. Naaôt de versjes in onze nos. 15 on 43, waar-van de achterstaande gedeeltelijk varianten njn, is het. misschien voor lien die zich vcov liet kinderdicht interesseeren, de moeite waard ook dèze in ,,De Viaamsche Stem" af te druk-ken.I. De Dutse Keizer Hij is niet wijzer, Hij kan met z'n grootste stukken Niet over den IJzer. II. Ik heb een kerreke laten maken, Daar zet ik de Keizer m, Met een stukske speculatie En een zeeverlap onder z'n kin. III. Wij gaan ons Vaderland verlaten 1 En wij trekken naar den Dutsen grens. Daar gaan we dan den Keizer halen En steken hem van voor op onzen bajonet. Leve de Russen, Die de meskes kussen; Leve de Franschen, Die den tango dansen; Leve de Engelschman, Die den oorlog niet winnen kan. Dat men in deze verzen nu maar geene ma-jesteitsschennis ziet! No ghet Berliner Tageblatt. In het ,,Berliner Tageblatt" komt een brief voor van den Haagschen correspondent van dit blad. Laatstgenoemde heeft het over de ,,Stimmung in die niederlanden" en vertelt o. m. dat na den val van Antwerpen honderd-duizenden Via m ingen naar Holland vluchtteii ,,In Oostenrijk", zegt hij dan verder, ,,be-taalde de staat aan de Galicische vluchtelingen 70 heller per dag, terwijl de Belgiselie vluchtelingen hier te lande 1 gulden 10 cents dagelijks ontvingen. Also: driemaal zooveel..." Een gulden tien cents per dag ; dat zij dio dit gekregen hebben den vinger ops'tekeu.... Ditzelfde artikel bevat nog meer andere leu-gens, doch vermeld foitje toont reeds hoe juist, hoc waarachtig, hoe. .jW-issenschaftlich" de Duitschers door liun bladen ingelicht worden.Nog Domela Nijegaard. l?t> heer Domela Nienwenhuis Xyegaard schrijft in ,,Do Tijdspiegel" dat de Belgische dagbladen gedurende de eerste maanden van den oorlog allerîm gruwelverhalen uitvonden. Indien lioogergenoemde de verslagen der Belgische onderzoekingscommissie heeft g»>le-zen, zal hij toch wel moeten bekennen dat de daarin besclireven wroedheden de door do kran-ten vermelde verhalen zeker overtreffen. Of zou misschien de heer D. N. Nyfcgaard de wajaraclitigheid betwisten van de 12 verslagen der Onderzoekingscommissie, ondertee-kend door bebsnde personaliteiten, waartus-schen twee staatsministers wier eerbaarlieid hoog boven de verdenking van den Gentschen dominee verhieven is? Om niet in het theoretische te blijven, da-gen wij den heer Nyegaard uit een groot dag-blad te noemen, waarin hij doze of gene be-paalde uitrovonden gruwelvcrtelling zou ge-vonden hebben, De dood der klokken. 1 c In Vlaanderen zwijgen de klokken. Zij wach- 1 ten in hun ou do torens; zij wachten tôt. het t icht lion zal wakker kussen en de zegevierende x egers lien zullen luiden met machtig gebaar ( /an een die uit den grave stijgt en ter hemelen , ;aart.... In Oostenrijk zwijgen de klokken. Lang heb- ( jen zij getreurd ; en zoo droef was hun zingen, ils één ten avond soms heur droom vergat en î,an 't spréken ging met w-eemoedvolle tonen. ; Zij sclireiden over het land en droegen het ten ( loode, gelaten en berastend, wijl de straffe > sioh voltrok in Gods gerechtigheid. 1 Hun groote zielen van liefde en erbarmen ] veenden. Stil was het dan in den ronde, stil n 't harte der menschen. die zich wisten be- ^ vust van kwaad en wreede zonde. En het reine , *eloof, dat uit hun monden sprak, ivoog zwaar ?n drukkend op het schlildige ge weten.... De priester liad gehoond zijn God, on riep • 5ijn hulpe in tôt moord der broeders. God was le kerke uitgegaan; in verborgen nis weende lezus zijn laatste, moeë traan. Maar. in de klokken sprak de stem, in de klokken klonk het iroeve ver wij b met klagend vragen. Toen zijn zij ter vergadering gekomen. Lang m pijnlijk hebben ze getwist en niemand wist de verlossing van de reine stemmen, waarin de liemel zilverde en 't goud der zonne blonlc. Tôt îen opstond en het zegde, met sidderende îtemme en aarzelend schromen. Des anderen daags hebben zij de klokken uit :1e torens gehaald on ze omsmolten tôt kanon... ; Lang genoeg hebben zij Gods lof gezongen en de armen van geest tôt gebecl geroepen. Nu ( zullen zij zaaien den dood met daverende ge-luiden van ontketende woede.... En altijd gaat de stille Kristus den langen weg ter smarte en geen menschenschouder die torst zijn kr-uis, geen menschenhand die wischt het zweet van het arme, lijdensmoeë gelaat.... i In Vlaanderen wachten de klokken, in Vlaan- , deren zullen zij luiden de opstanding en heb rijk van gerechtigheid.... De Duitsche adeiaar wijkt. In een onzer laatste nummers las nxn dat, volgens een verklaring der Duitsche regeering, deze laatste bereid is, schadev»2rgoeding te be-talen zoodra bewezen is dat de ,,Katwijk" door een Duitschen onderzeeër in den grond werd g»:boord. Veronderetel dat een Xederlandsch stoom-schip in de eerste maanden van den oorlog tôt zinken werd gebracht. Xooit zou toen de Duitsche kolos zicli g»3waardigd hebben zijn gepant-serdo vuist ook maar een duim breed in te trekken. Indien de Duitschers ietwat toegeven, dan is dit geen bewijs van grootmoedigheid, doch van zwakte. In 't begin van den oorlog hebben zij dit honderd malen beweren. Vooral tegen de weer-looze bevolking der kleine dorpen zagen wij de Duitecliers, welke voor medelijden onvatbaar schcnen, onmeedoogend en harteloos optreden. En nu sprnken zij reeds van schadevergoe-ding en van leedwezen. Dit ailes bewijst dat de toestanden gansch veranderd zijn. De lioogmoedige waanzin van vroeger is giïweken. De Duitsche kolos waggelt. En wij wenschen dat hij zoo spoedig mogelijk nederstorte...» Van Hier en Daar. II. 's Morgens tusschen zeven en acht. Een zwaar gedreun, een dof, somber ge-lid, dat onheilspellend nadert. Zou de zee door de duinen zijn gebro-en?...In het gedreun ondersch^idt men nu ook et ratelen van z\vare wielen... Zou ons dorp belegerd worden?... I9 het 't zware geschut, dat nacjjbrt?... Even houdt het gedreun en geratol op — c houd mijn adem in... Plots wordt de ngstige stilte verscheurd door een enorme îelodie van het straatorgel, een melodie, ie bestemd is voor een luchtig tziganen-rkestje en nu uitgebazuind wordt door een >g orgel. De sierlijke melodie is, o ramp, nog opge-mukt met allerhande variaties, de gesecon-eerd worden door de bas, welke onvermoeid oem-pa-pa" speelt in een en dezelfde toon->ort,- echter een andere dan van het wijsje 11 de variaties. Doch als gij meent, dat it de eenige eigenschap van het orcrel was, ergist gij u. Het orgel is van buiten ver-ierd met ridders en edelvFouwen. De muzi-ale familie bespeelt verschillende instru-lenten. De een slaat panken, een tweede en triangel, een derde blaast finit. Deze istrumenten zijn ook wêer anders gestemd an de bas en de diskant. Op sommige rillekeurige oogenblikken maakt de familie îuziek. Hierbij draait met een schok de ;ravin liaar hoog-blond hoofd naar den raaf aan liaar rechterkant, alsof zij zeggen ,ril : ,,Ai, gij speelt valsch," de ridder van aar rechterzijde wendt zijn hoofd naar liaar p hetzelfde oogenblik, dat liaar andere avalier met schichtig gebaar ook naar de ravin kijkt. Dan wenden beiden plots de loofden wêer af, alsof zij zich van jaloersch-ieid verbijten, staren eenige tellen niets [oend voor zich uit om dan opeens weer te rommelen en te fluiten. Soms speelt het orgel een melodie (welk en paradox!) zonder maat en zonder wij s. >eze muziek voert mij dan terug naar de Jalle Gaveau te Parijs, waar men zich ook releens aan dergelijke muziek verkwikken :an. Alleen met dit verschil, dat men dan, ndien men geen vrijkaartje heeft, zeer veel ;eld voor een plaats moet betalen, en wan-Leer men den componist spreekt, moet zeggen : dat men nog meer van zijn werk ge-lieten zal, als men het meer gelioord heeft, [at het ietwat vreemd is, zooals trouwens lie groote ommekeeren, maar dat men ge-Loten heeft van de fijne gevoelswijze van len ,,cher maître." Hier krijgt men dergelijke muziek bijna gratis, en als het dienstmeisje komt om ,,de ent voor den orgelman," dan zeg je: ,Keetje, geef hem vijf centen, maar verzoek îem dan weg te gaan of te komen als ik liet thuis ben." Maar soms gebeurt het, dat het orgel, >eter gestemd, een wals speelt, die men her-:ent. Eens speelde het zoowaar dezelfde vijze als die men cp den laatsten ,,Quatorze fuillet," op aile hoeken der Parijsclie stra-en speelde. Is er iets wat meer herinne-■ingen wakker schudt dan muziek? Mijn gedachten vlogen dan ook naar de îeerlijke stad... en het orgel deed zijn best:' le bas bromde ingefcogen en de .nuzikale amilie speelde gematigd, zij was misschien ^ermoeid :... Sur le bord de la Riviera On y danse ou y danse et y... ;oen niets meer. Wat men er nog meer leed dan dansen, vernam men niet. De issistent van den orgelman had bij aile luizen zijn honorarium opo-ehaald, en nu Ireunde het orgel weg om eenige meters ;erder te beginnen met den onafgemaakten nuzikalen zin. Ook mijn droomerijen waren plots afge-n-oken. Keetje, gewapend met ettelijke ■ponzen, stofdoeken, een mattenklopper enzr mz., herinnerde mij,. dat de Hollandsclie sindelijkheid mij oplegde, dien dag de cemer een ,,goeie beurt" te geven. D.w.z. jtof te verjagen waar geen stof is, koper ;.e poetsen, dat nog glanzend is, en de voor-jaarszon te laten vleien en de eerste knop-* pen ongezien te laten onen springen. MANJA. Ons feuilleton. Als nieuw feuilleton geven wij morgen De, Méézenvonger van Victor de Meyere, uit zijn bekonde boek Langs den Stroom. Vele lezers hebben ons om de afwisseling van onzo feuilletons gélule gewenscht. En wo meenen zelf ook wel dat we niet zonder fierheid mogen neerblikken op de reeks dio we gaven: romans van Cyriel Buysse, Stijn 6t-reuvels. Maurits Sabbe,* Constant van Buggenhout, I/ode Bae-kelmans. Bij die reeks komt zich tlians voe-gen het 6childerachtig en levendig verhaal van Victor de Meyere. De Meezenvanger wijdt ons in vollo open-luchtsleven in, in luet liartstochtelijk sport van den meezenvanger, den op loer liggendon strooper, die in zijn net duizenden zingendo vogels vangt, zelf fluitend gaat door God's blije natuur, zonder besef van sohuld, tôt den dag dat gendarmen hem vastgrijpen en zijn zonnig leven in een duistere gevangeniscel wordt gedood. Al onze lezers zullen met spanning het cen-voudig en roerend verhaal y an Victor do Mejcro yolaeiu

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
This item is a publication of the title De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad belonging to the category Oorlogspers, published in Amsterdam from 1900 to 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Add to collection

Location

Periods