Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen

256 0
close

Why do you want to report this item?

Remarks

Send
s.n. 1914, 02 May. Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen. Seen on 13 November 2019, on https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/en/pid/xk84j0cd7c/
Show text

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

INSCHRIJVINGSPRIJS België : 5 fr. 's jaars Nederland : 3 gulden Andere landen : 7 frank Men schrijft in bij het Beheer of op de postkantoren. Losse nummers 10 centiemen. AANKONDIGINGEN : 0.25 fr. per drukregel Volledig tarief op aanvraag. Algemeen Weekbiad voor Ontwikkelde Katholieke Vlamingen Briefwisselaars gelieven telkens hun volledig adres op te geven. Aile bijdragen, waarvan de inzender zich aan de Redactie niet volkomen bekend maakt, worden onverbiddelijk geweigerd. Beheer en Opstelraad : Minderbroedersstraat, 44, Leuven. Gedrukt in DE VLAAMSCHE DRUKKERI] Bestuurder Hugo Bomans, Minderbroedersstraat, 44, Leuven. Ondersteimt " De Stjtndaard 1 Zal Paschen een onroerend feest worden ? (Slot.) De bezwaren. 1. Zijn de leiders der beweging voor kalenderhervor-ming geene verkleede vrijmetselaars, of ten mitiste. zijn zij niet bezield met slinksche inzichten ? Willen zij geen inbreuk maken op den invloed der Kerk, invloed welken thans geloovigen en ongeloovigen ondergaan, met den liturgischen kalender te volgen ? Moeten mij kathn-lieken hunne beweging niet verafschuwen, evenals die der lijkverbranding en der andere vijandige stelsels van rationalisten ? Dit vermoeden strookt niet met de verklaringen der leiders, en zulke strekking of nevenbedoeling zou 00k het gelukken hunner beweging in gevaar brengen. Op het congres van Boston hielden zij eraan te verklaren door den mond van den voorzitter, den heer Louis Canon-Legrand, die 00k voorzitter is van de bestendige Commissie der herziening : dat de kalenderhervorming onuitvoerbaar is, zonder de medewerking van den h. Stoel, ver-mits zij grootendeels bestaat in het verzetten der datums van heiligdagen. Hij voegde erbij : « Wat wij doen willen, strekt niet tôt het bevech-ten van eenige godsdienstige overtuiging : wij eerbiedigen ieders overtuiging. » De diploma-tische wereldconferentie zou niet vergaderen zonder vertegenwoordigers van den opvolger van Gregorius XIII, dank aan wiens invloed het hui-dige kalenderstelsel slaagde. Het lot van den republikeinschen kalender is daar, om Rome's invloed te bevestigen. 2. Ligt er tusschen het christ en Paaschfeest en dat van het Oude-Verbond geen band, die het veranderen der Paaschberekening onmogelijk maakt ? Was het niet op 's Heeren bevel dat de Joden Paschen vierden <1 op den i4'len dag der eeyste maand », d. i. op de eerste voile maan na de lenteevening ? Het verband tusschen het Pascha van het Oude en dat van het Nieuwe Testament is ten eerste historisch en ten tweede logisch. Het ge-schiedkundig verband bestaat hierin dat het Lam Gods op het kruishout geslacht wierd op den 14" Nisan, d. i. op den dag zelf dat de Joden hunnen Paschen vierden. Wat er 00k van den paaschdatum geworde, zal steeds dit feit als grondslag kunnen dienen voor de zinnebeeldige overeenkomst welke er ligt tusschen Joodsch paaschlam en christen Paaschlam. Dit tweede verband, het zinnebeeldige of logische, werd reeds verminkt. toen de christenen der eerste eeuwen vaststelden van elk jaar Christus' dood te herdenken, niet op den dag dat de Joden hun paaschfeest vierden. maar wel op een Vrijdag komende vôôr den Zondag, dien zij zelf, volgens eigene berekening, voor het vieren van hunnen Paschen zouden aanduiden. Deze verminking zou natuurlijk verergeren, moest men Paschen voor goed op Zondag 7 April stellen ; toch zou het zinnebeeld steeds in eenigermate behouden blijven. 3. Zou men eene eeuwenoude overlevering durven over boord werpen ? de zoo eerbiedwaardigc paaschberekening prijs geven aan de eischen van banken, beurzen, ge-rechtshoven, enz. ? In zake van overlevering, heeft de H. Kerk al meer dan eens getoond dat zij niet onverbiddelijk is, wanneer het de belangen harer kinderen geldt. Want, juist uit geest van traditie, gaat zij meê met de noodwendigheden der maatschappij, overal waar de reinheid van katholieke leer of zedenwet niet in betrokken is. Voorbeelden aan-halen ware overbodig. Als het eene wet of overlevering geldt, hoeft men steeds wel onderscheid te maken tusschen dezer inhoud of stof en hare strekking : volgens haren inhoud, moet men zeggen dat de traditie sinds eeuwen aan de berekening houdt door het Concilie van Niceën in 325 vastgesteld ; volgens hare strekking vertoont zich deze christene overlevering als wars van Joodsche gebruiken. Van lieverlede heeft zich deze strekking kenbaar ge-maakt in den schoot der Kerk : eerst vierde men Paschen samen met de Joden, op 14" Nisan ; weldra echter, gezien de omstandigheden, werd zulks als bijna kettersch aanzien, en zag men de christenen op 1411 Nisan Christus' dood herdenken, doch met veel meer luister den volgenden Zondag vieren als herdenking der Verrijzenis ; korts nadien liet men 00k den 14" Nisan varen, en vierde men als jaardag van Christus' dood den Vrijdag vôôr den Verrijzeniszondag ; eindelijk kwam het Concilie van Niceën vaststellen dat men gansch de christene wereld door, Paschen zou vieren op dien Zondag, welke daartoe door de kerk van Alexandrie volgens eigene berekening zou vastgesteld worden, en dat men nooit met de Joden, de godmoordenaars, samen zou Paschen Vieren, Men ziet dus hoe bij de christene overlevering . de joodsche paaschviering langzamerhand meer I en meer in ongenade geraakte. Men kan dus de huidige hervormingsbeweging aanzien als een nieuwe stap gedaan in de richting door de traditie aangewezen. Dat het gewicht der overlevering niet draagt op de manier van Paschen te berekenen, blijkt ten slotte uit het feit dat de berekening volgens de maan der lenteevening, niettegenstaande stel-lige voorschriften, slechts algemeen werd rond de 9de eeuw, en c^t het schier in aile tijden in voto was bij velen, van Paschen op eenen vasten datum gesteld te zien. 4. Zoo men Paschen onroerend wil maken, waarom stelt men hem dan niet rast op den historischen jaardag zelf van Christus' Verrijzenis, jaardag dien men als eenen Zondag zou kunnen stellen in het nieuw Kalcn- ^ derstelsel ? Den dag van Christus' dood of verrijzenis historisch vaststellen is onmogelijk. Enkel weet men dat Christus stierf den i4di:n dag der eerste maand van het Joodsche jaar. Doch de willekeur waarmêe de joodsche Sanhédrin in het stellen der maanden en bijmaanden te werk ging. maakte het na enkele jaren volkomen onmogelijk dien joodschen datum in Juliaansche telling om te zetten. Wel werden berekeningen beproefd en gis-singen geuit. De 2Sste Maart ging eeuwen lang voor Christus' sterfdag door, en in de 7d= eeuw vond men in Gallië menigen bisschop, die op dien dag Paschen vierde. Onder opzicht van historische juistheid, hebben wij dus niets aan de bestaande telling te verliezen. 5. Strijdt het normaal-stelsel niet met den christen zin, daar het ééns per jaar, en in de sJirikkeljaren tweemaal 's jaars, eene week bevat van 8, in plaats van y dagen ? Is de samenstelling der week niet van Gods wege geregeld geworden : 6 werkdagen gevolgd van eenen rustdag ? Zoo de zevendaagsche week voor de Joden van goddelijke instelling was, toch kan hetzelfde, gezien de christene oorkonden, van de christene week niet gezegd worden. Zuiks blijkt uit het ontstaan van den Zondag. De eerste christenen onderhielden met de Joden de rust van den sabbath en vergaderden, na de syriagoogsche vereeniging, in christene, eucharistische bijeen-komst, die den Zondagnacht besloeg en tôt den volgenden morgend voortduurde. Langzamerhand viel de sabbath voor de christenen in onbruik, alhoewel er voor dien tijd in dezes plaats geen spoor van verplichte Zondagrust gevonden wordt. Door eene aangroeiende gewoonte, en door stellige voorschriften der kerkelijke macht, kwam het onthouden van slafelijk werk. rechts-geding en handelszaken in voege op den Zondag. De kerkelijke macht, waaruit de wording der christene week uitging, is dus volkomen bevoegd om den christenen eenen kalender voor te schrij-ven, waarin ééne of twee weken voorkomen met 7 werkdagen en éénen rustdag. 6. Eene dubbele vrees : 1° zal het volk de oude en de nieuwe telling niet door elkander warren, en alzoo eene ontreddering in het beduiden der maanddatums verwek-ken ? 2° zal het bepaalde terugkomen van al de jeest-dagen op denzelfden dag en datum f>eene betreurens-weerdige eentoonigheid voor gevolg hebben ? Alhoewel men, ondanks de nieuwere telling-stelsels voor uren, waarden en gewichten, toch steeds van « five o'clock », van stuivers, van ellen blijft spreken, — toch zou, mij dunkt, ons oud maandenstelsel gauwer in den vergeet-hoek liggen, zoo men den gerieflijken Normaal-kalender invoerde. Immers, schier overal, buiten officieele kringen en handelswereld, beduidt men de dagen niet met hunnen maanddatum, doch met hunnen naam als weekdag : de weekdagen echter worden in het nieuwe stelsel voor naam en volgorde bewaard zooals zij zijn, ééns of tweemaal 's jaars zou er een stopdag tusschen gelascht worden, waar men nog een feestdag zou kunnen van maken. De ongelijkheid der maanden in het huidige stelsel is de oorzaak dat weinigen in de maanddatums thuis zijn. en dat wij, voor de aanduiding en de optellmg van dagen, geregeld naar den scheur- of muurkalender kijken moeten. De afwisseling die wij heden met zooveel genoegen in het liturgisch jaar beleven, zou in het nieuwe stelsel geenszins gedelgd worden : zij ont-staat immers niet door het jaarlijksch verspringen der roerende feestdagen, maar wel door de schakeerende opvolging der verschillende tijd-perken van het kerkelijk jaar waar niets zou aan veranderd worden. Of heeft het ooit iemand eentoonig gevonden ieder jaar Sinxen vijftig dagen na Paschen te zien komen? Of dat Paschen ieder jaar op eenen Zondag valt en O.-H. Hemel-vaart op eenen Donderdag, of nog dat Kerstmis onveranderd op 25 December komt en Drieko-ningen op 6 Januari?... 7. Zal de voorgestelde hervorming de klooj niet ver-breeden tusschen de Poomsche en de afvallige griekscke kerk ? Daar de schismatieke kerk, veel meer dan de latijnsche, aan hare uitwendige gebruiken van kalender en ceremoniën houdt, zal zij wellicht in de uitvoering der herziening eene reden zoeken om aan den Roomschen Stoel het verwijt van veranderlijkheid aan te wrijven ? Feiten en toestanden weêrleggen deze vrees. Wat men 00k over de gezindheid der Griekeu gezegd hebbe, zeker is het dat op het Academië-congres van St. Petersburg noch Russen noch Grieken tegen de hervorming gestemd hebben. De landsbesturen beschouwen de zaak met wel-willendheid, en men weet dat in de landen die met Rome afbreuk maakten het landshoofd 00k godsdiensthoofd is. Men beweert zelf dat de Russen berouw gevoelen over hunne halsstarrig-heid tegenover den Gregoriaanschen kalender, en dat zij gaarne van de gelegenheid eener nieuwe hervorming met de andere Europeesche landen tôt eenstemmigheid zouden willen komen. Op het voorloopig diplomatencongres door Zwitserland bewerkt, zou zeker 00k de Grieksche kerk hare veitegenwoordigers hebben, en misschien is er voor haar in deze kalenderherziening een weg tôt toenadering bij de Roomsche Kerk. Wij sluiten deze korte en bescheidene beoor-deeling, eerbiedig en betrouwend afwachtende weike de zienswijze zal zijn van den h. Stoel. " De Standaard " Vandaag wordt eene naamlooze vennootschap gesticht, met name De Standaard, met het doel een groot, algemeen, Vlaamsch Katholiek dagblad De Standaard uit te geven te Brussel. Reeds is een kapitaal van meer dan twee hon-derd duizend frank ingeschreven. Eerlang zal het tôt ongeveer het dubbel worden vermeerderd. Daarmee gaat, als 't God belieft, een der vu-rigste hartewenschen der Vlamingen in ver-vulling.• Op iederen Vlaming weegt nu de plicht in de mate zijner middelen en krachten bij te dragen tôt het gelukken der onderneining. Hoe? Daar komen wij volgende week op terug. m— — — ■ i, . ' . I ' Aan onze Abonnenten Adresveranderingen, onregelmatigheden, enz. I. Voor de « Postabonnementen ». — Bijna al onze abonnenten worden door het Postbeheer bediend. Het blad wordt hun besteld zonder postzegel, zonder adres noch omslagband. Voor aile onregelmatigheden in de bestelling, verandering van adres, enz., gelieve men zich te wenden tôt den postmeester.— Moesten herhaalde vragen of klachten zonder gevolg blijven, zoo willen we, op verzoek der belanghebben-den, zelf de zaak ter harte nemen en desnoods klacht indienen bij het hooger Postbeheer. — Van achter-gebleven nummers houden we afdruksels ter beschikking II. Voor de « Rechtstreeksche abonne-menten ». — Enkele abonnenten worden rccht-streeks door ons bedirnd en hun nummer wordt hun gezonden met adres en omslagband. Voor ailes wat deze abonnementen betreft, gelieve men zich tôt ons bure el, niet tôt den postmeester, te wenden. —Men wordt dringend verzocht het volgnummer, dat op het adres staat, bij elke vraag op te geven. — Bij bericht van adres-verandering, 00k het oud adres opgeven. a. u. b. — Die twee abonnementsdiensten zijn gansch afge-scheiden van elkaar. Er wordt geen gevolg gege-ven aan klachten of vragen die niet aan den betrokken dienst ziîn gericht. M. Versteylen over de VI. amendementen en de Schoolwet. In H. L. van i5 April drukten wij het verslag van de verklaringen door den Heer Versteylen gedaan te Turnhout, betrekkelijk de VI. amendementen bij de schoolwet. De Heer Fr. Van Cauwelaert laat in De Kempenaar volgend ant-woord aan den Heer Versteylen drukken. Zeer geachte Heer Uitgever van de « De Kempenaar ». Ik las in uw geëerd blad een uitgebreid verslag over den uitleg door den Heer Volksvertegen-woordiger Versteylen in den Kath. Burgersbond van Turnhout gegeven over hetgeen er in de Kamer gebeurd is met de taal amendementen op de Schoolwet. Ik kan er niets op zeggen dat een volksvertegenwoordiger zijn houding vôôr zijn kiezers verrechtvaardigt, en ik vind het nog loffelijker dat hij op voorhand overleg pleegt met hen. Maar uw geachte vertegenwoordiger maakt het zich een beetje te gemakkelijk en geeft van vele dingen eene voorstelling, welke ik, voor mijn eigen eer en voor het recht der waarheid, niet onweersproken kan laten. Enopdat men zich later niet beroepe op onnauwkeurigheden van een journalistenverslag, wil ik mijn bespreking aan-sluiten bij den officieelen tekst door Mr Versteylen zelf van zijne rede uitgegeven. Waarover ging de strijd ? Over de vraag of het aanhangig schoolwetsontwerp aan de Vlaamsche kinderen zoowel als aan de Waalsche het lager onderricht zou waarborgen, dat alleen strookt met de grondwetten van een gezonde opvoeding, een volledig lager onderricht met hunne moedertaal als voertaal, en bij welk, het aanleeren van een tweede taal niet zoo vroeg noch in zulke mate zou geschieden dat het grondig aanleeren van de eigen taal en de geestelijke ontwikkeling en ver-rijking van het kind er zou worden door geschaad. Nu ja, zegt Mr Versteylen, daar zijn we het allen eens over en 't is juist wat Mr Nobels e. a. hadden voorgesteld. Pardon, een oogenblikje. We zijn het eens misschien in algemeene bewoordingen, we zijn het niet meer eens bij de toepassing. En op dit laatste komt het aan. De onderteekenaars van het amendement Delbeke en van het amendement dat ik zelf later neerlegde, wilden meer dan een papieren bevestiging van een beginsel : zij wilden klaarheid en zekerheid betreffende de toepassing. Het was hun geenszins te doen om eenige eigenliefde, en zij waren en bleven tôt het laatste oogenblik bereid hunnen eigen tekst prijs te geven voor dezen van de Regeering of van Mr Nobels, hadden deze aan hunne tekstbepalingen de onontbeerlijke duidelijkheid willen geven. Indien dit mocht worden betwist, zal ik getuige-nissen inroepen welke men niet zal tegenspreken. Maar de waarborgen welke wij voor nood-zakelijk hielden heeft men ons bij de eerste lezing geweigerd. Men wilde blijven bij vage bewoordingen en halve voorschriften welke aan de wet elke kracht ontnamen. Het was, zooals Minister Woeste het zegde, het behoud van het statu quo, dat is het behoud van aile bestaande misbruiken en de mogelijkheid voor de toekomst om ze, naar beliefte, te vermeerderen. Ook Mr Versteylen is voor die noodzakelijke waarborgen niet. Hij is voor « de volstrekte vrijheid der gemeenten. » Zijn uitgangspunt is : « dat het lager onderwijs van de gemeente af-hangt. » « De gemeente heeft aile recht op dit gebied. De schoollokalen staan onder haar bestuur. De onderwijzers worden door de Gemeenteraden benoemd. De programmas worden door de gemeenten opgesteld. De bepalingen der wet maken dus altijd inbreuk op de rechten van de gemeenten. » Het is niet altijd gemakkelijk juist te begrijpen wat Mr Versteylen wil zeggen. Want als ik dezen tekst woordelijk wilde nemen, zou er heel wat op te zeggen vallen. Mr Versteylen schijnt te vergeten eenerzijds dat de gemeenteraden ternauwernood de helft van het lager onderwijs uitmaken en anderzijds dat de voorgewende gemeentelijke vrijheid b. v. in zake programma bijna op niets uitkomt. Maar ik wil veronderstellen dat het recht der gemeenten er maar voor de gelegenheid is bijgehaald en dat Mr Versteylen alleen heeft willen zeggen dat hij de taalregeling van het onderwijs wil overlaten aan de gemeenten — en dus ook aan de hoofden van de vrije scholen. Mr Versteylen wil dus franschdolle gemeente-besturen als deze van Brussel en voorsteden, van Leuven, van Gent, enz. hij wil de evenfransch-gezinde hoofden van vrije scholen in deze gemeenten, vrijen teugellatenomonze Vlaamsche jeugd te verknoeien, hij wil toelaten dat de Vlaamsche kinderen 90 °/0 van de achterlijke schoolkinderen te Brussel blijven uitmaken, dat te Vilvoorden Vlaamschonkundige onderwijze-ressen worden benoemd voor Vlaamsche kinderen, dat de liberale gemeenteoverheid van Heverlee (Leuven) in het door-Vlaamsche gehucht Park eenen Waalschen hulponderwijzer aanstelde, dat bijna geheel Vlaanderen door, om de vooroor-deelen te dienen van een franschgezinde zoo-gezegde hoogere burgerij, die dikwijls aan het hoofd staat van onze provinciestadjes, of school-komiteiten, en tôt in de kleine dorpen van Vlaanderen hare opgeblazenheid wil doen bewonderen, die de kinderen van het volk het Fransch willen inpompen omdat zij zichzelf te hoog achten om de taal van het volk te spreken en zij toch hunne meiden en knechten uit dat volk willen halen, dat voor die menschen het onderwijs van ons Vlaamsche volk worde bedorven van meet af. Want de misbruiken zijn niet te loochenen. Minister Poullet heeft wel getracht de toestanden te vergoelijken. Maar daar schemert door zijne rede nochtans duidelijk genoeg heen, dat in vele steden de toestand niet is wat hij behoort te wezen. Want de minister moet uit de verslagen van zijne schoolopzieners — hoe matig deze ook te werk gaan met het aanklagen van taalmis-bruiken — weten dat er misbruiken te over bestaan. En ik wou dat de Heer Versteylen eens van den Heer Minister de toelating verkreeg om met mij in die verslagen te gaan kijken. Dan zou hij wellicht te weten komen dat er misbruiken bestaan tôt in zijn eigen arrondissement toe, niet alleen wat betreft het voorbarig aanleeren van de tweede taal, maar dat b. v. te Moll, op de aan-genomen meisjesschool, op de hoogste klas aile vakken door het Fransch worden onderwezen en dat de zusters onder wij zeres zelfs geen onderwijs door de Nederlandsche taal geven kan. Het baat niets in openbare vergaderingen daarover heeren schoolopzieners te ondervragen ; deze moeten daar zwijgen over de misbruiken, omdat zij gebonden zijn door beroepsgeheim en dat zal aan Mr Versteylen niet onbekend zijn. Misbruiken bestaan en ze bij de wet beteugelen was noodig. Met dat doel werd het amendement Delbeke ingediend. Er waren maar tweepunten, zegt Mr Versteylen, welke in dit amendement werden betwist : ten eerste, dat men de Vlaamsche kinderen in het Waalsche land en omgekeerd de Negende Jaargang. Zaterdag 2 Mei11914. Nummer 18

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
This item is a publication of the title Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen belonging to the category Katholieke pers, published in Leuven from 1906 to 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Add to collection

Location

Periods