Allerlei: lezingen voor het kristene Vlaamsche volk

219 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1918, 26 Mai. Allerlei: lezingen voor het kristene Vlaamsche volk. Accès à 18 novembre 2019, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/fn10p0zc2q/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Vierde jaargang Nr 28. Prijs 6 centiemen. Gent, 26 Mei 1918. HOOFDREDACTIE : VRO UWENS ECRETARIAAT met medewerking van het ..Algemeen SECRETABJAAT en het VOLKSBIBLiq'T'k^Sî^ \ ï\ t«gr<® }f.\ « DE STRAAE <*; ALLERLEI Weekblad voor ons Vlaamsche Volk. Beheer : PEPERSTRAAT, 17. —«o»— .^BÔimEMENTEN : XKS 1\|AAN'DEN . . » 1,60 DU1] mà'A&tBEN . ^ » i,oo INHOUD : Plichten. —Wimpje. — Maria's maand. — S. Jacobs-kerk. — Zijn Koningrijk. — Voordrachten en Lessen. — Luim. — Vergelding (26e vervolg). Plichten. Van zoohaast iemand in staat is eenigszins iets te begrijpen, dan ontwaakt 00k het be-wustzijn; hij voelt in zichde veran t woordelijk-heid voor zijne daden en het besef dat hij plichten te vervullen heeft. Die plichten zijn zoo veelvoudig en veel-zijdig en voor elken individu verschillend dat het onmogelijk is ze aile te bepalen. Wat we echter wèl kunnen is de bijzonderste vormen waaronder ze zich voordoen, levendiger voor het 00g doen uitkomen. Onder al de plichten staan deze jegens ons zelven vooraan. Want zich zelven in acht nemenis wel dège-lijk de noodzakelijkste vereischte om door anderen bemind en geëerbiedigd te worden. Wie zijn eigen persoon den verschuldigden eerbied geeft, op woorden, manieren, houding, doen en laten past, die zal ongetwijfeld goede gevoelens bij anderen opwekken en heeft 00k een onmiskenbaar recht op de achting van aile rechtschapen personen. De dagelijksche ondervinding is daarin gelijk in vele zaken, een strenge maar eerlijke leermeesteres. Hoe dik-wijls en met reden, zien we vuile, onhebbe-lijke menschen derverachtingprijs gegeven; de straatjeugd zelf, die nochtans niet nauw toe-kijkt, overlaadt hen met scheldnamen of ver-gezelt ze met uitdagend gejoel en geschreeuw. Nog meer walgt het ons wanneer we in schijn deftige personen niet anders dan grove woorden en ondubbelzinnighedenhoorenuitkramen! Hoe verheffend, hoe veredelend is integendeel den invloed van een gesprek, waar waarheid, eenvoudig- en gemoedelijkheid den toon aan-geven ; hoe gaarne bewonderen wij een zinde-lijk al is het 00k een schamel gewaad ! Doch de mensch is van natuur wege bestemd om in maatschappij te leven. Uit die bestemming vloeien derhalve dan 00k onmiddellijke verplichtingen. Met onze medemenschen moeten wij trachten zooveel mogelijk in liefde en peis te leven, hen eene helpende hand reiken waar we kunnen, in de maat onzer krachten medehelpen en streven tôt het verwerven van eenschooner, adellijker, geest- en hartverheffend bestaan. Hij komt dus aan zijn plichten te kort die onophoudend in onmin leeft, krakeelt en kniest om aile beuze-larijen en zijne medewerking, hoe gering 00k, onthoudt. De ons omringde personen vormen eene maatschappij, die op haar eigen een niet te onderschatten Hchaam uitmaakt. Daarin juist kunnen we gemakkelijker den algemeenen toe- stand van het volk beschouwen, de gapende kloven ontwaren die, heden meer dan ooit, de standen van elkander scheiden. Het is dan eene zedelijke verbintens, niet alleen van enke-len die zich bijzonder om het lot der maat . schappij bekommeren, maar van ieder lid die dit reusachtig geheel helpt volmaken, te be-trachten en te willen de gepaste middelen 1 aanwenden tôt het bekomen eener zoo voile- j dige mogelijke harmonie; den verslindenden j afgrond te helpen toegraven en aldus eene i goede verstandhouding, eene hartelijke over-eenkomst te bewerken. - Wie nu integendeel den toestand door gelijk welke middelen nog verscherpt, de onder-deelen nog meer in beroering en wanorde brengt, zoodat op het laatst geene koppeling meer mogelijk is, die vergrijpt zich zwaar aan ' zijne plichten. Dan blijven nog de zwaarste plichten, na- ' melijk dezen jegens God over. De zwaarste, zeg ik, en wel met reden, want ! wie zijn we meer verschuldigd dan Hem die ons ailes schonk? — Het is dus billijk dat we Hem in ruil het weinige dat we bezitten, ' teruggeven. — Wanneer wij dus bovenge- ! noemde plichten met de bijzondere die elke staat oplegt, volbrengen, dan zijn we zeker 00k : onze hoogste plichten te vervullen, die niets 1 anders zijn dan de samenvatting derzelve en ; de opperste hulde ervan opgedragen aan Hem die over het heelal gebiedt en met welbehagen : het oor leent aan de geringste bede zijner onderdanen. Verder zou ik die plichten nog kunnen om- ; schrijven en ze nader bepalen, zooals onder andere : deze van ouders jegens kinderen, wederzijdsche van man en vrouw, jegens het ' vaderland,|de openbare orde ; maar die plichten duiden wij aan onder de ben^ming van a plichten van staat » die op hunne beurt om-schreven zijn in deze jegens den evenmensch of de maatschappij. Uit deze enkele beschouwingen blijkt dat de plichten ons vergezellen bij iederen stap door [ het leven, ja zelfs op het doodkussen heeft men er nog te vervullen. Wij weten dat het stipt t naleven derzelve niet altoos kinderspel is, ; somtijds ontzaglijk veel moeite en moed wordt l er toe vereischt; toch moeten we zoo zelfstandig : zijn, dat we steeds de kracht hebben, hoe : hachelijk de toestand 00k zij, ze te volbrengen. 1 — Hij wist het zoo wel, De Genestet, die de , plicht bezong als volgt : ' Hij dwingt mij kalm te zijn en sterk, 1 Terwijl mij 't harte bloedt; En als ik ween, dan zegt hij : werk ! ' Als ik niet kan : gij moet I i Hij baart mij strijd, hij geeft mij rust ; In zorg of zweet verdiend ; t Hij is mijn Last, hij is mijn Lust, MijnPlaag en toch... mijn Vriend. Want volg ik hem, dan rondom mij Schept hij mij vrede en licht, En stemt mij 't hart zoo ruim, zoo vrij... Hoe is zijn naam ? — De Plicht. Menige hoop, door ons gevoed, ging niet in irervulling ; maar 00k menige vrees, door ons jeducht, werd niet bewaarheid. Die het eene n 't geheugen bewaart, mag 00k het andere niet vergeten. Wimpje. De kleine heet Wimpje, eigenlijk eene ver-korting van Willempje. 't Is een arm schaapje van een kind, ge-brekkelijk en misvormd; heel zijn wezen draagt duidelijk de sporen der vreeselijke teringziekte. Thans is de kleine tien jaren oud en toen het kind twee jaren telde had het eens geweldig in de stuipén gelegen; wen de zenuwen waren gestild en de ziekte was geweken, was de lieve blonde krullebol veranderd in eene misvormde massa; dit opgezwollen hoofd met verdraaide oogen en vertrokken mond had zelfs iets af-schuwelijks en afzichtelijks behouden. Eene moeder had het kind niet meer, doch zijne stiefmoeder hield veel van den ongeluk-kigen kleine. Toen later nochtans de stiefmoeder het leven schonk aan een eigen kind, een lief meisje, toen ging al de genegenheid van moeder over op dit wicht, dat weldra een echt troetelkind en het voorwerp der teederste zorgen was ge-worden.Naarmate de kleine Martha grooter werd en tôt een levend beeld van een engel opgroeide, hield moeder steeds meer van haar lievelings-kind en verminderde hare genegenheid voor het gebrekkelijke, uitterende Wimpje. Een gevoel van afkeer voor het misvormde kind maakte zich zelfs van haar hart meester en zij verwaarloosde teenemaal het ongelukkig wezen... * * * Elf jaren is het arme jongentje geworden en zôô zwak en verachterd is de kleine gebleven dat hij noch gaan noch loopen kan. Gansche dagen zit het kind daar eenzaam in zijn stoeltje te treuren; langzamerhand voltrekt de tering haar noodlottig werk; al de vezels van zijn lichaam zijn van de kiemen der ziekte door-drongen.Uitermate verstandig is nochtans de arme kleine en hij heeft genoeg begrip om te oordeelen dat hij door zijne stiefmoeder als een verstooteling wordt behandeld. Dit is een groot verdriet voor het arma

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Allerlei: lezingen voor het kristene Vlaamsche volk appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à Gent du 1914 au 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes