De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven

274908 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1917, 28 Oktober. De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven. Konsultiert 26 Mai 2020, https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/de/pid/kk94747p8z/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Tweede Jaargang. nr 43 Prijs per nummer : 5 centiem Zondag\ 28 Oktober 1917 De Gazet van Leuven ABONNEMENTSPRIJS : Per jaar .... 2,50 fr. Voor 6 maanden . . 1,25 fr. Voorc.3 maanden . . 0,65 fr. alle briefwisseling »te zendenjj: Naamsche Vest, 41, HEVERLEE (Leuven) •• Postoheok-rekening Nr 242 Blke medewerker blijft verantwoordelijk voor zijn opstol. Onge1 'kende brieven of bijdragen worden niet in ssnmerking genomen. HandHcïiriften worden niet teruggegeven. AANKONDIG1NGEN : Naar overeenkomst. BOEKBESPREKING : Het inzenden van één exemplaar geeft recht op vermelding ; twee exemplaren op bespreking. Bericht. VAN AF 1 NOVEMBER 1917, worden de bureelen van « De Gazet van Leuven » overge-bracht naar de Naamsche Vest, 148, LEUVEN Bericht. Ter gelegenheid van Allerheiligen en Aller-zielen moet ons blad toekomende week een dag vroeger ter censuur. Wij verzoeken de medewerkers en berichtgevers ons hunne bijdragen uiterlijk tegen den Dinsdag morgen in te zenden. Het Beheer. De Passieven. De passieven mag men niet verwarren met de lawaaierige drommen der groote-trompa-triotten, die uitwendig meer vertoon, meer klank van vaderlandsliefde van zich doen uit-gaan, naarmate zij er inwendig minder bezit-ten. De eerlijke passief neemt de meest in het oog springende plaatsen van markten en beurspleinen niet in beslag, noch Slaat zich op de roemrijkheid van zijn Belg-zijn zooveel voortaan, dat hij zijn eigen gaat opblazen tôt een kwaker van belang. De passief voelt zich Vlaming, ook al noemt hij zich Belg. De lijdelijke flamingant beseft, dat, wat wij thans doen, recht is en goed, dat wij niet an-ders kùnnen dan strijden zooals we strijden ; alleen acht hij het oogenblik tôt opkomen niet geschikt. Hij ook bemint zijn taal, zijn ras, zijn volk ; hij ook heeft de verdrukking v«n Vlaanderen door België gekend van 1830 af tôt 1914, en kan niet loochenen, dat die verdrukking tijdens den oorlog nog verscherpt is gewor-den. Hij zucht in stilte en wacht, zegt hij, op gunstiger tijd. Aldus wil de passieve niet, hij wenscht ; hij eischt niet, hij smeekt ; hij beweegt niet, hij werkt niet, hij zorgt niet, en toch blijft hij ho-pen. Hij rekent te oogsten zonder arbeid, te zegevieren zonder kamp, en vertrouwt, stil-staande, een doel te bereiken. Zijn geloof is een geloof zonder werken : een dood geloof. Van de minstwaardigen onder hen, de zelf-zuchtigen, de kat-uit-den-boom-kijkers, die alleen begaan zijn met hun eigen persoonlijk betang, spreek ik niet. Een nadere ontleding is hun armoedig zieleleven niet waard. Trouwens, iedereen kon onder zijn buren en vrienden menschen met den vinger aanwij-zen, die denken : « Halen de Vlamlngen het, goed, dan ben ik er bij ; maar komt Havere zegevierend terug, mij zal men niets kunnen ten laste leggen. In elk geval ben ik gered. » Een groote kunst is dat nu niet, vooral voor wie een klein karakter heeft. Den passieve, dien ik eerbiedig, beklaag en waardeeren blijf, is degene — in waarheid, er zijn er — die in zijn lijdelijkheid werkelijk lijdt. Er is in hem een duistere strijd. Waar eindigt zijn plicht, waar begint zijn recht ? Wat dient hooger te staan, zijn trouw aan den Staat of zijn trouw aan het volk ? Moet hij om België afbreuk doen aan Vlaan-deren, dan wel omgekeerd, zijn Vlamingschap stellen boven ailes, desnoods ook boven België ? Hij weet het niet, hij aarzelt, twijfelt. Zijn gevoel benevelt zijn verstand, en zijn verstand drukt op zijn gevoel. In al zijn doen en laten is iets wankels, iets onzekers : Zoo'n man kan geen man zijn uit één stuk. Het wonderbaarlijkste is, dat deze lieden, die aleens bogen op kalmte en wijze bezadigdheid, zich de hevigste voorstelling maken van wat er in Vlaanderen gebeuren zal, als de Belgi-sche regeering blijft voortgaan met aile recht-matige eischen vanwege de Vlamingen hoog-hartig en stijfkoppig van der hand te wijzen. " Indien men ons onze Nederlandsche hooge-school misgunt, indien men Vlaanderen zijn recht op leven blijft ontzeggen, dan springen wij, wij passieven, na den oorlog met het ge^ weer in de hand op de barikade, en maken revolutie ! » Zoo sprak Frans van Cauwelaert in 1915, in een besloten vergadering te Amsterdam, zoo spreekt een onderwijzer van Melsbroek in een openbare meeting op zijn dorp. De aktivist echter spreekt niet van wat hij niet doet. De tijd van woorden vindt hij voor-bij ; hij leeft niet van droomen, maar staat midden het leven, midden de daad. In zijn idéalisme is hij de zuiverste realist. Schenkt zijn groote liefde tôt Vlaanderen hem den moed tôt strijd, zijn werkelijkheidszin leert hem het ijzer smeden terwijl het heet is, en niets meer te willen bereiken en ook niets minder dan het mogelijke. Het passivisme iseen huis in verval ; het ak-tivisme een huis in opbouw. Schijnt het eerste misschien nog het grootst en het hoogst, el-ken dag brokkelt het af ; en dra blijft er niets meer van over dan een treurige puinhoop. Het tweede integendeel rijst met den dag omhoog, neemt toe in omvang en sterkte, en wanneer het gansch opgetrokken zal wezen, zal het zoo ruim blijken, dat het onder zijn dak aan aile Vlamingen, aktieven en passieven, een plaats kan verstrekken. Zoo geve 't God, door onze kracht ! (G. v. B.) René DE CLERCQ. Kleine Kronijk Een verheugend nieuws. Wij lezen in d«n " Bekischer Kurier „ : Er wordt medeeredeeld. dat e^ne grnote hneveel-h«id wit meel, bestemd tôt het bakken van koekjes vnor de schnolkinderen, op weg van Rotterdam naar hier is Er zijn 4500 tonnen Bij dasrelijksche vf-rdeeling van 50 gr. per hoofd, waarbij ook nog 5 gr. reuzel zullen bedeeld worden, zal de hoeveel-heid voor drie maanden toereibend zijn. Om bij de toebereiding der koeken vervalsching of menging te voorkomen, zal een bijzondere toezichtdienst aangesteld worden Moderne schoeisels. Een Romeinsch blad publiceert een schrijven van een vindingrijk Italiaan, die, in zijne bekom-mernis om het lot van zijne landgenooten, die in de onmogelijkheid verkeeren zich schoeisel aan te schaffen aan een redelijkert prijs, hun gratis een middeltje aan de hand doet om toch geschoeid te zijn. Ziehier dat middel : " Dompel uwe voeten ver-schillende malen in een chroomzuurbad, en herhaal deze bewerking totdat de huid de sterkte van kalfs-leder zal hebben verkregen ; terzelfdertijd zult gij het genoegen hebben te zien, dat uwe voeten een prachtige gele tint aangenomen hebben, die kan wedijveren met de kleur van spiksplinternieuwe zomerschoenen. Om de illusie te volmaken, staat het u volkomen vrij, op uwe aldus in schoenen herschapen voeten gekruiste veters of knoopen te schilderen. Het is zeker onnoodig te verzekeren, dat deze werkwijze uiterst ekonomisch is en u boven-dien voor immer vrijwaart van ekstcroogen. Alleen moet men een weinig voorzichtigheid in acht nemen, om te voorkomen dat uwe schoen-voeten terechtkomen onder een echt geschouiden voet !... EenVIaamsche operettenschouwburg te Brussel. De Vlaamsche kunst heeft wederom een stap ge-daan U,r verwezenlijking van het doel van al de wel-geaarde Vlamingen. "Voor een jaar had tr niemand durven aan denken, dat er nog in 1917 een zelf-standige Vlaamsche operettenschouwburg zou be-staan. Dit is echter thans een voltrokken feit, en de mooisi zaal " Polies-Bergères in de Kruisvaar-tenstra^t, opent hedenavond een operettenseizoen. Men zal " De Lustige Weduwe „ opvoeren. De be-stuurder slaagde'er in.de beste krachten aan te werven om de nieuwe onderneming tôt het sukses te leiden. Stucièntencomité voor propaganda en inllchtingsn. Voortaan wende men zich voor aile inlichtingen en propagandaschriften over de Hoogeschool, te G»nt, rochtstreeks tôt het Ministerie ^n Weten-scbappen, Afdeeling Hooger Onderwijs, Water-werktuigstraat 14, Brussel. Inlichlingsboekjes en brochuurs zijn nog te be-komen : in de Belliardstraat. 41, te Brussel ; en bij den Heer Jacob, Beekstraat, te Turnhout ; alsook in de Hoogstraat, 2, te Hasselt. Gedenkpenning ter herinnering aan de Ver-vlaamsching der Gsntsche Hoogeschool. Wij vernemen met genoegen, dat de prachtige médaillé, die ontworpen werd door "beeldhouwer Jozef Ç^ttré ter herinnering aan de vervlaam-sching' de'r Gentsche Hoogeschool en wàarvàn eene photographie verscheen in het « Inlichtings-boekje voor Studenten » (uitgave nr 5 van den Hoogeschoolbond), als gedenkpenning geslagen wordt. Vele Vlamingen, vooral zij, die aanwezig waren bij de plechtige opening der Vlaamsche Hoogeschool in October 1916, zullen dien kostbaren gedenkpenning willen verkrijgen en bewaren. Een zilveren exemplaar der médaillé zal op 3 Novem-ber a. s. bij het eeuwfeest der Universiteit door den algemeenen Voorzitter van den Hoogeschoolbond aan de Universiteit, in den persoon van den Rector, worden aangeboden. Bronzen exemplaren kan men verkrijgen, mits inschrijving en betaling op voorhand. Er worden namelijk geslagen : 200 exemplaren groot formaat (65 millim.) aan 25 frank, en 1000 exemplaren in klein formaat (25 millim.) aan 6 frank. De gedenkpenning zal in doosjes ingepakt zijn, versierd met eene oorspron-kelijke houtsnee van Jozef Cantré. Wie een zilveren exemplaar, groot of klein formaat, zou ver-langen, moet het speciaal op de inschrijvingslijs-ten vermelden (250 frank voor het groot formaat, 20 frank voor het klein formaat.) Men kan inschrij-ven : te Antwerpen : Prinsessraat, 16 (bureel van den Hoogeschoolbond) ; te Brussel : in het Vlaamsch Huis, Groote Markt ; te Gent : op het Secretariaat der Universiteit (Lange Meire). Tegen het blinken der kleederen. Als kleederen door het gebruik en het verslijten een onaangenamen glans krijgen, wrijft men met puimsteen die blinkende plaatsen, na dien steen eerst in eene oplossing gedompeld te hebben van twee deelen water en een deel arseniksulfaat. Daarna met klaar regenwater uit te zuiveren en te laïen drogen ; dat spreekt van zelf. In Vlaanderen. Waar leefde een lijdzaam ras met plichten, zonder rechten, Dat Franskiljon en Waal verknoeiden en verknechten ? In Vlaandren ! Waar is een vreedzaam volk, geblinddoekt en bedrogen, Vol moed en eedlen waan het strijdvuur ingetogen ? In Vlaandren ! Waar werd 's lands heil en have aan Frankrijks welbehagen En Engelsch winstbejag ten offer opgedragen ? In Vlaandren ! Waar zien de beken rood çn dampen wijd de velden Van 't schuldelooze bloed van zooveel jonge helden ? In Vlaandren I Waar zou men, door opnieuw te knechten en te hoonen, Het wreedverspilde bloed en moed en trouw beloonen ? In Vlaandren 1 Is 't nu niet eindlijk tijd, o langgeteisterd Vlaandren, Te breken wat u bindt, te slaan uw juk in spaandren, O Vlaandren ? 1 IETS VOOR IEDERE WEEK Van een halfzwijntje en 100 kgr patatten. Niet dat ik weet waar ze te krijgen zijn, — wist ik het, ik zou het toch niet voortvertellen — ik heb er eene geschiedenis van gehoord, en die geef ik graag ten beste. Het half zwijntje, waar ik van vertellen wil, is reeds lang door toedoen van een welgekend en veelge-roemd patriotard ter bestemming geraakt ; wat de 100 kg. patatten betreft, die waren bijna eigendom van een aktivist : de Duitschers zijn er mee gaan reepen snijden. Wel, Mijnheer Zwetsers was peter geweest in Dingsdorp, waar zijn broer pachter is en sinds een tijd door dik en dun zijn schaapkens op het droog sleurt. Broer pachter had een kind gekocht, het was een jongen, en Mijnheer Zwetsers had het peterschap aanvaard. Hij had beloofd, den jongen pachter zijn leven lang met raad en daad bij te staan en hem, moesten er ooit zeven magere koeien op de zeven vette volgen, ook stoffelijk te helpen en te steunen. Mijnheer Zwetsers wist dat, hoe de oorlog nu ook draaien mocht, daar nooit geen spraak van zou zijn, en daarom had hij er niet eens over nagedacht om zoo maar te beloven. Nu, het bekwam hem wel : moeder de vrouw was er zoo door aangedaan, dat ze haren zwa-ger bij zijne terugreis een half zwijntje van haren overvloed meegaf. Denk eens, lieve le-zer, een half zwijntje ! En daar kwam mijnheer Zwetsers fier, maar voorzichtig, mee naar Leuven gereisd. Toch niet voorzichtig genoeg : bijna thuis, laat ons zeggen in Blanden, had een Duitscher het beestje geroken en... ge weet, lezer, hoe die Duitschers geschapen zijn. Nu was mijnheer Zwetsers zijn zwijntje, zijn half zwijntje meen ik, kwijt. Wat gedaan ? Luid klagend en stil vloekend, keek mijnheer Zwetsers den Pinhelm, die niet eens omzag, achterna. Wat heeft mijnheer Zwetsers gedaan ? Luister, ik weet het, hij heeft het me zelf verteld. Hij is 's anderendaags, op zijn 's Zondags, met zijn handschoen aan — aan, zeg ik, niet in de hand—de bevoegde Duitsche overheid gaan opzoeken. Dat hebben de geburen gezien ; wat er binnen bij de Duitsche overheid gebeurd is, weet geen ander Belg als mijnheer Zwetsers zelf. Maar meent ge nu, dat Mijnheer Zwetsers, daar gebid en gesmeekt heeft ? Dat hij daar niet aïs patriotard is opgetreden ? Kom, wie zoo iets wou veronderstellen of doen gelooven, zou een slecht vaderlander zijn. De geschiedenis vertelt alleen, dat mijnheer Zwetsers zijn half zwijntje terug thuis kreeg, en dat gebeurt maar heel zelden. Nu van de 100 kg. patatten van mijnheer Ernst, die aktivist is. Iemand, in dienst van mijnheer Ernst, had bijna 100 kg. patatten ge-smokkeld, maar een Duitscher per fiets was hem te rap geweest, en onze brave man mocht er mee naar de kortst bijgelegen statie kruien. Weet ge nu wat mijnheer Ernst gedaan heeft? Mijnheer Ernst heeft heelemaal niets gedaan. Kwaad was hij genoeg ; maar, zei hij, ze er voor achternaloopen of te voet vallen doe ik ook niet. Een slecht vaderlander, die de Duitschers zoo maar 100 kg. aardappelen laat hou-den, om niet te moeten kruipen. Wat kan men ook meer van zoo'n koppigen aktivist ver-wachten ? Ibo. Mijn kleen, kleen dochterke ! Gelijk een daske zijt ge dik, Gelijk een kwartelke van kwik, Gelijk een moorke soms zoo zwart, Mijn kleen, kleen dochterke, mijn hart ! Maar nu gewasschen je daar zit, Daar is geen engelke zoo wit, Daar is geen lammeke zoo zoet, Mijn kleen, kleen dochterke, mijn bloed ! Ik hef je op de okselkes omhoog, Ik zie een sterreke in elk oog, En voor mijn armoe word ik blind, Mijn kleen, kleen dochterke, mijn kind ! Dr René De Clercq.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven gehört zu der Kategorie Oorlogspers, veröffentlicht in Leuven von 1916 bis 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung