Onder ons: oudleerlingen van Onze Lieve Vrouw College Antwerpen = Entre nous: anciens élèves du Collège Notre Dame d'Anvers

1911 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1918, 01 August. Onder ons: oudleerlingen van Onze Lieve Vrouw College Antwerpen = Entre nous: anciens élèves du Collège Notre Dame d'Anvers. Konsultiert 14 Juli 2024, https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/de/pid/3775t3gp56/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Bulletin des anciens Elèves Oor/ogsblad (1er oud-leerhngen du Collège TV.-D. d'Anvers. ven het O.L. V. College, Antwerpen. Aile Bijdragen Opzenden naar F. DE RAEDEMAElvER, Z. 190 6e Cle Maria Mater gratiae Tu nos ab hoste protégé. PRIJSUITDEELING (Haec olim meminisse invabit). Het was een groote dag, de dag der prijs-uiideeling. Hoe wel me ailes nog te binnen komt, wanneer ik er aan denk ! Met welke koortsachtige haast snelden.we voor de laatste naar 't Collcgc ! Hoc kuduwiî we wareii ; hoe we onze harten voelden kloppen ! «Zou het stuk dan nooit eindigen?» — De vijfde akt. van «Le Général Hoche» naakt zijn eindc. Reeds zijn de kleinste door de surveil-lanten uit de banken geroepen ; in rang gesteld. Ziet ge hoe onrustig de ouderen nu vvorden ? Het is aan h un ne beurt. Reeds is één hunner klas geroepen. «Zal ik er bijzijn?» Hoe hunne oogen, angstig vragend op het gelaat van Pater D.. zijn gevestigd ! Deze slaat een oogslag op zijn papier ; en, de rechterhand omhoog, richt een zoekende blik over de banken. Geen tweede maal hoeft bij teeken te doen. In een oogwenk is de uitverkorene recht ; nu over de knieën der nog ongeruste makkersi, en langs het enge gawgsken tôt acliter de banken op 't tapijt. Zijn dat dezelfde jongens van daareven ? Hoe gerust en gelaten zijn ze nu ! «Ah of we niet wisten op voorhand dat we er bij waren» zëg-gen de bleide, blinkende oogen. Stilaan zijn ze naar beneden gedaald. Reeds zien ze van op den trap de menschen in de zaal. Het ge-moed komt nu weerom vol gedachten. «Iioeveel prijzen zal ik hebben ? Wie zal ze me geven ? Dat hij toch maar niets zegge !» — Hij staat op den drempel der zaal. Zijn kop begint te draaien. «...et de dix accessits, M. Léon Du-roy.» Zijn naam ! «Allez» zegt de geleider. Met snellen stap, de kop bloedrood, de aagen neergeslagen gaat hij naar de belooning. Nu weet Léon van niets meer. Slechts buiten de zaal gekomen, in bezit van twee zware deelen «Les fastes de l'Eglise» wordt zijn gemoed een weinig kalmer. Hij herrinnert zich die eeuw op een oogenblik doorleefd. «Heb ik' gebuigd?... di(î heer heeft iets gezegb — maar watt — en heb ik geantwoord? — 'k weet hef niet/» Een oogslag op de prijzen nu. 0 het ware mnigè zielgenot ! De jongen is gelukkig ; zijn arbeid is beloond ; al wat lastig heeft geweest en ver-velend onder 't schooljaar is tvervlogen, is ver-geten. Hij is tevreden ; op voorhand weet hij zijne ouders tevreden. Hij smaakt een oneindig genoegen, een oneindige vrengd. * f ¥ 'Koml II bij deze zoete herinneringen het vers van Byron niet 'te binnen : «There's not a joy the world can give, like that it takes a-way.» — Geen vreugde zoet als de gedoode, kan 't Leven leven doen. — Znllen we met hem nit : zoepen : «0 could 1 feel as I have felt, or be whait I have been !» — Mocht ik mijne vroe-giere gevoelens hervoelen, mocht ik weer zijn wat ik eens was ! — Neen, besten. Met onze jongelings jaren zijn onze (jongelings gevoelens verdwenen. Wat er ons overbleef van losse in-beeldingen werd door den oorlog verminkt, ver-morzeld en vermoord. Hoe ver zijn we van onze schitterende toekomstdroomen ! De uitslagen we verhoopten, die geestes worming we beoog-den ; het geluk waar we jnaar snakten, waar is het àl naartoe ? En zijn we ongelukkig ? Neen, ongelukkig, ontevreden zijn we îniet. Hebbpn we geleden ; zijn onze gemoederen niet teneerge-slagen, hebben we geslaafd ; zijn onze harten Toegelaten Door de -TO 0_ . . _. Q Militaire Overheid N 20. — AllgUStUS 1918.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume