De waarheid: socialistisch weekblad

440669 0
13 October 1918
close

Why do you want to report this item?

Remarks

Send
s.n. 1918, 13 October. De waarheid: socialistisch weekblad. Seen on 17 February 2020, on https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/en/pid/m901z43j7b/
Show text

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Prflsf:40 Gentlemen 1 Zondaji 13 October 1918 DE WAARHEID Orgaan van d«n " /nj*n bociaiistsnoona Aile briefwisseling*n te ztnden naar : POL DÉ WITTk, Versp)f«nstraat, IO, Cent, verantwoordenjke uitgever. VREDE? Het gewichtigste uur der wereldgeschie-dtnis zal weldra slaan ! De vraag oj het aitgeput Europa den broedermoordende kri/g moet voortzetten tôt het stuiptrekkend ten grond ligt, moet beslist worden. Die beslissing hangt voornamelijk af van président Wilson. — Of liever, van de groep amerikaansche geldvorsten waar-van président Wilson de mandataris is. Ontelbare millioenen menschen zien met angst en kommer die beslissing te gemoet. Millioenen moeders verkeeren jaren lang in de pijnlijkste onzekerheid omtrent het lot hunner lievelingen. Evenvele deugdzame vrouwen insgelijks over het al of niet nog in leven zjjn hunner echtgenooten. Van die beslissing hangt het af,of moeders, vrouwen en kinderen weldra zekerh'id zullen hebben, i en of zij het geliefde wezen welhaast zullen j mogen omhelzen, oj. als zoovele ongelukki-gen, met hun verlies sinds min of meer lang bekend, in machtelooze verwenschingen en tranen voor het gewond• hart troost zoeken. En dan, wat moet er omgaan in het ge-moed van die millioenen jongelingen, van die mannen, vaders van familie, sedert meer dan vier jaten van den huiselijken hcicird verwijderd, het ellendig leven voortslepend, des winters in de modderige koude loopgra-ven, des zomers in stof en zand, immer ver-stoken van de minste gemakken en serieflijk-heden des levens, nacht en dag, het gehoor schier verscheurd door den onheil spellenden donder van het grof geschu>, hetgehu.il der eewterkogels, en het akelig geronk der vliegtuigen, die al te samen onophoudend dood en verderf versprelden, die den eene kamêraàd na den andere van zijne zijde hebben «leggerukt. Doch, houden wij op, beproeven wij niet die zee van jammer en ramp te schetsen, <londerdmaal talentvoller pennen zouden er bij te kort schleten. Maar het ver stand staat stil bij, als men bedenkt dat weinige men-îchen het vermogen hebben al dat ongeluk, il die ellende, al dat hartzeer te doen ophou-ien, al die tranen kunnen stelpen, en een looit gehoorden juichkreet over geheel het lardrijk kunnen doen opstijgen, en aarzelen têt sein tôt die blijde boodschap te geven. Wat ontzetten.de verantwoordelijkheid! "e moeten beslissen of de stroom van bloed toorls zal moeten vloeien, of de bloern der nanschap van drie kwaart van de geheele oexeld vërder uiteemoord of verminkt zal SB^rblCri, er trièci' llGnû^i vieilli- wen en weezen -uilen gemaakt worden, en of de ellende voor vele ofi weliicht voor aile v<)lgenii ' gesluchten van Europa het deel fal zijn! Welk geueten kan dien onmetelij-\en last torschen ? Dat geeft ons hoop ! Het kan, na al wat wij reeds beleefd hebben, naïf schijnen te gelooven dat sommige itaatslieden er een geweten op na houden, >naar wanneer wij zien dat zelfs de meest 'jerstokte onbeschaafde booswichten soms ■jatbaar zijn voor berouw en edelmoedige revoelens, meenen wij dat zulke hoogstaande lersonen er niet geheel van kunnen versto-ken zijn. En al was hun zedelijk bewustzijn zoo uerstompt, dat ramp en wee hunner even-nenschen niet hun koude kleeren raakt, dan hopen wij dat het koel verstand hun zal zeggen dat zelfs hun belang hun voorschrijft ie vrede te bespoedigen. Want, kan men de •jijand « knock-out » slaan, dit kan niet ge-\\chieden zonder dat de vrienden hun laatste beelje kracht er bij vçrspild hebben en mede zieltogend ten gronde liggen. En wie zal ian betalen, waarom het eigenlijk toch alleen \e doen is? Op het oogenblik van het ter pers gaan, \s nog geen antwoord op het Duitsche aan-bod gekomen, en dat versterkt ons in de hoop dat men tôt vrede geneigd is : Immers, voor het afwijzend antwoord op het-aanbod van O. H. over eenige weken, had président Wilson slechts een halj uur noodig. Mochten wij ons in deze blijde verwachting niet be-iriegen ! (Zie het voorioooiff antwoord verder1) BELQE NAPEN OORLOQ IV. In de voorgaande artikels werden beurte-ings, de godsdienstige, de staathuishoud-tundige en de staatkundige bezwaren jehandeld, welke zich voor den nuchteren îeoordeelaar doen gelden tegen eeae inlij-ng van de Belgische gouwen bij 't Duitsche ,.jk. De staatkundige bezwaren, welke wij jehandelden in ons vorig artikel, waren /oornamelijk van inwendigen aard. Maar ndien de verovering van Belgie, onder welken /orm het ook weze, reeds op die drie gebie-ien zulke aanzienlijke ongemakken voor het Duitsche K^izerrijk zou verwekken, zou men le vraag kunnen stellen of deze ongemakken fvellichi niet zouden vergoed worden door de hoop op eene rerzoening met den tijd en eene verraeerflering van macht tegenover de naburige staten? Het antwoord op deze tweevoudige vraag is nogmaals v n neen: De hardnekkige ver-dedijjW van het land tegen de duitsche be-■BÉ^dc diepzinnige gevoelens derbevol-■javercînjving zelfs dezer gevoelens, Hkla. rUinkende en beslissende les Heen. Haat een geschiedkundige school welke er op aanstuurt de kracht van den Bel-gischen volksaard niet te erkennen. Volgens deze school dagteekent het be-staan van Belgie eerst sedert 1830 en zij is er niet verre af ons land met zijne onderschei-ding in Vlaanderen en Wallonie te aanzien als zijnde een min of meer kunstmatig stuk van de diplomatie van dien tijd. Die school besluit uit dien toestand dat het gemakkelijk zijn zou het land te ontbinden en daarna op te slorpen. Die mogelijkheid van opslorping bestaat, misschien, voor Frankrijk. Inderdaad, sedert 1830, werd heel onze verstandelijke kultuur in fransche richting ge-stuwd, uit weerzin tegen Holland en tegen-weer tegen den geest welke de Hollanders uitademen nog veel meer dan de Vlamingen. Welken bijval de Vlaamsche beweging ook moge behaald hebben, de fransche kultuur heeft haren stempel gedrukt op de gansche bevolking, vooral op de begoede klassen. Verstandelijk gesproken, werden wij, voor den oorlog, bijna uitsluitend gespijsd door Frankrijk, zijne boeken en zijne drukpers. Ter nauwernood, mag men gewagen van eene eigenlijk belgische drukpers : onze dagbladen van Brussel verschilden voor den oorlog in den grond bitter weinig van deze van Lyon, Marseille, Bordeaux, Rijsel : 't is dezeltde afhankelijkheid vanParijs en dezelfde geestesgesteltenis die zich voordoét in de bsoordeeling van de geringste voorvallen. Bovendien is, sedert Napoléon I, heel onze rechterlijke en bestuurlijke inrichting van het fransch model afgekeken ; niet alleen zijn de wetboeken welke ons beheeren dezelfden maar zelfs de vonnissen welke in Frankrijk geveld worden zijn uitvoerbaar bij ons en omgekeerd. Onze balie is tegenover de Parij-zer balie, wat onze drukpers is tegenover deze van Parijs. Onze provinciën zijn de departementen, onze goeverneurs de prefek-ten, onze arrondissementskommissarissen de onder prefekten, onze burgemeesters de maires, met misschien eenige bevoegdheden meer tegenover het middenbestuur. Nietiemin gelooven wij dat eene opslorping van Belgie, zelfs door Frankrijk, zeer moeilijk zoude zijn, want — en 't isdaar dat de hoo-ger bedoelde school zich sterk bedriegt — Belgie is ouder dan sedert 1830, ouder dan sedert 1815. Het is eene grove dwaling van te meenen dat Belgie onderworpen is geweest aan de Spaansche of aan de Oostenrijksche heerschappij. De prinsen van het huis van Habsburg waren de wettige vorsten van Braband, van Vlaanderen, van Henegouw, van Namen, van Limburg; zij waren geen vreeindeliugen, en behoorden hun erfgebied ic fccutcieil voige a àtr wngi'icmnùc gcJ bruiken en gewoonten. Wanneer zij er van afweken kwam de opstand. Men herinnere zich de B^abandsche omwenteling der XVIII* eeuw en zelfs deze wanhopige oproeren der Vlaamsche boeren tegen de almacht van Napoléon I : het zijn bediedenisvolle kentee-kenen van den zin van onafhankelijkheid en de kracht van wil van het ras. Zij die hedea ten dage strijden bij den Yzer zijn de zonen van hen die altijd gevochten hebben voor onze vrijheden, sedert de Vlamingen van Artevelde en van Brcydel tôt aan de partij-gangers van Van der Noot. Voor Duitschland zouden .de pogingen tôt opslorping onbegrensde moeilijkheden ople-veren ten gevolge van het verschil vantalen, van wetgeving, van bestuurlijke inrichting, van historische overleveringen, van werkelijke geestesrichting. Toen Duitschland in 1870 Elzas-Lotharin-gen had ingelijfd, waren er in die provinciën volgens de volkstelling 1 549.738 inwoners, waarvanmeer dan 1.400,000 duitsch spraken. De ingeborenen vanElzas Lotharingen, alvo-rens Frankrijk, na zijne nederlaag, voor hen zulke hartelijke benamingen vond, werden te Parijs zoo ongeveer gerangschikt bij de « Auvergnats » (of inwoners van Auvergne) hoogstens goed genoeg om poortiers of arbei-derste worden. De benoeining van « albeche » welke hedendaags zoo kwistig wordt ïïîfge-deeld werd ten tijde verzonnen ten behoeve der Elzassers. Daaruitkan men nogmaals afleiden, welke reusachtige moeilijkheden eene aanhechting van Belgie aan zich heeft. Wij mogen ons dus verwachten dat de Duitschers, geleerd door de ondervinding met Elzas-Lotharingen opgedaan, er niet geestdriftig voor zouden zijn, eene tweede proef op nog breedene schaal met de Belgische gouwen aan te vangen. Sphinx. BROQPOVEN ■ LE MERVEILLEUX .. Bakt brood, braadt vleesch, bakt koek. Droogt vruchten, groenten en fruit, op gas- en kolenvuur. Hui.c DufrM-f^nl.çnn VpMçfraflt 19 Cirnt >mi mniewi VAN ALLES WAT Kasbons. — Heden ten dage dat zoo vele oorlogs- ! woekeraars niet weten wat aanrangen met de overvloe- j dige centen, uit den zak der hongerige bevolking geklopt, zijn er gelukkigiijk volksmaatschappijen welke daarin eene onverhoopte gelegenheld vinden om hun bedrijfs kapitaal aan te itijven en ten behoCVe van die uitgebuite bevolking den strijd heviger dan ooit aan te binden tegen die woekeraars met de afgeperste gelden dier waekeratrs zelve. 't Is misschien niet • juist aldus dat Karl Marx voorzag dat de kapitalisten hun eigen j doodgravers zouden worden, maar 't is om 't even: aile ] wegen geleiden naar Rome... of naar de toekomstm^at-schappij.De nieuwe kasbons 4 1/2 oj0 van de S. V. « Vo.oruit» ! is cea van die sociale uitingen, welke ons zooveel laten 1 verhopen voor de toekomst na den oorlog. Dat het streven van die vennootschap door vele geldbezitters en kapitalisten op prijs wordt ges'eld, bewijzen ons de cijfers van < Vooruit >'s bilan, daarbij naar eisch van de wet afgekondigd. Wij zien daarin dat « Yooruit » met een eigen kapraal en reserven van circa fr. 1,666,000 een vreemd kapitaal van circa fr. 8,052,000 in kening heeft. Dit ontleend kapitaal wordt onderverdceld 1® in circa fr. 4,439,000 in « Vooruit »'s spaarkasgestort door... ja door wie?.. Door de gaaiën ? en dat na vier jaren oorlog en werkelooslieid. Dat lijkt ons verbazend! Immers, reeds vôôr den oorlog werd er in het blad Vooruit meer dan eens gewag gemaakt va» de « klim-mende armoede der werkende klasse»; 2° in circa fr. 3,212,000 verschuldigçj aan < crediteuren » of in klaar en helder vlaamsch « schuldeischers » of « te goed hebbers ». Wie nu de werkmanskinderen mogen zijn die, dan nog in deze tijden, op inojder «*/ooruit» drie millioen en 212 duizend frank te goed vinden, is voor ons een raadsel. Wat wij duchten en wat ons verdriet is de ge-dachte of het vermocder dat weliicht — o wee! — moeder « Vooruit » zou kunnen verstrikt geraakt zijn in de gouden ketens van « Cartouche en Cie ». Daarom hopen wij dat 1e gaaiën duchtig de aange-boden kasbons zullen opnemen en aldus moeder be-vrijden van hare vijanden die ook deze zijn der gaaiën van « Vooruit ». Amen ! De splinter en de balk. - - Eigenaardig en zeer verma-kelijk is de wijze waarop.de Kortrijksche briefwisse-laar van Vooruit, Jozef Coole, eene samenw. brood-bakkerij van Kortrijk onder handen pak*. Wij kunnen niet wederstaan aan den lust om dit geesîig stukje onder de oogen onzerlezers te brengen : < De partij van den muilband. — De vergadering der aandeelhouders eener msatschappij die kristelijk brood bakt, is nog altoos 't onderwerp van vele gesprekken, en niet minder van krakëel en getwist onder de twee tegenover elkander staande richtingen. Welmeenende burgers die, evenwel uit:;haat tegen de sccialisten en | onder 't verleidelijk uitzxhtde socialistische beweging met kristelijk brood den voetdwars tezetten, aandeelhouders wierden, staan ontgoccheld, nu zc bemerken ! dàt die z. g. kcoperatie als ladder dienst doct voor 'n troepje mastkHmmers, die hunnen persoonlijken last trachten boven te halen. Ze zijn er ook niet minder over verontwaardigd, dat zij op de bewustevergadering heel eenvoudig mochten zwijgen, op afstand gehquden door een handvol gaaiën, die de lijfwacht vormdea van de besturende sterren die de zaal verlichtten. De boel moet wel aardig in zijn voegen steken, om de kudde in twee kamp^nte splitsen; de hoofdoorzaak ligt deelsin het pretentieus optreden van 't «kegeltje» en zijn gaaiën, die vooï eerstgenoemde schouderken staan, om hem te helpeij den bestuurder uit den zadel te lichten, en zichzelf in«de plaats te zetten ; de brokjes die van de tafel rollen, zouden de minder hengerigen wel schadeloos stellen, enz. » Sappig is het dat Dé Waarheid. zeer dikwerf een even kleurrijk tafereeltje meest ophangen van de aandeelhouders eener maatschappij die « rood » brood bakt en dat de gaaiën daar eveneens dezen op afstand houden, die ontguocheld i.ijn dat die z g. cooperatie als ladder dienst moet doon voor een troepje mastklim-mers!Diplomateritaal. — Wij lazen in de bladen dat Reu-ter's agentschap uit Washington meldt : «De berichten in de Europesche pen dat tusschen Engeland en de Vereenigde Staten een geheim verdrag gesloten is tegen Japan, zijn onw-jar. » Hum ! wij gelooven het heel gaarne, maar of de Japansche diplomaten,. die hunne Engelsche en Amerikaansche en andere confraters wel zullen kennen aan dit Reuter bericht veéj belang zullen hechten, is eene andere vraag. Wij herinneren daarbij de geschiedenis eener brave ' T. -riA vnr? uiwist r.". rr.'w,-. y?.r. Vu* • gentaal, die voor elk harer neven en nicliten een afzon- i derlijk en voordeelig testament had vervaardigd. Haar ; heel leven lang zwoer zij aan ieder harer lieve bloed-verwanten in ?t bijzonder dat zij 1e zijnen b:hoeve een voordéelig testament had gemaakt en wou daarbij vereering en presenten, want die neven en nichten waren geene echte diplomaten — daartoe waren zij te lichtgeloovig. Toen Tante haar einde voelde naderen, liet zij zich de doos met testamenten voorbrengen en verscheurde ze allen uitgenomen... eentje ten voordeele van een ouden schoothond, waaraan Tante ten slotte nog het meeste toegenegenheid en hartelijkheid voor gevoelde en waarin, ten slotte, eene tallooze reeks van missen en jaargetijden « beschreven » stonden ten behoeve van Tante's eigen zieltje in 't vagevuur. Dezwarte duivels kregen haar te pakken. —O— Schoenzolen en Hakken in " Oméga Veel sterker en goedkooper dan leder. Huis Dutry-Colson, Veldstraat, 12, Gent, Brief van Pe Maerfelaere Heer Opsteller, Ik werd deze week bij Mijnheer geroepen. Met den verschuldigden eerbied vroeg ik: Mijnheer, wat is er van uwe beliefte ? «Mijnheer De Maertelaere », antwoordde hij, « ik ben over u in 't geheel niet tevreden. (Ik bleef eerbiedig zwijgen). Gij verwaarloost mij geheel' en gansch. Ge schijnt te vergeten wat uw pîicht is.. Als ik het mij wel herin-ner zijt ge aangesteld om mij in De Waarheid te verdedigen en het publiek over al mijn doen en laten in te lichten. Is dat waar of niet î » — Het is waar, Mijnheer. « Hoe komt het dan dat gij sedert zoovele weken nog geen woord over mij gerepthebt? Ge zwijgt, ofwel verteit ge onuoozele dingen die niets om het lijf houden. Van wat duivel waart ge bezeten toen g'het in uw hoofd kreegt aanTrotsky !e schrij /en? Wat uitstaans heb ik daarmede ? Ha, ge staat daar nu gelijk een afgelikte boterham, en kuntgeen drij meer tellen. » — Ja toch, Mijnheer, en gelief de goed-heid te hebben mij te aanhooren. Ik zweeg over u, omdat ge zelf geen stof leverde. Voortijds kon ik de wereld in bewondering brengen met te schrij ven over u we schitterende plannen en pakkende redevoeringen, maar gedurende geheel dezen oorlogstijd zijt ge als het ware in den rouw, wat u zeer goed staat. Gij houdt u stil, wat wijs en voorzich-tig is, maar waarover ik niets weet te vertel-len. En daar men mij in De Waarheid voor inijne brieven een kleine vergoeding schenkt — die mij goed van pas komt — heb ik ge-meend mijn geld op een andere wijze te ver-dienen. En daar onze partijgenooten er veel belang moeten in stellen te weten hoe het in Rusland gaat met de socialistische proef, heb ik gemeend niet beter te kunnen doen dan aan gezel Trotsky te schrijven. Van die proef, die de eerste is die met beliuip van de staats-mac ît ingevoerd wordt, zal het afnangen of het socialisme leefbaar is of niet. « Het socialisme, mijnheer De Maertelaere, ii als het land vaa Kanaai, waar de groote Mozt s zijn « gaaiën » mee uii Eeypte troondde en dat nergens te vinden was. Na dat ze veer-tig jaren lang in de woestijn verbleven had-den, was er nog geen spoor van te zien Natuurlijk, Mozes zelf wist niet waar het lag, en dat was goed zoo, want had men zoo een land moeten vinden — overvloeiende van melk en honing — na eenigen tijd zou men er niet tevredener geweest zijn dan in Egypte, om de eenvoudige reden dat de mensch maar tevreden kan zijn met hetnajagen van her-senschimmen. Al wat werkelijk is, is hem spoedig verveeld. Trotsky en Lenin hebben een groote domheid begaan met het socialisme te wiilen in praktijk brengen, want het zal slecht met hen afloopen. Het socialisme mag men beloven en de menschen er laten naar verlangen, maar daarbij moet het blijven, want zoo gauw men daar een vorm wil aan geven is al het schoon er af En daarom is het beter daar niets over te zeggen aan onze menschen. Van de proef meen ik. Het geloof en de hoop op een socialistische of kollektivistische Staat is een waie zegen voor de arbeidende klas, en in Rusland is men bezig die hoop te vernietigen. Dat mag hier niet gebeuren. » — Niets zou mij aangenamer zijn, Mijnheer, dan even als vroeger te werken aan het yerhoogen uwer populariteit, maar « Ik geef niets meer om populariteit », onderbrak hij mij, « sinds ik er achter gekomen ben dat schepenen, volksvertegenwoor-digers en zelfs ministers, slechts paljassen zijn in handen der geldmannen. Dat zoudt ge niet denken, hé Maertelaere, ils ge bijvoorbeeld lecst hoe Wilson een jrooten mond open zet, en de meester der wereld schijnt te zijn, hij in der waarheid niet aaders is dan de Jariklaas, waarvan de schat-rijke mannen uit Wallstreet de koordekens houden. Zoo'gaat het met allemaal en overal. Voôr een veertigtal j uen meende men dat de strijd om de wereldtieerschappij gestreden werd tusschen Jesuïttn en Vrijmetselaars. 3eheel de politiek was daar toen van door-Jrongen, en al wie in politiek deed of maar ïimpelijk meeliep, noemde zich klerikaal of iiberaal. Nu moeten we glimlacheiMj^^ïan die worstelingenVajuM^HPMken : Loge 3roeders es^jPBPjRRitten gezamenlijk n de naamlooze maatschappijen, die de ïigenlijke burchten zijn van den tegenwoor-ligen tijd. De bestuurders, administrateurs en £om- ■ 11■■ -j'. ■ ■ vl" uixSîgC" iïïaïfiS£ÏlS[ p;j wat de baronnen en ridders waren in demid- i deneeuwen: de onbeperkte heerschers, wiers ; gezag zooveel te onaantastbaarder is, omdat het naamloos en gemeenschappelijk is. Een middeneeuwsch baron oefende zijn gezag openlijk uit, hij had verantwoordelijkheid, en kon aangesproken worden voor de dingen die verkeerd liepen. . De huidige barons oefenen openlijk geen gezag uit, zij bedienen zich van s'rooien mannen, die soms zelve niet eejis weten dat zij slechts paljassen zijn in handen van oogen-schijnlijke zachte, maar in den grond harde, ongevoelige meesters. Ikheb het in de laatste jaren genoeg ondervonden. Dat is de reden waarom ik er niets meer om geef, schepen, volksvertegenwoordigerof minister te zijn. Al die baantjes zijn niets in vergelijking meteendirekteurvan een groote bank. Die knapen zijn het die de geheele boel doen draaien bij middel of beter gezegd, door tusschenkomst van hunne knechten die zij op stadhuizen en natiepaleizen laten para-deeren.Ge begrijpt, nu ik dat weet, dat de kleine politiek, met hare armzalige baantjes van Schepen, Kimerlid. enz., voor mij nog weinig bekoorlijks bezit. Van nu af ga ik er mij op toeleggen een hoofdrol te vervullen in de financie. » — Ik had nochta; s gedacht dat, nu er nieuwe koningrijken gesticht worden, gij in Polen of Finland uwe kandidatuur zoudt ge-steld hebben. « N:en, neen. Ik wil wel een koningrijk, maar het moet er een zijn van de petrool, het staal, katoen of spoorwegen. De ware konin-gen heeten thans Rockofeller, Pierpont-Mor-gan, Carnegie, enz. Zoo een rijk alleen ware nogmijner waardig. En daarom, Maertelaere, reken ik op uwe raedewerking. » — Die zij u uit ganscher hart toegezegd, door uw verkleefde E. DE MAERTELAERE. DITJES EN DATJES Uitgerekend. — Duivels, kerel. hoe komt gij er toe voor uwe vrouw zoo een duren ring te koopen? Dat noem ik groote verkwisting. — Integendeel, sedert zij den ring draagt, gebruikt ze maar half zooveel handschoenen als vrotger. Hij ontving niet. — Heer (na dat er gebeld is). — Wie is er nu weer voor mij ? Knecht. — De dokter, mijnheer. Heer. — Haï... Ze g dat ik hem niet ontvangen kan, dat ik ziek ben. Hij had gtlljk. — Zij — Als ge werkelijk zooveel van mij houdt, moogt ge geen aamnerking maken op mijn pianospel. Hij. — Vergeef mij, liefste, de liefde is wel blind maar niet doof. Gebrek aan zelfkennis. — Rechter (tôt den beschul-digde). — Ztg eens, hoe kwaamt ge er toe, bij uwe aa'ihouding een valschen naim op ts geven? Beschuldigde. — Vergeef mij, mijnheer, maar als ik woedend ben, ken ik mijn eigen zelvç niet meer. STADSAANGELEGENHEDEN VOOR ONZE KINDEREN O schoone kinderjaren In eenvoud weg gevaren Langs bloem en gras en beekl Onze kinderen spelen niet meer. Zij kunnen niet meer spelen. Zij worden dit verleerd. De meeste leerkrachten, die nooit gespeeld hebben, helpen de tiidsomstandigbeden in de mate van het mogêlijke om onze klejiters daarvan afkeerig te maken. Zij vragen meer licht, meer lucht, ruimte, beweging, vrijheid, blij'neid. Vaders en onder-wijzend personeel spreken van hen na de schooluren 's avonds in leeszalen nevens elkander in 't gelid te zetten. Wij eischen kindertuinen voor de kleinsten — iets anders, iets beters dan het bespotte-lijke dat tôt nog toe daarvoor moet dienst doen — speel- en turnzalen, badinrichtingen, z wemscholen en voetbalpleinen voor de groo-teren. — De schoolmeesters dreigen met technisch onderwijs en werkhuizen, waarvan de armoedige, gebrekkige inrichring, na al hetgeen wij voor oogen kregen, niet twijfel-achtig is. Dt>or grijsaaris groot gebracht, worden onze kinderen met oude menschen op ééne lijn gesteld en in dien zin behandeld. Arme kleinen ! Ziet gij ze op straat nog « tiene » spelen, « vaore », « kê-kê », « barre », « sprie », « wegstekerke » ? Bal in de ronde, bal in de mutse, peerd op stal, bareelwachter, kruist hem, « ijngelus » ? Weten ze nog wat « ver-diktden boom », « str...poort », « buikstaan-der » is? En welke-armzalige schutters met de marbelen zijn onze jongens toch gewor-den ? 't Is pijnlijk om aan te zien hoe zij zich, « nijpe-de-pijpe », inspansîn om hunnen marbel eenige decimeters ver te krijgen! Wanneer gij hun spel gadeslaat, dan bekruipt u den lust hen de marbelen uit de hand te nemen en te laten zien hoe wij, in onzen tijd, tien en meer meters wijd « drupten » en op dien afstand dikwijls onzen tegenstrever buiten spel zett'en. « Kampers » met den topvindt men bijna niet meer ; 't zijn allen « achteruit » trekkers. Vordt er nog geredetwist over den schoon-sten~«*|rWiiÉ^^2ne sierlijke beweging die met den geke^flîij"^33* van den schijfwer-perkan evenaren?0'y$f4lCis£^fal c pinders » dat Jan of K^rel met zijnen toS»-|?ven 'ian ^ Wie geeft nog t rfj*,ijter » uat^B^PP ,ot de cent niet meer «ferug ^eyonden "-*rK? „■ -«,, — Wordt er ne , vo^r «>nfe » wspffld? Over de straten cr p'dr»" - *»»çrki«vn ûnds is-iîg het, rjuich r's ri / *_L als de ijstop « pepa » lag, in ééne vraènnrear de afgesproken plaats der uitvoering gedra-gen en daar^met e?.ne pin i.i 't speeksel en zand gedopt, door eene wel gepaste « muke » in twee stukken jcslagen werd. Hoerah ! Of de » ijngelus » te veel « irdekruipers » ligt of niet is geen twistappel meer onder de jtugd, zoomin als het antwoord op de vraag welke manier om den « ijngelus » te vangen : de klak of het bloot hand, de beste is, want het spel zelve is haar onbekend geworden. Welke stokken de beste waren en uit welk hout de sterkste « ijngelussen » werden ge-sneden, daarop zouden de meeste school-jongens het antwoord schuldig blijven; daarentegen zou 't grootste getal geen oogenblik moeten aarzelen om u aan te wijzen waar de geurigste cigaretten te krijgen en welk « mark » boven aile anderen te verkie-zen is. De tijd is lang voorbij dat gansche kara-vanen kleuters langs aile poorten der stad naar buiten trokken om te leeren zwemmen : in de Dokken, de Terneusche vaart, de Erf-putten, de Zwijnaardsche put, de Hooge brug, het S ri p, het Beekje en veel andere plaatsen. Hoe de jongen die reeds « over » zwemmen kon, van den eenen naar den anderen oever, met den vinger gewezen en als primus inter pares aangeduid werd. Thans worden zij opgeroepen om verteluurtjes bij te wonen en leerrijke films in den Cinéma te gaan zien, boekerijen te bezoeken, allerlei fooregedoe met hunne tegenwoordigheid te vereeren. En dat op 12jarigen ouderdoml Onze kinderen vragen een beursje marbelen ; men stopt hen een pak nagels in de hand. Zij wenschten een kaatsbal en krijgen « de Geschiedenis van Bflgië » in lezing. De hamer vervangt de « ijngelus », de ladder de polsstok. In de plaats van koord en top worden hun emrner en borstel aangeboden. Vooruitgang, beschaving en gezag doen onverbiddelijk tegenover onze jeugd hunne rechten gelden. Onze « puitjes » worden ver-oordeeld « groote menschen » te zijn voor-aleer zij den tijd hadden tôt kleine kinderen op te groeien. _ Rik. Sigaren « Monarca », Ed. De Loore, Qent Fuchsiastraat, 104, (Rijhovelaan). WfiLSOfi ANTWOGRDT R jtterdam, 9 October. — Uit Washington meldt Reuter dat Wilson zich gister vroeg in zijn studeerkamer opgesloten heeft. Later ontving hij Lansing, kolonel House en zijn persoonlijken sekrelaris Tumulty voor een lang onderhoud. Na dit onderhoud werd officiel bekend gemaak»,dat waarschijnlijk tegen 4 uur 's namiddags een gewichtige mede-deeling voor de drukpers zou gereed ziin. Uit dit feit wil men afleiden, dat een grondzake-lijk antwoord op het vrelesvoors'.el aile oogenblikken konde gegeven wordea. 't Voorloopis antwoord i j Washington, 9 October. — De staatsse'^^l

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
This item is a publication of the title De waarheid: socialistisch weekblad belonging to the category Socialistische pers, published in Gent from 1906 to 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Add to collection

Location

Periods