Onthoudersblad van West-Vlaanderen: tolk van den west-vlaamschen onthoudersbond

760 0
01 December 1911
close

Why do you want to report this item?

Remarks

Send
s.n. 1911, 01 December. Onthoudersblad van West-Vlaanderen: tolk van den west-vlaamschen onthoudersbond. Seen on 25 May 2022, on https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/en/pid/4q7qn5zv33/
Show text

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

ABONNEMENTSPRIJS : IMaandschr-ift tegen het drankmisbruik AANKONDIGINGSPRIJS : i.oo frank per jaar (Vrachtvrij) OPSTEL EN BESTUUR : Van i tôt 5 regel» . . . . i.oo frank. Goedkooper voor de Genootschappen. BRUGGE : Oudenburgstraat, 26. Bij abonnement ^otekoTtiug6'11^' ——— ONVERSTAANBAAR. Ja waarlijk onverstaanbaar is het, hoe dat men durft spreken van duur leven en meer geld winnen, als men ziet wat al geld er verkwist wordt om het vieren van eenen S1 Eloysdag. Neen geen mensch in de wereld zou er gelooven dat er behoefte is aan meerdere winning voor een volk dat zich alzoo verslaafd aan den drank. En nochtans het is zoo. Hoe kan dat samen gaan? Is het misschien een ander volk dat zwiert en brast en drinkt boven mate, en het geld te kwiste werpt aan nutteloos gerij om het vieren van eenen patroondag, aan dat volk welke klaagt dat het leven te duur is, dat de loonen te laag zijn, en dat men meer winnen moet? Is het misschien een ander volk datheidensch en goddeloos zich verbeest en verlaagt tôt het dierlijke om het vieren van eenen patroondag, aan dat volk welke beweert dat de werker meer mensch zoude moeten hmnen zijn. O neen een ander volk is het ongelukkiglijk niet, want het is, ja het is hetzelfde werkvolk, dezelfde werkersmassa welke men Maandag 1. 1. in zijne wulpsche braspartijen aan het werk gezien heeft:, dat men heden in fabrielcen en elders aan het werk ziet. En toch ja een ander volk is het wellicht, want de weikers-massa bevat nog goede nog deftige werkers, die treuren om die baldigheden, die hertzeer en spijt hebben om de onredelijke manieren hunner werkbroeders, die zuchtend klagen : waar gaat onze bevolking naartoe, en wat zal het baten, wat zal het baten te spreken van lotsverbetering, indien onze eigene werkmak-kers door hunne verbrassingen schijnen te zeggen, en luidop te roepen : neen wij willen van geene lotsverbetering, neen wij willen niets meer dan drinken, of liever zeggen : ja wij willen meer winnen, wij moeten meer winnen, maar wat wij meer zullen winnen, het zal niet zijn om betere voeding, het zal niet zijn om betere woning, het zal niet zijn om betere kleeding, maar het zal zijn om meer te kunnen drinken, meer te kunnen zwieren, meer te kunnen ons zelven verdierlijken in allerhande laagheid, en alzoo den werker met meer verachting, met meer miskenning te doen aanzien dan hij het werkelijk verdient. O indien aile werklieden verstonden hoe pijnlijk zulke gedachten, zulke woorden zijn voor dezen die hooger op willen, voor de warkman die het slachtoffer blijven moet van dergelijke handelingen. Indien deze die brassen en zwieren goed verstonden wat schrikkelijk nadeel zij hunne werkmakkers die het wel meenen aandoen, indien men begreep hoe een enkelen dag van viering zooals deze van Looy aan honderde en honderde werklieden onver-diend en ontelbare franken schade berokkent door ze te beletten meerder loon te - kunnen bekomen. Indien zij begrepen wat al droefheid en verachting hunne verbeestende viering voor gevolg heeft, neen voorzeker neen, alzoo zou men eenen patroondag niet vieren, alzoo zou men volstrekt niet te werke gaan. Den aange-vuurden drang naar genieten ziedaar de oor-zaak, de bedorvene jeugd, in voile werking ziedaar de gevolgen. Ja den aangevuurden drang naar genieten; dat is de plaag van onze dagen, genieten, en immer meer genieten ; ten allen kante klinkt dat in de ooren onzer jonkheden, ten allen kante wordt zulks als het oorbeeld van het leven vorengesteld, en het is dat genieten, dat slaafsch genieten welke men voldoen wilt, en die aile ernstige verbetering belet en beletten zal zoolang men de redelijkheid niet begrijpt van den plicht. De plicht van den werkman is eerst en vooral werken om door zijn werken te kunnen treffelijk leven, 't is te zegpen zonder overlas-ting van werkuren, genoeg winnen om te kunnen voorzien in al wat een werkman in het huisgezin van noode heeft, 't is te zeggen ook het gewonnen geld gebruiken alleenlijk voor deze bestemming en niet voor het beeste-lijk vieren en walgelijk genieten lijk men het thans doet. De plicht van den werkman is dan ook aile drankmisbruik bekampen ; want het genieten gelijk men het heden verstaat bestaat slechts in het drankmisbruik. Neen, dat genieten is geen genieten, en daarom moeten wij onthouders uit al onze krachten daaraan medewerken, daarom moeten wij ondanks ailes werken en streven om te doen zien aan onze verdwaalde werkbroeders hoezeer zij missen en welke onheilen zij hunnen wekerstand aldus veroorzaken; daarom moeten wij dien aangevuurden drang naar genieten ten voile tegenwerken en door onze werking, ieveren opdat aile werklieden hun genot zou-den zoeken in het ware genieten van het christelijk huisgezin. Om tôt daar te komen dan is het hoogst noodig de bedorvenheid der jeugd te bestrijden, in de scholen, in de patronagen, op het werk, overal moet er daaraan medegewrocht worden; want de ongodsdienstige geest, de zucht naar wilde vrijheid, den drift tôt losbandigheid, is om zoo te zeggen meester onzer jonkheden geworden, en dat ailes leidt tôt drinken, tôt overtollig drinken, en dat ailes doet de goede en deftige werkman lijden in zijn bestaan en in zijne lotsverbetering; en dat ailes ook moet daarom door aile onthouders, met voile geweld met samenspannende krachten tegengewerkt, en bekampt worden. De sterke dranken zijn de grootste beder-vers van gezondheid en verstand. Bij den Koning. Dinsdag 12 December vergaderden de afge-vaardigden van het Verbond der Katholieken Matigheidsgenootschappen in het paleis van den Koning te Brussel. West-Vlaanderen was vertegenwoordigd door M. Moulaert, pleitbezorger te Brugge. De Voorzitter van het Verbond, de Eerw. Heer Lemmens, las een adres aan den Koning, waarin werd gewezen op den verderfelijken invloed van de drankplaag, op zedelijk en stoffelijk gebied voor ons volk; hij herinnerde de woorden van Z. M. uitgesproken bij zijne troonbeklimming, waardoor hij het alcoolisai een gewichtig vraagstuk noemt, dat de aan-dacht der openbare macht ruimschoots verdient. De toekomst van 't volk heeft er het grootste belang bij, dat die kwaal ten spoedigste uitge-roeid worde daar het drankmisbruik bijzon-lijk de gezondheid der werklieden ondermijnt en tevens hun voortbrengstvermogen vermin-dert. Daarom wordt eene wet gevraagd, die het getal herbergen beperkt, zonder de verkregen rechten te krenken. Doch, wat zijn wetten zonder dezeden? en daarom juist verdient de persoonlijke initiatief meer dan ooit onder-steund te worden. In eenige woorden drukt de Koning zijne hooge tevredenheid uit voor de matigheidsbeweging en moedigt Hij de afge-vaardigden aan op den ingeslagen weg voort te gaan. Vooral bewondert hij het groot deel dat de geestelijkheid neemt in den strijd tegen de alcoolplaag, hij wijst er op, dat de jeugd in de gevaarlijke tijden, dat het herbergbezoek be-gint, moet afleiding vinden in matige lichaams-oefeningen, die zij vinden kunnen in de matig-heidsbonden en patronaten en dat men den drank weere uit de vergaderplaatsen der werklieden.Na eenige verdere lokale besprekingen, gingen de afgevaardigden onder den besten indruk en tevreden naar huis, gesterkt door de aanmoediging van hunnen geliefden Koning. M. Schollaert te Lulk. « Le Bien-Etre Social » van Luik hield op Zondag, ioden Dec. zijne i6de algemeene ver-gadering, voorgezeten door E. H. Lemmens. Men telde meer dan 35oo aanwezigen, waar-onder Mgr. de Bisschop, minister Berryer en de gouwheer. De groote spreker was Staatsmi-nister Schollaert. M. Schollaert was vijand van den drank, omdat hij zelf ondervonden had, wat al kwaad deze voortbengt : in de groote gevangenis van Leuven, bij voorbeeld, zijn de twee derden slachtoffers van den drank. Hoe tegen den drank gewrocht? — De Onthoudersbonden en de wetgeving zijn erin 12 DECEMBER 1911. 19e Jaargang.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
This item is a publication of the title Onthoudersblad van West-Vlaanderen: tolk van den west-vlaamschen onthoudersbond belonging to the category Katholieke pers, published in Brugge from 1892 to 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Add to collection

Location

Subjects

Periods