Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen

418 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1914, 17 Janvrier. Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen. Accès à 06 decembre 2019, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/ng4gm8300f/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

HOOGERLEVEN INSCHRIJVINGSPRIJS België : 5 fr. 's jaars Nederland : 3 gulden Andere Janden : 7 frank Men schrijft in bij het Beheei of op de postkantoren. Losse nummers 10 centiemen. AANKONDIGINGEN : 0.25 fr. per drukregel Volledig tariel op aanvraag. Algemeen Weekblad voor Ontwikkelde Katholieke Vlamingen Beheer en Opstelraad : Miaderbroedersstraat, 44, Leuven. niet volkomen bekend maakt, worden onverbiddelijk geweigerd. ____———m—^^ " i ~ i i De Dochter der Woestijn Wanneer het meisje den leefiijd van i3 jaren heeft bereikt en daardoor voor volwassen wordt gehouden, kan haar huwelijk zonder bezwaar worden voltrokken. De huwelijksverbintenis echter, waarover we thans spreken willen, îs meermalen reeds veel vroeger aangegaan. We zullen goed doen van meet af aan hier onze westersche begrippen over huwelijksverbintenis geheel en al aan den kant te zetten. Woidt immers hier eene verloving beheerscht door d~e vrije keuze der belanghebbende partijen en door den drang der liefde tevens, welke beiden bij elkaar heeft gebracht, in het Oosten behoeven deze twee voorwaarden volstrekt niet hand aan hand te gaan, en ontbreken zij zelfs veelal bij het samenkoppelen van twee jonge levens. Een hard woord, inderdaad : het samenkoppelen van jongen en meisje bij het oostersch huwelijk. Toch dient dit woord gehandhaafd, zelfs nog in ruwer zin, dan het onder ons gewoonlijk wordt gebruikt. In het Oosten wordt het huwelijk niet beheerscht door de vrije keuze der jonge huwbaren en vooral door die van het meisje allerminst. Het zijn de keuze, de willekeur en vooral het eigen belang van den vader, welke het huwelijk bepa-len, maar er daardoor ook bijna aile vrijheid aan ontnemen, en eene verloving feitelijk doen ontaar-den in eene slim berekende koppelarij, waaraan de jonge man uiterst moeilijk en het meisje zelden of nooit kunnen ontsnappen. Dit is inderdaad een euvel, het eerste euvel, dat als kanker vreten kan aan het huwelijksgeluk van elk oostersch meisje. Het is een kwaad, dat de Semieten van huis uit hebben medegebracht en dat zij geheel hunne geschiedenis door hebben bewaard. Het vindt zijne oorzaak in de overdreven machtspositie des vaders, die een onbeperkt gezag uitoefent niet alleen over zijne vrouw, maar ook over zijne kin-deren, over de dochters vooral. In de wetgeving van Hamoerabi vinden wij dezen toestand reeds stilzwijgend ondersteld, en Abraham had dus deze opvattingen slechts mede te dragen uit Ur van Chaldea naar Canaan, waar geheel zijn nakomelingschap dit rechtsbegrip als onbetwist-baar heeft aanvaard, zoodat Mozes al niet veel meer kon doen, dan deze vaste gebruiken met enkele kleine wijzigingen in zijn wetboek te codi- reke ficeeren. Zelfs de jonge man is aan de vaderlijke Niei keuze gebonden. Abraham (om slechts een enkel ; het voorbeeld te noemen, dat met vele anderen kan p' ils worden aangevuld), zendt zijn knecht uit om eene b- n vrouw te zoeken voor Isaâc. Deze heeft stilzwij- huv. gend de schoone te aanvaarden, die 's vaders het knecht hem op een goeden morgen thuis zal trou brengen. 't Spreekt dan wel van zelf, dat voor- \A beelden van willekeur tegenoveï de dochters voor woo het grijpen zijn in de bijbelsche geschiedenis. staa Laban schachert met zijne dochters tegenover staa: Jacob. Caleb belooft zijne dochter aan den eer- nen sten den besten, die in den strijd overwint. Saul mei: drijft met den jongen David handel in dochters, zij d en zoovele andere voorbeelden meer. nen Juist denzelfden toestand treffen wij heden nog mee bij de Bedoeienen aan, maar thans in het voile van leven, en daardoor beter verstaanbaar. Naar de vaal keuze immers en den wil van het meisje wordt in ordi de woestijn nimmer gevraagd. De dochter is eene aan zaak, eene « res patris », die door den vader naar Mol willekeur van de hand wordt gedaan, en wegge- daai s~honken aan wien hij wil. Bij al de langgerekte ei i huwelijksonderhandelingen blijft het meisje moe volkomen passief. Zij kent den huwelijks-candi- sluie daat vaak niet eens, en bekommert er zich ook als weinig om, wel wetende, dat zij voorbestemd is, mos om opgeofferd te worden aan de hebzucht en hij i begeerlijkheid des vaders, of van den oudsten schc broer, die na vaders dood de absolute macht over nem haar erven zal. Zelfs de weduwe, of de verstooten die vrouw, die wederom onder de tent, en daardoor wiei onder de macht des vaders is teruggekeerd, kan In rechtens door den vader tôt ieder huwelijk ge- Jacc dwongen en weggegeven worden. Doch feitelijk was weten dezen, door smartelijke ondervinding docl geëmancipeerd, het met stijfhoofdigheid en n slimme intrige vaak zooverte brengen, dat eenigs- zooc zins althans ook met hare wenschen rekening koo] moet worden gehouden. D Nu is het waar, dat volgens het strikte woestijn- het recht de jongens er niet beter aan toe zijn. De gezs jonge man, die nog leeft onder de vaderlijke tent, En heeft niet de vrije keuze zijner vrouw, en het zou schc een 18 of 20-jarigen hoogst euvel worden geduid, Ara; indien hij met beslistheid zich verzetten bleef, als zage de vader hem een meisje heeft toegedacht. Doch buit feitelijk hebben zij op dien leeftijd genoeg zelf- Zelf standigheid en brutaalheid, om den vader te king dwingen, terwille van den huiselijken vrede, den ei îtt I st i ve n av V; Dr m m 1 isj de i sr . I k le t hi r 0 et ei « Sli n ; 01 ne v ir d ol 5 :h ur d; >P 3e j H z ot ta ei te fs g 1 1 ekening te houden met eigen keuze en hart. •' ettemin blijven ook de jongens gebonden door îet huwelijkscontrakt dat de vaders reeds in de irilste jeugd hunner kinderen met elkander heb-x n gesloten. Er komen in de woestijn reeds mwelijken voor van kinderen van 3 jaren, terwijl îet meisje na haar i3e jaar zeker niet lang onge-rouwd blijven zal. Wanneer het meisje in een ander kampement voont dan de jongen, dan zal zij haren aan-taande gewoonlijk niet eens hebben gezien, laat taan gesproken. In een-zelfde kampement ken-len zij elkaar natuurlijk een weinig, daar de neisjes er tamelijk ongedwongen rondloopen en ii de jonge herders gemakkelijk ontmoeten kun-len bij putten en bronnen. Er ontstaan zôô neermalen echte liefdesbetrekkingen in een kamp an Bedoeienen, en ofschoon de vaders hiermede ■aak volstrekt geen rekening houden, zijn toch mder dit opzicht de jongelui der woestijn er beter an toe, dan die der stad en onder de wet van Mohammed. Deze hebben elkaar nooit gezien, [f ar het meisje in den harem blijft opgesloten, !r: op straat steeds het gelaat verborgen houden noet onder den ondoordringbaren, veelkleurigen luier. Het stadsmeisje wordt dus meestal gekocht ls « eene kat in den zak », zoodat de jeugdige noslim vaak schromelijk bedrogen uitkomt, als lij na de huwelijksv-oltrekking zijne schoone aan-chouwen mag. De eenige voorzorg, die hij lemen kan, is de getuigenis van moeder of tante, lie voor hem op verkenning kunnen gaan en met vier oordeel hij zich tevreden zal moeten stellen. n den Bijbel kennen we de geschiedenis van acob, die zijn schoonvader 7 jaren dienstbaar vas om Rachel, zijne dochter te verwerven, loch wien op den huwelijksdag niet Rachel, vflar.de gesluierde T.ea in de hand werd gestopt, ;oodat hij 7 andere jaren werken moets, om de :oopsom voor de geliefde Rachel te betalen. De vrije keuze der jongelieden, vooral die van îet meisje, is dus door het absolute vaderlijke ;ezag zeer beperkt, zoo niet geheel onmogelijk. in zoo diep heeft dit vaderl:jk récht wortel ge-choten, dat ook het christendom het bij den ^raab van het echte ras niet uitroeien kan. We :agen reeds, dat we hiermede niet geheel en al >uiten het veld onzer waarnçmingen treden. îelfs onder de katholieke half-nomadische bevol-;ing van het Overjoidaansche is de macht van len vader over het huwelijk zijner dochter nog buitensporig groot. De missionarissen waken er natuurlijk voor, dat het meisje geen gedwongen huwelijk op den hais wordt geschoven, en dat haar dus minstens die mate van vrijheid wordt verleend, welke strikt noodzakelijk is voor een christelijk huwelijk volgens het canoniek recht-De vader heeft vaak reeds lang het huwelijk zij. ner dochter bekonkeld, eer hij er aan denkt, de meening van zijn kind te vragen. En steeds blijft de betrekkelijk vrije keuze van het christen meisje beperkt door het axioma dier ruwe bevol-king : « Er moet vrijheid zijn voor onze vrouwen en dochters, maar vooral niet te veel ». Zulke opvattingen verklaren de meest wondere feiten. Hoe bv. een missionaris dringend door zijn room-schen knecht , die hem als eenen vader vereert, wordt verzocht, om voor dien jongeman een meisje mede te brengen van de kweekelingen der Zusters te Damascus. Of hoe een schismatieke Griek, als oudste zoon hoofd der familie na 's vaders dood, zijne zuster dwingen wil tôt een huwelijk met een Griek, nadat zij zonder zijne toelating met een katholiek was getrouwd. B ■ Het gémis aan vrijheid, vooral voor het meisje, is echter niet het eenige euvel, waarmede het huwelijk in de woestijn is behept. De keuze immers van den vader wordt geenszins geleid door het huwelijksgeluk zijner dochter, maar slechts door een slim berekend eigenbelang, dat uit het meisje tracht te halen, wat mogelijk is. Het meisje toch wordt geenszins om niet weggeschon-ken aan haar toekomstigen echtgenoot. Zij wordt er aan verkocht in den letterlijken zin van het woord. En dat is de tweede grievende behande-ling, welke een oostersch meisje bij het aangaan van haar huwelijk zich moet laten welgevallen. Ook dit gebruik is niet van vandaag of gi3taren, en met grootere of kleinere wijzigingen vinden wij het terugj geheel de geschiedenis door der Semieten. Volgens de wetgeving van Hamoerabi betaalt de toekomstige bruidegom eene bepaalde som aan zijn aanstaanden schoonvader. Het blijkt echter niet duidelijk, of dit als koopsom is bedoeld, dan wel als waarborg-geld tegen het atbreken der verloving, af als voorloopige vergoe-ding voor de huwelijksgift, welke de dochter mede krijgt van haren vader. Zelfs in het gun-stige geval moeten wij in dergelijke wetsartike-len, slechts eene nieuwe, eene meer humané omwerking zoeken van de oude opvatting der Vlaamsch in 't onderwijs Hoogleeraar Colinet, van Leuven, hield ver-leden jaar in de Commisson d'Etudes pour l'améliora lion de l'enseignement moyen du degré supérieur eene voordracht over de humaniorastudiën. Die voor-dracht is thans in druk verschenen : Desbarax, Leuven (1 fr.) Wij drukken daaruit twee brokken over : ....Et ici, messieurs, permettez-moi une brève digression pour exprimer l'espoir que, dans un avenir rapproché, on cessera de soumettre la jeunesse de la plus grande partie du pays à un régime où cette vérité est cruellement méconnue ; où on arrache à l'enfant cet instrument dont sa mère, au prix d'efforts pénibles et prolongés avait su le munir, et où on le contraint à se servir maladroitement d'un instrument qu'il est inhabile à manier. L'éducation de notre jeunesse flamande, au moyen d'une langue étrangère, n'est pas seulement une absurdité pédagogique, c'est une cruauté, et une cruauté pernicieuse pour la vie intellectuelle et morale du peuple flamand ; un procédé contraire à l'humanité et qu'on ne retrouve que dans des pays où un vainqueur impitoyable s'ingénie à extirper la vie propre d'une race conquise. La langue maternelle doit être la langue véhiculaire de l'enseignement ; voilà du moins un principe que personne ne pourrait contester sans se mettre en contradiction flagrante avec le sens commun de l'humanité, et c'est sur ce terrain qu'une réforme de l'enseignement moyen est vraiment nécessaire et urgente.... ....Je sais bien que la loi ne doit pas créer des inégalités factices, qui ne répondent à aucun besoin. Telle n'est pas l'inégalité, la supériorité créée par le soi-disant privilège des humanités ; on l'a démontré à satiété. Le souci de l'intérêt du plus grand nombre, le zèle démocratique n'a rien à faire ici. Mais je vous signalerai un autre terrain où il pourra déployer une activité féconde, et faire disparaître une inégalité qui non seulement ne répond à aucun besoin, mais qui ruine par la base le développement normal d'un peuple tout entier. Portez vos regards sur l'enseignement moyen tel qu'il se donne dans la partie flamande, la grande moitié du pays. Là malgré quelques améliorations introduites par la loi, vous verrez, sous prétexte de bilinguisme, la grande majorité des enfants forcés à recevoir l'instruction par l'intermédiaire d'une langue étrangère à la masse . de la population ; je dis étrangère, comme langue bien entendu, non pas au sens politique puisqu'elle est la langue de nos provinces wallonnes ; et j'insiste sur la distinction, parce que d'habitude on profite de la confusion possible pour embarrasser les discussions. Qu'est ce que ce bilinguisme ? C'est simplement un mot qui marque un fait très anormal ; le fait qu'une minorité infime par le nombre, mais puissante par l'argent et les positions acquises, se sert habituellement d'une langue étrangère au peuple dont elle fait paitie par la race, et dont elle se contente de jargonner, à l'occasion, la langue nationale. C'est le seul sens du mot bilinguisme, la seule réalité que le mot exprime ; de bilinguisme, il n'en existe pas de trace dans les provinces wallonnes en dehors des circulaires officielles ou des inscriptions sur les bâtiments publics. Or, c'est pour la minorité, l'infime minorité des Flamands soi disant bilingues que l'enseignement moyen est organisé ; c'est à elle que la masse des élèves est facrifiée. Il y a, sous ce rapport, une différence fondamentale entre les deux parties linguistiques du pays, différence masquée par l'uniformité des programmes qui parlent de ire et de 2e langue. En réalité il y a une langue principale, qui est le français partout, et une langue secondaire on étrangère, qui est le flamand ; la prétendue égalité se réduit à la symétrie graphique des horaires. J'ai fait ressortir combien le fait est monstrueux au point de vue pédagogique. Mais au point de vue social et national ? On s'applique à maintenir et à renforcer une espèce de colonie étrangère au point de vue de la langue ; on raffermit la barrière qui sépare un peuple des classes plus instruites, dont l'influence partout ailleurs tend à élever la masse absorbée par le travail de ses mains. Conçoit-on rien de plus pernicieux pour les intérêts intellectuels et moraux d'un peuple ? Hoc opus, hic labor. Si vous voulez faire disparaître une inégalité qui est une injustice contre les individus et contre la société, si vous voulez faire de la démocratie au sens le plus noble du mot, si vous voulez travailler à une réforme vraiment féconde pour le bien du plus grand nombre, I faites porter vos efforts contre cet abus invétéré depuis un siècle bientôt que la Belgique est entrée dans son existence. Et qu'on ne dise pas que la réforme préconisée serait une atteinte à la liberté d'une partie des Flamands. Est-ce que la liberté de l'immense majorité n'est pas lésée aujourd'hui ? Et il faut aien noter que cette liberté est sacrifiée pour maintenir une situation absolument anormale. Ce lui est vrai, c'est que la majorité lésée aujourd'hui ne se révolte guère contre l'injustice qui lui 3st faite. Mais, au fond, cette résignation est une résignation forcée. En i83o, l'administration, de même que l'enseignement moyen et supérieur, furent organisés comme si la Belgique avait été un pays de langue française, purement et simplement, et cette situation n'a été modifiée jusqu'aujourd'hui que d'une manière très partielle. Il en résulte que, dans son propre pays flamand, le Flamand doit se contenter d'une position inférieure à moins qu'il ne soit familiarisé avec la langue française, tandis que pour le flamand, il sait qu'on se contentera — ét de grand cœur souvent — d'une connaissance élémentaire ou nominale. C'est une situation dégradante dont le peuple flamand exigera la disparition. Il est permis du reste d'espérer que la minorité* « bilingue », consciente des devoirs sociaux que lui imposent les avantages que lui assurent la fortune et les positions acquises, se prêtera courageusement à une réforme nécessaire pour le bien général du peuple dont elle tait partie. S'il est des individus dont l'obstination ou le snobisme inintelligent se refuse à l'accomplissement de ce devoir, il n'y aura pas lieu de s'apitoyer outre mesure sur la gêne où ils se trouveront pour donner à leurs enfants l'éducation qu'ils préfèrent. Les sacrifices pécuniaires qu'ils devront s'imposer seront le prix dont ils paieront le caprice qu'on leur permettra de satisfaire en toute liberté. Quant aux personnes, qui pour des motifs avouables, devraient renoncer à élever leurs enfants dans la langue du pays, elles ne songeront pas sans doute à s'étonner que pour éviter des inconvénients isolés, on ne sacrifie pas les intérêts essentiels d'un peuple tout entier. Et vous ferez en même temps une œuvre d'intérêt national. Depuis i83o, on s'est appliqué assidûment, sinon délibérément, à renforcer, au moyen de l'enseignement, une oligarchie hybride, flamande par la race, française, approximativement, par la langue, au sein du peuple flamand. Et quels résultats a-t-on obtenus ? Est-ce que la Belgique est devenue unitaire au point de vue de la langue ? A t on réussi à extirper le flamand, ou du moins, à le réduire à l'état de jargon négligeable ? Non, n'est ce pas? Tout le monde constate que le peuple flamand se rend compte enfin de la situation anormale et dégradante qu'on lui a faite. Il ne cesse de faire entendre sa voix pour exposer ses griefs. De là ces concessions très inadéquates obtenues, j'allais dire arrachées, à une législature récalcitrante. Mais ces concessions, souvent réduites à néant dans la pratique, n'ont pas résolu la question. Ce serait une entreprise digne de vous, messieurs, qui vous réclamez de la démocratie et de la justice sociale dans cette commission dont l'objet est d'améliorer l'enseignement moyen, de travailler à faire cesser cette iniquité et à réparer les dommages qu'elle a causés à la masse du peuple flamand depuis près d'un siècle. En le faisant vous aurez rendu un service signalé à la patrie belge. Car il est évident que plus les deux races qui la composent seront fortes, plus elles auront lieu d'être satisfaites du lien politique qui les unit, plus cette union sera forte et durable. Avant de quitter ce sujet, je ferai remarquer d'abord qu'en employant les termes de colonie et d'oligarchie j'ai voulu simplement caractériser des situations de fait ; mon intention n'est nullement de jeter l'odieux sur tous les individus, indistinctement, qui composent cette classe, d'autant moins que les recrues nouvelles que lui amène l'enseignement moyen sont, les unes des victimes inconscientes d'une situation qu'elles n'ont pas créée, d'autres des victimes résignées — ou récalcitrantes — d'un régime qu'elles abhorrent de plus en plus. Je voudrais enfin faire une courte observation sur un mot employé par M. le Président lorsqu'il appelle le néerlandais une des petites langues de l'Europe. Je crois qu'il serait plus exact de lui assigner une place moyenne entre les grandes langues et les petites langues, comme les langues Scandinaves, le finnois, etc. La production artistique et scientifique de 1 agglomération néerlandaise en Belgique et en Hollande — dix millions d'hommes environ — je laisse de côté l'Afrique du Sud et les colonies océaniennes égale au moins celle de l'Espagne et n'est probablement guère inférieure à celle de l'Italie.... Negende Jaargang. Zaterdag 17'Januari 1914. Nummer 3

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à Leuven du 1906 au 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes