Nieuwe Vlaamsche illustratie

1267 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1914, 26 April. Nieuwe Vlaamsche illustratie. Konsultiert 14 August 2022, https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/de/pid/2n4zg6h42n/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

— 194 — i LIEFDE EN ROEM. ftORTE SAMf NVflTTlNG VAN HC7 VOOIt AFGAANOE. bONAT RITTNER en MoLLER, drie onge kunstschilders kewonea te Weenen één atelier. K.NORJOPPEL, een zonderling, die zich ook artiest waant, bezoekt hen trouw en là altijd hongerig. TINE, de dochter van den huisbewaarder mrgt voor hen als een jong moedertje. Donat maakt een eind aan zijn armmoedig bestaan door een betrekking aan te nemen als porceleinschilder op een groot fabriek te Malsdorf, wat hem door z'n vrienden als een zwakheid tegenover zijn roeping als kunstenaar wordt aangerekend Als leider van de schilderafdeeling, brengt hij meer frischheid in de wijze van werken tôt groote tevredenheid van den directeur ELBING en den handelsraad WERNTAL, eigenaar der fabriek Een grappig avontuur brengt Donat in aanraking met SYLVIA. de dochter en WALLY het nichtje van Werntal. Als Donat kort daarop Sylvia opnieuw ont-moet met haar tante CHARLOTTE, die na den dood van mevrouw Werntal met haar dochter Wally op de villa is komen wonen, vat hij liefde voor Syiviaop, diereedslang met stille bewondering tegen Donat opziet. Zwichtend ten slotte voor de smeekingen tijner dochter, stemt Werntal in het hu-welijk tusschen Donat en Sylvia toe. Op de huwelijksreis ontvangt Donat be-richt dat zijn schilderij op de tentoonstelling zeer gunstig is beoordeeld, hetgeen Sylvia in verrukking brengt. Yerlangend zich op den roem van haar gade te kunne 1 verhef-fen, dringt zij op den terugreis aan. Is haar zucht naar roem sterker dan haar lielde? Baron NEIFELD, een oud-speelgenoot uit Malsdorf komt hen bezoeken. Hij is getroffen door de schoonheid van Sylvia. Als hij bemerkt, dat zij hoofdzakelijk den kunstenaar in Donat bemint, ontstaat in hem het duivelsche p an haar te leeren zien, hoe middelmatig slechts het werk van Donat is. In 't geheim volgt Sylvia Neufelds kunst-lessen en wordt hoe langer hoe meer van haar man vervre^md. Wally is intusschen met Elbing verloofd Als Donat Knorjoppel cntmoet, brengt deze hem bij Tine en Rittner, wiens werk , noewel bijzonder knap, geen waardeering vindt. Donat zal nu een paar van Rittners beste schilderljen on der de oogen brengen van Prol. MARTIN, een bekend kunstcrit.icus, die dien uvond de gast is van zijn schoon-vadt r. Voordat Donat Pro'. Martin ge^proken heeft, dringt Sylvia er bij dezen op aan haar zijn oordeel te zeggen over Donats werk. Hij aarzelt ecliter zijn oordeel uit te spreken en treedt onderwijl met Sylvia Donats atelier binnen Verbaasd blijlt hij staan voor de schilderijen, die hij eropde ezels vindt en beiden voor het werk van Donat houden Als deze intusschen binnen treedt en prof. Martin hem verzekert, dat hij zich hierin voor 'teerst als waarachtig kunstenaar heeft geopenbaard, valt Sylvia «veenend-juichend hem om zijn hais Pijn-lijk is de ontgoocheling, wanneer Donat rerklaart dat het 'twerk van Rittner is. Rittners naam is nu gemaakt en met succès wordt zijn werk geexposeerd. Neufeld vindt hierin een nieuwe aanleiding Donats werk in Sylvia's oognog meer te kleineeren Hij wijst haar er op, dat feitelijk haar vader liet succès van Donat heeft gekocht en doet het voorkomen alsot Donat haar om haar geld heeit getrouwd Steeds grooter wordt hierdoor de ver wijdering tusschen Sylvia en Dor.at, zoodat deze ten laatste na een pijnlijken strijd besluit Rittner op zijn studiereisnaar Italie te vergezellen. Neufeld, onder voorwendscl Sy.via in haar eenzaamheid te komen troo; ten, dringt zich hoa langer hoe meer aan haar op, totdat zij eindeiijk zijn listig bedoelen doorziende, hevig Nerontwaardigd hem van zich afstoot. In haar ^ erlatenheid komt wi er een inriiger verlangen naar Donatin haar op. Zij bezocht Tine en rcist met haar r.aar Italie a'. 14) (Vervolg.) ALE lichtstreepen hadden den nade-renden dag aange- PcJït r'~:\ kondigd, toen zij na een nacllt vo1 onrustige gedach-ten eindeiijk in-sliep. En toen zij ontwaakte, was er van deze ge-dachten slechts een enkele gebleven: Nu zal hij komen. Beslist en zeker. Hoe zou hij anders kunnen, nu hij weet, dat ik in zijn nabijheid ben? Gisteren was het nog te plotseling over hem gekomen — maar heden — heden! — En zij overlegde bij zich zelf, hoe zij hem zou ontvangen — hem innig hartelijk groeten — Neen, alleen de hand wilde zij hem druk-ken — hij had haar te zwaar ge-krenkt. Dat hij zoo van haar weggaan — haar gedurende al dien langen tijd zonder eenig bericht laten — elk bericht van haar ontberen kon ! Uren gingen voorbij — hij kwam niet. Het werd haar bang om 't hart. Zij ging in de kamer heen en weer en wierp geen blik in den spiegel zooals anders, wanneer zij er voorbij-ging, zij dacht aan iets veel gewich-tigers dan daaraan, voor hem schoon te zijn. Als daarbuiten stap-pen klonken, luisterde zij gespannen. Zij zou hem toch hartelijker begroe-ten — hij zou 't stellig in haar oogen lezen, hoe zeer hij haar welkom was. De middag kwam — hij bracht hem niet. Moe en afgemat zat Sylvia daar, haar hoofd steunend op haar beide armen. Hij komt niet zei-de zij tôt zich zelf — hij kan mij niet vergeven. Geruischloos trad Tine binnen en zag vol deelneming op haar neer. ,,Mevrouw Sylvia —! Het is etens-tijd."Sylvia -schudde haar hoofd. ,,Ga maar alleen — ik kan niet. Of vindt je het onaangenaam — alleen ?" ,,Ik ben niet alleen, Rittner is bij mij." Zij zag den onderzoekenden blik van Sylvia en verstond dezen. ,,Hij heeft zijn vriend hier gezocht, die van den vroegen morgen af weg is." Sylvia knikte haar toe en na nog eenige oogenblikken vergeefs gewacht te hebben, ging Tine weder weg. Opnieuw gingen uren voorbij. Nu komt hij niet meer zeide Sylvia weder tôt zich zelf. Een zware zucht ontsnapte haar. Zoo zou dus ailes vergeefs geweest zijn — ailes voorbij ? Smarteliik onbedwingbaar ver-langen begon haar hart te vervullen. ,,Hans! Hans!" riep hij luide uit. Dan steeg het als trots tegen haar zelf in haar op. Neen! Het mag niet ailes voorbij zijn. Men begraaft slechts wat dood is — en mijn gevoel leeft — en het zijne ook — ja, ja — het leeft ongetwijfeld — Valsche trots is 't slechts van hem en van mij — en hij is de beleedigde — — Weg, weg met dezen trots — ik offer dien ons geluk. — Een helle glans vloog over haar gelaat. Nog enkele oogenblikken stond zij in gedachten verzonken — dan greep zij haar hoed — — — Rittner en Tine zaten in een hoek op het terras en zagen met groote op-lettendheid links het kanaal af — terwijl zij den ingang van het hôtel goed in 't oog hielden. ,,Hij is nog steeds niet te zien!" bromde Rittner. Tine zuchtte ,,Zoo'n stijfhoofd! Dat had ik van hem niet gedacht. Er komt ten slotte in ieder huwelijk wel eens iets voor. Men reikt elkander dan ten laatste toch de hand en zegt, het was een misverstand." ,,Hm! Ik zie al — ik zal dien goe-den Donat bij zijn kraag moeten nemen en jij mevrouw Sylvia — laten we zeggen — bij haar arm. Anders komen zij niet tôt elkander." Tine schudde haar hoofd. „Ik zeide het je reeds. Zoo'n scheur moet van zelf weer samen groeien — zal het voor altijd — —" Zij greep hem bij zijn arm. ,,Frans! Zie eens daar!" Zijne oogen volgden haar wijzende hand en zagen Sylvia uit het hôtel treden en na een korte aarzeling een gondel bestijgen, welke haar het kanaal opvoer. Zij lieten haar eerst een eind weg-varen, dan sprongen zij ook in een gondel en lieten deze haar volgen. Toen zij zagen dat Sylvia's gondel het smalle kanaal bij Sint Thomas invoer, stegen zij weder aan land, lachten van vreugde en schudden elkander de handen luide uitroepend: ,,Hoera!" zoodat de menschen zich vroolijk maakten over die „dwaze vreemdelingen." — Daar stond nu Sylvia op het Sint Paulus-plein, op dt binnenplaats van het oude huis. De waschtobbe stond daar nog in 't midden, vrouw Bar-bina bevond zich daarbij echter niet en ook geen andere sterveling was er te zien. Solvia had niemand noodig — zij wist den weg. Tine had haar immers aile bijzonderheden van het verblijf van de schilders verteld. Nu klopte zij boven aan de deur. Het bleef doodstil daarbinnen. Zij lichtte de klink op — de deur stond nu open. Haar hart klopte tôt in haar hais, toen zij over den drempel trad en in de ruimte rondkeek. De kamer was leeg. Aarzelend ging zij verder — ook in het anderen vertrek was niemand. En stilte heerschte — opvallende stilte voor het huis van vrouw Barbina. Alsof zij niet de minste veerkracht meer bezat, viel de jonge vrouw in een stoel bij de tafel neer en zag om haar heen. Haar blik vloog over de schamele inrichting — over het schil-dergerei — over den ezel. Op het om-hulde schilderij bleef ze een oogenblik gevestigd — doch slechts een oogenblik en zij strekte ook niet haar hand uit om het omhulsel op te lichten. Haar oogen brandden in haar hoofd en zij sloeg haar oogleden neer. Doch onder haar wimpers gleed haar blik verder — de zon na — tôt aan den oever van Bellagio, waar zij zulke gelukkige dagen beleefd hadden. Ach — als zij het tijdrad terugdraaien kon. Oh, Hans — Hans —! Zij richtte zich op. Buiten kraak-ten de trappen — Door het voorver-trek klonken stappen. Sylvia sprong van den stoel in de hoogte. Zij moest zich echter aan de tafel vasthouden — een gevoel van onmacht vloog door haar lichaam. Als versteend bleef Donat op den drempel van het vertrek staan — met wijd opengesperde oogen staarde hij op die vrouwengestalte. Reeds wilde hij vooruit snellen, wilde hij jube-lend zijn armen uitstrekken — daar zonken zij langzaam naar omlaag en geen klank kwam uit zijn keel. Het was, als drukte een vreemde macht zijn armen neer en hield zijn mond gesloten. Zoo stonden zij minuten lang en zagen elkander in de oogen en adem-dem zwaar — geen geluid kwam echter over beider lippen. Hij wilde haar zeggen, hoe hij sinds den vroegen morgen telkens weer onder haar venster teruggedre-ven werd — hoe hij vergeefs hoopte haar te zien — hoe hij eindeiijk in 't laatste uur zich zelf had overwonnen en bij haar naar boven was gegaan — hij moest haar zien — hij moest — zijn heftig verlangen daar naar kon hij niet langer bedwingen — en hoe hij haar echter niet zien kon, omdat zij niet thuis was. — En zij wilde hem zeggen, dat zij den langen weg naar hem gemaakt had, om hem toe te roepen: Je hebt gelijk — het hoogste op aarde is de liefde. Zij is hooger dan kunst — hooger dan het leven zelf — Doch zij zeiden het geen van beiden — in elkanders oogen echter lazen zij het en toen viel plotseling, van hen weg, wat hen bezwaard had. Een geluid stieten zij uit — half juichen was 't, half snikken en hunne armen omsloten elkander, als wilden zij elkander vasthouden voor altijd en eeuwig — —• — — — — — Een groote menigte bontkleurig-ver-lichtte gondels voer het groote kanaal op — naar de avond-muziekuit-voering. De eene verdrong de andere — slechts een bleef achter en wendde zich af — naar buiten naar de Lagunen — Den hemel omzoomde nog de kleur der liefde en het water der Lagunen weerglansden in won-derbare parelmoeren pracht. Twee paren voer deze gondel daar-heen. Op de voorste bank zat Rittner met Tine en zij lachten elkander toe, als menschen die zoo recht tevreden van harte zijn. Zij wendden zich vooral niet om tôt Sylvia en Donat, die zonder een woord te zeggen daar zaten in hun droomwereld van enkel zaligheid. Daar blikten Tine's oogen plotseling scherp ter zijde. Nog een tweede gondel kwam er aan, alsof zij den weg der eerste kruisen wilde. Een enkel mensch zat er in. ,,Hij is 't!" fluisterde Tine haar buurman in het oor. ,,De baron!" Rittner liet een licht gebrom hoo- ren. Het werd echter overstemd dooi de zachte tonen en het gezang, dàl de avondwind van de serenade naai hier overdroeg. Zacht stemden de gondeliers met het lied in en alsoi de maan hierdoor was gewekt gooi zij uit de hoogte haar betooverenc licht rondom uit. Overweldigd zonk Sylvia's hoofc met een zucht op Donats schouder er sloeg zij haar arm om zijn hais. Daar ginds in de andere gondel had de eenzame man het nauwkeurig ga-degeslagen. Onder zijn gefronstf wenkbrauwen schoten stralen uit ei: hij perste zijn lippen vast op elkander. Een wenk — zijn gondel wendde en verdween in de verte. — — — Den volgenden morgen ontving mevrouw Wallv in Malsdorf het volgen-de telegram: ,,Hartelijk dank voor je uitnoodiging. Heb de andere — schoonere reis gekozen. Vriendelijke groeten van Donat. Sylvia." En nog denzelfden dag kwam Wal-ly's antwoord • ,,God zij gedankt, geloofd en ge-prezen !" EINDE. •K -5f DE lie OP HET SCHIP. ,,De complimenten van mevrouw Melhurst, mijnheer, en of u eens on-middellijk in haar hut zoudt willen komen ?" Nadat ik de geldzaken in orde had gebracht; had ik mij juist naar mijn kantoortje op het dek begeven, om daar het verdere van den avond door te brengen. Men stelt zich aan land voor, dat het postje van administrateur op een boot al zeer gemakkelijk is, maar in werkelijkheid is dit niet zoo, en gedurende de geheele reis heeft men zijn handen vol werk. Nu weer had ik mij nauwelijks op mijn gemak neergezet om de rekeningen te gaan nazien, toen ik opgeschrikt werd door een zacht kloppen aan de deur. Ik stond dadelijk op om open te doen, en bevond mij toen tegenover de Canadeesche meid van mevrouw Melhurst. Haar gelaat was rood en zij scheen zeer zenuwachtig. „Is er iets gebeurd?" vroeg ik ver-wonderd, toen zij hare boodschap had overgebracht. ,,Ja, mijnheer," antwoordde zij ge-jaagd. ,,Â1 wat ik er van weet, is —" Zij was op 't punt mij een lange verklaring te gaan doen, maar plotseling scheei zij zich te bezinnen, want zonder een woord verder te spreken, keerde zij zich om en verdween op het dek. Ik begreep er niets van, maar ik draaide toch het electrisch licht uit, sloot de deur en haastte mij haar te volgen. Toen ik in de hut van mevrouw Melhurst kwam, zag ik al dadelijk dat er iets gebeurd was wat haar schrik kon aanjagen. Op den vloer en zelfs op het bed lag de in-houd uitgespreid van koffers en hand-tasschen. Te midden van de verwar-ring stond mevrouw; zij zag er ang-stig en opgewonden uit. ,,Het is vreemd, mijnheer Morse, sprak zij, terwijl zij met de hand op een juweelkistje wees, dat leeg op den grond lag. ,,Mijn diamanten sie-raden zijn verdwenen." ,,Dat meent ge toch niet?" riep ^ uit, aan de grootste verbazing ten prooi. ,,Ja, dat meen ik wel degelijk; fe ziet toch zelf dat er niets meer in is," sprak zij scherp. ,,Hoe kan dat gebeurd zijn?" ,,Ik zou het u onmogelijk kunnen zeggen. Van middag aan tafel ver-telde ik aan mevrouw Lationer, f'a' ik zulk een mooie diamanten broche bij mij had. Zij drukte den wenscli uit die te zien. Toen het diner was afgeloopen, begaf ik mij hierheen, nam de broche, en liet het juweelkistje in de hut liggen, en toen ik te-rugkwam was het ledig." ,,Hoelang zijt ge afwezig geweest. ,,Stellig niet langer dan een hall uur." , ,,Weet ge zeker, dat ge den sleutei van uw hut gedurende al dien tijd in uw zak hadt?" ,.Stellig. Zoolang ik in het salo"

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel Nieuwe Vlaamsche illustratie gehört zu der Kategorie Katholieke pers, veröffentlicht in Antwerpen von 1895 bis 1915.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume