De stem uit België

1756 0
close

Why do you want to report this item?

Remarks

Send
s.n. 1916, 12 May. De stem uit België. Seen on 28 June 2022, on https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/en/pid/qb9v11xc2b/
Show text

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Registered at the General Post Office as a Newspaper. Telephoon: Muséum 2 6 7. M/r 12 Bladz. De Stem lût uit Belgie Bureel: 21, Russell Square, W.C. Abonnement: is. 6d. voor drie maanden. Subscription : îs. 6d, for three months. 2de Jaargang. Nr. 34. Oplage : 14,500. VRIJDAG, MEI 12, 1916. Abonnement voor de Vereenigde Staten, 40 cts. ; Pvir*z> 1 A voor Ilolland, 1 fr. ; voor Frankrijk, 2 £r. 1 i ICt JLCI. NIEUWE AANVAL OP VERDUN. VREDESGERUCHTEN. Stijn Streuvels en César Gezelle.(l) Onder dit opschrift schuif ik een aantal beschouwingen over " Oorlogsletterkunde." Ik heb het reeds herhaalde malen geschreven (ik weet nochtans uit ondervinding dat onze oflïcieele wereld de "Stem uit België " uit-pluist), dat het hoogst betreurenswaardig is dat onze Vlaamsche schrijvers niet aan het Belgisch legerfront werden toegelaten, beter gezegd, daar niet officieel werden heênge-stuurdj om er het leven, den moed en het lijden, de jammer en het verblijden onzer jongens aan te teekenen, tôt vaderlandsche vorming en opvoeding der komende geslach-ten. Ik begnjp genoeg de teergevoeligheid van moeder Censuur, aangaande krijgskun-dige aangelegenheden, en aangaande het ver-schaffen van inlichtingen aan een vijand die 00k den spioenendienst en de verkenning we-tenschappelijk heeft ingericht. Maar ik zie niet in waarom onze Belgische censuur meer-der strengheid zou moeten uitoefenen dan deze der Bondgenooten die allen hunne oor-logsbriefwisselaars aan het front hebben, en dewijl het nu op aile tonen door de officieele machten wordt gezongen dat deze oorlog een strijd is van de démocratie tegen de autocratie, ik vraag mij of de censuur verdedigbaar is, zoo zij het werktuig is voor de meening van den censor zelf of de meening van enkele politieke personen en niet het werktuig van de nationale gedachte, met als grondregel en leitmotiv, de nationale stoffelijke en geeste-lijke welvaart in het heden en de toekomst. En sprekende van de toekomst, het schijnt mij toe alsof veel menschen zich blind kijken op de hedendaagsche wereldgebeurtenissen, alsof zij eeuwigdurend zijn zouden, en niet het minst bezorgd zijn voor het opbouwen van de toekomst. Immers niet in het vernie-lingswerk toont een mensch en een volk zich het grootst maar wel in het opbouwen. Een der grootste faktors in het leven van een volk is de vaderlandsliefde en de ideali-satie van de vaderlandsliefde geschiedt eerst en meest na den oorlog. Wij moeten het immers niet bewimpelen : midden 't bloed en het slijk, de rampen en de ellenden van dezen oorlog, moet de vaderlandsliefde aan de mees-ten een hatlijk beginsel toeschijnen, want niet iedereen heeft een zoo hoog aangelegde ziel dat hij zich steeds weet te bakelen in de zonneglansen van het ideaal. Het gaat immers wel in gemakkelij ken zetel veilig gezeten te schrijven over vaderlandsliefde en den heldenmoed van anderen, zoo lang men zelf niet dag op dag uit in de loopgrachten moet, met zijn schoonste en jongste leven, in zijn handen als een sacrificie voor de vaderlandsliefde. Zooveel is zeker dat onder meer deze oorlog aan de verschillende volkeren kaa leeren dat het begrip van vaderlandsliefde totaal verkeerd is, zoolang men uit liefde voor het vaderland elkander moet dooden. Het wordt hoog tijd dat wij het uitroepen boven het oor-logsbedrijf uit, dat Europa den waren inhoud vergeten was van de hooge zedelijke begrip-pen, en de laaggezonkenheid van hare zelf-zucht verborg onder den klaterglans van groote woorden. In opbouwend vredewerk ligt de kern der ware vaderlandsfielde. Wanneer ik hier dag op dag boeken lees als "The Canadians in Flanders," "The Irish at the Front," en dies meer, waarin ik de ziel van een natie kloppen voel, dan word ik droevig omdat ik zoo weinig te lezen krijg over onze bloedeigen jongens. Dat komt later na den oorlog, zal men zeggen. Ik geloof er niets van. 't Is waar, ik weet schrijvers die er prachtige oorlogsindrukken op na'nouden, welke als een vaandel van idéalisme zullen zwaaien over 't Yzerbloedbad, maar zij zijn niet talrijk. Later zal elk terug naar zijn werk gaan, en in 't alledaagsche van 't prozaisch leven de inspiratie, de geestdrift, de oogenblikkelijk-heid missen om de oorlogsnotas te verwerken als een spiegel van 't Belgisch leger. Later krijgen wij wel officieele verslagen, datums, doodenlijsten, maar dat ailes is doodsch. Wat wij begeeren te lezen, wat onze kinderen en kleinkinderen, moeten van buiten leeren, is het verhaal hoe de ziel van onze jongens leefde en leed, zong en schreide, hoopte en klaagde, durfde en waagde, midden het slijk der Yzer-boorden, hoe al de eigenschappen van een volk duizendvoudig zich veropenbaarden in de dagen van strijd. Ik haat verhalen waar geen ziel in tintelt of zucht. De ziel alleen is belangrijk, en schrijven is de ziel bloot leggen, het leven doen rondwandelen, het leven jagen in het doodsche, het leven voort-zetten. "Tout le reste est littérature," zou Verlaine gezegd hebben, met andere woorden, onbenulligheid, opgeschroefd pathos, pedan-terij, gemeenplaatsigheid, bezoldigde journa-listiek. Een enkel voorbeeld. Wanneer men onze franco-belgische bladen leest, men zou zeggen dat het al heldenmoed is dat de klokke slaat op den Yzer, dat elke soldaat, lijk de Duitscher zijn "Gott mit uns," het woord vaderland op de buikriem draagt, van de een ander bewijs dat de Duitschers niet het monopolie hebben van autocratie, maar dat het in de kleingeestige ziel van de menschen zelf liegt, hun eigen meeningen op te dringen, en hun haat uit te spuwen, wanneer een gele-genheid zich voordoet. Laat het ons niet vergeten, de wereld en de menschen strijden thans voor het beginsel der kleine nationaliteiten ! Ik ben het vol-komen eens met wat Dr. Van Cauwelaert schreef over Streuvels' Dagboek, wauneer hij het belachelijk vindt dat Streuvels in dezen volksstrijd aan individualisme doet en zijn persoontje beschrijft als het middelpunt der Het praalgraf opgericht te Avon ter gedachtenis der Betgen in het Kamp van Le Ruchard overleden. Het grafmonument werd onlhuld op 18 November, 1915. onbewustheid van den heldenmoed, van de ongekunsteldheid in doen en laten, van het plan trekken der soldaten, van hun ruw, en wild sakkeren, van hun spot, en hun angst, en kortom van het zwijgen der zielen, die wel-sprekendheid bij uitstek, geen woord. Een bundel " Oorlogspoezie," hoe onbeholpen ook, door de soldaten, zelf geschreven, een verza-meling van de liederen die zij zelf gemaakt hebben, hoe onlitterarisch ook, hebben in op-zicht van de kennis van de ziel van ons leger veel meer belang dan wat men gewoon is te noemen schooae artikels, klaargesponnen op studiekamers en die liegen dat zij het zelf gelooven. Om al die redenen betreuren wij het dat onze Vlaamsche schrijvers niet op het legerfront werden toegelaten. Ik ken tôt nog toe slechts twee Vlaamsche oorlogsboeken, namelijk het " Oorlogsboek," van Stijn Streuvels, en " De dood van Yper," door Caesar Gezelle. Er is niet de minste twijfel hierover : deze oorlog die zoo diep de ziel onzer natie omwoelt zal een bron zijn van hooge letterkunde, van leefbare en leven-barende letterkunde, dewijl zij zal gedragen zijn en genoten door de volksziel. Gezegend de Vlaamsche schrijver die de Yzergeschiede-nis, lijk Conscience Vlaanderens middeleeuw-sche geschiedenis, als thema van zijn romans zal nemen. Ook hij zal ons volk leeren lezen. Over Streuvels " Oorlogsdagboek " is er veel ongunstigs geschreven geworden. En inder-daad, het is een fout geweest van Streuvels, op een ongelegen oogenblik, zijn boek te laten verschijnen. Dat de Duitschers het hebben rondgemaard, en somwijlen naar het schijnt vervalscht, daaraan heeft Streuvels geen schuld. Waarschijnlijk zullen zij in hunne Duitsche vertaling die brokken hebben wegge-laten, waar Streuvels, met Vlaamsche keikop-pige helderheid, zijn afstraffend oordeel velt over 't Duitsche onrecht. Want, een Vlaamsche keikop staat te diep in zijn Vlaamsch wezen geplant, kent te wel de rijkdommen van den Vlaamschen aard, om naar 't flikke-flooren te luisteren van een vreemdeling. Dat een zekere franco-belgische pers—die nooit het boek van Streuvels las, en Vlaamschon-kundig is—smaad heeft gegooid naar Streuvels en zijne "littérature patoisante" dat is gebeurtenissen. En waarlijk, het spijt ons te moeten bekennen dat Streuvels door die daad zijne persoonlijkheid als man en schrijver heeft verkleind. Maar ook hier is de teleurstelling des te grooter omdat tal van Vlamingen, liefhebbers in letterkunde, Streuvels schrijverspersoonlijkheid, reeds voor den oorlog, te hoog optilden, en weinig kritisch onvoorwaardelijk als den grootsten Vlaamschen schrijver ophemelden. Wij vergeten te gemakkelijk dat wij nog maar juist stonden op den drempel van onzen Vlaamschen op-bloei, en dat er in de ziel van 't Vlaamsche volk, onbestorven, doch nog vastgebonden, krachten, te sluimeren liggen die, eens ont-waakt, in een gansch eigen, en zich eigenvoe-lend volk, de wereld zullen verbazen. Dit oorlogsdagboek ligt heel in de lijn van Stijn Streuvels' individualistische persoonlijkheid. De Vlamingen verwachtten te veel, daarom zijn zij teleurgesteld. Een schrijver geeft wat hij kan en wat hij is. Maar ook dient in acht genomen dat Streuvels enkel heeft weêr-gegeven dat hij zag en hoorde, in zijn klein, bekrompen Ingoyghemsch midden en dat hij sedert zelf heeft erkend dat hij achter een blinden muur heeft geleefd. En de Waalsche professor Hamelius zegt te recht dat dit verhaal, geschreven door een fijnen kijker lijk Streuvels, voor de toekomst, historische waar-de zaj hebben, want niemand bespiedt beter dan Streuvels datgene wat ik noemen zou, de uitwendige psychologie van het landvolk en wij mogen het ons Vlaamsche landvolk niet euvel duiden dat zij over den oorlog een gedacht hebben dat niet overeenstemt met ons opgezweept idealisme. Er ligt een groote maat van. zelfverzekerde eigenliefde in het feit dat wij ons eigen ge-dachten als de maatstaf nemen van ons oordeel over anderen. Doch, wat meer en meer duidelijk zal opvallen in het oorlogsdagboek van Streuvels, naarmate deze oorlog meer en meer het hart der natien en der menschen zal blootleggen, is het puntige, het fijne, het veruitziende van menige prozaische opmer-king, en het comische, het bespottelijke, het kunstmatige van vele dingen midden het tra-gische van dezen oorlog. En daar de waar-heid nu zoo schaarsch is, de partijdigheid allesbeheerschend, de leugentaal een oorlogs-wapen, de haat een verblindheid, daarom her-leest men menige bladzijde van Streuvels met groot zielsgenoegen, met het gevoel van de bevrijdende waarheid, en lacht men in zijn vuisten omdat Streuvels hier en daar, vinnig en guitig, het masker van de wereld aftrekt. Van César Gezelle's boek "De Dood van Dper," zou ik juist het tegenovergestelde moeten zeggen, nopens den geest waarin dat boek geschreven is. In Streuvels' oorlogsdagboek is zijne onbenullige persoonlijkheid het middelpunt van het oorîogsdrama. In César Gezelle's boek is de persoonlijkheid van den schrijver altijd weggedoken om alleenlijk het drama te laten spelen : de dood van Yper. Het is de volstrekte tegenstelling van het individualisme en het gemeenschaps-gevoel. Toch heeft César Gezelle er voor gezorgd dat het gemeenschapsgevoel—de thans vereischte oorlogsdeugd—niet de persoonlijkheid volstrekt opslorpte, want wij zouden er te veel bij verloren hebben had niet de fijne kijker van het "Leven der die-ren " zijne guitige oogen opengezet op het kleine menschengedoe in dezen grooten oorlog voor groote zaken. Het is een onzeggelijlc genoegen, hier in dit verre oord, te mogen de voortbrengselen van de Engelsche kultuur en letteren op zijde leggem om zich terug te gevoelen in 't Vlaan-deren bij 't lezen van een Vlaamsch letter-kundig v. erk van een onzer ûeste prozaisten. Men laat zich wiegelend op het zangerig ryth-mus van die rijke taal, want ook César Gezelle grijpt in den heelen Vlaamschen taalschat, omdat hij den heelen Vlamschen taalschat noodig heeft voor de veelte en de diepte van zijn gedachten en gevoelens. Wanneer wen gewoon is binst dezen oorlog aan het ellendig taaltje van onze kranten, een rommelzootje van Duitsch, Fransch en zoogezegde officieele taal, dan vindt men geen woorden genoeg om Gezelle te danken voor zijne daad m 't schrijven van dit boek en kan men nooit genoeg er aan herinneren dat het doodzonde ware, dit boek van Gezelle niet te versprei-den tusschen ons leger, dewijl het er tevens gansch voor aangelegd is de vaderlandsliefde aan te wakkeren De vernieling van Yper beschouwen wij Vlamingen als een nationale ramp, maar midden onze treurnis troosten wij ons in de gedachte dat dit boek van Gezelle, niet enkel Yper's verleden schoonheid bezingt, maar Yper herleven doet, in den geest. Want een doode stad levend in den geest van het volk, is een schooner kunstjuweel, dan een levende stad, die onverstaan door haar volk, druilt op haar schoonheid. En nogmaals franco-belgische dichters waren wel de aangewezen maunen om Yper met schoonheid te begraven maar niet om Yper te doen herleven. Een lijkrede moet een doode doen herleven anders is zij een gelegenheidsrede. We voelen te veel bij 't lezen van die franco-belgische ge-dichten over Yper, dat zij plots, als op orde-woord, hun snaren spannen en we zouden kunnen zeggen wat Paddy, de 1er, zei aan een Yankee die Ierland wilde bezingen: "You want an Irish heart to sing an Irish song." Met recht noemt César Gezelle Yper een perelmoeren prachtschulp. Jaren lang heeft hij daarin geleefd en tôt de laatste dagen van haar bestaan heeft hij haar doodstrijd medegeleefd. Hij heeft Yper zien ten onder gaan. Heerlijk is zijn beschrijving van Yper's burgerleven met die kleinzielige poli-tiek, de beschrijving van Yper's zaterdaagsche maïkt, zijn medelijden met de schaduwen van peerden. Zelden las ik iets zoo tragisch schoon als de dood van den Uhlaan, en ik beaam ten voile die woorden: "Maar gij, waarom kwaamt gij tôt hier, schoon kind van het blonde Germanje, uwen dood zoeken waar ge geen rœm kunt maaien ; waarom hier vechten en struikrooven op ons die uw vrien-den waren, Duitschland ! dat gij Vlaanderen hebt vertrapt en vermorzeld, in het bloedslijk dat vergeet, dat vergeeft u Vlaanderen nooit ! " Doch, het is tijd verloren, te spreken over de piacht van dit boek. Eenieder moet het lezen, en het voortsturen naar de loopgrachten, opdat deze woorden uit 's schrijvers in-leicîing bewaarheid worden. " Yperen is dood en over haar rookend puin zweeft de treurnis. Maar de ziel van de stad die de ziel van het volk is, die ziel leeft en overleeft al 't geweld dat zoekt om ze te smachten. Yper leeft, Vlaanderen leeft ; het

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
This item is a publication of the title De stem uit België belonging to the category Oorlogspers, published in Londen from 1916 to 1919.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Add to collection

Location

Subjects

Periods