De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

813477 0
close

Why do you want to report this item?

Remarks

Send
s.n. 1915, 26 May. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Seen on 15 November 2019, on https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/en/pid/610vq2t71s/
Show text

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

î tferste Jaargang S Nô. IIS Woëiïsâà£~2r6 Méi lWê S Cl»M<K RED*ALElsfTRAA^E3l! AMSTERDAM. - TELEFOON Ho. S922 Noord. je Vlaamsche Stem verschijnt te Amsterdam elken dag des morgens gp '^^catspj.jj5 vooruitbetaliilg : _ Voor Hollaud en België per jaar / 6.50 — per kwartaal / 1.75 — per maand / 0.75. Vocr Engeland, Frankryk en bffctenland dezelfde prijzen, met ver-. T-owoni-lino-^knst.pn f'2U cent «er nummer). . „-i HooteSopsteiler : | : Mr. ALBERiK DESWARTE - • ji; Opste!raad : CYR1EL BUYSSE — RENE DE CLERCQ — ANDRE DE RÎDQER Voor ABONNEMENTEN wende men zicli tôt de Admiuistratie van het bîad: PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. — Tel. N. 9922. "-••Y- pi .. Voor . AAXKONDIGINGEN wende men zicli toi . de Administrât!*» df VLAAMSCHE STEM, Paleisatraat 31, Amsterdam. — Tel. N. 9922.' A DVEÉ.TENTIES : 20 Cents per regel. korte inhoud. Iste BJa'd'zij de: Verborgen kracliten — lie ne de Llcrcy. Kleine Kroniek. Lftterkundigc kroniek — Andrc de Riddei. 2 d e B l a d z ij d'e. : fit, het Vaderlaud. >;ieuws uit Brussel. Mouws uit Charleroi. (^schiedkuudige stukken. , Minister de Broqueville en het N redéspaleis. Wat Zuid-Afrika voor België deed. Lsntemorgen. 3e Bladzij d e: De Europeesclie Oorlog. Brieven uit Engeland. Telegramnien en Berichteu. Italie en de oorlog. 4de B ad z ij d e:. Heinnvee. Ed. Scharremans. Haagsche Kroniek. Léonce du Castillon. O.verzicht der Duitsclie Pers. Boekbeoorcieelyig. Weekibladen. Uit de Kampen. , De vergoeding wegens oorlogAcnade in Frankrijk. Men zoekt. Mip KraeMen. In vredestijd kwamen vlaamschhatende j:rofe?soren, vân een bevoegdheid bewust uefke zij niet befcaten, statig aangewandekl met de dreigspreuk : zuike en zul'ke t a lentille niannen aouden aan de Gentsche hooge-sthool niet doceeren of g>edooeèr4 hebben, wave de voertaal van het. onderwijs er een andere gewesst dan Fransch. Bescheide n heid waarsohijri.jk, een prijsbaar geveel ook bij ledaagde menschen, weerhield hen hun eigen nanien in het licht te stelleu; en îiieuw ; Ylaaoideren, al koesterde het voor \eioudetde lui, veraohterde lecringen, ©n ntgedragen slaapmutôen niet meer acliting dàn hun toêkomt-, had hoegenaamd geen luit om lien tôt martelaren op te geeselen van een verdwijnend goloof. W e iieten hen vrij een instelling rpemen, waarto© ze door luttel werk en veel gonade werden opge-kev'én, innig hopend dat hun treurige be-laclielijkheid niet zou terugkaateen op die instelling zelve en het, weinig benijdbaar voorrecbt blijven van hun lioogst eigen per-ïûonlijke vei'waandlieid. Hun namen vrede, maar liun Ijeweren? Waren de vlaamschonkundige leeraren werkelijk' zoo goniaal aangelegd al? men be-reidwillig gelieft aan te nenien tôt meer-dpi-p. œv en gloiie van onze a nationaal-on-vâderliUidîcLen sclioolslaap, het ware hun tocli aiet bstig geweest, na tijd en stond, de Uni niiohtig te wordea van het volk vr.aronder, waarvoor en waarvtin zij geaclit v*ren te îeven. Of nioeten -wij de groot-fceeren der wetensehap lager steïlen dan de eenvoudige werkslaven die, zichzelf ont-wikketend, îueegroeien met het midden v'a4r strijd voor het besta^n hen aller-zijas gooit en neerzet? En stond -waarlijk T0°r zutke geesten het Nederlandsch te licog of te iaag, dan konden zij, om niet aan een leveude taal hun koe-tbaren tijd te verspillen, in ©on niet Vlaamsche Belgische sfead hun aristocratieche vemuften toeleggen °P destudie van hun duurbaar Latijn, nog ûuurbaarder Grieksch en allerduurbaarst •-ansÂTiet, of zich-tot verzinkena toe ver-ûiepen in de rechten der Heloten, Etruriërs en Y°orîiistorische iVfrikanen. cieliikkig, o t^eemaal gelukkig tweetalig BeJgio, waar a leen de Vlaamsche stem niet opkwam of verloren ging. In ernst, men deed beter dé stelling der academiërs even om te keeren en te ouder-120e^en of het invoeren der volkstaal niet Q massa schijnwetenschap van Vlaande-leus leerstoelen had wegge9chra.pt, en het ^ gesl^ht van de pronkende middelmatig- ei • Ik ben er ten voile van overtuigd dat ^'J îet vervlaan]?chen der Gentsche Hooge-i.C , ^'3 hetwijfelbaar verlies aaji echte ^inae, ruimschoots zal vergoed worden door i 11 , fr v^rlies aan onwaarde en onbruik-' ^aaThedtn. i-r^.u°°^ ^eze vraag dient ge^teld. Welke lnfa? f.n' godood in hun kiem of gedoemd •wrH T 11 Hau ^ °PPervla-kte, zouden wel sfcam g^oten hebbeu, had de du-a a ,uwende Vlaamsche yolksaard zich van,rS °i°r 611 vriieliik mogen ontwikkelen, pf ni °n Çl ^ovea t<>e ^ Wat talent, wat er,iu niet gestikt omdat de Gent dooi- een vreeinden den Vi8r • en haar praalcultiiur pofe^f-^evrucH iu [dim! weten we dat er voor de ontvoog-Li^n'-- y39 weinig te vei-wachten viel |of '^..'^deerendén uit de sroote geleici &esPr°ten, in e&n taal op- €cn weVn- ,ie< noc^ hunne, aan wie Hit v,;, ",'laPrrd i^gepcnipt die ze moei-1 Otttwikkeku. wj^ajover ze met den gemeenen man geen -woordje moch-ten reppen zonder te vervallen in poespas ♦van ' grieksch-latijnsch-fransch-vlaamsch waar geen duivel nit wijs wordt. Uit zoogenoemd hoogere kringen druipt een mengsel' vau allerlei onbekookte halfge-leerdhoid zoetelijk ne-er op de massa en ■uerkt kwakzalverig. Hier prikkelt het tôt een zenuwaçhtig bewegen ; daar maakt het loom en slap-ala een slaapdrank. Spraak, gebaar, luim, sc-herts, gevoel, hegrip, ver-beolding, ailes lijdt aan te yeel of te weinig. Wij -drijven op "t plat-te of smoren in een poel van onnatuurlijkheid. L.et er op hoe de held uit zoo'n l>escliaafd midden u een grap vertelt eu ge bel rapt dat leven van nocli mossel-ncch-visch op heeterdaad van on-maoht. Aa-nzettend met den franschen dreun van elkendeen, mal en gemaakt, springt hij yan het boogdravende in het vlakgewone, weet ook al behendig een elders g-ehoorde aardigheid te doen opschitteren, A erbaa&t, verblufl... maar stottert en stokt opeens om het pîttigste. van de mop er door te schateren in de taal van zijn edgen een-voudig dorp. Daar, te lande, levert het-zelfde mensch u via ajnsche wijsheid met een fransch rtaartje. Schijn en zweem, blauket-sel, vernis, stioop en gift. O schoone ver-breiding, heerlijk uitvlçeisel van een uit-heemsche- beschaving ! Neen, uit de laa-gte daagt- het licht; uit hét nederige rijst de trots. De onverbasterde vlaajtnsche natuur, de sterke knaap uit de iandelijke hut, die geen vreemae, voor hem zinlooze klanken, maar uit den moud van zijn moeder echfce narnc-ji opvangt. voor eob'<e dingen, die opkomt in en meewast met- de v.-ereld om hem hecn, wiens eigen diej^e ^cest niet wordt platjgeduwd tôt opper-\ lakkigheid, dien schijn van breedheid, laat zulk een begaafd wezen en vlug van geest, laat hun, ap^teken uit zijn cmgeving, boven-worstelen in werk en school, totdat men voelt dat hij aangeweze-n is, om door hooger opklimmen met zijn taal, zelf een kracht te worden en een nut in de maabçhappij -— die zal de leider worden, de wijzo Onder-wijezer va-n een stouter jeugd. Gij die daar leeraart, gaat lia., elk in uw vak, wie de grooten zijn, de baanbrekers in kunst, in kennis, de licbtdragers bij den duisteren gajig der j.trijdeiide menschlieid, of niet uit het volk zelf ganscli een schaar meesters en bovennieeeters is opgestegen waarnaast, een schamel prcfeasorenlijstje verbleèkfc c- ft. wegsmelt tôt een punt. Ook Nieuw-Vlaanderen, vernederlandecht, zal "t zij ne brengen^ veel gavig maken en goed. Nu nog blijkt het niet omdat zijn ge-zonde kernen splijtens- en schietensvaardig, gedekt en gep.erst liggen onder een waren ardninbJok, die hun lucht beneemt en licht. De kloekste planten veismacliten er, krimpen ineen of kruipen zijdelings uit nog, moéizaam, krom en krank voor imrner. Die doode ^teen, beletsel voor groeite en riichtbaarheid, mag hij cok kostbaar schij-nen en fraai gebeiteld, is nuttelcos, nadee-lig en moet van ons veld. De vreemde druk-king weggeweerd, onze aarde losgemaakt en halmen, struiken en boomen zullen tieren, rijk van beloven en rijker van oogst ! Want wie groot werd uit en door zijn volk ^roelt se liu 1 de n a a i spl icht en geeft met dank en liefde terug. Dat is onze blijde hoop. Met een hoogescliool, Nederlaudsch door en door, zal de weter.schap in Vlaanderen niet langer een kunstmatig lamplicht, w^®en, scOiijnend in muffe zalen voor enkele be-\oorrechten ; maar door; open luoht voor gansch het land de alzijdige zon ! EiENE DE CLERCQ. rnm Zuriick, weiî unzulassjg! Zoo luidt het opsclirift op den omslag van een aangeteekenden brief uit Amsterdam naar Brussel gestuurd. De tenigzending naar .Amsterdam is de glorievolle daad der Ubenva-chungstelle VTIT armeekorps Aaclien. Het gevûl is leerzaani, omdat de Duitseh*5, censor zich de moeite heeft getroost met rood potlood <le redenen en gronden(!) van 'zijn weigering tôt doorzenden van den brief aan te dui den : lo. De dagteekpning luidt: 6 Moi 1915. Daaineven scluijft Herr Censor: 5,Où? Londres ? 2o. Je crains beaucoup que vous n'ayez jms re.ç\b toutes mes dernières lettres. Het hier gecursiveerde is met het roode potlood on-derstreept.3o. •/' nr saurai plus bientôt parler le François. Zelfde onderstreeping. , 4o. La vie ici n'est pas religieuse du tout. Dit is do laatste onderstreeping! En dat zijn nu de vier redenen en gronden( !) waarora dat schrijven niet door mag... Waarachtig, de Pruis stelt zich evenzoo bela-chelijk als hatelijk aan in heel zijn doen en laten ! Gelukkig :«ie'i we naderen den dag wae.rop het gecoaliseerde Europa der beschaving hem zegevierend naar zijn nest terugdrijtt met op zijn vug het op^chriffc:_ Zuriick, weil ùj^ylassig l Kleine Kroniek. Een Duitsche spion, in Engeland veroortleeld. Tn het gerechtshof van Old Baily werd den, 18den dezer het procès geopend van een zich voor Amerikaan uitgevend sujet, beschuldigd van spionnage. De zaak zal in het openbaar be-handeld worden, behalve Avàhneer sommige zaken, die de landsverdediging betretfen, de behandeling met gesloten deuren noodzakelijk maken. De président van het gerechtshof zat in eigen persoon voor, bijgestaan door twee rechters, en. naar eeuwenoud gebruik droeg elk der îechters een ruikertje \velriekende«bloemen op de borst, dat verondersteld ^ erd hen te bcschutten tegen miasmen. die uit de bank der beklaagdén op-stegen. Met die recente stinkgassen der Kultur kun je nooit weten .... De beschuldigde, genaamd Kuperle, den l tden Februari uit Amerika te Liverpool aan-gekonien, veiplaatste zich in Engeland herhaal-dèlijk en melddc zijn lievindingen omtrent militaire en m a ri ne-b e sch i kk in gen, tusschen de regels door van een kwanswijs coinmercieelen brief, gericht aan een agent van de Duitsche regeering in Rolland. De Engelsehe censor en behandelden dien brief op scheikundige wijze en ojitdekien de in-lichtingen, die tôt de vei volging aanleiding heb-ben gegeven. Opgesloten in do grvnngenis te Brixton, schreot de beschuldigde onvoorzichtigli.jk aan een Duitschen gevangene ^en briefje, waarin hij dezen mededeeling deed van het succès van .,onzc legers" en van de hoop. dat het gas, dat ,,wij gebruiken'"', vclc Engelsehe. soldaten zoû dooden, cnz. O ver al zijn Diiits«.lir spi.onnen. ook onder do genafuraliseerde Duitscliers. En de Kultur. gaat er prat op ! De heldhaftige ^onîngin. Met begrijpelijke trots lezen wij het volgende . in'de ,, Daily Express": ..Sir Cecil Hertslet, consul-generaal van Engeland te Antwerpen, vertelt een aandoenlijke géschiederiis over de ruine der Belgen. ..De koningin bezocht eenigen tijd geleden de loopgraven der Belgen aan den IJser. In een dier loopgraven herkenden de manschap-pen haar niet. Een hunner stelde zich tevre-den met haar gekscherend toe te voegen : ,,Me-vrouw, doe hier alsof u thuis waart." Een ander waarschuwde haar: .,Deze loopgraaf is .geyaarlijk." Waarop de koningin eenvoudig antwoordde : ..Niet voor mij ; ik ben zoo klein.iJ Daarop zette zij zich op een zak neder en be-gon stil sigaretten en chocolade aan de soldaten uit te deelen. Op dat oogenblik herkende haar een soldaat, gekomen uit een andere loopgraaf: ,.De koningin!" riep hij uit. Men begrijpt, met welke haast en verrassing de mannen zich oprichtten om in positie te staan. Na hun geluk te hebben toegewenscht, trok de koningin zich terug. ,.Op den zak, die haar tôt zetel had gediend, schreven de soldaten deze woorden : ;;De koningin heeft hier uitgerust." Men heeft hun voorgesteld, hem van hen te koopen, doch zij houden hem als herinnering aan hun goede en heroïssche koningin." Dat ailes is zoo eenvoudig en toeh zoo aan-doenlijk. Is het wonder, dat ganscli een voik zoo'n vorstin op de lianden draagt. Bekentenls. De krijgsraad te Coblenz heeft den onder-officier Garternich, die op eigen houtje en ten eigen bate in België van bczette gemeenten drie franc per persoon als oor 1 ogsb el as t i n g tôt een gezainenlijk bedrag van 27,293 frank in-vorderde, veroordeeld tôt anderlialf jaar ge-yangenisstraf.En nogthans ...est ist nich wahr". Da Vinci als ooriogsman. . Leon«ardo da Vinci, den beroemden Itali-aanschen schilder, worden thans nieuwe eer-bewijzen gebracht-, en wel voor de uitvinding van 't machinegeweer. welke van hem afkom-stig moet zijn. Het is de Duitscher Franz Feld-haus, die van de technische prestaties on iiit-vindingen van den grooten Italie an bijzondere studio heeFt gemaakt, en thans deze stoute bewering uit. Hij heeft teekeningen gezien van da Vinci's h and. die hét mode] van een gewoer -met meer dan één loop voorstellon. Hierdooar zou worden bereikt, dat verschêidene schoten vlak na elkaar in verschillende rich-ting gelost konden worden. Zoo'n machine gaf •men den karakteristieken naam van dooden-orgel. Het groo+st<> model met 0 loopen kan 72 "choten geven. AVçl h waar werd het huidige machinegeweer met zijn eencn loop eenigszius andèrs, doch hét principe van het machinegeweer moet wel door da Vinci zijn gevonden. Le or om ieer. In den loop der zitting, op 18 dezer, ten TTouse of Lords, verklaarde lord Kitchener onder meer, dat de Engelsehe en de Fransche regeering, overtuigd dat de troepen der Geallieerden op doeltreffende wijze beschermd mocten worden tegen de door de Duitschers gebezigde ver-stikkende ga«sen, besloten hebben om gehjk-soortige méthodes in werkiug te brengen, ten-einde de ontzaggelijke nadeelen te verhelpen, dio noodzakelijkerwijze het gevolg zouden zijr> van het niet treffen van een dergelijken maat-îegel.Leer om leer ! Doch met een zekeren schakee-ring. naar wij liopen. Daar de Geallieeiden in eik geval meer goeden smaak en ..savoir vivre" hebben dan de Teutonen, verwachten wij, dat klwa «iûÉsti- Trommeivuur. Pc oorlogscorr. van de „Berl. tLok.-Ânz." aan het westeriront. geeft een beschrijving van liet demoraliseerende trommeivuur, dat 'hij- op J2 K.M. afstand gehoord had. Het is moeilijk, zegt hij, den indruk er van weçr te geven, want het is natuurliik niet alleen het geluid, dat het hem. doet. Men moet een duidelijke .voorstelling hebben, dat al die duizenden doffe -knallèn een ontzaglijke massa door de lucht geslingerd staal beteekenen. Men moet een door trommeivuur omgewoeld terrein gezien hebben om den ontzettenden indruk, die het maakt, te kunnen begrijpen. Om zich een voorstelling van het geluid te v'even, heeft mon den naam ,,trommeivuur" bedacht. Dit woord geeft. echter geen juisten indruk. De roffelende liand moet dicht bij het 1 rommelvel blijven, kan dus geen kraclitige ^lagen geven. Om zich een juist beeld te maken moet men denkgn aan een hooge, liouten trap met loopers 'belegd. Daar rollen nu urén lang centenaars zware ijzeren kogels onafge-bro'ken in ontzaglijke menigto naar beiïeden, zwaar neervallend op iedere trede. Want dat T-. het karakteristieke. dat in het roffeltempo iedere >lag op zich zelf zoo zwaar is. Wie met mensclien gesproken heeft, die in zulk vuur hebben gestaan, die het niet alleen op grooten afstand hebben gehoord. begrijpt dat men ondanks aile, verbeeldingskracht zich loch cieen voorstélling er van kan maken. De meesten vertellen, dat ten slotte. al hun den-kën en voelen tôt- stilstaud kwam De beer Paul Segers te Bordeaux. Ojize minister van spoonvegen en marine Jweft Aerledëii week de Belgische uitgeweke-jien te Bordeaux bezocht. Ook vele Franschen —. waartusschen de civiele overheden van Bordeaux — wareu op de groote vergadering aan-wezig, gedurende welke ^r. Segers eene geestdriftige redevoering uitspralç. Na in 't Fransch gesproken te hebben, voerde de Minister veiwolgens het woord in de Vlaamsche taal, daar veel Vlamingen in de zaal aanwezig waren. Redding. Hét is een <K;tueel onderwerp, waarover een Amerikaansch tijdschrift schrijft: Hoe moet men overboord springen? Tegenwoordig toch komt het herhaaldelijk voor, dat de bemanning van door duikbooten verraste schepen het ..sauve qui peut" hooren. en dan, zooals ze ziin, overboord moeten springen. In het alge-meen wordt beweerd, dat men het beste doet, 7-l!'h zoo spoedig mogelijk van z'n zwaarste kleedingstukken te ontdoen. De Japansche marine-autoriteiten zijn het daarmee niet cens. De Japansche matrozen hebben instructie. voor-al die zware kleeding niet uit te doen, wanneer zij wegens het zinken van het schip of om eenige andere reden,te water nioeten springen. De Amerikaansche deskundige geeft de volgende verklaring. Bij het plotseling te water raken vornit zich tusschen de kleedingstukken samen-geperste lucht, dir niet alleen in staat is, den drenkeliug drijvende te houden, doch ook hem de plotselinge gewaarwording van nathpid en koude bespaart. Uit sanitair oogpunt is dit zeer veel waard. Het nut van oude booten. Een mailboot is lia 20 jaar nog een uitstekend vraclitscliip, maar een oorlogschip is na 20 jaar op, en heeft dan nog a.lleen waardo voor den slooper. Wel is bij de poging, oui de. Dardanellen te forceeren gebleken. dat de oudere oorlogs-scliepen nog te gebruiken zijn; echter hadden deze oorlogsbooten de twee kruisjes nog niet achter den rug. Zoo rijst de vraag : Op welke wijs kunnen de verouderde oorlogsbooten. die geen gevechts-waarde meer hezitten, het best worden ge-bruikt voor oorlogsdoeleinden? Een paar jaar geleden heeft een Amerikaansche zeeofficier in de ,,Scientific American' 'den marine-deskun-dige een aardig idee aan de hand gedaan. Hij wilde de oude oorlogsschepen, voor zoo ver zij zwaar gepantserd waren, bij wijze van geimpro-viseerd fort in den mond van de te verdedigen rivier doen vastleggen. Men zou ze dan desnoods van nieuw zwaar geschut kunnen voorzien. Het denkbeeld van de ,,Scientific American" doet thans weer de ronde in verschillende bui-tenlandsche bladen. Een nieuwe draagbaar. In het Fransche leger wordt voor het gewon-den-vervoer in de loopgraven een nieuw soort draagbaa r gebruikt, welke. den vorm eenigszins heeft van een dekstoel. De gewonde ligt half en zit half, terwijl het geheele toestel met man en al gemakkelijk door twee dragers vervoerd kan worden : een drager houdt het toestel aan het voeteneindé, terwijl de voorste drager den boel op den rug heeft. De oorsprong van het khakl. Een te (Rouaan verschijnend dagblad weefc ons enkele intéressante bijzonderheden te vertellen van het khaki. In hrt jaar 1611 droegen de Franschen. die in Indië waren, jassen die uit een zeer dunne en lichte stof verv'aardigd waren. die men om z'n bijzondere kleur khaki noeindo. Hobson zegt in zijn Engelsch-Indi-sohen lexicon over deze kleur der soldaten-uniformeu het volgende: ,,Khaki of kharkee was de kleur der uniform, welke gedragen werd door talrijke regimenten van de Pend-schab, die aan de eerste belegering van Delhi deelnamen. Sindsdien werd deze kleur bij de Engelsehe troepen zeer geliefd, en n'a de veld-tochtcn van het jaar 1857—58 werd zij ge-bruikt vooi, de ui)iformen van verschillende Letterkundige Kroniek. De roman van een Jeugd, door Paul Kenis. W. L. & J. B russe U itgeve rs-ll aa t sch app j. II. Heel De Roman van een Jcvgd draait dus rond Vincent en rond de Stad, al het andere blijft episodisch. Nevenfiguren treffen we bijna niet aan. Vincent heeft werkelijk het Parijsche Jeven doorleefd. Zijn ondergang in de wereld-stad, ny. zijn vlijcht uit het veilige Vlaamsche vaderhuis en wanneer de weinige spaarcenten verteërd zijn en de roes van de aankomst in de heerlijke Cosmopolis is verslapen, pakt als een .soniber Inferno-visioen der werkelijkheid. Zijn zakkèn van hongerlijder naar zwerver, van Dufa^-el-bediende naar krantenventer, van vrachtdrager naar île wereld der apachen en der pooiers, heeft Kenis weten te beschrijven met heel merkwaardigen realiteitszin, met kracht en eenvoud, als een zeer roerend men-schelijk geval. Hij heeft een ernstig, breed-opgezet-beeld vàn een Jeugd aangedurfd, vol van de geestdrift der eerste illusies, vol van den wrangeu h il en de fiere zelfstandigheid van liet ,,er komen willen". vol van de liarts-tochtelijke schoonlieid van lier zoeken naar waarheid en naar eigen uiting, vol van de eerste wrange ontgoocheling, vôl van het pijn-lijkj geest- en hart- eu lichaamwondend verval naar den zelfkant der samenleving, vol einde-lijk van de o]>getogene zielenweelde die de redding brengt, na den terugkeer van deii Verloreu Zoon in het vredevol vaderhuis». Maar het gansche l>oek beeldt allêén ^ incent in zijn .tragisclie lotgevaHen, zijn vrucjiteloos zoeken, zijn ellonde en zijn val. Zonder veel moeite raarlL men hoe stevig dit.J,>oek op eig^n levenèërvaring, op bittere-lcvensk'Uinis is ge-bouwd. Kenis heeft zich in de figuur van zijn Vincent ' gegeven met heel de zachtheid en de ontroering van zijn gemoed, met de verbittering van zijn geest, met zijn door het leven gekwet-ste ziel. Hoe vele tocliten heeft hij zwervende, zoekende en tastende, gelijk \ incent, moeten maken om dit boek te kunnen schrijven. Maar geen diepere hulde zouden we hem. kunnen brengen dan die bekentenis: dat zijne zeden-karakteristiek dicp ontroerend is. beklen^ mend als een visioen, rijk aan teedere men-schelijkheid, aangrijpend door eene steeds die-per en dieper gaande tragiek. Hoe verre zijn we hier van het ciseleerend kunstenaartje, dat geduldig zit te slijpen op het kleiiiocxl dat hefc leven in zijne lianden is. Paul Kenis geeft liet leven weer, integen-deel, als een ruwc klomp metaal, met edel goud en waardelooze mengstoffen, zonder zui-vering bijna, niassief, zwaar, volledig. Hij voelt de werkelijkheid niet geweldig, nocli grootsc-h, maar zeer fijn, diep. met scherpc intuïtie aan. hij drukt ze uit met warnic hartstochtelijkheid, met ruwlieid en angsr. gelijk een zeer ontroerd mensch met stokken-den adem spreekt. ailes .ineens wil zeggerï er gewoonlijk tocli niet vermag zich volledig itii te sprekeu. In de jRoman van een Jcvgd ligt er stol voor twintig romans. Juist daardoor wemelt het anekdotische dooreen, is achter de ontel-bare uitingen van het bestaan de zin voor het leven niet opgegroeid, heeft het hoogere om-sclieppen van de enorme werkelijkheid moeten wegblijven. Het verhaal, te veel gebonden aan de waarnemingsdetails, blijft beneden het groot verbeelden, lieneden de synthèse waaroj ru en wacht. Toc.h is De Roman van een Jeugd, ondanks zijn fragmentarisch geblevene grootheid, mei zijne soins te vlakke vizie en zijne te schrah plastiek, met zijn ongesnoeiden groei van talc-ken langs aile kanten, met zijne vele onge^ puurde en ongeschifte elementeu. met somt ook. zijne rhetorische beeldspraak, nie oneindij lieverj' om de volheid van leven, de ruimheic van aandoening, de diepte van zijn mensclien kennis, om den zuiveren mens'chelijken klanl en den warmen adem, die de schrijver uit ziji' borst stoot, dan het volmaakt klein-realisme van zoovele Vlaamsche sclirijvers.... De Roman van een .Jeugd getuigt. dat Pau Kenis een dergenen is, tusschen de jonger< Vlamingen, die de o vertujging koesteren, dal liet niet meer het oogenblik is om in hel Vlaamscho klein-gedoe voort te blijven knoeien maar dat het ons geslacht behoort, _— om d( evolutie van onze nog in hare kinderjarer verkeerende literatuur voort te zetten, — ook onbeholpen nog, met het besef van onz< zwakheid. maar met moed, levensdrift er breedgezindheid. eindelijk het grootere aan U durven en met de wereid en den tijd mede.tf ^an trachten te schrijven als cùltuur-men schen. voor beschaafde Europeeërs, en als zul-ken al de geestesstroomingen en de gevoels variaties van onze tijdgenooten te vertolken heel hun levensbesef uit te spreken. De klcin-individualistische en vlak-realisti sche roman heett a-fgedaan ; w^ willen werl dat warm zij, bloedvol, vol strijd, vol leven vol wisseling. uit telle ontroering, uit liefde voile waarneming, uit mime levenskennis ont sproten. Wat de moderne literatuur — er we moeten modem zijn, vooruitstrevend, wanl zoo alléén zullen we de klass'ieken van onzei tijd kunnen worden — wat de literatuur val de mensclien van dezen dag, in onze liuidip samenleving, diepst kenmerkt, is de liefde het altruïstisch besef van niaatschappelijkei samenhang, het gemeenscha|>sgevoel. Di« liefde graaft de kloof tusschen de nafcuralis ten en ons, want de naturalisten zagen d( wereld met weinig sympathie aan, te uiter lijk, te koel, te objectief missôhieii... délit d« kloof ook tusschen de symbolisten en ons, wan de -voeidee g^notzuoh tig spel der persoonlijkheid, den zielen-kw«ek in zacht-warme en zoel-doorgeurde lcameren... Méér en méér gaan we een maatsohappelijke kuust tegemoet, eene breed-menschelijke, op de hoogere dramatiek van de konflikten onze»* samenleving, op de epische vizie ook van heel de grootheid van dezen tijd gesteunde kunst... Walt Wihitman en Emile Verhaeren, Jules Renard en Charles Louis Philippe, Thomas Hardy en John Galsworthy, Octave Mirbeau en Artzybacheff, eeren we "laarom als de çrootste kunstenaars van onzen tijd... En De. Roman van een Jeugcl is ons liet, oiadat" ook daar de mensch geen ,.document" is gébleven, maar onthaald wordt als een broeder, omdat de schrijver spreekt van hem met ontroering, hem plaats gunt aan den disch van de men-schélijke broederschap, omdat bij 't lezen onze diepste sympathie wordt gevrekt e.n onze har-teklop niet rust... Een beschrijving als dez*=>. die Kenis van het groote Fradin-logement geeft, behoort niet tôt de , ,objectieve" ijsbee-ren-literatuur van vroeger... maar is het werk van een modem, sociaal-voelend mensch, van een schrijver. die méér dan het literair-aardige, het woord-schooiie, het dpcumentair-ware wil bereiken... De held van zijn boek, de ongelukkige, een beetje geestelijk-misgroeide Vincent is lieele-maal een jonge cultuur-mensch van thans:, iets of wat verliteraturiseerd, een beetje flauw-esthetisch om te beginnen, dweepziek, maar izoekend en \orschend onverpoosd, prat op avonturen, onafhankelijk en zelfs een beetjft losbandig, ondernemend en sterk va-n wils-kracht, ol'schoon zwak van zenuwen. De schrijver legt den grond van zijne povere mensche-lijkheid heel openhartig bloot. Men ziet hoe ver Vincent's leven vertakt... men luistert gretig naar het telle kloppen van zijn hart.. . Men onder gaat de warm te en de geestdritt van zijn levensvreugd, van dat gevoel van heer-lijkhfid. dat bij voor het leven heeft en dat hem nooit verlaat. zelfs nièt in de meest kri-tische momenten, daar waar hij het pijnlijk.=t geknakt schijn t. De voeling blijft altijd zeer zuiver en voor een man als Vincent, die. zeer lang het venijn van het ..esthetisme" en van de ordelooze filosofio heeft opgeslurpt, zelfs zeer eenvoudig. Het sterke temperament van den jongen, zijn stevig levensinstinct zege-vieren nog al spoedig over de pathologi«ëti van zijn cultuur. Het valsch-literaire, ,liet dor-cere-brâle y ait van hem af, lijk plaaster van een ouden muur. En langzaam maar zeker gaan zijn oogen open voor den heerlijken eenvoud, de allersimpelste schoonlieid, de mime reugde van l^t leven. Simpel als van een kind is, op 't laatste, nadat de ellende zijn geest heeft gezuiverd, de ontbering zijn lichaam gesterkt. zijn belij-denis. Zijn humaniteit toont soms het rauwp van opengereten vleesch... Het boek is zeer echt, ongesmukt, van een sobere waarheid. Het is vooral eene schoone belofte... Want nà den Roman van een Jeugd, nà den ^ondergang" is Kenis, zooals zijn broeder Vincent, gereed voor het nieuwe leven, gevormd voor do toekomst, en ligt de versche grond Van zijn kunst open, kan hij liet zaad verbeiden, dat liet leven in hem zal strooien... En nu do literaire ..pose'", de iets of wat fatterige en onvruchtbare houding van den artist als uitzoncferingswezen is geslonken}> de smink van 's schrijvers gelaat gewaaid. de sier-lijke plooi van zijn dichters-plepum versle-ten. mogen we in Kenis betrouwen... Jk geloof.' dat Vincent een schoon mensch zal ™'deû " ANDRE DE RJDDEB. Turpin over het stikgas. De bekendo Fransche explosief-speciali-1 teit, de geleerde Turpin, hetft van zijn ehemische kennis gebruik gemaakt, om zijn landgeuootsn mee te deelen uit welke be-standdeelen, volgens hem, het in den laat-sten tijd alg Duitsch oorlogs-middel a ange-' wende stikgas bestaat, en op welke wijze men de gevaarlijke werking er\'an onscha-delijk kan maken. Volgens een onzer correspondenten be-staat het verraderlijke gas uit chloor-1 walm ; Turpin spreekt van vloeibaar broom, dat door explosie gasvormig wordt. Om de verstikkende uitwerking van stik-stof-dioxyde (NO 2) op te heffen, beveelt de Fransche oorlogs-scheikundige aan, om alcaliën aan te wenden; vloeibare ammoniak is het beete weer-middel, om, mita in vol-doende lioeveelheid verspreid, den verstik-kenden invloed der Duitsche gassen op te heffen. Op deze wijze, be-weert Turpin, zullen zich hetzij ammonium-bromide (NH4Br) of ammonium-nitraat (NH4N03) ontwikkelen, zoodat de gasvormig geworden ammoniak zich met de verstikkende gassen tôt een nog dichteren, doch onschadelijken rook zal verbinden. Voor in de loopgraven bewusteloos ge-raakte soldaten zou dus het beste zijn, hun i een flesclije ammoniak onder den neus te L houden. 1 Aldus de Fransche chemist Turpin. Er dient echter de aandacht op geveetigd 1 te worden, dat de juiste samenstelling van het Duitsche ,,Loopgraven-ga8" nog niefe . officieel bekend is. En waarscliijnlijk zullen de Duitsche '■heikundigen hun formules voorloopig wel voor zich houden, tôt meer-dere ontstichting van de menschheid, toli ' va» de

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Add to collection