Vlaamse oorlogsdichters?

Vlaamse oorlogsdichters?

Letterenhuis 's profielfoto
Letterenhuis 27 januari 2016 112

Hoe bekend we misschien ook zijn met de Engelse war poems en war poets – moeilijker wordt het om Vlaamse oorlogsgedichten of -dichters te noemen. Dat is opvallend, omdat er ontzettend veel gedichten verschenen zijn tijdens en na de oorlogsjaren. Maar slechts Paul van Ostaijen en zijn experimentele bundel Bezette Stad vond een plek in ons collectief geheugen. 

Ontwerp voor het omslag van Bezette Stad van Paul van Ostaijen door Oscar Jespers (1921). [Collectie Letterenhuis]

Van Ostaijens avant-gardepoëzie was enorm vernieuwend, een stijlbreuk met de romantische dichtkunst zoals die in de brede samenleving bekend was. Die meer traditionele poëzie werd in die jaren door een groot publiek beoefend en beleefd, en zeker bij de gruwel van de oorlog boden gedichten troost en moed. In Vlaanderen verscheen tijdens en na de oorlog een groot aantal dichtbundels en ook aan het front zelf ging veel poëzie rond. Die gedichten vloeiden niet alleen uit de pen van enkele (toen gevestigde, nu meestal vergeten) dichters die aan het front vochten, zoals August van Cauwelaert of Daan Boens.

Dichter August van Cauwelaert, vermoedelijk in Cannes (1918). Hij herstelde daar nadat hij in 1916 door een granaatscherf was getroffen. Vijf dagen voor zijn verwonding schreef hij nog het gedicht 'Verpleegster': ‘Misschien zal ik, gekwetst, een worden ingedragen/ Waar gij in liefde uw leven geeft, door nacht en dag; Maar gij zult naast me staan, met dringen-vreez’ge vragen/ En over mij de vrede van uw glimmelach.’[Collectie Letterenhuis]

Er waren ook veel gelegenheidsdichters, die hun verzen publiceerden in de kleine, soms clandestiene kranten en tijdschriften die achter het front circuleerden. Er verschenen zelfs opvallend veel gedichten in deze frontblaadjes, net zoals in de ‘gewone’ oorlogspers. Deze databank biedt de mogelijkheid om deze gedichten te bestuderen en om een beter beeld van de Vlaamse oorlogspoëzie te krijgen.

Doorgaans zijn het romantische – voor ons vaak pathetische – gedichten die de strijd, de helden en de verbondenheid tussen de strijdmakkers loven. Ze gaan over de enorme tristesse, de heimwee en het gemis van geliefden. De koning en koningin worden geroemd, voor de doden en gewonden wordt gebeden. De regels rijmen ook bijna altijd – de meeste gedichten uit die tijd zijn ballades, soms sonnetten. 

Gedicht ‘Ik strijd…’ van Henri Veuskens uit de bundel Oorlogspoëzie verschenen in 1914 en 1915 en onuitgegeven gedichten, Port Villez, 1916 (samengesteld door Jan Bernaerts en Hendrik Heyman) [Collectie Letterenhuis].

De verzen variëren erg: van heel toegankelijk tot meer literair. Alleszins werden ze ruim verspreid en gelezen. Voor ons vormen ze niet alleen een zeer interessant tijdsdocument, maar ook een inkijkje in de literaire beleving in de samenleving van toen.

Ontdek ook de bijhorende collectie: 'Oorlogsdichters- en  gedichten'

 

Tekst gebaseerd op: Dirk de Geest. ‘Wapen- en taalbroeders? Oorlogspoëzie aan het IJzerfront’. In: Zacht Lawijd. Schrijvers in de Eerste Wereldoorlog. 13, nr. 3, 2014, pp. 100-123.

Op de omslagfoto: dichter en frontsoldaat Daan Boens, zittend tweede van rechts [Collectie Letterenhuis]